← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 20 september 2013, kenmerk Z-151938-110091, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2014 (Regeling risicoverevening 2014)

Geldende tekst a fecha 2013-10-18

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het college zorgverzekeringen

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2013

Artikel 22

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2013.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikelen 6, eerste lid en 11, eerste lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. behorende bij artikel 11, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 4. behorende bij artikelen 9, tweede lid, en 20, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, k, x, y en aa, 3.1, derde lid, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, derde lid, 3.5, tweede lid, 3.6, derde lid, 3.7, derde lid, 3.8, 3.10, tweede lid, 3.11, vijfde en zesde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en tweede lid, 3.16, eerste lid, 3.17, eerste en tweede lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Artikel 1
1.

Deze regeling verstaat onder:

3.
Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2014 bedraagt € 39.833,8 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2014 geraamd op € 14.977,7 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2014 geraamd op € 3.098,1 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet, omvatten voor het jaar 2014, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 21.758,0 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5
1.

De verdeling van het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg, bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit zorgverzekering, en de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties, bedoeld in artikel 3.7 van dat Besluit, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2014 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar HKG’s.

2.

De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2014 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar DKG’s psychische aandoeningen.

Artikel 6
1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4, 3.6 en 3.7 van het Besluit zorgverzekering en de klassen en gewichten die aan de criteria, bedoeld in artikel 5 worden toegekend, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Het College zorgverzekeringen verdeelt het macro-deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ over zorgverzekeraars aan de hand van de gemiddelde vaste kosten per verzekerde per zorgverzekeraar in het jaar 2012, de landelijke vaste kosten factor 2014 en de geraamde aantallen verzekerden voor het vereveningsjaar 2014.

Artikel 7

In afwijking van artikel 6, eerste lid, en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, en 1.4, en b, tabellen 2.3 en 2.4, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, DKG ‘0’, ‘Geen HKG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en DKG-klasse psychische aandoeningen ‘0’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het College zorgverzekeringen wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel 8
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1 121 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het College zorgverzekeringen raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het College zorgverzekeringen raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 9
1.

Het College zorgverzekeringen raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder, te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet, en het resultaat te vermenigvuldigen met de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde.

2.

Het College zorgverzekeringen gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder het vereveningscriterium ‘Geen FKG’, als onder de vereveningscriteria ‘DKG 0’ en ‘Geen MHK’ vallen, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomen, en regio en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 338,48 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 10
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 11
1.

Nadat het College zorgverzekeringen de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15, en 17 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het College zorgverzekeringen voor de clusters ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’, ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘kosten van overige prestaties’, de relevante gewichten.

2.

Het College zorgverzekeringen gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties, van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium en, voor de herberekening van de gewichten voor de clusters ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’ en ‘kosten van overige prestaties’ van de verhouding tussen de gewichten in de tabellen van bijlage 1, respectievelijk, voor de herberekening van de gewichten voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, van de verhouding tussen de gewichten in de tabellen van bijlage 3.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het College zorgverzekeringen de gewichten van de klasse ‘0’ van de vereveningscriteria ‘DKG’s’ en ‘DKG’s psychische aandoeningen’, het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’ van het vereveningscriterium ‘MHK’, het gewicht van de klasse ‘Geen HKG’ van het vereveningscriterium ‘HKG’, en het gewicht van de klassen ‘kosten geneeskundige GGZ boven de lage drempel ‘Niet’ en ‘kosten van geneeskundige GGZ boven de lage drempel ‘Wel en DKG psychische aandoeningen is niet ‘0’’’ van het vereveningscriterium ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel’ zodanig, dat de per criterium gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt.

Artikel 12
1.

Het College zorgverzekeringen merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

2.

Het College zorgverzekeringen merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, voor 80 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’, voor 5 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, en voor 15 procent aan als kosten van het cluster ‘kosten van overige prestaties’.

Artikel 13
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het College zorgverzekeringen zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het College zorgverzekeringen deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

2.

Het College zorgverzekeringen merkt de kHet College van zorgverzekeringen merkt kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

3.

Het College zorgverzekeringen merkt de honorariumHet College van zorgverzekeringen merkt kcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

4.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten- en honorariumcomponentHet College van zorgverzekeringen merkt van de kosten van overige zorgproducten voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’, met uitzondering van de kosten van eerstelijnsdiagnostiek, de kosten van paramedische behandeling en onderzoek, en de kosten van de add-ons voor dure en weesgeneesmiddelen niet zijnde add-ons voor groeihormonen of fertiliteitshormonen.

5.

Het College zorgverzekeringen merkt kHet College van zorgverzekeringen merkt kosten voor prestaties waarop de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ van de zorgautoriteit van toepassing is, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

6.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

7.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van de trombosediensten, de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

Artikel 15
1.

Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening per zorgverzekeraar van de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’ op de vaste kosten in het jaar 2013.

2.

Het College zorgverzekeringen merkt de kHet College van zorgverzekeringen merkt kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostencomponent en de honorariumcomponent Het College van zorgverzekeringen merkt van de kosten van expertproducten in het vrije en gereguleerde segment voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

4.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten Het College van zorgverzekeringen merkt van de add-ons voor dure en weesgeneesmiddelen, uitgezonderd de kosten van de add-ons voor groeihormonen en fertiliteitshormonen, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

5.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch-specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

6.

Het percentage per instelling, bedoeld in het vijfde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 14, zesde lid.

7.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van geriatrische revalidatiezorg voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

8.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van de trombosediensten, de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

9.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten en de ‘Projectgelden geneeskundige GGZ die voortvloeien uit het bestuurlijk akkoord Toekomst GGZ 2013–2014 en het onderhandelaarsresultaat Geestelijke gezondheidszorg 2014–2017’ voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten.

10.

Het College zorgverzekeringen calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met negende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van het eerste lid, anderzijds.

Artikel 16

Het College zorgverzekeringen past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:

Artikel 17
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostenHet College van zorgverzekeringen merkt van eerstelijnsdiagnostiek voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘kosten van overige prestaties’.

2.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostenHet College van zorgverzekeringen merkt van paramedische behandeling en onderzoek voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘kosten van overige prestaties’.

3.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van prestaties waarop de beleidsregels ‘Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties’ of ‘Prestatiebekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen’ van de zorgautoriteit van toepassing zijn, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘kosten van overige prestaties’.

Artikel 18

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering zijn: € 12,50 en 90 procent.

Artikel 19
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald bij de zorgverzekeraar.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 9, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van de gerealiseerde aantallen in dat artikel bedoelde verzekerden.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 20

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 50.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het college zorgverzekeringen

Artikel 21

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen beleidsregels, waarin ten minste een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met het betaalschema van de zorgverzekeraars.

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2013

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2014.

Artikel 24
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop artikel I van het Besluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met beperking van de ex post compensatiemechanismen voor de vaststelling van de vereveningsbijdrage in werking treedt.

2.

Indien het in het eerste lid genoemde artikel na 30 september 2013 in werking treedt, werkt deze regeling terug tot en met 30 september 2013.

3.

Artikel 22 werkt terug tot en met 1 januari 2013, met dien verstande dat de in dat artikel opgenomen wijzingen in de Regeling risicoverevenigng 2013 slechts worden toegepast bij de vaststelling van de vereveningsbijdragen over dat jaar.

Bijlage 1. behorende bij artikelen 6, eerste lid en 11, eerste lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot de clusters ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’ en ‘kosten van overige prestaties’.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 6, eerste lid) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 11, tweede lid).

Leeftijd en geslacht Leeftijd en geslacht Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
Mannen 0 jaar 3345,71 977,19
1–4 jaar 843,37 705,54
5–9 jaar 694,89 802,44
10–14 jaar 657,09 731,13
15–17 jaar 705,83 734,72
18–24 jaar 728,96 566,92
25–29 jaar 698,67 554,04
30–34 jaar 697,10 562,67
35–39 jaar 764,80 597,43
40–44 jaar 824,30 617,41
45–49 jaar 938,33 658,18
50–54 jaar 1.054,95 700,77
55–59 jaar 1.312,79 779,45
60–64 jaar 1.487,87 824,88
65–69 jaar 1.818,99 926,95
70–74 jaar 2.203,81 988,09
75–79 jaar 2.507,48 1.069,04
80–84 jaar 2.527,21 1.181,20
85–89 jaar 2.285,04 1.375,82
90+ jaar 2.013,59 1.706,07
Vrouwen 0 jaar 2.962,75 860,28
1–4 jaar 727,80 653,07
5–9 jaar 641,58 732,12
10–14 jaar 634,71 724,18
15–17 jaar 737,42 836,01
18–24 jaar 902,90 771,85
25–29 jaar 1.157,36 1.005,40
30–34 jaar 1.250,98 1.048,52
35–39 jaar 1.117,98 826,38
40–44 jaar 982,71 707,58
45–49 jaar 1.055,09 739,40
50–54 jaar 1.136,98 791,74
55–59 jaar 1.223,60 847,54
60–64 jaar 1.321,04 889,72
65–69 jaar 1.515,22 998,37
70–74 jaar 1.741,60 1.093,24
75–79 jaar 1.891,04 1.221,41
80–84 jaar 1.838,99 1.386,24
85–89 jaar 1.640,89 1.604,18
90+ jaar 1.360,39 1.869,67
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
FKG’s
Geen FKG –71,05 –151,47
Glaucoom 147,69 195,76
Schildklieraandoeningen 137,51 74,24
Psychose, Alzheimer en verslaving –587,95 1.148,12
Depressie 111,20 204,35
Neuropathische pijn 483,22 760,30
Hoog cholesterol 137,12 246,73
Diabetes type II zonder hypertensie 108,99 643,51
COPD/ Zware astma 647,08 1.070,45
Astma 212,76 514,17
Diabetes type II met hypertensie 276,10 814,46
Epilepsie 327,08 657,05
Ziekte van Crohn/ Colitis Ulcerosa 533,10 458,67
Hartaandoeningen 1.150,15 353,70
Reuma 445,00 148,69
Parkinson –481,60 2.275,53
Diabetes type I 225,16 1.363,88
Transplantaties –1.013,83 662,08
Cystic fibrosis/pancreasenzymen –8,41 3.980,78
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg –2.645,40 4.155,66
Kanker 1.619,26 623,11
Hormoongevoelige tumoren –168,10 467,59
HIV/AIDS –3.461,19 7.591,28
Nieraandoeningen 3.484,96 2.484,92
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
DKG’s
0 –186,63 –34,27
1 398,44 59,88
2 576,35 155,12
3 791,98 117,87
4 1.052,63 181,87
5 1.312,63 358,85
6 2.017,89 253,50
7 2.338,78 639,03
8 3.527,87 693,03
9 3.176,70 817,22
10 5.658,76 1.679,08
11 6.369,98 3.604,79
12 6.363,81 3.203,48
13 14.629,34 2.379,84
14 68.420,65 700,43
15 61.454,70 –2.966,14
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
HKG’s
Geen HKG 0,15 –17,17
Insuline infuuspompen –1.184,23 1.988,31
Katheters/urine-opvangzakken 195,21 1.499,52
Stoma’s 56,71 2.449,27
Tracheo-stoma’s 1.592,17 5.395,50
Aard van het inkomen Aard van het inkomen Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
0–17 jaar 0,00 0,00
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 354,92 361,17
35–44 jaar 378,68 381,78
45–54 jaar 371,48 331,56
55–64 jaar 317,82 221,87
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 201,76 100,13
35–44 jaar 188,13 172,60
45–54 jaar 252,38 225,32
55–64 jaar 157,15 163,75
Studenten 18–34 jaar –177,01 –110,22
Zelfstandigen 18–34 jaar –67,92 –52,34
35–44 jaar –111,07 –61,73
45–54 jaar –157,58 –81,34
55–64 jaar –172,61 –99,94
Referentiegroep 18–34 jaar 15,59 3,21
35–44 jaar –21,36 –26,15
45–54 jaar –32,36 –35,52
55–64 jaar –54,40 –42,37
65+ jaar 0,00 0,00
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
Regio
1 75,71 27,40
2 44,10 17,74
3 24,30 10,38
4 –2,02 4,06
5 –0,52 –0,90
6 1,73 2,87
7 –18,85 –6,36
8 –37,12 –10,36
9 –37,27 –15,29
10 –46,27 –27,62
SES Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
SES 0 (> 15 bewoners) 0–17 jaar 2,47 14,75
18–64 jaar 96,38 –45,23
65+ jaar –381,14 282,82
SES 1 (laag) 0–17 jaar 2,47 14,75
18–64 jaar 15,78 7,42
65+ jaar 193,77 74,03
SES 2 (midden) 0–17 jaar –15,13 –8,76
18–64 jaar 6,11 15,28
65+ jaar –31,33 2,05
SES 3 (hoog) 0–17 jaar 36,24 –32,49
18–64 jaar –20,46 –21,20
65+ jaar –9,88 –70,90
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
Meerjarig hoge kosten
Geen MHK –132,37 –121,80
MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten in de top 10 procent 1.609,80 936,31
MHK 3 jaar hoge kosten in top 15 procent 1.160,69 994,63
MHK 3 jaar hoge kosten in top 10 procent 1.760,51 1.647,11
MHK 3 jaar hoge kosten in top 7 procent 2.680,18 2.601,46
MHK 3 jaar hoge kosten in top 4 procent 4.558,44 4.629,36
MHK 3 jaar hoge kosten in top 1,5 procent 11.615,02 13.146,18

Bijlage 2. behorende bij artikel 6, eerste lid

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6, eerste lid).

De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Leeftijd en geslacht Leeftijd en geslacht
Mannen 18–24 jaar 372,19
25–29 jaar 333,95
30–34 jaar 333,95
35–39 jaar 300,19
40–44 jaar 281,96
45–49 jaar 267,96
50–54 jaar 259,10
55–59 jaar 246,36
60–64 jaar 235,80
65–69 jaar 215,71
70–74 jaar 224,68
75–79 jaar 227,49
80–84 jaar 226,59
85–89 jaar 218,43
90+ jaar 215,55
Vrouwen 18–24 jaar 410,59
25–29 jaar 339,66
30–34 jaar 333,95
35–39 jaar 295,80
40–44 jaar 281,96
45–49 jaar 277,89
50–54 jaar 260,39
55–59 jaar 235,80
60–64 jaar 235,80
65–69 jaar 224,60
70–74 jaar 230,75
75–79 jaar 219,60
80–84 jaar 215,55
85–89 jaar 215,55
90+ jaar 215,55
ggz-regio
--- ---
1 72,46
2 25,91
3 –5,77
4 –10,83
5 –13,67
6 –13,67
7 –13,67
8 –13,67
9 –13,67
10 –13,67
FKG’s psychische aandoeningen FKG’s psychische aandoeningen
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –31,42
FKG psychose 1.968,10
FKG psychose depot 4.534,28
FKG chronische stemmingsstoornissen 351,79
FKG verslaving 1.338,92
FKG bipolair regulier 707,42
FKG bipolair complex 1.312,02
FKG ADHD 259,16
DKG’s psychische aandoeningen
--- ---
0 –100,86
1 1.820,77
2 6.922,96
3 13.031,18
4 20.556,21
5 27.212,92
Aard van het inkomen Aard van het inkomen
--- --- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 652,51
35–44 jaar 275,55
45–54 jaar 91,17
55–64 jaar 14,34
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 677,44
35–44 jaar 333,43
45–54 jaar 178,43
55–64 jaar 70,96
Studenten 18–34 jaar –103,89
Zelfstandigen 18–34 jaar –101,33
35–44 jaar –51,89
45–54 jaar –29,04
55–64 jaar –5,73
Referentiegroep 18–34 jaar –32,25
35–44 jaar –27,87
45–54 jaar –14,71
55–64 jaar –5,73
65+ jaar 0,00
SES SES
--- --- ---
SES 0 (> 15 bewoners) 18–64 jaar 1.545,18
65+ jaar 71,28
SES 1 (laag) 18–64 jaar –2,89
65+ jaar 27,32
SES 2 (midden) 18–64 jaar –3,08
65+ jaar –8,34
SES 3 (hoog) 18–64 jaar –22,85
65+ jaar –8,34
Eenpersoonsadres
--- ---
Niet –18,54
Wel 92,26
Kosten geneeskundige ggz boven lage drempel Kosten geneeskundige ggz boven lage drempel
--- ---
Niet –42,72
Wel en DKG psychische aandoeningen is ‘0’ 1.407,48
Wel en DKG psychische aandoeningen is niet ‘0’ –42,72

Bijlage 3. behorende bij artikel 11, tweede lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorend tot de cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 11, tweede lid).

De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Leeftijd en geslacht Leeftijd en geslacht
Mannen 18–24 jaar 350,75
25–29 jaar 323,51
30–34 jaar 323,51
35–39 jaar 305,96
40–44 jaar 291,44
45–49 jaar 278,63
50–54 jaar 266,74
55–59 jaar 248,29
60–64 jaar 233,78
65–69 jaar 210,17
70–74 jaar 213,58
75–79 jaar 218,42
80–84 jaar 227,26
85–89 jaar 221,15
90+ jaar 210,17
Vrouwen 18–24 jaar 397,64
25–29 jaar 357,57
30–34 jaar 323,51
35–39 jaar 316,76
40–44 jaar 297,90
45–49 jaar 293,54
50–54 jaar 271,72
55–59 jaar 240,27
60–64 jaar 233,78
65–69 jaar 210,17
70–74 jaar 211,69
75–79 jaar 210,17
80–84 jaar 210,17
85–89 jaar 210,17
90+ jaar 210,17
ggz-regio
--- ---
1 55,57
2 28,89
3 1,44
4 –4,19
5 –10,60
6 –10,59
7 –15,14
8 –15,14
9 –15,14
10 –15,14
FKG’s psychische aandoeningen FKG’s psychische aandoeningen
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –30,75
FKG psychose 1.746,01
FKG psychose depot 3.403,00
FKG chronische stemmingsstoornissen 387,64
FKG verslaving 1.201,47
FKG bipolair regulier 738,51
FKG bipolair complex 1.274,61
FKG ADHD 256,32
DKG’s psychische aandoeningen
--- ---
0 Zie artikel 11, vierde lid van de Regeling risicoverevening 2014
1 2.102,61
2 7.140,97
3 10.703,16
4 15.343,68
5 19.003,28
Aard van het inkomen Aard van het inkomen
--- --- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 513,93
35–44 jaar 300,18
45–54 jaar 130,47
55–64 jaar 20,14
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 539,10
35–44 jaar 356,23
45–54 jaar 216,83
55–64 jaar 72,01
Studenten 18–34 jaar –96,54
Zelfstandigen 18–34 jaar –87,34
35–44 jaar –64,47
45–54 jaar –39,77
55–64 jaar –6,81
Referentiegroep 18–34 jaar –21,98
35–44 jaar –29,18
45–54 jaar –19,37
55–64 jaar –6,81
65+ jaar 0,00
SES SES
--- --- ---
SES 0 (> 15 bewoners) 18–64 jaar 711,13
65+ jaar 26,70
SES 1 (laag) 18–64 jaar 5,74
65+ jaar 22,83
SES 2 (midden) 18–64 jaar 4,64
65+ jaar –5,63
SES 3 (hoog) 18–64 jaar –22,43
65+ jaar –5,63
Eenpersoonsadres Eenpersoonsadres
--- ---
Niet –19,03
Wel 94,70
Kosten geneeskundige ggz boven lage drempel Kosten geneeskundige ggz boven lage drempel
--- ---
Niet Zie artikel 11, vierde lid van de Regeling risicoverevening 2014
Wel en DKG psychische aandoeningen is ‘0’ 1.466,19
Wel en DKG psychische aandoeningen is niet ‘0’ Zie artikel 11, vierde lid van de Regeling risicoverevening 2014

Bijlage 4. behorende bij artikelen 9, tweede lid, en 20, tweede lid

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 20, tweede lid).

Leeftijd en geslacht Leeftijd en geslacht Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 134,92
25–29 jaar 127,97
30–34 jaar 131,34
35–39 jaar 138,39
40–44 jaar 144,71
45–49 jaar 154,77
50–54 jaar 167,39
55–59 jaar 195,95
60–64 jaar 211,99
65–69 jaar 232,76
70–74 jaar 256,04
75–79 jaar 271,31
80–84 jaar 283,28
85–89 jaar 290,68
90+ jaar 289,34
Vrouwen 18–24 jaar 196,02
25–29 jaar 197,42
30–34 jaar 201,05
35–39 jaar 197,42
40–44 jaar 193,06
45–49 jaar 199,82
50–54 jaar 210,40
55–59 jaar 226,01
60–64 jaar 234,43
65–69 jaar 250,98
70–74 jaar 270,24
75–79 jaar 282,45
80–84 jaar 289,30
85–89 jaar 286,60
90+ jaar 274,89
Aard van het inkomen Aard van het inkomen Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 69,00
35–44 jaar 73,64
45–54 jaar 63,58
55–64 jaar 38,45
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 54,37
35–44 jaar 57,27
45–54 jaar 49,84
55–64 jaar 14,81
Studenten 18–34 jaar –14,78
Zelfstandigen 18–34 jaar –7,22
35–44 jaar –11,59
45–54 jaar –15,17
55–64 jaar –15,48
Referentiegroep 18–34 jaar –0,93
35–44 jaar –3,85
45–54 jaar –3,64
55–64 jaar –3,30
65+ jaar 0,00
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Regio
1 12,95
2 8,35
3 5,28
4 2,60
5 –0,27
6 0,25
7 –3,86
8 –4,69
9 –7,68
10 –10,16

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.