← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 10 maart 2014, nr. IENM/BSK-2014/57174, houdende vaststelling van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014

Geldende tekst a fecha 2023-04-01

Gelet op artikel 7.23, tweede lid, van de Waterwet en de artikelen 2, aanhef en onderdeel d, 3, eerste en tweede lid, en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

§ 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Reguliere subsidie

Artikel 2. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten verkenningsfase
1.

Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de verkenningsfase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de aan deze fase rechtstreeks toe te rekenen kosten:

2.

Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

Artikel 3. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten planuitwerkingsfase
1.

Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de planuitwerkingsfase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de in deze fase aan een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel rechtstreeks toe te rekenen kosten:

2.

Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

Artikel 4. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten realisatiefase
1.

Voor een maatregel die in een subsidieprogramma is vermeld als maatregel die zich in de realisatiefase bevindt, komen in aanmerking voor reguliere subsidie de in deze fase aan een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel rechtstreeks toe te rekenen kosten:

2.

De subsidiabele kosten van de aanbesteding van het werk zijn de overeenkomstig artikel 5, tweede lid, geraamde kosten waarin na het sluiten van de overeenkomst die het resultaat is van de gunningsbeslissing, het aanbestedingsresultaat is verwerkt.

3.

Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

4.

In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, kan de Minister op verzoek van de subsidieontvanger gedeeltelijk afzien van de verwerking van het aanbestedingsresultaat in de raming van de kosten, indien de subsidieontvanger aannemelijk maakt dat de bieding van de aannemer niet kostendekkend is.

Artikel 5. Kostenraming
1.

De raming van de kosten, bedoeld in de artikelen 2 en 3, vindt plaats conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2018, op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming.

2.

De raming van de kosten, bedoeld in artikel 4, vindt plaats conform de Standaardsystematiek Kostenramingen 2018 op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd niet meer dan € 40 miljoen bedraagt, en op basis van de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de reguliere subsidie wordt aangevraagd meer dan € 40 miljoen bedraagt.

Artikel 6. Aanvraag verlening reguliere subsidie
1.

Per fase wordt door de beheerder een aanvraag tot verlening van een reguliere subsidie ingediend bij de Minister in het kalenderjaar waarin de maatregel is opgenomen in het subsidieprogramma.

2.

De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond.

3.

Betreffende de verkenningsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

4.

Betreffende de planuitwerkingsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

5.

Betreffende de realisatiefase gaat de aanvraag vergezeld van:

6.

Indien een subsidieontvanger indexering wenst van het te subsidiëren bedrag, bedoeld in de artikelen 2, 3 of 4, verzoekt hij daarom bij de aanvraag, bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid.

Artikel 7. Beslissing op aanvraag subsidieverlening
1.

De beslissing op de aanvraag wordt genomen binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.

2.

De reguliere subsidie wordt uitsluitend verleend voor de in de beschikking omschreven resultaten in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat is gebaseerd op negentig procent van de in overeenstemming met artikel 5 geraamde subsidiabele kosten van een sober en doelmatig ontwerp van de maatregel. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het ontwerp dat naar het oordeel van de Minister als sober en doelmatig wordt aangemerkt.

3.

Indien subsidie is verleend voor een voorverkenning, wordt een aanvraag tot verlening van een reguliere subsidie voor een verkenning niet in behandeling genomen zolang niet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de voorverkenning is ingediend. De in het eerste lid bedoelde termijn vangt in dat geval aan zodra beide aanvragen zijn ontvangen.

Artikel 8. Beschikking tot subsidieverlening

Naast het bepaalde in de artikelen 4:30 en 4:31 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de beschikking tot verlening van de reguliere subsidie:

Artikel 9. Voorschotverlening
1.

Aan de subsidieontvanger kan gedurende een fase jaarlijks op aanvraag een voorschot worden verleend. Het totaal aan te verlenen voorschotten ten behoeve van de betreffende fase bedraagt ten hoogste honderd procent van het te subsidiëren bedrag.

2.

In afwijking van het eerste lid:

3.

De aanvraag tot voorschotverlening voor het eerste kalenderjaar wordt tegelijkertijd met of uiterlijk acht weken na de subsidieaanvraag voor de betreffende fase ingediend. De aanvraag tot voorschotverlening voor daaropvolgende kalenderjaren wordt ingediend voor 15 april van het kalenderjaar waarvoor een voorschot wordt aangevraagd. Bij de aanvraag legt de subsidieontvanger een raming over van het deel van het te subsidiëren bedrag dat in het betreffende kalenderjaar wordt besteed en waarvoor een voorschot wordt gevraagd, en een raming van de bedragen waarvoor een voorschot zal worden gevraagd in de daaropvolgende kalenderjaren.

4.

De Minister neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit omtrent de voorschotverlening. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag waarvoor het voorschot wordt verleend.

5.

Een voorschot wordt binnen zes weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij de voorschotverlening anders is bepaald.

Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger dient per kwartaal een verslag in bij de Minister over de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak van de betreffende fase, bedoeld in artikel 6, derde, vierde of vijfde lid.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de Minister toestaan dat de subsidieontvanger tweemaal per jaar een verslag indient, indien daarmee naar het oordeel van de Minister redelijkerwijze kan worden volstaan.

3.

De subsidieontvanger treedt onmiddellijk in overleg met de Minister indien er sprake is van ontwikkelingen die kunnen leiden tot wezenlijke wijzigingen in het plan van aanpak of het tijdschema van de betreffende fase, bedoeld in artikel 6, derde, vierde of vijfde lid.

4.

De subsidieontvanger informeert de Minister schriftelijk over het aanbestedingsresultaat uiterlijk zes weken na het sluiten van de overeenkomst die het resultaat is van de gunningsbeslissing.

Artikel 11. Wijziging subsidieverlening

De beschikking tot subsidieverlening wordt gewijzigd indien de geraamde subsidiabele kosten toenemen als gevolg van wijzigingen in wet- of regelgeving of als gevolg van wijziging van de reikwijdte van de maatregel voor zover die wijziging plaatsvindt op initiatief of aanwijzing van de Minister.

Artikel 12. Aanvraag tot vaststelling reguliere subsidie
1.

De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na voltooiing van de fase bij de Minister een aanvraag tot subsidievaststelling in.

2.

Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger:

3.

Op gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger, ingediend binnen zes maanden na voltooiing van de fase waarop de subsidieverlening betrekking heeft, kan de in het eerste lid bedoelde termijn worden verlengd.

Artikel 13. Beschikking tot vaststelling reguliere subsidie
1.

Een beschikking tot vaststelling van de reguliere subsidie vermeldt:

2.

Indien bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verzoek als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel c, is gedaan, wordt de indexering toegepast en is in het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het bedrag van de indexering begrepen en wordt tevens vermeld hoe dat bedrag is berekend.

Artikel 14. Hardheidsclausule

De Minister kan bij het vaststellen van de subsidie afwijken van artikel 5, eerste lid, of 5, tweede lid, voor zover toepassing daarvan, gelet op doel of strekking van deze bepalingen, voor de subsidieontvanger zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

§ 3. Subsidie voor experiment of demonstratieproject

Artikel 15. Subsidie voor experiment of demonstratieproject

De Minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een beheerder van een primaire waterkering voor het uitvoeren van een experiment of demonstratieproject indien:

Artikel 16. Subsidieplafond en verdelingsregime
1.

Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 15 wordt vastgesteld door middel van de begroting van het deltafonds.

2.

De verdeling van de beschikbare gelden vindt plaats overeenkomstig het subsidieprogramma van het betreffende kalenderjaar.

3.

Subsidies als bedoeld in artikel 15 die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 17. Subsidiemaximum

Een subsidie als bedoeld in artikel 15 wordt verleend voor honderd procent van de subsidiabele werkelijke kosten.

Artikel 18. Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten
1.

Voor een subsidie als bedoeld in artikel 15 komen in aanmerking de noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het experiment of demonstratieproject toe te rekenen kosten:

2.

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

Artikel 19. Aanvraag verlening subsidie
1.

Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 15 wordt door de beheerder van een primaire waterkering ingediend bij de Minister in het kalenderjaar waarin het experiment of demonstratieproject is opgenomen in het subsidieprogramma.

2.

De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van:

Artikel 20. Subsidieverlening en subsidievaststelling

Op de verlening onderscheidenlijk de vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 15 zijn de artikelen 7, eerste en derde lid, 8, onderdeel a, 9 en 10, onderscheidenlijk de artikelen 12 en 13 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

Artikel 21
1.

De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 15 dient gedurende de uitvoering van het experiment of demonstratieproject jaarlijks voor 1 juli bij de Minister een verantwoordingsverslag van de uitvoering van het experiment of demonstratieproject in het voorafgaande kalenderjaar in, dat ten minste bevat:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor een experiment of demonstratieproject waarvan:

§ 4. Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder

Artikel 22. Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder
1.

De Minister verleent op aanvraag een subsidie aan de beheerder die om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de Waterwet een maatregel dient te treffen, indien:

2.

De subsidie wordt betaald op 1 maart van het kalenderjaar of de kalenderjaren waarin de maatregel is gepland in het hoogwaterbeschermingsprogramma, zoals dit luidt in het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt.

3.

In afwijking van het tweede lid kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip betalen. De betaling vindt plaats op basis van de netto contante waarde van het betreffende deel van het subsidiebedrag, waarbij een rentevoet van nul procent wordt gehanteerd. De verdeling van de volgens de begroting beschikbare middelen voor eerdere betaling vindt plaats aan de hand van de data van betaling die zijn vermeld in de beschikkingen waarin de subsidies met toepassing van artikel 24 zijn vastgesteld. Hierbij heeft een termijn met een eerdere datum van betaling voorrang op een termijn met een latere datum. Wordt in twee of meer beschikkingen eenzelfde datum van betaling vermeld, dan vindt de betaling plaats in de volgorde van de dagtekeningen van de vaststellingsbeschikkingen.

4.

Subsidies als bedoeld in het eerste lid, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.

De artikelen 2 tot en met 7, 10 tot en met 12 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rentekosten van een maatregel die in het hoogwaterbeschermingsprogramma is vermeld als maatregel die wordt voorgefinancierd door de beheerder, niet in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 23. Beschikking tot subsidieverlening

Naast het bepaalde in de artikelen 4:30 en 4:31 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de beschikking tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 22:

Artikel 24. Beschikking tot vaststelling subsidie

Een beschikking tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 22 vermeldt:

§ 5. Subsidie voor activiteiten die zijn voltooid voor 1 april 2014

Artikel 25. Subsidie bij voor 1 januari 2017 voltooide activiteiten
1.

De Minister stelt op aanvraag van de beheerder die om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet een maatregel dient te treffen, een subsidie vast voor activiteiten in de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase of de realisatiefase, indien:

2.

De subsidie wordt betaald op 1 maart van het kalenderjaar of de kalenderjaren waarin de maatregel is gepland in het hoogwaterbeschermingsprogramma, zoals dit luidt in het kalenderjaar waarin de subsidievaststelling plaatsvindt.

3.

In afwijking van het tweede lid kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip betalen. De betaling vindt plaats op basis van de netto contante waarde van het betreffende deel van het subsidiebedrag, waarbij een rentevoet van nul procent wordt gehanteerd. De verdeling van de volgens de begroting beschikbare middelen voor eerdere betaling vindt plaats aan de hand van de data van betaling die zijn vermeld in de beschikkingen waarin de subsidies met toepassing van artikel 27 zijn vastgesteld. Hierbij heeft een termijn met een eerdere datum van betaling voorrang op een termijn met een latere datum. Wordt in twee of meer beschikkingen eenzelfde datum van betaling vermeld, dan vindt de betaling plaats in de volgorde van de dagtekeningen van de vaststellingsbeschikkingen.

4.

De artikelen 2 tot en met 5 en 7, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rentekosten van een maatregel die in het hoogwaterbeschermingsprogramma is vermeld als maatregel die wordt voorgefinancierd door de beheerder niet in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 26. Aanvraag tot vaststelling subsidie
1.

De beheerder dient voor 1 juli 2018 per fase een aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 25 in bij de Minister.

2.

Betreffende de verkenningsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

3.

Betreffende de planuitwerkingsfase gaat de aanvraag vergezeld van:

4.

Betreffende de realisatiefase gaat de aanvraag vergezeld van:

Artikel 27. Beschikking tot vaststelling subsidie

Naast het bepaalde in artikel 4:43, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt een beschikking tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 25:

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 28. Evaluatie van de regeling

De subsidieontvanger zorgt voor het aanleveren van de ten behoeve van het verslag, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gevraagde gegevens.

Artikel 29. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2014.

Artikel 30. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 14a. Subsidie voor voorverkenning
1.

In afwijking van artikel 6, eerste lid, kan de beheerder voor een maatregel die zich in de verkenningsfase bevindt, een aanvraag indienen voor verlening van een reguliere subsidie voor een voorverkenning, indien de voorverkenning in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt, is opgenomen in het subsidieprogramma.

2.

In aanmerking voor reguliere subsidie komen de rechtstreeks aan de voorverkenning toe te rekenen kosten van:

3.

Niet voor reguliere subsidie komen in aanmerking:

4.

De aanvraag gaat vergezeld van:

5.

§ 2a. Subsidie indien de signaleringswaarde van een dijktraject die is vastgesteld in bijlage II van de Waterwet gelijk is aan de ondergrens van het dijktraject die is vastgesteld in bijlage III van de Waterwet

Artikel 14b. Subsidie indien signaleringswaarde gelijk is aan ondergrens
1.

In de bij deze subsidieregeling behorende bijlage wordt voor elk dijktraject waarvan de signaleringswaarde, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Waterwet, gelijk is aan de ondergrens, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Waterwet, een subsidiewaarde vastgesteld. De subsidiewaarde wordt uitgedrukt in een overstromingskans per jaar.

2.

De Minister verleent op aanvraag een subsidie aan de beheerder van een dijktraject als bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

De artikelen 2 tot en met 14a zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 3. Subsidie voor experiment of demonstratieproject

Artikel 21a. Subsidie voor vooronderzoek
1.

De Minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een beheerder van een primaire waterkering voor een vooronderzoek, indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 15, onderdelen a, c, d en e, en het vooronderzoek in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt, is opgenomen in het subsidieprogramma.

2.

In aanmerking voor subsidie komen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het vooronderzoek toe te rekenen kosten van:

3.

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

4.

De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voordat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn afgerond.

5.

De aanvraag gaat vergezeld van:

Artikel 21b. Subsidieverlening en subsidievaststelling

Op de verlening onderscheidenlijk de vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 21a zijn de artikelen 7, eerste lid, 8, onderdeel a, 9, 10, 16, 17 en 21 onderscheidenlijk 12 en 13 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

§ 4. Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder

§ 4a. Subsidie voor in bijlage VI van het Waterbesluit vermelde andere dan primaire waterkeringen

Artikel 24a. Subsidie voor andere dan primaire waterkeringen
1.

De Minister verleent op aanvraag een subsidie voor het treffen van een maatregel aan de beheerder van een segment van een andere dan een primaire waterkering, dat vermeld wordt in bijlage VI van het Waterbesluit, indien:

2.

De artikelen 2 tot en met 14a zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 5. Subsidie voor activiteiten die zijn voltooid voor 1 januari 2017 ten behoeve van maatregelen die nodig zijn om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet

§ 6. Slotbepalingen

Bijlage. behorend bij artikel 14b, eerste lid, van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014

Traject Subsidiewaarde
1-1 1:3000
1-2 1:3000
2-2 1:3000
3-1 1:10000
3-2 1:3000
4-1 1:1000
5-2 1:10000
12-1 1:3000
13-2 1:10000
14-3 1:30000
14-9 1:100000
14-10 1:100000
20-2 1:30000
24-3 1:30000
25-4 1:1000
26-4 1:3000
27-1 1:10000
27-2 1:30000
29-4 1:3000
30-2 1:300000
30-4 1:3000000
39-1 1:10000
40-1 1:100000
41-3 1:10000
91-1 1:1000

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a. Indexering reguliere subsidies

De indexering, bedoeld in artikel 6, zesde lid, geschiedt volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals toegepast door de Minister van Financiën in de Voorjaarsnota, indien toepassing plaatsvindt op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en wordt berekend tot de datum van de voltooiing van de desbetreffende fase.

§ 2a. Subsidie indien de signaleringswaarde van een dijktraject die is vastgesteld in bijlage II van de Waterwet gelijk is aan de ondergrens van het dijktraject die is vastgesteld in bijlage III van de Waterwet

§ 3. Subsidie voor experiment of demonstratieproject

§ 4. Subsidie bij voorfinanciering door de beheerder

§ 4a. Subsidie voor in bijlage VI van het Waterbesluit vermelde andere dan primaire waterkeringen

§ 5. Subsidie voor activiteiten die zijn voltooid voor 1 januari 2017 ten behoeve van maatregelen die nodig zijn om een van de redenen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, onderdelen a of b, van de Waterwet

§ 6. Slotbepalingen

Bijlage. behorend bij artikel 14b, eerste lid, van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014

Traject Subsidiewaarde
1-1 1:3000
1-2 1:3000
2-2 1:3000
3-1 1:10000
3-2 1:3000
4-1 1:1000
5-2 1:10000
12-1 1:3000
13-2 1:10000
14-3 1:30000
14-9 1:100000
14-10 1:100000
20-2 1:30000
24-3 1:30000
25-4 1:1000
26-4 1:3000
27-1 1:10000
27-2 1:30000
29-4 1:3000
30-2 1:300000
30-4 1:3000000
39-1 1:10000
40-1 1:100000
41-3 1:10000
91-1 1:1000

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.