Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 17 april 2012, nr. Minbuza-2012.7941, houdende beperkende maatregelen jegens Iran (Sanctieregeling Iran 2012)
17 versions
· 2026-03-06
2026-03-06
Sanctieregeling Iran 2012 — arts. 1, 3, 4 y 3 más
2025-06-04
Sanctieregeling Iran 2012 — arts. 3, 2
Wijzigingen op 2025-06-04
@@ -56,6 +56,8 @@
12. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid, artikel 3 bis, artikel 3 ter, artikel 3 quater, artikel 3 quinquies, eerste lid, artikel 3 sexies, tweede en derde lid, en artikel 5, eerste lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](32023R1529), is de Minister van Financiën voor zover het betreft financieringen, financiële bijstand, financiële diensten of transacties en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&artikel=10) de informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](32023R1529) verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](32023R1529) verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 5 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.
12a. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 quater bis, eerste lid, is de Minister van Financiën of de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 quater bis, tweede lid, is de Minister van Financiën of de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 septies, tweede lid, is, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp of de Minister van Financiën.
13. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](33429R2023), is de Minister van Financiën voor zover het betreft tegoeden, de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor zover het betreft vastgoed, inclusief bedrijfspanden, de Minister van Economische Zaken en Klimaat voor zover het betreft niet-beursgenoteerde ondernemingen, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor zover het betreft kunst- en cultuurobjecten en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor zover het betreft vaar- en luchtvaartuigen.
##### Artikel 4
@@ -98,9 +100,9 @@
##### Artikel 2a
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 3, artikel 5, eerste lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](33429R2023) van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2023 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de militaire steun van Iran aan de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne (PbEU 2023, L 186).
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 2 bis, eerste lid, artikel 3, artikel 3 septies, tweede lid, artikel 5, eerste lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](33429R2023) van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2023 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de militaire steun van Iran aan de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne (PbEU 2023, L 186).
2. Een verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien artikel 2, derde lid, vierde of zevende lid, artikel 3 bis, artikel 3 ter, artikel 3 quater, artikel 3 quinquies of artikel 3 sexies, eerste en tweede lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](33429R2023) van toepassing is.
2. Een verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien artikel 2, derde lid, vierde of zevende lid, artikel 2 bis, derde lid, artikel 3 bis, artikel 3 ter, artikel 3 quater, artikel 3 quater bis, eerste of tweede lid, artikel 3 quinquies, artikel 3 sexies, eerste en tweede lid, of artikel 3 septies, eerste lid, van [Verordening (EU) nr. 2023/1529](32023R1529) van toepassing is.
## Bijlage. bij Sanctieregeling Iran 2012
2025-04-01
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 3
2024-09-28
Sanctieregeling Iran 2012 — arts. 2, 3
2023-11-01
Sanctieregeling Iran 2012
2023-08-11
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 2012
2023-05-02
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 1
2019-11-20
Sanctieregeling Iran 2012 — arts. 4, 2012
2017-07-08
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 3
2016-01-21
Sanctieregeling Iran 2012 — arts. 1, 3, 5, 5
2015-08-26
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 5
2014-03-06
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 5
2013-11-02
Sanctieregeling Iran 2012
2013-05-02
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 5
2013-02-07
Sanctieregeling Iran 2012 — art. 5
2012-04-26
Sanctieregeling Iran 2012 — arts. 1, 2, 3 y 5 más
2012-04-26
Sanctieregeling Iran 2012
original version
Tekst op deze datum