← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 8 december 2011, houdende vaststelling Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 september 2011, nr. KO/2011/16167, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 1.5, derde lid, 1.45, vierde lid, 1.47a, tweede lid, 1.50, tweede lid, , 2.2, derde lid, 2.4a, tweede lid, en 2.6, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2011, No. W12.11.0388/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 december 2011, nr, KO/2011/19253, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Een geregistreerd kindercentrum, een geregistreerd gastouderbureau of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet heeft de status «geregistreerd» in het landelijk register kinderopvang.

3.

In dit besluit wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 2. Vorm en doel van het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang
1.

Het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang hebben de vorm van een elektronische databank.

2.

In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt over kinderopvangvoorzieningen en over de inschrijving in en de verwijdering uit het landelijk register kinderopvang van die voorzieningen.

3.

In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet en over de inschrijving in en de verwijdering uit dat register van die voorzieningen.

4.

In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de kinderopvangvoorzieningen redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die de wet aan exploitatie stelt, om inzage te geven in het onderzoek naar deze kwaliteitseisen en in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet.

5.

In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die naar aard en strekking in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2, van de wet, in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet en met het oog op het toezicht op en de handhaving van de bij of krachtens artikel 1.48 van de wet gestelde regels.

6.

In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op het toezicht op de naleving en de handhaving van de naleving van de kwaliteitseisen, die de wet aan exploitatie van kinderopvangvoorzieningen stelt.

7.

In het personenregister kinderopvang worden gegevens verwerkt over ingeschrevenen met het oog op het waarborgen dat alle personen die op grond van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, continu worden gescreend, bedoeld in artikel 1.48d, eerste lid, van de wet.

8.

In het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over inschrijving in en de verwijdering uit het register met het oog op besluiten over de kinderopvangtoeslag door de Dienst Toeslagen.

Artikel 3. Verwerkingsverantwoordelijken
1.

Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang.

2.

Onze Minister en het college zijn gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van de gegevens in het landelijk register kinderopvang.

3.

Het college draagt bij de toepassing van het tweede lid zorg voor de toepassing van de artikelen 12 tot en met 22 en artikel 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 4. Beheer van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang
1.

Ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijken, bedoeld in artikel 3, wijst Onze Minister een verwerker aan.

2.

Bij de verwerker berust in ieder geval het beheer van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang, waarbij zorg gedragen wordt voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang.

3.

De verwerker richt de toegang tot en de inzagemogelijkheden van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang in overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vijfde lid.

4.

Het college treft maatregelen die er toe strekken dat de inhoud van het landelijk register kinderopvang juist, actueel en volledig is.

5.

Bij ministeriële regeling, wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de aanwijzing van de verwerker nader geregeld, wordt een systeembeschrijving vastgesteld en worden nadere regels gesteld voor de taak van de verwerker. De systeembeschrijving geeft de inrichting, werking en autorisatie van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang aan.

Hoofdstuk 2. Landelijk register kinderopvang

Artikel 5. De aanvraag
1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:

2.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college in ieder geval:

3.

Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college in ieder geval:

4.

De aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet, wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat bij regeling van Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 6. In het landelijk register kinderopvang op te nemen gegevens
1.

In het landelijk register kinderopvang neemt het college onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:

2.

Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt het college andere gegevens die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen op onder het unieke registratienummer in het landelijk register kinderopvang.

3.

Onze Minister is belast met de ondersteuning bij de registratie en controle van de door het college opgenomen gegevens in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 7. Wijziging gegevens
1.

Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, van de wet laten verrichten alvorens ter zake een besluit te nemen.

2.

Onder een wijziging van gegevens waarvan de houder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, de toekenning van een KvK-vestigingsnummer aan het kindercentrum of het gastouderbureau, de aansluiting of de beëindiging van de aansluiting van een voorziening voor gastouderopvang bij een gastouderbureau en de beëindiging van de exploitatie van de kinderopvangvoorziening.

3.

Indien de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van dat kindercentrum of gastouderbureau in het landelijk register kinderopvang aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit gezamenlijke verzoek tot aanpassing van de bestaande en toekomstige houder als een aanvraag tot exploitatie van de kinderopvangvoorziening door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 5, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de kinderopvangvoorziening met de status geregistreerd en met ongewijzigd uniek registratienummer in het landelijk register kinderopvang ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt de kinderopvangvoorziening uit het landelijk register kinderopvang verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de voorziening al exploiteert of met ingang van de datum van wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.

4.

Indien de houder van een geregistreerde kinderopvangvoorziening een kinderopvangvoorziening in exploitatie wil nemen op een ander adres of op het adres waar hij al een kinderopvangvoorziening exploiteert, dient hij hiertoe een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet in. Het college bepaalt in dat geval waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet betrekking heeft. In afwijking van de eerste zin wordt geen nieuwe aanvraag tot exploitatie ingediend indien het adres van een gastouderbureau of ouderparticipatiecrèche wijzigt.

5.

Een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat bij regeling van Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 8. Verwijdering uit het landelijk register kinderopvang
1.

Het college kan besluiten tot intrekking van een beschikking en verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.46, vijfde en zesde lid, van de wet, indien:

2.

Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de kinderopvangvoorziening daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.

3.

De verwerker stelt de gastouders die volgens het landelijk register kinderopvang gebruik maken van de diensten van een gastouderbureau in kennis van de verwijdering van dat gastouderbureau.

4.

Het college maakt de verwijdering van een kinderopvangvoorziening, niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang, uit het landelijk register kinderopvang bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een gemeentelijke website.

5.

De verwijdering uit het landelijk register kinderopvang, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde en vierde lid, vinden onverwijld plaats.

6.

Het college kan een kinderopvangvoorziening uit het landelijk register kinderopvang verwijderen indien drie maanden na de inschrijving de opvang- of bemiddelingsactiviteiten van de kinderopvangvoorziening niet daadwerkelijk zijn begonnen.

7.

Bij verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het landelijk register kinderopvang blijft deze voorziening onder het unieke registratienummer in het landelijk register kinderopvang zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van die status, die op of na de datum ligt waarop de verwijdering door het college in het landelijk register kinderopvang is verwerkt.

8.

De termijn, bedoeld in artikel 1.47b, vierde lid, van de wet, bedraagt vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de inschrijving van het gastouderbureau uit het landelijk register kinderopvang is verwijderd.

Artikel 9. Verstrekking gegevens uit het landelijk register kinderopvang
1.

De gegevens, genoemd in artikel 6, die in het landelijk register kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van:

2.

Na verwijdering van een kinderopvangvoorziening kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 8, zevende lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam en het adres van de vestiging en het unieke registratienummer van de kinderopvangvoorziening, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status alsmede de daaraan voorafgaande datum van inschrijving.

3.

De gegevens die verwerkt worden in het landelijk register kinderopvang worden verstrekt aan de Dienst Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.

4.

De gegevens van de houder die worden verwerkt in het landelijk register kinderopvang, worden verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om te kunnen bepalen welke personen werkzaam zijn in de kinderopvang.

Artikel 10. Bewaartermijn gegevens in het landelijk register kinderopvang

De gegevens van een kinderopvangvoorziening in het landelijk register kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaren nadat zij zijn gewijzigd of nadat de kinderopvangvoorziening uit het landelijk register kinderopvang is verwijderd.

Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk

Artikel 11. Toegang tot het personenregister kinderopvang

Het personenregister kinderopvang kan worden geraadpleegd door:

Artikel 12. In het personenregister kinderopvang op te nemen gegevens

De volgende gegevens of categorieën van gegevens worden in het personenregister kinderopvang opgenomen:

Artikel 13. De start van de continue screening

Na inschrijving in het personenregister kinderopvang start de continue screening van de ingeschrevene.

Artikel 14. De houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau als bewerker
1.

De houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau is bewerker in de zin van artikel 1, onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor het verwerken van persoonsgegevens in verband met het leggen en beëindigen van de koppelingen.

2.

De houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau draagt, in het belang van de bescherming van de persoonsgegevens van ingeschrevenen, zorg voor passende maatregelen met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens in verband met het leggen en beëindigen van de koppelingen.

3.

De maatregelen, bedoeld in het tweede lid, omvatten in elk geval:

Artikel 15. Het leggen en beëindigen van de koppeling
1.

Het leggen van de koppeling door de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau kan pas plaatsvinden nadat de persoon, bedoeld in de artikelen 1.50, derde lid, 1.56, derde lid, en 1.56b, derde lid, van de wet is ingeschreven en de vergoeding van de kosten voor de inschrijving van de persoon is ontvangen.

2.

De houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau beëindigt de koppeling wanneer de ingeschrevene niet meer voor hem werkzaam is of anderszins niet meer gekoppeld hoeft te zijn aan de houder.

Artikel 16. De kosten voor de inschrijving

Bij ministeriële regeling wordt de hoogte van de vergoeding van de kosten voor de inschrijving vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de werkelijk gemaakte kosten.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 17. Intrekking Besluit registratie kinderopvang

Het Besluit registratie kinderopvang wordt ingetrokken.

Artikel 18. Gewijzigde grondslag

Dit besluit berust op de artikelen 1.45, vierde lid, 1.47, eerste en zesde lid, 1.47a, tweede lid, 1.47b, tweede en vierde lid, 1.48, zevende en elfde lid, 1.48a, derde lid, 1.48b, tweede lid, en 1.81, vierde lid, van de Wet kinderopvang.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Artikel 20. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 9a. Opname gegevens handhavingsbesluiten in het landelijk register kinderopvang

De gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel l, kunnen door een ieder worden geraadpleegd gedurende een periode van drie jaar na de datum van vermelding in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 9b. Gevolgen van melding over nieuwe gegevens in de justitiële documentatie

Indien het college op basis van een melding als bedoeld in artikel 22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens van Onze Minister van Veiligheid en Justitie vermoedt dat de houder van of een persoon die werkzaam is bij een kinderopvangvoorziening of een huisgenoot van de gastouder van 18 jaar en ouder niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, bepaalt de toezichthouder of het aanvragen van een nieuwe verklaring omtrent het gedrag door de houder, de persoon die werkzaam is bij een kinderopvangvoorziening of de huisgenoot van de gastouder aangewezen is.

Hoofdstuk 2a. Register buitenlandse kinderopvang

Artikel 15a. Verstrekking gegevens ten behoeve van continue screening in het peuterspeelzaalwerk

Vervallen

Artikel 15b. Gevolgen van melding over nieuwe gegevens in de justitiële documentatie

Vervallen

Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10a. De aanvraag
1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet, verstrekt een ouder als bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet in ieder geval de volgende gegevens aan Onze Minister:

2.

De aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat bij regeling van Onze Minister is vastgesteld.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid.

Artikel 10b. In het register buitenlandse kinderopvang op te nemen gegevens
1.

In het register buitenlandse kinderopvang neemt Onze Minister onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:

2.

Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt Onze Minister andere bij ministeriële regeling aangewezen gegevens op onder het unieke registratienummer in het register buitenlandse kinderopvang.

Artikel 10c. Wijziging verstrekte gegevens
1.

Onder een wijziging van gegevens waarvan de ouder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel a.

2.

Een verzoek als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat bij regeling van Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 10d. Verwijdering uit het register buitenlandse kinderopvang
1.

Onze Minister kan besluiten tot verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang indien blijkt dat:

2.

Onze Minister maakt de verwijdering van inschrijvingen uit het register buitenlandse kinderopvang als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet bekend op een website van de rijksoverheid.

3.

De verwijdering uit het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, 1.48a, tweede lid, van de wet en het eerste lid, en de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, vinden onverwijld plaats.

4.

Bij verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, blijft deze onder het unieke registratienummer zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van deze status, die ligt op of na de datum waarop de verwijdering door Onze Minister in het register buitenlandse kinderopvang is verwerkt.

Artikel 10e. De ingangs- en einddatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang
1.

De ingangsdatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op de datum dat Onze Minister de aanvraag tot inschrijving daarin heeft ontvangen.

2.

De einddatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op vier jaar na de ingangsdatum van de inschrijving daarin, bedoeld in datzelfde artikel.

3.

Indien met een bewijsstuk als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel h, slechts aannemelijk wordt gemaakt dat de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, voor een kortere periode dan vier jaar voldoet aan artikel 1.48, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, wordt de einddatum, in afwijking van het tweede lid, bepaald op de laatste dag van die periode.

4.

Indien sprake is van verwijdering als bedoeld in artikel 10d, wordt, in afwijking van het tweede lid, de datum waarop deze verwijdering ingaat als einddatum bepaald.

Artikel 10f. Verstrekking gegevens uit het register buitenlandse kinderopvang
1.

De gegevens, genoemd in artikel 10b, die in het register buitenlandse kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd.

2.

Na verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam- en adresgegevens en het land van vestiging van de voorziening, het unieke registratienummer, de ingangsdatum van de inschrijving als bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status.

3.

De gegevens die verwerkt worden in het register buitenlandse kinderopvang worden verstrekt aan de Dienst Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.

Artikel 10g. Bewaartermijn gegevens in het register buitenlandse kinderopvang

De gegevens van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, in het register buitenlandse kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaar nadat zij zijn gewijzigd of nadat de voorziening uit dit register is verwijderd.

Hoofdstuk 3. Personenregister kinderopvang

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 9c. Opname gegevens handhavingsbesluiten in het landelijk register kinderopvang

De gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel j, kunnen door een ieder worden geraadpleegd gedurende een periode van drie jaar na de datum van vermelding in het landelijk register kinderopvang.

Hoofdstuk 2a. Register buitenlandse kinderopvang

Artikel 15c. Opname gegevens handhavingsbesluiten in het register peuterspeelzaalwerk

Vervallen

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4a. Beheer van het personenregister kinderopvang
1.

De Dienst Uitvoering Onderwijs wordt aangewezen als bewerker in de zin van artikel 1, onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor het verwerken van gegevens in het personenregister kinderopvang, bedoeld in de artikelen 2 en 3.

2.

Bij de bewerker berust in ieder geval het beheer van het personenregister kinderopvang, waarbij wordt zorg gedragen voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van het personenregister kinderopvang.

3.

Onze Minister treft maatregelen die ertoe strekken dat de inhoud van het personenregister kinderopvang juist, actueel en volledig is.

Hoofdstuk 2. Landelijk register kinderopvang

Artikel 16a. Het uitwisselen van gegevens met Onze Minister van Justitie en Veiligheid

De gegevens uit het personenregister kinderopvang worden uitgewisseld met Onze Minister van Justitie en Veiligheid ten behoeve van:

Artikel 16b. Bewaartermijn gegevens in het personenregister kinderopvang
1.

De gegevens van een ingeschrevene in het personenregister kinderopvang worden ingeval van een melding op basis van artikel 22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens bewaard tot vier jaren nadat de inschrijving in het personenregister kinderopvang is beëindigd.

2.

Indien er geen sprake is van een melding als bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens van een ingeschrevene in het personenregister kinderopvang vernietigd nadat de inschrijving in het personenregister kinderopvang is beëindigd.

Artikel 18a. Overgangsbepaling met betrekking tot de overgang van continue screening fase 1 naar het personenregister kinderopvang

De artikelen 9a en 9b zoals die luidden op 28 februari 2018 blijven ten aanzien van de personen die op die datum continu gescreend worden gedurende de periode van 1 maart 2018 tot 1 juli 2018 van toepassing tot het tijdstip waarop deze personen, voor zover daartoe verplicht op grond van de artikelen 1.50, derde lid, 1.56, derde lid, en 1.56b, derde lid, van de wet, zijn ingeschreven in het personenregister kinderopvang.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.