← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 8 december 2011, houdende vaststelling Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Geldende tekst a fecha 2017-09-02

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 september 2011, nr. KO/2011/16167, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 1.5, derde lid, 1.45, vierde lid, 1.47a, tweede lid, 1.50, tweede lid, , 2.2, derde lid, 2.4a, tweede lid, en 2.6, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2011, No. W12.11.0388/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 december 2011, nr, KO/2011/19253, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Een geregistreerd kindercentrum, een geregistreerd gastouderbureau of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet heeft de status «geregistreerd» in het register kinderopvang.

Artikel 2. Vorm en doel van de registers en het register buitenlandse kinderopvang
1.

De registers en het register buitenlandse kinderopvang hebben de vorm van een elektronische databank.

2.

In de registers worden gegevens verwerkt over kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen en over de inschrijving in en de verwijdering uit de registers van die voorzieningen en peuterspeelzalen.

3.

In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet en over de inschrijving in en de verwijdering uit dat register van die voorzieningen.

4.

In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de kinderopvangvoorzieningen en de peuterspeelzalen redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die de wet aan exploitatie stelt, om inzage te geven in het onderzoek naar deze kwaliteitseisen en in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet.

5.

In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die naar aard en strekking in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2, van de wet, in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet en met het oog op het toezicht op en de handhaving van de bij of krachtens artikel 1.48 van de wet gestelde regels.

6.

In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op het toezicht op de naleving en de handhaving van de naleving van de kwaliteitseisen, die de wet aan exploitatie van kinderopvangvoorzieningen of peuterspeelzalen stelt.

7.

In het register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over inschrijving in en de verwijdering uit het register met het oog op besluiten over de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst/Toeslagen.

Artikel 3. Verantwoordelijken ex Wet bescherming persoonsgegevens
1.

Onze Minister is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van gegevens in de registers en het register buitenlandse kinderopvang.

2.

Het college is mede verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens die in de registers worden opgenomen.

3.

Het college draagt zorg voor de toepassing van de artikelen 34 tot en met 40 en 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 4. Beheer van de registers en het register buitenlandse kinderopvang
1.

Ten behoeve van de verantwoordelijken, bedoeld in artikel 3, wijst Onze Minister een bewerker in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens aan.

2.

Bij de bewerker berust in ieder geval het beheer van de registers en het register buitenlandse kinderopvang, waarbij zorg gedragen wordt voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van de registers en het register buitenlandse kinderopvang.

3.

De bewerker richt de toegang tot en de inzagemogelijkheden van de registers en het register buitenlandse kinderopvang in overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vijfde lid.

4.

Het college treft maatregelen die er toe strekken dat de inhoud van de registers juist, actueel en volledig is.

5.

Bij ministeriële regeling, wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de aanwijzing van de bewerker nader geregeld, wordt een systeembeschrijving vastgesteld en worden nadere regels gesteld voor de taak van de bewerker. De systeembeschrijving geeft de inrichting, werking en autorisatie van de registers en het register buitenlandse kinderopvang aan.

Hoofdstuk 2. Register kinderopvang

Artikel 5. De aanvraag
1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:

2.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college in ieder geval:

3.

Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college in ieder geval:

4.

De aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet, wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 6. In het register kinderopvang op te nemen gegevens
1.

In het register kinderopvang neemt het college onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:

2.

Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt het college andere gegevens die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen op onder het unieke registratienummer in het register kinderopvang.

Artikel 7. Wijziging gegevens
1.

Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, van de wet laten verrichten alvorens ter zake een besluit te nemen.

2.

Onder een wijziging van gegevens waarvan de houder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, de toekenning van een KvK-vestigingsnummer aan het kindercentrum of het gastouderbureau, de aansluiting of de beëindiging van de aansluiting van een voorziening voor gastouderopvang bij een gastouderbureau en de beëindiging van de exploitatie van de kinderopvangvoorziening.

3.

Indien de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van dat kindercentrum of gastouderbureau in het register kinderopvang aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit gezamenlijke verzoek tot aanpassing van de bestaande en toekomstige houder als een aanvraag tot exploitatie van de kinderopvangvoorziening door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 5, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de kinderopvangvoorziening met de status geregistreerd en met ongewijzigd uniek registratienummer in het register ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de voorziening al exploiteert of met ingang van de datum van wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.

4.

Indien de houder van een geregistreerde kinderopvangvoorziening een kinderopvangvoorziening in exploitatie wil nemen op een ander adres of op het adres waar hij al een kinderopvangvoorziening exploiteert, dient hij hiertoe een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet in. Het college bepaalt in dat geval waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet betrekking heeft. In afwijking van de eerste zin wordt geen nieuwe aanvraag tot exploitatie ingediend indien het adres van een gastouderbureau wijzigt.

5.

Een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 8. Verwijdering uit het register kinderopvang
1.

Het college kan besluiten tot intrekking van een beschikking en verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.46, vijfde en zesde lid, van de wet, indien:

2.

Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de kinderopvangvoorziening daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.

3.

De bewerker stelt de gastouders die volgens het register gebruik maken van de diensten van een gastouderbureau in kennis van de verwijdering van dat gastouderbureau.

4.

Het college maakt de verwijdering van een kinderopvangvoorziening, niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang, uit het register kinderopvang bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een gemeentelijke website.

5.

De verwijdering uit het register kinderopvang, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde en vierde lid, vinden onverwijld plaats.

6.

Het college kan een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderen indien drie maanden na de inschrijving de opvang- of bemiddelingsactiviteiten van de kinderopvangvoorziening niet daadwerkelijk zijn begonnen.

7.

Bij verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang blijft deze voorziening onder het unieke registratienummer in het register zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van die status, die op of na de datum ligt waarop de verwijdering door het college in het register is verwerkt.

8.

De termijn, bedoeld in artikel 1.47b, vierde lid, van de wet, bedraagt vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de inschrijving van het gastouderbureau uit het register kinderopvang is verwijderd.

Artikel 9. Verstrekking gegevens uit het register kinderopvang
1.

De gegevens, genoemd in artikel 6, die in het register kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van burgerservicenummers, het telefoonnummer en het woonadres van gastouders, voor zover op dat adres geen voorziening voor gastouderopvang gevestigd is, en het woonadres van de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau, wanneer die houder een natuurlijke persoon is en voor zover het kindercentrum of het gastouderbureau niet op dat adres gevestigd is.

2.

Na verwijdering van een kinderopvangvoorziening kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 8, zevende lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam en het adres van de vestiging en het unieke registratienummer van de kinderopvangvoorziening, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status alsmede de daaraan voorafgaande datum van inschrijving.

3.

De gegevens die verwerkt worden in het register kinderopvang worden verstrekt aan de Belastingdienst/Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.

4.

De gegevens van de houder die worden verwerkt in het register kinderopvang, worden verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om te kunnen bepalen welke personen werkzaam zijn in de kinderopvang.

Artikel 10. Bewaartermijn gegevens in het register kinderopvang

De gegevens van een kinderopvangvoorziening in het register kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaren nadat zij zijn gewijzigd of nadat de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang is verwijderd.

Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk

Artikel 11. De aanvraag
1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2.2 van de wet verstrekt degene, die voornemens is een peuterspeelzaal te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:

2.

Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college:

3.

De aanvraag, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 12. In het register peuterspeelzaalwerk op te nemen gegevens
1.

In het register peuterspeelzaalwerk neemt het college ten aanzien van elke peuterspeelzaal de volgende gegevens op:

2.

Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt het college andere gegevens die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen op in het register peuterspeelzaalwerk.

Artikel 13. Wijziging gegevens
1.

Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet een onderzoek als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, van de wet laten verrichten alvorens ter zake een besluit te nemen.

2.

Onder een wijziging van gegevens waarvan de houder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 11, eerste lid, de toekenning van een KvK-vestigingsnummer aan de peuterspeelzaal en de beëindiging van de exploitatie van de peuterspeelzaal.

3.

Indien de houder van een peuterspeelzaal wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van de peuterspeelzaal in het register peuterspeelzaalwerk aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit gezamenlijke verzoek tot aanpassing van de bestaande en toekomstige houder als een aanvraag tot exploitatie van de peuterspeelzaal door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 11, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de peuterspeelzaal met de status geregistreerd in het register peuterspeelzaalwerk ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt deze peuterspeelzaal uit het register verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de peuterspeelzaal al exploiteert of met ingang van de datum van de wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.

4.

Indien de houder van een geregistreerde peuterspeelzaal op een nieuw adres een peuterspeelzaal in exploitatie wil nemen, dient hij hiertoe een aanvraag in als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet. Het college bepaalt in dit geval waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, betrekking heeft.

5.

Een verzoek als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 14. Verwijdering uit het register peuterspeelzaalwerk
1.

Het college kan besluiten tot intrekking van een beschikking en verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk als bedoeld in artikel 2.3, vierde en vijfde lid, van de wet, indien:

2.

Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de houder van de peuterspeelzaal daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.

3.

Het college maakt de verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een gemeentelijke website.

4.

De verwijdering uit het register peuterspeelzaalwerk, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde lid, vinden onverwijld plaats.

5.

Het college kan een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk verwijderen indien drie maanden na de inschrijving in het register de verzorging, opvoeding en het bijdragen tot de ontwikkeling van kinderen in de peuterspeelzaal niet daadwerkelijk is begonnen.

6.

Bij verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk blijft deze voorziening in het register zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van die status, die op of na de datum ligt waarop de verwijdering door het college in het register is verwerkt.

Artikel 15. Verstrekking gegevens uit het register peuterspeelzaalwerk
1.

De gegevens, genoemd in artikel 12, die in het register peuterspeelzaalwerk zijn opgenomen, kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van het burgerservicenummer en woonadres van de houder van een peuterspeelzaal, wanneer die houder een natuurlijke persoon is en voor zover de peuterspeelzaal niet op dat adres gevestigd is.

2.

Na verwijdering van een peuterspeelzaal kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van deze verwijdering uitsluitend worden geraadpleegd: de naam en het adres van de peuterspeelzaal, de status «niet meer geregistreerd», de datum van ingang van deze status en de daaraan voorafgaande datum van inschrijving.

3.

De gegevens van de houder die verwerkt worden in het register peuterspeelzaalwerk, worden verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om te kunnen bepalen welke personen werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal.

Artikel 16. Bewaartermijn gegevens in het register peuterspeelzaalwerk

De gegevens in het register peuterspeelzaalwerk worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaar nadat zij zijn gewijzigd of nadat de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk is verwijderd.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 17. Intrekking Besluit registratie kinderopvang

Het Besluit registratie kinderopvang wordt ingetrokken.

Artikel 18. Overgangsbepaling

Een kinderopvangvoorziening die met de status «geregistreerd» is opgenomen in het register kinderopvang met toepassing van het Besluit registratie kinderopvang wordt na de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangemerkt als «geregistreerd» in het register kinderopvang met toepassing van dit besluit.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Artikel 20. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 9a. Verstrekking gegevens ten behoeve van continue screening in de kinderopvang

Gegevens van personen als bedoeld in de artikelen 1.50, 1.56 en 1.56b van de wet worden verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de continue controle op nieuwe gegevens in de justitiële documentatie voor deze personen.

Artikel 9b. Gevolgen van melding over nieuwe gegevens in de justitiële documentatie

Indien het college op basis van een melding als bedoeld in artikel 22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens van Onze Minister van Veiligheid en Justitie vermoedt dat de houder van of een persoon die werkzaam is bij een kinderopvangvoorziening of een huisgenoot van de gastouder van 18 jaar en ouder niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, bepaalt de toezichthouder of het aanvragen van een nieuwe verklaring omtrent het gedrag door de houder, de persoon die werkzaam is bij een kinderopvangvoorziening of de huisgenoot van de gastouder aangewezen is.

Hoofdstuk 2a. Register buitenlandse kinderopvang

Artikel 15a. Verstrekking gegevens ten behoeve van continue screening in het peuterspeelzaalwerk

Gegevens van personen als bedoeld in artikel 2.6 van de wet worden verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de continue controle op nieuwe gegevens in de justitiële documentatie voor deze personen.

Artikel 15b. Gevolgen van melding over nieuwe gegevens in de justitiële documentatie

Indien het college op basis van een melding als bedoeld in artikel 22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens van Onze Minister van Veiligheid en Justitie vermoedt dat de houder van of een persoon die werkzaam is in een peuterspeelzaal niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, bepaalt de toezichthouder of het aanvragen van een nieuwe verklaring omtrent het gedrag door de houder of de persoon, die werkzaam is bij de peuterspeelzaal aangewezen is.

Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10a. De aanvraag
1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet, verstrekt een ouder als bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet in ieder geval de volgende gegevens aan Onze Minister:

2.

De aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid.

Artikel 10b. In het register buitenlandse kinderopvang op te nemen gegevens
1.

In het register buitenlandse kinderopvang neemt Onze Minister onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:

2.

Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt Onze Minister andere bij ministeriële regeling aangewezen gegevens op onder het unieke registratienummer in het register buitenlandse kinderopvang.

Artikel 10c. Wijziging verstrekte gegevens
1.

Onder een wijziging van gegevens waarvan de ouder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel a.

2.

Een verzoek als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 10d. Verwijdering uit het register buitenlandse kinderopvang
1.

Onze Minister kan besluiten tot verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang indien blijkt dat:

2.

Onze Minister maakt de verwijdering van inschrijvingen uit het register buitenlandse kinderopvang als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet bekend op een website van de rijksoverheid.

3.

De verwijdering uit het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, 1.48a, tweede lid, van de wet en het eerste lid, en de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, vinden onverwijld plaats.

4.

Bij verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, blijft deze onder het unieke registratienummer zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van deze status, die ligt op of na de datum waarop de verwijdering door Onze Minister in het register buitenlandse kinderopvang is verwerkt.

Artikel 10e. De ingangs- en einddatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang
1.

De ingangsdatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op de datum dat Onze Minister de aanvraag tot inschrijving daarin heeft ontvangen.

2.

De einddatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op vier jaar na de ingangsdatum van de inschrijving daarin, bedoeld in datzelfde artikel.

3.

Indien met een bewijsstuk als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel h, slechts aannemelijk wordt gemaakt dat de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, voor een kortere periode dan vier jaar voldoet aan artikel 1.48, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, wordt de einddatum, in afwijking van het tweede lid, bepaald op de laatste dag van die periode.

4.

Indien sprake is van verwijdering als bedoeld in artikel 10d, wordt, in afwijking van het tweede lid, de datum waarop deze verwijdering ingaat als einddatum bepaald.

Artikel 10f. Verstrekking gegevens uit het register buitenlandse kinderopvang
1.

De gegevens, genoemd in artikel 10b, die in het register buitenlandse kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd.

2.

Na verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam- en adresgegevens en het land van vestiging van de voorziening, het unieke registratienummer, de ingangsdatum van de inschrijving als bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status.

3.

De gegevens die verwerkt worden in het register buitenlandse kinderopvang worden verstrekt aan de Belastingdienst/Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.

Artikel 10g. Bewaartermijn gegevens in het register buitenlandse kinderopvang

De gegevens van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, in het register buitenlandse kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaar nadat zij zijn gewijzigd of nadat de voorziening uit dit register is verwijderd.

Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 9c. Opname gegevens handhavingsbesluiten in het register kinderopvang

De gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel j, kunnen door een ieder worden geraadpleegd gedurende een periode van drie jaar na de datum van vermelding in het register kinderopvang.

Hoofdstuk 2a. Register buitenlandse kinderopvang

Artikel 15c. Opname gegevens handhavingsbesluiten in het register peuterspeelzaalwerk

De gegevens, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel h, kunnen door een ieder worden geraadpleegd gedurende een periode van drie jaar na de datum van vermelding in het register peuterspeelzaalwerk.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.