← Geldende tekst · Geschiedenis

Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten

Geldende tekst a fecha 2025-12-24

Gelet op artikel 19, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het accountantsberoep;

Overwegende dat het maatschappelijk verkeer en met name de gebruikers van assurance-opdrachten het onafhankelijk uitvoeren van een assurance-opdracht essentieel vinden;

Overwegende dat de voor een assurance-opdracht eindverantwoordelijke accountant de onafhankelijke uitvoering van de assurance-opdracht waarborgt;

Overwegende dat het in het maatschappelijk belang soms noodzakelijk is invulling te geven aan de wijze waarop de eindverantwoordelijke accountant de onafhankelijke uitvoering waarborgt;

Overwegende dat andere accountants zelf of via een nauwe persoonlijke relatie de onafhankelijke uitvoering van de assurance-opdracht niet mogen bedreigen;

Stelt de volgende verordening vast:

Hoofdstuk 1. – Definities

Artikel 1

In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:

Hoofdstuk 2. – Algemene bepalingen

Paragraaf 2.1. – Reikwijdte

Artikel 2

Deze verordening geldt voor assurance-opdrachten waarop op basis van de gedrags- en beroepsregels van de NBA de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden van toepassing zijn.

Paragraaf 2.2. – Onafhankelijke uitvoering van een assurance-opdracht

Artikel 3
1.

De eindverantwoordelijke accountant waarborgt dat de assurance-opdracht onafhankelijk wordt uitgevoerd.

2.

Onafhankelijkheid is vereist in wezen en in schijn.

3.

Onafhankelijkheid is vereist:

4.

Een accountant onderhoudt geen betrekking met de verantwoordelijke partij of een verbonden derde als deze betrekking de onafhankelijke uitvoering van een assurance-opdracht bedreigt.

5.

Een accountant ziet erop toe dat de onafhankelijke uitvoering van een assurance-opdracht niet wordt bedreigd doordat een nauwe persoonlijke relatie van hem een betrekking onderhoudt met de verantwoordelijke partij of een verbonden derde.

6.

Onafhankelijkheid bij een assurance-opdracht met een niet-nader bepaalde kring van gebruikers geldt ten opzichte van het assurance-object, de verantwoordelijke persoon en de verantwoordelijke entiteit.

7.

Onafhankelijkheid bij een assurance-opdracht ten behoeve van een nader bepaalde kring van gebruikers geldt ten opzichte van het assurance-object en de verantwoordelijke persoon, mits:

8.

Onafhankelijkheid bij een assurance-opdracht ten behoeve van een nader bepaalde kring van gebruikers geldt ten opzichte van het assurance-object, de verantwoordelijke persoon en de verantwoordelijke entiteit als niet voldaan wordt aan de voorwaarden in het zevende lid, onderdelen a en b.

Artikel 4

In afwijking van artikel 3, zesde tot en met achtste lid, is sprake van een onafhankelijke uitvoering van een assurance-opdracht door een overheidsaccountant als:

Paragraaf 2.3. – Toetsingskader

Artikel 5

Bij het naleven van deze verordening:

Artikel 6
1.

De eindverantwoordelijke accountant identificeert en beoordeelt omstandigheden die een bedreiging voor de onafhankelijke uitvoering van de assurance-opdracht kunnen zijn.

2.

Bij specifieke omstandigheden waarin zich een bedreiging voordoet waartegen geen enkele maatregel toereikend kan zijn, in de hoofdstukken 3 tot en met 13 aangeduid met een verbod, is het de eindverantwoordelijke accountant niet toegestaan de assurance-opdracht uit te voeren.

3.

De eindverantwoordelijke accountant weigert of beëindigt de assurance-opdracht als hij een omstandigheid identificeert en beoordeelt waarvan in de hoofdstukken 3 tot en met 13 is bepaald dat deze een bedreiging is die:

4.

De eindverantwoordelijke accountant weigert of beëindigt de assurance-opdracht als hij een niet in de hoofdstukken 3 tot en met 13 benoemde bedreiging heeft geïdentificeerd en beoordeeld, en geen maatregel is of wordt genomen die de onafhankelijke uitvoering waarborgt.

Artikel 7

De eindverantwoordelijke accountant die constateert dat in strijd wordt of is gehandeld met een bepaling in deze verordening beëindigt de assurance-opdracht, tenzij:

Artikel 8

Als een assurance-opdracht ten behoeve van een nader bepaalde kring van gebruikers wordt uitgevoerd bij een organisatie van openbaar belang, zijn de artikelen 21, 22, 29 en 41 niet van toepassing mits:

Paragraaf 2.4. – Internationale betrekkingen

Artikel 9

De artikelen 6 tot en met 8, 10 tot en met 15 en 17 tot en met 46 zijn niet van toepassing op betrekkingen tussen een in het buitenland gevestigd onderdeel van het netwerk, een buitenlandse accountantspraktijk of een daaraan verbonden persoon en:

Paragraaf 2.5. – Betrekkingen met verbonden derde

Artikel 10
1.

De eindverantwoordelijke accountant neemt bij het identificeren en beoordelen van omstandigheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid, betrekkingen met een verbonden derde in aanmerking.

2.

De hoofdstukken 4 tot en met 7 en 9 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing op betrekkingen met een verbonden derde als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor:

3.

De artikelen 21 en 22b zijn niet van toepassing als de non-assurancedienst die verricht wordt voor een verbonden derde geen materiële invloed heeft op het assurance-object van de verantwoordelijke entiteit en:

Paragraaf 2.6. – Relatie met de organisatiestructuur

Artikel 11

De eindverantwoordelijke accountant voert de assurance-opdracht alleen uit, als de organisatiestructuur van de accountantseenheid hem in staat stelt adequate maatregelen te treffen om de onafhankelijke uitvoering van de assurance-opdracht te waarborgen.

Paragraaf 2.7. – Vastlegging

Artikel 12

De eindverantwoordelijke accountant is ervoor verantwoordelijk dat in het assurance-dossier is opgenomen hoe hij de onafhankelijke uitvoering van de assurance-opdracht waarborgt. Hiertoe bevat het assurance-dossier ten minste:

Paragraaf 2.8. – Beursgenoteerde ondernemingen niet-OOB

Artikel 13

De artikelen in deze verordening die betrekking hebben op een assurance-opdracht bij een organisatie van openbaar belang zijn, met uitzondering van artikelen 16 en 17, van overeenkomstige toepassing op een assurance-opdracht bij een beursgenoteerde onderneming die geen organisatie van openbaar belang is.

Paragraaf 2.9. – Fusies en overnames

Artikel 14
1.

Als de onafhankelijke uitvoering van de assurance-opdracht door een fusie of overname redelijkerwijs niet per direct kan worden gewaarborgd en de met governance belaste personen verzoeken de assurance-opdracht te continueren, is dit in afwijking van artikel 6 toegestaan mits:

2.

In aanvulling op artikel 12 wordt in het assurance-dossier opgenomen:

Paragraaf 2.10. – Hardheidsclausule

Artikel 15
1.

De eindverantwoordelijke accountant die op grond van een zwaarwegend maatschappelijk belang een assurance-opdracht continueert in een situatie waarin hij door een uitzonderlijke omstandigheid niet langer voldoet aan de artikelen 3, 6 of 7, wordt geacht de onafhankelijke uitvoering van een assurance-opdracht te waarborgen als:

2.

In aanvulling op artikel 12 worden de op grond van het eerste lid verkregen bevestiging en overeenstemming in het assurance-dossier opgenomen.

Hoofdstuk 3. – Samenloop van dienstverlening bij een OOB waarbij een wettelijke controle wordt uitgevoerd

Artikel 16
1.

In aanvulling op artikel 5, eerste lid, van de Europese verordening is het verboden een wettelijke controle uit te voeren bij een organisatie van openbaar belang, als andere diensten dan controlediensten als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, Wta worden verleend door:

2.

In aanvulling op artikel 5, eerste lid, van de Europese verordening is het verboden een wettelijke controle uit te voeren bij een organisatie van openbaar belang, als een ander onderdeel van het netwerk dat buiten Nederland is gevestigd andere diensten dan controlediensten als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, Wta verleent aan een aan die organisatie van openbaar belang gelieerde entiteit als bedoeld in artikel 24b, derde lid, onderdeel a, Wta die gevestigd is in een staat die geen lidstaat is, en de eindverantwoordelijke accountant niet vaststelt dat identificatie en beoordeling van een bedreiging als gevolg van die dienstverlening en het nemen van een maatregel plaatsvinden aan de hand van regels die ten minste gelijkwaardig zijn aan de Code of Ethics.

3.

Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, is van toepassing indien andere diensten dan controlediensten als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, Wta, worden verleend tijdens:

Hoofdstuk 4. – Samenloop van dienstverlening bij een OOB waarbij waarbij geen wettelijke controle wordt uitgevoerd dan wel bij een niet-OOB

Paragraaf 4.1. – Algemeen

Artikel 17

Dit hoofdstuk is van toepassing als de accountantseenheid:

Artikel 18

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren bij een verantwoordelijke entiteit als de eindverantwoordelijke accountant, de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk:

Paragraaf 4.2. – Samenloop van dienstverlening bij een niet-OOB

Artikel 19

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor, als de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk aan de verantwoordelijke entiteit niet zijnde een organisatie van openbaar belang een non-assurancedienst verleent of heeft verleend die van materiële invloed is op het assurance-object.

Artikel 20
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren bij een verantwoordelijke entiteit niet zijnde een organisatie van openbaar belang, als de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk aan die entiteit een non-assurancedienst verleent of heeft verleend die van materiële invloed is op het assurance-object en:

2.

In afwijking van het eerste lid mag een assurance-opdracht worden uitgevoerd als:

Paragraaf 4.3. – Samenloop van dienstverlening bij een OOB waarbij geen wettelijke controle wordt uitgevoerd

Artikel 21

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren bij een verantwoordelijke entiteit zijnde een organisatie van openbaar belang als de accountantspraktijk of een ander onderdeel van het netwerk aan die entiteit een non-assurancedienst verleent of heeft verleend die van invloed op het assurance-object is.

Artikel 22

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren bij een verantwoordelijke entiteit zijnde een organisatie van openbaar belang als de accountantspraktijk of een ander onderdeel van het netwerk aan die entiteit een administratieve dienst verleent of heeft verleend die van invloed is op het assurance-object.

Hoofdstuk 5. – Vergoedingen

Paragraaf 5.1. – Resultaatafhankelijke vergoedingen

Artikel 23

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als:

Paragraaf 5.2. – Relatieve omvang van vergoedingen

Artikel 24

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor als het totaal van vergoedingen die bij een verantwoordelijke partij in rekening is gebracht van materieel belang is voor:

Artikel 25
1.

Een bedreiging die een specifieke maatregel vereist doet zich voor als het totaal van vergoedingen per verantwoordingsperiode die de accountantspraktijk gedurende twee of meer opeenvolgende verantwoordingsperioden bij een verantwoordelijke partij in rekening heeft gebracht of verwacht te brengen, meer dan vijftien procent van de totale opbrengst van de accountantspraktijk over elk van deze verantwoordingsperioden uitmaakt.

2.

Als maatregel vindt vanaf de tweede verantwoordingsperiode en zolang de bedreiging voortduurt met betrekking tot elk assurance-rapport een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling plaats, uit te voeren door een accountant van buiten de accountantspraktijk.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing als het totaal van vergoedingen die het in Nederland gevestigde deel van het netwerk bij de verantwoordelijke partij in rekening heeft gebracht, meer dan vijftien procent uitmaakt van de totale opbrengst van het in Nederland gevestigde deel van het netwerk.

Paragraaf 5.1. – (Resultaat)afhankelijke vergoedingen

Artikel 26

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor bij een aanzienlijke achterstand in de betaling aan de accountantspraktijk door een verantwoordelijke partij van vergoedingen voor assurance-opdrachten en overige dienstverlening.

Hoofdstuk 6. – Geschenken en gastvrijheid

Paragraaf 6.1. – Geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid

Artikel 27
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als de accountantseenheid, een ander onderdeel van het netwerk, een bestuurder of interne toezichthouder van de accountantseenheid of van een ander onderdeel van het netwerk, of een lid van het assurance-team een geschenk met een waarde die niet verwaarloosbaar of onbeduidend is:

2.

Indien een geschenk met een waarde van meer dan € 100 als verwaarloosbaar of onbeduidend zou kunnen worden aangemerkt:

3.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een persoonlijke uiting van gastvrijheid.

Hoofdstuk 7. – Langdurige betrokkenheid bij dienstverlening aan de verantwoordelijke partij

Paragraaf 5.3. – Achterstallige vergoedingen

Artikel 28
1.

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor wanneer een onaanvaardbaar risico van vertrouwdheid of eigenbelang ontstaat doordat een lid van het assurance-team dat inhoudelijke bemoeienis heeft met de uitvoering van een assurance-opdracht langdurig betrokken is bij dienstverlening aan dezelfde verantwoordelijke partij.

2.

Na een periode van zeven aaneengesloten jaren betrokkenheid van een key assurance-partner of een ander senior lid bij een assurance-opdracht voor dezelfde verantwoordelijke partij, zonder dat sprake is van een bedreiging als bedoeld in het eerste lid, onderbouwt de eindverantwoordelijke accountant jaarlijks het ontbreken van een dergelijke bedreiging door:

Paragraaf 7.2. – Aanvullende bepaling bij een OOB

Artikel 29
1.

Dit artikel is van toepassing op een assurance-opdracht bij een organisatie van openbaar belang anders dan een wettelijke controle.

2.

In aanvulling op artikel 28 doet zich een bedreiging voor die een specifieke maatregel vereist, als een key assurance-partner gedurende zeven aangesloten jaren betrokken is geweest bij een assurance-opdracht voor dezelfde organisatie van openbaar belang.

3.

Als maatregel mag de key assurance-partner gedurende drie jaren:

4.

In afwijking van het derde lid mag een key assurance-partner een leidinggevende functie binnen de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk op zich nemen, voor zover hij geen inhoudelijke bemoeienis heeft met de uitvoering van enige dienstverlening of andere activiteit bij deze verantwoordelijke partij.

5.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing als een verantwoordelijke entiteit pas na aanvang van een assurance-opdracht als organisatie van openbaar belang kwalificeert.

6.

In afwijking van het eerste lid mag een key assurance-partner de assurance-opdracht met betrekking tot het jaar waarin de verantwoordelijke partij voor het eerst als organisatie van openbaar belang kwalificeert afronden, ook als hij daarmee in totaal meer dan zeven aaneengesloten jaren bij die assurance-opdracht betrokken is.

Hoofdstuk 8. – Financiële belangen

Artikel 30
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing voor zover een direct financieel belang dan wel een materieel indirect financieel belang wordt gehouden.

2.

Een financieel product van een verantwoordelijke entiteit wordt niet als financieel belang in de zin van deze verordening aangemerkt wanneer:

3.

Een financieel product als bedoeld in het tweede lid wordt geïdentificeerd en beoordeeld aan de hand van hoofdstuk 9.

Artikel 31
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een lid van het assurance-team of een nauwe financiële relatie van een lid van het assurance-team een financieel belang houdt in:

2.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een financieel belang in een entiteit als bedoeld in het eerste lid wordt gehouden door:

3.

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor als een financieel belang in de verantwoordelijke entiteit wordt gehouden door de accountantspraktijk of ander onderdeel van het netwerk, in het kader van een pensioenplan.

4.

In afwijking van het eerste lid doet zich bij een assurance-opdracht die door een intern of overheidsaccountant wordt uitgevoerd een bedreiging voor die een specifiek te nemen maatregel vereist, als een lid van het assurance-team of een nauwe financiële relatie van een lid van het assurance-team een financieel belang houdt in de organisatie waaraan hij is verbonden. Als maatregel wordt het financieel belang ten minste aan het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken, of aan de met governance belaste personen van die organisatie gemeld.

5.

In afwijking van het tweede lid, onderdelen c, d en e, doet zich een bedreiging voor die een maatregel vereist, als een persoon als bedoeld in het tweede lid, onderdelen c of d, een financieel belang houdt in een verantwoordelijke partij die kwalificeert als beleggingsfonds.

Artikel 32

In afwijking van artikel 31, tweede lid, vormt een financieel belang in de verantwoordelijke entiteit dat gehouden wordt door een nauwe financiële relatie van een persoon als bedoeld in dat artikel, tweede lid, onderdelen c en d, geen bedreiging als dit financieel belang uit hoofde van een arbeidsrelatie is verkregen en wordt afgestoten zodra dit redelijkerwijs mogelijk is.

Artikel 33

Een financieel belang als bedoeld in artikel 31 dat tijdens de uitvoering van een assurance-opdracht is verkregen als gevolg van omstandigheden die in redelijkheid buiten de invloedsfeer van de betrokkene liggen, wordt zo spoedig mogelijk afgestoten.

Hoofdstuk 9. – Zakelijke relaties

Paragraaf 9.1. – Gezamenlijke zakelijke belangen

Artikel 34
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een lid van het assurance-team, de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk een voor ten minste een van de partijen materieel gezamenlijk zakelijk belang heeft met:

2.

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor als een nauwe persoonlijke relatie van een lid van het assurance-team een voor ten minste een van de betrokken partijen materieel gezamenlijk zakelijk belang heeft met:

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid doet zich bij een assurance-opdracht die door een intern of overheidsaccountant wordt uitgevoerd een bedreiging voor die een specifieke maatregel vereist, als tussen een lid van het assurance-team enerzijds en de organisatie waaraan hij is verbonden anderzijds een zakelijk belang bestaat. Als maatregel wordt het zakelijk belang ten minste aan het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken, of aan de met governance belaste personen van die organisatie gemeld.

Paragraaf 9.1. – Gezamenlijke zakelijke belangen

Artikel 35
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als goederen of diensten die niet voldoen aan de vereisten, genoemd in het tweede lid, van de verantwoordelijke entiteit worden afgenomen door:

2.

De vereisten, bedoeld in het eerste lid, zijn dat:

Paragraaf 9.2. – Afname van goederen of diensten

Artikel 36
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een lening die niet voldoet aan de vereisten, genoemd in het tweede lid, van de verantwoordelijke partij wordt aanvaard door:

2.

De vereisten, bedoeld in het eerste lid, zijn dat:

3.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een accountantseenheid, een ander onderdeel van het netwerk, een lid van het assurance-team of een nauwe persoonlijke relatie van een lid van het assurance-team een lening aan de verantwoordelijke partij verstrekt en deze lening voor ten minste een van de betrokken partijen van materieel belang is.

4.

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor als de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk een lening van de verantwoordelijke partij aanvaardt die voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid, en deze lening materieel is voor ten minste een van de betrokken partijen.

5.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een ontvangen of verstrekte garantstelling of een andere vorm van zekerheidsstelling.

Paragraaf 9.3. – Leningen, garantstelling of andere vormen van zekerheidsstelling

Artikel 37
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als de accountantseenheid een relatie aangaat met de verantwoordelijke entiteit waarbij de accountantseenheid zich in het kader van reclame of marketing associeert of laat associëren met de verantwoordelijke entiteit.

2.

Dit verbod is niet van toepassing op een relatie als bedoeld in het eerste lid die voor beide partijen van te verwaarlozen betekenis is.

3.

Dit verbod is van overeenkomstige toepassing op een relatie als bedoeld in het eerste lid tussen een lid van het assurance-team of een ander onderdeel van het netwerk met de verantwoordelijke entiteit.

Hoofdstuk 10. – Werkrelaties met een verantwoordelijke entiteit

Paragraaf 9.2. – Afname van goederen of diensten

Paragraaf 10.1.1. – Algemeen

Artikel 38
1.

Het is verboden een assurance-opdracht ten behoeve van een niet-nader bepaalde kring van gebruikers of een wettelijke controle uit te voeren binnen een jaar nadat een key assurance-partner zijn betrokkenheid bij deze opdracht heeft beëindigd, hij de accountantseenheid heeft verlaten en hij bij de verantwoordelijke entiteit werkzaam is:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een accountant in het assurance-team die:

3.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een voormalig lid van het assurance-team zijn betrokkenheid bij deze assurance-opdracht heeft beëindigd, hij de accountantseenheid heeft verlaten en hij bij de verantwoordelijke entiteit werkzaam is in een functie als bedoeld in het eerste lid, terwijl tussen dat voormalig lid en de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk nog banden van betekenis bestaan.

4.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op:

5.

Er bestaan banden van betekenis als bedoeld in het derde lid met de accountantspraktijk of een ander onderdeel van het netwerk als de persoon, bedoeld in het derde of vierde lid, onderdelen a en b:

6.

Er bestaan banden van betekenis als bedoeld in het derde lid met de accountantsafdeling, als een voormalig lid van het assurance-team of voormalige werknemer van de accountantsafdeling betrokken is bij bedrijfsmatige of beroepsactiviteiten van de accountantsafdeling of de indruk wekt dit te zijn.

Artikel 39
1.

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor als een voormalige partner van de accountantspraktijk bij een verantwoordelijke entiteit is gaan werken voordat de accountantspraktijk een assurance-opdracht voor deze entiteit uitvoerde in het geval dat:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een voormalige partner van een ander onderdeel van het netwerk.

Artikel 40

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor als een lid van het assurance-team heeft aangegeven bij de verantwoordelijke entiteit te gaan werken.

Paragraaf 10.1.2. – Aanvullende bepaling bij een OOB

Artikel 41

In aanvulling op de artikelen 38, 39 en 40 is het verboden een assurance-opdracht uit te voeren als:

Paragraaf 10.1. – Voormalige collega werkzaam bij de verantwoordelijke entiteit

Artikel 42

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een lid van het assurance-team in de voorgaande twee jaar bij de verantwoordelijke entiteit werkte:

Paragraaf 10.3. – Nevenfuncties

Artikel 43
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als de eindverantwoordelijke accountant bij de verantwoordelijke entiteit een nevenfunctie heeft:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op:

Hoofdstuk 11. – Nauwe persoonlijke relaties

Artikel 44
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren, als een nauwe persoonlijke relatie van een lid van het assurance-team bij de verantwoordelijke entiteit werkt:

2.

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor als een nauwe persoonlijke relatie van een lid van het assurance-team bij de verantwoordelijke entiteit werkt in een functie van waaruit die relatie invloed van betekenis kan uitoefenen op een in het assurance-object weergegeven financiële positie, financiële prestatie of kasstroom.

3.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing als een nauwe persoonlijke relatie van een lid van het assurance-team in de periode waarop het assurance-object betrekking heeft, bij de verantwoordelijke entiteit werkzaam was in een functie als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Hoofdstuk 12. – Juridische procedure tegen de verantwoordelijke partij

Artikel 45
1.

Een bedreiging die een maatregel vereist doet zich voor in geval van een dreigende of aangespannen juridische procedure tussen de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk en de verantwoordelijke partij.

2.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een juridische procedure dreigt of is aangespannen tussen de verantwoordelijke partij en:

Hoofdstuk 13. – Prestatie-afhankelijke beoordeling en beloning

Artikel 46
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren als een beoordeling of beloning van een lid van het assurance-team voor zijn aan de verantwoordelijke partij gerelateerde commerciële prestaties van niet te verwaarlozen betekenis is.

2.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren, als een beoordeling of beloning van de eindverantwoordelijke accountant afhankelijk is van de uitkomst van zijn oordeel inzake die assurance-opdracht.

Hoofdstuk 14. – Intrekking van regelingen

Artikel 47
1.

De Nadere voorschriften onafhankelijkheid intern accountant – assurance-opdrachten, vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten en de Nadere voorschriften onafhankelijkheid intern accountant – assurance-opdrachten, vastgesteld door het bestuur van het Nederlands Instituut van Registeraccountants worden ingetrokken.

2.

De Nadere voorschriften onafhankelijkheid openbaar accountant, vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten en de Nadere voorschriften onafhankelijkheid openbaar accountant, vastgesteld door het bestuur van het Nederlands instituut van Registeraccountants worden ingetrokken.

3.

De Nadere voorschriften onafhankelijkheid overheidsaccountant – assurance-opdrachten, vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten en de Nadere voorschriften onafhankelijkheid overheidsaccountant – assurance-opdrachten, vastgesteld door het bestuur van het Nederlands Instituut van Registeraccountants worden ingetrokken.

Hoofdstuk 11. – Nauwe persoonlijke relaties

Artikel 48
1.

De ViO zoals deze luidde tot en met 31 december 2019 blijft van toepassing op een assurance-opdracht die betrekking heeft op een verantwoordingsperiode die aanvangt voor 15 december 2019.

2.

Artikel 29, derde lid, zoals dat luidde tot en met 31 december 2019 blijft van toepassing op een assurance-opdracht die betrekking heeft op een verantwoordingsperiode die aanvangt voor 15 december 2020.

Artikel 49

Het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants kan, gehoord de leden, met betrekking tot de artikelen 2 tot en met 46 nadere voorschriften vaststellen.

Artikel 50

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten, bij afkorting ViO.

Artikel 51

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

Artikel 25a
1.

In aanvulling op artikel 25, tweede lid, stemt de eindverantwoordelijke accountant die een wettelijke controle bij een organisatie van openbaar belang uitvoert vanaf de vierde verantwoordingsperiode met het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken van die organisatie af of de wettelijke controle kan worden gecontinueerd en welke eventuele maatregelen daartoe worden genomen. De wettelijke controle wordt gecontinueerd nadat de eindverantwoordelijke accountant daartoe een schriftelijk akkoord van het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken heeft verkregen.

2.

Het eerste lid en artikel 25 zijn van toepassing in afwijking van artikel 4, derde lid, eerste alinea, van de Europese verordening.

Paragraaf 5.3. – Achterstallige vergoedingen

Hoofdstuk 6. – Geschenken en gastvrijheid

Paragraaf 6.1. – Geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid

Hoofdstuk 7. – Langdurige betrokkenheid bij dienstverlening aan de verantwoordelijke partij

Paragraaf 5.3. – Achterstallige vergoedingen

Paragraaf 6.1. – Geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid

Artikel 29a
1.

In aanvulling op artikel 28 doet zich in geval van een wettelijke controle bij een organisatie van openbaar belang een bedreiging voor die een specifieke maatregel vereist, als een eindverantwoordelijke accountant gedurende vijf of een andere key assurance-partner gedurende zeven aaneengesloten jaren betrokken is geweest bij een assurance-opdracht voor dezelfde organisatie van openbaar belang.

2.

Artikel 29, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personen als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 7. – Langdurige betrokkenheid bij dienstverlening aan de verantwoordelijke partij

Hoofdstuk 8. – Financiële belangen

Paragraaf 9.1. – Gezamenlijke zakelijke belangen

Hoofdstuk 10. – Werkrelaties met een verantwoordelijke entiteit

Paragraaf 9.3. – Leningen, garantstelling of andere vormen van zekerheidsstelling

Paragraaf 10.1.1. – Algemeen

Artikel 38a

De volgende personen die betrokken zijn bij de uitvoering van een wettelijke controle en die de accountantsorganisatie verlaten of voornemens zijn te verlaten, aanvaarden na het beëindigen van die betrokkenheid gedurende een periode van ten minste een jaar geen functie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, bij de betreffende controlecliënt:

Paragraaf 10.1.1. – Algemeen

Paragraaf 10.2. – Indiensttreding personeel verantwoordelijke entiteit bij de accountantseenheid

Paragraaf 10.3. – Nevenfuncties

Hoofdstuk 11. – Nauwe persoonlijke relaties

Hoofdstuk 12. – Juridische procedure tegen de verantwoordelijke partij

Hoofdstuk 13. – Prestatie-afhankelijke beoordeling en beloning

Hoofdstuk 11. – Nauwe persoonlijke relaties

Hoofdstuk 12. – Juridische procedure tegen de verantwoordelijke partij

Artikel 48a
1.

De ViO zoals deze luidde tot en met 16 juni 2016 blijft van toepassing op een assurance-opdracht die betrekking heeft op een verantwoordingsperiode die is aangevangen voor 17 juni 2016.

2.

In afwijking van het eerste lid en ongeacht de verantwoordingsperiode waarop een assurance-opdracht betrekking heeft, blijft de afkoelingsperiode van twee jaren, bedoeld in artikel 29, tweede lid, zoals dat luidde tot en met 16 juni 2016 van toepassing in geval van:

3.

In afwijking van het eerste lid is de afkoelingsperiode van drie jaren, bedoeld in artikel 29a, tweede lid, van toepassing in geval van een wettelijke controle bij een organisatie van openbaar belang, indien:

4.

In afwijking van het eerste lid blijft artikel 38 zoals dat luidde tot en met 16 juni 2016 van toepassing op een assurance-opdracht anders dan een wettelijke controle die betrekking heeft op een verantwoordingsperiode die is aangevangen of aanvangt voor 16 december 2017.

Artikel 48b
1.

Artikel 28, tweede lid, is niet van toepassing op een assurance-opdracht die voor 17 december 2013 is aangegaan.

2.

Artikel 29 zoals dit luidde tot en met 16 juni 2016 is niet van toepassing op een assurance-opdracht die voor 17 december 2013 is aangegaan.

3.

Op de situatie, bedoeld in het eerste of tweede lid, blijven de NVO van toepassing.

4.

In geval van een assurance-opdracht als bedoeld in het eerste lid die periodiek wordt verlengd, beëindigt de eindverantwoordelijke accountant na het afronden van de assurance-opdracht met betrekking tot de eerste verantwoordingsperiode de overeenkomst, indien niet wordt voldaan aan artikel 28.

5.

In geval van een assurance-opdracht als bedoeld in het tweede lid die periodiek wordt verlengd, beëindigt de eindverantwoordelijke accountant na het afronden van de assurance-opdracht met betrekking tot de tweede verantwoordingsperiode de overeenkomst, indien niet wordt voldaan aan artikel 29 zoals dit luidde tot en met 16 juni 2016.

6.

De NVO blijven van toepassing op een bedreiging die voortvloeit uit:

7.

In dit artikel wordt verstaan onder NVO:

zoals deze luidden tot de inwerkingtreding van deze verordening op 1 januari 2014.

Artikel 3a
1.

Voor een lid van het assurance-team van buiten het netwerk van de groepsaccountant geldt bij de toepassing van de artikelen 6 tot en met 8, 10 tot en met 15 en 17 tot en met 46 onafhankelijkheid ten opzichte van:

2.

De accountant van buiten het netwerk van de groepsaccountant, die voor de groepscontrole werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een groepsonderdeel en bekend wordt of redelijkerwijs bekend moet zijn met een bedreiging in relatie tot andere groepsonderdelen dan bedoeld in lid 1, beoordeelt deze bedreiging en neemt voor zover relevant een nader te bepalen maatregel die de onafhankelijke uitvoering waarborgt, of weigert of beëindigt de opdracht bij het groepsonderdeel.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien de omstandigheid zich voordoet bij een nauwe financiële of nauwe persoonlijke relatie van een lid van het assurance-team van buiten het netwerk van de groepsaccountant.

4.

Onder groepsonderdeel wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan een entiteit, bedrijfseenheid, functie of zakelijke activiteit, of een combinatie hiervan, die door de groepsaccountant wordt bepaald ten behoeve van het plannen en uitvoeren van werkzaamheden in een groepscontrole.

5.

Onder groepsaccountant wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan de opdrachtpartner op groepsniveau en de leden van het opdrachtteam anders dan de accountants van de groepsonderdelen.

6.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op assurance-opdrachten.

Paragraaf 2.3. – Toetsingskader

Paragraaf 2.4. – Internationale betrekkingen

Paragraaf 2.5. – Betrekkingen met verbonden derde

Paragraaf 2.6. – Relatie met de organisatiestructuur

Paragraaf 2.7. – Vastlegging

Paragraaf 2.8. – Beursgenoteerde ondernemingen niet-OOB

Paragraaf 2.9. – Fusies en overnames

Paragraaf 2.10. – Hardheidsclausule

Hoofdstuk 3. – Samenloop van dienstverlening bij een OOB waarbij een wettelijke controle wordt uitgevoerd

Hoofdstuk 4. – Samenloop dienstverlening bij een oob (waarbij geen wettelijke controle wordt uitgevoerd) en bij een niet-oob (alle assurance-opdrachten)

Paragraaf 4.1. – Algemeen

Artikel 18a

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren bij een verantwoordelijke entiteit, als de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk aan die entiteit een fiscale dienst verleent of heeft verleend of een fiscale transactie voorstelt of heeft voorgesteld en:

Paragraaf 4.2. – Aanvullende bepalingen voor assuranceopdrachten bij verantwoordelijke entiteiten die geen oob zijn en niet beursgenoteerd zijn

Artikel 20a
1.

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren bij een verantwoordelijke entiteit niet zijnde een organisatie van openbaar belang, als de accountantseenheid of een ander onderdeel van het netwerk aan die entiteit een non-assurancedienst verleent of heeft verleend die van invloed is op het assurance-object en een verwerkingswijze in het assurance-object tot gevolg heeft waarvan het assurance-team betwijfelt of deze verwerkingswijze passend is.

2.

In afwijking van het eerste lid mag een assurance-opdracht worden uitgevoerd als:

Paragraaf 4.3. – Aanvullende bepalingen bij een oob (waarbij geen wettelijke controle wordt uitgevoerd) en bij een beursgenoteerde onderneming niet-oob (alle assurance-opdrachten)

Artikel 22a

Het is verboden een assurance-opdracht uit te voeren bij een verantwoordelijke entiteit zijnde een organisatie van openbaar belang als de eindverantwoordelijk accountant, de accountantspraktijk of een ander onderdeel van het netwerk in een procedure voor een rechterlijke instantie of een andere instantie voor juridische conflictbeslechting:

Artikel 22b
1.

De eindverantwoordelijke accountant weigert of beëindigt een wettelijke controle bij een verantwoordelijke entiteit zijnde een beursgenoteerde onderneming die geen organisatie van openbaar belang is waaraan de accountantspraktijk of een ander onderdeel van het netwerk:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken:

Hoofdstuk 5. – Vergoedingen

Paragraaf 5.2. – Relatieve omvang van vergoedingen

Hoofdstuk 6. – Geschenken en gastvrijheid

Hoofdstuk 7. – Langdurige betrokkenheid bij dienstverlening aan de verantwoordelijke partij

Paragraaf 7.1. – Algemeen

Paragraaf 7.2. – Aanvullende bepaling bij een OOB

Hoofdstuk 9. – Zakelijke relaties

Paragraaf 9.1. – Gezamenlijke zakelijke belangen

Paragraaf 9.4. – Associatie met de verantwoordelijke entiteit

Hoofdstuk 10. – Werkrelaties met een verantwoordelijke entiteit

Paragraaf 10.1.2. – Aanvullende bepaling bij een OOB

Paragraaf 10.2. – Indiensttreding personeel verantwoordelijke entiteit bij de accountantseenheid

Paragraaf 10.3. – Nevenfuncties

Hoofdstuk 12. – Juridische procedure tegen de verantwoordelijke partij

Hoofdstuk 13. – Prestatie-afhankelijke beoordeling en beloning

Hoofdstuk 14. – Intrekking van regelingen

Hoofdstuk 15. – Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 48c
1.

De ViO zoals deze luidde tot de inwerkingtreding van deze verordening blijft van toepassing op een assurance-opdracht die is overeengekomen voor 15 december 2023 en afgerond voor 15 december 2024.

2.

De ViO zoals deze luidde tot de inwerkingtreding van deze verordening blijft van toepassing op een samenloop van dienstverlening waarbij:

3.

Deze verordening is van toepassing op een samenloop van dienstverlening met een non-assurancedienst die is overeengekomen voor meer dan een verantwoordingsperiode indien de werkzaamheden ten aanzien van de in het vorige lid onder b bedoelde verantwoordingsperiode zijn afgerond.

Artikel 25b

De eindverantwoordelijke accountant beëindigt een assurance-opdracht bij een organisatie van openbaar belang, als het totaal van vergoedingen per verantwoordingsperiode die de accountantspraktijk gedurende vijf opeenvolgende verantwoordingsperioden bij deze organisatie in rekening heeft gebracht, meer dan vijftien procent van de totale opbrengst van de accountantspraktijk over elk van deze verantwoordingsperioden uitmaakt.

Hoofdstuk 6. – Geschenken en gastvrijheid

Paragraaf 6.1. – Geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid

Paragraaf 7.1. – Algemeen

Paragraaf 7.2. – Aanvullende bepaling bij een OOB

Hoofdstuk 8. – Financiële belangen

Hoofdstuk 9. – Zakelijke relaties

Paragraaf 9.2. – Afname van goederen of diensten

Paragraaf 9.3. – Leningen, garantstelling of andere vormen van zekerheidsstelling

Paragraaf 9.4. – Associatie met de verantwoordelijke entiteit

Hoofdstuk 10. – Werkrelaties met een verantwoordelijke entiteit

Paragraaf 10.1. – Voormalige collega werkzaam bij de verantwoordelijke entiteit

Paragraaf 10.1.1. – Algemeen

Paragraaf 10.1.2. – Aanvullende bepaling bij een OOB

Paragraaf 10.2. – Indiensttreding personeel verantwoordelijke entiteit bij de accountantseenheid

Paragraaf 10.3. – Nevenfuncties

Hoofdstuk 13. – Prestatie-afhankelijke beoordeling en beloning

Hoofdstuk 14. – Intrekking van regelingen

Hoofdstuk 15. – Overgangs- en slotbepalingen