← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 2 december 2013, nr. WJZ/13199396, houdende de indeling en prijsregistratie van runder- en varkenskarkassen (Regeling marktordening vlees)

Geldende tekst a fecha 2015-11-26

Gelet op artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (‘integrale-GMO-verordening’) (PbEU 2007, L 299);

Verordening (EU) nr. 1249/2008 van de Commissie van 10 december 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de communautaire indelingsschema’s voor runder-, varkens- en schapenkarkassen en voor de mededeling van de prijzen daarvan (PbEU 2008, L 337);

de artikelen 13, eerste lid, onder b, 17, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 22, eerste lid, 22a, eerste lid, 26 en 27, van de Landbouwwet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1:2

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 42 van Verordening 1234/2007 en met Verordening 1249/2008.

Artikel 1:3

Een be- of verwerker betaalt de kosten die de minister maakt ter uitvoering van de op grond van deze regeling verrichte werkzaamheden. De minister kan de hoogte van deze kosten vaststellen.

Hoofdstuk 2. Marktordening rundvlees

§ 1. Definities en reikwijdte

Artikel 2:1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 2:2

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op een be- of verwerker die in het voorafgaande kalenderjaar op jaarbasis gemiddeld niet meer dan 75 slachtingen van slachtrunderen per week heeft verricht.

§ 2. Identificatie en slacht

Artikel 2:3
1.

Een be- of verwerker onderzoekt of alle slachtrunderen geïdentificeerd zijn met een merk bij aankomst in een slachthuis.

2.

Indien uit het onderzoek blijkt dat een slachtrund niet geïdentificeerd is met een merk identificeert een be- of verwerker dat slachtrund onmiddellijk met een merk waarmee de relatie tussen de aangevoerde slachtrunderen en de leverancier of rundveehouder wordt vastgelegd.

3.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat vanaf het moment van aanvoer tot en met het tijdstip van classificatie en de weging de identificatie van het slachtrund gewaarborgd blijft.

Artikel 2:4

Een be- of verwerker administreert per leverancier de dag en het tijdstip van de aanvoer van de slachtrunderen, inclusief het nummer van het merk van de slachtrunderen.

Artikel 2:5
1.

Een be- of verwerker slacht een slachtrund dat voor 12.00 uur bij een slachthuis is aangevoerd op dezelfde dag.

2.

Een be- of verwerker slacht een slachtrund dat na 12.00 uur bij een slachthuis is aangevoerd zo spoedig mogelijk na dit tijdstip doch uiterlijk voor 12.00 uur van de volgende dag.

Artikel 2:6

Een be- of verwerker kan een termijn als bedoeld in Artikel 2:5 verlengen indien hij dit tevoren met de leverancier is overeengekomen en hij dit zo spoedig mogelijk bij de minister heeft gemeld.

Artikel 2:7
1.

Een be- of verwerker verwijdert voor de weging van een geslacht rund:

2.

Een be- of verwerker snijdt zo min mogelijk vlees en vet af bij verwijderingen van de delen, genoemd in het eerste lid.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing als een be- of verwerker delen afsnijdt vóór de weging van een karkas op grond van Verordening 854/2004.

§ 3. Weging

Artikel 2:8
1.

Een be- of verwerker weegt een geslacht slachtrund binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt na het steken van een slachthaak in het karkas.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als Artikel 2:14 van toepassing is.

3.

Een be- of verwerker die slachtrunderen weegt, of toestaat dat slachtrunderen door derden op zijn bedrijf worden gewogen, zorgt dat het gewicht van de te wegen slachtrunderen niet onjuist wordt beïnvloed.

Artikel 2:9
1.

Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund in één keer worden gewogen, is het door de afdrukinrichting afgedrukte gewicht bepalend.

2.

Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen, telt de be- of verwerker deze beide gewichten bij elkaar op tot één gewogen gewicht. Daarna kan de be- of verwerker het gewogen gewicht afronden.

Artikel 2:10
1.

Een be- of verwerker weegt met een krachtens de Metrologiewet goedgekeurd automatisch weegwerktuig uit de nauwkeurigheidsklasse III, bedoeld in Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PbEU 2004, L 153).

2.

Een automatisch bediende afdrukinrichting drukt per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum van de weging, het merk en het volgnummer af.

3.

Een weegwerktuig geeft met de haken tezamen in ledige toestand de nulstand aan. De gebruikte haken hebben allemaal hetzelfde gewicht.

Artikel 2:11
1.

Een be- of verwerker heeft ten behoeve van een controle van het weegwerktuig een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten voorhanden van 20 of 25 kilogram bij het weegwerktuig tot een totaalgewicht van ten minste 400 kilogram.

2.

Indien de twee karkashelften van hetzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen houdt een be- of verwerker een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten voorhanden van 20 of 25 kilogram bij het weegwerktuig tot een totaalgewicht van ten minste 200 kilogram.

Artikel 2:12
1.

Een be- of verwerker laat ten minste éénmaal per drie jaar het weegwerktuig controleren door het NMi of een daardoor erkende instantie.

2.

Een be- of verwerker laat ten minste éénmaal per drie jaar de toetsgewichten controleren door een hiertoe geaccrediteerde instantie.

3.

Indien er tijdens een controle als bedoeld in het eerste of tweede lid onregelmatigheden worden geconstateerd ten aanzien van het weegwerktuig of de toetsgewichten, dan herstelt een be- of verwerker deze onverwijld.

4.

Een be- of verwerker stelt de minister onverwijld in het bezit van een afschrift van een kalibratierapport van een instantie als bedoeld in het eerste of tweede lid, waaruit volgt dat geen onregelmatigheden zijn geconstateerd, of dat eventueel geconstateerde onregelmatigheden zijn hersteld.

§ 4. Gewichtscorrecties

Artikel 2:13
1.

Een be- of verwerker past geen gewichtscorrectie toe na het afdouchen van een geslacht rund.

2.

Een be- of verwerker telt het geschatte of gewogen gewicht van een op grond van Verordening nr. 854/2004 afgekeurd deel van het geslachte rund op bij het gewicht van het geslachte rund, indien dit deel voor de weging is afgekeurd en afgesneden en niet is genoemd in Artikel 2:7, eerste lid.

Artikel 2:14

Indien de delen, bedoeld in Artikel 2:7, eerste lid, niet mogen worden verwijderd vanwege een uitstel van een goedkeuring op grond van Verordening nr. 854/2004:

Artikel 2:15
1.

In het geval van reeds geclassiceerde runderen, is het in afwijking van Artikel 2:14 toegestaan voorafgaand aan de goedkeuring het vastgestelde gewicht, – waarbij het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, het vet rond de aarsopening, het vet van de schaamnaad, het zak- of uiervet, het aangewassen vet aan de ribwand, het vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas zijn meegewogen – met de volgende percentages te verlagen:

vetklasse vrouwelijke runderen mannelijke runderen
1 5,0% 4,0%
2 6,0% 5,0%
3 7,0% 6,0%
4 8,5% 7,5%
5 9,5% 8,5%
2.

Indien een of meer van de in het eerste lid genoemde onderdelen niet zijn meegewogen op last van de minister, worden de percentages, bedoeld in het eerste lid, verminderd met de volgende percentages:

onderdeel vrouwelijke runderen mannelijke runderen
nier (per stuk) 0,2% 0,2%
staart 0,4% 0,4%
longhaas 0,4% 0,4%
halsslagader + vet 1,0% 1,0%
slotvet, oppervlakkig borstvet, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zakvet en vet op de ribwand vetklasse 1: 2,8% vetklasse 2: 3,8% vetklasse 3: 4,8% vetklasse 4: 6,3% vetklasse 5: 7,3% vetklasse 1: 1,8% vetklasse 2: 2,8% vetklasse 3: 3,8% vetklasse 4: 5,3% vetklasse 5: 6,3%
Artikel 2:16
1.

Een be- of verwerker die slacht, of een leverancier die laat slachten, rekent af op basis van het niet afgeronde gewicht dat is vastgesteld op grond van Artikel 2:7, Artikel 2:9 en Artikel 2:13 tot en met Artikel 2:15, dat wordt verhoogd:

waarbij een gedeelte van een dag geldt als een volle dag.

2.

Als de slacht na de dag van aanvoer plaatsvindt buiten de schuld en risico van een be- of verwerker omdat de vereiste documenten niet tijdig zijn meegeleverd hoeft die be- of verwerker de in het eerste lid, onder a, genoemde correctie niet toe te passen.

3.

Bij een afrekening van het volgens het eerste lid verkregen gewicht kan een be- of verwerker:

§ 5. Weegdocumenten en bescheiden

Artikel 2:17
1.

Een be- of verwerker geeft bij de afrekening aan zijn leverancier onverwijld gewaarmerkte afschriften af waarin de gegevens, bedoeld in het derde lid, zijn opgenomen. Het weegdocument is per leveranciers-UBN opgesteld. Indien van toepassing tevens het afkeurbewijs overlegd.

2.

Een be- of verwerker geeft bij de afrekening een gewaarmerkt afschrift van het weegdocument aan een rundveehouder die daartoe verzoekt binnen 3 weken na de dag waarop de weging heeft plaatsgevonden.

3.

Een be- of verwerker die slachtrunderen inkoopt onder conditie van betaling per kilogram geslacht gewicht neemt in de factuur op:

4.

Een be- of verwerker die slachtrunderen niet inkoopt onder conditie van betaling per kilogram geslacht gewicht, neemt de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen a, b en d, op in de factuur.

5.

Een leverancier geeft bij de afrekening een gedagtekende factuur aan zijn rundveehouder.

6.

Een leverancier van slachtrunderen die zijn ingekocht onder conditie van betaling per kilogram geslacht gewicht, neemt de in het derde lid, onderdelen a, d en e, bedoelde gegevens in de factuur op.

7.

Een leverancier van slachtrunderen die niet zijn ingekocht onder conditie van betaling per kilogram geslacht gewicht, neemt de in het derde lid, onderdelen a, b en d, bedoelde gegevens in de factuur op.

8.

Een leverancier die slachtrunderen aanlevert bij een be- of verwerker stelt de van de be- of verwerker ontvangen gegevens of bescheiden in ongewijzigde vorm aan de rundveehouder ter beschikking.

9.

Een be- of verwerker en een leverancier vermelden op een factuur de kosten van de controle op de naleving van dit hoofdstuk en de kosten van de classificatie. Kosten die niet op de factuur worden vermeld, mogen niet worden doorberekend aan een rundveehouder.

10.

Administratieve kosten die het gevolg zijn van een nabetaling naar aanleiding van controles worden niet doorberekend aan een leverancier.

§ 6. Classificatie slachtrunderen

Artikel 2:18
1.

Een be- of verwerker zorgt ter uitvoering van artikel 13, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 1249/2008 dat alle slachtrunderen direct na de slachting en uiterlijk binnen 60 minuten na het begin van het slachtproces zijn geclassificeerd door de minister.

2.

Het eerste lid geldt niet voor zover door de Europese Commissie een vrijstelling van de verplichtingen inzake de classificatie van slachtrunderen is gegeven.

Artikel 2:19
1.

Een be- of verwerker meldt de tijd van een geplande slachting tijdig aan de minister.

2.

Een be- of verwerker stelt een geschikte kantoorruimte ter beschikking aan de minister.

3.

Een be- of verwerker zorgt voor zodanige arbeidsomstandigheden dat de minister zijn werkzaamheden goed kan verrichten.

Artikel 2:20

Een be- of verwerker betaalt de classificatiekosten en brengt deze in rekening bij een leverancier.

Artikel 2:21

Op grond van bijlage V, onderdeel A, onder III, laatste alinea, van Verordening 1234/2007 wordt een slachtrund geclassificeerd in de volgende klassen en onderklassen:

I II III III
bevleesdheidsklasse bevleesdheidsklasse Omschrijving Omschrijving
S S Superieur Alle profielen uiterst rond; uitzonderlijke spierontwikkeling met dubbele spieren (type dikbil)
E E+ EO E- Uitstekend Alle profielen rond tot zeer rond; uitzonderlijke spierontwikkeling
U U+ UO U- Zeer goed Profielen over het geheel rond; sterke spierontwikkeling
R R+ RO R- Goed Over het geheel rechte profielen; goede spierontwikkeling
O O- OO O- Matig Profielen recht tot hol; middelmatige spierontwikkeling
P P+ PO P- Gering Alle profielen hol tot zeer hol; beperkte spierontwikkeling
I II III III
vetheidsklasse vetheidsklasse Omschrijving Omschrijving
1 1- 10 1+ Gering Geen of zeer weinig vetbedekking
2 2- 20 2+ Licht Lichte vetbedekking; spieren nog bijna overal zichtbaar
3 3- 30 3+ Middelmatig Behalve op stomp en schouder zijn de spieren bijna overal bedekt met vet; lichte vetafzettingen in de borstholte
4 4- 40 4+ Sterk vervet Spieren bedekt met vet, echter op stomp en schouder nog gedeeltelijk zichtbaar; enige duidelijke vetafzettingen in de borstholte
5 5- 50 5+ Zeer sterk vervet Geslacht dier totaal met vet afgedekt; sterke vetafzettingen in de borstholte
Categorie Omschrijving Leeftijdscategorie Leeftijd
A Vlees van geslachte niet- gecastreerde jonge mannelijke runderen 0 tot 2 jaar
B Vlees van geslachte niet- gecastreerde andere mannelijke runderen 0 1 2 tot 2½ jaar 2½ jaar en ouder
C Vlees van geslachte gecastreerde mannelijke runderen 0
D Vlees van geslachte vrouwelijke runderen die gekalfd hebben 0 1 2 3 4 1½ tot 2½ jaar 1½ tot 2½ jaar 3½ tot 5 jaar 5 tot 7 jaar 7 jaar en ouder
E Vlees van geslachte vrouwelijke runderen die niet gekalfd hebben 0 1 2 tot 1½ jaar 1½ tot 2½ jaar 2½ en ouder
Artikel 2:22
1.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat elk geslacht slachtrund direct na het classificeren voorzien wordt van een classificatiemerk in de vorm van een stempel aangevende de kwaliteitsklasse en de categorie waarin het slachtrund is ingedeeld.

2.

In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker gebruik maken van een classificatiemerk als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van Verordening 1249/2008, dat eveneens de identificatie, slachtdatum en het gewicht van het slachtrund vermeldt.

Artikel 2:23

Het aanbrengen van classificatiemerken geschiedt door de minister of onder toezicht van en overeenkomstig de instructies van de minister.

Artikel 2:24
1.

Aangebrachte classificatiemerken worden niet vervalst, geheel of gedeeltelijk verwijderd, veranderd of onleesbaar gemaakt, of onderworpen aan een handeling waardoor het niet meer als zodanig kan worden onderkend voordat de voor- of achtervoeten van de geslachte runderen worden uitgebeend.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de minister een onjuist classificatiemerk corrigeert.

Artikel 2:25

Voor de aanbrenging van classificatiemerken bestemde werktuigen worden gebruikt door de minister of onder toezicht van de minister door een be- of verwerker.

§ 7. Registratie en uitwisseling classificatiegegevens

Artikel 2:26
1.

De minister vermeldt per slachtdag de categorieën van de geslachte runderen en de classificatieresultaten op een classificatielijst en verstrekt afschrift hiervan aan de be- of verwerker.

2.

Een classificatielijst bevat tevens:

Artikel 2:27
1.

Een be- of verwerker informeert de minister per geslacht slachtrund over:

2.

Een be- of verwerker controleert of zijn administratie overeenstemt met de gegevens van de classificatielijst, bedoeld in Artikel 2:26, eerste lid.

3.

Een be- of verwerker meldt op grond van het tweede lid geconstateerde verschillen aan de minister. Indien van het laatste niet is gebleken wordt aan de classificatielijst, bedoeld in Artikel 2:26, eerste lid, doorslaggevend belang toegekend.

4.

De be- of verwerker verzendt de in Artikel 2:26, eerste lid, bedoelde gegevens dagelijks aan de minister.

Artikel 2:28
1.

Het is niet toegestaan gegevens te verstrekken of aanduidingen te bezigen, de aanduidingen S, E, U, R, O, P, daaronder begrepen, welke beogen kenbaar te maken dat de slachtrunderen of het vlees daarvan ingedeeld is in kwaliteitsklassen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een be- of verwerker die de classificatie overeenkomstig dit hoofdstuk heeft doen verrichten.

3.

Een be- of verwerker stelt zijn leverancier per slachtrund, onder vermelding van de categorie in kennis van de vastgestelde kwaliteitsklasse van de door hem geleverde slachtrunderen. Deze vermelding geschiedt met gebruikmaking van de aanduidingen die zijn voorgeschreven door de Europese Commissie.

4.

De verplichting, bedoeld in het derde lid, geldt niet voor zover het slachtrunderen betreft die zijn aangekocht tegen een bij de verhandeling vastgestelde stuksprijs, tenzij een leverancier bij de totstandkoming van de koop uitdrukkelijk om deze gegevens verzoekt.

§ 8. Prijsregistratie

Artikel 2:29
1.

Een exploitant van een slachthuis waarin jaarlijks ten minste 20.000 runderen worden geslacht en een grossier die jaarlijks tenminste 10.000 runderen in een slachthuis laat slachten melden de volgende gegevens voor woensdag 9.00 uur aan de minister:

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op de periode van maandag tot en met zondag die direct aan de woensdag is voorafgegaan.

§ 9. Administratieve voorschriften

Artikel 2:30
1.

Een be- of verwerker voert een zodanige administratie dat te allen tijde op eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in de koopcondities van de betrokken slachtrunderen. Voor slachtrunderen bevat deze administratie in ieder geval de namen en de adressen van leveranciers, het nummer van het merk en de conditie waaronder het desbetreffende slachtrund is gekocht.

2.

Een be- of verwerker bewaart een afschrift van een classificatielijst als bedoeld in Artikel 2:26, eerste lid, gedurende ten minste één jaar op overzichtelijke wijze.

3.

Een be- of verwerker en de leverancier dragen er zorg voor dat van elk weegdocument en elke factuur een gelijkluidend afschrift op overzichtelijke wijze gedurende ten minste één jaar wordt bewaard.

4.

Een leverancier voert een zodanige administratie, dat te allen tijde op eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in de koopcondities van de betrokken slachtrunderen. Voor alle slachtrunderen bevat deze administratie de namen en adressen van rundveehouders en de nummers van de merken.

§ 10. Vrijstelling of ontheffingen

Artikel 2:31

De minister kan in uitzonderlijke gevallen vrijstelling of op aanvraag ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in Artikel 2:7 of Artikel 2:13 tot en met Artikel 2:16 en daaraan voorwaarden verbinden.

Hoofdstuk 3. Marktordening varkensvlees

§ 1. Definities en reikwijdte

Artikel 3:1
1.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 3:2
1.

Een be- of verwerker die jaarlijks ten minste 10.000 slachtvarkens slacht of doet slachten draagt er zorg voor dat ten aanzien van deze varkens classificatie plaatsvindt.

2.

Een be- of verwerker hoeft geen zorg te dragen voor de classificatie van zware slachtvarkens.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op varkens die worden geslacht bij wijze van noodmaatregel op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of de Wet dieren.

§ 2. Identificatie en slacht van slachtvarkens

Artikel 3:3

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat de ontvangen slachtvarkens tot en met het tijdstip van weging identificeerbaar blijven.

Artikel 3:4

Degene die slachtvarkens aanvoert of doet aanvoeren vermeldt het tijdstip van aankomst op het vervoersdocument onmiddellijk na aanvoer van de slachtvarkens op de slachtplaats.

Artikel 3:5
1.

Het is een be- of verwerker niet toegestaan voor de weging iets van het slachtvarken af te snijden of te verwijderen.

2.

In afwijking van het eerste lid worden wel voor de weging afgesneden:

3.

Het tweede lid is niet van toepassing als een slachtvarken aan een bacteriologisch onderzoek onderworpen moet worden op grond van Verordening 854/2004.

4.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat bij het verwijderen of afsnijden van de delen, bedoeld in het tweede lid, de afsnijdingen aan vlees, spek of vet zo gering mogelijk zijn.

5.

Indien ten gevolge van een beslissing op grond van Verordening 854/2004 meer moet worden afgesneden of verwijderd dan op grond van het eerste en het vierde lid is toegestaan, is een be- of verwerker gehouden het geschatte gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.

6.

In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker bij geslachte zware slachtvarkens de uier of het scrotum vóór het tijdstip van weging verwijderen.

7.

In afwijking van het eerste lid, kan een be- of verwerker oormerken vóór het tijdstip van weging verwijderen, indien zo min mogelijk van het oor wordt weggesneden, en het gewicht van het betreffende slachtvarken uiterlijk op het tijdstip van weging wordt vermeerderd met 50 gram per verwijderd oormerk.

§ 3. Weging

Artikel 3:6
1.

Een be- of verwerker weegt de geslachte varkens:

2.

Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien bij een varken een ziekte is gediagnosticeerd als bedoeld in bijlage 1, hoofdstuk VI, punt 28, sub b, van Richtlijn 64/433/EEG.

Artikel 3:7

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat van elk slachtvarken de eigen code van het slachtmerk, het volgnummer of het individuele nummer in de afdrukinrichting wordt ingevoerd.

Artikel 3:8

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat de geslachte varkens worden gewogen binnen 20 minuten na het opensnijden van het karkas.

Artikel 3:9

Bij de weging worden de twee helften van de geslachte varkens gelijktijdig in één keer gewogen, waarbij het door de afdrukinrichting afgedrukte gewicht bepalend is.

Artikel 3:10

Het is een be- of verwerker niet toegestaan:

Artikel 3:11
1.

Bij een weging wordt gebruik gemaakt van een krachtens de Metrologiewet goedgekeurd weegwerktuig uit de klasse III.

2.

De automatisch bediende afdrukinrichting drukt per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum van de weging en het individuele merk of het volgnummer af. Het weegwerktuig geeft met de spreiders tezamen in ledige toestand de nulstand aan.

3.

De gebruikte spreiders zijn van hetzelfde gewicht.

4.

Ten minste éénmaal per drie jaar wordt het weegwerktuig door het NMI of door een door het NMI erkend bedrijf op zijn correcte werking gecontroleerd.

5.

Als tijdens een controle van het weegwerktuig een afwijking geconstateerd wordt, draagt een be- of verwerker zorg voor reparatie van het weegwerktuig.

6.

Een be- of verwerker overhandigt onverwijld een afschrift van het kalibratierapport aan de minister.

Artikel 3:12

Een be- of verwerker die zware slachtvarkens en slachtvarkens, niet zijnde zware slachtvarkens, slacht of doet slachten, kan in zoverre in afwijking van Artikel 3:11 bij de weging gebruik maken van twee typen spreiders, mits:

Artikel 3:13
1.

Een be- of verwerker zorgt ervoor dat bij het wegen voorhanden zijn:

2.

De toetsgewichten hebben ingeslagen identificatienummers.

3.

Tenminste eenmaal per drie jaar controleert een hiertoe geaccrediteerde instantie de toetsgewichten.

4.

Indien er tijdens een controle als bedoeld in het derde lid een afwijking wordt geconstateerd, draagt een be- of verwerker er onverwijld zorg voor dat de toetsgewichten op het juiste gewicht worden gebracht.

5.

Een be- of verwerker verstrekt onverwijld een afschrift van het kalibratierapport aan de minister.

§ 4. Gewichtscorrecties

Artikel 3:14
1.

Na toepassing van Artikel 3:5, Artikel 3:6, Artikel 3:9 en Artikel 3:10 wordt het gewicht als volgt vermeerderd:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien een ziekte is gediagnosticeerd als bedoeld in bijlage 1, hoofdstuk VI, onder 28, sub b, van Richtlijn 64/433/EEG.

3.

Indien de weging van de geslachte varkens later dan op de eerste werkdag na aanvoer plaatsvindt, wordt het gewicht van deze varkens vermeerderd met 1,25% daarvan per wachtdag, bovenop de gewichtsvermeerdering als bepaald onder a tot en met c. Een gedeelte van een wachtdag wordt aangemerkt als een volle dag.

4.

Na toepassing van Artikel 3:5, Artikel 3:9 en Artikel 3:10, wordt het gewicht vermeerderd met:

5.

Een be- of verwerker kan ten aanzien van de in Artikel 3:5, derde lid, genoemde slachtvarkens, het bepaalde gewicht verminderen met 2% van dat gewicht.

6.

Het overeenkomstig Artikel 3:5, Artikel 3:9 en Artikel 3:10, bepaalde gewicht, waar nodig aangepast conform het gestelde in het eerste, derde of vierde lid, dient ter bepaling van het uitbetalingsgewicht.

§ 5. Administratieve voorschriften

Artikel 3:15
1.

Een be- of verwerker draagt bij de afrekening zorg voor de afgifte aan zijn leverancier van het weegdocument, opgesteld op het UBN van de leverancier en de gedagtekende factuur, die tezamen voldoen aan de in het tweede lid gestelde eisen.

2.

Het weegdocument en de gedagtekende factuur bevatten tezamen tenminste de volgende gegevens:

3.

Een be- of verwerker vermeldt de kosten van de naleving van deze regeling op de factuur ten behoeve van de leverancier.

4.

Op verzoek van de varkenshouder verstrekt een be- of verwerker een specificatie van de op de factuur niet nader omschreven kostenpost.

5.

Op verzoek van de varkenshouder verstrekt een afnemer van een slachtvarken onverwijld een specificatie van de op de factuur niet nader omschreven kostenpost.

6.

Een be- of verwerker geeft op het weegdocument of de gedagtekende factuur op een voor de leverancier duidelijke wijze aan dat het betreffende gewogen slachtvarken aan hem is toegewezen. Van toewijzen is sprake als:

Artikel 3:16
1.

De leverancier die een slachtvarken aanlevert bij een be- of verwerker stelt de van de be- of verwerker ontvangen weegdocumenten in ongewijzigde vorm aan de varkenshouder ter beschikking.

2.

De leverancier draagt bij de afrekening zorg voor de afgifte van een gedagtekende factuur aan zijn varkenshouder.

3.

De leverancier vermeldt de kosten van de naleving van deze regeling op de factuur ten behoeve van de leverancier of varkenshouder.

4.

Bedragen als bedoeld in het vorige lid die niet op de aldaar beschreven wijze op de factuur worden vermeld, worden niet doorberekend.

Artikel 3:17
1.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat van elk weegdocument en elke factuur een gelijkluidend afschrift op overzichtelijke wijze gedurende ten minste één jaar wordt bewaard op schriftelijke of elektronische wijze.

2.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat een exemplaar van het vervoersdocument gedurende tenminste drie jaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard.

3.

De leverancier draagt er zorg voor dat van elk weegdocument en elke factuur een gelijkluidend afschrift op overzichtelijke wijze gedurende tenminste één jaar wordt bewaard.

Artikel 3:18

Het is niet toegestaan wijzingen aan te brengen in de documenten, bedoeld in Artikel 3:15, Artikel 3:16 en Artikel 3:17, ter zake van de daarop vermelde en in deze regeling genoemde gegevens.

§ 6. Prijsregistratie

Artikel 3:19
1.

De exploitant van het slachthuis en de leverancier melden de marktprijs, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van Verordening 1249/2008, zijnde het aankoopbedrag franco abattoir, exclusief BTW, elke woensdag voor 9.00 uur aan de minister.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op de periode van maandag tot en met zondag die direct aan de woensdag is voorafgegaan.

§ 7. Classificatie

Artikel 3:20
1.

De minister classificeert slachtvarkens.

2.

Classificatieapparatuur bestaat uit:

3.

Een classificatieapparaat als bedoeld in het tweede lid maakt gebruik van de formule, bedoeld in de bijlage, punt 2, onder 3, van het Uitvoeringsbesluit.

Artikel 3:21
1.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat een weegwerktuig op een zodanige wijze met de classificatieapparatuur verbonden is dat het de weeg- en identificatiegegevens per slachtvarken direct, volledig en ongecorrigeerd aan de classificatieapparatuur doorgeeft.

2.

Een be- of verwerker stelt de minister de benodigde ruimte ter beschikking voor het plaatsen van de classificatieapparatuur.

3.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval de weeggegevens, het slachtmerk, en in voorkomend geval het volgordenummer bevatten.

4.

Indien het volgordenummer aan de classificatieapparatuur wordt doorgegeven draagt een be- of verwerker er zorg voor dat dit nummer tevens, per slachtvarken, naast het slachtmerk op het weegdocument en op de factuur vermeld wordt.

Artikel 3:22

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat de registratie van de classificatiegegevens op een juiste wijze geschiedt.

Artikel 3:23

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat de slachtingen ook ongehinderd doorgaan indien de classificatieapparatuur geheel of gedeeltelijk uitvalt.

Artikel 3:24
1.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat de minister een classificatiemerk op een geclassificeerd karkas van een slachtvarken kan aanbrengen, waarbij de vastgestelde klasse of het vastgestelde mager vleespercentage, bedoeld in punt II, onder B, bijlage IV, van Verordening 1308/2013 weergegeven wordt.

2.

Een be- of verwerker kan tevens een type op een karkas van de geclassificeerde varkens aanbrengen, dat bestaat uit een hoofdletter met een weergave van de mate van bespierdheid overeenkomstig het volgende indelingsschema:

Type Mate van bespierdheid
AA uitzonderlijk goede bespiering
A goede tot zeer goede bespiering
B middelmatige bespiering
C vrij dunne bespiering
3.

Een be- of verwerker die gebruik maakt van het tweede lid, doet dit voor de hele te onderscheiden partij karkassen van de geclassificeerde varkens.

4.

Een be- of verwerker draagt er zorg voor dat de aanduidingen betreffende de klasse, of het aandeel mager vlees, bedoeld in punt II, onder B, bijlage IV, van Verordening 1308/2013 en indien van toepassing het type, op het karkas van het geclassificeerde slachtvarken correct zijn.

Artikel 3:25

Classificatiemerken worden alleen op karkassen van slachtvarkens of de delen daarvan aangebracht:

Artikel 3:26

Aangebrachte classificatiemerken mogen niet worden verwijderd, veranderd, onleesbaar gemaakt of anderszins behandeld waardoor zij niet meer in voldoende mate als zodanig kunnen worden onderkend, tenzij dit geschiedt door:

Artikel 3:27

Indien slachtvarkens naar kwaliteit worden uitbetaald, vermeldt een be- of verwerker per slachtvarken op het weegdocument of de factuur:

Artikel 3:28

Degene die slachtvarkens die na slachting zijn geclassificeerd van een varkenshouder onder conditie van uitbetaling naar kwaliteit heeft gekocht, informeert de varkenshouder op diens verzoek schriftelijk binnen drie weken na de slachting over het aandeel mager vlees van ieder slachtvarken, alsmede indien van toepassing over het type, bedoeld in Artikel 3:24, tweede lid, van het slachtvarken.

Artikel 3:29
1.

Een be- of verwerker op wiens bedrijf varkens geclassificeerd worden, bewaart gedurende ten minste één jaar op overzichtelijke wijze een door de minister gedagtekende classificatielijst. Deze classificatielijst bevat naast de naam en het adres van de be- of verwerker, per slachtvarken de volgende gegevens:

2.

Een be- of verwerker verzendt de slachtgegevens dagelijks aan de minister.

§ 8. Overige bepalingen

Artikel 3:30
1.

Een be- of verwerker meldt wijzigingen in de bedrijfsvoering die van invloed kunnen zijn op het toezicht op de naleving of de uitvoering van de classificatiewerkzaamheden zo spoedig mogelijk aan de minister.

2.

Een be- of verwerker stelt de minister een door hem af te sluiten en alleen voor hem toegankelijke, vochtvrije ruimte ter beschikking. Deze ruimte moet voldoende groot zijn om zowel te kunnen dienen als opslagruimte, als voor het kunnen uitoefenen van de benodigde administratieve werkzaamheden.

3.

Een be- of verwerker stelt door de minister benodigde elektriciteit en water om niet ter beschikking.

4.

Een be- of verwerker meldt de geplande tijden van slachtingen aan de minister.

5.

Een be- of verwerker draagt zorg voor zodanige arbeidsomstandigheden dat op grond van deze regeling uit te voeren werkzaamheden goed kunnen worden verricht door de minister.

§ 9. Vrijstelling of ontheffing

Artikel 3:31
1.

De minister kan in uitzonderlijke gevallen vrijstelling of ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in Artikel 3:5 of Artikel 3:25.

2.

Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden.

3.

De minister kan een verleende ontheffing als bedoeld in het eerste lid te allen tijde intrekken.

Hoofdstuk 4. Overgangsrecht

Artikel 4:1

Door het Productschap Vee en Vlees verleende registraties, vrijstellingen of ontheffingen op grond van:

Artikel 4:2

Archiefbescheiden van het Productschap Vee en Vlees betreffende zaken die op basis van deze regeling worden behartigd door de minister, worden overgedragen aan de minister, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel 4:3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling marktordening vlees.

Artikel 4:4

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.