← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 11 december 2013, houdende regels voor de opleiding van registerloodsen, noordzeeloodsen en VTS-operators en de bij die functies behorende bevoegdheden en verplichtingen (Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren)

Geldende tekst a fecha 2025-09-01

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 14 november 2013, nr. IenM/BSK-2013/254642, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op Richtlijn 79/115/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1978 inzake het loodsen van schepen door Noordzee-loodsen op de Noordzee en het Kanaal (Pb EEG L 33/32), richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PbEU L 131) en de artikelen 2, derde lid, 5, eerste lid, 9, tweede lid, 24, eerste lid, onderdeel e, en 47, eerste lid, van de Loodsenwet, artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet, de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, van de Wet zeevarenden en artikel XVIII van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 november 2013, no. W14.13.0406/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 7 december 2013, ienm/bsk-2013/286492, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Geneeskundige verklaring voor de zeevaart
1.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder geneeskundige verklaring voor de zeevaart verstaan: een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet bemanning zeeschepen.

2.

In verband met het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde geneeskundige verklaring zijn de artikelen 31 tot en met 34 van de Wet bemanning zeeschepen en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.3. Examenprogramma
1.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder examenprogramma: een beschrijving van de inhoudsgebieden waarop een examen betrekking heeft.

2.

Bij de vaststelling van een examenprogramma wordt rekening gehouden met ter zake geldende internationale richtlijnen en gewoonten en met de specifieke beroepsvaardigheden die, ter bevordering van een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer, worden gevorderd om de functie of het beroep waarvoor betrokkene wordt opgeleid en geëxamineerd, naar behoren te kunnen vervullen.

Artikel 1.4. Examenreglement
1.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen bevat een examenreglement in ieder geval bepalingen over:

2.

Onverminderd het eerste lid, bevat een examenreglement voldoende waarborgen dat de vereiste kennis en bekwaamheden van betrokkene naar behoren worden onderzocht.

Hoofdstuk 2. Registerloodsen

Paragraaf 1. De opleiding voor het beroep van registerloods

Artikel 2.1. Voorwaarden voor deelname aan de opleiding tot registerloods

Voor deelname aan de opleiding en de examens voor registerloods kan in aanmerking komen een persoon die:

Artikel 2.2. Inhoud van de opleiding tot registerloods

De opleiding tot registerloods omvat zowel praktisch als theoretisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in ten minste de volgende aspecten van de beroepsuitoefening: navigeren, manoeuvreren en communiceren in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de regio waar betrokkene na zijn examens als registerloods loodsdiensten zal gaan verrichten.

Artikel 2.3. Accreditatie van de opleiding tot registerloods
1.

Onverminderd artikel 2.2, draagt de algemene raad er zorg voor dat voor de opleiding tot registerloods een accreditatie HBO-master als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is verleend.

2.

De algemene raad meldt onverwijld aan de Minister indien de opleiding niet overeenkomstig het eerste lid is geaccrediteerd.

3.

Indien de opleiding niet overeenkomstig het eerste lid is geaccrediteerd, verleent de Minister de algemene raad hiervan ontheffing. Aan deze ontheffing worden in elk geval voorschriften verbonden met betrekking tot anderen die betrokken worden bij de vaststelling van het voor de opleiding en examen benodigde examenprogramma en examenreglement en voorschriften die ertoe leiden dat de kwaliteit en de continuïteit van de opleiding tot registerloods gewaarborgd blijven.

Paragraaf 2. Verplichtingen en bevoegdheden van de registerloods

Artikel 2.4. Geneeskundige verklaringen
1.

Een registerloods bezit een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart.

2.

Onverminderd het eerste lid, kunnen bij verordening regels worden gesteld in verband met het bezit van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor het verrichten van loodsdiensten.

3.

Een registerloods doet een afschrift van de in het eerste en indien van toepassing, tweede lid bedoelde geneeskundige verklaringen aan de algemene raad toekomen.

4.

De registerloods die niet in het bezit is van een of, indien van toepassing beide geldige verklaringen als bedoeld in het eerste en tweede lid, meldt dit onverwijld aan de algemene raad.

Artikel 2.5. Voorschriften voor registerloodsen
1.

Bij verordening worden regels gesteld met betrekking tot:

2.

Een registerloods mag zijn diensten als loods weigeren indien tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het te loodsen schip naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving.

3.

In de situatie, bedoeld in het tweede lid, doet de registerloods hiervan onverwijld melding aan de bevoegde autoriteit of aan een opsporingsambtenaar en pleegt hij overleg met de kapitein en zo mogelijk met de bevoegde autoriteit over de te nemen actie. Indien het schip, ondanks de weigering van de registerloods, toch vertrekt of de reis voortzet, oefent de registerloods zijn functie zo goed mogelijk uit.

Artikel 2.6. Voorschriften tijdens de functie-uitoefening

Tijdens de uitoefening van zijn functie:

Artikel 2.7. Aanvullende voorschriften in verband met het loodsen op afstand
1.

Een registerloods mag slechts op de loodsplichtige scheepvaartwegen loodsen op afstand, voor zover:

2.

Een registerloods mag het loodsen op afstand slechts verrichten vanaf door de bevoegde autoriteit vast te stellen locaties vanaf de wal en in de situaties genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, ook vanaf een ander schip of vanaf een loodsvaartuig.

3.

Een registerloods volgt bij het geven van verkeersinformatie tijdens het loodsen op afstand vanaf de wal de door de Minister of de bevoegde autoriteit gegeven voorschriften op.

4.

De bevoegde autoriteit stelt de door hem voor het loodsen op afstand vanaf de wal nodig geachte ruimte en apparatuur ten behoeve van dat loodsen om niet aan registerloodsen ter beschikking.

5.

Het loodsen op afstand geschiedt in de Engelse taal tenzij door de bevoegde autoriteit een andere taal is voorgeschreven.

Artikel 2.8. Procedures in verband met het loodsen op afstand
1.

De met het loodsen van een schip belaste registerloods doet onverwijld melding aan de daartoe door het bestuur van een regionale loodsencorporatie aangewezen registerloods, indien zich een voor het loodsen op afstand genoemde omstandigheid als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, voordoet.

2.

De aangewezen registerloods, bedoeld in het eerste lid, geeft een door hem ontvangen melding onverwijld door aan de bevoegde autoriteit, indien hij eveneens van oordeel is dat er sprake is van een dergelijke omstandigheid.

3.

Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, vangt pas aan nadat de aangewezen registerloods, bedoeld in het eerste lid, de met het loodsen op afstand belaste registerloods heeft bericht dat hij de melding, bedoeld in het tweede lid, heeft gedaan.

4.

Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel c, vangt pas aan, nadat de registerloods melding heeft gedaan aan de bevoegde autoriteit van de noodzaak daartoe.

5.

Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel d, vangt pas aan nadat de bevoegde autoriteit daartoe toestemming heeft gegeven.

Hoofdstuk 3. Noordzeeloodsen

Paragraaf 1. De bevoegdheid en opleiding van een noordzeeloods

Artikel 3.1. Certificaat noordzeeloods
1.

Een certificaat noordzeeloods wordt door de Minister op verzoek afgegeven aan de persoon die:

2.

De persoon die in het bezit is van het certificaat noordzeeloods is bevoegd om als loods op te treden in het beloodsingsgebied dat bestaat uit de wateren omvattende het Engels Kanaal, vanaf de lijn over de Land’s End en Ile d’Ouessant, de Noordzee, in het noorden begrensd door de 61-ste breedtegraad, en het Skagerrak, tot de lijn over Skagen en Vinga, en de zeegebieden ten westen en noorden van Engeland, met uitzondering van die gedeelten waarop nationale wetgeving van de daaraan grenzende landen het loodsen van schepen door personen die niet aan die wetgeving voldoen, verbiedt.

3.

Aan het certificaat noordzeeloods kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden die verband houden met de geldigheidsduur van het certificaat, het verrichten van loodsdiensten ten behoeve van bepaalde typen schepen en de wijze waarop de kennis en vakbekwaamheid van de houder van het certificaat actueel worden gehouden.

4.

Het certificaat noordzeeloods voldoet aan daartoe bij ministeriële regeling gestelde eisen.

Artikel 3.2. Voorwaarden voor deelname aan de opleiding tot noordzeeloods

Voor deelname aan de opleiding tot noordzeeloods kan in aanmerking komen een persoon die:

Artikel 3.3. Inhoud van de opleiding en het examen voor noordzeeloods
1.

De opleiding tot noordzeeloods omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in ten minste de volgende aspecten van de beroepsuitoefening: navigeren, manoeuvreren en communiceren in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot het beloodsingsgebied.

2.

Het examenprogramma en het examenreglement behorende bij het examen ter afronding van de opleiding tot noordzeeloods, worden vastgesteld in overleg tussen betrokkenen bij de scheepvaart in het beloodsingsgebied van noordzeeloodsen.

Artikel 3.4. Certificering van de opleiding tot noordzeeloods
1.

Onverminderd artikel 3.3 beschikt de opleiding tot noordzeeloods over een certificaat waarmee een certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de opleiding voldoet aan de voor die certificerende instelling geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.

2.

Indien en zolang er geen opleiding tot noordzeeloods is die voldoet aan het eerste lid, wijst de Minister een opleidingsinstelling aan die deze opleiding met inachtneming van deze paragraaf gaat verzorgen. Aan deze aanwijzing worden in elk geval voorschriften verbonden die ertoe leiden dat de kwaliteit en de continuïteit van de opleiding tot noordzeeloods gewaarborgd blijven.

Paragraaf 2. Verplichtingen van de noordzeeloods

Artikel 3.5. Voorschriften voor noordzeeloodsen
1.

Een noordzeeloods bezit een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart en toont deze desgevraagd aan de Minister.

2.

Een noordzeeloods verleent zijn loodsdiensten zodanig dat het verrichten van loodsdiensten en de in verband daarmee te verrichten handelingen en de in te zetten hulpmiddelen, steeds op een zodanige wijze geschiedt dat een zo veilig en vlot mogelijke afwikkeling van het scheepvaartverkeer wordt gewaarborgd.

3.

Onverminderd het tweede lid is een noordzeeloods tijdens het verrichten van loodsdiensten voldoende fit en in goede conditie en neemt hij daartoe voldoende rust tijdens een loodsreis en tussen twee loodsreizen in.

Artikel 3.6. Voorschriften tijdens de functie-uitoefening
1.

Tijdens de uitoefening van zijn functie:

2.

De noordzeeloods die getuige is geweest van een scheepsramp, stelt zo spoedig mogelijk een schriftelijke verklaring op over het gebeurde en doet deze verklaring toekomen aan de Minister en verschaft de Minister desgevraagd nadere informatie.

3.

De verklaring, bedoeld in het tweede lid, is bedoeld voor lering en mag ook alleen gebruikt worden voor lering, behoudens wettelijke verplichtingen voortvloeiend uit het Wetboek van Strafrecht of Wetboek van Strafvordering.

Artikel 3.7. Vervallen of intrekken van het certificaat noodzeeloods
1.

Het certificaat noordzeeloods vervalt van rechtswege met ingang van de dag dat de noordzeeloods niet meer in het bezit is van een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart.

2.

De Minister kan het certificaat noordzeeloods intrekken indien de noordzeeloods:

Hoofdstuk 4. Verklaringhouders

Hoofdstuk 4. Verklaringhouders

Paragraaf 1. De bevoegdheid en opleiding van een VTS-operator en andere personen

Artikel 5.1. Bevoegdheid VTS-operator en andere personen

In opdracht van het bevoegd gezag zijn bevoegd tot het aan de scheepvaart geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen:

Artikel 5.2. Voorwaarden voor het uitoefenen van de functie van VTS-operator
1.

Het bevoegd gezag kan alleen een persoon bevoegd verklaren voor het uitoefenen van de functie van VTS-operator nadat deze persoon de opleiding tot VTS-operator met goed gevolg heeft afgerond en zolang deze persoon blijkt geeft over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om de functie van VTS-operator te kunnen blijven uitoefenen.

2.

Onverminderde het eerste lid, kan de functie van VTS-operator tevens worden vervuld door de persoon die voldoet aan de krachtens artikel 33, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties voor het verkrijgen van erkenning van EU-kwalificaties van voor de functie van VTS-operator gestelde regels met betrekking tot het doorlopen van een aanpassingsstage of het afleggen van een proeve van bekwaamheid zowel wat betreft het landelijk deel van de opleiding als wat betreft de specifieke kenmerken van de scheepvaartwegen waarvoor betrokkene de scheepvaartbegeleiding gaat verzorgen en zolang deze persoon blijkt geeft over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om de functie van VTS-operator te kunnen blijven uitoefenen.

Artikel 5.3. Inhoud van de opleiding en het examen voor VTS-operator
1.

De opleiding tot VTS-operator bestaat uit een landelijke opleiding en een regionale opleiding die betrekking heeft op specifieke kenmerken van de scheepvaartwegen waarvoor betrokkene de verkeersbegeleiding gaat verzorgen.

2.

De opleiding tot VTS-operator omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, dat gericht is op het verwerven van de competenties zoals die hiervoor in gezamenlijk overleg tussen degenen die als bevoegd gezag bij de scheepvaartbegeleiding zijn betrokken zijn vastgesteld.

3.

Het examenprogramma en het examenreglement behorende bij het examen ter afronding van de opleidingen tot VTS-operator, worden vastgesteld in gezamenlijk overleg tussen degenen die als bevoegd gezag bij de scheepvaartbegeleiding zijn betrokken.

Artikel 5.4. Certificering van de opleiding tot VTS-operator
1.

Onverminderd artikel 5.3 beschikken de opleidingen over een certificaat waarmee een certificeringsinstelling, kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de opleiding voldoet aan de voor de certificerende instelling geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.

2.

Indien en zolang er geen opleiding is die voldoet aan het eerste lid, wijst de Minister een of meer opleidingsinstellingen aan die de opleidingen met inachtneming van deze paragraaf gaat verzorgen. Aan deze aanwijzing worden in elk geval voorschriften verbonden die ertoe leiden dat de kwaliteit en de continuïteit van de opleidingen gewaarborgd blijven.

Artikel 5.5. Voorwaarden voor het uitoefenen van de taken, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b

Het bevoegd gezag kan alleen een persoon als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, bevoegd verklaren voor het uitoefenen van een of meer van de in dat artikel bedoelde taken nadat deze persoon de voor hem vastgestelde delen van de opleiding, bedoeld in artikel 5.6, met goed gevolg heeft afgerond en zolang deze persoon blijkt geeft over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om de betreffende functie te kunnen blijven uitoefenen.

Artikel 5.6. De opleiding van personen, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b
1.

De opleiding voor personen, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, omvat de door degenen die als bevoegd gezag zijn aangewezen gezamenlijk ontwikkelde nautische leerlijnen die dienen ter verdere professionalisering van de in artikel 5.1, onderdeel b, bedoelde personen.

2.

De nautische leerlijnen omvatten zowel theoretisch als praktisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van de voor de betreffende functie specifieke competenties en bestaan uit basismodules en verdiepingsmodules per te onderscheiden kennisveld.

Paragraaf 2. De bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen in andere gevallen

Artikel 5.7. Bevoegdheid van politie-ambtenaren
1.

Op scheepvaartwegen waarop het Binnenvaartpolitiereglement, het Scheepvaartreglement Eemsmonding, het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas, het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, het Scheepvaartreglement territoriale zee of het Rijnvaartpolitiereglement 1995 van toepassing is, zijn bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan vanaf een centrale of post in een verkeersbegeleidend systeem, de ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak:

2.

De Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, voor de toepassing van het eerste lid een ander bewijs van bekwaamheid met het vaarbekwaamheidsbewijs politie gelijkstellen.

Artikel 5.8. Bevoegdheid van de directeur Kustwacht en noordzeeloods
1.

De directeur Kustwacht is bevoegd tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen in de Nederlandse territoriale zee, behoudens de in het Scheepvaartreglement territoriale zee genoemde aanloopgebieden.

2.

Na een daartoe strekkende opdracht van de directeur Kustwacht, is de noordzeeloods die in het bezit is van het certificaat VTS-supplement for certified northsea pilots, bevoegd tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen in de Nederlandse territoriale zee, behoudens de in het Scheepvaartreglement territoriale zee genoemde aanloopgebieden.

Artikel 5.9. Bevoegdheid van registerloodsen

Een registerloods is bevoegd tot het geven van verkeersinformatie:

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 5.10. Verkeersinformatie op de Eems

Dit hoofdstuk is niet van toepassing indien verkeersinformatie wordt gegeven krachtens de op 9 december 1980 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de gemeenschappelijke informatie en begeleiding van de scheepvaart in de Eemsmonding door middel van walradar- en hoogfrequentie-radio-installaties, met bijlagen (Trb. 1981, 2).

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1. Overgangsbepaling in verband met behoud van verkregen bevoegdheden
1.

De op grond van het Besluit adspirant-registerloodsen met goed gevolg afgelegde examens worden gelijkgesteld met de in de artikelen 2.2 en 2.3 bedoelde opleiding tot registerloods.

2.

Een op grond van artikel 2 van het Besluit certificaatloodsen verkregen A- of B-certificaat, blijft geldig tot het op dat certificaat aangegeven expiratiedatum.

3.

Een op grond van de artikelen 4 tot en met 16 van het Besluit certificaatloodsen met goed gevolg afgelegd examen certificaatloods wordt gelijkgesteld met de in de artikelen 3.3 en 3.4. bedoelde opleiding en examen voor noordzeeloods.

4.

Op grond van de artikelen 2 en 4 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen aangewezen personen, worden zolang zij blijk geven over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om hun functie te kunnen blijven uitoefenen geacht bevoegd te zijn tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen op grond van dit besluit.

5.

De op grond van de artikelen 3 en 11 tot en met 28 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen met goed gevolg afgelegd examens worden gelijkgesteld met de in de artikelen 5.3 en 5.4 bedoelde opleiding en examen voor VTS- operator.

6.

De op grond van artikel 4 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen met goed gevolg afgelegde opleidingen of modules worden gelijkgesteld met de in artikel 5.6, bedoelde nautische leerlijnen.

Artikel 6.2. Wijziging Loodsplichtbesluit 1995

Wijzigt het Loodsplichtbesluit 1995.

Artikel 6.3. Wijziging Besluit verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet

Wijzigt het Besluit verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet.

Artikel 6.4. Strafbepaling

Overtreding van de bij of krachtens de artikelen 2.5, derde lid, 2.6, 2.7 en 2.8 gestelde voorschriften is een strafbaar feit.

Artikel 6.5. Intrekken van besluiten op basis van de Loodsenwet en Scheepvaartverkeerswet

De volgende besluiten worden ingetrokken:

Artikel 6.6. Intrekken besluiten voor de handelsvaart en zeevisvaartbemanning

De volgende besluiten worden ingetrokken:

Artikel 6.7. Inwerkingtreding en overgangsrecht
1.

Artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s (wijziging van de Loodsenwet) en dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2014.

2.

In afwijking van het eerste lid, treden artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s (wijziging van de Loodsenwet) en dit besluit, indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2013 in werking met ingang 1 april 2014 en werken de artikelen 2.1, 2.2, 3.2, 3.3 en 5.3 voor personen wiens opleiding tussen 1 januari 2014 en 31 maart 2014 is begonnen, terug tot en met 1 januari 2014.

3.

In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 2.3, 3.4 en 5.4 met ingang van 1 januari 2015 in werking treden.

4.

In afwijking van het eerste lid en van artikel 6.5, onderdeel a, blijven de artikelen van de Loodsenwet, het Besluit adspirant-registerloodsen en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2013, tot 1 januari 2015 van toepassing op de opleiding en examinering van personen met wie voor 1 januari 2014 een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de Loodsenwet, zoals dat artikel op 31 december 2013 luidde, is aangegaan.

5.

In afwijking van het eerste lid en van artikel 6.5, onderdeel d, blijven artikel 5 van de Loodsenwet, het Besluit certificaatloodsen en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2013, tot 1 juli 2014 van toepassing op de opleiding en examinering van personen wiens opleiding voor 1 januari 2014 is gestart.

6.

In afwijking van het eerste lid en van artikel 6.5, onderdeel f, blijft het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2013 tot 1 januari 2015 van toepassing op de opleiding en examinering van personen wiens opleiding voor 1 januari 2014 is gestart.

Artikel 6.8. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1.5. Grondslag

Dit besluit berust mede op artikel 2, zesde lid, van de Loodsenwet en artikel 31, vierde lid, van de Wet bemanning zeeschepen.

Hoofdstuk 2. Registerloodsen

Paragraaf 1. De opleiding voor het beroep van registerloods

Paragraaf 2. Verplichtingen en bevoegdheden van de registerloods

Hoofdstuk 3. Noordzeeloodsen

Paragraaf 1. De bevoegdheid en opleiding van een noordzeeloods

Paragraaf 2. Verplichtingen van de noordzeeloods

Hoofdstuk 4. Verklaringhouders

Paragraaf 1. De bevoegdheid en opleiding van een VTS-operator en andere personen

Paragraaf 2. De bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen in andere gevallen

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.2a

Voor een uitgetreden registerloods geldt in afwijking van het in artikel 3.2, onder b, genoemde het vereiste om in het bezit te zijn van een geldig bekwaamheidsbewijs basisveiligheid, als bedoeld in artikel 3.5.1, eerste lid, van het Besluit bemanning zeeschepen.

Paragraaf 2. Verplichtingen van de noordzeeloods

Hoofdstuk 5. Bevoegdheid tot geven van verkeerinformatie en verkeersaanwijzingen

Paragraaf 1. De bevoegdheid en opleiding van een VTS-operator en andere personen

Paragraaf 2. De bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen in andere gevallen

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.