← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2011, nr. Z/F-3096189, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2012 (Regeling risicoverevening 2012)

Geldende tekst a fecha 2011-12-22

Gelet op artikel 32, vierde lid, en 38, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, k, y, z en bb, derde lid, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, derde lid, 3.5, derde lid, 3.6, tweede lid, 3.7, derde lid, 3.8, derde lid, 3.8a, 3.10, tweede lid, 3.11, vijfde en zesde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en tweede lid, 3.16, eerste en tweede lid, 3.17, eerste en tweede lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 3. De regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. De betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het College zorgverzekeringen

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 24

Wijzigt de Regeling zorgverzekering.

Artikel 25

Wijzigt de Regeling zorgverzekering.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikelen 5 en 10, eerste lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. behorende bij artikel 5 en, wat betreft tabel 2.1, bij artikel 10, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. behorende bij artikel 10, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 4. behorende bij artikelen 8, tweede lid, en 21, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1
1.

Deze regeling verstaat onder:

2.

Het bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel x, van het Besluit zorgverzekering, is € 550, en het bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel y, van het Besluit zorgverzekering is € 2 750.

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2012 bedraagt € 35 634,0 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

3.

Het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt gesplitst in:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2012 geraamd op € 13 975,5 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2012 geraamd op € 1 968,7 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet, omvatten voor het jaar 2012, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 19 689,9 miljoen.

Artikel 5
1.

De gewichten en de klassen, bedoeld in de artikelen 3.4, 3.5, 3.7 en 3.8 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Het College zorgverzekeringen verdeelt het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging, over zorgverzekeraars aan de hand van de gemiddelde vaste kosten per verzekerde per zorgverzekeraar in het jaar 2010, de landelijke vaste kostenfactor 2012 en de geraamde aantallen verzekerden voor het vereveningsjaar 2012.

Artikel 6
1.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, en bijlage 1, tabel 1.2, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de FKG-klasse ‘Geen FKG’, waarbij voor hem het gewicht van die klasse door het CVZ wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de FKG-klasse ‘Geen FKG’ zoals dat op grond van bijlage 1 tabel 1.2 voor in Nederland wonende verzekerden geldt.

2.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, en bijlage 1, tabel 1.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de DKG-klasse ‘0’, waarbij voor hem het gewicht van die klasse door het CVZ wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de DKG-klasse ‘0’ zoals dat op grond van bijlage 1 tabel 1.3 voor in Nederland wonende verzekerden geldt.

Artikel 7
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1 050 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het College zorgverzekeringen raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het College zorgverzekeringen berekent het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald door het aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 8
1.

Het College zorgverzekeringen raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet, en het resultaat te vermenigvuldigen met de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde.

2.

Het College zorgverzekeringen gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die voldoen aan het criterium ‘Geen FKG’ uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomen, en regio en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van achttien jaar of ouder die niet voldoen aan het criterium ‘Geen FKG’, € 220 per verzekerde.

Hoofdstuk 3. De regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

Artikel 9
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 10
1.

Voor de in artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de in artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde berekening van de deelbedragen ‘kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’ en ‘kosten van overige prestaties’, gaat het College zorgverzekeringen uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in bijlage 1.

2.

Voor de in artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de in artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde berekening van het deelbedrag ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, gaat het College zorgverzekeringen voor zover het gaat om de herberekening van de kosten van verzekerden van jonger dan achttien jaar uit van de verhouding tussen de gewichten in bijlage 2, tabel 2.1, en voor zover het gaat om de herberekening van de kosten van verzekerden van achttien jaar en ouder uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in bijlage 3.

Artikel 11
1.

Nadat het College zorgverzekeringen de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15, 17, eerste lid, 18, eerste lid, en 19 beschreven wijze heeft toebedeeld aan de clusters ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp’, ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘overige prestaties’, herberekent het College de voor deze clusters relevante gewichten.

2.

Het College zorgverzekering gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties, van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder criterium en van de verhouding tussen de gewichten in de in artikel 10 genoemde bijlagen.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder criterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het College zorgverzekeringen het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’ van het criterium meerjarig hoge kosten dusdanig, dat het voor dit criterium gesommeerde resultaat van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt.

5.

In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het College zorgverzekeringen het gewicht van de klasse ‘Geen kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel’ van het criterium kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel en het gewicht van de klasse ‘Geen kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel’ van het criterium kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel dusdanig, dat per criterium het gesommeerde resultaat van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt.

Artikel 12
1.

Het College zorgverzekeringen merkt kosten, bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

2.

Het College zorgverzekeringen merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, voor 35 procent aan als kosten van het cluster ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’, voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’, voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder, en voor 35 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’.

Artikel 13
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, rekent het College zorgverzekeringen zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het college voor zorgverzekeringen rekent renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment van alle instellingen voor medisch specialistische zorg, uitgezonderd expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’.

Artikel 15
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch specialistische zorg, inclusief long/astma-klinieken en epilepsiecentra, maar uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’.

2.

Het College zorgverzekeringen merkt de honorariumcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch specialistische zorg, uitgezonderd de long/astma-klinieken en de epilepsiecentra, en uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’.

3.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten- en honorariumcomponent van de kosten van overige zorgproducten, uitgezonderd de kosten van overige zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra en de kosten van add-ons, hemostatica en eerstelijnsdiagnostiek, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’.

4.

Het College zorgverzekeringen merkt kosten voor prestaties waarop de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ van de zorgautoriteit van toepassing is, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’.

5.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostencomponent van de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’.

6.

Het College zorgverzekeringen merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra, voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’.

7.

Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, waarvoor een percentage van 60 wordt aangehouden, merkt het College zorgverzekeringen de volgende kosten voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’:

Artikel 16
1.

Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening per zorgverzekeraar vaste kosten van ziekenhuisverpleging op de vaste kosten in het jaar 2011.

2.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch-specialistische zorg, inclusief long/astma-klinieken en epilepsiecentra, en uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.

3.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostencomponent en de honorariumcomponent van de kosten van expertproducten in het vrije en gereguleerde segment voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.

4.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van add-ons voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.

5.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten hemostatica voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.

6.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostencomponent van de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.

7.

Het percentage per instelling, bedoeld in het zesde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 15, vijfde lid.

8.

Het College zorgverzekeringen merkt de door de zorgautoriteit vastgestelde bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra voor 25 procent als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.

9.

Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, waarvoor een percentage van 40 wordt aangehouden, merkt het College zorgverzekeringen de volgende kosten voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’:

10.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van de overgangsregeling van het functioneel leeftijdsontslag van werknemers in de publieke ambulancezorg voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.

11.

Het College zorgverzekeringen calculeert 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met negende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid, anderzijds.

Artikel 17
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten die behoren tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar’.

2.

Het College zorgverzekeringen calculeert 100 procent na op het verschil tussen de gerealiseerde kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar enerzijds, en het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in artikel 3.11, derde lid, van het Besluit zorgverzekering, anderzijds.

Artikel 18
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten die behoren tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

2.

Het College zorgverzekeringen past als volgt hoge kostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:

Artikel 19
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van eerstelijnsdiagnostiek voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’.

2.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van prestaties waarop de beleidsregels ‘Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties’ of ‘Prestatiebekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen’ van de zorgautoriteit van toepassing zijn, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’.

Artikel 20
1.

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering zijn: € 22,50 en 90 procent.

2.

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering zijn: € 7,50 en 90 procent.

Artikel 21
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald bij de zorgverzekeraar.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van de gerealiseerde aantallen in dat artikel bedoelde verzekerden.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 22

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 50.

Hoofdstuk 5. De betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het College zorgverzekeringen

Artikel 23

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen beleidsregels, waarin ten minste een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met het betaalschema van de zorgverzekeraars.

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling zorgverzekering

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

Artikel 26

Wijzigt de Wijzigingsregeling Regeling zorgverzekering (vereveningsbijdrage zorgverzekeraars 2011).

Artikel 27

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.16 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en de kosten van specialistische hulp ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

Artikel 28

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.17 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de vaste kosten van ziekenhuisverpleging ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

Artikel 29

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.18 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

Artikel 30

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.19 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 31

Hoofdstuk 3 van de Regeling zorgverzekering, zoals dat na toepassing van artikel 24 juncto 33, vierde lid, zoals dat met betrekking tot het vereveningsjaar 2011 luidde, blijft van toepassing op de vaststelling van de vereveningsbijdragen over 2011.

Artikel 32

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2012.

Artikel 33
1.

Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 25, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2011.

2.

Artikel 25 treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

3.

Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2012, treedt ook artikel 25 in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en werkt dat artikel terug tot en met 1 januari 2012.

4.

Artikel 24 werkt terug tot en met 1 januari 2011.

Bijlage 1. behorende bij artikelen 5 en 10, eerste lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot de clusters ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’, en ‘overige prestaties’.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 5) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 10, eerste lid).

Kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment Variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp Kosten van overige prestaties
Mannen 0 jaar 484,51 2.253,76 879,86
1–4 jaar 429,02 323,15 653,54
5–9 jaar 366,86 247,86 742,58
10–14 jaar 345,60 207,73 682,39
15–17 jaar 403,38 185,37 684,64
18–24 jaar 439,09 154,18 499,58
25–29 jaar 462,79 133,23 515,57
30–34 jaar 475,22 129,40 537,00
35–39 jaar 510,46 143,24 555,46
40–44 jaar 556,29 135,70 575,05
45–49 jaar 636,79 157,70 621,33
50–54 jaar 738,42 178,88 673,63
55–59 jaar 910,77 218,55 762,63
60–64 jaar 1.077,52 233,29 815,73
65–69 jaar 1.387,43 258,13 939,02
70–74 jaar 1.697,28 246,54 1.003,49
75–79 jaar 2.020,88 206,51 1.088,74
80–84 jaar 2.133,44 77,90 1.204,30
85–89 jaar 2.119,51 0,36 1.399,87
90+ jaar 2.095,70 – 18,67 1.746,38
Vrouwen 0 jaar 399,65 1.970,03 771,53
1–4 jaar 370,68 262,10 601,11
5–9 jaar 350,15 178,61 670,96
10–14 jaar 342,81 172,07 687,62
15–17 jaar 422,28 182,55 777,44
18–24 jaar 574,95 148,56 688,22
25–29 jaar 844,27 172,49 964,31
30–34 jaar 898,87 182,81 999,11
35–39 jaar 762,10 163,01 774,66
40–44 jaar 695,52 129,70 667,25
45–49 jaar 784,12 119,40 702,70
50–54 jaar 867,20 122,21 755,92
55–59 jaar 952,43 123,93 813,58
60–64 jaar 1.057,75 116,79 858,01
65–69 jaar 1.243,12 116,59 961,45
70–74 jaar 1.416,60 96,75 1.038,80
75–79 jaar 1.614,79 67,93 1.143,35
80–84 jaar 1.668,87 6,65 1.295,95
85–89 jaar 1.628,18 – 42,88 1.499,92
90+ jaar 1.383,83 – 49,27 1.783,16
Kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment Variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
FKG’s
Geen FKG –59,76 0,80 – 147,69
Glaucoom 118,02 – 43,47 183,32
Schildklieraandoeningen 124,52 –16,85 106,28
Psychose, Alzheimer en verslaving – 405,78 –225,81 1.000,59
Depressie 60,79 –28,33 170,32
Neuropathische pijn 483,64 –117,25 817,01
Hoog cholesterol 88,78 40,30 249,43
Diabetes type IIb 141,46 4,83 425,64
COPD/Zware astma 651,68 –84,59 969,29
Astma 194,17 10,19 513,71
Diabetes type IIa 203,79 35,83 592,49
Epilepsie –52,61 443,19 626,46
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 621,09 –125,49 309,04
Hartaandoeningen 705,39 172,05 345,02
Reuma: TNF-alfa-remmers 0,00 0,00 0,00
Reuma: overige middelen 640,00 17,72 41,64
Parkinson 74,32 –214,21 2.425,17
Diabetes type I 169,24 –135,76 1.342,73
Transplantaties –691,64 32,75 1.090,22
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 603,17 –459,75 4.846,78
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg –877,21 –627,84 5.929,31
Kanker 1.948,82 –360,70 4.664,51
Hormoongevoelige tumoren 682,83 –273,69 952,29
HIV/AIDS –622,16 –844,42 8.635,68
Nieraandoeningen 3.572,42 –258,23 3.137,46
Groeihormonen –2.034,44 –1.741,28 14.029,68
Kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment Variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
DKG’s
0 –79,09 –12,45 –22,41
1 792,60 94,95 55,63
2 806,41 392,86 224,33
3 1.142,27 665,40 422,40
4 2.019,75 282,70 690,05
5 3.448,67 231,31 1.050,92
6 2.708,64 439,98 716,05
7 2.831,31 1.777,41 1.312,98
8 3.828,69 348,22 1.363,46
9 3.525,36 1.082,33 2.661,06
10 6.373,81 299,71 2.158,77
11 7.257,08 831,72 3.419,87
12 5.880,56 2.597,55 5.879,23
13 54.954,48 141,03 2.605,21
Kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment Variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp Kosten van overige prestaties
--- --- --- --- ---
0–17 jaar 0,00 0,00 0,00
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 143,72 184,29 346,06
35–44 jaar 201,11 123,29 348,98
45–54 jaar 248,17 63,12 297,54
55–64 jaar 239,74 47,01 199,90
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 105,76 28,16 49,36
35–44 jaar 125,31 36,78 149,09
45–54 jaar 164,15 15,15 186,68
55–64 jaar 79,47 20,49 110,78
Zelfstandigen 18–34 jaar –46,41 –16,46 –56,11
35–44 jaar –59,84 –19,37 –54,64
45–54 jaar –86,95 –20,25 –73,41
55–64 jaar –96,81 –19,96 –86,72
Referentiegroep 18–34 jaar –6,28 –7,29 –12,67
35–44 jaar –10,77 –6,69 –20,84
45–54 jaar –22,22 –4,64 –29,41
55–64 jaar –42,50 –8,47 –36,96
65+ jaar 0,00 0,00 0,00
Kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment Variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
Regio
1 46,93 8,78 14,91
2 22,71 7,33 8,52
3 21,91 2,91 4,08
4 8,46 8,03 1,55
5 1,32 –1,34 7,65
6 –2,37 –1,83 4,12
7 –9,65 –2,96 –2,85
8 –18,58 –4,11 –6,14
9 –25,44 –8,41 –6,68
10 –45,10 –8,36 –25,00
Kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment Variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp Kosten van overige prestaties
--- --- --- --- ---
SES > 15 bewoners 0–17 jaar 0,21 8,66 12,95
18–64 jaar 3,10 16,64 –67,61
65+ jaar –216,94 –121,21 401,67
SES 1 (laag) 0–17 jaar 0,21 8,66 12,95
18–64 jaar 31,31 –2,31 22,31
65+ jaar 283,58 4,73 118,90
SES 2 (midden) 0–17 jaar 0,77 –7,14 –7,99
18–64 jaar 13,52 –2,55 18,56
65+ jaar –27,78 –3,02 –15,98
SES 3 (hoog) 0–17 jaar –3,24 –12,14 –26,64
18–64 jaar –37,95 4,07 –34,92
65+ jaar –83,52 17,77 –90,35
Kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment Variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
MHK’s
Geen MHK –92,33 –42,69 –138,31
MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten 754,17 316,58 771,11
MHK 3 jaar hoge kosten in top 15 procent 859,21 266,01 1.031,64
MHK 3 jaar hoge kosten in top 10 procent 1.266,60 371,65 1.741,83
MHK 3 jaar hoge kosten in top 7 procent 1.782,40 551,51 2.782,49
MHK 3 jaar hoge kosten in top 4 procent 2.560,45 1.069,55 4.495,80
MHK 3 jaar hoge kosten in top 1,5 procent 2.768,63 5.563,84 9.466,90

Bijlage 2. behorende bij artikel 5 en, wat betreft tabel 2.1, bij artikel 10, tweede lid

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot de clusters ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden jonger dan achttien jaar en ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en vormen wat betreft tabel 2.1 de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar (art. 10, tweede lid). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden jonger dan achttien jaar
Leeftijd onder achttien jaar
Wel 185,15
Niet 0,00
--- ---
Mannen 18–24 jaar
25–29 jaar
30–34 jaar
35–39 jaar
40–44 jaar
45–49 jaar
50–54 jaar
55–59 jaar
60–64 jaar
65–69 jaar
70–74 jaar
75–79 jaar
80–84 jaar
85–89 jaar
90+ jaar
Vrouwen 18–24 jaar
25–29 jaar
30–34 jaar
35–39 jaar
40–44 jaar
45–49 jaar
50–54 jaar
55–59 jaar
60–64 jaar
65–69 jaar
70–74 jaar
75–79 jaar
80–84 jaar
85–89 jaar
90+ jaar
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
GGZ-regio
1 78,41
2 11,26
3 –3,32
4 –9,46
5 –4,26
6 –12,10
7 –15,51
8 –15,51
9 –15,51
10 –15,51
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
FKG’s
Geen FKG psychische aandoeningen –31,73
Psychose 3.465,81
Depressie 228,68
Verslaving 2.583,56
Bipolaire stoornis 1.386,78
ADHD 271,45
--- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
Zelfstandigen 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
Referentiegroep 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
65+ jaar
--- ---
SES > 15 bewoners 18–64 jaar
65+ jaar
SES 1 (laag) 18–64 jaar
65+ jaar
SES 2 (midden) 18–64 jaar
65+ jaar
SES 3 (hoog) 18–64 jaar
65+ jaar
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Eenpersoonsadres
Niet –20,96
Wel 107,51
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige GGZ boven lage drempel
Niet –35,95
Wel 776,22
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige GGZ boven hoge drempel
Niet –78,97
Wel 5.523,63

Bijlage 3. behorende bij artikel 10, tweede lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorend tot de cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

De in deze bijlage genoemde gewichten vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 10, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
Mannen 18–24 jaar 257,83
25–29 jaar 277,56
30–34 jaar 278,99
35–39 jaar 274,44
40–44 jaar 263,58
45–49 jaar 254,87
50–54 jaar 240,64
55–59 jaar 219,34
60–64 jaar 210,08
65–69 jaar 185,63
70–74 jaar 190,78
75–79 jaar 191,33
80–84 jaar 201,53
85–89 jaar 195,63
90+ jaar 184,33
Vrouwen 18–24 jaar 297,99
25–29 jaar 295,92
30–34 jaar 274,95
35–39 jaar 271,94
40–44 jaar 260,23
45–49 jaar 259,83
50–54 jaar 240,64
55–59 jaar 215,12
60–64 jaar 210,08
65–69 jaar 183,99
70–74 jaar 183,99
75–79 jaar 183,99
80–84 jaar 183,99
85–89 jaar 183,99
90+ jaar 183,99
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
GGZ-regio
1 53,65
2 26,60
3 8,41
4 2,83
5 –4,01
6 –11,21
7 –19,40
8 –19,40
9 –19,40
10 –19,40
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
FKG’s FKG’s
Geen FKG psychische aandoeningen –29,56
Psychose 2.454,78
Depressie 327,36
Verslaving 1.783,63
Bipolaire stoornis 1.083,27
ADHD 340,69
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- --- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 537,97
35–44 jaar 297,59
45–54 jaar 169,10
55–64 jaar 35,42
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 557,73
35–44 jaar 528,52
45–54 jaar 319,97
55–64 jaar 106,22
Zelfstandigen 18–34 jaar –58,75
35–44 jaar –61,14
45–54 jaar –41,55
55–64 jaar –11,00
Referentiegroep 18–34 jaar –31,43
35–44 jaar –33,26
45–54 jaar –26,40
55–64 jaar –11,00
65+ jaar 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- --- ---
SES > 15 bewoners 18–64 jaar 643,91
65+ jaar 50,34
SES 1 (laag) 18–64 jaar –0,15
65+ jaar 18,84
SES 2 (midden) 18–64 jaar 7,45
65+ jaar –6,33
SES 3 (hoog) 18–64 jaar –21,42
65+ jaar –6,33
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Eenpersoonsadres Eenpersoonsadres
Niet –18,61
Wel 95,46
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige GGZ boven lage drempel Kosten geneeskundige GGZ boven lage drempel
Niet Zie artikel 11, vierde lid
Wel 1.056,49
Kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige GGZ boven hoge drempel Kosten geneeskundige GGZ boven hoge drempel
Niet Zie artikel 11, vierde lid
Wel 4.277,82

Bijlage 4. behorende bij artikelen 8, tweede lid, en 21, tweede lid

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico.

Eigen bijdrage ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 89,68
25–29 jaar 86,37
30–34 jaar 89,85
35–39 jaar 94,01
40–44 jaar 98,18
45–49 jaar 105,09
50–54 jaar 114,73
55–59 jaar 128,58
60–64 jaar 138,36
65–69 jaar 153,75
70–74 jaar 167,89
75–79 jaar 178,84
80–84 jaar 184,82
85–89 jaar 186,69
90+ jaar 186,38
Vrouwen 18–24 jaar 135,61
25–29 jaar 139,52
30–34 jaar 146,04
35–39 jaar 136,53
40–44 jaar 131,67
45–49 jaar 135,36
50–54 jaar 142,27
55–59 jaar 147,46
60–64 jaar 152,74
65–69 jaar 163,88
70–74 jaar 174,59
75–79 jaar 182,81
80–84 jaar 186,07
85–89 jaar 185,04
90+ jaar 177,80
Eigen bijdrage ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 39,49
35–44 jaar 41,90
45–54 jaar 37,30
55–64 jaar 23,71
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 28,83
35–44 jaar 34,03
45–54 jaar 28,74
55–64 jaar 9,86
Zelfstandigen 18–34 jaar –4,10
35–44 jaar –6,73
45–54 jaar –8,74
55–64 jaar –8,62
Referentiegroep 18–34 jaar –1,69
35–44 jaar –2,18
45–54 jaar –2,42
55–64 jaar –2,76
65+ jaar 0,00
Eigen bijdrage ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Regio
1 6,96
2 4,04
3 3,41
4 1,60
5 0,61
6 –0,19
7 –1,28
8 –3,56
9 –4,81
10 –5,88

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.