Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat en de Minister van Infrastructuur en Milieu houdende de verlening van mandaat voor het uitvoeren van de nautische rijkstaken in het Noordzeekanaalgebied aan de directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013)

2 versions · 2013-06-01
2013-06-01
Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013 — arts.

Wijzigingen op 2013-06-01

@@ -34,11 +34,11 @@
##### Artikel 1. Mandaatverlening
1. De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat verleent mandaat voor de nautische rijkstaken en bevoegdheden genoemd in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-04-02) aan de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, voor zover deze worden uitgeoefend in het Noordzeekanaalgebied zoals genoemd in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=2&z=2013-06-01&g=2013-04-02) van dit besluit.
1. De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat verleent mandaat voor de nautische rijkstaken en bevoegdheden genoemd in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01) aan de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, voor zover deze worden uitgeoefend in het Noordzeekanaalgebied zoals genoemd in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=2&z=2013-06-01&g=2013-06-01) van dit besluit.
2. De mandatering laat onverlet dat de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat bevoegd blijft zelf te beslissen in de hieronder genoemde nautische aangelegenheden.
3. Aan de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat blijft voorbehouden het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-04-02) genoemde bevoegdheden.
3. Aan de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat blijft voorbehouden het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01) genoemde bevoegdheden.
4. Onder ‘directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied’ wordt tevens verstaan diens plaatsvervanger, voor zover deze als (onbezoldigd) rijksambtenaar van Rijkswaterstaat is aangesteld.
@@ -84,7 +84,7 @@
##### Artikel 5. Aanwijzing toezichthouders
Aan te wijzen als toezichthouders in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-04-02), de nautische medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van Havenmeester Amsterdam vallen, met uitzondering van hen die alleen administratieve werkzaamheden uitoefenen.
Aan te wijzen als toezichthouders in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033217&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), de nautische medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van Havenmeester Amsterdam vallen, met uitzondering van hen die alleen administratieve werkzaamheden uitoefenen.
##### Artikel 6. Bekendmaking
2013-04-02
Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013 — ver
original version Tekst op deze datum