Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ/14101260, houdende regels met betrekking tot het houden van dieren

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-05-16
Laatst bijgewerkt 2026-05-19
State In force
Source BWB
artikelen 493
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Geslacht Ondergeslacht Soort Nederlands
Echinops telfairi Kleine egeltenrek
Hemicentetes nigriceps Zwartkoptenrek
Hemicentetes semispinosus Gestreepte tenrek
Setifer setosus Grote egeltenrek
Tenrec ecaudatus Gewone tenrek
Antilocapra americana Gaffelbok
Neotragus pygmaeus Dwergantilope
Alcelaphus buselaphus Hartenbeest
Connochaetes gnou Witstaartgnoe
Damaliscus lunatus Lierantilope
Aepyceros melampus Impala
Antidorcas marsupialis Springbok
Antilope cervicapra Indische antilope
Gazella subgutturosa Kropgazelle
Nanger granti Grantgazelle
Nanger soemmerringii Soemerringgazelle
Ourebia ourebi Oribi
Procapra picticaudata Tibetaanse gazelle
Saiga tatarica Saiga
Bison bison Bizon
Bison bonasus Wisent
Bos grunniens Jak (domestic form)
Syncerus caffer Afrikaanse buffel
Boselaphus tragocamelus Nijlgau
Taurotragus derbianus Reuzenelandantilope
Taurotragus oryx Elandantilope
Tetracerus quadricornis Vierhoornantilope
Tragelaphus angasii Nyala
Tragelaphus buxtoni Bergnyala
Tragelaphus eurycerus Bongo
Tragelaphus imberbis Kleine koedoe
Tragelaphus scriptus Bosbok
Tragelaphus spekii Sitatoenga
Tragelaphus strepsiceros Grote koedoe
Ammotragus lervia Manenschaap
Capra falconeri Schroefhoorngeit
Capra ibex Steenbok
Capra nubiana Nubische steenbok
Capra pyrenaica Spaanse steenbok
Capra sibirica Siberische steenbok
Capricornis crispus Japanse bosgems
Capricornis sumatraensis Sumatraanse bosgems
Hemitragus jemlahicus Himalayathargeit
Ovis ammon Wild schaap
Ovis canadensis Dikhoornschaap
Ovis dalli Dalls schaap
Pantholops hodgsonii Tibetaanse antilope
Pseudois nayaur Blauwschaap
Rupicapra rupicapra Gems
Addax nasomaculatus Addax
Hippotragus equinus Roanantilope
Hippotragus niger Sabelantilope
Oryx beisa Beisa
Oryx dammah Algazel
Oryx gazella Gemsbok
Oryx leucoryx Arabische oryx
Kobus ellipsiprymnus Waterbok
Redunca fulvorufula Bergrietbok
Redunca redunca Bohorrietbok
Camelus bactrianus Kameel
Camelus dromedarius Dromedaris
Lama glama Lama
Vicugna pacos Alpaca
Vicugna vicugna Vicuña
Alces americanus Amerikaanse eland
Blastocerus dichotomus Moerashert
Capreolus capreolus Ree
Odocoileus hemionus Muildierhert
Odocoileus virginianus Witstaarthert
Rangifer tarandus Rendier
Axis axis Axishert
Cervus nippon Sikahert
Elaphodus cephalophus Kuifhert
Elaphurus davidianus Pater-Davidshert
Muntiacus muntjak Indische muntjak
Hydropotes inermis Chinese waterree
Hylochoerus meinertzhageni Reuzenboszwijn
Phacochoerus aethiopicus Woestijnknobbelzwijn
Potamochoerus porcus Penseelzwijn
Sus scrofa Wild zwijn
Canis adustus Gestreepte jakhals
Canis aureus Gewone jakhals
Canis mesomelas Zadeljakhals
Nyctereutes procyonoides Wasbeerhond
Otocyon megalotis Grootoorvos
Vulpes corsac Steppevos
Vulpes lagopus Poolvos
Vulpes rueppellii Zandvos
Vulpes vulpes Vos
Vulpes zerda Woestijnvos
Felis chaus Moeraskat
Felis margarita Woestijnkat
Leptailurus serval Serval
Crossarchus obscurus Koesimanse
Cynictis penicillata Vosmangoest
Helogale parvula Dwergmangoest
Mungos mungo Zebramangoeste
Suricata suricatta Stokstaartje
Mephitis mephitis Gestreepte skunk
Aonyx cinerea Kleinklauwotter
Eira barbara Tayra
Galictis vittata Grote grison
Nasua nasua Rode neusbeer
Potos flavus Rolstaartbeer
Procyon lotor Wasbeer
Ursus arctos Bruine beer
Arctictis binturong Beermarter
Paradoxurus hermaphroditus Loewak
Civettictis civetta Afrikaanse civetkat
Genetta genetta Genetkat
Genetta maculata Roestgenet
Genetta pardina Pardin's genetkat
Genetta thierryi Hausagenet
Genetta tigrina Tijgergenet
Viverra zibetha Indische civetkat
Carollia perspicillata Brilbladneusvleermuis
Eidolon helvum Palmvleerhond
Hypsignathus monstrosus Hamerkopvleerhond
Pteropus vampyrus Kalong
Rousettus Rousettus aegyptiacus Nijlroezet
Dasypus novemcinctus Negenbandgordeldier
Chaetophractus vellerosus Klein behaard gordeldier
Chaetophractus villosus Bruinbehaard gordeldier
Euphractus sexcinctus Zesbandgordeldier
Tolypeutes matacus Kogelgordeldier
Didelphis albiventris Zuidamerikaanse opossum
Monodelphis domestica Kortstaartopossum
Macropus Macropus fuliginosus Westelijke grijze reuzenkangoeroe
Macropus Macropus giganteus Oostelijke grijze reuzenkangoeroe
Macropus Notamacropus agilis Zandwallabie
Macropus Notamacropus eugenii Tammarwallabie
Macropus Notamacropus parma Parmawallabie
Macropus Notamacropus rufogriseus Bennettwallabie
Macropus Osphranter robustus Bergkangoeroe
Macropus Osphranter rufus Rode reuzenkangoeroe
Thylogale thetis Roodhalspademelon
Wallabia bicolor Moeraswallabie
Dactylopsila trivirgata Gestreepte buideleekhoorn
Petaurus breviceps Suikereekhoorn
Ailurops ursinus Beer koeskoes
Bettongia lesueur Lesueurborstelstaartkangoeroerat
Bettongia penicillata Borstelstaartkangoeroerat
Atelerix albiventris Witbuikegel
Atelerix frontalis Zuid-Afrikaanse egel
Atelerix sclateri Somalische egel
Hemiechinus auritus Grootooregel
Procavia capensis Rotsklipdas
Lepus Eulagos europaeus Europese haas
Lepus Lepus timidus Sneeuwhaas
Equus burchellii Steppezebra
Equus hemionus Onager
Equus kiang Kiang
Tapirus terrestris Laaglandtapir
Bradypus tridactylus Drievingerige luiaard
Choloepus didactylus Tweevingerige luiaard
Calomyscus bailwardi Turkmeense muishamster
Cavia aperea Wilde cavia
Cavia magna Moerascavia
Dolichotis patagonum Mara
Dolichotis salinicola Kleine mara
Hydrochoeris hydrochaeris Capybara
Kerodon rupestris Rotsmoko
Chinchilla lanigera Chinchilla
Lagurus lagurus Steppelemming
Lasiopodomys brandtii Steppewoelmuis
Microtus Alexandromys fortis Chinese woelmuis
Microtus Microtus arvalis Veldmuis
Microtus Microtus guentheri Mediterrane woelmuis
Synaptomys Mictomys borealis Moeras lemming
Cricetulus barabensis Chinese dwerghamster
Phloeomys pallidus Nevelrat
Phodopus campbelli Campbells dwerghamster
Phodopus roborovskii Woestijndwerghamster
Phodopus sungorus Russische dwerghamster
Peromyscus eremicus Cactusmuis
Peromyscus leucopus Witvoetmuis
Peromyscus polionotus Strandmuis
Sigmodon Sigmodon hispidus Katoenrat
Dasyprocta azarae Azara’s agoeti
Dasyprocta leporina Goudhaas
Dasyprocta prymnolopha Zwartrugagoeti
Dasyprocta punctata Midden-Amerikaanse agoeti
Allactaga Orientallactaga sibirica Siberische paardenspringmuis
Allactaga Scarturus tetradactyla Vierteenrenmuis
Jaculus jaculus Kleine woestijnspringmuis
Jaculus orientalis Reuzenwoestijnspringmuis
Glis glis Relmuis
Graphiurus Graphiurus murinus Afrikaanse dwergrelmuis
Eliomys melanurus Woestijnslaapmuis
Hystrix Hystrix cristata Gewoon stekelvarken
Hystrix Hystrix indica Witstaartstekelvarken
Acomys Acomys cahirinus Egyptische stekelmuis
Acomys Acomys dimidiatus Sinaïstekelmuis
Acomys Acomys russatus Gouden stekelmuis
Acomys Acomys spinosissimus Dwergstekelmuis
Dipodillus Petteromys dasyurus Wagnersgerbil
Gerbillus Gerbillus cheesmani Cheesman's gerbil
Gerbillus Gerbillus gerbillus Kleine Egyptische renmuis
Gerbillus Gerbillus perpallidus Bleke gerbil
Gerbillus Gerbillus pyramidum Grote Egyptische renmuis
Gerbillus Hendecapleura nanus Algerijnse gerbil
Meriones Pallasiomys crassus Sundevalls gerbil
Meriones Pallasiomys shawi Shawi gerbil
Meriones Pallasiomys tristrami Tristam’s gerbil
Meriones Parameriones persicus Perzische woestijnmuis
Pachyuromys duprasi Vetstaartgerbil
Psammomys obesus Vette zandrat
Sekeetamys calurus Pluimstaartgerbil
Taterillus harringtoni Harrington’s gerbil
Apodemus sylvaticus Bosmuis
Arvicanthis neumanni Tanzaniaanse grasrat
Arvicanthis niloticus Koesoegrasrat
Lemniscomys barbarus Zebragrasmuis
Lemniscomys striatus Gestreepte grasmuis
Mastomys natalensis Veeltepelmuis
Micromys minutus Europese dwergmuis
Mus Nannomys minutoides Afrikaanse dwergmuis
Rattus rattus Zwarte rat
Rhabdomys pumilio Streepmuis
Thallomys paedulcus Acacia rat
Myocastor coypus Beverrat
Cricetomys gambianus Gambiahamsterrat
Octodon degus Degoe
Spalacopus cyanus Koeroero
Pedetes capensis Springhaas
Callosciurus finlaysonii Finlaysonklappereekhoorn
Callosciurus notatus Zwartneusklappereekhoorn
Callosciurus prevostii Driekleureekhoorn
Dremomys pernyi Perny eekhoorn
Funambulus Prasadsciurus pennantii Vijfstrepige palmeekhoorn
Tamiops swinhoei Chinese gestreepte boomeekhoorn
Tamiops mcclellandii Thaise dwergstreepeekhoorn
Sciurus Sciurus lis Japanse eekhoorn
Sciurus Sciurus variegatoides Grote gevlekte boomeekhoorn
Sciurus Urosciurus igniventris Peruaanse witnekeekhoorn
Tamiasciurus hudsonicus Hudson eekhoorn
Cynomys Cynomys ludovicianus Zwartstaartprairiehond
Cynomys Leucocrossuromys parvidens Utahprairiehond
Marmota Marmota marmota Alpenmarmot
Sciurotamias Sciurotamias davidianus Chinese rotseekhoorn
Spermophilus Otospermophilus variegatus Amerikaanse rotseekhoorn
Spermophilus Spermophilus richardsonii Richardsongrondeekhoorn
Tamias Eutamias sibiricus Boeroendoek
Tamias Tamias striatus Chipmunk
Tupaia belangeri Belangers toepaja
Tupaia glis Gewone toepaja
Suncus murinus Muskusspitsmuis

Bijlage 3. Protocol voor de visuele monitoring van voetzoollaesies aan vleeskuikens in het slachthuis als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel a, van de Regeling houders van dieren

    1. Deze monitoring wordt uitgevoerd in het slachthuis waar het koppel vleeskuikens of het grootste deel ervan wordt geslacht.
    1. De monitoring wordt uitgevoerd door hiervoor opgeleide slachthuismedewerkers, onder toezicht van de minister.
    1. 100 vleeskuikens per koppel (per stal) worden beoordeeld, waarvan 50 kuikens rond de verwerking van 30% van het koppel, en 50 kuikens rond de verwerking van 60% van het koppel.
    1. Alleen de rechter poot van elk vleeskuiken van de steekproeven wordt beoordeeld. Hiervoor worden de te monitoren poten van de slachtlijn gehaald en verzameld.
    1. De medewerker baseert zijn beslissingen over de indeling van de poten in 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) op de inhoud van de daarvoor aan hem verstrekte scorekaart en stelt de totaalscore voor het koppel vast met gebruikmaking van de formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0)x0 + (aantal dieren klasse 1)x0,5 + (aantal dieren klasse 2)x2
    1. Deze gegevens worden door het slachthuis geregistreerd en doorgegeven aan de houder.

Bijlage 4. Protocol voor de monitoring van voetzoollaesies aan vleeskuikens in het slachthuis met behulp van een digitaal meetsysteem als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Regeling houders van dieren

    1. In het slachthuis is een rapport aanwezig van een onafhankelijke kennisinstelling of instantie, waaruit blijkt dat het digitale meetsysteem zodanig werkt dat de scores een score oplevert die vergelijkbaar is met de score van een visuele beoordeling die aan de hand van de scorekaart is uitgevoerd. In het rapport is een beschrijving door de kennisinstelling of de instantie opgenomen van de wijze waarop dit is vastgesteld.
    1. Het camerasysteem meet ten minste 70% van de poten van elk koppel.
    1. De percentages per klasse en de eindscores worden minimaal 1 keer per werkdag door het systeem opgeleverd, door het slachthuis verwerkt en aan de pluimveeveehouder doorgegeven.
    1. Het slachthuis treft maatregelen om het digitale meetsysteem en de daarbij gebruikte software te beschermen tegen willekeurige wijzigingen.
    1. Het slachthuis zorgt ervoor dat het systeem zodanig wordt onderhouden dat het goed blijft functioneren. Indien het systeem gebreken of defecten vertoont meldt het slachthuis dit aan de leverancier of de fabrikant en de betrokken pluimveehouders.

Bijlage 5. Protocol voor het monitoren van voetzoollaesies aan levende dieren op vleeskuikenbedrijven als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel b, van de Regeling houders van dieren

    1. Deze monitoring wordt uitgevoerd op het bedrijf zelf, maximaal 5 dagen voordat het koppel wordt geslacht. Het betreft koppels die geëxporteerd worden en waar geen meting van voetzoollaesies plaatsvindt in het slachthuis van bestemming, of koppels die in kleine slachthuizen in Nederland worden geslacht.
    1. De opgeleide controleur, bedoeld in artikel 6.5 derde lid, onderdeel b, heeft in elk geval de Cursus monitoring voetzoollaesies of een gelijkwaardige cursus met goed gevolg afgesloten, en is geen werknemer van de pluimveehouder voor wie de beoordeling wordt uitgevoerd.
    1. Per stal worden 100 levende vleeskuikens beoordeeld, waarbij ten minste 4 steekproeven in de stal (bijvoorbeeld 4 keer 25 dieren) worden genomen, genomen op locaties verdeeld over de stal, minimaal 2 locaties tegen de muur en de overige locaties tussen voer- en drinklijnen in. Zie voorbeeld hieronder.
    1. De controleur maakt gebruik van extra verlichting (zoals een hoofdlamp) en van een vanghek om dubbele metingen te voorkomen. Hiervoor kan hij de kuikens merken met bv. watervaste stift (op de poot, of vleugels).
    1. Het schoonmaken van de poten met borstel en sop wordt afgeraden, na het afwrijven van de mest van de poot heeft men een redelijk beeld van de conditie van de poten.
    1. In de steekproeven wordt alleen de rechter poot van elk vleeskuiken beoordeeld.
    1. De controleur baseert zijn beslissingen over de indeling van de poten in 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) op de inhoud van de daarvoor aan hem verstrekte scorekaart.
    1. De controleur registreert het aantal vleeskuikens in de 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) en geeft dit door aan de houder, alsmede de totaalscore van het koppel.
    1. Deze wordt berekend met onderstaande formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0)x0 + (aantal dieren klasse 1)x0.5 + (aantal dieren klasse 2)x2

Bijlage 6. als bedoeld in de artikelen 5b.31, eerste lid, en 5b.34, eerste lid

Bijlage 7. als bedoeld in artikel 5b.40

Diezenmonding Engelsedijk, Den Bosch
De Horst Voortstraat 18 6051 JB Maasbracht
Beuningse uiterwaarden Dijk, Beuningen
Weurtse buitenlanden Dijk, Weurt
Leeuwense Waard Waalbandijk, Boven-Leeuwen
Oude Waal/ Stadswaard Oude Waal Vlietberg 1 6576 JB Ooij
Groenlanden/Bisonbaai Langstraat 10 6576 JP Ooij
Millingerwaard Waiboerweg 5 Millingen
Klompenwaard Waaldijk 1 6686 MV Doornenburg
Loowaard Loowaard 1 6924 SG Loo
Vijfhoek Overdiemerweg 41 1111 PP Diemen
Loevestein Loevestein 1 5307 TG Poederoijen
Geuzenbos Amsterdam uiterwaarden Wethouder van Essenweg Amsterdam
Landtong Rozenburg Noordzeeweg 0 3181 ML Rozenburg
Erlecomse waard Duffeltdijk 18 6578 JH Leuth
De Staart Zalmpad 11, 3261 MD Oud-Beijerland
Kroondomein ’t Hof 33, 3888 MH Uddel
Lobberdense Waard Rijndijk, 6911 Pannerden
Oranjezon Koningin Emmaweg 22, 4354 KE Vrouwenpolder
Slikken van de Heen Campweg, 4675 PW Sint Philipsland
Grafelijkheidsduinen Grafelijkheidsweg 0, 1783 AT Den Helder
Lentevreugd Katwijkseweg 18 2242 PB Wassenaar
Nationaal Park Zuid-Kennemerland Zeeweg 12 2051 EC Overveen
Sint Aagtendijk Sint Aagtendijk langs ‘De Buitenlanden’ in Beverwijk
Binnen Liede Oever van de Binnenliede in Haarlem
Batterij en Spaarnwouderveen Ten noorden van Zwanenburg en ten westen van Halfweg, aan de westzijde van de splitsing van de Spaarndammerdijk en de Batterijweg in Halfweg
Het Ooievaarslandje Fazantenlaan in Heemstede
Ryptsjerksterpolder Westerdijk 19, Ryptsjerk
Sippen-finnen Nabij kruising Ottemaweg/Koekoekspaed tussen Raedtsjerk en Hurdegaryp
Bouwepet Halligenweg 23, Munein
Delleboersterheide Aan de Oosterwoldseweg 195
Heide van Allardseach en Bakkensterduinen Jarig van de Wielenwei 2, 9243 SH Bakkeveen
Amerongse bovenpolder Noordoever Nederrijn onder Amerongen
Blauwe Kamer Noordoever Nederrijn tussen Wageningen en Rhenen
Palmerswaard Noordoever Nederrijn ten westen van Rhenen
Plantage Willem 3 Noordoever Nederrijn ten oosten van Elst (Utrecht)
Ballastplaat Strandweg te Lauwersoog
Pampusplaat/Schildhoek Strandweg te Zoutkamp
Boerenpad Strandweg te Zoutkamp
Zoutkamperplaat De Hooge Zuidwal te Zoutkamp
Kollumerwaard Kwelderweg te Warfstermolen
Zomerhuisplaat De Rijsdammen te Kollumerpomp
Ezumakeeg Ezumakeeg te Anjum
Bochtjesplaat Bochtjesplaat te Oostmahorn
Hoek v/d Bant Mr Gerbrandyweg te Anjum
Meinerswijk Meginhardweg te Arnhem
Meggelveld Panheeldersteeg in Thorn
Koningssteen Waterstraat in Thorn
Koeweide Spije/landtong Waage Naak in Wessem
Bunkerhaven Bunkerhaven in Maasbracht
Visplas/Huyskensplas Brandt in Stevensweert
Molenplas Weg langs de Grinderkens in Stevensweert
Perceel a/h Juliakanaal Verlengde oude Maasweg in Stevensweert
Molensteenseplas In’t Broek in Stevenseert
Dilkensplas/Teggerseplas Moeder Magdalenastraat in Ohé en Laak
Schroevendaalseplas Daalderweg/Contelmostraat in Ohé en Laak
Oude Maas Aasterbergerweg in Aasterberg
Vissersweerd Ruitersdijk in Vissersweerd
Elba Grevenbicht Batstraat in Grevenbicht
Koeweide Grevenbicht Dijk in Grevenbicht
Nattenhoven Bergerstraat in Nattenhoven
Meers Koegrienddijkweg/Middelveldjensvoetpad in Meers
Horsterwold Stille Kern Groenewoudseweg 7 3896 LS Zeewolde
Lippenhuisterheide v. Harinxmaweg 1 9244 CJ Beetsterzwaag
Zwaagstergaarden v. Harinxmaweg 1 9244 CJ Beetsterzwaag
Duingebied Dunea Meijendelseweg 34 2243 GN Wassenaar
Duingebied Dunea Haagweg 80 2681 PD Monster
De Rug Maaseikerweg 42 6116 AG Roosteren
Wimmenummerduinen Herenweg 67 1861 PM Bergen
Isabelle Greend Merumerbroekweg 5 6094 CW Herten
Weerterbos Grashutdijk 1 6031 LD Nederweert
Kanaalpark Achter Lunerkampweg 7 5245 NB Rosmalen
Koornwaard Achter Empelsedijk 37 5236 BJ Den Bosch
Grensmaas Tussen Daalstraat en de Maas 6223 BW Maastricht
Pannenhoef Lokkerberg te Rijsbergen
Schiermonnikoog Prins Bernhardweg 2 9166 SH Schiermonnikoog
Noordwaard Tegenover Kroonpad 1 4251 MB Werkendam
Gendtse waard Tussen Waaldijk en Polder 6691 ME Gendt
Brongebied Aalsbeek Aan de Loërdijk 5951 PL Belfeld
Duingebied tussen Egmond aan Zee en Bergen aan Zee Tegenover Herenweg 67 1861 PB Bergen
Ecozone De Klomp Binnenweg 4 6745 XC De Klomp
Goudplaat (Noord-Beveland) Goudplaatweg Kamperland
Hellegatsplaten Bosweg bij nummer 8 3257 KL Ooltgensplaat
Slikken van Flakkee Nabij Bouwdijk bij nummer 25 3248 LA Melissant
Voorpolder Biesterveldwegje 4328 ES Burgh-Haamstede
Vroongronden Vroonweg 4328 ET Burgh-Haamstede
Westerbroekstermadepolder Energieweg 9607 PW Foxhol
Kropswolderbuitenpolder Woldweg 9606 PG Kropswolde
Bourtangerveld Bisschopsweg 9545 TN Bourtange
Ennemaborgh Sebo Ennemaweg Midwolda
Oostvaardersplassen Kitsweg 1 8218 AA Lelystad
Oostvaardersveld Praamweg, Lelystad
Groesplaat Merwededijk 4285 WG Woudrichem
De Houtwiel Schwartzenbergloane 7 9108 AL Broeksterwoude
Twijzelermieden Tsjerkebuorren 72 9286 GC Twijzel
De Falom Haadwei 21 9109 NT De Falom
Laurabossen Lozerweg 119 6006 SR Weert
Kettingdijk Kettingdijk 3 6006 VD Weert
Kempen Ten zuidoosten van de Loozerweg, tegen de Belgische grens en in het noordoosten begrensd door Laurabossen.
Loozerheide Ten noorden van de Kempenweg (N564) en tegen de Boshoverheide, gemeente Weert
Wijfelterbroek Pruiskesweg 16 6006 RT Weert
Graus Tussen de Boberden te Stramproy, de Pruiskesweg te Weert en de Belgische grens
Raamweide Ten oosten van de Pruiskesweg 16, 6006 RT Weert
Kwoaj gaat Ten zuiden van de Bocholterweg te Weert, ten westen van de Pruiskesweg te Weert en ten noorden van De Raam te Weert
Tungelroyse beek Heltenbosdijk 45 6006 RZ Weert
Siendonk Oost Lochtstraat 7 6039 RV Stramproy
‘t Luuëke Lochtstraat 28 6039 RV Stramproy
Abeek Tussen Grensweg te Stramproy en de Belgische grens, ten oosten van Landgoed Broekmolen, Grensweg 8 te Stramproy
Looserplas Sint Barbaraweg 53 6024 AR Budel-Dorplein
Madijk Tegenover Madijk 1 9766 TZ Eelderwolde
Stenhorsten Noord Ten zuiden van Groningerweg 37 9321 TA Peize
Het Wold Kruising tussen Woudrustlaan en Wolddijk in Peize
Eeldermade (Beeld) Tussen de Drentsedijk en de Gouwe, ten noorden van de uitkijktoren Onlanden in Peize
Het Beeld Noordwest (Beeld) Tussen de Drentsedijk en het Eelderdiep, ten noorden van de Verlengde Boterdijk in Peize
Zwarte Made (Beeld) Tussen de Drentsedijk en het Eelderdiep, ten zuiden van de Verlengde Boterdijk in Peize
Het Beeld Zuid (Beeld) Tussen de Noorddijk en de Zuiderdijk, ten westen van de Drentsedijk in Peize
Krammerse Slikken Oude-Tonge, Achthuizen, Ooltgensplaat
Bemmelse waard Rondom Buitenpolder 10 6685 MA Haalderen
Heesseltsche uiterwaarden Rondom Steenfabriek 4063 CE Heesselt
Trekweg Tussen de Praamweg, de Trekweg, de A6 en de Vaartplas, 8218 Lelystad
Afferdense en Deestse uiterwaarden Laarstraat 7 6654 KJ Afferden
Herperduin Schaijkseweg 5 5373 KL Herpen
Maashorst Slabroekseweg 5 5388 PX Nistelrode
Keent Zuijdenhoutstraat 2 5359 NB Ravenstein
Huis ter Heide Zuid Vossenbergseweg 101-109 5048 SP Tilburg
Huis ter Heide Noord Middelstraat 1 5176 NH De Moer
Witte Veen Markslagweg 7 7481 RE Haaksbergen

Bijlage 8. Voorzieningen reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in artikel 6.1

    1. Het bedrijf is voorzien van een verharde plaats die geschikt is om de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, waarmee evenhoevigen op het bedrijf zijn aangevoerd, uit te voeren en die de gehele lengte van het vervoermiddel beslaat, in voorkomende gevallen inclusief geopende laadklep.
    1. De plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen.
    1. Op de plaats, bedoeld onder 1, is er beschikking over voldoende water om de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen uit te kunnen voeren.
    1. De plaats, bedoeld onder 1, kan op zodanige wijze worden verlicht dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen te allen tijde onbelemmerd en naar behoren kan plaatsvinden.
    1. Op het bedrijf zijn, in de nabijheid van de plaats bedoeld onder 1, voorzieningen aanwezig waarmee ontsmettingsmiddelen kunnen worden toegepast.
    1. Op het bedrijf zijn in de nabijheid van de plaats bedoeld onder 1, voldoende reinigings- en ontsmettingsmiddelen aanwezig die voor dat doel op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten.
    1. Op het bedrijf is een voorziening aanwezig waar de chauffeurs van de vervoermiddelen die evenhoevigen op het bedrijf lossen hun handen kunnen wassen met warm water en zeep en kunnen drogen.
    1. Op het bedrijf is een voorziening aanwezig voor het reinigen van de gebruikte laarzen of worden bedrijfseigen laarzen gebruikt en zijn bedrijfsoveralls beschikbaar.

Bijlage 9. Aangewezen besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 6.3

Voor evenhoevigen:

  • –. mond- en klauwzeer;
  • –. klassieke varkenspest;
  • –. Afrikaanse varkenspest;
  • –. ziekte van Aujeszky;
  • –. pest bij kleine herkauwers („peste des petits ruminants’);
  • –. Rift Valley koorts;
  • –. schapen- en geitenpokken;
  • –. runderpest.

Voor pluimvee:

  • –. hoogpathogene aviaire influenza;
  • –. Newcastle Disease.

Bijlage 10. Monsterprocedure ten behoeve van het serologisch onderzoek als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, onderdeel a

Aantal varkens in de toevoegstal onderscheidenlijk aantal op het A-bedrijf of C-bedrijf aanwezige varkens van ten minste 25 kg, of de zwaarste dieren die aanwezig zijn op een E-bedrijf: Aantal daarvan te onderzoeken varkens
31 of meer 12
11 tot en met 30 9
7 tot en met 10 7
1 tot en met 6 alle

Bijlage 11. Eisen aan een toevoegstal als bedoeld in artikel 7.1, vierde lid

    1. inrichtingseisen:
  • •. de toevoegstal staat vrij of is inpandig;
  • •. de toevoegstal ligt aan de rand van het bedrijf;
  • •. de inpandige toevoegstal heeft dichte muren en plafonds, met uitzondering van ventilatiekanalen en een deur naar buiten en heeft geen inpandige doorgang naar andere delen van het pand;
  • •. de toevoegstal heeft kelders die niet in verbinding staan met de overige kelders van het bedrijf en een afzonderlijk (mechanisch) ventilatiesysteem voorzien van filterdoek voor het wegvangen van grove stofdelen in uitgaande lucht;
  • •. het materiaal en gereedschap dat in de toevoegstal wordt gebruikt, wordt niet elders in het bedrijf gebruikt;
  • •. de toevoegstal heeft een eigen omkleedruimte, die ruimtelijk gescheiden is van de centrale gang en afdelingen met varkens; en
  • •. de omkleedruimte is voorzien van een wasbak, laarzensets en overalls.
    1. managementeisen:
  • •. de behandelingen, de gegevens betreffende identificatie en registratie, de gegevens betreffende het vervoer en de gegevens van het serologisch onderzoek van in de toevoegstal gehuisveste varkens worden geregistreerd in een van de overige bedrijfsgegevens te onderscheiden administratie (logboek);
  • •. iedere verplaatsing van één of meer varkens uit of naar de toevoegstal wordt afzonderlijk geregistreerd, waarbij wordt vastgelegd op welk tijdstip welk varken wordt verplaatst;
  • •. in de toevoegstal wordt strikt volgens het all-in all out principe gewerkt, d.w.z. na elke ronde wordt de stal gereinigd en ontsmet;
  • •. een ieder die de toevoegstal betreedt, trekt vooraf in de omkleedruimte een daar aanwezige schone overall aan;
  • •. indien een varken gedurende het verblijf in de toevoegstal overlijdt, biedt de varkenshouder het varken overeenkomstig verordening (EU) 2019/627 aan voor sectie om te worden onderzocht op aangewezen besmettelijke dierziekten.

Bijlage 12. Te behalen waarde bij vaccinatie Newcastle disease als bedoeld in de artikelen 7b.36, 7b.37 en 7b.38

1. Vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen

Tabel 1

Bijlage 13. Verklaring van vaccinatie van duiven tegen Newcastle Disease als bedoeld in artikel 8a.5, tweede lid

De volgende persoon:

Naam en voorletters:

Adres, postcode, plaats:

verklaart dat hij/zij eigenaar/houder is van (aantal):..... postduiven. Het de volgende ringnummers:

Datum:......

Handtekening:...

Ondergetekende dierenarts verklaart dat bovengenoemde duiven volgens bijsluiter gevaccineerd zijn tegen paramyxovirus.

Datum
Entstof
Batch nummer
Vervaldatum vaccin
--- ---

Naam, stempel en handtekening van de bevoegde dierenarts

Bijlage 1. Aangewezen diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling houders van dieren

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5b.8a. Erkenning leverancier van injecteerbare transponders
1.

Een aanvraag tot erkenning van een leverancier als bedoeld in artikel 1.58c, eerste lid, van het besluit wordt ingediend bij de minister.

2.

Op een aanvraag wordt binnen een termijn van zes weken beslist. De minister kan de beslissing op de aanvraag eenmaal met zes weken verdagen.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van:

  • a. een bewijs van inschrijving in het handelsregister;
  • b. documenten waarmee de leverancier aantoont injecteerbare transponders te kunnen leveren die voldoen aan de volgende technische voorschriften:
  • 2°. voor runderen, schapen, geiten, varkens, kameelachtigen, hertachtigen en papegaaiachtigen: bijlage II, deel II, bij verordening (EU) nr. 2021/520;
4.

Indien de aanvrager geen onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 wordt bij de aanvraag het bewijs van inschrijving in het handelsregister vervangen door een bewijs waarmee de aanvrager aantoont een rechtspersoon te zijn in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd.

5.

Artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is niet van toepassing op een aanvraag tot erkenning van een leverancier als bedoeld in artikel 1.58c, eerste lid, van het besluit.

Artikel 5b.10a. Registratie overdracht van injecteerbare transponders
1.

De registratie, bedoeld in artikel 1.58c, vijfde lid, van het besluit, wordt gedaan via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt de registratie rechtstreeks bij de minister gedaan indien de injecteerbare transponder wordt overgedragen door een leverancier van injecteerbare transponders.

3.

In afwijking van het eerste lid wordt de registratie gedaan via een instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/963, indien de injecteerbare transponder is bestemd voor aanbrenging bij een paardachtige.

§ 5b.2.3. Aanbrengen van identificatiemiddelen en merken

§ 5b.2.3. Aanbrengen van identificatiemiddelen en merken

Artikel 5b.15a. Bijplaatsen, verwijderen en hergebruiken van injecteerbare transponders
1.

Indien bijplaatsing van een injecteerbare transponder vereist is, wordt dit gedaan binnen een week nadat geconstateerd is dat de injecteerbare transponder niet langer functioneert.

2.

Het bijplaatsen van een injecteerbare transponder bij een hond wordt uitgevoerd door een dierenarts.

3.

Een injecteerbare transponder wordt niet verwijderd.

4.

In afwijking van het derde lid kan een injecteerbare transponder door een dierenarts worden verwijderd indien voor de verwijdering een diergeneeskundige noodzaak bestaat.

5.

De dierenarts registreert de verwijdering of het bijplaatsen van een injecteerbare transponder en de noodzaak daartoe bij de minister via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal. Indien geen elektronisch portaal is aangewezen, wordt de registratie rechtstreeks bij de minister gedaan.

6.

Een injecteerbare transponder wordt niet hergebruikt.

Artikel 5b.15b. Melden verlies, diefstal of onbruikbare injecteerbare transponder
1.

Uiterlijk een week na verlies, diefstal of het onbruikbaar worden van een injecteerbare transponder, doet degene die de injecteerbare transponder direct voorafgaande aan het verlies of de diefstal bezat onderscheidenlijk in het bezit is van de onbruikbaar geraakte injecteerbare transponder hiervan melding bij de minister via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal.

2.

De melding wordt rechtstreeks bij de minister gedaan:

  • a. indien geen elektronisch portaal is aangewezen;
  • b. de injecteerbare transponder in het bezit is onderscheidenlijk was van een leverancier van injecteerbare transponders.
3.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de melding gedaan via een instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/963, indien de melding betrekking heeft op een injecteerbare transponder die is bestemd voor een paardachtige.

Afdeling 5b.3. Regels identificatiemiddelen en merken voor diersoorten

§ 5b.2.4. Nadere voorschriften voor injecteerbare transponders

§ 5b.3.2. Schapen en geiten

§ 5b.3.3. Varkens

§ 5b.3.4. Paardachtigen

§ 5b.3.5. Kameel- of hertachtigen

Artikel 5b.43a. Termijn voor het aanbrengen van injecteerbare transponders
1.

Een injecteerbare transponder wordt bij een hond aangebracht uiterlijk:

  • a. zeven weken na de geboorte van de hond; of
  • b. twee weken nadat de hond is verkregen door een inrichting als bedoeld in artikel 3.7 van het besluit, waarin gezelschapsdieren worden gehouden ten behoeve van opvang.
2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt de injecteerbare transponder aangebracht voordat de hond aan een andere houder wordt overgedragen.

Artikel 5b.43b. Locatie aanbrengen injecteerbare transponders

Bij een hond wordt een injecteerbare transponder onderhuids aan de linkerzijde van de hals of aan de dorsale zijde tussen de schouderbladen aangebracht.

Afdeling 5b.4. Regels over het doorgeven van gegevens aan het geautomatiseerde gegevensbestand

§ 5b.3.6. Honden

Afdeling 5b.4a. Regels over registraties door houders van honden

Artikel 5b.68a. Registraties door de houder van een hond
1.

De registratie, bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, van het besluit, vindt plaats binnen een week nadat bij de hond een injecteerbare transponder is aangebracht en in ieder geval voordat de hond aan een andere houder wordt overgedragen.

2.

Bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeld:

  • a. de geboortedatum van de hond;
  • b. de identificatiecode van de hond;
  • c. de identificatiecode van het moederdier van de hond; en
  • d. het registratienummer van de houder.
3.

De overdragende houder registreert binnen twee weken na overdracht van de hond bij de minister via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal:

  • a. de datum van overdracht;
  • b. de identificatiecode van de hond; en
  • c. het registratienummer van de houder, voor zover verstrekt.
4.

De opvolgende houder registreert binnen twee weken na de overdracht van de hond bij de minister via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal:

  • a. de naam en het adres van de houder;
  • b. de datum van overdracht;
  • c. de identificatiecode van de hond; en
  • d. het registratienummer van de houder, voor zover verstrekt.
5.

Binnen twee weken na het overlijden of zo spoedig mogelijk na de blijvende vermissing van een hond doet de houder van een hond hiervan een registratie bij de minister via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal.

6.

Bij de registratie, bedoeld in het vijfde lid, wordt vermeld:

  • a. de datum van overlijden of blijvende vermissing;
  • b. de identificatiecode van de hond; en
  • c. het registratienummer van de houder, voor zover verstrekt.
7.

Indien geen elektronisch portaal is aangewezen, worden de registraties, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, rechtstreeks bij de minister gedaan.

Artikel 5b.68b. Registratie van een hond die is verkregen zonder injecteerbare transponder of identificatiedocument of registratie van een geïmporteerde hond
1.

Het registreren van een hond, bedoeld in artikel 3.30, tweede lid, onderdelen a en b, van het besluit vindt plaats uiterlijk twee weken nadat de hond is verkregen onderscheidenlijk in Nederland is gebracht.

3.

Bij de registratie, bedoeld in artikel 3.30, tweede lid, onderdeel b, van het besluit, wordt vermeld:

  • a. de datum waarop de hond in Nederland is gebracht;
  • b. de identificatiecode van de hond;
  • c. het registratienummer van de houder;
  • e. het praktijkadres van de dierenarts;
  • f. de identificatiecode van het identificatiedocument van de hond;
  • h. het nummer van het gezondheidscertificaat, indien beschikbaar; en
  • i. het land van herkomst van de hond.

§ 5b.4a.1. Registraties via een aangewezen elektronisch portaal

Artikel 5b.68c. Registratie van houders van honden bij de minister
1.

De registraties, bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, onderdelen a en b, van het besluit, vinden plaats uiterlijk:

  • a. zeven weken na de geboorte van de hond; onderscheidenlijk
  • b. twee weken na het in Nederland brengen van de hond.
2.

De registratie van de houder wordt in ieder geval gedaan voorafgaand aan het aanbrengen van de injecteerbare transponder bij de hond.

3.

Bij de registratie vermeldt de houder zijn naam, adres en burgerservicenummer.

4.

De registratie wordt gedaan met een middel dat daartoe door de minister ter beschikking is gesteld.

Afdeling 5b.5. Regels over identificatiedocumenten en verplaatsingsdocumenten

§ 5b.4a.2. Registraties bij de minister

§ 5b.5.1. Runderen

§ 5b.5.2. Schapen en geiten

§ 5b.5.3. Varkens

§ 5b.5.4. Paardachtigen

Artikel 5b.73a. Identificatiedocument hond
1.

De termijn, bedoeld in artikel 3.28, tweede lid, onderdeel b, van het besluit, is uiterlijk zeven weken na de geboorte van de hond.

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt de hond in elk geval voorafgaand aan de overdracht voorzien van een identificatiedocument.

3.

Voordat een dierenarts een identificatiedocument voor een hond afgeeft identificeert de houder zich bij de dierenarts met het registratienummer van de houder.

4.

De dierenarts die een identificatiedocument heeft afgegeven voor een hond registreert binnen twee werkdagen bij de minister via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal:

  • a. de datum waarop het identificatiedocument is afgegeven;
  • b. de identificatiecode van het identificatiedocument;
  • d. het praktijkadres van de dierenarts; en
  • e. de identificatiecode van het vorige identificatiedocument, indien van toepassing;
  • f. de identificatiecode van de hond;
  • g. de geboortedatum van de hond, indien eerder onjuist geregistreerd;
  • h. het land van herkomst van de hond of, in voorkomende gevallen, dat het land van herkomst onbekend is; en
  • i. het registratienummer van de houder van de hond.
5.

Bij de overdracht van een hond draagt de houder het identificatiedocument van de hond over aan de opvolgende houder.

Artikel 5b.73b. Identificatiedocument kat en fret

Artikel 5b.73a, vierde lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, is van overeenkomstige toepassing op het afgeven van een identificatiedocument voor een kat of een fret.

Afdeling 5b.6. Overige bepalingen

§ 5c.1. Bijeenbrengen van dieren

§ 5c.1. Bijeenbrengen van dieren

§ 5c.2. Erkend verzamelcentrum voor de Nederlandse markt

Hoofdstuk 5d. Handel met derde landen van dieren

Hoofdstuk 6. Reinigen en ontsmetten

§ 7.1. Vervoer van en naar locaties met varkens

Hoofdstuk 7a. Gezondheidsvoorschriften houden van runderen voor de productie

Hoofdstuk 7a. Gezondheidsvoorschriften houden van runderen voor de productie

§ 7b.1. Welzijnsvoorschriften verzorging vleeskuikens

§ 7b.2. Handelsnormen pluimvee

§ 7b.2. Handelsnormen pluimvee

§ 7b.2.2. Monitoring mycoplasma spp. en salmonella-serotypen

§ 7b.2.3. Vaccinatie en monitoring Newcastle disease

§ 7b.2.4. Monitoring zoönotische Salmonella

§ 7b.2.4.1. Algemeen

§ 7b.3.4. Monitoring zoönotische Salmonella

§ 7b.3.4. Monitoring zoönotische Salmonella

Hoofdstuk 7c. Houden van schapen voor de productie

§ 7c.1. Gezondheidsvoorschriften

Hoofdstuk 8. Bedrijfsmatig houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden

Hoofdstuk 8a. Het houden en bijeenbrengen van evenhoevigen, pluimvee of in gevangenschap levende vogels voor vertoning

§ 8a.1. Tentoonstellen en keuren van runderen, schapen of geiten

§ 8a.2. Tentoonstellen, keuring en wedvluchten van pluimvee of in gevangenschap levende vogels

Hoofdstuk 8a. Het houden en bijeenbrengen van evenhoevigen, pluimvee of in gevangenschap levende vogels voor vertoning

§ 8a.1. Tentoonstellen en keuren van runderen, schapen of geiten

§ 8a.2. Tentoonstellen, keuring en wedvluchten van pluimvee of in gevangenschap levende vogels

§ 8a.2. Tentoonstellen, keuring en wedvluchten van pluimvee of in gevangenschap levende vogels

Hoofdstuk 8c. Verplaatsing waterdieren naar lidstaten

Hoofdstuk 9. Overige bepalingen

Hoofdstuk 8c. Verplaatsing waterdieren naar lidstaten

Hoofdstuk 9. Overige bepalingen

Bijlage 1. Aangewezen diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling houders van dieren

Positieflijst huisdierenlijst

Diersoorten die zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren die gehouden kunnen worden zonder toepassing van soortspecifieke houderijvoorschriften.

Tabel 2

Diersoorten die zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren, die gehouden kunnen worden met toepassing van soortspecifieke houderijvoorschriften.

Bijlage 1. Aangewezen diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling houders van dieren

Bijlage 1. Aangewezen diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling houders van dieren

Bijlage 4. Protocol voor de monitoring van voetzoollaesies aan vleeskuikens in het slachthuis met behulp van een digitaal meetsysteem als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Regeling houders van dieren

    1. In het slachthuis is een rapport aanwezig van een onafhankelijke kennisinstelling of instantie, waaruit blijkt dat het digitale meetsysteem zodanig werkt dat de scores een score oplevert die vergelijkbaar is met de score van een visuele beoordeling die aan de hand van de scorekaart is uitgevoerd. In het rapport is een beschrijving door de kennisinstelling of de instantie opgenomen van de wijze waarop dit is vastgesteld.
    1. Het camerasysteem meet ten minste 70% van de poten van elk koppel.
    1. De percentages per klasse en de eindscores worden minimaal 1 keer per werkdag door het systeem opgeleverd, door het slachthuis verwerkt en aan de pluimveeveehouder doorgegeven.
    1. Het slachthuis treft maatregelen om het digitale meetsysteem en de daarbij gebruikte software te beschermen tegen willekeurige wijzigingen.
    1. Het slachthuis zorgt ervoor dat het systeem zodanig wordt onderhouden dat het goed blijft functioneren. Indien het systeem gebreken of defecten vertoont meldt het slachthuis dit aan de leverancier of de fabrikant en de betrokken pluimveehouders.

Bijlage 1. Aangewezen diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling houders van dieren

Vervallen

Bijlage 1. Aangewezen diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling houders van dieren

Vervallen

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 3. Protocol voor de visuele monitoring van voetzoollaesies aan vleeskuikens in het slachthuis als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel a, van de Regeling houders van dieren

    1. Deze monitoring wordt uitgevoerd in het slachthuis waar het koppel vleeskuikens of het grootste deel ervan wordt geslacht.
    1. De monitoring wordt uitgevoerd door hiervoor opgeleide slachthuismedewerkers, onder toezicht van de minister.
    1. 100 vleeskuikens per koppel (per stal) worden beoordeeld, waarvan 50 kuikens rond de verwerking van 30% van het koppel, en 50 kuikens rond de verwerking van 60% van het koppel.
    1. Alleen de rechter poot van elk vleeskuiken van de steekproeven wordt beoordeeld. Hiervoor worden de te monitoren poten van de slachtlijn gehaald en verzameld.
    1. De medewerker baseert zijn beslissingen over de indeling van de poten in 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) op de inhoud van de daarvoor aan hem verstrekte scorekaart en stelt de totaalscore voor het koppel vast met gebruikmaking van de formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0)x0 + (aantal dieren klasse 1)x0,5 + (aantal dieren klasse 2)x2
    1. Deze gegevens worden door het slachthuis geregistreerd en doorgegeven aan de houder.

Bijlage 4. Protocol voor de monitoring van voetzoollaesies aan vleeskuikens in het slachthuis met behulp van een digitaal meetsysteem als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Regeling houders van dieren

    1. In het slachthuis is een rapport aanwezig van een onafhankelijke kennisinstelling of instantie, waaruit blijkt dat het digitale meetsysteem zodanig werkt dat de scores een score oplevert die vergelijkbaar is met de score van een visuele beoordeling die aan de hand van de scorekaart is uitgevoerd. In het rapport is een beschrijving door de kennisinstelling of de instantie opgenomen van de wijze waarop dit is vastgesteld.
    1. Het camerasysteem meet ten minste 70% van de poten van elk koppel.
    1. De percentages per klasse en de eindscores worden minimaal 1 keer per werkdag door het systeem opgeleverd, door het slachthuis verwerkt en aan de pluimveeveehouder doorgegeven.
    1. Het slachthuis treft maatregelen om het digitale meetsysteem en de daarbij gebruikte software te beschermen tegen willekeurige wijzigingen.
    1. Het slachthuis zorgt ervoor dat het systeem zodanig wordt onderhouden dat het goed blijft functioneren. Indien het systeem gebreken of defecten vertoont meldt het slachthuis dit aan de leverancier of de fabrikant en de betrokken pluimveehouders.

Bijlage 5. Protocol voor het monitoren van voetzoollaesies aan levende dieren op vleeskuikenbedrijven als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel b, van de Regeling houders van dieren

    1. Deze monitoring wordt uitgevoerd op het bedrijf zelf, maximaal 5 dagen voordat het koppel wordt geslacht. Het betreft koppels die geëxporteerd worden en waar geen meting van voetzoollaesies plaatsvindt in het slachthuis van bestemming, of koppels die in kleine slachthuizen in Nederland worden geslacht.
    1. De opgeleide controleur, bedoeld in artikel 6.5 derde lid, onderdeel b, heeft in elk geval de Cursus monitoring voetzoollaesies of een gelijkwaardige cursus met goed gevolg afgesloten, en is geen werknemer van de pluimveehouder voor wie de beoordeling wordt uitgevoerd.
    1. Per stal worden 100 levende vleeskuikens beoordeeld, waarbij ten minste 4 steekproeven in de stal (bijvoorbeeld 4 keer 25 dieren) worden genomen, genomen op locaties verdeeld over de stal, minimaal 2 locaties tegen de muur en de overige locaties tussen voer- en drinklijnen in. Zie voorbeeld hieronder.
    1. De controleur maakt gebruik van extra verlichting (zoals een hoofdlamp) en van een vanghek om dubbele metingen te voorkomen. Hiervoor kan hij de kuikens merken met bv. watervaste stift (op de poot, of vleugels).
    1. Het schoonmaken van de poten met borstel en sop wordt afgeraden, na het afwrijven van de mest van de poot heeft men een redelijk beeld van de conditie van de poten.
    1. In de steekproeven wordt alleen de rechter poot van elk vleeskuiken beoordeeld.
    1. De controleur baseert zijn beslissingen over de indeling van de poten in 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) op de inhoud van de daarvoor aan hem verstrekte scorekaart.
    1. De controleur registreert het aantal vleeskuikens in de 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) en geeft dit door aan de houder, alsmede de totaalscore van het koppel.
    1. Deze wordt berekend met onderstaande formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0)x0 + (aantal dieren klasse 1)x0.5 + (aantal dieren klasse 2)x2

Bijlage 6. als bedoeld in de artikelen 5b.31, eerste lid, en 5b.34, eerste lid

Bijlage 7. als bedoeld in artikel 5b.40

Vervallen

Tabel 2

2. Vleeskuikens en vleeskalkoenen

Bijlage 10. Monsterprocedure ten behoeve van het serologisch onderzoek als bedoeld in de artikelen 7.1, eerste lid, onderdeel a, en 7.3, eerste lid

Aantal varkens in de toevoegstal onderscheidenlijk aantal op het A-bedrijf of C-bedrijf aanwezige varkens van ten minste 25 kg, of de zwaarste dieren die aanwezig zijn op een E-bedrijf: Aantal daarvan te onderzoeken varkens
31 of meer 12
11 tot en met 30 9
7 tot en met 10 7
1 tot en met 6 alle

Bijlage 11. Eisen aan een toevoegstal als bedoeld in artikel 7.1, vierde lid

    1. inrichtingseisen:
  • •. de toevoegstal staat vrij of is inpandig;
  • •. de toevoegstal ligt aan de rand van het bedrijf;
  • •. de inpandige toevoegstal heeft dichte muren en plafonds, met uitzondering van ventilatiekanalen en een deur naar buiten en heeft geen inpandige doorgang naar andere delen van het pand;
  • •. de toevoegstal heeft kelders die niet in verbinding staan met de overige kelders van het bedrijf en een afzonderlijk (mechanisch) ventilatiesysteem voorzien van filterdoek voor het wegvangen van grove stofdelen in uitgaande lucht;
  • •. het materiaal en gereedschap dat in de toevoegstal wordt gebruikt, wordt niet elders in het bedrijf gebruikt;
  • •. de toevoegstal heeft een eigen omkleedruimte, die ruimtelijk gescheiden is van de centrale gang en afdelingen met varkens; en
  • •. de omkleedruimte is voorzien van een wasbak, laarzensets en overalls.
    1. managementeisen:
  • •. de behandelingen, de gegevens betreffende identificatie en registratie, de gegevens betreffende het vervoer en de gegevens van het serologisch onderzoek van in de toevoegstal gehuisveste varkens worden geregistreerd in een van de overige bedrijfsgegevens te onderscheiden administratie (logboek);
  • •. iedere verplaatsing van één of meer varkens uit of naar de toevoegstal wordt afzonderlijk geregistreerd, waarbij wordt vastgelegd op welk tijdstip welk varken wordt verplaatst;
  • •. in de toevoegstal wordt strikt volgens het all-in all out principe gewerkt, d.w.z. na elke ronde wordt de stal gereinigd en ontsmet;
  • •. een ieder die de toevoegstal betreedt, trekt vooraf in de omkleedruimte een daar aanwezige schone overall aan;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)