Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 14 april 2014, nr. IenM/BSK-2014/88344, houdende regels met betrekking tot het ingeperkt gebruik en de doelbewuste introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen (Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013)
Gelet op artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, de artikelen 1.4, 1.6, 2.2, 2.5, 2.6, 2.7, 2.8, 2.10, 2.13, 2.15, 2.17, 2.31, 2.34, 2.36, 2.46, 2.51, 2.54, 3.4, 3.7, 3.15, 3.16, 3.23, 3.24, 3.25, 3.27, 3.28, 4.8, 5.3 en5.4 van, en bijlage 4 bij, het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013, alsmede, voor zover het artikel 45 betreft, bijlage I, onderdeel C, categorie 21, onderdeel 21.2, onder b, van het Besluit omgevingsrecht, en, voor zover het artikel 52 betreft, artikel 4.4, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht,
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Afdeling 1.1. Reikwijdte
Artikel 1
De volgende onderdelen van deze regeling gelden mede voor degene die een inrichting drijft als bedoeld in bijlage I, onderdeel C, categorie 21, van het Besluit omgevingsrecht:
- a. artikel 2, voor zover de begripsomschrijvingen van belang zijn voor de toepassing van de inrichtingsvoorschriften die zijn opgenomen in bijlage 9;
- b. artikel 15;
- c. artikel 24 en de op dat artikel berustende bijlage 9, voor zover het betreft de in die bijlage opgenomen inrichtingsvoorschriften;
- d. artikel 49, en de op dat artikel berustende bijlage 12;
- e. andere onderdelen van, en bijlagen bij, deze regeling, voor zover zij van belang zijn voor de toepassing van de inrichtingsvoorschriften.
Afdeling 1.2. Begripsbepalingen
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder:
- activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen: vervaardiging van of handelingen met genetisch gemodificeerde organismen;
- biologische inperking: eigenschappen van een organisme, waaronder de eigenschappen van het ingebrachte genetisch materiaal, die de overleving en de verspreiding van dat organisme of van het in dat organisme ingebrachte genetisch materiaal in het milieu beperken;
- bijlage: bijlage bij deze regeling, voor zover niet anders is aangegeven;
- chimeer virus: virus, samengesteld uit virale sequenties afkomstig van virussen die behoren tot verschillende varianten, zoals stammen en serotypes, van dezelfde virussoort, of tot verschillende virussoorten;
- defect virus: vorm van een voor planten, dieren of mensen infectieus virus die zich als gevolg van een aangebrachte genetische verandering uitsluitend kan vermenigvuldigen met een helperfunctie aanwezig in de gastheercel;
- derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:
- a. de genen gag/pol, rev, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over vier individuele plasmiden;
- b. de accessoire genen vif, vpr, tat, vpu en nef ontbreken;
- c. uitsluitend het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packaging signaal en de LTR’s, waarbij uit de 3’LTR sequentie de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;
- d. de genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere drie plasmiden, het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van het vesiculaire stomatitis virus;
- Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken;
- donororganisme: organisme waaruit de in een gastheer te brengen of gebrachte erfelijke informatie, daaronder mede begrepen synthetisch nagemaakt erfelijk materiaal, oorspronkelijk afkomstig is;
- donorsequentie: sequentie afkomstig uit een donororganisme;
- ecotroop muizenretrovirus: retrovirus dat uitsluitend cellen van muizen en ratten kan infecteren;
- fysische inperking: voorzieningen aangebracht aan werkruimten, installaties en apparatuur, waardoor verspreiding van organismen, daaronder begrepen genetisch gemodificeerde organismen, wordt tegengegaan;
- fysisch inperkend systeem: inperkende apparatuur voor kweek, of voor fermentatie en downstream processing in procesinstallaties, dan wel het samenstel van een ingeperkte werkruimte met de zich daarin bevindende apparatuur voor kweek, of voor fermentatie en downstream processing in procesinstallaties;
- gastheer: organisme waaruit een genetisch gemodificeerd organisme wordt of is vervaardigd;
- gekarakteriseerde sequentie: sequentie waarvan is onderbouwd welke functie of functies deze kan hebben;
- handelingen met genetisch gemodificeerde organismen: activiteiten bestaande uit het vermeerderen, in Nederland invoeren, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, zich ontdoen of vernietigen van genetisch gemodificeerde organismen;
- kennisgeving: kennisgeving als bedoeld in afdeling 2.2.2 van het Besluit;
- micro-organisme van klasse 1: micro-organisme dat in ieder geval voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
- a. het micro-organisme behoort niet tot een soort waarvan vertegenwoordigers bekend zijn die ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant;
- b. het micro-organisme heeft een lange historie van veilig gebruik onder omstandigheden waarbij geen bijzondere inperkende maatregelen worden getroffen;
- c. het micro-organisme behoort tot een soort die vertegenwoordigers bevat van klasse 2, 3 of 4, maar de stam in kwestie bevat geen genetisch materiaal dat verantwoordelijk is voor de virulentie;
- d. van het micro-organisme is het niet-virulente karakter door middel van adequate tests aangetoond;
- micro-organisme van klasse 2: micro-organisme dat bij mensen of dieren een ziekte kan veroorzaken, waarvan het onwaarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is, alsmede een micro-organisme dat bij planten een ziekte kan veroorzaken;
- micro-organisme van klasse 3: micro-organisme dat bij mensen of dieren een ernstige ziekte kan veroorzaken, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is;
- micro-organisme van klasse 4: micro-organisme dat bij mensen of dieren een zeer ernstige ziekte kan veroorzaken, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er geen effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is;
- Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- ODG: overig deel ggo-gebied, zijnde het ggo-gebied met uitzondering van de werkruimten waaraan een categorie van fysische inperking is toegekend;
- onderzoeksleider: onderzoeksleider, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a;
- ongekarakteriseerde sequentie: sequentie die geen gekarakteriseerde sequentie is;
- schadelijk genproduct: genproduct dat een mogelijk toxische, carcinogene, allergene, pathogene of immuun-modulerende eigenschap heeft, dan wel een genproduct dat kan bijdragen aan de verspreiding van ingebracht genetisch materiaal, dan wel tot een antibioticumresistentie kan leiden waardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht;
- toepassing van naakt DNA: toediening van DNA-moleculen aan mens of dier waarbij geen gebruik wordt gemaakt van macromoleculen van virale oorsprong als hulpstof zoals onderdelen van een virusomhulsel;
- translentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:
- a. de genen gag-pro, vpr-pol, tat, rev, tTA, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over zes individuele plasmiden;
- b. de accessoire genen vif, vpu en nef ontbreken;
- c. het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packagingsignaal en de LTR’s, waarbij al dan niet uit de 5’LTR en 3’LTR sequenties de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;
- d. het plasmide waarop vpr-pol is gelegen, bevat maximaal één LTR;
- e. de overige genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere vier plasmiden, het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van het vesiculaire stomatitis virus;
- tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:
- a. de genen gag/pol, tat, rev, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over drie individuele plasmiden;
- b. de accessoire genen vif, vpr, vpu en nef ontbreken;
- c. uitsluitend het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packaging signaal en de LTR’s, waarbij uit de 3’LTR sequentie de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;
- d. de genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere twee plasmiden, het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van het vesiculaire stomatitis virus;
- verantwoordelijk medewerker: verantwoordelijk medewerker, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b;
- vergunninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van het Besluit is verleend;
- vervaardiging van genetisch gemodificeerde organismen: activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat één of meerdere genetisch gemodificeerde organismen ontstaan;
- virale sequentie: iedere sequentie die direct of oorspronkelijk uit een virus afkomstig is of daarvan synthetisch is nagemaakt, of iedere daarvan afgeleide sequentie;
- virale vector: vector die nucleïnezuursequenties bevat afkomstig van een voor plantaardige, dierlijke of humane cellen infectieus virus, en die dat genetisch materiaal aan eukaryote cellen kan toevoegen, met dien verstande dat de betrokken virale sequenties kunnen leiden tot replicatie van de vector of delen hiervan, of tot integratie van genetische informatie van de vector of delen hiervan in het genetisch materiaal van de cel.
In deze regeling wordt verstaan onder vergunning:
- a. voor de toepassing van hoofdstuk 2: vergunning als bedoeld in afdeling 2.2.3 van het Besluit;
- b. voor de toepassing van hoofdstuk 3: vergunning als bedoeld in artikel 3.2 van het Besluit.
Afdeling 1.3. Overbrenging en vervoer
Artikel 3
Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen binnen een inrichting geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in bijlage 1, onder 1.1, indien de overbrenging plaatsvindt:
- a. in het kader van ingeperkt gebruik of doelbewuste introductie voor overige doeleinden,
- b. buiten een categorie van fysische inperking, en
- c. niet over de openbare weg.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen aan boord van een schip, indien de overbrenging voldoet aan het eerste lid, aanhef en onder a en b.
Artikel 4
Vervoer van organismen als bedoeld in artikel 1.6 van het Besluit geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in bijlage 1, onder 1.2, indien het vervoer plaatsvindt:
- a. buiten een inrichting;
- b. binnen een inrichting, maar over de openbare weg.
Afdeling 1.4. Opslag bij schorsings- of stakingsbevel
Artikel 5
Ingeval genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen naar aanleiding van een bevel dat is gegeven krachtens artikel 2.31, artikel 2.34, artikel 2.51 of artikel 2.54 van het Besluit, geschiedt de opslag overeenkomstig de van toepassing zijnde categorie van fysische inperking en de daarbij behorende voorschriften van bijlage 9.
Indien genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen naar aanleiding van een bevel krachtens artikel 3.28 van het Besluit, dan wel naar aanleiding van een besluit als bedoeld in artikel 5.3 van het Besluit, geschiedt de opslag zodanig dat de genetisch gemodificeerde organismen zich niet kunnen verspreiden of vermenigvuldigen en zij niet vermengd kunnen raken met niet genetisch gemodificeerde organismen. De opslag is herkenbaar door een aanduiding met het opschrift ‘opslag genetisch gemodificeerde organismen waarop een schorsings- of stakingsbevel van toepassing is’.
Hoofdstuk 2. Ingeperkt gebruik
Afdeling 2.1. Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 6
De gebruiker stelt één of meer door de Minister overeenkomstig de artikelen 11 tot en met 14 toegelaten biologischeveiligheidsfunctionarissen aan.
Voor elke categorie van fysische inperking waarin activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht, is voorafgaand aan de activiteiten in de betreffende categorie van fysische inperking een daarvoor toegelaten biologischeveiligheidsfunctionaris aangesteld.
Een biologischeveiligheidsfunctionaris voert zijn dagelijkse werkzaamheden uit binnen de instelling waar hij als biologischeveiligheidsfunctionaris optreedt.
Indien de gebruiker om bedrijfseconomische redenen geen biologischeveiligheidsfunctionaris kan aanstellen die zijn dagelijkse werkzaamheden uitvoert binnen de instelling waar hij als biologischeveiligheidsfunctionaris optreedt, kan die gebruiker gebruik maken van de diensten van een biologischeveiligheidsfunctionaris die niet voldoet aan het derde lid.
Indien het vierde lid van toepassing is, is de mate van aanwezigheid van de biologischeveiligheidsfunctionaris in overeenstemming met de aard en de omvang van de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen, het aantal medewerkers dat activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verricht, en de hoeveelheid tijd die nodig is om de taken op een adequate wijze te kunnen uitvoeren.
Indien meer dan één biologischeveiligheidsfunctionaris is aangesteld, voorziet de gebruiker, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de biologischeveiligheidsfunctionarissen.
Artikel 7
De gebruiker belast de biologischeveiligheidsfunctionaris binnen de grenzen van zijn toelating met:
- a. het doen opstellen en wijzigen van nadere interne procedures en voorschriften ter uitwerking van de wettelijke bepalingen voor het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen;
- b. het uitoefenen van interne controle op de uitgevoerde risicobeoordelingen en de naleving van de wettelijke bepalingen, alsmede de procedures en voorschriften, bedoeld onder a;
- c. het optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels;
- d. de evaluatie en rapportage over het optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, bedoeld onder c, aan de gebruiker en de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker;
- e. het geven van interne voorlichting over biologische veiligheid;
- f. het onverwijld intern melden aan de gebruiker van situaties, waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn.
De gebruiker draagt zorg voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, en geeft de biologischeveiligheidsfunctionaris daartoe instructies. Hij verschaft hem ten minste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen van zijn taken:
- a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en plaatsen die tot de inrichting behoren te betreden, alsmede inzage te hebben in alle daar aanwezige schriftelijke dan wel elektronische bescheiden;
- b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in noodsituaties, waarvan direct een interne melding aan de gebruiker en aan de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker wordt gedaan.
De gebruiker verschaft elke biologischeveiligheidsfunctionaris een zodanig onafhankelijke positie dat deze:
- a. voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan rapporteren aan de gebruiker;
- b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten hij controleert;
- c. niet tevens optreedt als onderzoeksleider of verantwoordelijk medewerker voor de groep van activiteiten waarvoor hij als biologischeveiligheidsfunctionaris is aangesteld.
Indien een biologischeveiligheidsfunctionaris toeziet op personen die niet in dienst zijn bij de gebruiker die de biologischeveiligheidsfunctionaris heeft aangesteld, draagt de gebruiker er zorg voor dat de zeggenschap van de biologischeveiligheidsfunctionaris over deze medewerkers schriftelijk is vastgelegd.
Artikel 8
De gebruiker voorziet in de aanwijzing van:
- a. een of meerdere onderzoeksleiders per te onderscheiden groep van activiteiten waarvan kennisgeving is gedaan, of
- b. een of meerdere verantwoordelijk medewerkers per te onderscheiden groep van activiteiten waarvoor een vergunning is verleend.
De gebruiker belast de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker met de dagelijkse leiding per te onderscheiden groep van activiteiten en het opstellen van werkprotocollen. De gebruiker draagt zorg voor de uitvoering daarvan.
De gebruiker voorziet, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de biologischeveiligheidsfunctionaris en de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker, en, indien van toepassing, tussen de onderzoeksleiders dan wel de verantwoordelijk medewerkers onderling.
De gebruiker zorgt ervoor dat medewerkers activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren overeenkomstig de wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde interne procedures en voorschriften en geeft de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker de hiervoor benodigde instructies.
Indien onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht door personen die niet in dienst zijn van de gebruiker, is de zeggenschap van de gebruiker over deze personen schriftelijk vastgelegd.
Artikel 9
De gebruiker voorziet in het opstellen van procedures voor:
- a. de onverwijlde interne melding aan de biologischeveiligheidsfunctionaris van afwijkingen van de wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne procedures, en
- b. het onverwijld melden aan de Minister van situaties waarbij mogelijk ernstig risico voor mens en milieu is ontstaan.
De gebruiker voorziet voorts in het opstellen van procedures voor:
- a. het uitoefenen van de interne controle op de naleving van de relevante wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne procedures;
- b. de wijze van optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, alsmede de evaluatie en rapportage hierover aan de gebruiker en de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker;
- c. het indienen respectievelijk wijzigen van een kennisgeving dan wel het indienen van, wijzigen van respectievelijk het doen van meldingen bij een vergunning;
- d. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen, waarbij, voor zover nodig, nadere instructie of scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven;
- e. de beoordeling en goedkeuring door de biologischeveiligheidsfunctionaris van interne procedures en veiligheidsvoorschriften als bedoeld in artikel 7, en wijzigingen daarvan, die door de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker zijn opgesteld.
De gebruiker voorziet in het opstellen van veiligheidsvoorschriften voor:
- a. de wijze van inactivering van genetisch gemodificeerde organismen en de wijze van ontsmetting van materiaal dat met genetisch gemodificeerde organismen in aanraking is geweest;
- b. het opslaan en het ter onmiddellijke verbranding aan een verbrandingsinstallatie aanbieden van afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten;
- c. het schoonhouden en ontsmetten van de werkruimte en apparatuur;
- d. de wijze waarop de reinheid dan wel de juiste identiteit van gebruikte micro-organismen en de bij de constructie van genetisch gemodificeerde organismen gebruikte nucleïnezuurpreparaten worden gegarandeerd;
- e. de bij incidenten en ongevallen te nemen maatregelen;
- f. het testen van de goede werking en het onderhoud van de gebruikte inperkingsapparatuur;
- g. de regeling van de toegang tot de werkruimten en overige ruimten;
- h. de adequate invulling van doelvoorschriften die op de uitgevoerde activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen zijn toegesneden.
Artikel 10
De gebruiker voorziet in een op één plaats binnen de inrichting gehouden toegankelijke administratie, waarin ten minste zijn opgenomen:
- a. de op schrift gestelde aanstellingen, aanwijzingen, bevoegdheden, instructies, procedures en voorschriften als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9;
- b. een overzicht van de door de gebruiker gedane kennisgevingen onder vermelding van de verschillende onderzoeksleiders per kennisgeving;
- c. een overzicht van aan de gebruiker afgegeven vergunningen onder vermelding van de verschillende verantwoordelijk medewerkers per vergunning of vergunningonderdeel;
- d. een overzicht van de kennisgevingen en vergunningen die niet meer door de gebruiker worden gebruikt;
- e. een inzichtelijk overzicht van de locaties binnen de inrichting waar de verslagen van de risicobeoordelingen worden bewaard;
- f. een actuele plattegrond van de inrichting waarbij, voor zover aanwezig, is aangegeven:
- 1°. het ggo-gebied met het daarbinnen gelegen ODG en de werkruimten waar activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen mogen worden verricht onder vermelding van de categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau van die ruimten, en
- 2°. waar genetisch gemodificeerde organismen en afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten binnen het ODG worden opgeslagen, onder vermelding van de wijze van opslag;
- g. de resultaten van een periodieke inventarisatie, uitgevoerd over de gehele inrichting, van de organisatie-onderdelen die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren;
- h. de resultaten van de controle op de uitvoering van de procedures voor het uitvoeren van risicobeoordelingen en de uitvoering van de procedures als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c;
- i. gegevens, onder vermelding van de datum, betreffende:
- 1°. de uitvoering van de interne controle, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, en
- 2°. incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, bedoeld in artikel 9, eerste lid en tweede lid, onder b, alsmede de evaluatie en rapportage daarvan aan de gebruiker, de onderzoeksleider en de verantwoordelijk medewerker;
- j. een inzichtelijk overzicht van de in de inrichting bijgehouden administratieve gegevens als bedoeld in het tweede lid onder vermelding van de ruimte waar deze gegevens zich bevinden.
De gebruiker voorziet in het bijhouden van actuele en inzichtelijke administratieve gegevens, betreffende:
- a. de voorhanden zijnde genetisch gemodificeerde organismen, per genetisch gemodificeerd organisme of groep van genetisch gemodificeerde organismen inhoudende ten minste de volgende gegevens:
- 1°. de gastheren die zijn gebruikt, met de namen waaronder de van de gastheren afgeleide genetisch gemodificeerde organismen bekend zijn;
- 2°. het genetisch materiaal dat is gebruikt bij de vervaardiging van het genetisch gemodificeerde organisme en een omschrijving van de samenstellende delen onder vermelding van de donororganismen;
- 3°. indien het activiteiten betreft met een genetisch gemodificeerd organisme waarvoor overeenkomstig artikel 2.10, derde en vierde lid, of artikel 2.11, tweede en derde lid, van het Besluit geen risicobeoordeling hoeft te worden gedaan:
- i. de vermelding van ‘artikel 2.10’ met de van toepassing zijnde combinatie van lijsten dan wel de vermelding van ‘artikel 2.11’, en
- ii. de functie of functies van de geïnserteerde genen;
- 4°. het nummer dat de Minister aan de betreffende kennisgeving dan wel vergunning heeft gegeven, en, voor zover onderdeel a, onder 3°, niet van toepassing is, het onderdeel van de daarbij behorende risicobeoordeling;
- b. een overzicht, gegroepeerd per opslagfaciliteit, van opgeslagen genetisch gemodificeerde organismen;
- c. relevante gegevens van de medewerkers die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verrichten, waarbij per medewerker ten minste de volgende informatie wordt vastgelegd:
- 1°. naam;
- 2°. relevante opleiding, training en ervaring;
- 3°. de inperkingsniveaus van de projecten waarbij de medewerker betrokken is;
- 4°. een door de biologischeveiligheidsfunctionaris getekende verklaring voor welke functie of functies en activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen de medewerker vakbekwaam wordt geacht;
- d. een lijst met de namen van andere personen dan bedoeld onder c, die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verrichten, onder vermelding van de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker onder wiens dagelijkse leiding zij de activiteiten verrichten, alsmede de periode gedurende welke zij in de inrichting werkzaam zijn;
- e. de vastlegging van de data en resultaten van de uitvoering van de voorschriften, bedoeld in artikel 9, derde lid, onder d, e en f;
- f. de werkprotocollen die door de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker zijn opgesteld;
- g. een overzicht per werkruimte van de nummers van de kennisgevingen dan wel vergunningen die betrekking hebben op de activiteiten die in die ruimte worden uitgevoerd;
- h. een overzicht per werkruimte van inperkingsniveau III of inperkingsniveau IV van de medewerkers die bevoegd zijn die werkruimte te betreden;
- i. de opslag van afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten als bedoeld in bijlage 9, onderdeel ODG.
Afdeling 2.2. Procedure voor toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris
Artikel 11
Een persoon kan op aanvraag door de Minister worden toegelaten als biologischeveiligheidsfunctionaris voor een of meer daarbij aangegeven categorieën van fysische inperking en inperkingsniveaus.
Met het oog op een adequate uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 7, eerste lid, beschikt de betrokkene in elk geval over:
- a. algemene kennis op het gebied van genetische modificatie en de toepasselijke regelgeving;
- b. kennis van en ervaring met werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in de aangevraagde categorieën van fysische inperking en de aangevraagde inperkingsniveaus;
- c. kennis van en ervaring met de gebruikte technieken en de toegepaste veiligheidsmaatregelen;
- d. algemene kennis van inperkende apparatuur en technische voorzieningen die inperking bewerkstelligen.
Artikel 12
Vervallen.
Bij de aanvraag om toelating als biologischeveiligheidsfunctionaris worden de volgende gegevens overgelegd:
- a. de persoonlijke gegevens van de aanvrager;
- b. een deugdelijk bewijs van de identiteit van de aanvrager;
- c. de categorie of categorieën van fysische inperking en het inperkingsniveau of de inperkingsniveaus waarvoor de toelating wordt aangevraagd;
- d. informatie waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 11, tweede lid.
Artikel 13
De Minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.
De Minister kan de toelating beperken tot een of meer daarbij aangegeven inperkingsniveaus en categorieën van fysische inperking. Hij kan daarbij afwijken van de aanvraag.
Aan de toelating kunnen voorschriften worden verbonden, inhoudende dat de toegelaten functionaris:
- a. meldt voor welke rechtspersoon of rechtspersonen hij werkzaam is of zal zijn, en op welke kennisgevingen of vergunningen en plaatsen van uitvoering hij toeziet of gaat toezien,
- b. een wijziging van de gemelde gegevens onverwijld meldt, of
- c. een melding doet aan de Minister indien hij zijn werkzaamheden als biologischeveiligheidsfunctionaris geheel of gedeeltelijk staakt.
Vervallen.
De Minister kan aan de beschikking tot toelating andere voorschriften en beperkingen verbinden.
Tot de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid, kan in elk geval behoren de beperking dat de toelating slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn.
Artikel 14
De biologischeveiligheidsfunctionaris kan een aanvraag indienen om wijziging van zijn toelating.
De artikelen 11 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat eerder overgelegde gegevens die nog actueel zijn niet opnieuw behoeven te worden overgelegd.
De Minister kan de toelating ambtshalve wijzigen of intrekken:
- a. indien de functionaris bij de aanvraag om toelating zodanig onjuiste gegevens heeft overgelegd dat de Minister, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de beschikking niet of onder andere voorwaarden zou hebben gegeven;
- b. indien de functionaris niet of niet langer voldoet aan de vereisten voor toelating;
- c. indien de functionaris zich niet heeft gehouden aan de toepasselijke regelgeving;
- d. bij gebleken ongeschiktheid van de functionaris.
De Minister kan de toelating voorts ambtshalve intrekken indien de functionaris aan de Minister heeft gemeld dat hij zijn werkzaamheden als biologischeveiligheidsfunctionaris geheel staakt.
De toelating komt te vervallen indien de functionaris gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaar niet als biologischeveiligheidsfunctionaris werkzaam is geweest.
Afdeling 2.3. Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 15
Als categorieën van fysische inperking worden, naast de categorieën van fysische inperking, genoemd in bijlage 4 bij het Besluit, onderscheiden:
- a. apparatuurruimten, bedoeld voor handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in apparaten op inperkingsniveau I, genaamd AP-I;
- b. laboratoria, uitsluitend bedoeld voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die zijn vermeld in bijlage 11 of die voldoen aan de criteria in bijlage 6 voor S-I op inperkingsniveau I en III, genaamd S-I en S-III.
Artikel 16
De gebruiker voert de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit, uit overeenkomstig bijlage 5.
Bij de risicobeoordeling geeft de gebruiker tevens toepassing aan:
- b. bijlage 7, voor wat betreft de inschaling van genetisch gemodificeerde planten, met inbegrip van de daarbij aangegeven beschermingsmaatregelen.
Bij de risicobeoordeling hanteert de gebruiker uitsluitend de indeling in klassen van pathogene micro-organismen die is aangegeven in bijlage 4.
Artikel 17
De gebruiker kent, op basis van een risicobeoordeling die is uitgevoerd met toepassing van artikel 16, toe:
- a. als categorie van fysische inperking: de categorie van fysische inperking die volgt uit de risicobeoordeling, met inbegrip van beschermingsmaatregelen, indien deze bij de risicobeoordeling in de beschouwing zijn betrokken;
- b. als inperkingsniveau: het inperkingsniveau dat overeenkomt met het Romeinse cijfer dat behoort bij de aanduiding van de toegekende categorie van fysische inperking, waarbij indien het inperkingsniveau II betreft, tevens wordt aangegeven of het niveau II-k of II-v betreft als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, van het Besluit.
Ingeperkt gebruik is ingeperkt gebruik op inperkingsniveau II-v, indien het als zodanig is aangewezen in bijlage 5, of door de Minister als zodanig is vastgesteld.
Artikel 18
Het verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit, bevat in ieder geval per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen:
- a. de gebruikte gastheren of gastheerstammen, vectoren en inserties, onder vermelding van de pathogeniteitsklasse van gastheer en donororganisme;
- b. informatie over de aard en de omvang van de handelingen met de toegepaste genetisch gemodificeerde organismen;
- c. de uitkomst van de risicobeoordeling, overeenkomstig het derde lid.
Indien het gaat om toepassingen in S-I of S-III of om toepassingen in procesinstallaties, niet zijnde toepassingen in MI-III met genetisch gemodificeerde organismen die voldoen aan artikel 2.10, derde lid, van het Besluit, bevat het verslag, in afwijking van het eerste lid, de in het eerste lid aangewezen gegevens per genetisch gemodificeerd organisme.
De uitkomst van de risicobeoordeling omvat in elk geval de toegekende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau onder vermelding van het bijbehorende inschalingsartikel van deel I van bijlage 5, en de eventuele aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen onder vermelding van de toepasselijke inschalingsartikelen van deel II van bijlage 5.
Bij de vermelding van een inschalingsartikel, als bedoeld in het derde lid, worden tevens vermeld het lid van dat inschalingsartikel en, indien van toepassing, het onderdeel of de onderdelen van dat lid die hebben geleid tot de toe te passen categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau.
De gebruiker draagt er zorg voor dat er steeds een actueel verslag aanwezig is van het ingeperkt gebruik.
Het verslag wordt voorts aangepast op basis van de uitkomsten van een periodieke herhaling van de risicobeoordeling als bedoeld in de artikelen 2.32 en 2.53 van het Besluit.
De gebruiker voorziet voorts in het inzichtelijk groeperen van de verslagen van de risicobeoordelingen:
- a. per kennisgeving en per onderzoeksleider van de activiteiten binnen die kennisgeving;
- b. per afgegeven vergunning en per verantwoordelijk medewerker van de activiteiten binnen die vergunning.
Voor het verslag van de risicobeoordeling geldt een bewaartermijn van ten minste 20 jaar, indien het verslag betrekking heeft op:
- a. een groep van samenhangende activiteiten binnen een kennisgeving die niet meer worden verricht;
- b. vergunde activiteiten die niet meer worden verricht.
Artikel 19
Als de gebruiker voornemens is een verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 2.8, tweede of derde lid, van het Besluit, voert hij een risicobeoordeling uit overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling, zoals aangegeven in bijlage 8, tenzij het een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, betreft, en dit verzoek betrekking heeft op:
- a. inschaling op MI-I dan wel op MI-II, of
- b. inschaling op S-I.
De gebruiker bewaart een verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 18 is van overeenkomstige toepassing op het verslag.
Het verslag omvat voorts in elk geval per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen beschermingsmaatregelen, indien deze bij de risicobeoordeling in de beschouwing zijn betrokken.
In afwijking van artikel 18, derde lid, omvat de uitkomst van de risicobeoordeling als bedoeld in het eerste lid in elk geval de toegekende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau, waarbij een bijlage wordt gevoegd waarin de risicobeoordeling wordt omschreven.
Artikel 20
Bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit worden overgelegd:
- a. een toelichting, gericht op het aspect dat de twijfel heeft veroorzaakt;
- b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van, en bijlage 5 bij, het Besluit.
Bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit worden overgelegd:
- a. een toelichting op het verzoek, onderbouwd door middel van het verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 19;
- b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van het Besluit en bijlage 5 van het Besluit.
In afwijking van het tweede lid worden bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit dat betrekking heeft op inschaling op MI-I dan wel op MI-II, overgelegd:
- a. een toelichting op het verzoek, met een onderbouwing aan de hand van de criteria, opgenomen in bijlage 6, die aangeeft dat inschaling kan plaatsvinden op MI-I dan wel op MI-II;
- b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van het Besluit en bijlage 5 van het Besluit.
In afwijking van het tweede lid worden bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit dat betrekking heeft op inschaling op S-I, overgelegd:
- a. een toelichting op het verzoek, met een onderbouwing aan de hand van de criteria, opgenomen in bijlage 6, die aangeeft dat inschaling kan plaatsvinden op S-I;
- b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van het Besluit en bijlage 5 van het Besluit.
Als over te leggen gegevens bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, derde lid, van het Besluit, worden aangewezen:
- a. het verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 19;
- b. een toelichting op het verzoek;
- c. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van het Besluit en bijlage 5 van het Besluit met uitzondering van een risicobeoordeling als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit.
Artikel 21
De combinaties van lijsten, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder a, b en c, van het Besluit, zijn de combinaties van lijsten, opgenomen in bijlage 2.
Artikel 22
Als over te leggen gegevens bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van het Besluit, tot vaststelling dat een gastheer in aanmerking komt voor opname op bijlage 2, lijst A1 van bijlage 2, worden aangewezen:
- a. gegevens waaruit blijkt dat het micro-organisme niet behoort tot een soort waarvan vertegenwoordigers bekend zijn die ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant,
- b. gegevens waaruit blijkt dat het micro-organisme een lange historie van veilig gebruik kent onder omstandigheden waarbij geen bijzondere inperkende maatregelen worden getroffen,
- c. indien het micro-organisme behoort tot een soort die vertegenwoordigers bevat van micro-organismen van klasse 2, 3 of 4, gegevens waaruit blijkt dat de betrokken stam geen genetisch materiaal bevat dat verantwoordelijk is voor de virulentie, of
- d. testgegevens die aantonen dat het micro-organisme niet-virulent is.
Als over te leggen gegevens bij een verzoek, als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van het Besluit, tot vaststelling dat een vector in aanmerking komt voor opname op lijst A2 van bijlage 2, worden aangewezen:
- a. de grootte van de vector,
- b. een vectorkaartje of beschrijving waarop alle samenstellende delen en relatieve posities van de vector zijn aangegeven,
- c. gegevens over de functie en de herkomst van de samenstellende delen,
- d. de origins of replication (ori’s) die aanwezig zijn in de vector,
- e. gegevens waaruit blijkt dat de samenstellende delen niet behoren tot de groep van inserties zoals bedoeld in bijlage 2, lijst A3, en
- f. gegevens waaruit blijkt dat de vector geen virale sequenties, afkomstig van virussen die hogere eukaryoten als gastheer hebben, bevat waardoor de vector als virale vector zou kunnen functioneren.
Bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.13, derde lid, van het Besluit tot vaststelling dat een insertie niet behoort tot de inserties die zijn opgenomen op lijst A3 van bijlage 2 als aangegeven in bijlage 2, worden gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de insertie niet voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage 2, lijst A3.
Artikel 23
Een gebruiker kan de Minister verzoeken om een daarbij aangegeven genetisch gemodificeerd organisme op te nemen in bijlage 11.
Bij het verzoek worden gegevens overgelegd waaruit blijkt dat het organisme voldoet aan de criteria, opgenomen in bijlage 6, voor activiteiten onder laboratoriumcondities op S-I dan wel aan de criteria, opgenomen in bijlage II, onderdeel B, van richtlijn 2009/41, zoals aangevuld met daarop betrekking hebbende besluiten of aanbevelingen van de Raad van de Europese Unie of van de Europese Commissie.
De Minister zendt de verzoeker een bewijs van ontvangst van het verzoek.
Afdeling 2.4. De uitvoering van het ingeperkt gebruik
Artikel 24
Aan de categorieën van fysische inperking zoals opgenomen in bijlage 4 bij het Besluit, en in artikel 15, zijn de voorschriften verbonden zoals die zijn aangegeven in bijlage 9.
Artikel 25
Als categorieën van gevallen waarin kan worden volstaan met een melding in plaats van een aanvraag tot wijziging van een vergunning, als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, van het Besluit, worden aangewezen de toevoeging van een of meer:
- a. gastheren met vergelijkbare eigenschappen als de gastheren waarop de eerder uitgevoerde risicobeoordeling betrekking heeft,
- b. vectoren, of
- c. inserties,
mits is voldaan aan de vereisten, aangegeven in het tweede lid.
De in het eerste lid bedoelde vereisten zijn:
- a. de toevoeging valt binnen het doel van het onderzoek waarvoor de vergunning is afgegeven;
- b. de toevoeging leidt tot toekenning van dezelfde categorie van fysische inperking, hetzelfde inperkingsniveau en hetzelfde onderdeel onderscheidenlijk dezelfde onderdelen van het inschalingsartikel van deel I van bijlage 5 alsmede, indien van toepassing, hetzelfde inschalingsartikel dan wel dezelfde inschalingsartikelen van deel II van bijlage 5;
- c. de uitkomst van de risicobeoordeling die ten grondslag ligt aan de reeds verleende vergunning, en de bij de risicobeoordeling in de beschouwing te betrekken beschermingsmaatregelen blijven ongewijzigd.
Het eerste lid is niet van toepassing op handelingen in een procesinstallatie.
Hoofdstuk 3. Doelbewuste introductie voor overige doeleinden
Afdeling 3.1. Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden
§ 3.1.1. Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 26
De vergunninghouder stelt één of meer door de Minister overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 33 toegelaten milieuveiligheidsfunctionarissen aan.
Voor elke categorie van werkzaamheden waarin activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht, is een daarvoor toegelaten milieuveiligheidsfunctionaris aangesteld.
Indien meer dan één milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld, voorziet de vergunninghouder, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de milieuveiligheidsfunctionarissen.
Een milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld bij de instelling waarvoor hij zijn dagelijkse werkzaamheden uitvoert.
Artikel 27
De vergunninghouder belast de milieuveiligheidsfunctionaris binnen de grenzen van zijn toelating met:
- a. het doen opstellen en wijzigen van de instructies die dienen als invulling van de wettelijke voorschriften of de algemene en bijzondere bepalingen in de vergunning voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in het milieu;
- b. het uitoefenen van interne controle op de naleving van de bepalingen in de vergunning en de instructies, bedoeld onder a;
- c. het optreden bij afwijkingen, wijzigingen en onvoorziene omstandigheden;
- d. het geven van interne voorlichting over milieuveiligheid van genetisch gemodificeerde organismen;
- e. het onverwijld intern melden aan de vergunninghouder van iedere wijziging van gegevens, onvoorziene omstandigheden en situaties, waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn;
- f. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, waarbij door de milieuveiligheidsfunctionaris, voor zover nodig, nadere instructie of scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven;
- g. het zich verzekeren van de volledige zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.
De vergunninghouder draagt zorg voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, geeft de milieuveiligheidsfunctionaris daartoe instructies en verschaft hem ten minste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen van de taken, bedoeld in het eerste lid:
- a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en locaties die voor een introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen gebruikt worden of locaties waar handelingen plaatsvinden onder zeggenschap van de vergunninghouder, te betreden, alsmede inzage te hebben in alle daar aanwezige schriftelijke bescheiden;
- b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in noodsituaties, waarvan direct een interne melding aan de vergunninghouder en de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen, wordt gedaan.
De vergunninghouder verschaft elke milieuveiligheidsfunctionaris een zodanig onafhankelijke positie dat:
- a. deze voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan rapporteren aan de vergunninghouder;
- b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten hij controleert;
- c. deze niet tevens optreedt als de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen waarvoor hij als milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld.
De milieuveiligheidsfunctionaris draagt er zorg voor dat medewerkers die uit hoofde van hun functie betrokken zijn bij de veldproef, op de hoogte zijn van de toepasselijke voorschriften. Hij verstrekt hen daartoe een exemplaar van de instructies, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor zover deze betrekking hebben op hun werkzaamheden.
Artikel 28
De vergunninghouder voorziet in een actuele en inzichtelijke administratie betreffende de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen, waarin ten minste zijn opgenomen:
- a. de aan de vergunninghouder afgegeven vergunningen, daaronder begrepen wijzigingen van vergunningen, en de door de vergunninghouder gedane meldingen;
- b. de door de vergunninghouder opgestelde en aan de Minister gestuurde beschrijving van voorgenomen werkzaamheden, zoals opgenomen in de vergunningen of in bijlage 10, en het overeenkomstig artikel 3.27 van het Besluit en artikel 43 opgestelde verslag;
- c. de instructies, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder a.
Bij medische en veterinaire toepassingen worden voorts in de administratie opgenomen:
- a. een actuele plattegrond van de inrichting waarop zijn aangegeven:
- 1°. de werkruimten waarin werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht,
- 2°. de plaatsen waar genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen, en
- 3°. de plaatsen waar afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten wordt opgeslagen.
- b. een inzichtelijk logboek voor werkzaamheden die onder één vergunning vallen, waarmee de voortgang van de werkzaamheden doelmatig en frequent wordt bijgehouden en waarin of, indien dit doelmatiger is, waarbij in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:
- 1°. het nummer van de vergunning dan wel de wijziging van de vergunning;
- 2°. een vermelding of de medewerkers die uit hoofde van hun functie betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals omschreven in de vergunning bedoeld onder 1°, in dienst zijn van de vergunninghouder, waarbij indien dit niet het geval is, wordt aangegeven hoe de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen door de vergunninghouder is geregeld;
- 3°. de datum van verzending van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden aan de Minister, en de datum van ontvangst van een eventuele reactie van de Minister;
- 4°. voor iedere batch: de datum van ontvangst, een kopie van de kwaliteitsgegevens en de actuele plaats van opslag;
- 5°. voor iedere geïncludeerde proefpersoon, onderscheidenlijk ieder geïncludeerd proefdier: de resultaten van tests waaruit blijkt dat de proefpersoon onderscheidenlijk het proefdier voldoet aan de in de vergunning gestelde in- en exclusiecriteria;
- 6°. indien van toepassing: de resultaten van de controles en testen die in het kader van de bijzondere voorschriften, zoals vermeld in de vergunning, zijn opgelegd;
- 7°. voor iedere toediening aan een proefpersoon onderscheidenlijk een proefdier: een beschrijving van eventuele onvoorziene omstandigheden die zich bij de toediening of na de toediening hebben voorgedaan, waarbij in ieder geval de volgende gegevens opgenomen worden:
- i. de naam of codering van de proefpersoon onderscheidenlijk het proefdier;
- ii. de maatregelen die zijn genomen om de gevolgen voor mens en milieu te beperken;
- iii. de datum waarop deze onvoorziene omstandigheden overeenkomstig vergunningvoorschrift aan de Minister zijn gemeld;
- 8°. bij hospitalisatie van een proefpersoon en bij beëindiging van deelname aan de studie van een proefpersoon:
- i. de naam van de proefpersoon;
- ii. datum en locatie van hospitalisatie;
- iii. datum van ontslag of beëindiging van deelname aan de studie;
- iv. de tests en de resultaten op grond waarvan besloten is tot ontslag;
- v. eventuele andere redenen voor beëindiging van de opname of deelname aan de studie;
- 9°. bij huisvesting van een proefdier en bij beëindiging van deelname aan de studie van een proefdier:
- i. de codering van het proefdier;
- ii. datum van opname in huisvesting en locatie van huisvesting;
- iii. vertrek uit huisvesting of beëindiging van deelname aan de studie;
- iv. de tests en de resultaten op grond waarvan besloten is tot beëindiging van de huisvesting;
- v. eventuele andere redenen voor beëindiging van de opname of deelname aan de studie;
- 10°. bij vervoer: de datum of data waarop materiaal is vervoerd buiten de instelling waar de behandeling van de proefpersonen, onderscheidenlijk proefdieren, plaatsvindt met daarbij de hoeveelheid materiaal, het verzendadres en de wijze van verpakken, waarbij onder materiaal wordt verstaan het studiemateriaal dat aan de proefpersonen onderscheidenlijk proefdieren wordt toegediend alsmede monsters die mogelijk genetisch gemodificeerde organismen bevatten;
- 11°. voor afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten, inclusief alle van een proefpersoon onderscheidenlijk proefdier afgenomen materiaal:
- i. de datum, de locatie en de manier van afvalverwerking;
- ii. in geval van verbranding in een vuilverbrandingsinstallatie: de schriftelijke bewijzen van vernietiging.
Bij de toepassing van planten wordt voorts in de administratie opgenomen een inzichtelijk logboek voor werkzaamheden die onder één vergunning vallen, waarmee de voortgang van de werkzaamheden doelmatig en frequent wordt bijgehouden en waarin of, indien dit doelmatiger is, waarbij in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:
- a. het nummer van de vergunning;
- b. het kalenderjaar waarvoor de gegevens worden verzameld;
- c. de datum van verzending van de jaarlijkse beschrijving van voorgenomen werkzaamheden aan de Minister, en de datum van ontvangst van een eventuele reactie van de Minister;
- d. een vermelding of de medewerkers die uit hoofde van hun functie zijn betrokken bij de werkzaamheden zoals omschreven in de vergunning bedoeld onder a, in dienst zijn van de vergunninghouder, waarbij indien dit niet het geval is, wordt aangegeven hoe de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen door de vergunninghouder is geregeld;
- e. de locatie of locaties van het proefobject;
- f. de kadastrale percelen waarop de werkzaamheden als omschreven in de vergunning bedoeld onder a, plaatsvinden, waarbij wordt aangegeven of deze in eigendom zijn van de vergunninghouder en indien dit niet het geval is, hoe door de vergunninghouder is voorzien in de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen;
- g. indien van toepassing: de gegevens en resultaten van de controles op het naleven van de isolatiezone, of de gemaakte schriftelijke afspraken met degenen die het desbetreffende teeltseizoen zeggenschap hebben over de teelt van hetzelfde, niet gemodificeerde gewas op de binnen de isolatiezone gelegen kadastrale percelen;
- h. de datum of data waarop het proefobject is ingezaaid of beplant;
- i. de periode waarin de planten bloeien;
- j. de datum of data waarop de plantendelen geoogst worden of de planten van het veld worden verwijderd;
- k. indien van toepassing: de resultaten van de controles en testen die in het kader van de bijzondere voorschriften, zoals vermeld in de vergunning, zijn opgelegd;
- l. de resultaten van de monitoring zoals beschreven in het monitoringplan en verricht overeenkomstig de vergunningvoorschriften betreffende monitoring;
- m. de gedurende de experimenten opgetreden afwijkingen in de fenotypen van de genetisch gemodificeerde planten in vergelijking met niet-genetisch gemodificeerde uitgangsplanten, geteeld onder gelijke omstandigheden;
- n. de datum of data waarop de plantendelen worden geoogst of de planten van het veld worden verwijderd;
- o. indien van toepassing: de plaatsen waar afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten wordt opgeslagen;
- p. de datum of data waarop materiaal afkomstig van het proefveld wordt vervoerd, met vermelding van de hoeveelheid materiaal, het verzendadres en de wijze van verpakken;
- q. de datum of data waarop het afval van het proefobject is verwerkt;
- r. voor zover in de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden diverse mogelijkheden zijn aangegeven voor de wijze van afvalverwerking: de gebruikte wijze van afvalverwerking;
- s. voor zover er sprake is van verbranding in een vuilverbrandingsinstallatie: de schriftelijke bewijzen van vernietiging;
- t. indien van toepassing, na afronding van de werkzaamheden: de datum of data waarop het proefveld op opslag is gecontroleerd alsmede de datum of data waarop opslag is waargenomen, met de aantallen waargenomen opslagplanten, de wijze waarop deze planten zijn verwijderd en de wijze waarop het afval is verwerkt;
- u. de datum waarop het verslag, als bedoeld in artikel 43, eerste lid, is gezonden aan de Minister;
- v. voor zover het betreft de op grond van artikel 39, eerste lid, aangewezen categorie van genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend: de in bijlage 10 aangewezen gegevens.
Artikel 29
De Minister legt een openbaar register aan waarin de locatie van overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Besluit geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen wordt opgenomen.
§ 3.1.2. Procedure voor toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris
Artikel 30
De aanvrager of houder van een vergunning kan bij de Minister een aanvraag indienen om een persoon toe te laten als milieuveiligheidsfunctionaris binnen zijn organisatie. De aanvrager of houder van een vergunning geeft daarbij aan voor welke categorie of categorieën van werkzaamheden de toelating wordt aangevraagd.
Met het oog op een adequate uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 27, eerste lid, beschikt de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd in elk geval over:
- a. algemene kennis op het gebied van genetische modificatie en de toepasselijke regelgeving;
- b. kennis van en ervaring met werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in de aangevraagde categorie of categorieën van werkzaamheden;
- c. kennis van en ervaring met de gebruikte technieken en de toegepaste veiligheidsmaatregelen.
Artikel 31
Vervallen.
Bij de aanvraag om toelating als milieuveiligheidsfunctionaris worden de volgende gegevens overgelegd:
- a. de gegevens van de aanvrager en van de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd;
- b. de categorie of categorieën van werkzaamheden;
- c. informatie waaruit blijkt dat de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd voldoet aan artikel 30, tweede lid.
Artikel 32
De Minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.
De Minister kan de toelating beperken tot een of meer daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden. Hij kan daarbij afwijken van de aanvraag.
Aan de toelating kan een voorschrift worden verbonden, inhoudende dat de houder van een vergunning een melding aan de Minister doet als de milieuveiligheidsfunctionaris zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk staakt.
Vervallen.
De Minister kan aan de beschikking tot toelating andere voorschriften en beperkingen verbinden.
Tot de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid, kunnen in elk geval behoren de bepaling dat de toelating slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn.
Artikel 33
De houder van een vergunning kan een aanvraag indienen om wijziging van een toelating.
De artikelen 30 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat eerder overgelegde gegevens die nog actueel zijn niet opnieuw behoeven te worden overgelegd.
De Minister kan de toelating ambtshalve wijzigen of intrekken indien:
- a. de houder van een vergunning bij de aanvraag om toelating zodanig onjuiste gegevens heeft overgelegd dat de Minister, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de toelating niet of onder andere voorwaarden zou hebben afgegeven;
- b. de functionaris niet of niet langer voldoet aan de vereisten voor toelating;
- c. de functionaris zich niet heeft gehouden aan de toepasselijke regelgeving;
- d. bij gebleken ongeschiktheid van de functionaris.
De toelating komt te vervallen indien de functionaris zijn werkzaamheden als milieuveiligheidsfunctionaris geheel staakt.
§ 3.1.3. Melding en wijziging van de vergunning
Artikel 34
Als categorie van gevallen waarin een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden wordt aangemerkt als een verandering die geen gevolgen heeft voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder a, van het Besluit, worden voor de toepassing van planten aangewezen:
- a. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 5 hectare of 10 hectare waarbij de vergunning is verleend met toepassing paragraaf 3.2.2 van het Besluit:
- 1°. het verrichten van dezelfde werkzaamheden met een ander doel dan is aangegeven in de aanvraag;
- 2°. het toevoegen van andere cultivars van hetzelfde gewas;
- 3°. het toevoegen van extra constructen, die dezelfde of sterk soortgelijke sequenties bevatten, en waarbij de vectorbackbone afwezig is of het construct geen andere antibioticum resistentiegenen bevat;
- 4°. een verandering van de volgorde van sequenties binnen eenzelfde construct;
- 5°. het gebruiken van een andere promoter, met dezelfde weefselspecificiteit;
- 6°. het gebruiken van een andere terminator;
- 7°. een verandering van de proefopzet binnen de exacte locatie zonder gevolgen voor inperking of verspreiding, waaronder een andere indeling of een groter aantal planten;
- 8°. een verandering in de behandeling van monsters afkomstig van het proefveld;
- 9°. een verandering in het vernietigen of behandelen van afval na afloop van de proef zonder gevolgen voor verspreiding of overleving;
- 10°. het vervangen of toevoegen van één of meer locaties, voor zover deze locaties gelegen zijn in het gebied waarvoor de milieurisicobeoordeling is uitgevoerd en de omvang van alle locaties tezamen ten hoogste twee keer zo groot is als de vergunde omvang.
- b. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van meer dan 10 hectare:
- 1°. het verrichten van dezelfde werkzaamheden met een ander doel dan is aangegeven in de aanvraag, waaronder het doen van registratieproeven in plaats van proeven voor agronomische performance;
- 2°. een verandering van de proefopzet binnen de exacte locatie zonder gevolgen voor inperking of verspreiding;
- 3°. een verandering in het vernietigen of behandelen van afval na afloop van de proef zonder gevolgen voor verspreiding of overleving;
- 4°. het vervangen of toevoegen van één of meer locaties, voor zover deze locaties gelegen zijn in het gebied waarvoor de milieurisicobeoordeling is uitgevoerd en de omvang van alle locaties tezamen ten hoogste twee keer zo groot is als de vergunde omvang.
Als categorieën van gevallen die geen significante gevolgen hebben voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder b, van het Besluit, worden voor de toepassing van planten aangewezen de categorieën van gevallen waarbij de vergunning is verleend met toepassing van paragraaf 3.2.2 van het Besluit en die voldoen aan de navolgende criteria:
- a. de gevolgde redenatie in de milieurisicobeoordeling verandert niet fundamenteel;
- b. er worden geen andere belangrijke factoren meegewogen in de milieurisicobeoordeling;
- c. de uitkomst van de milieurisicobeoordeling verandert niet;
- d. het beoogde effect van de risico-inperkende maatregelen verandert niet.
De volgende categorieën van gevallen voldoen in elk geval aan de criteria, bedoeld in het tweede lid:
- a. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 5 hectare:
- 1°. het toevoegen van andere genen uit dezelfde genfamilie, waaronder R-genen van aardappel die resistentie verlenen tegen aardappelziekte;
- 2°. het inbrengen andere genen met een soortgelijke werking, waaronder een Bacillus thuringiensis gen (Bt) dat codeert voor insectenresistentie met eenzelfde specificiteit of een gen dat codeert voor tolerantie tegen een herbicide met dezelfde werking;
- 3°. het toepassen van een andere vector met een soortgelijk construct waarbij geen ander antibioticum resistentie gen op de vectorbackbone gelegen is;
- 4°. een andere wijze van inperken van proef, indien dit even veel inperking geeft, waaronder het verwijderen van bloeiwijzen in plaats van een isolatieafstand;
- b. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 10 hectare:
- 1°. het toevoegen van andere genen uit dezelfde genfamilie, waaronder R-genen van aardappel die resistentie verlenen tegen aardappelziekte;
- 2°. het inbrengen andere genen met een soortgelijke werking, waaronder een Bacillus thuringiensis gen (Bt) dat codeert voor insectenresistentie met eenzelfde specificiteit of een gen dat codeert voor tolerantie tegen een herbicide met dezelfde werking;
- 3°. het toepassen van een andere vector met een soortgelijk construct waarbij geen ander antibioticum resistentiegen op de vectorbackbone gelegen is.
Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het een vergunning onder vaste voorschriften, als bedoeld in paragraaf 3.3.2 van het Besluit, betreft, mits de doelbewuste introductie voor overige doeleinden na de beoogde verandering nog steeds voldoet aan het bepaalde in artikel 39, eerste en tweede lid.
Artikel 35
Als medische of veterinaire categorie van gevallen waarin een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden wordt aangemerkt als een verandering die geen gevolgen heeft voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder a, van het Besluit, worden aangewezen:
- a. iedere verandering in de introductie met betrekking tot de toepassing van naakt DNA waarbij de vergunning is gebaseerd op een door de Minister opgestelde milieurisicobeoordeling voor naakt DNA, tenzij deze verandering:
- 1°. een toevoeging van een locatie betreft;
- 2°. indien het een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren in de studie betreft, leidt tot een overschrijding van het maximaal vergunde aantal proefpersonen onderscheidenlijk proefdieren;
- 3°. indien het een verandering van de einddatum van de studie betreft, leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum;
- 4°. indien de verleende vergunning betrekking heeft op gentherapie in de mens, niet beperkt blijft tot gentherapie in de mens;
- 5°. indien de verleende vergunning betrekking heeft op een veterinaire studie, niet binnen het kader blijft van de vergunde diersoort;
- 6°. een verandering in de toedieningswijze betreft, en deze niet beperkt blijft tot tatoeage of directe injectie in de huid of dwarsgestreepte spieren;
- 7°. een toevoeging van een virale sequentie betreft, waaronder niet wordt begrepen een toevoeging van een van de volgende virale regulatoire sequenties, mits de daarbij aangegeven restricties in acht worden genomen:
- i. een CMV-promoter, toegepast bij mensen met uitsluiting van immuungecompromitteerde proefpersonen en pasgeborenen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;
- ii. een RSV-promoter, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van kippen;
- iii. een SV40 polyadenyleringssignaal, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;
- iv. een SV40 nucleaire ‘targeting’ sequentie, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;
- 8°. een toevoeging van antibioticum-resistentie genen betreft, tenzij deze resistentie bieden tegen uitsluitend kanamycine of neomycine;
- b. de volgende veranderingen in de introductie met betrekking tot de toepassing van naakt DNA, waarbij de vergunning is gebaseerd op een andere dan de onder a bedoelde milieurisicobeoordeling:
- 1°. een verandering van de verwijzing naar een of meer kennisgevingen dan wel vergunningen voor ingeperkt gebruik;
- 2°. een verandering van de samenstelling van het DNA-preparaat met uitzondering van een toevoeging van nucleïnezuren, virussen of micro-organismen, waaronder niet wordt begrepen de veranderingen aan de naakt DNA sequentie beschreven onder 6° tot en met 9°;
- 3°. een verandering in de productie van het DNA-preparaat, voor zover dit als eindproduct niet wordt verworpen op grond van de toepasselijke verwerpingscriteria;
- 4°. een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren voor zover dit niet leidt tot een overschrijding van het maximum van het vergunde aantal proefpersonen of proefdieren;
- 5°. een verandering in de begindatum van een studie die in het kader van de betrokken introductie wordt uitgevoerd of in de einddatum van een zodanige studie, voor zover dit niet leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum;
- 6°. een vervanging van de bestaande promoter door een niet-virale of niet-bacteriële promoter;
- 7°. een verwijdering uit het DNA van sequenties, coderend voor antibioticum resistentie;
- 8°. een vervanging van de bestaande ‘origin of replication’ (ori) door een ori van de plasmiden pBR322, pUC (ColE1 ori), of p15A (pACYC-serie plasmiden);
- 9°. een vervanging van het bestaande antibioticum-resistentie gen door een gen dat in prokaryoten resistentie biedt tegen uitsluitend kanamycine of neomycine;
- c. de volgende veranderingen in de introductie met betrekking tot de toepassing van virale vectoren of genetisch gemodificeerde bacteriën:
- 1°. een verandering van de verwijzing naar een of meer kennisgevingen dan wel vergunningen voor ingeperkt gebruik;
- 2°. een verandering van de samenstelling van het preparaat van het genetisch gemodificeerde organisme, met uitzondering van een toevoeging van nucleïnezuren, virussen of micro-organismen;
- 3°. een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren voor zover dit niet leidt tot een overschrijding van het maximum van het vergunde aantal proefpersonen of proefdieren;
- 4°. een verandering in de begindatum van een studie die in het kader van de betrokken introductie wordt uitgevoerd of in de einddatum van een zodanige studie, voor zover dit niet leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum.
Artikel 36
Als over te leggen gegevens, als bedoeld in artikel 3.16, derde lid, van het Besluit, bij een melding van een voorgenomen verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden, worden aangewezen:
- a. de van toepassing zijnde aangewezen categorie van gevallen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 35;
- b. het nummer van de vergunning waarop de melding plaatsvindt en de naam van de vergunninghouder;
- c. een omschrijving van de verandering.
Afdeling 3.2. Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 37
De aanvrager om een vergunning overeenkomstig de gedifferentieerde procedure voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde planten in het milieu van beschikking 94/730/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, van toepassing op grond van artikel 3.23, eerste lid, van het Besluit, legt de volgende gegevens over:
- a. een duidelijk omschreven werkprogramma voor de introducties in het milieu van genetisch gemodificeerde planten die verkregen zijn met één duidelijk omschreven uitgangsplantensoort en een duidelijk omschreven reeks ingebouwde of geëlimineerde sequenties, dat een aantal jaren beslaat in een van te voren duidelijk omschreven periode en waarvoor op verschillende plaatsen introducties worden uitgevoerd;
- b. een technisch dossier met informatie overeenkomstig bijlage IIIB bij richtlijn 2001/18 en de daarbij behorende Europese beschikkingen, die nodig is om een milieurisicobeoordeling uit te voeren, daaronder in ieder geval begrepen: met dien verstande dat de volgende gegevens betreffende de introducties niet in de aanvraag behoeven te worden aangegeven of te worden beschreven voor zover deze niet noodzakelijk zijn voor de gedetailleerde milieurisicobeoordeling als bedoeld onder c:
- 1°. informatie over algemene zaken, en informatie over personeel en opleiding;
- 2°. informatie over het genetisch gemodificeerde organisme;
- 3°. informatie over de omstandigheden van de introductie en het potentiële milieu waarin genetisch gemodificeerde organismen doelbewust wordt geïntroduceerd;
- 4°. informatie over de interactie tussen het genetisch gemodificeerde organisme en het milieu;
- 5°. een monitoringplan overeenkomstig bijlage IIIB, onderdeel G, bij richtlijn 2001/18;
- 6°. informatie over plannen voor monitoring, herstelmethoden, afvalbehandeling en noodmaatregelen, en
- 7°. een samenvatting van het dossier als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2001/18 gebruikmakende van het model dat op basis van die richtlijn is vastgesteld,
- i. de verschillende plaatsen waar introductie plaatsvindt, de beschrijving en de oppervlakte daarvan;
- ii. het aantal planten dat wordt geïntroduceerd;
- iii. de verschillende intraspecifieke kruisingen die verder tot stand worden gebracht tussen de genetisch gemodificeerde planten onderling of met hun nageslacht;
- iv. de verschillende intraspecifieke kruisingen tussen de genetisch gemodificeerde planten met plantenlijnen van de uitgangsplantensoort waarvoor de aanvraag werd ingediend alsmede met het nageslacht van deze kruisingen;
- v. de voorwaarden waaronder de introductie plaatsvindt;
- c. een gedetailleerde milieurisicobeoordeling voor in ieder geval de eerste introductie die in het kader van het werkprogramma wordt verricht, met een of meerdere globale milieurisicobeoordelingen voor de overige introducties die niet door de gedetailleerde milieurisicobeoordeling worden gedekt, voorzien van alle bibliografische verwijzingen en indicaties over de gebruikte methoden.
Artikel 38
Een melding van een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig de gedifferentieerde procedure voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde planten in het milieu vastgesteld bij beschikking 94/730/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, als bedoeld in artikel 3.23, zesde lid, van het Besluit, bevat de volgende gegevens:
- a. de naam van de vergunninghouder;
- b. het nummer van de vergunning.
Indien de onderstaande gegevens niet eerder zijn overgelegd of indien deze gegevens een wijziging inhouden in vergelijking met eerdere, al dan niet bij een melding overgelegde gegevens, bevat de melding tevens de volgende gegevens:
- a. de voorwaarden waaronder de introductie plaatsvindt;
- b. de verschillende plaatsen waar introductie plaatsvindt, waaronder in ieder geval wordt begrepen de beschrijving en de oppervlakte daarvan, en het aantal planten dat wordt geïntroduceerd;
- c. de verschillende intraspecifieke kruisingen die verder tot stand worden gebracht tussen de genetisch gemodificeerde planten onderling of met hun nageslacht;
- d. de verschillende intraspecifieke kruisingen tussen de genetisch gemodificeerde planten met plantenlijnen van de uitgangsplantensoort waarvoor de aanvraag werd ingediend alsmede met het nageslacht van deze kruisingen;
- e. een verklaring waarin wordt aangegeven of de oorspronkelijke milieurisicobeoordeling al dan niet zijn geldigheid behoudt.
Indien in de verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder e, wordt aangegeven dat de oorspronkelijke milieurisicobeoordeling zijn geldigheid niet behoudt, legt de vergunninghouder tevens de volgende gegevens over:
- a. de oorzaken van het niet behouden van de geldigheid van de milieurisicobeoordeling en de daarbij behorende informatie;
- b. een nieuwe milieurisicobeoordeling van de eerste, na de verandering te verrichten introducties, waarin ook de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn betrokken, en een globale beoordeling van de risico’s van alle verdere introducties.
Artikel 39
Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, van het Besluit, met betrekking waartoe op verzoek van de aanvrager de procedure voor het verlenen van een vergunning onder vaste voorschriften wordt toegepast, wordt aangewezen:
genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de volgende sequenties:
- a. delen van het korrelgebonden zetmeelsynthase (kgz) gen van aardappel, in sense of antisense oriëntatie;
- b. de merker genen nptII en ahas;
- c. alle knolspecifieke promotoren van aardappel;
- d. de NOS terminator van R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens),
onder de voorwaarde dat is aangetoond dat de vectorbackbone in de aardappelplant afwezig is.
De toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26 van het Besluit, is voor de in het eerste lid aangewezen categorie van genetisch gemodificeerde organismen beperkt tot veldproeven met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar.
Artikel 40
Als over te leggen gegevens bij een aanvraag om een vergunning onder vaste voorschriften, als bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit, die betrekking heeft op de categorie van genetisch gemodificeerde organismen, aangewezen in artikel 39, eerste lid, worden aangewezen:
- a. gegevens betreffende de aanvrager, waaronder de naam en het adres van de rechtspersoon;
- b. de titel van de aanvraag;
- c. het doel van de aanvraag;
- d. de geschatte tijdsduur van de werkzaamheden;
- e. het DNA-construct dat gebruikt wordt voor de genetische modificatie;
- f. gegevens die de afwezigheid van de vector backbone onderbouwen;
- g. gegevens over de te gebruiken locaties;
- h. maatregelen voor inperking en risicomanagement;
- i. een monitoringplan overeenkomstig bijlage IIIB, onderdeel G, bij richtlijn 2001/18.
Artikel 41
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen aangewezen in artikel 39, eerste lid, waarvoor met toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26 van het Besluit, een vergunning onder vaste voorschriften is verleend, worden, onverminderd het elders in deze regeling bepaalde en het bepaalde in de vergunning, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage 10, deel A.
Afdeling 3.3. Overige bepalingen
Artikel 42
Vervallen
Artikel 43
De vergunninghouder zendt jaarlijks uiterlijk op 1 januari voor werkzaamheden met planten en uiterlijk op 1 maart voor overige werkzaamheden aan de Minister aangetekend een verslag over de resultaten van de doelbewuste introductie voor overige doeleinden in het voorafgaande kalenderjaar.
Vervallen.
Het verslag bevat in elk geval de volgende informatie:
- a. informatie over algemene zaken, waaronder nummer van de vergunning en jaar van verslaglegging;
- b. een beschrijving van de geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen;
- c. informatie over de omstandigheden van de introductie, het aantal geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen en de omvang van de introductie;
- d. informatie over de methode of methoden en de resultaten van de introductie in het voorafgaande kalenderjaar en de risicobeheersmaatregelen;
- e. informatie over de resultaten van monitoring, herstelmethoden, afvalbehandeling en eventueel genomen noodmaatregelen.
Hoofdstuk 4. Doelbewuste introductie door het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen alsmede bepalingen omtrent het gebruik van toegelaten producten
Artikel 44
Degene die een toegelaten product teelt of gaat telen in Nederland, doet daarvan melding aan de Minister. De melding wordt gedaan door inzending van een formulier zoals aangegeven op de website ‘www.mijn.rvo.nl’, dat wordt ingediend bij de Dienst Regelingen.
De melding wordt gedaan binnen dezelfde periode als die van de landbouwtelling als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet.
De Minister maakt de gemelde locaties elektronisch bekend op de website, genoemd in het eerste lid.
Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van de gemelde gegevens.
Hoofdstuk 5. Overige bepalingen
Afdeling 5.1. Bepalingen ter uitvoering van het Besluit omgevingsrecht
Artikel 45
Als activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in categorie 21, onderdeel 21.2, onder b, van onderdeel C van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, die niet worden verstaan onder categorie 21, onderdeel 21.1, van onderdeel C van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, worden aangewezen:
- a. activiteiten met uitsluitend genetisch gemodificeerde organismen die zijn opgenomen in bijlage 11;
- b. activiteiten met uitsluitend genetisch gemodificeerde organismen met betrekking waartoe op grond van het Besluit een besluit van de Minister is verkregen inhoudend dat de activiteiten mogen worden verricht op S-I.
Afdeling 5.2. Bepalingen in verband met Europese verordeningen
Artikel 46
Indien de uitvoerder, bedoeld in verordening 1946/2003, een administratie bijhoudt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, of artikel 28, eerste lid, maakt het dossier, bedoeld in artikel 6 van verordening 1946/2003, onderdeel van die administratie uit.
Afdeling 5.3. Overgangsbepalingen
Artikel 47
Na de inwerkingtreding van deze regeling berust de toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen, op artikel 11, eerste lid, van deze regeling.
Na de inwerkingtreding van deze regeling berust de toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen, op artikel 30, eerste lid, van deze regeling.
De Regeling genetisch gemodificeerde organismen zoals deze gold onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft van toepassing op een besluit op een verzoek om toelating, gedaan aan de Minister op grond van artikel 4, eerste lid, of artikel 11, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen, totdat dat besluit onherroepelijk is geworden.
Artikel 48
Elke biologischeveiligheidsfunctionaris die als zodanig is toegelaten op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, is mede toegelaten voor de categorie van fysische inperking AP-I.
Artikel 49
Het tweede, derde en vierde lid zijn van toepassing op de volgende besluiten:
- a. de beschikkingen genoemd in artikel 6.8 van het Besluit;
- b. een omgevingsvergunning voor een inrichting;
- c. een toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris krachtens artikel 4, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen.
Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar een bijlage die is vermeld in de linkerkolom van tabel 1 van bijlage 12, wordt deze verwijzing gelezen als een verwijzing naar de daarmee corresponderende bijlage, of het genoemde onderdeel daarvan, in de rechterkolom van die tabel.
Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar een categorie van fysische inperking die is vermeld in de linkerkolom van tabel 2 van bijlage 12, wordt deze verwijzing gelezen als een verwijzing naar de daarmee corresponderende categorie van fysische inperking in de rechterkolom van die tabel.
Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar ‘bijlage 2.1.2 van de Regeling’, wordt deze verwijzing, in afwijking van het tweede en derde lid, gelezen als een verwijzing naar ‘bijlage 2.1.2 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen zoals deze gold onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013’.
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het tweede, derde en vierde lid, met ingang van of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in het besluit een andere bijlage onderscheidenlijk een andere categorie van fysische inperking aangeven.
Artikel 50
In aanvulling op artikel 49, tweede en derde lid en bijlage 12, wordt op ingeperkt gebruik:
- a. dat betrekking heeft op de productie van en infectie met genetisch gemodificeerde retrovirale partikels die zijn afgeleid van muizenretrovirussen in animale cellen, of op de transfectie van retrovirale transfervectoren die zijn afgeleid van muizenretrovirussen in animale cellen, en
- b. waarop categorie van fysische inperking ML-I wordt toegepast,
in plaats daarvan categorie van fysische inperking ML-II-k toegepast.
Artikel 49, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 51
Indien aan een beschikking als bedoeld in artikel 6.8 van het Besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat betrekking heeft op handelingen buiten inperking, wordt voor de toepassing van die beschikking de locatie van deze handelingen voortaan aangemerkt als apparatuurruimte.
Naast de in de betrokken beschikking opgenomen voorschriften en aanvullende voorschriften, verbonden aan de handelingen in de apparatuurruimte, bedoeld in het eerste lid, zijn mede van toepassing de voorschriften die zijn verbonden aan de categorie van fysische inperking AP-I, voor zover deze niet in strijd zijn met de in de betrokken beschikking opgenomen voorschriften en aanvullende voorschriften.
Afdeling 5.4. Wijziging van andere regelingen
Artikel 52
Wijzigt de Regeling omgevingsrecht.
Afdeling 5.5. Slotbepalingen
Artikel 53
De Regeling genetisch gemodificeerde organismen wordt ingetrokken.
Artikel 54
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 in werking treedt.
Artikel 55
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.
Bijlage 1. behorende bij artikel 3 en artikel 4 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen
De overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen binnen een inrichting, niet over de openbare weg of aan boord van een schip wordt niet geregeld door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Regels daaromtrent worden gesteld onder 1.1. Dit onderdeel berust op artikel 3 van deze Regeling.
Het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen wordt in principe geregeld door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en, wat toegelaten producten betreft, door de aan de toelating verbonden voorwaarden. Er blijven echter situaties over waarvoor de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de toelatingsvoorschriften geen of geen toepasbare voorschriften geven. Regels voor die situaties worden gesteld onder 1.2. Dit onderdeel berust op artikel 4 van deze Regeling.
Voor een algemene toelichting op het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen wordt verwezen naar § 11.2 van de Nota van toelichting bij het Besluit ggo. Op overbrenging en vervoer wordt voorts ingegaan in hoofdstuk 6 van de toelichting bij deze Regeling.
1.1. Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3
Het overbrengen van genetisch gemodificeerde organismen binnen een inrichting of aan boord van een schip, als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, geschiedt onder de volgende voorschriften:
1.2. Vervoer van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 4
Het vervoeren van genetisch gemodificeerde organismen buiten een inrichting, of binnen een inrichting, maar over de openbare weg, als bedoeld in artikel 4 van deze regeling, geschiedt onder de volgende voorschriften:
Bijlage 2. behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Combinaties van lijsten als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit
Op grond van artikel 2.10, eerst lid, van het Besluit kan de Minister combinaties van lijsten vaststellen voor de vervaardiging van genetisch gemodificeerde organismen van inperkingsniveau I in een of meer daarbij aangegeven categorieën van fysische inperking. De vaststelling van de combinatie van lijsten is geschied in artikel 21 van deze regeling. In dat artikel wordt voor de vastgestelde combinaties van lijsten verwezen naar de combinaties van lijsten opgenomen in deze bijlage.
De vaststelling van een combinatie van lijsten omvat daarbij op grond van artikel 2.10 van het Besluit:
De risicobeoordeling van daarbij aangegeven samenstellingen van onderdelen uit de lijsten leidt tot inschaling op inperkingsniveau I. Deze inschaling is alleen van toepassing op ingeperkt gebruik onder laboratoriumcondities.
De gebruiker behoeft geen risicobeoordeling uit te voeren, indien hij voornemens is onder laboratoriumcondities een genetisch gemodificeerd organisme te vervaardigen dat is samengesteld uit gastheerorganismen en een of meer vectoren die zijn opgenomen in een combinatie van lijsten en waarvan de insertie of inserties niet is of zijn vermeld op de lijst die behoort tot dezelfde combinatie van lijsten.
Activiteiten met een genetisch gemodificeerd organisme:
worden uitgevoerd op: ML-I.
Lijst A1. Gastheerorganismen behorende bij combinatie A
Op deze lijst A1 zijn gastheersoorten opgenomen die zijn gesorteerd op hun bijbehorende geslachtsnaam. Voor de werking van deze lijst betekent dit, dat alleen de soorten die zijn opgenomen op deze lijst, als apathogene gastheer in de context van bijlage 5 van deze regeling mogen worden gehanteerd.
Een soort die behoort tot een geslacht dat op deze lijst staat vermeld, maar waarbij deze soort zelf niet op de lijst is opgenomen, mag niet onder het regime van deze lijst worden gehanteerd.
Lijst A2. Vectoren behorende bij combinatie A
Van de vectoren die in deze lijst zijn gepubliceerd, mogen afgeleide vectoren worden gebruikt voor zover deze afgeleide vectoren beschouwd kunnen worden als vectoren van deze lijst die afwijken in restrictiesites, marker- en reportergenen en regulatoire sequenties.
2μ
Big Blue LIZ
c2RB
c2XB
cEUK
Charomid 9-28
Charomid 9-36
Charomid 9-42
Charon 10
Charon 10A
Charon 16A
Charon 21A
Charon 23A
Charon 24A
Charon 27
Charon 28
Charon 30
Charon 34
Charon 35
Charon 36
Charon 37
Charon 38
Charon 38A
Charon 39
Charon 39A
Charon 3A
Charon 4
Charon 40
Charon 40A
Charon 4A
cistor
CKjm
ColE1
cosPneo
cTAK
D20S19
f88-4
fd-tet-DOG1
fUSE5
GP469
H2M
Her2/neu
HiCAT
HiLuc
Homer I
Homer II
KOS1
KT2440
Lafmid-BA
LAWrist
LAWrist16
loric
LoristX
m0pJL6
M13bla cat1
M13bla6-1
M13bluescript
M13Gori1
M13HinEco1
M13HinEco2
M13K07
M13K11
M13K11RX
M13K8
M13K8.2
M13mp10
M13mp11
M13mp12
M13mp18
M13mp18T
M13mp19
M13mp19 RF1
M13mp2
M13mp20
M13mp4
M13mp5
M13mp7
M13mp8
M13mp9
M13mpl18
M13mpl19
M13mplac
M13tg130
M13tg131
MUA-3
mWB2341
mWB2342
mWB2344
p(C2AT)
P1
P1A
p2Bac
p35S GUSintron
p35Sac
p3SR2
p3TPluc
p3XFLAG-CMV-10
p3XFLAG-CMV-14
p456,20
p4D0100
p4D0102
p4D0104
p4D0105
p4vir1
p4vir1sid1
p53-Luc
p560
p561
p562
p60
p8Op-LacZ
pA2TkCAT8+
pAA3
pAA31
pAA31P
pAA3H
pAA-7X
pAA-P23
pAA-pZ1
pAA-pZ3
pAA-pZ3.7X
pAA-pZ718
pAA-pZ719
pAB124
pAB4-1
pAB4Arp1
pAB5-1
pABAG
pAc360
pAc380
pAc5.1/V5-His en variantenA/B/C
pAcAB3
pAcAB4
pACD4K-C
pAcG3X
pAcGFP1-C1
pAcGP67 varianten A/B/C
pAcMP2
pACT
pACT1F
pACT2
pACTII
pAcUW21
pAcUW51
pACYC phoE
pACYC177
pACYC184
pACYC-A
pAD1
pAD123
pAdD26SVpA
pAD-GAL4
pAD-GAL4-2.1
pAD-MUT
pADNS
pADSL-Nx
pADSL-xN
pAD-WT
pAdβ
pAED4
pAG58
pAHC25
pAJM
pAJpi
pAK100
pAK200
pAK300
pAL-781
pALTER
pALTER-1
pALTER-Ex 1
pALTER-MAX
pALtrxA-781
pAMBV4
pAMP1
pANH-1
pANK-12
pAO815
pAP-1-hrGFP
pAP1-luc
pAP1-SEAP
pAR1959
pAR2019
pAR2075
pAR2078
pAR2084
pAR2093
pAR2098
pAR2106
pAR2113
pAR2120
pAR2156
pAR2192
pAR2305
pAR2369
pAR2463
pAR2529
pAR3038
pAR3039
pAR3040
pARC5
pARC7
pAS
pAS1
pAS1-CYH2
pAS2
pAS2-1
pASK-IBA4
pASK-IBA5
pAT134
pAT15
pAT153
pATH
pAtlas
pAW14B
pAX-PEPCK
pAZE1
pAZE3
pAZE3ss
pB2
pB2\35SacK
pB42AD
pBAC108L
pBAC64
pBacPAK8
pBacPAK9
pBacPAK-His varianten 1/2/3
pBAD/gIII varianten A/B/C
pBAD/Myc-His varianten A/B/C
pBAD/Thio
pBAD/ThioGSI en varianten GS2
pBAD/Thio-TOPO
pBAD18
pBAD22A
pBAD-DEST49
pBAD-TOPO
pBamCRT
pBB116
pBB3
pBC KS varianten +/-
pBC SK varianten +/-
pBD10
pBD11
pBD12
pBD137
pBD15
pBD214
pBD35
pBD6
pBD64
pBD8
pBD80
pBD9
pBDCI
pBD-GAL4
pBD-GAL4 Cam
pBD-MUT
pBD-WT
pBeloBAC11
pBeloBAC-Kan
pBEU
pBEU1
pBEU17
pBEU28
pBEU43
pBEU50
pBFP2
pBGS130 varianten +/-
pBGS131 varianten +/-
pBGS18 varianten +/-
pBGS19 varianten +/-
pBGS8 varianten +/-
pBGS9 varianten +/-
pBHA1
pBHA3
pBI
pBI101
pBI-EGFP
pBI-GL
pBI-L
pBIN19
pBIND
pBINMIN
pBINPLUS
pBJ
pBK28
pBK-CMV
pBK-RSV
pBLCAT2
pBLCAT3
pBLCAT5
pBlueBac4
pBlueBac4.5
pBlueBac4.5-E
pBlueBac4/CAT
pBlueBac-CAT
pBlueBacHis2 varianten A/B/C
pBluebacHis2/CAT
pBlueBacIII
pBluescribe
pBluescript
pBluescript II KS varianten +/-
pBluescript II SK varianten +/-
pBluescript KS varianten +/-
pBluescript LION
pBluescript SK varianten +/-
pBlue-TOPO
pBmA:neo
pBN37
pBN38
pBN40
pBN48
pBN69
pBN70
pBNR
pBP103
pBP108
pBP109
pBP110
pBP111
pBP90
pBP96
pBP97
pBPV-1
pBPV69T (43-1)
pBPV-β1
pBR312
pBR313
pBR315
pBR316
pBR317
pBR318
pBR320
pBR322
pBR322 LacI
pBR322 PhoE
pBR323
pBR324
pBR325
pBR327
pBR327par
pBR328
pBR329
pBR350
pBRH1
pBRH2B
pBRH3B
pBRH4
pBridge
pBRKtrpGbSE
pBRM
pBRN3
pBS varianten +/-
pBS/M13+
pBS185
pBS246
pBS8 varianten +/-
pBS9 varianten +/-
pBSUI61-1
pBT1-1
pBT1-10
pBT1-5
pBT1-7
pBT1-9
pBu10
pBudCE4
pBUI2a
pBUI3
pC/EBP-Luc
pC194
pC221
pC223
pC2RB
pCAL-c
pCAL-kc
pCAL-n
pCAL-n-EK
pCAMBIA1200
pCAMBIA1201
pCAMBIA1300
pCAMBIA1301
pCAMBIA1305.1
pCAMBIA1305.2
pCANTAB 5
pCANTAB 5E
pCANTAB 5E``
pCANTAB 6
pCAT3-Basic
pCAT3-Control
pCAT3-Enhancer
pCAT3-Promoter
pCAT-Basic
pCAT-Control
pCAT-Enhancer
pCAT-Promoter
pCB104
pCB1179
pCB182
pCB192
pCB264
pCB267
pCB302a
pCB302b
pCB303
pCB6
pCB6/7
pCB6+
pCCW-SUC
pcDE-GFP/Hygro
pCDIC-14
pCDIC-15
pCDIC-B1
pcDLSR 296
pCDM6
pCDM8
pCDM8 duplo
pcDNA I
pcDNA I/amp
pcDNA I/neo
pcDNA II
pcDNA/GW/D-TOPO
pcDNA1.1
pcDNA1.1/Amp
pcDNA1/Neo
pcDNA2.1
pcDNA2000
pcDNA3
pcDNA3.1
pcDNA3.1(+)/CAT
pcDNA3.1/CT-GFP-TOPO
pcDNA3.1/GS
pcDNA3.1/His varianten A/B/C
pcDNA3.1/myc-His varianten A/B/C
pcDNA3.1/myc-His/lacZ
pcDNA3.1/NT-GFP-TOPO
pcDNA3.1/nV5-DEST
pcDNA3.1/V5-His varianten A/B/C
pcDNA3.1/V5-His-TOPO
pcDNA3.2/capTEV-CT/V5-DEST
pcDNA3.2/capTEV-NT/V5-DEST
pcDNA3.2/capTEV-NTGW/ARPC2
pcDNA3.2/V5/GW/D-TOPO
pcDNA3.2/V5-DEST
pcDNA3-myc
pcDNA4/His varianten A/B/C
pcDNA4/HisMax variantenA/B/C
pcDNA4/TO
pcDNA4/TO/lacZ
pcDNA5/FRT
pcDNA5/FRT/CAT
pcDNA5/FRT/TO
pcDNA5/FRT/TO-E
pcDNA5/FRT/TO-TOPO
pcDNA5/FRT/V5-His-TOPO
pcDNA5/TO
pcDNA5/TO/lacZ
pcDNA6.2/cLumio-DEST
pcDNA6.2/GFP-DEST
pcDNA6.2/nGeneBLAzer-DEST
pcDNA6.2/nLumio-DEST
pcDNA6.2-GW/EmGFP-miR
pcDNA6.2-GW/miR-neg
pcDNA6/BioEase-DEST
pcDNA6/TR
pcDSRα
pCDV1-PL
pCDx
pCEP
pCEP4
pCES1
pCG150
pCGN1548
pCGN7001
pCGS966
pCGS998
pCGV2
pCH110
pCHB500
pCI
pCI1857
pCIneo
pCITE
pCJX
pCKR2
pCKSP6
pCL1920
pCL1921
pCM1
pCM3
pCM4
pCM7
pCMBV4
pCMV
pCMV.nls.lacZ
pCMV.nls.lacZ/S
pCMV/Bsd
pCMV/myc
pCMV/myc/nuc/GFP
pCMV10
pCMV4
pCMV6b
pCMV6c
pCMV6-XL4
pCMV6-XL6
pCMVcat
pCMV-HA
pCMVlacI
pCMVlacZ
pCMVluc
pCMV-Myc
pCMVneo
pCMV-Neo-Bam
pCMV-ProLink
pCMV-Script
pCMV-SPORT 6
pCMV-Tag
pCMV-Tag2-Mef2c
pCMVβ
pCNX2
pCoHYGRO
pCOP5
pCop-Green-C
pCop-Green-N
pcos1EMBL
pcos2EMBL
pcos3EMBL
pcos5EMBL
pcos6EMBL
pCP3 (= PC3060)
pCP39
pCP40
pCPG
pCQV0
pCQV2
pCR 4Blunt-TOPO
pCR1
pCR1000
pCR2.1
pCR2.1-TOPO
pCR2000
pCR3
pCR3.1
pCR3-Uni
pCR4Blunt-TOPO
pCR4-TOPO
pCR6
pCR8/GW/TOPO
pCRBac
pCR-Blunt
pCR-Blunt II-TOPO
pCRE-d2EGFP
pCRE-hrGFP
pCRE-Luc en varianten pCRE-LacZ
pCRE-SEAP
pCRII
pCRII-TOPO
pCR-Script Amp
pCR-Script Cam
pCR-Script Direct
pCR-Script Direct SK+
pCR-Script SK
pCR-Script SK+
pCRT7/CT-TOPO
pCRT7/NT-TOPO
pCRT7/VP22-1
pCRT7/VP22-1-TOPO
pCR-TOPO
pCruz en varianten A/B/C
pCR-XL-TOPO
pCT-1
pCT1Δ
pCV001
pCV1122
pCV20
pCV21
pCV7A
pCW59
pCW7
pCX
pCY1
pCY4
pCY7
pCYPAC2
pd1BPV69T(51-1)
pd1EGFP-N1
pd2EGFP
pd2EGFP-1
pDB20
pDB248
pDE110
pDE61
pDE613
pDE618
pdeltaE1AP-2
pDEST R4-R3
pDEST14
pDEST15
pDEST17
pDF41
pDF42
pDG1
pDG106
pDH24
pDH5060
pDirect
pDisplay
pDL2xN-SUC
pDNR-1
pDNR-CMV
pDNR-LIB
pDO102
pDOL
pDONR P2R-P3
pDONR P4-P1R
pDONR/Zeo
pDONR201
pDONR207
pDONR222
pDP-1
pDP-2
pDP-6
pDPL13
pDR1-Luc
pDR2
pDR3-Luc
pDR42
pDR4-Luc
pDR5-Luc
pDS5
pDS6
pDsRed
pDsRed1-1
pDsRed1-C1
pDsRed2
pDsRed2-N1
pDsRed-Express-C1
pDsRed-Express-DR
pDsRed-Monomer-N1
pDT-PGK
pDWH10
pE194
pE2F-Luc
pEA300
pEA301
pEAP8
pEBFP
pEBFP-C1
pEBFP-N1
pEBM3
pEBV His
pECE
pECFP
pECFP-1
pECFP-C1
pECFP-Golgi
pECFP-N1
pECFP-Nuc
pECM2
pEE14
pEF/Bsd
pEF/myc/cyto
pEF/myc/nuc
pEF1
pEF1/V5-His varianten A/B/C
pEF4/V5-His
pEF5/FRT/V5-D-TOPO
pEF6/V5-His-TOPO
pEF-BOS-myc
pEF-DEST51
pEG202
pEGFP
pEGFP-1
pEGFP-C1
pEGFP-C2
pEGFP-C3
pEGFPLuc
pEGFP-N1
pEGFP-N2
pEGFP-N3
pEgr-1-Luc
pEM7/Zeo
pEMBL
pEMBL Ye23
pEMBL Yi21
pEMBL Yi22
pEMBL Yi27
pEMBL130
pEMBL131
pEMBL18
pEMBL19
pEMBL3
pEMBL3A
pEMBL4
pEMBL8
pEMBL9
pEMBLex2
pEMBLex3
pEMBLyex4
pENTR en varianten /DTOPO, en /SD/D-TOPO
pENTR11
pENTR1A
pENTR221
pENTR4
pENTR5'-TOPO
pENTR5'-UBCp
pEP121
pEP165
pEP168
pEP301
pEP3012
pEP3014
pEP3015
pEP303
pEP70
pEP71
pEP72
pEP73
pEP74
pEP75
pEpslon TI
pER103
pER20
pER3
pER4
pESP-1
pESP-2
pESP-3
pET-1 varianten a/b/c
pET100/D-TOPO
pET101/D-TOPO
pET102/D-TOPO
pET104-DEST
pET-11 varianten a/b/c/d
pET-11T
pET-12 varianten a/b/c/d
pET-14 varianten b
pET151/D-TOPO
pET-15b
pET160/GW/D-TOPO
pET160-DEST
pET161/GW/D-TOPO
pET161-DEST
pET-16b
pET-17
pET-17x
pET-19b
pET-2 varianten a/b/c
pET200/D-TOPO
pET-20b(+)
pET-21 varianten a(+)/b(+)/c(+)/d(+)
pET-22b(+)
pET-23 varianten a(+)/b(+)/c(+)/d(+)
pET-24 varianten a(+)/b(+)/c(+)/d(+)
pET-25b(+)
pET-26b(+)
pET-27b(+)
pET-28 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-29 varianten a(+)/b(+)/ c(+)
pET-3 varianten a/b/c/d
pET-30 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-30 Xa/LIC
pET-31b(+)
pET-32 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-32 Ek/LIC
pET-32 Xa/LIC
pET-33b(+)
pET-34b(+)
pET-35b(+)
pET-36b(+)
pET-37b(+)
pET-38b(+)
pET-39b(+)
pET-3x varianten a/b/c
pET-4 varianten a/b/c
pET-40b(+)
pET-41 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-42 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-43 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-43.1 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-43.1 Ek/LIC
pET-44 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-44 Ek/LIC
pET-45b(+)
pET-46 Ek/LIC
pET-47b(+)
pET-48b(+)
pET-49b(+)
pET-5 varianten a/b/c
pET-50b(+)
pET-51b(+)
pET-52b(+)
pET-6
pET-7
pET-8 varianten c
pET-9 varianten a/b/c/d
pETBlue-2
pETcoco-2
pET-DEST41
pET-DEST42
pETIC
pETIC-1
pEUkc1
pEVHIS14
pEV-vrf1
pEV-vrf2
pEV-vrf3
pEVvrfl1
pEX
pEX1
pEX2
pEX3
pEXlox(+)
pEXP1-DEST
pEXP2-DEST
pEXP38-βgal
pEXP-AD502
pEXPR-IBA7
pEYFP
pEYFP-1
pEYFP-C1
pEYFP-N1
pEZZ18
pEZZ8
pFastBac HT varianten A/B/C
pFastBacDUAL
pFB9
pFCE4 varianten +/-
pfdA2
pfdA3
pfdA4
pfdA8
pfdB2
pFH2106
pFL1
pFL2
pFL20
pFL3
pFL4
pFLAG-1
pFLAG-CMV3
pFLAG-MAC
pFLASH
pFOS1
pFPMT121
pFR109
pFR97
pFR98
pFRCMV
pFRL4
pFRPn
pFRT/lacZEO
pFRT/lacZeo2
pFRTβGAL
pFTB14
pFTB91
pFZY1
pG1f1 varianten +/-
pG5luc
pGA22
pGA23
pGA24
pGA39
pGA44
pGA46
pGAD10
pGAD424
pGADGH
pGADGL
pGADRx
pGADT7
pGADT7-Rec
pGAL4
pGAPZ varianten A/B/C
pGAPZα varianten A/B/C
pGB2
pGB3
pGB301
pGB3-110
pGB33
pGB4
pGB8-110
pGB8-12
pGB8-90
pGB901
pGB902
pGB904
pGB905
pGB906
pGBK01
pGBKT7
pGBKT7-53
pGBKT7-Lam
pGBT9
pGBαMF1
pGEF+
pGEM
pGEM-1
pGEM-10
pGEM-100
pGEM-11
pGEM-11Zf varianten +/-
pGEM-12
pGEM-13
pGEM-13*
pGEM-13Zf varianten +/-
pGEM-2
pGEM-2F
pGEM-3
pGEM-3Z (= pGEM-blue)
pGEM-3Zf varianten +/-
pGEM-4
pGEM-4Z
pGEM-4Zf varianten +/-
pGEM-5
pGEM-5Zf varianten +/-
pGEM-6
pGEM-7
pGEM-7Z
pGEM-7Zf varianten +/-
pGEM-8
pGEM-9
pGEM-99
pGEM-9Zf varianten +/-
pGEMEX-1
pGEMEX-2
pGEM-luc
pGEM-neo
pGEM-T
pGEM-T Easy
pGEM-Zf varianten +/-
pGene/V5-His varianten A/B/C
pGene/V5-His/lacZ
pGEX-1
pGEX-1λT
pGEX-2
pGEX-2T
pGEX-2TK
pGEX-3
pGEX-3T
pGEX-3X
pGEX-4
pGEX-4T varianten -1/-2/-3
pGEX-5
pGEX-5T varianten -1/-2/-3
pGEX-5X varianten -1/-2/-3
pGEX-6P-1
pGEX-6P-3
pGEX-KG
pGFIB
pGFP
pGFP-1
pGFP10.1
pGFPuv
pGH-L11
pGH-L13
pGH-L8
pGH-L9
pGK12
pGK13
pG-KJE8
pGKV1
pGKV2
pGKV21
pGKV232
pGKV259
pGKV41
pGL101
pGL2-Basic
pGL2-Control
pGL2-Enhancer
pGL2-Promoter
pGL3-Basic
pGL3-Control
pGL3-Enhancer
pGL3-MMTV
pGL3-Promoter
pGL4.10[luc2]
pGL4.12[luc2CP]
pGL4.13[luc2/SV40]
pGL4.14[luc2/Hygro]
pGL4.16[luc2CP/Hygro]
pGL4.73[hRluc/SV40]
pGL4.74[hRluc/TK]
pGL4.76[hRluc/hygro]
pGL4.78[hRlucCP/Hygro]
pGMV
pGP
pGP1-2
pGP492
pGPD-1
pGPD-2
pGR71
pGRE-d2EGFP
pGreen 0000
pGRE-Luc
pGRE-SEAP
pGro7
pGS20
pGS21
pGS72
pGSC1700
pGSS15
pGSS33
pGSS8
pGSV1
pGT12
pGT6
pGTB9
pG-Tf2
pGTh
pGTRTT
pGus-int
pGUSN358 S
pGV1106
pGV1113
pGV1122
pGV1124
pGV2488
pH3EH1.7
pHA10
Phagescript
pHARS1
pHAT10 en varianten 11 en 12
pHB1
pHC
pHC312
pHC314
pHC624
pHC79
pHCMV-4C-dhfr
pHCMV-KR-neo
pHcRed1-C1
pHcRed1-N1
pHD8R/RW
pHE(PrEN)CAT
pHE3
pHE6
pHE7
pHEBO
pHEN1
pHG5-trp
pHGH807tac-I
pHGH807tac-II
pHGH-Prac5-16
pHIL-D2
pHIL-S1
pHIPA4
pHIPX1
pHIPX10
pHIPX11
pHIPX12
pHIPX2
pHIPX3
pHIPX4
pHIPX4-B
pHIPX4-HENSBX
pHIPX4-HNBESX
pHIPX5
pHIPX6
pHIPX7
pHIPX8
pHIPX9
pHIPZ11
pHIPZ4
pHIPZ5
pHIPZ6
pHIPZ7
pHIS1522
pHIS1525
pHL1
pHM1320
pHM4
pHM6
pHMR272
pHook-1
pHP34
pHR307a
phrGFP-N1
phRG-TK
pHRP2
pHS5
pHS6
pHSE3`
pHSE-Luc
pHSE-SEAP
pHSG276
pHSG415
pHSG664
pHTS-NFkB
pHUB2
pHUB4
pHV11
pHV12
pHV14
pHV23
pHV33
pHV41
pHWJ-2
pHWJ-5
pHY201
pHY310
pHY460
pHybcI/HK
pHybLex/Zeo
pHyg
pH-β-APr1-neo
pIB/His varianten A/B/C
pIB/V5-His-DEST
pIB/V5-His-TOPO
pIB-E
pIBI-76
pIC
pIC19
pIC19(H)
pIC19(R)
pIC20
pIC20(H)
pIC20(R)
pIEx varianten 1/2/3/4/5/6
pIJ102
pIJ350
pIJ361
pIJ364
pIJ486
pIJ702
pIJS1002
pIJS1010
pIN
pIND
pIND(SP1)
pIND/Hygro
pIND/V5-His-TOPO
pIN-II-A2
pIN-II-A3
pIN-III
pIN-III113-A1
pIN-III113-A2
pIN-III113-A3
pIN-III113-B1
pIN-III113-B2
pIN-III113-B3
pIN-III113-C1
pIN-III113-C2
pIN-III113-C3
pIN-III95-A1
pIN-III95-A2
pIN-III95-A3
pIN-III-A1
pIN-III-A2
pIN-III-A3
pIN-III-B1
pIN-III-B2
pIN-III-B3
pIN-III-C1
pIN-III-C2
pIN-III-C3
pIN-IIIompA
pIN-IIIompA-1
pIN-IIIompA-2
pIN-IIIompA-3
pIN-ompA3
PinPoint Xa varianten 1/2/3
pIP501
pIR12
pIRES
pIRES2-EGFP
pIRESbleo
pIRES-EGFP
pIRES-EYFP
pIREShyg
pIREShyg2
pIRESLuc
pIRESneo
pIRESneo2
pIRESpuro
pIRESpuro2
pIRESpuro3
pIRL19
pIRL20
pITC
pIVEX 1.3 WG
pIVEX 1.4 WG
piWiT9
pIZ/V5-His
pIZT/V5-His
pJ138
pJ3Ω
pJ4Ω
pJ5Ω
pJ6Ω
pJA4304
pJABS633
pJAC4
pJB137
pJB23
pJB63
pJB64
pJB65
pJB66
pJB8
pJBD207
pJBF
pJBS633
pJC119
pJC720
pJDC9
pJET1/blunt
pJFEH118 (=pJF118EH)
pJFEH119(=pJF119EH)
pJFHE118 (=pJF118HE)
pJFHE119 (=pJF119HE)
pJFXhoXΔ166
pJG4-5
pJIC Sa_Rep
pJIT82
pJJ04541
pJJS1002
pJJS1010
pJK101
pJK103
pJK105
pJKK3
pJL6
pJLA16
pJLA501
pJLA502
pJLA503
pJLA504
pJLA505
pJLA601
pJLA602
pJLA603
pJLA604
pJLA605
pJM111-ompA-1
pJM111-ompA-2
pJM111-ompA-3
pJMSP-0
pJMSP-8
pJP1P3
pJP33
pJQ200
pJQ254
pJRD158
pJRD184
pJRD215
pJRL19
pJRL20
pJS97
pJS98
pJT41
pK18
pK19
pKARS12
pKARS2
pKB 663
pKB 712
pKB 750
pKB 766
pKC16
pKC30
pKC7
pKD1
pKECaroP
pKEN029
pKEN037
pKEN039
pKEN040
pKEN045
pKEN602
pKG1800
pKGIXI
pKGS
pKGW
pKH4
pKH47
pKH502
pKH80
pKIL18
pKIL19
pKJE7
pKK10-2
pKK161-8
pKK175-6
pKK223-3
pKK231-1
pKK232-8
pKK233
pKK233-11
pKK233-2
pKK238-8
pKK240-11
pKK246-11
pKK388-1
pKK5-1
pKK56
pKK626-7
pKK62b-7
pKK65-10
pKK92c-2
pKL1
pKL7
pKM-1
pKM-11
pKM-2
pKMH4
pKMH5
pKMH6
pKMS.FSHαgβg
pKN001
pKN1562
pKN401
pKN402
pKN410
pKN80
pKNUN
pKO SelectNeo V800
pKO SelectTK V830
pKO-1
pKO-10
pKO-11
pKO1-S1
pKO-2
pKO-4
pKO-5
pKO-6
pKO-7
pKO-8
pKO-9
pKS hsp lac Z pA
pKT128
pKT19
pKT21
pKT210
pKT218
pKT226
pKT230
pKT231
pKT234
pKT235
pKT240
pKT241
pKT247
pKT248
pKT252
pKT254
pKT262
pKT263
pKT264
pKT279
pKT280
pKT287
pKT30
pKT41
pKTH38
pKTH50
pKTH51
pKTH53
pKTH601
pKTH604
pKTH605
pKTH606
pKUN
pKUN1
pKUN19
pKUN230
pKUN9
pL292
pLa2311
pLA7
pLacGUS
pLacZi
pLAFR1
pLAFR3
pLAM 5`
pLAM5`-1
pLamin C
pLawrist
pLawrist 4
pLBU3
pLC245
pLCK-hGH
pLCNX
pLDL1
pLET1
pLET2
pLET3
pLEX
pLexA
pLF1
pLG200
pLG300
pLG338
pLG339
pLG400
pLG5
pLG669
pLGV2381
pLGV2382
pLHL2
pLILRE-Luc
pLITMUS
pLITMUS 28
pLITMUS 29
pLITMUS 38
pLITMUS 39
pLivSelect-II
pLK31
pLK32
pLK33
pLK34
pLK34-1
pLK36
pLK36-1
pLK37
pLK38
pLK39
pLK51
pLK52
pLK53
pLK54
pLK54-1
pLK56
pLK56-1
pLK57
pLK58
pLK59
pLK63
pLK66
pLK68
pLK69
pLK69-1
pLK70-19
pLK70-191
pLK70-48
pLK70-481
pLK70-70
pLK70-701
pLK80
pLK80-1
pLK82
pLK84
pLK91
pLK94
pLNA1
pLNB1
pLNR2
pLNT1
pLP1021
pLP-EGFP-C1
pLPL
pLS1
pLS101
pLS103
pLS69
pLSDL
pLSV57
pLT1
pLTR-SV2-neo
pLuc-MCS
pLV57
pLV59
pLX100
pLX101
pLysE
pLysS
pM
pM69
pMa
pMa/c
pMA301
pMA424
pMA56
pMA91
pMAC561
pMac5-8
pMad5
pMAL
pMAL-c2
pMAL-p2
pMAM
pMAM17
pMATNde
pmaxFP-Green-C
pmaxFP-Yellow-C
pmaxFP-Yellow-PRL
pMB1
pMB2
pMB9
pMBL1034
pMBL104
pMBL113
pMBL24
pMBL604
pMc
pMC1403
pMC1513
pMC1790
pMC1843
pMC1844
pMC1871
pMC1neo
pMC2010
pMC306
pMC449
pMC489
pMC632
pMC661
pMC81
pMC871
pMC874
pMC9
pMC931
pMCL2
pMcTnde
pMD4
pMelBac varianten A/B/C
pMEP4
pMET varianten A/B/C
pMETα varianten A/B/C
pMEX001
pMEX1.6
pMG159
pMG15a
pMG165
pMG196
pMG24
pMG36
pMG411
pMH
pMH4
pMIB/V5-His varianten A/B/C
pMK
pMK155
pMK16
pMK20
pMK2004
pMK3
pMK4
pMKΔ
pML
pML(C2AT)
pMLB1034
pMLC2luc
pMLVKT
pMLVTK
pMM1522
pMM1525
pMM4
pMM5
pMMB22
pMMB24
pMMB33
pMMB34
pMMB66HE
pMMB67
pMMHa
pMMuLV-SVTK-NEO
pMOB02
pMOB45
pMOB48
pMOG402
pMOG410
pMON120
pMON129
pMON131
pMON13438
pMON999
pMOSBlue
pMOSElox
pMP100
pMP78-1
pMPT121
pMR100
pMS470Δ-8
pMT/BioEase-DEST
pMT/BiP/V5-His varianten A/B/C
pMT/V5-His varianten A/B/C
pMT/V5-His/lacZ
pMT/V5-His-TOPO
pMT2
pMT-DEST48
pMTL
pMTL123
pMTL20
pMTL21
pMTL21P
pMTL22
pMTL22P
pMTL23
pMTL23P
pMTL24
pMTL25
pMTL26
pMV
pMV158
pMVHis
pMyc-SEAP
pMyr
pMyr Lamin C
pMyr MAFB
pMyr XR
pNA16
pNA16a
pNA18
pNA8
pNA8a
pNASSβ
pNC10
pND201
pNEB193
pNEO
pNeoEGFP
pNEOβGAL
pNF2
pNF3
pNFAT-hrGFP
pNFAT-SEAP
pNFAT-TA-Luc
pNF-kB-hrGFP
pNF-kB-Luc
pNFκB-d2EGFP
pNFκB-Luc
pNFκB-SEAP
pNFκB-TA-Luc
pNGS18
pNGS20
pNGS21
pNH16
pNH16a
pNH18
pNH18a
pNH8
pNH8a
pNJ5073
pNM185
pNM422
pNM480
pNM481
pNM482
pNMT/CAT
pNMT-TOPO
pNO1523
pNRC747-10
pNRC747-10 (RSBI)
pNRC747-10 (RSBII)
pNS1
pNSElacZ
pNTAP-Mef2a
pNUT
pNW33N
pNZ12
pNZ121
pNZ123
pOFF 1
pOG2165
pOG44
pOG45
pOHT
pOL3
pOL4
pOL5
pOL6
pOM1
pOM2
pOM3
pOM4
pOM41
pOM8
pOM9
pON249
pOP13CAT
pOP203(Ps)-1
pOP203(WT)-1
pOP203-1
pOP203-13
pOP203-24
pOP203-27
pOP203-28
pOP203-29
pOP203-3
pOP95-15
pOP95-2
pOP95-5
pOPIΔ6
pOPRSVI CAT
pOPRSVI/MCS
pORF1
pORF2
pORF9
pOU71
pP1EX
pP2-102
pP2-103
pPA209-1
pPA209-110
pPA215-1
pPA215-110
pPA8-3
pPAFiq-20
pPANH-1
pPANK-18
pPAP1
pPAP2
pPAT153
pPB104
pPC62
pPC86
pPC97
pPG5
pPGV2
pPH125
pPH126
pPIC3
pPIC3.5K
pPIC6 varianten A/B/C
pPIC6α varianten A/B/C
pPIC9
pPIC9K
pPICZ varianten A/B/C
pPICZα varianten A/B/C
pPL2
pPL603
pPL608
pPLa2311
pPLa8
pPLa83
pPLa831
pPLa832
pPLc236
pPLc236trp
pPLc24
pPLc245
pPLc28
pPLcAT10
pPLcmu 299
pPLEX
pPM1
pPNT
pPolyI
pPolyI+
pPolyI+Bo
pPolyII
pPolyII-D
pPolyIII-1
pPolyIII-D
pPolyII-Sn-14
pPR100
pPR110
pPR111
pPR9
pProEX HT varianten A/B/C
pPROTet.E
pPS791
pPur
pPV33
pPV33H
pQE
pQE10
pQE11
pQE12
pQE13
pQE14
pQE15
pQE16
pQE17
pQE18
pQE22
pQE3
pQE30
pQE31
pQE32
pQE4
pQE40
pQE41
pQE42
pQE5
pQE50
pQE51
pQE52
pQE60
pQE70
pQE8
pQE9
pR884
pRAJ255
pRAJ260
pRAL1
pRAP1
pRAP2
pRAP3x
pRB394
pRc/CMV
pRc/CMV2
pRc/RSV
pRC1
pRC2
pRC23
pRC3
pRC4
pRcos1
pRDB8
pRDB8A
pRDB9
pREGA
pREMI-Z
pREP1
pREP10
pREP3X
pREP3Y
pREP4
pREP7
pREP8
pREP9
pResEM749
pResKmdBCEm
pRI40
pRIB1300
pRIT
pRIT11
pRIT12
pRIT13
pRIT16
pRIT2T
pRIT4
pRIT4661
pRIT5
pRIT6
pRK153
pRK248
pRK248cIts
pRK290
pRK291
pRK292
pRK293
pRK310
pRK311
pRK353
pRK415
pRL250
pRL-CMV
pRL-null
pRL-SV40
pRL-TK
pRluc-N2(h)
pRMe1
pRMe1ss
pRMe2
pRMe2ss
pRNA-H1.1/Neo
pRNAT-H1.1/Neo
pRNATin-H1.2/Hygro
pRNAT-U6.1/hygro
pRNAT-U6.1/Neo
pRNA-U6.1/Hygro
pRO1614
pRO1748
pRP270
pRpsp2
pRS1316
pRS303
pRS304
pRS305
pRS306
pRS313
pRS314
pRS315
pRS316
pRS414
pRS415
pRS550
pRS551
pRS552
pRS555
pRSC
pRSET varianten A/B/C
pRSET5 varianten A/B/C/D
pRSET6 varianten A/B/C/D
pRSET-B mCherry
pRSET-B mOrange
pRSETB/CAT
pRSET-E
pRSV
pRSV.nls.lacZ
pRSV2neo
pRSV3gpt
pRSV5neo
pRSVcat
pRSVgpt
pRSVlacZ
pRSVlacZ sense
pRSVluc
pRSVneo
pRT100 en varianten 101 t/m 108
pRV1
pRV2
pRYM225
pS14
pS194
pS65T-C1
pSA151
pSA2100
pSA3
pSAO501
pSC101
pSC11
pSC-A
pSCC31
pSE280
pSE380
pSE420
pSE640
pSEAP2-control
pSEAP-basic
pSEAP-control
pSEAP-enhancer
pSEAP-promoter
pSecTag varianten A/B/C
pSecTag2 varianten A/B/C
pSecTag2/Hygro varianten A/B/C
pSecTag2/PSA
pSELECT
pSELECT-1
pSEY210
pSFFVLTR neo
pSG1151
pSG20
pSG21
pSG5
pSG8
pSGpuro
pSH1834
pSH47
pShooter/myc/ER
pShuttle2
pSI
pSI4
pSilencer
pSilencer 1.0-U6
pSilencer 2.0-U6
pSilencer 3.1-H1 hygro
pSilencer 4.1-CMV neo
pSilencer2.1-U6 hygro
pSilencer2.1-U6 neo
pSilencer2.1-U6 puro
pSIREN-Shuttle
pSK104
pSK105
pSK106
pSK236
pSKIIA-His
pSKS104
pSKS105
pSKS106
pSKS107
pSKS116
pSL1180
pSL1190
pSL301
pSLA3
pSM10
pSM10221
pSM10419
pSM7
pSM7311
pSM8
pSM9
pSNV-TK23del
pSNV-TKdeldelter(R)
pSNV-TKdeldelter(RP)
pSos
pSOS bait
pSos Coll
pSos MAFB
pSP
pSP2
pSP50
pSP6
pSP62-K2
pSP62-PL
pSP64
pSP64 bluescript Tmb
pSP64 Poly(A)
pSP64AI
pSP64CG
pSP64CS
pSP64-f1 varianten +/-
pSP64-f2 varianten +/-
pSP64T
pSP64ΔI
pSP65
pSP65 bluescript Tmb
pSP65CG
pSP65CS
pSP65-f1 varianten +/-
pSP65ss
pSP70
pSP71
pSP72
pSP73
pSPORT
pSPORT1
pSPORT2
pSPUTK
pSRE-Luc
pSRE-SEAP
pSRF-luc
pSRα
pSRαneo
pSS24
pSS25
pST1401
pSTBlue-1
pSTP2
pSTREPHIS1525
pSUP101
pSUP104
pSUP104Ap
pSUP106
pSUP202
pSUP2021
pSUP203
pSUP204
pSUP205
pSUP2121
pSUP301
pSUP304
pSUP304.1
pSUP304.2
pSUP401
pSUP404.2
pSUP5011
pSUPER.basic
pSuper.neo
pSuper.neo+GFP
pSuper.puro
pSUPERCATCH-NLS
pSuperior.neo
pSuperior.neo+GFP
pSuperior.puro
pSV
pSV(X-)1-ADA
pSV1-gt5-gt
pSV2
pSV2-cat
pSV2-dhrf
pSV2-gpt
pSV2-gpt-tkpr
pSV2-gptΔ (HindIII-BGLII)
pSV2-his
pSV2-lacZ
pSV2-luc
pSV2-neo
pSV3
pSV3-gpt
pSV5-gpt
pSV7d
pSVAEQN
pSVEp
pSV-gpt
pSV-gt
pSVK3
pSVL
pSVM-gpt
pSV-neo
pSV-sport1
pSVT7
pSV-β
pSV-βgal
pSwitch
pSY16
pSY2501
pSY343
pSYS343
pSZ212
pSZ515
pSZ57
pSZ58
pT127
pT3/T7-LUC
pT7
pT7 Blue T
pT7/T3-184
pT7/T3-18U
pT7/T3-19U
pT7/T3α-18
pT7/T3α-19
pT7-1
pT712
pT713
pT7-5
pT7-6
pT7-7
pT7F1A
pT7T3
pTA1529
ptac11
ptac12
ptac12H
ptac85
ptacCP
ptacterm
pT-AdV
pTAL-d2EGFP
pTAL-Luc
pTARE-Luc
pTarget
pTarget-Luc
pTB19
pTB90
pTBE
pTCF
pTCF/c-myc
pTD1
pTD1-1
pTEF1/Zeo
pTet-Off
pTet-Off-Advanced
pTet-On
pTf16
pTFB1
pTG201
pTG206
pTG402
pThioHis varianten A/B/C
pTKcat
pTKhyg
pTKluc
pTKβ
pTL12
pTLL12
pTMBV4
pTNT
pTP30-5
pTP5-3
pTP8-5
pTQpST11
pTR262
pTracer-CMV
pTracer-CMV/Bsd
pTracer-CMV2
pTracer-EF/V5-His varianten A/B/C
pTracer-SV40
pTrc99A
pTrcHis varianten A/B/C
pTrcHis2 varianten A/B/C
pTrcHis2-TOPO
pTrcHis-TOPO
pTRE
pTRE2
pTRE2hyg
pTRE-d2EGFP
pTRE-Shuttle2
pTRE-Tight
pT-REx-DEST30
pT-REx-DEST31
pTriplEx
pTriplEx2
ptrpED5-1
pTrpST11
pTrS3
pTrx
pTrxFus
pTSG 4
pTSG 4-421
pTSG11
pTSV-1
pTSV-2 varianten A/B
pTSV-3 varianten A/B
pTT6
ptTA-2 varianten 3/4
pTTG19
pTTQ18
pTTQ181
pTTQ19
pTTQ8
pTTQ9
ptTS-NEO
pTU#58
pTU#65
pTV2
pTYB1
pTYB11
pTYB2
pTYB3
pTYB4
pTZ
pTZ18
pTZ18R
pTZ18U
pTZ19
pTZ19R
pTZ19U
pUB/Bsd
pUB110
pUB112
pUB6/V5-His
pUC
pUC1
pUC11
pUC118
pUC119
pUC12
pUC13
pUC18
pUC19
pUC20
pUC21
pUC3
pUC4
pUC4k
pUC5
pUC6
pUC7
pUC8
pUC8-1
pUC8-2
pUC830
pUC9
pUC9-1
pUC9-2
pUC931
pUCAP
pUCAP35S
pUCBM20
pUCBM21
pUCD1001
pUCD1002
pUCD2001
pUC-f1
pUCHinEco1
pUCHinEco2
pUClac20
pUCP18
pUCsneo
pUEX
pUEX1
pUEX2
pUEX3
pUH84
pUHC133
pUHC136
pUHD10-3
pUHD15-1
pUHD15-1neo
pUHD172-1neo
pUHG16-3
pUHG171
pUK21
pUK230
pUN121
pUR1
pUR2
pUR222
pUR2730
pUR2740
pUR277
pUR278
pUR288
pUR289
pUR290
pUR291
pUR292
pUT614
pUT701
pUT715
pUT802
pV69
pVA3
pVA3-1
pVA680
pVA736
pVA738
pVA749
pVA794
pVA795
pVA797
pVA838
pVA856
pVA891
pVAC2mcs
pVAX1
pVAX1/lacZ
pVgRXR
pVK100
pVK102
pVK57
pVL
pVL1392
pVL1393
pVP16
pVP22/Myc-His
pVR1012
pVR104
pVT25
pVU1011
pW8
pWA15
pWE
pWE15
pWG.G1
pWGx.G1T
pWH1509E
pWR1
pWR2
pWR3
pWR4
pWR450
pWR450-1
pWR450-2
pWR5
pWR590
pWR590-1
pWR590-2
pWS3
pWS4kpn
pWS50
pWS70
pWT111
pWT121
pWT131
pWT511
pWT551
pWT551-2P2
pWT551-3P3
pWT571
pWTT2081
pWW-84
pWW-97
pX1
pXeX
pXINSECT-DEST39
pXP1
pXP2
pYAC2
pYAC4
pYAC5
pYC2/CT
pYCp19
pYCplac111
pYCplac22
pYCplac33
pYCpR1
pYD1
pYe(CEN3)41
pYeHBs
pYEp13
pYEp13 G418
pYEp13S
pYEp2
pYEp20
pYEp21
pYEp24
pYEp25
pYEp4
pYEp51
pYEp6
pYEplac112
pYEplac181
pYEplac195
pYES2
pYES2.1/V5-His-TOPO
pYES2/GS
pYES-DEST52
pYESTrp
pYESTrp2
pYESTrp3
pYET2
pYETrp1
pYETrp5
pYEX 4T en varianten -1/-2/-3
pYF46
pYF92
pYIp1
pYIp25
pYIp26
pYIp27
pYIp28
pYIp29
pYIp30
pYIp31
pYIp32
pYIp33
pYIp5
pYIplac128
pYIplac204
pYIplac211
pYR12GR
pYRp12
pYRp14
pYRp17
pYRp7B
pYRp7HIS
pYT11-LEU2
pYT3
pYα-E
pYαEGF-22
pYαEGF-24
pYαEGF-25
pZEM228
pZEM229
pZeoSV
pZeoSV2 varianten +/-
pZErO
pZErO-1
pZErO-2
pZero-2.1
pZIP
pZIP-neo SV
pZIP-neo SV(x)
pZIP-neo SV(x)1
pZL1
pZsGreen1-C1
pZsGreen1-DR
pZsYellow1-C1
pβgal-Basic
pβgal-Control
pβgal-Enhancer
pβgal-Promotor
R300B
sCOGH1
sCOGH2
sCOGH3
sCOGH4
sCOGH5
sCOGH6
sCOS1
SCP2
SLP1.2
SP680
Supercos
SuperCos I
α+GFP
λ1059
λ1121
λ1127
λ1129
λ1130
λ2001
λ21
λ641
λA
λA8
λAmp3
λB
λB8
λBluestar
λBV2
λDASH
λDASH II
λDL10
λDL11
λelement 8
λelement 9
λEMBL
λEMBL3
λEMBL301
λEMBL3A
λEMBL4
λExCell
λEXlox
λFIX
λFIX II
λGEM
λGEM11
λGEM12
λGEM301
λGEM4
λgt10
λgt11
λgt18
λgt19
λgt22
λgtALO.B
λgtWES
λgtWES.B*
λgtWES B`
λgtWES B1
λgtWES.T5-622
λgtWES.λB
λgtWES.λB`
λgtZJvir.B`
λIoic
λL47
λL47-6
λlac5-2
λlac5-2i
λlac5-IUV5
λMG14
λMOSElox
λNM1149
λNM1150
λNM540
λNM590
λNM607
λNM641
λpF13
λRS203
λRS205
λSCOS1
λSWAJ1
λSWAJ2
λSWAJ3
λSWAJ4
λSWAJ5
λTnPHoA
λTriplEx
λTriplEx2
λUniZAP XR
λY1EQS
λY2UQS
λY3ZQS
λZAP
λZAP Express
λZAP II
λZEQS
λZIPLOX
Φ-C31
Φ-C31
Lijst A3. Inserties behorende bij combinatie A
Inserties die één of meer van de onderstaande sequenties bevatten:
Bijlage 4. behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Bijlage 4. , behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
De indeling in klassen van pathogene micro-organismen
In bijlage 2 van deze regeling zijn de micro-organismen van klasse 1 opgenomen, welke niet ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant. Deze bijlage bevat de classificatie van micro-organismen op basis van hun ziekteverwekkend vermogen voor mens, dier of plant. Deze bijlage bestaat uit vier onderdelen. Onderdeel 4.1 bevat de classificatie van pathogene virussen, onderdeel 4.2 de pathogene bacteriën, onderdeel 4.3 de pathogene schimmels en onderdeel 4.4 de pathogene parasieten.
De in bijlage 2 en bijlage 4 van deze regeling aangegeven klasse van een micro-organisme wordt op grond van artikel 2.5 van het Besluit en artikel 16 van deze regeling altijd gehanteerd bij de risicobeoordeling, zoals uitgewerkt in bijlage 5 van deze regeling.
Ten aanzien van de indeling van pathogene virussen in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (subonderdeel 4.1.1) wordt opgemerkt, dat vooralsnog alleen de virussen, die door de COGEM in het advies CGM/060420-04 zijn beoordeeld, als strikt dierpathogeen zijn opgenomen in de kolom met het opschrift ‘strikt dierpathogene virussen’. Staat een dierpathogeen virus niet in de kolom met het opschrift ‘strikt dierpathogene virussen’ van subonderdeel 4.1.1. dan wordt het virus voor de inschaling overeenkomstig bijlage 5 van deze regeling aangemerkt als humaan pathogeen.
Bij het uitvoeren van een risicobeoordeling conform bijlage 8 van deze regeling kan de aangegeven klasse ook worden gehanteerd, maar is dit niet in alle gevallen verplicht. Er kan bijvoorbeeld van de aangegeven klasse-indeling worden afgeweken, indien de gebruiker van mening is dat een andere klasse van toepassing zou zijn. Dit moet dan wel in de risicobeoordeling overeenkomstig bijlage 8 van deze regeling worden gemotiveerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de definities voor de klassen van micro-organismen, zoals opgenomen in artikel 2 van deze regeling.
Indien een micro-organisme niet is opgenomen in bijlage 2, combinatie A, of in deze bijlage dan wordt op grond van artikel 2.8, derde lid, van het Besluit en artikel 19 van deze regeling de risicobeoordeling uitgevoerd overeenkomstig bijlage 8 van deze regeling. In het verslag van de risicobeoordeling wordt daarbij gemotiveerd, met gebruikmaking van de definities van de klassen van micro-organismen, aangegeven tot welke klasse het betreffende micro-organisme behoort.
Indien een micro-organisme niet is opgenomen in bijlage 2, combinatie A, of in deze bijlage dan wordt op grond van artikel 2.8, derde lid, van het Besluit en artikel 19 van deze regeling de risicobeoordeling uitgevoerd overeenkomstig bijlage 8 van deze regeling. In het verslag van de risicobeoordeling wordt daarbij gemotiveerd, met gebruikmaking van de definities van de klassen van micro-organismen, aangegeven tot welke klasse het betreffende micro-organisme behoort.
§ 4.1.1. Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen
§ 4.1.1. Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen
1 Strikt dierpathogene virussen zijn ingedeeld volgens de criteria van de COGEM adviezen CGM/060420-04 ‘Dierpathogene virussen’, CGM/130917-01 ‘Classificatie humaan- en dierpathogene DNA virussen’ en CGM/131031-02 ‘Classificatie humaan- en dierpathogene RNA virussen’.
1 Strikt dierpathogene virussen zijn ingedeeld volgens de criteria van de COGEM adviezen CGM/060420-04 ‘Dierpathogene virussen’, CGM/130917-01 ‘Classificatie humaan- en dierpathogene DNA virussen’ en CGM/131031-02 ‘Classificatie humaan- en dierpathogene RNA virussen’.
4.2. Indeling in klassen van pathogene bacteriën
4.3. Indeling in klassen van pathogene schimmels
4.4. Indeling in klassen van pathogene parasieten
4.4. Indeling in klassen van pathogene parasieten
Bijlage 5. , behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Inschaling van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
De term ‘inschaling’ wordt daarbij gehanteerd voor een risicobeoordeling met toepassing van deze bijlage en die voor een specifieke activiteit met een bepaald genetisch gemodificeerd organisme leidt tot de vaststelling van de daarvoor van toepassing zijnde categorie van fysische inperking en inperkingsniveau. Met de term inschalingsartikel wordt bedoeld de in deze bijlage genummerde onderdelen 5.1 tot en met 5.15. Een inschalingsartikel is vervolgens onderverdeeld in leden, aangeduid met a, b, c, enzovoort, en eventueel in onderdelen, bijvoorbeeld als er onderscheid wordt gemaakt in micro-organismen van klasse 1, 2, 3 of 4.
Deze bijlage bestaat uit twee delen.
Deel I geldt voor alle genetisch gemodificeerde organismen en bevat generieke inschalingartikelen die elk per groep van genetische gemodificeerde organismen als uitkomst van de risicobeoordeling een categorie van fysische inperking en een passend inperkingsniveau geven. De categorie van fysische inperking geeft hierbij aan in welk type werkruimte en onder welke voorschriften, zoals opgenomen in bijlage 9 van deze regeling, de genetisch gemodificeerde organismen op een veilige manier gehanteerd kunnen worden. Het inperkingsniveau geeft aan welk veiligheidsniveau en welke procedure van toepassing is. De omschrijving van het inschalingsartikel moet daarbij in zijn geheel passend zijn voor de voorgenomen activiteit met het genetisch gemodificeerde organisme om het in de daarbij behorende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau te mogen hanteren.
Bij de toepassing van deel I is er altijd maar één inschalingsartikel van deel I van toepassing. Is de omschrijving niet geheel passend voor de voorgenomen activiteit of bestaat er twijfel welk inschalingsartikel van deel I van toepassing is, dan moet artikel 2.8 van het Besluit worden toegepast.
Voor de toepassing van deel I kan het van belang zijn om te weten tot welke klasse een micro-organisme behoort dat als gastheer of donor wordt gebruikt. In een dergelijk geval wordt dit aangegeven in het inschalingsartikel en moet voor de van toepassing zijnde klasse van het betreffende micro-organisme worden gekeken naar bijlage 4 en lijst A1 van combinatie A zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.
Indien de aanduiding van de klasse van het virus in bijlage 4, subonderdeel 4.1.1, van deze regeling is opgenomen in de meest rechtse kolom met het opschrift ‘strikt dier pathogene virussen’ wordt het virus voor de toepassing van deze bijlageaangemerkt als ‘strikt dierpathogeen virus’. Is de aanduiding van de klasse van het virus in bijlage 4, subonderdeel 4.1.1 van deze regeling opgenomen in de op één na rechtse kolom met het opschrift ‘dier- en humaan pathogene virussen’, dan wordt het virus voor de toepassing van deze bijlage als ‘humaan pathogeen’ aangemerkt. Indien het virus staat vermeld in de kolom ‘dier- en humaanpathogene virussen’ kan een gebruiker, indien gewenst, op grond van artikel 2.8 van het Besluit een verzoek indienen om het virus voor zijn werkzaamheden te laten classificeren als een strikt dierpathogeen.
Met betrekking tot de toepassing van het inschalingsartikel 5.4.2 moet worden opgemerkt dat dit inschalingsartikel uitsluitend betrekking heeft op de in dat artikel aangegeven biologisch ingeperkt systemen. Overige virale systemen vallen onder inschalingsartikel 5.4.3, dus ook de biologisch ingeperkte systemen die niet zijn genoemd in artikel 5.4.2.
Deel II moet daarnaast altijd worden gehanteerd voor die genetisch gemodificeerde organismen waarvan de uitkomst blijkens deel I inperkingsniveau I of II-k is. Indien er sprake is van inperkingsniveau II-v, III of IV dan hoeft deel II niet te worden toegepast.
In deel II wordt nagegaan of er naast de categorie van fysische inperking, zoals bepaald in deel I, nog aanvullende voorschriften toegepast moeten worden om de werkzaamheden in specifieke gevallen dan wel met specifieke genetisch gemodificeerde organismen veilig te kunnen uitvoeren op inperkingsniveau I of II-k. Ook deze categorieën van aanvullende voorschriften hebben de vorm van een inschalingsartikel.
In deel II kunnen meerdere inschalingsartikelen van toepassing zijn op een bepaalde activiteit met een genetisch gemodificeerd organisme. In zo’n geval moeten alle aanvullende voorschriften in acht genomen worden om de genetisch gemodificeerde organismen op de daarbij vermelde categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau I of II-k te mogen hanteren.
In deel II kunnen meerdere inschalingsartikelen van toepassing zijn op een bepaalde activiteit met een genetisch gemodificeerd organisme. In zo’n geval moeten alle aanvullende voorschriften in acht genomen worden om de genetisch gemodificeerde organismen op de daarbij vermelde categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau I of II-k te mogen hanteren.
Deel I. Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
5.0. Activiteiten met organismen die in staat zijn tot geslachtelijke voortplanting waarbij gebruik wordt gemaakt van genetische informatie die codeert voor een sequentie-specifiek endonuclease dat kan integreren op of nabij een positie in het gastheergenoom die overeenkomt met de knipplaats van het endonuclease.
5.2. Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarvan de gastheer staat vermeld in bijlage 2 op lijst A1 en de vector staat vermeld in bijlage 2 op lijst A2 of een vector die voldoet aan bepaalde criteria. Deze criteria zijn:
5.1. Kleinschalige handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden in apparaten waarbij de genetisch gemodificeerde organismen op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I vervaardigd zijn en aldaar in de gesloten eenheid zijn gebracht.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.3. Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van klasse 4, 3, 2 of 1 (uitgezonderd virussen infectieus voor hogere eukaryoten), waarbij de onderdelen van de vector beschouwd dienen te worden als donorsequenties.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4.1. De vector is een plasmide
5.4. Activiteiten met genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4.2. De combinatie van gastheercel, virale vector en donorsequentie is biologisch ingeperkt.
Virussen van klasse 2:
Dit betreft uitsluitend één van de volgende virale vectoren:
Virale vectoren afgeleid van klasse 2 virussen:
Virale vectoren afgeleid van klasse 3 virussen:
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4.3. De combinatie van gastheercel en virale vector is biologisch niet ingeperkt.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
Retrovirale vectoren die vervaardigd zijn met een retroviraal vectorsysteem dat gebaseerd is op muizen gammaretrovirussen of afgeleiden hiervan, worden in dit inschalingsartikel gelijkgesteld aan een virale vector die een virus is van klasse 2 en humaan pathogeen.
5.5. Handelingen met planten.
5.5.1. Handelingen met genetisch gemodificeerde planten
5.4.4. Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen al dan niet in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
5.5. Handelingen met planten.
5.5.1. Handelingen met genetisch gemodificeerde planten
5.5.2. Handelingen in laboratoria met planten opgenomen in bijlage 7 met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
5.5.3. Handelingen met planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.6. Handelingen met dieren.
5.6.1. Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren
5.6.2. Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren die vervaardigd zijn met een virale vector
5.6.3. Handelingen met dieren dan wel met genetisch gemodificeerde dieren ingeschaald volgens 5.6.1.a op D-I in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.7. Handelingen in procesinstallaties.
5.7.1. Handelingen in procesinstallaties
5.8. Activiteiten in een inrichting zonder Wabo-vergunning
Deel II. Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau i en ii-k
5.9. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-I gehanteerd moeten worden.
5.9.1. Bijzondere activiteiten
5.9.2. Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde organismen
5.10. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-II-k gehanteerd moeten worden.
5.10.1. Activiteiten met bijzondere apparatuur
5.10.2. Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.10.3. Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen ten aanzien van de verspreidingswijze
5.10.4. Specifieke handelingen met specifieke genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.11. Aanvullende voorschriften voor activiteiten met planten die op PL-I, ML-I, PC-I, PKa-I, PKb-I, gehanteerd moeten worden
5.11.1. Activiteiten met planten opgenomen in bijlage 7
5.12. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde dieren die op D-I gehanteerd moeten worden.
5.12.1. Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde dieren
5.13. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen in laboratoria, kweekcellen of kassen op inperkingsniveau I dan wel II-k.
5.13.1. Activiteiten op ML-I, PCM-I, PCM-II-k, PKM-I dan wel PKM-II-k met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, met uitzondering van planten in watercultures, in associatie met micro-organismen
5.13.2. Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.14. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op DM-II-k gehanteerd moeten worden.
5.14.1. Activiteiten met proefdieren in associatie met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.14.2. Activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen
Bijlage 6. behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
5.15.1. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden
De criteria, die worden gehanteerd voor een omlaagschaling van MI-III naar MI-I, worden ook gehanteerd voor de beoordeling van een verzoek om omlaagschaling naar S-I van handelingen die overeenkomstig bijlage 5 van deze regeling worden ingeschaald op S-III. In dit geval moeten de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen zowel voldoen aan de criteria die zijn opgenomen onder 6.1 als aan die opgenomen onder 6.2.
De criteria, die worden gehanteerd voor een omlaagschaling van MI-III naar MI-I, worden ook gehanteerd voor de beoordeling van een verzoek om omlaagschaling naar S-I van handelingen die overeenkomstig bijlage 5 van deze regeling worden ingeschaald op S-III. In dit geval moeten de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen zowel voldoen aan de criteria die zijn opgenomen onder 6.1 als aan die opgenomen onder 6.2.
Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-II of MI-I dan wel S-I
De criteria, die worden gehanteerd voor een omlaagschaling van MI-III naar MI-I, worden ook gehanteerd voor de beoordeling van een verzoek om omlaagschaling naar S-I van handelingen die overeenkomstig bijlage 5 van deze regeling worden ingeschaald op S-III. In dit geval moeten de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen zowel voldoen aan de criteria die zijn opgenomen onder 6.1 als aan die opgenomen onder 6.2.
6.1. Criteria voor een omlaagschaling van handelingen van genetisch gemodificeerde organismen van MI-III naar MI-II
6.1. Criteria voor een omlaagschaling van handelingen van genetisch gemodificeerde organismen van MI-III naar MI-II
Het genetisch gemodificeerde organisme moet voldoen aan alle van de volgende criteria die achtereenvolgens gesteld worden aan:
Gastheer
Gastheer
Vector
Het genetisch gemodificeerde organisme moet voldoen aan alle in 6.1 genoemde criteria voor omlaagschaling naar MI-II, aangevuld met alle volgende criteria die gesteld worden aan respectievelijk:
6.2. Criteria voor een omlaagschaling van handelingen van genetisch gemodificeerde organismen van MI-III naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
6.2. Criteria voor een omlaagschaling van handelingen van genetisch gemodificeerde organismen van MI-III naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
Genetisch gemodificeerde organisme
Gastheer
Bijlage 7. , behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Insertie
De inschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde planten, die geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct codeert, vindt op grond van deel I van bijlage 5, inschalingsartikel 5.5.1, plaats met behulp van deze bijlage.
Indien een genetisch gemodificeerde plantensoort niet in de eerste kolom van deze bijlage is opgenomen, kan deze plant niet met behulp van deel I van bijlage 5 van deze regeling worden ingeschaald en zal met behulp van de procedure van artikel 2.8, derde lid, van het Besluit een door de Minister toegekende categorie van fysische inperking en een inperkingsniveau worden aangevraagd.
De tabel van deze bijlage geeft een overzicht van planten, waarvoor de categorie van fysische inperking door de Minister is vastgesteld. Daarnaast geeft de tabel voor deze planten aan welke aanvullende maatregelen op inperkingsniveau I en II-k worden genomen bij de verschillende categorieën van fysische inperking om de verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen te voorkomen. De combinatie van fysische inperking en eventuele aanvullende maatregelen voorkomt dat het milieu wordt blootgesteld aan genetisch gemodificeerde organismen.
De inschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde planten, die geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct codeert, vindt op grond van deel I van bijlage 5, inschalingsartikel 5.5.1, plaats met behulp van deze bijlage.
Indien een genetisch gemodificeerde plantensoort niet in de eerste kolom van deze bijlage is opgenomen, kan deze plant niet met behulp van deel I van bijlage 5 van deze regeling worden ingeschaald en zal met behulp van de procedure van artikel 2.8, derde lid, van het Besluit een door de Minister toegekende categorie van fysische inperking en een inperkingsniveau worden aangevraagd.
Volgens de systematiek van bijlage 5 wordt deel II van bijlage 5 altijd gehanteerd voor die genetisch gemodificeerde organismen, waarvan de uitkomst blijkens deel I inperkingsniveau I of II-k is. In deel II van bijlage 5 van deze regeling is onder 5.11 en 5.13 aangegeven welke aanvullende voorschriften in acht worden genomen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten die respectievelijk op PC-I, PKa-I of PKb-I, dan wel op PCM-I, PCM-II-k, PKM-I, PKM-II-k gehanteerd moeten worden. Deze inschalingsartikelen bepalen dat naast de volgens deel I bepaalde categorie van fysische inperking de aanvullende voorschriften voor de betreffende plantensoort gelden zoals aangegeven in deze bijlage.
Bijlage 8. behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling
De maatregelen die genomen worden voor gemakkelijke zaadverspreiders zijn afhankelijk van de verspreidingsbiologie van de plant. De bijzondere kenmerken ten aanzien van deze verspreiding, die relevant zijn voor de te hanteren voorschriften, zijn vermeld in de vierde kolom. De gebruiker neemt op basis van deze bijzondere kenmerken passende maatregelen, die de verspreiding tegengaan.
Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling
Deze bijlage beschrijft in algemene bewoordingen de relevante elementen en de stappen die worden gevolgd bij het uitvoeren van een risicobeoordeling bedoeld in artikel 19 van deze regeling.
Deze bijlage beschrijft in algemene bewoordingen de relevante elementen en de stappen die worden gevolgd bij het uitvoeren van een risicobeoordeling bedoeld in artikel 19 van deze regeling.
A. Inleiding
Op grond van de risicobeoordeling worden de activiteiten ingedeeld in een inperkingsniveau en een categorie van fysische inperking die noodzakelijk zijn om de risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken tot een verwaarloosbaar klein risico. De categorie van fysische inperking geeft aan welke inrichtings- en werkvoorschriften gehanteerd worden bij de uitvoering van de activiteiten met het betreffende genetisch gemodificeerde organisme of groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen. De standaard inrichtings- en werkvoorschriften staan per categorie van fysische inperking beschreven in Bijlage 9 van deze regeling. Indien de uitkomst van de risicobeoordeling dat noodzakelijk maakt, dan kunnen daar aan additionele inrichtings- en werkvoorschriften worden toegevoegd.
B. De risicobeoordeling
De risicobeoordeling voor het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen bestaat uit de volgende stappen.
De risicobeoordeling voor het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen bestaat uit de volgende stappen.
Stap 1. Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben
Bij de bepaling van de mogelijke schadelijke eigenschappen worden, voor zover van toepassing, in ieder geval de volgende aspecten onderzocht:
Bij de bepaling van de mogelijke schadelijke eigenschappen worden, voor zover van toepassing, in ieder geval de volgende aspecten onderzocht:
Als eerste wordt in het beoordelingsproces de potentiële schadelijke eigenschappen van de gastheer geïnventariseerd. Deze eigenschappen leiden tot een eerste indicatie van het inperkingsniveau waarna een verdere verfijning kan plaatsvinden van de risicobeoordeling.
De vaststelling van de schadelijke eigenschappen van een micro-organisme geschiedt zo mogelijk op basis van de klasse van het micro-organisme, zoals aangegeven in bijlage 2, lijst A1 en bijlage 4 van deze regeling. Primaire cellen van eukaryote oorsprong worden hierbij gezien als micro-organismen van klasse 1. Indien cellen reeds genetisch gemodificeerd zijn, dan worden de daarvoor gebruikte vector en insertie volgens onderstaande stappen in de risicobeoordeling van het nieuw te vormen genetisch gemodificeerde organisme meegenomen.
Een aanwijzing voor de potentiële schadelijke effecten van planten is opgenomen in bijlage 7 van deze regeling, de lijst ‘planten’. Planten worden indicatief ingedeeld in inperkingsniveau 1. Indien de plant die als gastheer gebruikt gaat worden niet voorkomt op bijlage 7 van deze regeling, dan wordt de gastheer aan ‘de nadere beschouwing gastheer’ onderworpen, zoals hieronder is weergegeven.
Dieren als gastheer worden indicatief ingedeeld op inperkingsniveau I.
Voor de overige gastheren wordt een nadere beschouwing gedaan, zoals hieronder is opgenomen. Op basis van deze beschouwing wordt er een onderbouwd voorstel geformuleerd voor het volgens de gebruiker van toepassing zijnde inperkingsniveau die afdoende is om de risico’s van de betreffende gastheer in zijn algemeen in te perken.
1.2. Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen.
De in deze stap geïdentificeerde schadelijke of mitigerende eigenschappen kunnen het eventueel al bepaalde indicatieve inperkingsniveau verhogen dan wel respectievelijk verlagen.
1.2. Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen.
Vervolgens worden de mogelijke schadelijke eigenschappen onderzocht van:
1.2.1. De vector
Ten aanzien van de vector worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit zijn in ieder geval:
1.2.2. De insertie
Ten aanzien van de insertie worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit zijn in ieder geval de specifieke identiteit en functie van de insertie (genen) en de aard van het genetische materiaal.
Ten aanzien van de insertie worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit zijn in ieder geval de specifieke identiteit en functie van de insertie (genen) en de aard van het genetische materiaal.
Hierbij wordt de interactie van de diverse elementen van het genetisch gemodificeerde organisme, zijnde de gastheer (inclusief zijn eventuele voorgaande genetische modificaties), de vector en de gebruikte inserties, in ogenschouw genomen.
Het resulterende genetisch gemodificeerde organisme wordt met name in beschouwing genomen om te bezien of de genetische modificatie de schadelijkheid van de gastheer kan vergroten dan wel kan verkleinen. Bijvoorbeeld, indien een schadelijk genproduct niet tot expressie kan komen in de betreffende gastheer, dan is verhoging van het inperkingsniveau niet nodig. Indien de modificatie de schadelijkheid verkleint, wordt de genetische stabiliteit van de modificatie in beschouwing genomen.
Stap 2. Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking.
De eventueel geïdentificeerde schadelijke effecten of mitigerende factoren die de schadelijke effecten kunnen verhogen dan wel verminderen (zoals een eventuele biologische inperking), worden in de stap bij de beoordeling van het genetisch gemodificeerde organisme in onderlinge samenhang beschouwd om te bepalen of de indicatieve indeling verhoogd dan wel verlaagd moet worden. Hiermee is de uitkomst van stap 1 bepaald.
Stap 2. Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking.
Bij de beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme worden de volgende aspecten bezien:
Bij de beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme worden de volgende aspecten bezien:
2.1. Aard van de uit te voeren activiteiten en werkmethoden
Hierbij wordt opgemerkt dat het in de praktijk voor werkzaamheden op laboratoriumschaal, waarbij het effect van standaard-laboratoriumprocedures op de blootstelling goed bekend is, een gedetailleerde risicobeoordeling van elke procedure afzonderlijk waarschijnlijk niet nodig is, tenzij een zeer schadelijk organisme wordt gebruikt. Procedures die niet tot de routinehandelingen behoren of significante gevolgen voor de hoogte van het risico kunnen hebben, bijvoorbeeld procedures waarbij aërosolen ontstaan, worden zo nodig meer in detail bekeken.
2.2. Kweekomstandigheden
Biologische en chemische inperkingsmaatregelen kunnen een bijdrage leveren aan de reductie van mogelijke risico’s die verbonden zijn aan activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen. Indien er van dergelijke maatregelen gebruikt wordt gemaakt, dan is het van belang om rekening te houden met condities die de biologische dan wel chemische inperking te niet zouden kunnen doen. Als voorbeeld van een biologische inperking die negatief beïnvloed kan worden door bijvoorbeeld kweekomstandigheden, kunnen auxotrofe mutanten worden genoemd, die specifieke groeifactoren krijgen om te kunnen groeien. De biologische inperking kan in dit geval worden opgeheven als het kweekmedium stoffen bevat die de auxotrofie opheffen. Als chemische inperkingsmaatregel kan het gebruik van oplossingen van desinfecterende stoffen in afwateringssystemen worden genoemd.
2.3. Concentratie
De dichtheid van een kweek kan een risico van blootstelling aan hoge concentraties van het genetisch gemodificeerde organisme opleveren, met name in latere fasen van het productieproces. Het effect van concentratie op de kans dat een schadelijke effect zich voordoet, wordt gewogen. Zo nodig wordt het van toepassing zijnde inperkingsniveau verhoogd.
2.4. Schaal
De schaal heeft gevolgen voor de toekenning van de categorie van fysische inperking. Grootschalige activiteiten met micro-organismen worden uitgevoerd in procesinstallaties op MI-I, II, III, of IV niveau. Kleinschalige activiteiten kunnen daarentegen in microbiologische laboratoria op ML I, II, III of IV worden uitgevoerd.
De schaal heeft gevolgen voor de toekenning van de categorie van fysische inperking. Grootschalige activiteiten met micro-organismen worden uitgevoerd in procesinstallaties op MI-I, II, III, of IV niveau. Kleinschalige activiteiten kunnen daarentegen in microbiologische laboratoria op ML I, II, III of IV worden uitgevoerd.
Naar aanleiding van de overwegingen van stap 2.1 tot en met 2.4 wordt aan de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op onderstaande wijze een categorie van fysische inperking gekoppeld. Daarbij wordt in eerste instantie de onderstaande vuistregel 2 gehanteerd. Van deze vuistregel kan echter vervolgens beargumenteerd afgeweken worden.
De invloed van de aard van de activiteiten op de te kiezen categorie van fysische inperking is in het algemeen als volgt:
Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van een bepaald inperkingsniveau worden uitgevoerd in een microbiologisch laboratorium (ML) van datzelfde inperkingsniveau.
Bijvoorbeeld: een micro-organisme van inperkingsniveau III wordt gehanteerd in ML-III.
Activiteiten met genetisch gemodificeerde dieren van inperkingsniveau-I worden uitgevoerd in een dierenverblijf: D-I.
Voor planten in kassen geldt dat bijlage 7 van deze regeling aangeeft welke categorie van fysische inperking zijnde plantenkassen (PK) en eventuele aanvullende inperkingsmaatregelen afdoende zijn om de risico’s van de betreffende plant in zijn algemeen in te perken.
Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen van een bepaald inperkingsniveau in associatie met een al dan niet genetisch gemodificeerde dier worden uitgevoerd in dieren-microbiologisch laboratorium (DM) van hetzelfde inperkingsniveau als het gehanteerde micro-organisme, tenzij er bijvoorbeeld sprake is van aerogene verspreiding.
Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen van een bepaald inperkingsniveau in associatie met een al dan niet genetisch gemodificeerde plant worden uitgevoerd in planten-microbiologische kas (PKM of PCM) van hetzelfde inperkingsniveau als het gehanteerde micro-organisme, tenzij er bijvoorbeeld sprake is van aerogene verspreiding.
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen in procesinstallaties volgen niet vuistregel 2. Dit is het gevolg van de inperkingsmaatregelen die bij procesinstallaties (MI) op niveau I, II en III worden gehanteerd. In welke procesinstallatie activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen mogen worden uitgevoerd is afhankelijk van de mate waarin het genetisch gemodificeerde organisme in het milieu kan overleven. De criteria die de Minister daarvoor hanteert zijn opgenomen in bijlage 6 van deze regeling. In de risicobeoordeling wordt derhalve aangetoond dat het betreffende genetisch gemodificeerde organisme aan deze criteria voldoet om in een MI-I dan wel een MI-II installatie te mogen worden gehanteerd.
Stap 3. Bepaling of het indicatieve inperkingsniveau en de indicatieve categorie van fysische inperking de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme afdoende tegengaat.
Bovenstaande overwegingen van stap 2 leiden tot de vaststelling van de indicatieve categorie van fysische inperking, die wordt toegepast bij de activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme. De categorie van fysische inperking bepaalt de bij de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen toe te passen voorschriften. Deze voorschriften zijn per categorie van fysische inperking opgenomen in bijlage 9 van deze regeling.
Bovenstaande overwegingen van stap 2 leiden tot de vaststelling van de indicatieve categorie van fysische inperking, die wordt toegepast bij de activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme. De categorie van fysische inperking bepaalt de bij de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen toe te passen voorschriften. Deze voorschriften zijn per categorie van fysische inperking opgenomen in bijlage 9 van deze regeling.
De in stap 2 bepaalde categorie van fysische inperking bepaalt in welke werkruimte de activiteiten met het desbetreffende genetisch gemodificeerde organisme worden verricht en welke voorschriften daarbij worden gehanteerd. De voorschriften van de categorieën van fysische inperking staan uitgewerkt in bijlage 9 van deze regeling.
Stap 4. Bepaling van de definitieve indeling in inperkingsniveau, categorie van fysische inperking en eventueel benodigde aanvullende beheersmaatregelen.
Een vergelijking van de voorlopige indeling en bijbehorende inperkingsmaatregelen met het eventuele effect op de verspreidingskans kan drie resultaten opleveren:
Een vergelijking van de voorlopige indeling en bijbehorende inperkingsmaatregelen met het eventuele effect op de verspreidingskans kan drie resultaten opleveren:
Op basis van de uitkomst van de stappen 1 tot en met 3 worden in stap 4 het definitieve inperkingsniveau, de categorie van fysische inperking en eventuele aanvullende beheersmaatregelen bepaald. Voor de situaties I, II en III zoals weergegeven in stap 3 betekent dit het volgende.
Situatie I: Indien de uitkomst van stap 3 situatie I aangeeft, dan wordt de voorlopige indeling omgezet in de definitieve indeling.
Situatie II: Indien de beoordeling van de beheersmaatregelen, zoals uitgevoerd onder stap 3, uitwijst dat het risico van het genetisch gemodificeerde organisme en zijn toepassing niet verwaarloosbaar klein is onder toepassing van de bij het inperkingsniveau gestelde voorschriften, dan wordt het inperkingsniveau verhoogd of worden er aanvullende beheersmaatregelen vastgesteld zodanig dat bij uitvoering van deze beheersmaatregelen het risico als verwaarloosbaar klein kan worden ingeschat.
Stap 5. Bevestiging dat de definitieve inperkingsmaatregelen al dan niet leiden tot een verwaarloosbaar risico.
Situatie III: Indien geconcludeerd wordt dat het uit stap 3 resulterende inperkingsniveau en bijbehorende beheersmaatregelen als te streng gelden, dan kan dit ook aanleiding zijn om op minder strenge beheersmaatregelen uit te kunnen komen.
Situatie III: Indien geconcludeerd wordt dat het uit stap 3 resulterende inperkingsniveau en bijbehorende beheersmaatregelen als te streng gelden, dan kan dit ook aanleiding zijn om op minder strenge beheersmaatregelen uit te kunnen komen.
Bijlage 9. , behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Inhoudsopgave
9.1. Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven
Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG
Inhoudsopgave
9.1. Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven
9.1.1. Laboratoria
9.1.1.1. De ML-I werkruimte
9.1.1.1.1. Inrichtingsvoorschriften ML-I
9.1.1.1.2. Werkvoorschriften ML-I
9.1.1.1.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.1.1.3.1. Voor activiteiten met een bioreactor
9.1.1.1.3.2. Voor het inoculeren van planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
9.1.1.1.3.3. Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
9.1.1.1.3.4. Voor kortdurende handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat op inperkingsniveau I gehanteerd mag worden
9.1.1.1.3.5. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
9.1.1.2. De PL-I werkruimte
9.1.1.2.1. Inrichtingsvoorschriften PL-I
9.1.1.2.2. Werkvoorschriften PL-I
9.1.1.2.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.1.2.3.1. Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
9.1.1.2.3.2. Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.1.3. De ML-II werkruimte
9.1.1.3.1. Inrichtingsvoorschriften ML-II
9.1.1.3.2. Werkvoorschriften ML-II
9.1.1.3.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.1.3.3.1. Voor activiteiten met een bioreactor
9.1.1.3.3.2. Voor activiteiten met FACS apparatuur
9.1.1.3.3.3. Voor activiteiten met de geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of influenza A/WSN/33 (H1N1)
9.1.1.3.3.4. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1), of influenza A/WSN/33 (H1N1)
9.1.1.3.3.5. Voor activiteiten met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of translentiviraal vectorsysteem
9.1.1.3.3.6. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Poliovirus
9.1.1.3.3.7. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Hepatitis B virus, Hepatitis D virus, Mazelenvirus of Bofvirus
9.1.1.3.3.8. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
9.1.1.3.3.9. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die aërogeen kunnen verspreiden
9.1.1.3.3.10. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
9.1.1.3.3.11. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
9.1.1.3.3.12. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich via gebruiksvoorwerpen (fomites) kunnen verspreiden
9.1.1.3.3.13. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich oro-fecaal dan wel oraal kunnen verspreiden
9.1.1.3.3.14. Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
9.1.1.3.3.15. Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd retrovirus, tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, translentiviraal vectorsysteem of adenovirus
9.1.1.3.3.16. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
9.1.1.3.3.17. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Feline immunodeficiency virus
9.1.1.3.3.18. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Leishmania infantum of Leishmania mexicana
9.1.1.3.3.19. Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
9.1.1.3.3.20. Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
9.1.1.3.3.21. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
9.1.1.4. De ML-III werkruimte
9.1.1.4.1. Inrichtingsvoorschriften ML-III
9.1.1.4.2. Werkvoorschriften ML-III
9.1.1.5. De ML-IV werkruimte
9.1.1.5.1. Inrichtingsvoorschriften ML-IV
9.1.1.5.2. Werkvoorschriften ML-IV
9.1.2. Kweekcellen
9.1.2.1. De PC-I kweekcel
9.1.2.1.1. Inrichtingsvoorschriften PC-I
9.1.2.1.2. Werkvoorschriften PC-I
9.1.2.1.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.2.1.3.1. Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens)
9.1.2.1.3.2. Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.2.1.3.3. Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.2.1.3.4. Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.3. Kassen
9.1.3.1. De PKa-I kas
9.1.3.1.1. Inrichtingsvoorschriften PKa-I
9.1.3.1.2. Werkvoorschriften PKa-I
9.1.3.1.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.3.1.3.1. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
9.1.3.1.3.2. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.3.1.3.3. Voor activiteiten gemodificeerde planten aangeduid als met gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.3.1.3.4. Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.3.2. De PKb-I kas
9.1.3.2.1. Inrichtingsvoorschriften PKb-I
9.1.3.2.2. Werkvoorschriften PKb-I
9.1.3.2.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.3.2.3.1. Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.3.2.3.2. Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.3.2.3.3. Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.4. Dierverblijven
9.1.4.1. Het D-I verblijf
9.1.4.1.1. Openluchtverblijf voor grote landbouwhuisdieren
9.1.4.1.1.1. Inrichtingsvoorschriften D-I openluchtverblijf
9.1.4.1.1.2. Werkvoorschriften D-I openluchtverblijf
9.1.4.1.2. Gesloten dierverblijf
9.1.4.1.2.1. Inrichtingsvoorschriften D-I gesloten verblijf
9.1.4.1.2.2. Werkvoorschriften D-I gesloten verblijf
9.1.4.1.2.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.4.1.2.3.1. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde vissen of Xenopus****
9.1.4.1.2.3.2. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde Drosophila melanogaster****
9.1.5. Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast
9.1.5.1. De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas
9.1.5.1.1. Inrichtingsvoorschriften PCM-I en PKM-I
9.1.5.1.2. Werkvoorschriften PCM-I en PKM-I
9.1.5.1.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.5.1.3.1. Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
9.1.5.1.3.2
9.1.5.1.3.2. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
9.1.5.1.3.3. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
9.1.5.1.3.4. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.5.1.3.5. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.5.2. De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas
9.1.5.2.1. Inrichtingsvoorschriften PCM-II en PKM-II
9.1.5.2.2. Werkvoorschriften PCM-II en PKM-II
9.1.5.2.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.5.2.3.1. Voor activiteiten met de planten in associatie met genetisch gemodificeerde plantenvirussen
9.1.5.2.3.2. Voor activiteiten met planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I of II gehanteerd mogen worden
9.1.5.2.3.3
9.1.5.2.3.4. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
9.1.5.2.3.4. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
9.1.5.2.3.5. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.5.2.3.6. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.5.3. De PCM-III kweekcel en de PKM-III kas
9.1.5.3.1. Inrichtingsvoorschriften PCM-III en PKM-III
9.1.5.3.2. Werkvoorschriften PCM-III en PKM-III
9.1.5.4. De PCM-IV kweekcel en de PKM-IV kas
9.1.5.4.1. Inrichtingsvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
9.1.5.4.2. Werkvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
9.1.6. Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast
9.1.6.1. Het DM-I verblijf
9.1.6.1.1. Inrichtingsvoorschriften DM-I
9.1.6.1.2. Werkvoorschriften DM-I
9.1.6.2. Het DM-II verblijf
9.1.6.2.1. Inrichtingsvoorschriften DM-II
9.1.6.2.2. Werkvoorschriften DM-II
9.1.6.2.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.1.6.2.3.1
9.1.6.2.3.2. Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde Influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of Influenza A/WSN/33 (H1N1)
9.1.6.2.3.2. Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde Influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of Influenza A/WSN/33 (H1N1)
9.1.6.2.3.3. Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of translentiviraal vectorsysteem of met cellen geïnfecteerd met deze virussen
9.1.6.2.3.4. Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Poliovirus
9.1.6.2.3.5. Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
9.1.6.2.3.6. Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
9.1.6.2.3.7. Voor activiteiten met grote zoogdieren en vogels in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
9.1.6.2.3.8
9.1.6.2.3.9. Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
9.1.6.2.3.9. Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
9.1.6.2.3.10
9.1.6.2.3.11. Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
9.1.6.2.3.11. Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
9.1.6.2.3.12. Voor activiteiten met Danio rerio in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën
9.1.6.3. Het DM-III verblijf
9.1.6.3.1. Inrichtingsvoorschriften DM-III
9.1.6.3.2. Werkvoorschriften DM-III
9.1.6.4. Het DM-IV verblijf
9.1.6.4.1. Inrichtingsvoorschriften DM-IV verblijf
9.1.6.4.2. Werkvoorschriften DM-IV
9.2. Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties
9.2.1. Mi-i procesinstallatie
9.2.1.1. Inrichtingsvoorschriften MI-I
9.2.1.2. Werkvoorschriften MI-I
9.2.2. Mi-ii procesinstallatie
9.2.2.1. Inrichtingsvoorschriften MI-II
9.2.2.2. Werkvoorschriften MI-II
9.2.3. Mi-iii procesinstallatie
9.2.3.1. Inrichtingsvoorschriften MI-III
9.2.3.2. Werkvoorschriften MI-III
9.2.4. Mi-iv procesinstallatie
Bijlage 10. , behorende bij artikel 41 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
9.2.4.2. Werkvoorschriften MI-IV
In deze bijlage wordt verstaan onder:
9.3.1. De AP-I apparatuurruimte
Deel A van deze bijlage is ingevolge artikel 39, eerste en tweede lid, van deze regeling van toepassing op veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de in artikel 39, eerste lid, onder a tot en met d, van deze regeling aangegeven sequenties, met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens § 3.3.2 van het Besluit.
9.3.1.2. Werkvoorschriften AP-I
9.3.1.3. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen
9.3.1.3.1. Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen vervaardigd op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I in gesloten eenheden
9.3.2. Het overig deel ggo-gebied ODG
9.3.2.1. Inrichtingsvoorschriften ODG
Jaarlijks mag de veldproef uitsluitend doorgang vinden:
9.4. Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in inrichtingen zonder omgevingsvergunning
9.4.1. De S-I ruimte
Van de proefobjecten afkomstig levensvatbaar genetisch gemodificeerd materiaal wordt gescheiden van overige producten opgeslagen in een voor onbevoegden ontoegankelijke ruimte.
9.4.1.2. Werkvoorschriften S-I
Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend
Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend
Deel A
Deel A van deze bijlage is ingevolge artikel 39, eerste en tweede lid, van deze regeling van toepassing op veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de in artikel 39, eerste lid, onder a tot en met d, van deze regeling aangegeven sequenties, met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens § 3.3.2 van het Besluit.
Bijlage 12. behorende bij artikel 49, eerste, tweede en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Bijlage 12. behorende bij artikel 49, eerste, tweede en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Artikel A:2. Zeggenschap over de veldproef
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Lijst A3. Inserties behorende bij combinatie A
Inserties die één of meer van de onderstaande sequenties bevatten:
Bijlage 3
Gereserveerd voor de combinatie van lijsten, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit.
De indeling in klassen van pathogene micro-organismen
Op grond van de definities voor micro-organismen van klasse 1, 2, 3 en 4, zoals opgenomen in artikel 2 van deze regeling, worden micro-organismen ten behoeve van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen ingedeeld in vier klassen, waarvan de klassen 2 tot en met 4 gehanteerd worden voor pathogene organismen. Ten behoeve van de uitvoering van de risicobeoordeling in het kader van het Besluit en deze regeling, is in bijlagen 2 en 4 van deze regeling voor de daarin opgenomen micro-organismen aangegeven tot welke klasse deze micro-organismen worden gerekend.
4.1. Indeling in klassen van pathogene virussen
In onderstaande tabel is voor de opgenomen virussen ten behoeve van werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen de toegekende klasse van pathogeniteit opgenomen. Indien de klasse voor het virus vermeld staat in de kolom ‘dier- en humaan pathogene virussen’, dan wordt het virus voor de toepassing van bijlage 5 van deze regeling beschouwd als humaan pathogeen. Indien de klasse van pathogeniteit voor het virus vermeld staat in de kolom ‘strikt dierpathogene virussen’, dan wordt het virus voor de toepassing van bijlage 5 van deze regeling beschouwd als dierpathogeen.
§ 4.1.2. Indeling in klassen van plant pathogene virussen
Bijlage 5. behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Inschaling van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
In deze bijlage is de uitkomst van de risicobeoordeling, overeenkomstig artikel 2.5 van het Besluit en artikel 16 van deze regeling, omschreven voor een aantal individueel bepaalde groepen van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen. De uitkomst van de risicobeoordeling is daarbij vastgelegd in de vorm van inschalingsartikelen.
Inhoudsopgave
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.3. Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van klasse 4, 3, 2 of 1 (uitgezonderd virussen infectieus voor hogere eukaryoten), waarbij de onderdelen van de vector beschouwd dienen te worden als donorsequenties.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4. Activiteiten met genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen.
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4.2. De combinatie van gastheercel, virale vector en donorsequentie is biologisch ingeperkt.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4.3. De combinatie van gastheercel en virale vector is biologisch niet ingeperkt.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4.4. Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen al dan niet in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
Bijlage 6. behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
5.15. Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op AP-I gehanteerd moeten worden
Handelingen met genetisch gemodificeerde organismen, die normaliter onder laboratoriumcondities kunnen worden verricht in een ML-I of ML-II ruimte, worden met gebruikmaking van bijlage 5 van deze regeling ingeschaald op MI-III (op grond van respectievelijk inschalingsartikel 5.7.1.a en 5.7.1.b), maar kunnen bij toepassing in procesinstallaties in bepaalde gevallen op een lager inperkingsniveau dan MI-III worden uitgevoerd. Daartoe kan op grond van artikel 2.8 van het Besluit bij de Minister een verzoek om omlaagschaling worden ingediend. Het genetisch gemodificeerde organisme moet, om voor omlaagschaling in aanmerking te komen, voldoen aan een aantal criteria. In deze bijlage zijn indicatieve criteria opgenomen, zodat vooraf nagegaan kan worden of het genetisch gemodificeerde organisme voor een omlaagschaling in aanmerking zou kunnen komen.
Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-II of MI-I dan wel S-I
Handelingen met genetisch gemodificeerde organismen, die normaliter onder laboratoriumcondities kunnen worden verricht in een ML-I of ML-II ruimte, worden met gebruikmaking van bijlage 5 van deze regeling ingeschaald op MI-III (op grond van respectievelijk inschalingsartikel 5.7.1.a en 5.7.1.b), maar kunnen bij toepassing in procesinstallaties in bepaalde gevallen op een lager inperkingsniveau dan MI-III worden uitgevoerd. Daartoe kan op grond van artikel 2.8 van het Besluit bij de Minister een verzoek om omlaagschaling worden ingediend. Het genetisch gemodificeerde organisme moet, om voor omlaagschaling in aanmerking te komen, voldoen aan een aantal criteria. In deze bijlage zijn indicatieve criteria opgenomen, zodat vooraf nagegaan kan worden of het genetisch gemodificeerde organisme voor een omlaagschaling in aanmerking zou kunnen komen.
Genetisch gemodificeerde organisme
Het genetisch gemodificeerde organisme moet voldoen aan alle van de volgende criteria die achtereenvolgens gesteld worden aan:
Genetisch gemodificeerde organisme
Voor de gastheer gelden geen specifieke criteria.
Insertie
Bijlage 7. , behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Vector
De tabel van deze bijlage geeft een overzicht van planten, waarvoor de categorie van fysische inperking door de Minister is vastgesteld. Daarnaast geeft de tabel voor deze planten aan welke aanvullende maatregelen op inperkingsniveau I en II-k worden genomen bij de verschillende categorieën van fysische inperking om de verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen te voorkomen. De combinatie van fysische inperking en eventuele aanvullende maatregelen voorkomt dat het milieu wordt blootgesteld aan genetisch gemodificeerde organismen.
Bijlage 8. behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling
De maatregelen die genomen worden voor gemakkelijke zaadverspreiders zijn afhankelijk van de verspreidingsbiologie van de plant. De bijzondere kenmerken ten aanzien van deze verspreiding, die relevant zijn voor de te hanteren voorschriften, zijn vermeld in de vierde kolom. De gebruiker neemt op basis van deze bijzondere kenmerken passende maatregelen, die de verspreiding tegengaan.
A. Inleiding
De doelstelling van een risicobeoordeling is om per geval, dat wil zeggen per genetisch gemodificeerd organisme of per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen, de mogelijke schadelijke effecten op de gezondheid van mens en milieu te bepalen en te beoordelen. Als mogelijke schadelijke effecten worden hierbij beschouwd de effecten die onder meer tot ziekten kunnen leiden, de effectiviteit van profylaxe of behandeling teniet kunnen doen, de vestiging en/of verspreiding in het milieu kunnen bevorderen hetgeen leidt tot schadelijke effecten op de aanwezige organismen of natuurlijke populaties, of schadelijke effecten die voortvloeien uit de overdracht van genetisch materiaal naar andere organismen. Het risico van dergelijke mogelijke schadelijke effecten worden voor elke activiteit bepaald.
A. Inleiding
De doelstelling van een risicobeoordeling is om per geval, dat wil zeggen per genetisch gemodificeerd organisme of per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen, de mogelijke schadelijke effecten op de gezondheid van mens en milieu te bepalen en te beoordelen. Als mogelijke schadelijke effecten worden hierbij beschouwd de effecten die onder meer tot ziekten kunnen leiden, de effectiviteit van profylaxe of behandeling teniet kunnen doen, de vestiging en/of verspreiding in het milieu kunnen bevorderen hetgeen leidt tot schadelijke effecten op de aanwezige organismen of natuurlijke populaties, of schadelijke effecten die voortvloeien uit de overdracht van genetisch materiaal naar andere organismen. Het risico van dergelijke mogelijke schadelijke effecten worden voor elke activiteit bepaald.
Stap 1. Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben
Op grond van de risicobeoordeling worden de activiteiten ingedeeld in een inperkingsniveau en een categorie van fysische inperking die noodzakelijk zijn om de risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken tot een verwaarloosbaar klein risico. De categorie van fysische inperking geeft aan welke inrichtings- en werkvoorschriften gehanteerd worden bij de uitvoering van de activiteiten met het betreffende genetisch gemodificeerde organisme of groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen. De standaard inrichtings- en werkvoorschriften staan per categorie van fysische inperking beschreven in Bijlage 9 van deze regeling. Indien de uitkomst van de risicobeoordeling dat noodzakelijk maakt, dan kunnen daar aan additionele inrichtings- en werkvoorschriften worden toegevoegd.
Stap 1. Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben
Tijdens de risicobeoordeling worden alle mogelijke eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme beschouwd, die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit gebeurt door te kijken naar de gastheer, het donororganisme, de kenmerken en locatie van het geïnserteerde genetische materiaal en een eventuele vector.
1.2. Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen.
In een aantal gevallen wordt de gebruikte gastheer aan een nadere beschouwing onderworpen. Hierbij worden, onder meer en voor zo ver van toepassing, de volgende aspecten van de gastheer in beschouwing genomen:
1.2.1. De vector
De in deze stap geïdentificeerde schadelijke of mitigerende eigenschappen kunnen het eventueel al bepaalde indicatieve inperkingsniveau verhogen dan wel respectievelijk verlagen.
1.2. Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen.
Vervolgens worden de mogelijke schadelijke eigenschappen onderzocht van:
1.2.1. De vector
Ten aanzien van de vector worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit zijn in ieder geval:
Stap 2. Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking.
Ten aanzien van het genetisch gemodificeerde organisme worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben, dit zijn voor zover van toepassing in ieder geval:
2.1. Aard van de uit te voeren activiteiten en werkmethoden
De eventueel geïdentificeerde schadelijke effecten of mitigerende factoren die de schadelijke effecten kunnen verhogen dan wel verminderen (zoals een eventuele biologische inperking), worden in de stap bij de beoordeling van het genetisch gemodificeerde organisme in onderlinge samenhang beschouwd om te bepalen of de indicatieve indeling verhoogd dan wel verlaagd moet worden. Hiermee is de uitkomst van stap 1 bepaald.
2.1. Aard van de uit te voeren activiteiten en werkmethoden
De activiteiten, die met de genetisch gemodificeerde organismen worden uitgevoerd, zijn van invloed op de risico’s en worden derhalve geïnventariseerd en beschreven. Op basis van de aard van de activiteiten wordt onder meer bepaald welke categorie van fysische inperking (op het indicatief bepaalde inperkingsniveau) de meest geschikte inperkings- en controlemaatregelen bevat om de kans dat er zich schadelijke effecten kunnen voordoen zo klein mogelijk te maken. De hiervoor bedoelde inperkings- en controlemaatregelen zijn in de vorm van inrichtings- en werkvoorschriften per te onderscheiden categorie van fysische inperking opgenomen in bijlage 9 van deze regeling.
2.3. Concentratie
Hierbij wordt opgemerkt dat het in de praktijk voor werkzaamheden op laboratoriumschaal, waarbij het effect van standaard-laboratoriumprocedures op de blootstelling goed bekend is, een gedetailleerde risicobeoordeling van elke procedure afzonderlijk waarschijnlijk niet nodig is, tenzij een zeer schadelijk organisme wordt gebruikt. Procedures die niet tot de routinehandelingen behoren of significante gevolgen voor de hoogte van het risico kunnen hebben, bijvoorbeeld procedures waarbij aërosolen ontstaan, worden zo nodig meer in detail bekeken.
2.2. Kweekomstandigheden
Biologische en chemische inperkingsmaatregelen kunnen een bijdrage leveren aan de reductie van mogelijke risico’s die verbonden zijn aan activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen. Indien er van dergelijke maatregelen gebruikt wordt gemaakt, dan is het van belang om rekening te houden met condities die de biologische dan wel chemische inperking te niet zouden kunnen doen. Als voorbeeld van een biologische inperking die negatief beïnvloed kan worden door bijvoorbeeld kweekomstandigheden, kunnen auxotrofe mutanten worden genoemd, die specifieke groeifactoren krijgen om te kunnen groeien. De biologische inperking kan in dit geval worden opgeheven als het kweekmedium stoffen bevat die de auxotrofie opheffen. Als chemische inperkingsmaatregel kan het gebruik van oplossingen van desinfecterende stoffen in afwateringssystemen worden genoemd.
2.3. Concentratie
De dichtheid van een kweek kan een risico van blootstelling aan hoge concentraties van het genetisch gemodificeerde organisme opleveren, met name in latere fasen van het productieproces. Het effect van concentratie op de kans dat een schadelijke effect zich voordoet, wordt gewogen. Zo nodig wordt het van toepassing zijnde inperkingsniveau verhoogd.
Stap 3. Bepaling of het indicatieve inperkingsniveau en de indicatieve categorie van fysische inperking de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme afdoende tegengaat.
Voorgaande betekent dat:
Stap 3. Bepaling of het indicatieve inperkingsniveau en de indicatieve categorie van fysische inperking de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme afdoende tegengaat.
In de stap 3 wordt nagegaan of de inperking van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme, onder toepassing van de hiervoor bedoelde voorschriften, daadwerkelijk afdoende zijn om de risico’s van de activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme tot verwaarloosbaar klein terug te brengen.
Stap 5. Bevestiging dat de definitieve inperkingsmaatregelen al dan niet leiden tot een verwaarloosbaar risico.
Als alternatief voor verhoging van het inperkingsniveau of de aanvullende beheersmaatregelen, kunnen er ook wijzigingen worden aangebracht aan de samenstelling van het genetisch gemodificeerde organisme of in de omstandigheden van de werkzaamheden. Deze laatste wijzigingen moeten eveneens leiden tot een verwaarloosbaar risico dat verbonden is aan de uit te voeren activiteiten.
Bijlage 9. , behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Stap 5. Bevestiging dat de definitieve inperkingsmaatregelen al dan niet leiden tot een verwaarloosbaar risico.
Bijlage 10. , behorende bij artikel 41 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
9.2.4.1. Inrichtingsvoorschriften MI-IV
In deze bijlage wordt verstaan onder:
9.3. Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in apparatuurruimte en overig deel ggo-gebied
Deel A van deze bijlage is ingevolge artikel 39, eerste en tweede lid, van deze regeling van toepassing op veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de in artikel 39, eerste lid, onder a tot en met d, van deze regeling aangegeven sequenties, met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens § 3.3.2 van het Besluit.
9.3.1.1. Inrichtingsvoorschriften AP-I
Jaarlijks mag de veldproef uitsluitend doorgang vinden:
9.3.2.2. Werkvoorschriften ODG
Van de proefobjecten afkomstig levensvatbaar genetisch gemodificeerd materiaal wordt gescheiden van overige producten opgeslagen in een voor onbevoegden ontoegankelijke ruimte.
9.4.1.1. Inrichtingsvoorschriften S-I
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Bijlage 10. , behorende bij artikel 41 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Artikel A:1. Plaats van de veldproef
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Inschaling: niveau IV.
5.2. Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarvan de gastheer staat vermeld in bijlage 2 op lijst A1 en de vector staat vermeld in bijlage 2 op lijst A2 of een vector die voldoet aan bepaalde criteria. Deze criteria zijn:
5.3. Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van klasse 4, 3, 2 of 1 (uitgezonderd virussen infectieus voor hogere eukaryoten), waarbij de onderdelen van de vector beschouwd dienen te worden als donorsequenties.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.4.1. De vector is een plasmide
5.4.2. De combinatie van gastheercel, virale vector en donorsequentie is biologisch ingeperkt.
5.4.3. De combinatie van gastheercel en virale vector is biologisch niet ingeperkt.
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
5.15.1. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden
Bijlage 6. behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
De criteria, die worden gehanteerd voor een omlaagschaling van MI-III naar MI-I, worden ook gehanteerd voor de beoordeling van een verzoek om omlaagschaling naar S-I van handelingen die overeenkomstig bijlage 5 van deze regeling worden ingeschaald op S-III. In dit geval moeten de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen zowel voldoen aan de criteria die zijn opgenomen onder 6.1 als aan die opgenomen onder 6.2.
Het genetisch gemodificeerde organisme moet voldoen aan alle in 6.1 genoemde criteria voor omlaagschaling naar MI-II, aangevuld met alle volgende criteria die gesteld worden aan respectievelijk:
Insertie
Bijlage 7. , behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3
Deze aanvullende voorschriften richten zich op het voorkomen van de verspreiding van zaden, pollen en reproductieve plantendelen en zijn in drie groepen verdeeld naar de wijze van verspreiding: insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders. In de tweede en derde kolom is aangegeven welke aanvullende voorschriften voor een plantensoort voor de verschillende categorieën van fysische inperking en inperkingsniveaus in acht worden genomen. In bijlage 9 van deze regeling zijn vervolgens per categorie van fysische inperking de van toepassing zijne aanvullende voorschriften voor insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders opgenomen. Deze voorschriften zijn opgenomen na de inrichtingsvoorschriften en werkvoorschriften, onder het kopje ‘aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen’.
Bijlage 8. behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling
B. De risicobeoordeling
1.1. De gastheer en eerste indicatie van het inperkingsniveau
1.2.2. De insertie
1.2.3. Het resulterende genetisch gemodificeerde organisme
Stap 2. Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking.
2.4. Schaal
2.5. Bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking
Stap 4. Bepaling van de definitieve indeling in inperkingsniveau, categorie van fysische inperking en eventueel benodigde aanvullende beheersmaatregelen.
Wanneer de uitkomst in stap 4 situatie I aangeeft en de bij de activiteiten behorende risico’s onder toepassing van de inperkingsmaatregelen verwaarloosbaar klein is, is het risicobeoordelingsproces voltooid.
Wanneer de uitkomst in stap 4 situatie I aangeeft en de bij de activiteiten behorende risico’s onder toepassing van de inperkingsmaatregelen verwaarloosbaar klein is, is het risicobeoordelingsproces voltooid.
Bijlage 9. , behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Artikel A:1. Plaats van de veldproef
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Deel A van deze bijlage is ingevolge artikel 39, eerste en tweede lid, van deze regeling van toepassing op veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de in artikel 39, eerste lid, onder a tot en met d, van deze regeling aangegeven sequenties, met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens § 3.3.2 van het Besluit.
Artikel A:4. Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
Artikel A:5. Aanvang van de veldproef
Artikel A:6. Voorkomen van vermenging en verspreiding
Artikel A:6. Voorkomen van vermenging en verspreiding
Artikel A:7. Opslag van levensvatbaar materiaal
Van de proefobjecten afkomstig levensvatbaar genetisch gemodificeerd materiaal wordt gescheiden van overige producten opgeslagen in een voor onbevoegden ontoegankelijke ruimte.
Artikel A:8. Afvalverwerking
Artikel A:9. Controle
Van de proefobjecten afkomstig levensvatbaar genetisch gemodificeerd materiaal wordt gescheiden van overige producten opgeslagen in een voor onbevoegden ontoegankelijke ruimte.
Artikel A:11. Verbod op consumptie en in handel brengen
Artikel A:9. Controle
Artikel A:10. Incidenten
Transponeringstabellen voor benamingen in besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid
De gebruikte planten, plantendelen, zaden van die planten, of producten afgeleid van die planten, worden niet voor menselijke of dierlijke consumptie aangewend.
Bijlage 11. behorende bij artikel 15, onderdeel b, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
In onderstaande tabel zijn genetisch gemodificeerde organismen vermeld waarvan is bepaald dat zij voldoen aan de in bijlage 6 genoemde criteria voor inschaling in categorie S-I. In de tabel is aangegeven uit welke gastheer, vector en insertie(s) het betreffende genetisch gemodificeerde organisme is opgebouwd. De in deze tabel vermelde genetisch gemodificeerde organismen worden ingeschaald volgens artikel 5.8, onderdeel b, van bijlage 5.
| Nr | Gastheer | Vector | Insertie(s) |
|---|---|---|---|
| 1 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pGLO | n.v.t. |
| 2 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GAPDH afkomstig van Brassica spp., Daucus carota, Salvia officinalis, Salvia elegans, Phaseolus vulgaris, Allium sativum, Allium cepa, Chichorium intybus, Ipomoea batatas, Saccharum officinarum, Zea mays, Avena sativa, Triticum aestivum, Capsicumspp., Begoniaspp., Petuniaspp., Petroselium crispum, Apium graveolens, Thymus vulgaris, Menthaspp en Arabidopsis thaliana. |
| 3 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GFP (Aequorea victoria) |
Bijlage 12. behorende bij artikel 49, eerste, tweede en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Transponeringstabellen voor benamingen in besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Vervallen.
Vervallen.
Bijlage 10. behorende bij artikel 41 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Artikel A:3. Toegankelijkheid van percelen
Jaarlijks mag de veldproef uitsluitend doorgang vinden:
Van de proefobjecten afkomstig levensvatbaar genetisch gemodificeerd materiaal wordt gescheiden van overige producten opgeslagen in een voor onbevoegden ontoegankelijke ruimte.
Artikel A:8. Afvalverwerking
Artikel A:10. Incidenten
De gebruikte planten, plantendelen, zaden van die planten, of producten afgeleid van die planten, worden niet voor menselijke of dierlijke consumptie aangewend.
Bijlage 11. behorende bij artikel 15, onderdeel b, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
In onderstaande tabel zijn genetisch gemodificeerde organismen vermeld waarvan is bepaald dat zij voldoen aan de in bijlage 6 genoemde criteria voor inschaling in categorie S-I. In de tabel is aangegeven uit welke gastheer, vector en insertie(s) het betreffende genetisch gemodificeerde organisme is opgebouwd. De in deze tabel vermelde genetisch gemodificeerde organismen worden ingeschaald volgens artikel 5.8, onderdeel b, van bijlage 5.
| Nr | Gastheer | Vector | Insertie(s) |
|---|---|---|---|
| 1 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pGLO | n.v.t. |
| 2 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GAPDH afkomstig van Brassica spp., Daucus carota, Salvia officinalis, Salvia elegans, Phaseolus vulgaris, Allium sativum, Allium cepa, Chichorium intybus, Ipomoea batatas, Saccharum officinarum, Zea mays, Avena sativa, Triticum aestivum, Capsicumspp., Begoniaspp., Petuniaspp., Petroselium crispum, Apium graveolens, Thymus vulgaris, Menthaspp en Arabidopsis thaliana. |
| 3 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GFP (Aequorea victoria) |
Bijlage 11. behorende bij artikel 15, onderdeel b, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
In onderstaande tabel zijn genetisch gemodificeerde organismen vermeld waarvan is bepaald dat zij voldoen aan de in bijlage 6 genoemde criteria voor inschaling in categorie S-I. In de tabel is aangegeven uit welke gastheer, vector en insertie(s) het betreffende genetisch gemodificeerde organisme is opgebouwd. De in deze tabel vermelde genetisch gemodificeerde organismen worden ingeschaald volgens artikel 5.8, onderdeel b, van bijlage 5.
| Nr | Gastheer | Vector | Insertie(s) |
|---|---|---|---|
| 1 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pGLO | n.v.t. |
| 2 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GAPDH afkomstig van Brassica spp., Daucus carota, Salvia officinalis, Salvia elegans, Phaseolus vulgaris, Allium sativum, Allium cepa, Chichorium intybus, Ipomoea batatas, Saccharum officinarum, Zea mays, Avena sativa, Triticum aestivum, Capsicumspp., Begoniaspp., Petuniaspp., Petroselium crispum, Apium graveolens, Thymus vulgaris, Menthaspp en Arabidopsis thaliana. |
| 3 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GFP (Aequorea victoria) |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 6. behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Voor de gastheer gelden geen specifieke criteria.
Het genetisch gemodificeerde organisme moet voldoen aan alle in 6.1 genoemde criteria voor omlaagschaling naar MI-II, aangevuld met alle volgende criteria die gesteld worden aan respectievelijk:
Bijlage 7. behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3
Bijlage 8. behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
1.1. De gastheer en eerste indicatie van het inperkingsniveau
1.2.3. Het resulterende genetisch gemodificeerde organisme
2.5. Bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking
Stap 3. Bepaling of het indicatieve inperkingsniveau en de indicatieve categorie van fysische inperking de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme afdoende tegengaat.
Stap 4. Bepaling van de definitieve indeling in inperkingsniveau, categorie van fysische inperking en eventueel benodigde aanvullende beheersmaatregelen.
Stap 5. Bevestiging dat de definitieve inperkingsmaatregelen al dan niet leiden tot een verwaarloosbaar risico.
Voor de situaties II en III van stap 4, worden, uitgaande van de toepassing van deze definitief vastgestelde maatregelen, de stappen 1 tot en met 4 voor zo ver van toepassing van de risicobeoordeling opnieuw doorlopen. Hierdoor moet worden bevestigd dat de kans dat schadelijke effecten zich voordoen, rekening houdend met de aard en de schaal van de werkzaamheden en de vastgestelde inperkingsmaatregelen, verwaarloosbaar klein is.
Bijlage 9. behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Bijlage 10. behorende bij artikel 41 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Deel A
Deel A van deze bijlage is ingevolge artikel 39, eerste en tweede lid, van deze regeling van toepassing op veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de in artikel 39, eerste lid, onder a tot en met d, van deze regeling aangegeven sequenties, met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens § 3.3.2 van het Besluit.
Jaarlijks mag de veldproef uitsluitend doorgang vinden:
De gebruikte planten, plantendelen, zaden van die planten, of producten afgeleid van die planten, worden niet voor menselijke of dierlijke consumptie aangewend.
Bijlage 12. behorende bij artikel 49, eerste, tweede en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Transponeringstabellen voor benamingen in besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.