← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 augustus 2013, 2013-0000110985, tot cofinanciering van sectorplannen (Regeling cofinanciering sectorplannen)

Geldende tekst a fecha 2014-01-06

Gelet op de artikelen 2, 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Financiering sectorplannen
1.

De sectorplannen worden gefinancierd uit de eigen middelen van de in het sectorplan betrokken werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties en de arbeidsorganisaties en werknemers waarop het sectorplan betrekking heeft.

2.

Onder eigen middelen van arbeidsorganisaties wordt niet verstaan middelen die voor dezelfde activiteiten als subsidie of uit private fondsen zijn verstrekt, met uitzondering van de middelen die uit een O&O-fonds zijn verstrekt.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op in Nederland gevestigde rechtspersonen die een of meer subsidies ontvangen als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die tezamen meer bedragen dan 50% van de jaarlijkse inkomsten van de rechtspersoon, met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte onderneming drijven.

4.

De minister stelt middelen beschikbaar voor de cofinanciering van maatregelen in sectorplannen teneinde subsidie te verlenen in de jaren 2013 tot en met 2015.

5.

Maatregelen in sectorplannen komen voor een maximale termijn van twee aaneengesloten jaren voor cofinanciering in aanmerking. De aanvang van deze termijn kan niet eerder liggen dan na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.

Artikel 1.3. Toepasselijkheid Algemene regeling SZW-subsidies

Op deze regeling is de Algemene regeling SZW-subsidies van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.

Artikel 1.4. Subsidieplafond
1.

De minister stelt 590 miljoen EUR beschikbaar voor de cofinanciering van sectorplannen, welk bedrag wordt onderverdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor de tijdvakken afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.

2.

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. Indien deze mogelijkheid wordt geopend, wordt hiervan vooraf door de minister in de Staatscourant mededeling gedaan met vermelding van het subsidieplafond voor dat aanvraagtijdvak.

Artikel 1.5. Verdeling
1.

Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond binnen een aanvraagtijdvak, worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake wanneer wordt voldaan aan artikel 2.3.

2.

Wanneer de hoofdaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag tot cofinanciering aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag tot cofinanciering.

Artikel 1.6. Mandaat directeur Agentschap SZW
1.

Aan de directeur van het Agentschap SZW wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten met betrekking tot de uitvoering van deze regeling, waaronder begrepen:

2.

De directeur van het Agentschap SZW kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, in een door hem te bepalen omvang mandateren aan onder hem ressorterende functionarissen.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 2.1. Het samenwerkingsverband
1.

Een sectorplan wordt opgesteld door een samenwerkingsverband dat ten minste bestaat uit een of meer werknemersorganisaties en een of meer werkgeversorganisaties.

2.

Het samenwerkingsverband kan in afwijking van het eerste lid bestaan uit een of meer werknemersorganisaties en meerdere bij een werkgeversorganisatie aangesloten arbeidsorganisaties.

3.

De samenwerking kan worden georganiseerd binnen of tussen een of meer sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s.

4.

De samenwerking wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst waarin een hoofdaanvrager wordt aangewezen.

Artikel 2.2. De hoofdaanvrager
1.

De hoofdaanvrager dient namens een samenwerkingsverband een sectorplan in en vraagt hiervoor subsidie aan.

2.

De hoofdaanvrager toont aan dat de aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband waarvan de betrokken partijen in staat zijn om het sectorplan binnen de gestelde tijd uit te voeren.

3.

De hoofdaanvrager toont aan dat hij gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

4.

Als hoofdaanvrager kan optreden:

5.

De hoofdaanvrager toont aan te beschikken over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, exclusief overhead als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid.

6.

Indien de hoofdaanvrager niet beschikt over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, stelt het samenwerkingsverband zich garant voor een bedrag van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.

7.

Indien het aanwijzen van een hoofdaanvrager als bedoeld in het vierde lid niet mogelijk is, kan een sectorplan eveneens worden ingediend door een andere organisatie die als hoofdaanvrager optreedt en die daarbij aantoont:

Artikel 2.3. De aanvraag
1.

Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste 250.000 EUR, exclusief overhead als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid.

2.

De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een door de minister verstrekt elektronisch formulier.

3.

De minister kan in afwijking van het tweede lid en artikel 1.4, tweede lid, besluiten een of meer samenwerkingsverbanden aan te wijzen die in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan het eerste aanvraagtijdvak en zonder gebruikmaking van het elektronisch formulier een aanvraag in te dienen. Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

4.

De subsidieaanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de hoofdaanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend met betrekking tot dezelfde sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s.

5.

Bij de aanvraag wordt een sectorplan overlegd dat ten minste bestaat uit:

6.

Op de aanvraag wordt uiterlijk 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag beschikt.

7.

Door het indienen van een aanvraag stemt de hoofdaanvrager er namens het samenwerkingsverband mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.

Artikel 2.4. Subsidieverlening
1.

De minister kan subsidie verlenen voor de cofinanciering van maatregelen in een sectorplan.

2.

De subsidie wordt verleend aan de hoofdaanvrager.

3.

De beschikking tot verlening van subsidie betreft de voor cofinanciering in aanmerking komende maatregelen, en het aantal van deze maatregelen, zoals vastgelegd in het bij de subsidieaanvraag gevoegde sectorplan.

4.

In de beschikking wordt de periode opgenomen waarbinnen de maatregelen waarvoor cofinanciering wordt toegekend worden uitgevoerd. Tevens wordt in de beschikking het maximumbedrag bepaald dat aan subsidie tegemoet kan worden gezien. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de maatregelen waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd, zoals door de hoofdaanvrager geraamd in zijn aanvraag tot cofinanciering, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, maatregelen en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het sectorplan, dan wel uit anderen hoofde worden vergoed.

5.

In de beschikking worden de prestaties benoemd waarvoor subsidie wordt verleend en waarop de verantwoording en de subsidievaststelling zal plaatsvinden, en wordt aan de hand van het tijdpad, bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid, onder e, aangegeven in welke periode deze prestaties worden behaald en of hiervoor voorschotten worden verleend.

6.

Aan de beschikking tot verlening van subsidie kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 2.5. Weigering van de subsidie

Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt in ieder geval afgewezen, indien naar het oordeel van de minister:

Hoofdstuk 3. Plannen met uitvoering op sectorniveau

Artikel 3.1. Sectormaatregelen

Maatregelen komen slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover zij betrekking hebben op ten minste twee of meer van de volgende thema’s:

Artikel 3.2. In aanmerking te nemen kosten

Voor cofinanciering komen in aanmerking:

Artikel 3.3. Niet in aanmerking te nemen kosten
1.

Niet voor cofinanciering komen in aanmerking:

2.

Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt door de minister afgewezen, indien de kosten van de maatregel waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde van overheidswege worden gefinancierd.

Hoofdstuk 4. Plannen met uitvoering op ondernemingsniveau

Artikel 4.1. Toepasselijkheid Groepsvrijstellingsverordening

Dit hoofdstuk valt onder de verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L214).

Artikel 4.2. Maatregelen ten behoeve van advisering
1.

Maatregelen die tot doel hebben om een MKB-bedrijf door incidentele advisering te laten ondersteunen kunnen voor cofinanciering in aanmerking komen. De subsidiabele kosten zijn de kosten van door externe adviseurs verrichte diensten gemaximeerd op een uurtarief van € 125,– per uur, exclusief BTW.

2.

De advisering komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover het subsidiebedrag niet meer dan 2 miljoen euro per onderneming per project bedraagt.

3.

De advisering komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover zij niet van permanente of periodieke aard is en evenmin behoort tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming.

Artikel 4.3. Opleidingsmaatregelen
1.

Maatregelen die tot doel hebben om werknemers op te leiden door middel van algemene scholing kunnen voor cofinanciering in aanmerking komen. De subsidiabele kosten zijn:

2.

De maatregel komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover het subsidiebedrag niet meer dan 2 miljoen euro per onderneming per opleidingsproject bedraagt.

3.

Artikel 1.2, vijfde lid en artikel 5.2, eerste lid, onderdeel c, zijn niet van toepassing indien het opleidingsproject een BBL betreft waarmee niet binnen zes maanden na de datum van de subsidiebeschikking, bedoeld in artikel 2.4, een aanvang kan worden gemaakt, mits de BBL aanvangt binnen twaalf maanden na de datum van de subsidiebeschikking. In afwijking van artikel 5.5, eerste lid, dient de hoofdaanvrager binnen dertien weken na beëindiging van de uitvoering van alle in de subsidiebeschikking genoemde maatregelen een aanvraag tot subsidievaststelling van het volledige sectorplan in bij de minister onder gebruikmaking van het daartoe door de minister beschikbaar gestelde elektronische formulier.

4.

In afwijking van het eerste lid en artikel 5.1, eerste lid, bedraagt de subsidie voor een BBL 20% van de subsidiabele kosten, waarbij de subsidiabele kosten uitsluitend bestaan uit de loonkosten gedurende de eerste twee jaren van diegene die de opleiding volgt, waarbij het component brutoloon van de loonkosten dat voor subsidie in aanmerking komt, is gemaximeerd op het voor die persoon geldende wettelijk minimumloon.

Artikel 4.4. Maatregelen voor indienstneming van kwetsbare werknemers
1.

Maatregelen die tot doel hebben om kwetsbare werknemers in dienst te nemen, kunnen voor cofinanciering in aanmerking komen. De subsidiabele kosten zijn maximaal 20% van de loonkosten van de kwetsbare werknemer gedurende de eerste twaalf maanden na indienstneming.

2.

De indienstneming van kwetsbare werknemers komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover die indienstneming leidt tot een netto toename van het aantal werknemers bij de betrokken onderneming in vergelijking met het gemiddelde van het aantal werknemers in de voorgaande twaalf maanden.

3.

In afwijking van het tweede lid komt de indienstneming van kwetsbare werknemers eveneens voor cofinanciering in aanmerking indien de vacature of de vacatures niet zijn ontstaan door afvloeiingen maar door ontslag op initiatief van de werknemer, handicap, ouderdomspensionering, vermindering van werktijd op initiatief van de werknemer of gewettigd ontslag om dringende redenen.

4.

De maatregel komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover het subsidiebedrag en het subsidiebedrag dat wordt verleend op grond van artikel 4.5 tezamen niet meer dan 5 miljoen euro per onderneming per project bedraagt.

Artikel 4.5. Maatregelen voor indienstneming van werkloze jongeren

Vervallen

Hoofdstuk 5. Subsidieverstrekking

Artikel 5.1. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie ten behoeve van maatregelen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten voor de maatregel bedoeld in artikel 4.4.

3.

Indien bij het indienen, dan wel bij het controleren van de einddeclaratie blijkt, dat minder dan 60% van de totale subsidiabele kosten, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, wordt het subsidiebedrag op nihil vastgesteld.

4.

De subsidie kan bij onderrealisatie in afwijking van het derde lid naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen.

Artikel 5.2. Intrekking en terugvordering
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de beschikking tot subsidieverlening geheel ingetrokken indien:

2.

De beschikking tot subsidieverlening kan in afwijking van het eerste lid gedeeltelijk worden ingetrokken indien er geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.

3.

Indien de beschikking tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de hoofdaanvrager teruggevorderd.

Artikel 5.3. Bevoorschotting en meldingsplicht
1.

Indien een aanvraag tot cofinanciering van een sectorplan wordt goedgekeurd, kan een voorschot op het totale subsidiebedrag worden verstrekt.

2.

Na goedkeuring van het sectorplan kan een voorschot van 10% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag worden verstrekt.

3.

Iedere zes maanden na verlening van het eerste voorschot, kan op basis van het in de subsidiebeschikking bepaalde tijdpad een tussentijds voorschot worden verleend, tot een maximum van 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.

4.

De hoofdaanvrager doet binnen twee maanden na afloop van de periode van zes maanden waarvoor een voorschot is verleend melding aan de minister, als de subsidiabele kosten in die periode 75% of minder bedragen dan de in de subsidiebeschikking vermelde subsidiabele kosten voor die periode en de voorschotten per jaar gemiddeld € 200.000,– of meer bedragen.

5.

De hoofdaanvrager doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

6.

De hoofdaanvrager kan bij de aanvraag van cofinanciering op het door de minister beschikbaar gestelde elektronisch formulier aangeven een voorschot te willen ontvangen. Indien de hoofdaanvrager heeft aangegeven geen voorschot te willen ontvangen, wordt deze niet toegekend.

Artikel 5.4. Rapportageverplichting
1.

Voor zover de uitvoering van het sectorplan een periode beslaat die langer is dan twaalf maanden, overlegt de hoofdaanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, twaalf maanden na aanvang van de uitvoering van het sectorplan een tussentijds voortgangsverslag met de tot dan toe behaalde resultaten en gemaakte kosten waarbij ten minste wordt aangegeven de aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de prestaties.

2.

De hoofdaanvrager verstrekt bij het tussentijds voortgangsverslag, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, aan de minister het burgerservicenummer van de deelnemers per maatregel in het sectorplan waarvoor cofinanciering is verstrekt.

3.

Indien de hoofdaanvrager voorschotten ontvangt als bedoeld in artikel 5.3 kan de minister in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opleggen dat het tussentijdse voortgangsverslag is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volgens een door de minister voor te schrijven model.

Artikel 5.5. Einddeclaratie en subsidievaststelling
1.

De hoofdaanvrager dient binnen dertien weken na beëindiging van de uitvoering van de in de subsidiebeschikking genoemde maatregelen, doch uiterlijk binnen dertien weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 1.2, vijfde lid, een verzoek tot vaststelling van subsidie in bij de minister onder gebruikmaking van het daartoe door de minister beschikbaar gestelde elektronisch formulier.

2.

Bij het verzoek tot vaststelling van subsidie wordt een verantwoording en een einddeclaratie gevoegd. De hoofdaanvrager verstrekt bij de einddeclaratie het burgerservicenummer van de deelnemers per maatregel in het sectorplan waarvoor cofinanciering is verstrekt. De verantwoording bevat ten minste de aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de prestaties.

3.

De minister beslist binnen 22 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 5.6. Overhead
1.

Kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten van de hoofdaanvrager komen voor 50% cofinanciering in aanmerking.

2.

Onder kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten worden verstaan alle niet directe kosten waaronder inbegrepen de kosten van administratie en beheer en de kosten van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, derde lid, en de Algemene regeling SZW-subsidies.

3.

De kosten voor overhead worden niet in de begroting bij de aanvraag tot cofinanciering opgenomen doch door de minister vastgesteld op een percentage van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten exclusief de overheadkosten.

4.

Het percentage, bedoeld in het derde lid, bedraagt de som van:

Artikel 5.7. Administratievoorschriften
1.

De hoofdaanvrager houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het sectorplan en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten. Deze administratie bestaat uit een projectadministratie, waaronder begrepen een financiële administratie en een administratie van de deelnemers per maatregel inclusief een burgerservicenummer waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en ten behoeve van de vaststelling van de subsidiabiliteit zijn te verifiëren met bewijsstukken. Deze administratie is voor controle beschikbaar op één locatie.

2.

De administratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde maatregelen.

3.

De financiële administratie geeft inzicht in de gemaakte subsidiabele kosten, de inkomsten en de wijze waarop de inkomsten en uitgaven aan de maatregelen van het sectorplan worden toegerekend.

Hoofdstuk 6. Evaluatie

Artikel 6.1. Evaluatiebepaling
1.

De minister draagt in 2016 zorg voor de evaluatie van deze regeling.

2.

De hoofdaanvrager verleent aan de minister medewerking aan het opstellen van evaluatierapporten met betrekking tot deze regeling, en draagt, voor zover het sectorplan niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, er zorg voor dat de feitelijk uitvoerder van het sectorplan deze medewerking verleent.

3.

De minister past deze regeling zo nodig aan, indien tijdens de uitvoering van deze regeling blijkt dat hier aanleiding toe is.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling cofinanciering sectorplannen

Artikel 7.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Bijlage 1. Arbeidsmarktregio’s

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeingen en gemeenten hanteren voor de Nederlandse arbeidsmarkt een indeling in 35 arbeidsmarktregio’s. Per regio is er een centrumgemeente, hieronder aangeduid met *.

Achterhoek

Aalten | Berkelland | Bronckhorst | Doesburg | *Doetinchem | Montferland | Oost Gelre | Oude IJsselstreek | Winterswijk

Drechtsteden

Alblasserdam | *Dordrecht| Hendrik-Ido-Ambacht | Papendrecht | Sliedrecht | Zwijndrecht

Drenthe

Borger-Odoorn | Coevorden | De Wolden | *Emmen | Hoogeveen | Midden-Drenthe

Flevoland

*Almere | Dronten | Lelystad | Noordoostpolder | Urk

Food Valley

Barneveld | *Ede | Renswoude | Rhenen | Scherpenzeel | Veenendaal | Wageningen

Friesland

Achtkarspelen | Ameland | Boarnsterhim | Dantumadiel | Dongeradeel | Ferwerderadiel | Franekeradeel | Gaasterlân-Sleat | Harlingen | Heerenveen | Het Bildt | Kollumerland Ca | *Leeuwarden | Leeuwarderadeel | Lemsterland | Littenseradiel | Menameradiel | Ooststellingwerf | Opsterland | Schiermonnikoog | Skarsterlân | Smallingerland | Súdwest-Fryslân | Terschelling | Tytsjerksteradiel | Vlieland | Weststellingwerf

Gooi- en Vechstreek

Blaricum | Bussum | Eemnes | *Hilversum | Huizen | Laren | Muiden | Naarden | Weesp | Wijdemeren

Gorinchem

Giessenlanden | *Gorinchem | Hardinxveld-Giessendam | Leerdam | Lingewaal | Molenwaard | Zederik

Groningen

Aa en Hunze | Appingedam | Assen | Bedum | Bellingwedde | De Marne | Delfzijl | Eemsmond | *Groningen | Grootegast | Haren | Hoogezand-Sappemeer | Leek | Loppersum | Marum | Menterwolde | Noordenveld | Oldambt | Pekela | Slochteren | Stadskanaal | Ten Boer | Tynaarlo | Veendam | Vlagtwedde | Winsum | Zuidhorn

Groot-Amsterdam

Aalsmeer | Amstelveen | *Amsterdam | De Ronde Venen | Diemen | Landsmeer | Haarlemmermeer | Ouder-Amstel | Uithoorn

Haaglanden

Delft | Midden-Delfland | Rijswijk | *’s-Gravenhage | Westland

Helmond-De Peel

Asten | Deurne | Geldrop-Mierlo | Gemert-Bakel | *Helmond | Laarbeek | Someren

Holland Rijnland

Alphen aan den Rijn | Boskoop | Hillegom | Kaag en Braassem | Katwijk | *Leiden | Leiderdorp | Lisse | Nieuwkoop | Noordwijk | Noordwijkerhout | Oegstgeest | Rijnwoude | Teylingen | Zoeterwoude

Ijsselvechtstreek

Dalfsen | Hardenberg | Hattem | Heerde | Kampen | Meppel | Oldebroek | Ommen | Raalte | Staphorst | Steenwijkerland | Westerveld | Zwartewaterland | *Zwolle

Midden-Brabant

Alphen-Chaam (5130–5131) | Baarle-Nassau | Dongen | Gilze en Rijen | Goirle | Heusden | Hilvarenbeek | Loon op Zand | Oisterwijk | *Tilburg | Waalwijk

Midden-Gelderland

*Arnhem | Duiven | Lingewaard | Overbetuwe | Renkum | Rheden | Rijnwaarden | Rozendaal | Westervoort | Zevenaar

Midden-Holland

Bergambacht | Bodegraven-Reeuwijk | *Gouda | Nederlek | Ouderkerk | Schoonhoven | Vlist | Waddinxveen | Zuidplas

Midden-Limburg

Echt-Susteren | Leudal | Maasgouw | Nederweert | Roerdalen | *Roermond | Weert

Midden-Utrecht

Bunnik | De Bilt | Houten | IJsselstein | Lopik | Montfoort | Nieuwegein | Oudewater | Stichtse Vecht | *Utrecht | Utrechtse Heuvelrug | Vianen | Wijk bij Duurstede | Woerden | Zeist

Noord-Holland Noord

*Alkmaar | Bergen NH | Castricum | Den Helder | Drechterland | Enkhuizen | Graft-De Rijp | Heerhugowaard | Heiloo | Hollands Kroon | Hoorn | Koggenland | Langedijk | Medemblik | Opmeer | Schagen | Schermer | Stede Broec | Texel

Noord-Limburg

Beesel | Bergen LB | Gennep | Horst aan de Maas | Peel en Maas | *Venlo | Venray

Noordoost-Brabant

Boxmeer | Bernheze | Boekel | Boxtel | Cuijk | Grave | Haaren | Mill en Sint Hubert | *’sHertogenbosch | Landerd | Maasdonk | Oss | Schijndel | Sint Anthonis | Sint-Michielsgestel |Sint-Oedenrode | Uden | Veghel | Vught

Oost-Utrecht

*Amersfoort | Baarn | Bunschoten | Leusden | Nijkerk | Soest | Woudenberg

Rijnmond

Albrandswaard | Barendrecht | Bernisse | Binnenmaas | Brielle | Capelle aan den IJssel | Cromstrijen | Goeree-Overflakkee | Hellevoetsluis | Korendijk | Krimpen aan den IJssel | Maassluis | Oud-Beijerland | Ridderkerk | *Rotterdam | Schiedam | Spijkenisse | Strijen | Vlaardingen | Westvoorne

Rivierenland

Buren | Culemborg | Geldermalsen | Neder-Betuwe | Maasdriel | Neerijnen | *Tiel | West Maas en Waal | Zaltbommel

Stedendriehoek

*Apeldoorn | Brummen | Deventer | Elburg | Epe | Ermelo | Harderwijk | Lochem | Nunspeet | Olst-Wijhe | Putten | Voorst | Zeewolde | Zutphen

Twente

Almelo | Borne | Dinkelland | *Enschede | Haaksbergen | Hellendoorn | Hengelo | Hof van Twente | Losser | Oldenzaal | Rijssen-Holten | Tubbergen | Twenterand | Wierden

West-Brabant

Aalburg | Alphen-Chaam (4855–4861) | Bergen op Zoom | *Breda | Drimmelen | Etten-Leur | Geertruidenberg | Halderberge | Moerdijk | Oosterhout | Roosendaal | Rucphen | Steenbergen | Werkendam | Woensdrecht | Woudrichem | Zundert

Zaanstreek/Waterland

Beemster | Edam-Volendam | Oostzaan | Purmerend | Waterland | Wormerland | *Zaanstad | Zeevang

Zeeland

Borsele, *Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen

Zuid-Holland Centraal

Lansingerland | Leidschendam-Voorburg | Pijnacker-Nootdorp | Voorschoten | Wassenaar |*Zoetermeer

Zuid-Gelderland

Beuningen | Druten | Groesbeek | Heumen | Millingen aan de Rijn | Mook en Middelaar | *Nijmegen | Ubbergen | Wijchen

Zuid-Kennemerland

Beverwijk | Bloemendaal | *Haarlem | Haarlemmerliede Ca | Heemskerk | Heemstede | Uitgeest | Velsen | Zandvoort

Zuid-Limburg

Beek | Brunssum | Eijsden-Margraten | Gulpen-Wittem | *Heerlen | Kerkrade | Landgraaf | Maastricht | Meerssen | Nuth | Onderbanken | Schinnen | Simpelveld | Sittard-Geleen | Stein | Vaals | Valkenburg aan de Geul | Voerendaal

Zuidoost-Brabant

Bergeijk | Best | Bladel | Cranendonck | Eersel | *Eindhoven | Heeze-Leende | Nuenen Ca | Oirschot | Reusel-De Mierden | Son en Breugel | Valkenswaard | Veldhoven | Waalre

Bijlage 2. Centrale werkgeversorganisaties

Vereniging VNO-NCW

Koninklijke Vereniging MKB-Nederland

Vereniging Land- en Tuinbouworganisatie Nederland

Bijlage 3. : Sectorindeling

Indeling naar sector Indeling naar sector
1. Landbouw, bosbouw, visserij en delfstoffenwinning • Landbouw, veehouderij, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht • Bosbouw, exploitatie van bossen en dienstverlening voor de bosbouw • Winning van aardolie en aardgas • Winning van delfstoffen (geen olie en gas) • Dienstverlening voor de winning van delfstoffen
2. Procesindustrie: • Vervaardiging van voedingsmiddelen • Vervaardiging van dranken • Vervaardiging van tabaksproducten • Vervaardiging van cokesoven producten en aardolieverwerking • Vervaardiging van chemische producten • Vervaardiging van farmaceutische producten en grondstoffen • Vervaardiging van producten van rubber en kunststof • Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten
3. Metalektro en metaalnijverheid, vervaardiging van: • Metalen in primaire vorm • Producten van metaal • Computers en elektronische en optische apparatuur • Elektrische apparatuur • Overige machines en apparaten • Auto’s, aanhangwagens en opleggers • Overige transportmiddelen
4. Overige industrie, energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer • Vervaardiging van kleding • Vervaardiging van leer, lederwaren en schoenen • Primaire houtbewerking en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (geen • meubels) • Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren • Drukkerijen, reproductie van opgenomen media • Vervaardiging van meubels • Vervaardiging van overige goederen • Reparatie en installatie van machines en apparaten • Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht • Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering
5. Bouwnijverheid en bouwinstallatie • Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw en projectontwikkeling • Grond-, water- en wegenbouw (geen grondverzet) • Gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw
6. Handel in en reparatie van auto’s, motorfietsen en aanhangers
7. Groothandel en handelsbemiddeling, excl auto’s en motorfietsen
8. Detailhandel, niet in auto’s en motorfietsen
9. Vervoer en opslag • Vervoer over land, • Vervoer over water • Luchtvaart • Opslag en dienstverlening voor vervoer • Post en koeriers
10. Horeca, catering en verblijfsrecreatie • Logiesverstrekking (hotels, vakantieparken, kampeerterreinen) • Eet- en drinkgelegenheden (café’s, restaurants, kantines en catering)
11. Informatie en communicatie • Uitgeverijen • Productie en distributie van films en televisieprogramma´s; maken en uitgeven van geluidsopnamen • Verzorgen en uitzenden van radio- en televisieprogramma's • Telecommunicatie • Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie • Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie
12. Financiële dienstverlening • Financiële instellingen (geen verzekeringen en pensioenfondsen) • Verzekeringen en pensioenfondsen (geen verplichte sociale verzekeringen) • Overige financiële dienstverlening
13. Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer
14. Facility management, reiniging en landschapsverzorging
15. Overig verhuur en overige zakelijke diensten: • Verhuur van en handel in onroerend goed • Rechtskundige dienstverlening, accountancy, belastingadvisering en administratie • Holdings (geen financiële), concerndiensten binnen eigen concern en managementadvisering • Architecten, ingenieurs en technisch ontwerp en advies; keuring en controle • Speur- en ontwikkelingswerk • Reclame en marktonderzoek • Industrieel ontwerp en vormgeving, fotografie, vertaling en overige consultancy • Veterinaire dienstverlening • Verhuur en lease van auto's, consumentenartikelen, machines en overige roerende goederen • Reisbemiddeling, reisorganisatie, toeristische informatie en reserveringsbureaus • Beveiliging en opsporing • Overige zakelijke dienstverlening
16. Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen
17. Onderwijs • Primair en speciaal onderwijs • Voortgezet onderwijs • Middelbaar beroepsonderwijs en educatie • Tertiair onderwijs • Overig onderwijs (sport, cultuur, autorijscholen, afstandsonderwijs, bedrijfsopleiding en – training)
18. Zorg: • Ziekenhuizen • verpleging en verzorging • Geestelijke gezondheidszorg • Gehandicaptenzorg • Thuiszorg • Overige zorg: (para)medische praktijken, gezondheidscentra
19. Welzijn • Jeugdzorg • Kinderopvang/peuterspeelzalen • Maatschappelijke opvang, sociaal-cultureel werk, maatschappelijk werk en overig welzijn
20. Cultuur, sport en recreatie • Kunst • Culturele uitleencentra, openbare archieven, musea, dieren- en plantentuinen, natuurbehoud • Loterijen en kansspelen • Sport en recreatie
21. Overige dienstverlening, huishoudens en extraterritoriale organisaties • Levensbeschouwelijke en politieke organisaties, belangen- en ideële organisaties, hobbyclubs • Reparatie van computers en consumentenartikelen • Wellness en overige dienstverlening; uitvaartbranche • Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel • Niet-gespecificeerde productie van goederen en diensten door particuliere huishoudens voor eigen gebruik • Extraterritoriale organisaties en lichamen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.