Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015
- c. de bedragen die gemoeid gaan met de Regeling prestatiebox primair onderwijs worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen;
- d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht.
Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op.
Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014–2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013–2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.
Artikel 5:65:4. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis
De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 5:65:1 op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 5:65:2.
De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 5:65:2 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:
- a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
- b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
- c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.
Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.
Artikel 5:65:5. Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.
Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:
- i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
- ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd;
- iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
- iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van
- v. een vacature op de datum van ontslag;
Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 5:65:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd.
Artikel 5:65:6. Afvloeiingsvolgorde
Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.
Artikel 5:65:7. Vergelijking per onderwijssoort
Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 5:64:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.
Artikel 5:65:8. Toetsingsdatum
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Artikel 5:65:9. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
- b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever overlegt daartoe:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6:1. Citeerregel
Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015’.
Artikel 6:2. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 31 januari 2015, evenals op alle dienstverbanden die niet worden voortgezet omdat functie van de werknemer per 1 augustus 2014 wordt opgeheven.
Artikel 6:3. Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt middels publicatie in de Staatscourant.
Het Participatiefonds plaatst dit reglement tevens op de internetsite van het Participatiefonds www.participatiefonds.nl
Artikel 6:4. Wijziging of afwijking van het reglement
Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is.
Artikel 6:5. Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.
Artikel 6:6. Toelichting en bestuursvoorschriften
Een toelichting op het reglement maakt deel uit van het reglement.
Het Participatiefonds stelt bestuursvoorschriften vast waarin de uitvoeringstechnische verplichtingen voor werkgevers zijn neergelegd.
De werkgever houdt zich aan die bestuursvoorschriften.
Artikel 6:7. Wijziging voorgaand reglement
Artikel 6:2 van het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2013–2014 ’ wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: ‘Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 31 juli 2014, evenals op alle dienstverbanden die niet worden voortgezet omdat functie van de werknemer per 1 augustus 2013 wordt opgeheven’.
Bijlage 1. Modelverklaring gesprekkencyclus
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.
Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:
- •. de door de werkgever geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
- •. de door de werkgever noodzakelijke geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
- •. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning de genoemde verbetering van zijn functioneren moest bereiken en de periode waarbinnen hij deze verbetering gerealiseerd moest hebben;
- •. de mededeling van de werkgever aan de werknemer dat hij tot de conclusie is gekomen dat het verbetertraject niet of onvoldoende heeft geleid tot de noodzakelijke verbetering in het functioneren.
Datum :
Plaats :
| Werkgever | werknemer |
|---|---|
| Naam : | Naam : |
| Handtekening : | Handtekening : |
Bijlage 2. Modelverklaring gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.
Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:
- •. Welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie;
- •. De mogelijkheden die zijn onderzocht om zijn functie aan diens beperkingen aan te passen;
- •. De conclusie van de werkgever dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen.
Datum :
Plaats :
| Werkgever | werknemer |
|---|---|
| Naam : | Naam : |
| Handtekening : | Handtekening : |
Bijlage 3. Modelverklaring herplaatsingsonderzoek
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
De werkgever en werknemer hebben met elkaar de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie besproken. De werkgever heeft de werknemer tenminste geïnformeerd over:
- •. de wijze waarop de werkgever herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft onderzocht;
- •. de conclusie van werkgever dat herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Datum :
Plaats :
| Werkgever | werknemer |
|---|---|
| Naam : | Naam : |
| Handtekening : | Handtekening : |
Bijlage 4. Modelverklaring herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
De werkgever en werknemer hebben met elkaar gesproken over herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie. De werkgever heeft de werknemer er tenminste over geïnformeerd dat :
- •. uit zorgvuldig onderzoek is gebleken dat voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn
- •. de werkgever bij het onderzoek ook het resultaat van de WIA-claimbeoordeling heeft betrokken en indien er deskundigenoordeel van het UWV is aangevraagd, ook het deskundigenoordeel.
Datum :
Plaats :
| Werkgever | werknemer |
|---|---|
| Naam : | Naam : |
| Handtekening : | Handtekening : |
Bijlage 5. Modelverklaring aanbod ondersteuning extern
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
De werkgever verklaart de volgende activiteiten te hebben ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk:
| Activiteit | Bedrag | |
|---|---|---|
| Sollicitatietraining | Ja/nee | |
| Netwerktraining | Ja/nee | |
| Coaching | Ja/nee | |
| Jobhunting | Ja/nee | |
| Capaciteitenonderzoek zelfstandig ondernemerschap | Ja/nee | |
| CV- en sollicitatiebriefcheck | Ja/nee | |
| Begeleiding gericht op zelfstandig ondernemerschap | Ja/nee | |
| Omscholing | Ja/nee | |
| Outplacement | Ja/nee | |
| Andere begeleiding gericht op het vinden van een baan elders | Ja/nee | |
| Totaalbedrag |
Datum :
Plaats :
| Werkgever | werknemer |
|---|---|
| Naam : | Naam : |
| Handtekening : | Handtekening : |
De waarde is afhankelijk van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigen:
bij een vast dienstverband, een bedrag van:
- a. tenminste € 3.000,– bij een dienstverband van minder dan 10 jaar;
- b. tenminste € 4.000,– bij een dienstverband van tenminste 10 jaar maar minder dan 20 jaren;
- c. tenminste € 5.000,– bij een dienstverband van tenminste 20 jaren.
bij een tijdelijke dienstverband:
- a. tenminste € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
- b. tenminste € 1.000,– bij een dienstverband van tenminste 6 maanden.
Bijlage 6. Modelbrief verlengd aanbod ondersteuning extern
Geachte ..........,
Op (Vul in: datum einde dienstverband) wordt uw dienstverband als (Vul in: functie) bij (Vul in: naam van de school ), een van de scholen van (vul in: naam werkgever) beëindigd.
Op (Vul in: datum schriftelijk aanbod ondersteuning ) hebben wij u schriftelijk ondersteuning aangeboden bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie.
Tot op heden heeft u nog geen gebruik gemaakt van ons aanbod.
Hierbij bieden wij u wederom ondersteuning aan bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie. Als u aanspraak maakt op een WW-uitkering dan blijft ons eerder aanbod voor de ondersteuning van kracht gedurende de eerste drie maanden na de eerste WW-dag. Voor informatie over ons aanbod verwijzen wij u naar de bijlage (Als bijlage toevoegen: schriftelijk aanbod externe ondersteuning).
Wij wijzen u er op dat, indien u een recht op een WW-uitkering wordt toegekend, u verplicht bent mee te werken aan uw re-integratie op de arbeidsmarkt. Indien u niet meewerkt aan uw re-integratie dan kan het UWV hier consequenties aan verbinden in de vorm van een financiële sanctie.
Hoogachtend,
..........
Bijlage 7. Modelverklaring daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid
Naam werkgever :
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
De werkgever verklaart dat:
- a. zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan en
- b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en
- c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden.
Datum :
Plaats :
Werkgever
Naam :
Handtekening :
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)