Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 december 2012, nr. WJZ/353186 (10126), houdende verlaagde bezoldigingmaxima voor topfunctionarissen in het onderwijs en ter invoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 34
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

middelbaar beroepsonderwijs – sector economie;

6.

hoger beroepsonderwijs – sectoroverstijgend;

7.

hoger beroepsonderwijs – sector onderwijs;

8.

hoger beroepsonderwijs – sector landbouw en natuurlijke omgeving;

9.

hoger beroepsonderwijs – sector techniek;

10.

hoger beroepsonderwijs – sector gezondheidszorg;

11.

hoger beroepsonderwijs – sector economie;

12.

hoger beroepsonderwijs – sector gedrag en maatschappij;

13.

hoger beroepsonderwijs – sector taal en cultuur.

III. Het aantal onderwijssectoren uit de volgende opsomming wordt vermenigvuldigd met factor 3:

1.

wetenschappelijk onderwijs – sectoroverstijgend;

2.

wetenschappelijk onderwijs – sector onderwijs;

3.

wetenschappelijk onderwijs – sector landbouw en natuurlijke omgeving;

4.

wetenschappelijk onderwijs – sector natuur;

5.

wetenschappelijk onderwijs – sector techniek;

6.

wetenschappelijk onderwijs – sector gezondheidszorg;

7.

wetenschappelijk onderwijs – sector economie;

8.

wetenschappelijk onderwijs – sector recht;

9.

wetenschappelijk onderwijs – sector gedrag en maatschappij;

10.

wetenschappelijk onderwijs – sector taal en cultuur.

De criteria genoemd in deel 1, onder 1A, 1B en 1C, van deze bijlage zijn van overeenkomstige toepassing op rechtspersonen of instellingen die in het lopende jaar of de twee voorafgaande jaren zijn opgericht, gefuseerd of gesplitst, met dien verstande dat voor de toepassing van de criteria de volgende berekening wordt gehanteerd.

Indien een rechtspersoon of instelling in het lopende jaar is opgericht, gefuseerd of gesplitst, wordt voor de toepassing van:

  • a. het criterium onder 1A van deze bijlage uitgegaan van de baten die zijn opgenomen in de begroting voor het lopende jaar, geëxtrapoleerd naar een geheel jaar;
  • b. het criterium onder 1B van deze bijlage uitgegaan van de aantallen leerlingen, vavo-studenten, mbo-studenten of ho-studenten op 1 oktober van het lopende jaar; en
  • c. het criterium onder 1C van deze bijlage uitgegaan van het gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren dat op basis van het onderwijsaanbod op 1 oktober van het lopende jaar kan worden vastgesteld.

Indien een rechtspersoon of instelling in het jaar voorafgaand aan het lopende jaar is opgericht, gefuseerd of gesplitst, wordt voor de toepassing van:

  • a. het criterium onder 1A van deze bijlage uitgegaan van de baten volgens de jaarrekening van het voorafgaande jaar, geëxtrapoleerd naar een geheel jaar;
  • b. het criterium onder 1B van deze bijlage uitgegaan van de aantallen leerlingen, vavo-studenten, mbo-studenten of ho-studenten op 1 oktober van het voorafgaande jaar; en
  • c. het criterium onder 1C van deze bijlage uitgegaan van het gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren dat op basis van het onderwijsaanbod op 1 oktober van het voorafgaande jaar kan worden vastgesteld.

Indien een rechtspersoon of instelling in het tweede jaar voorafgaand aan het lopende jaar is opgericht, gefuseerd of gesplitst, wordt voor de toepassing van:

  • a. het criterium onder 1A van deze bijlage uitgegaan van de baten volgens de jaarrekening van het tweede jaar voorafgaand, geëxtrapoleerd naar een geheel jaar;
  • b. het criterium onder 1B van deze bijlage ten aanzien van het primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs uitgegaan van de aantallen leerlingen op 1 februari van het voorafgaande jaar, en ten aanzien van de overige onderwijssoorten en sectoren uitgegaan van de aantallen leerlingen, vavo-studenten, mbo-studenten of ho-studenten op 1 oktober van het voorafgaande jaar; en
  • c. het criterium onder 1C van deze bijlage uitgegaan van het gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren dat op basis van het onderwijsaanbod in het voorafgaande jaar kan worden vastgesteld. Daarbij wordt ten aanzien van het primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs uitgegaan van het onderwijsaanbod op 1 februari van dat jaar, en ten aanzien van de overige onderwijssoorten en sectoren uitgegaan van het onderwijsaanbod op 1 oktober van dat jaar.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)