Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 19 november 2013, kenmerk MEVA-164800-112408, houdende het voorschrijven van UR-geneesmiddelen door bepaalde categorieën van verpleegkundigen
Gelet op de artikelen 36, veertiende lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, en 2, achtste lid en 4, tweede lid van het Registratiebesluit BIG;
Besluit:
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Paragraaf 2. Verpleegkundige op het gebied van diabetes mellitus
Artikel 2
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Een opleiding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan door de Minister worden aangewezen indien:
- 1°. de hogeschool die de opleiding verzorgt, de volgende voorwaarden hanteert om de verpleegkundige op het gebied van diabetes mellitus in opleiding toe te laten:
- –. betrokkene heeft een aanstelling voor ten minste achttien uren per week als verpleegkundige op het gebied van diabetes mellitus in opleiding;
- –. er is een relevant geschoolde mentor op de werkplek beschikbaar die de praktijkopdrachten van de betrokkene begeleidt; en
- –. tussen de betrokkene en de werkgever is een leerwerkovereenkomst gesloten waarin in ieder geval afspraken over de praktijkbegeleiding tussen de werkgever en de betrokken verpleegkundige zijn vastgelegd;
- 2°. de opleiding is verbonden aan een hogeschool die tevens een door de NVAO geaccrediteerde opleiding tot verpleegkundige verzorgt;
- 3°. de opleiding ten minste twaalf maanden duurt;
- 4°. de opleiding ten minste dertig contactdagen kent en een studielast heeft van ten minste 24 studiepunten waarvan de module farmacotherapie onderdeel uitmaakt en bestaat uit ten minste drie contactdagen en 2,5 studiepunten;
- 5°. de opleidingscompetenties zijn ontleend aan een landelijk beroepsprofiel dat voor verpleegkundigen op het gebied van de diabetes mellitus door de EADV is vastgesteld en die zijn vertaald in een opleidingsprofiel;
- 6°. het personeel en het opleidingsprogramma van de hogeschool het mogelijk maken de beoogde opleidingscompetenties te realiseren; en
- 7°. de hogeschool die de opleiding verzorgt, beschikt over een adequaat systeem van toetsing en aantoont dat de beoogde opleidingscompetenties worden gerealiseerd.
De module farmacotherapie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en onderdeel c, onder 2°, kan door de Minister worden aangewezen, indien:
- 1°. de hogeschool, die de module verzorgt, als voorwaarde hanteert voor toelating van de verpleegkundige op het gebied van diabetes mellitus tot de module, dat de betrokkene ten minste achttien uren per week werkzaam is als verpleegkundige op het gebied van diabetes mellitus;
- 2°. de module is verbonden aan een hogeschool, die tevens een door de NVAO geaccrediteerde opleiding tot verpleegkundige verzorgt;
- 3°. de module ten minste drie contactdagen kent en een studielast heeft van 2,5 studiepunten;
- 4°. de modulecompetenties zijn ontleend aan de competenties uit een landelijk beroepsprofiel dat voor verpleegkundigen op het gebied van de diabetes mellitus door de EADV is vastgesteld en die zijn vertaald in een moduleprofiel;
- 5°. het personeel en het moduleprogramma van de hogeschool het mogelijk maken de beoogde modulecompetenties te realiseren; en
- 6°. de hogeschool die de module verzorgt, beschikt over een adequaat systeem van toetsing en aantoont dat de beoogde modulecompetenties worden gerealiseerd.
Artikel 3
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Paragraaf 3. Verpleegkundige op het gebied van de oncologie
Paragraaf 4. Verpleegkundige op het gebied van astma en COPD
Artikel 6
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Een opleiding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan door de Minister worden aangewezen indien:
- 1°. de hogeschool die de opleiding verzorgt de volgende voorwaarden hanteert om de verpleegkundige op het gebied van astma en COPD in opleiding toe te laten:
- –. de betrokkene heeft een aanstelling voor ten minste achttien uren per week als verpleegkundige op het gebied van astma en COPD in opleiding;
- –. er is een relevant geschoolde mentor op de werkplek beschikbaar die de praktijkopdrachten van de betrokkene begeleidt; en
- –. tussen de betrokkene en de werkgever is een leerwerkovereenkomst gesloten waarin in ieder geval afspraken over de praktijkbegeleiding tussen de werkgever en de betrokken verpleegkundige zijn vastgelegd;
- 2°. de opleiding is verbonden aan een hogeschool die tevens een door de NVAO geaccrediteerde opleiding tot verpleegkundige verzorgt;
- 3°. de opleiding ten minste twaalf maanden duurt;
- 4°. de opleiding ten minste dertig contactdagen kent en een studielast heeft van ten minste 24 studiepunten, waarvan de module farmacotherapie onderdeel uitmaakt en bestaat uit ten minste drie contactdagen en 2,5 studiepunten;
- 5°. de opleidingscompetenties zijn ontleend aan een landelijk beroepsprofiel dat voor verpleegkundigen op het gebied van astma en COPD door de V&VN is vastgesteld en vertaald in een opleidingsprofiel;
- 6°. het personeel en het opleidingsprogramma van de hogeschool het mogelijk maken de beoogde opleidingscompetenties te realiseren; en
- 7°. de hogeschool die de opleiding verzorgt, beschikt over een adequaat systeem van toetsing en aantoont dat de beoogde opleidingscompetenties worden gerealiseerd.
De module farmacotherapie bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, kan door de Minister worden aangewezen, indien:
- 1°. de hogeschool, die de module verzorgt, als voorwaarde hanteert voor toelating van de verpleegkundige op het gebied van astma en COPD tot de module, dat de betrokkene ten minste achttien uren per week werkzaam is als verpleegkundige op het gebied van astma en COPD;
- 2°. de module is verbonden aan een hogeschool, die tevens een door de NVAO geaccrediteerde opleiding tot verpleegkundige verzorgt;
- 3°. de module ten minste drie contactdagen kent en een studielast heeft van 2,5 studiepunten;
- 4°. de modulecompetenties zijn ontleend aan de competenties uit een landelijk beroepsprofiel dat voor verpleegkundigen op het gebied van astma en COPD door de V&VN is vastgesteld en vertaald in een moduleprofiel;
- 5°. het personeelsbestand en het moduleprogramma van de hogeschool zijn zodanig samengesteld dat de beoogde modulecompetenties kunnen worden gerealiseerd; en
- 6°. de hogeschool die de module verzorgt, beschikt over een adequaat systeem van toetsing en aantoont dat de beoogde modulecompetenties worden gerealiseerd.
Artikel 7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 8
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 9
Voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 6, tweede en derde lid:
- a. dient een aanvraag door de hogeschool dan wel zorginstelling te worden gedaan die de opleiding of module farmacotherapie verzorgt;
- b. worden door de aanvrager de bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat zij aan de vereisten voldoen als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 6, tweede en derde lid.
De aanwijzing van een opleiding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en artikel 6, eerste lid, onderdeel a, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar. De geldigheidsduur, bedoeld in de eerste volzin kan daarenboven terugwerken tot een in de aanwijzing vast te stellen termijn.
De aanwijzing van een module farmacotherapie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en onderdeel c, onder 2°, en artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar. De geldigheidsduur, bedoeld in de eerste volzin kan daarenboven terugwerken tot een in de aanwijzing vast te stellen termijn.
Indien in de opleidingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en in de modules farmacotherapie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder 2° en onderdeel c, onder 2°, en artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, wijzigingen plaatsvinden betreffende de vereisten, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, onderscheidenlijk artikel 6, tweede en derde lid, stelt de hogeschool of zorginstelling de Minister daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.
De hogeschool of zorginstelling waarvan de opleiding of module farmacotherapie is aangewezen, verstrekt de Minister op verzoek informatie die noodzakelijk is om te beoordelen of de opleiding dan wel de module farmacotherapie op enig moment voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
Onze Minister kan een aanwijzing intrekken zodra de opleiding niet of niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant.
Paragraaf 5. Overige bepalingen
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.