Wijzigingsgeschiedenis

Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg

8 versions · 2024-06-05
2024-06-05
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg — arts. 3, 4, 5 y 3 m
2024-01-01
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg — arts. 3, 3
2018-08-01
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg
2016-01-01
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg
2006-11-01
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg
2006-10-01
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg — arts. 3, 3
2001-09-13
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg — arts. 1, 2, 3 y 4 m

Wijzigingen op 2001-09-13

@@ -111,31 +111,3 @@
Met 'Zorg verzekerd' is een aanpak tot stand gebracht op basis van integrale financiële afspraken waarin ruimte zit voor alle soorten van productie-afspraken, dus ook voor WBMV-voorzieningen. Er is derhalve geen afzonderlijk taakstellend WBMV-kader meer. Alleen ten behoeve van een monitoring van de ontwikkelingen worden de WBMV-afspraken nog afzonderlijk bijgehouden. Voor de centra voor bijzondere perinatologische zorg kan dit geschieden middels informatie van het CTG. Voor dit onderwerp wordt bovendien door de VAZ en ZN een landelijke regie gevoerd. Het `boter bij de vis'-principe houdt in dat lokale verzekeraars met de ziekenhuizen productie-afspraken maken over alle zorg die zij voor de verzekerde nodig achten. Afrekening vindt plaats op basis van hetgeen hiervan daadwerkelijk is gerealiseerd. In dit principe wordt ook de WBMV-productie meegenomen.
Deze regeling zal met bijbehorende bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
In verband met de bestuurlijke fusie van het Academisch Medisch Centrum en het VU Medisch Centrum voert Stichting Amsterdam UMC het specialisme bijzondere perinatologische zorg uitsluitend nog uit op de locatie AMC. In verband hiermee zijn de eerder aan beide instellingen verleende vergunningen voor het uitvoeren van de betreffende verrichtingen op naam gesteld van Stichting Amsterdam UMC, geldig voor de locatie AMC. Het gaat hier om verplaatsing van zorg zonder gevolgen voor de behandelcapaciteit. Om die reden stel ik de capaciteit bij naar negen centra.
### 3. Aanpak
Ik heb met de Vereniging Academische Ziekenhuizen (VAZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) afgesproken dat zij gezamenlijk de landelijke regie op zich nemen om de noodzakelijke uitbreiding van IC capaciteit voor pasgeborenen en kinderen op een zo kort mogelijke termijn in de ziekenhuizen te doen realiseren. Ik heb een externe organisatiedeskundige ingeschakeld om als waarnemer namens het departement mede invulling te geven aan die regie. De deskundige (die tevens kinderarts is) zal er aan bijdragen dat het tekort aan IC-plaatsen voor pasgeborenen en ernstig zieke kinderen snel wordt aangepakt en de mogelijkheden van transport van ernstig zieke kinderen worden verbeterd. Daarbij zal hij ook de mogelijkheden van de beide algemene ziekenhuizen waar neonatologie plaatsvindt, uitdrukkelijk betrekken. Ik heb hem in het bijzonder gevraagd om waar nodig ondersteunend en entamerend op te treden en daarbij vooral ook aandacht te geven aan een goede coördinatie en afstemming van de verschillende acties die nodig zijn om de zaken grondig aan te pakken. Het gaat om een totaal-aanpak waarbij alle aspecten betrokken worden. Belangrijke factor daarbij is het opleiden van voldoende medisch en verpleegkundig personeel. Zowel de VAZ als de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen NVZ (NVZ) hebben in het afgelopen jaar een start gemaakt met een ingrijpende inhaalslag. Die inhaalslag richt zich zowel op een structurele versterking van opleidingen van verpleegkundigen en specialisten als op vergroting van de behandelcapaciteit, in eerste instantie bij de IC's, inclusief neonatologie, maar ook bij bijvoorbeeld OK-faciliteiten. Bij deze aanpak moeten ook de betrokken beroepsgroepen, waaronder de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, betrokken zijn. De organisatiedeskundige dient hierop toe te zien en mij regelmatig verslag te doen van de vorderingen van deze meerjarenaanpak.
### 4. Bekostiging
Bij het opstellen van deze beleidsregels is een bijdrage van de beroepsverenigingen noodzakelijk omdat duidelijk moet zijn welke kosten voor derdelijns obstetrische zorg en post-IC HC gerelateerd zijn aan de neonatale intensive care en op welke wijze verrekening plaatsvindt voor post-IC HC indien deze opvang niet in het centrum voor bijzondere perinatologische zorg wordt verleend. Op deze wijze kan het centrum voor bijzondere perinatologische zorg ook in financieel opzicht als een geheel beschouwd worden. In het lokaal overleg zullen, net als voor het aantal plaatsen voor neonatale intensive care, afspraken gemaakt moeten worden over het aantal plaatsen voor derdelijns obstetrische zorg en post-IC HC. Voldoende plaatsen voor post-IC HC is van groot belang om doorstroming op de neonatale IC mogelijk te maken.
### 5. Centra
Elk van de negen centra is in het bezit van een vergunning voor de medische verrichting neonatale intensive care als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de bijzondere medische verrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008974&artikel=2). Het centrum voor bijzondere perinatologische zorg van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) neemt een opmerkelijke positie in omdat het is verspreid over twee locaties: het LUMC en het Juliana Kinderziekenhuis (JKZ, Stichting Samenwerkende Ziekenhuizen Juliana Kinderziekenhuis/Rode Kruis Ziekenhuis) te Den Haag. Hierdoor zijn er feitelijk tien centra. Deze situatie is slechts acceptabel indien gewaarborgd is dat het JKZ daadwerkelijk altijd kan terugvallen op het centrum in het LUMC. Garanties dienen aanwezig te zijn dat op beide locaties voldaan wordt aan de randvoorwaarden en kwaliteitseisen om als centrum voor bijzondere perinatologische zorg te functioneren. Ik wil benadrukken dat het centrum in het LUMC/JKZ een uitzonderingspositie bekleedt en dat ik het niet wenselijk acht dat ook in andere ziekenhuizen door middel van vergelijkbare samenwerkingsverbanden afdelingen voor intensive care voor pasgeborenen worden opgezet.
### 6. Uitgangspunten voor uitbreiding
Deze uitgangspunten dienen te worden vastgesteld in het lokaal overleg van de betrokken partijen ter zake.
### 7. Kwaliteit van perinatologische zorg
- Landelijk moet er samenwerking zijn die uitmondt in behandelprotocollen die voor alle negen centra gelijk zijn. In de behandelprotocollen moet aandacht zijn voor de wijze waarop de ouders bij de besluitvorming over de behandeling worden betrokken.
### 8. Realisatie
Met 'Zorg verzekerd' is een aanpak tot stand gebracht op basis van integrale financiële afspraken waarin ruimte zit voor alle soorten van productie-afspraken, dus ook voor WBMV-voorzieningen. Er is derhalve geen afzonderlijk taakstellend WBMV-kader meer. Alleen ten behoeve van een monitoring van de ontwikkelingen worden de WBMV-afspraken nog afzonderlijk bijgehouden. Voor de centra voor bijzondere perinatologische zorg kan dit geschieden middels informatie van de Nederlandse Zorgautoriteit. Voor dit onderwerp wordt bovendien door de VAZ en ZN een landelijke regie gevoerd. Het `boter bij de vis'-principe houdt in dat lokale verzekeraars met de ziekenhuizen productie-afspraken maken over alle zorg die zij voor de verzekerde nodig achten. Afrekening vindt plaats op basis van hetgeen hiervan daadwerkelijk is gerealiseerd. In dit principe wordt ook de WBMV-productie meegenomen.
Deze regeling zal met bijbehorende bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2001-09-13
Planningsbesluit bijzondere perinatologische zorg
original version Tekst op deze datum