← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 25 november 2013, houdende regels inzake de in het kader van de Kernenergiewet in rekening te brengen kosten (Besluit vergoedingen Kernenergiewet)

Geldende tekst a fecha 2018-02-06

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 1 oktober 2013, nr. WJZ / 13162708;

Gelet op artikel 74 van de Kernenergiewet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 oktober 2013, nr. W.15.13.0348/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 19 november 2013, nr. WJZ / 13189981;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet voor het vervoer van splijtstoffen, genoemd in bijlage I van de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen bedraagt € 3.680 van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019: € 3.480.

Artikel 3
1.

Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet voor de verlening van een vergunning voor het voorhanden hebben of zich ontdoen van splijtstoffen als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet, bedraagt:

2.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning aan een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet voor het voorhanden hebben of zich ontdoen van splijtstoffen als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet bedraagt:

Artikel 4
1.

Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor de oprichting van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet bedraagt:

2.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning voor de oprichting van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet bedraagt:

Artikel 5
1.

Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet bedraagt:

2.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet bedraagt:

Artikel 6
1.

Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het buiten gebruik stellen of het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet bedraagt:

2.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning voor het buiten gebruik stellen of ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet bedraagt:

Artikel 7
1.

Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een wijziging van een vergunning als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, bedraagt:

2.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een wijziging van een vergunning als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, bedraagt:

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning als bedoeld in artikel 2.6, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gelezen in samenhang met artikel 15aa van de wet, met dien verstande dat er enkel sprake is van een gecompliceerd besluit indien ten opzichte van de vergunning waarvoor deze vergunning in de plaats komt wijzigingen zijn aangebracht die betrekking hebben op:

Artikel 8
1.

Het bedrag dat jaarlijks verschuldigd is voor de periode vanaf het moment waarop een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet in bedrijf is gegaan tot het moment waarop de vergunningen op grond van artikel 15, onderdeel b, zijn ingetrokken bedraagt:

2.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de beoordeling van het document waarin de houder van een vergunning op grond van artikel 15, onder b, van de wet ten minste eens in de tien jaar aan de Autoriteit verslag doet inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie bedraagt:

Artikel 9
1.

De bedragen bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid, worden met € 13.248 van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019: € 12.528 verhoogd indien een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet worden gemaakt.

2.

De bedragen bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en7, tweede lid, worden met € 14.784 van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019: € 15.372 verhoogd indien daarbij de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer, een advies moet gegeven.

3.

Indien een extern advies wordt gevraagd worden de bedragen, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, 7, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, en 8, tweede lid, met de kosten van het externe advies verhoogd.

4.

De bedragen, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid, worden verhoogd met:

Artikel 10
1.

Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register voor stralingsartsen als bedoeld in artikel 7.22, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedraagt € 500 van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019: € 520.

2.

Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register als bedoeld in artikel 5.11, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedraagt € 500 van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019: € 520.

3.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning van een instelling voor een opleiding op het gebied van stralingsbescherming als bedoeld in artikel 5.11, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedraagt € 1.500 van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019: € 1.560.

4.

Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 7.15, tweede lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedraagt € 5.000 van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019: € 5.199.

Artikel 11
1.

Indien voor het in behandeling nemen van een aanvraag op grond van dit besluit meer dan één bedrag verschuldigd is, is alleen het hoogste bedrag verschuldigd.

2.

Indien bij eenzelfde besluit meer dan één vergunning is verleend waarvoor op grond van dit besluit meer dan één bedrag is verschuldigd, is alleen het hoogste bedrag verschuldigd.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien een aanvraag of een besluit betrekking hebben op in ieder geval twee of meer gecompliceerde vergunningen.

Artikel 12
1.

De Autoriteit brengt de bedragen in rekening en verzendt een besluit daartoe:

2.
Artikel 13
1.

De in dit besluit genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast met het verschil tussen de in dit besluit gegeven bedragen en het bedrag van het in de bijlage bij dit besluit aantal uren of fulltime equivalents maal het in dat jaar geldende tarief schaal 13 opgenomen in het Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euro’s.

2.

In afwijking van het eerste lid worden de in de artikelen 9, tweede en vierde lid, en 10 genoemde bedragen jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euro’s.

3.

Van de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, doet de Autoriteit jaarlijks voor 1 januari mededeling in de Staatscourant.

Artikel 14
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

2.

Het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 blijft van toepassing op:

Artikel 15

Het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 wordt ingetrokken.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoedingen Kernenergiewet.

Bijlage. als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit, houdende regels inzake de in het kader van de Kernenergiewet in rekening te brengen kosten (Besluit vergoedingen Kernenergiewet)

In behandeling nemen aanvraag als bedoeld in of vergunning als bedoeld in: Aantal uren: Aantal fulltime equivalents:
Artikel 2 40
Artikel 3, eerste lid, onderdeel a 72
Artikel 3, eerste lid, onderdeel b 40
Artikel 3, tweede lid, onderdeel a 184
Artikel 3, tweede lid, onderdeel b 94
Artikel 4, eerste lid, onderdeel a 6
Artikel 4, eerste lid, onderdeel b 3
Artikel 4, eerste lid, onderdeel c 2
Artikel 4, tweede lid, onderdeel a 30
Artikel 4, tweede lid, onderdeel b 15
Artikel 4, tweede lid, onderdeel c 8
Artikel 5, eerste lid, onderdeel a 2
Artikel 5, eerste lid, onderdeel b 2
Artikel 5, eerste lid, onderdeel c 1
Artikel 5, tweede lid, onderdeel a 10
Artikel 5, tweede lid, onderdeel b 6
Artikel 5, tweede lid, onderdeel c 3
Artikel 6, eerste lid, onderdeel a 1
Artikel 6, eerste lid, onderdeel b 0,5
Artikel 6, eerste lid, onderdeel c 0,25
Artikel 6, tweede lid, onderdeel a 0,5
Artikel 6, tweede lid, onderdeel b 0,25
Artikel 6, tweede lid, onderdeel c 0,25
Artikel 7, eerste lid, onderdeel a 152
Artikel 7, eerste lid, onderdeel b 72
Artikel 7, eerste lid, onderdeel c 584
Artikel 7, tweede lid, onderdeel a 296
Artikel 7, tweede lid, onderdeel b 156
Artikel 7, tweede lid, onderdeel c 984
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a 5,3
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b 0,3
Artikel 8, eerste lid, onderdeel c 1,9
Artikel 8, eerste lid, onderdeel d 1,4
Artikel 8, tweede lid, onderdeel a 4,8
Artikel 8, tweede lid, onderdeel b 2,5
Artikel 8, tweede lid, onderdeel c 1,5
Artikel 9, eerste lid 144

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.