← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, kenmerk 694624-130150-WJZ, houdende nadere regels op grond van de Jeugdwet (Regeling Jeugdwet)

Geldende tekst a fecha 2021-06-09

Gelet op de artikelen 1.1, 2.10, 4.3.1, derde lid, 5.3, tweede lid, 7.2.5, 7.4.5, 8.1.2, 8.3.1, van de Jeugdwet en de artikelen 7.5.4, 8.3, 8.1.2, 8.2.2 en 8.2.4 van het Besluit Jeugdwet;

Besluiten:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Gekwalificeerde gedragswetenschapper

Artikel 2

Als categorieën van gekwalificeerde gedragswetenschappers worden aangewezen:

§ 3. Cliëntervaringsonderzoek

Artikel 3
1.

Een onderzoek dat wordt ingesteld op grond van artikel 2.10 van de wet juncto artikel 2.5.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 bestaat mede uit een ervaringsonderzoek onder ten minste een representatief te achten aantal personen:

2.

Voor het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van een vragenlijst die ten minste ingaat op hoe personen als bedoeld in het eerste lid:

§ 4. Maatschappelijke en financiële verantwoording

Artikel 4.1
1.

Artikel 4.3.1, eerste lid, van de wet alsmede de artikelen 4.2, 4.3 en 4.4 van deze regeling zijn niet van toepassing op jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel 2°, van de wet.

2.

In afwijking van artikel 4.2 tot en met 4.4 is op de jaarverslaggeving van een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel 1°, van de wet of van een gecertificeerde instelling het bepaalde in de Regeling verslaggeving WTZi van overeenkomstige toepassing, indien die jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling tevens een zorginstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van die regeling.

Artikel 4.2
1.

De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling stellen een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op waarin de eigen financiële gegevens zijn opgenomen en waaraan de gegevens, bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, zijn bijgevoegd.

2.

Op de jaarverslaggeving van de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling is Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de afdelingen 1, 11 en 12 voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald.

3.

In afwijking van of in aanvulling op Boek 2, titel 9, van het Burgerlijk Wetboek:

4.

In afwijking van het derde lid, onderdeel a, wordt over het verslagjaar 2018 de jaarverslaggeving ingericht overeenkomstig de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder hoofdstuk 640, of met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk 655.

Artikel 4.3
1.

De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling stellen de jaarverslaggeving en een jaardocument op dat ten minste een verantwoordingsdocument, het verslag, bedoeld in artikel 4.3.1 van de wet en andere informatie die wordt verstrekt op grond van het model, bedoeld in het derde lid, bevat.

2.

De jaarverslaggeving en het jaardocument worden jaarlijks uiterlijk vijf maanden na het verstrijken van het jaar waarop zij betrekking hebben ter inzage gelegd en op verzoek van de Ministers aan hen en aan derden verstrekt. In afwijking van de vorige zin worden de jaarverslaggeving en het jaardocument over de verslagjaren 2019 of 2020 uiterlijk vóór 1 oktober 2020, respectievelijk 1 oktober 2021 ter inzage gelegd en op verzoek van de Ministers aan hen en aan derden verstrekt.

3.

De jaarverslaggeving en het jaardocument worden opgesteld met gebruikmaking van het model dat is te verkrijgen via de website www.jaarverantwoordingzorg.nl.

4.

De Ministers stellen jaarlijks uiterlijk voor 1 oktober na overleg met betrokken partijen het model voor het volgende verslagjaar vast en kunnen dit model tussentijds herzien.

Artikel 4.4
1.

Het bestuur van een jeugdhulpaanbieder levert de Jaarverantwoording Jeugd vóór 1 juni van het jaar volgend op het verslagjaar, met gebruikmaking van het elektronisch platform DigiMV, aan bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg. De Jaarverantwoording Jeugd bestaat uit:

2.

De ministers kunnen het bestuur van een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling in geval van overmacht uitstel van indiening verlenen op een gemotiveerd verzoek dat vóór 1 april van het jaar, volgend op het verslagjaar, in elektronische vorm via het e-mailadres meldpunt@igj.nl moet zijn ingediend. Een uitstel dat naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in de vorige zin is verleend, geldt tevens voor de verplichtingen, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid.

3.

In afwijking van het eerste lid wordt de Jaarverantwoording Jeugd over de verslagjaren 2019 of 2020 aangeleverd vóór 1 oktober 2020, respectievelijk 1 oktober 2021, en hoeven over dat verslagjaar de gegevens, bedoeld in artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de Wet normering topinkomens, niet te worden aangeleverd met gebruikmaking van het elektronisch platform DigiMV. In afwijking van het tweede lid kan een verzoek om uitstel van indiening van de Jaarverantwoording Jeugd over de verslagjaren 2019 of 2020 worden ingediend vóór 15 juli 2020, respectievelijk 15 juli 2021.

§ 5. Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Artikel 5.1
1.

Het in artikel 5.3, eerste lid, van de wet bedoelde basisbedrag van de vergoeding voor de verzorging en opvoeding van een pleegkind is het bedrag, genoemd in onderdeel a van bijlage 1 bij deze regeling.

2.

Het basisbedrag kan worden verminderd voor de periode gedurende welke een pleegkind als gevolg van bijzondere omstandigheden tijdelijk niet bij de pleegouder verblijft. Alsdan worden de door de pleegouder werkelijk gemaakte noodzakelijke kosten vergoed tot ten hoogste het basisbedrag.

Artikel 5.2
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, wordt vermeerderd met een toeslag ter hoogte van het bedrag, genoemd in onderdeel b van bijlage 1 bij deze regeling:

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt het basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, vermeerderd met een door de pleegzorgaanbieder vast te stellen toeslag van ten hoogste het bedrag, genoemd in onderdeel c van bijlage 1 bij deze regeling, voor de door de pleegouder ten behoeve van een pleegkind met een verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke beperking gemaakte kosten, voor zover:

3.

De toeslag die noodzakelijk is voor het dekken van de kosten, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt gedurende een door de pleegzorgaanbieder te bepalen periode.

Artikel 5.3

De pleegzorgaanbieder verstrekt een door de pleegzorgaanbieder vast te stellen vergoeding voor bijzondere kosten voor het pleegkind ingeval sprake is van een pleegoudervoogd dan wel een pleegouder die een pleegkind opvangt in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel, voor zover:

Artikel 5.4

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, en de toeslagen, bedoeld in artikel 5.2, worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de wijze, bedoeld in onderdeel d van bijlage 1 bij deze regeling.

§ 6. Beveiligingseisen gegevensverwerking

Artikel 6

De beveiliging van de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 7.2.1 en 7.2.4 van de wet, voldoet aan NEN-ISO-IEC 27001 en NEN-ISO-IEC 27002 of aan daaraan gelijkwaardige normen.

§ 7. Beleidsinformatie

Artikel 7

De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling verstrekken aan het Centraal Bureau voor de Statistiek structureel de gegevens, bedoeld in artikel 7.5.1, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet, op de wijze beschreven in bijlage 2 bij deze regeling.

§ 8. Persoonsgebonden budget

Artikel 8

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

§ 9. Slotbepalingen

Artikel 9.1

De Regeling beleidsinformatie jeugdzorg 2011 blijft nadat zij met ingang van 1 januari 2015 is vervallen, van toepassing op informatieverstrekkingen met betrekking tot de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 9.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2014, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2015.

Artikel 9.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Jeugdwet.

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd

Inhoudsopgave

1. Inleiding

1.1. Aanleiding

In 2015 treedt de Jeugdwet in werking. Onderdeel van de Jeugdwet is een regeling voor beleidsinformatie. Deze regeling bepaalt welke gegevens worden verwerkt, door wie, met welk doel, op welke wijze ze worden verstrekt en aan wie. De beleidsinformatie in de Jeugdwet betreft informatie over het jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daartoe verstrekken jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen op persoonsniveau gegevens. De Jeugdwet bepaalt dat deze gegevens aangeleverd worden bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze opdat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daartoe door het CBS zijn geautoriseerd.

De gegevensverstrekking vindt plaats zodat gemeenten doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid kunnen voeren ten aanzien van preventie, jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gegevensverstrekking vindt voorts plaats zodat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) een zorgvuldig en samenhangend jeugdbeleid kunnen voeren en hun stelselverantwoordelijkheid kunnen waarborgen.

1.2. Doel en beheer

In het Besluit Jeugdwet ligt vast welke gegevens de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken aan CBS ten behoeve van de beleidsinformatie voor gemeenten, VWS en VenJ. In onderstaande tabel is aangegeven om welke gegevens het gaat. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf de gegevens worden uitgewerkt.

Om er voor te zorgen dat de gegevens op de juiste wijze worden aangeleverd, zowel qua inhoud als qua proces, is er dit informatieprotocol. Het informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk welke definities de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen te hanteren en hoe zij deze gegevens aanleveren bij CBS.

Het informatieprotocol wordt beheerd door het ministerie van VWS. In praktijk vindt het beheer plaats in samenwerking met:

Jaarlijks wordt bezien of wijzigingen in het informatieprotocol nodig zijn, bijvoorbeeld om begrippen of procedures te verhelderen of aan te passen.

Inhoudsopgave

Alle jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente jeugdhulp bieden, respectievelijk uitvoering geven aan de kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen jeugdreclassering dienen gegevens aan het CBS te leveren voor de beleidsinformatie. Het maakt daarbij niet uit of de jeugdhulp vrij toegankelijk is of niet. Het betreft alleen de jeugdhulp die in natura wordt geboden. Over jeugdhulp die wordt geboden op basis van een persoonsgebonden budget hoeven de jeugdhulpaanbieders geen gegevens bij het CBS aan te leveren. In veel gemeenten worden wijk- of buurtteams opgericht. Deze teams kunnen diverse functies vervullen. Indien de wijk- of buurtteams jeugdhulp bieden conform de definities van de Jeugdwet, dan dienen zij daarover gegevens aan te leveren bij het CBS. Er hoeven geen gegevens te worden aangeleverd aan CBS over de toeleidings- of verwijzingstaken (toegangstaken), over de preventieve inzet of informatie & advies.

In veel gemeenten worden wijk- of buurtteams opgericht. Deze teams kunnen diverse functies vervullen. Indien de wijk- of buurtteams jeugdhulp bieden conform de definities van de Jeugdwet, dan dienen zij daarover gegevens aan te leveren bij CBS. Er hoeven geen gegevens te worden aangeleverd aan CBS over de toeleidings- of verwijzingstaken (toegangstaken), over de preventieve inzet of informatie & advies.

1. Inleiding

De gegevensverstrekking vindt plaats zodat gemeenten doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid kunnen voeren ten aanzien van preventie, jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gegevensverstrekking vindt voorts plaats zodat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) een zorgvuldig en samenhangend jeugdbeleid kunnen voeren en hun stelselverantwoordelijkheid kunnen waarborgen.

1.2. Doel en beheer

2. Gegevens over de jeugdige

Om er voor te zorgen dat de gegevens op de juiste wijze worden aangeleverd, zowel qua inhoud als qua proces, is er dit informatieprotocol. Het informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk welke definities de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen te hanteren en hoe zij deze gegevens aanleveren bij CBS.

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Om er voor te zorgen dat de gegevens op de juiste wijze worden aangeleverd, zowel qua inhoud als qua proces, is er dit informatieprotocol. Het informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk welke definities de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen te hanteren en hoe zij deze gegevens aanleveren bij CBS.

Het informatieprotocol wordt beheerd door het ministerie van VWS. In praktijk vindt het beheer plaats in samenwerking met:

Jaarlijks wordt bezien of wijzigingen in het informatieprotocol nodig zijn. Inhoudelijke wijzigingen vinden alleen plaats indien dit strikt noodzakelijk is.

1.3. Wie dienen er beleidsinformatie aan te leveren?

PLAATS: .........................

verklaren:

verklaren:

Deel 1. Gegevensdefinities

DATUM: .........................

verklaren:

PLAATS: .........................

Informatieprotocol

Versie 6

Beleidsinformatie Jeugd

Handtekening zorgaanbieder

Handtekening zorgaanbieder

Op 1-1-2015 is de Jeugdwet in werking getreden. Onderdeel van de Jeugdwet is een regeling voor beleidsinformatie. Deze regeling bepaalt welke gegevens worden verwerkt, door wie, met welk doel, op welke wijze ze worden verstrekt en aan wie. De beleidsinformatie in de Jeugdwet betreft informatie over het jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daartoe verstrekken jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen op persoonsniveau gegevens. In het Besluit Jeugdwet, artikel 7.5.1, staat dat deze gegevens aangeleverd worden bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze opdat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) worden niet openbaar gemaakt. Het CBS levert wel de eigen gegevens aan instellingen in de vorm van een gestructureerde spiegelrapportage terug. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daartoe door het CBS zijn geautoriseerd onder de geldende privacy-voorwaarden van de CBS-wet en de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.

De gegevensverstrekking vindt plaats opdat gemeenten doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid kunnen voeren ten aanzien van preventie, jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gegevensverstrekking vindt voorts plaats opdat het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) een zorgvuldig en samenhangend jeugdbeleid kunnen voeren en hun stelselverantwoordelijkheid kunnen waarborgen.

In het Besluit Jeugdwet ligt vast welke gegevens de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken aan het CBS ten behoeve van de beleidsinformatie voor gemeenten, VWS en JenV. In onderstaande tabel is aangegeven om welke gegevens het gaat. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf de gegevens worden uitgewerkt.

In het Besluit Jeugdwet ligt vast welke gegevens de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken aan het CBS ten behoeve van de beleidsinformatie voor gemeenten, VWS en JenV. In onderstaande tabel is aangegeven om welke gegevens het gaat. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf de gegevens worden uitgewerkt.

1. Inleiding

Het informatieprotocol wordt beheerd door het Ministerie van VWS. In praktijk vindt het beheer plaats in samenwerking met:

1.3. Wie dienen beleidsinformatie aan te leveren?

Alle jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente jeugdhulp bieden, respectievelijk uitvoering geven aan de kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen jeugdreclassering dienen gegevens aan het CBS te leveren voor de beleidsinformatie. De jeugdhulpaanbieder die daadwerkelijk (een deel van) de jeugdhulp levert, is de organisatie die de data hierover aanlevert bij het CBS. Dus in geval van het werken in onderaannemerschap, levert de onderaannemer zelf de data over de eigen geleverde jeugdhulp. De hoofdaannemer levert deze data dan dus niet. Het betreft alleen de jeugdhulp die in natura wordt geboden. Over jeugdhulp die wordt geboden op basis van een persoonsgebonden budget (PGB) dienen de jeugdhulpaanbieders geen gegevens bij het CBS aan te leveren.

Alle jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente jeugdhulp bieden, respectievelijk uitvoering geven aan de kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen jeugdreclassering dienen gegevens aan het CBS te leveren voor de beleidsinformatie. De jeugdhulpaanbieder die daadwerkelijk (een deel van) de jeugdhulp levert, is de organisatie die de data hierover aanlevert bij het CBS. Dus in geval van het werken in onderaannemerschap, levert de onderaannemer zelf de data over de eigen geleverde jeugdhulp. De hoofdaannemer levert deze data dan dus niet. Het betreft alleen de jeugdhulp die in natura wordt geboden. Over jeugdhulp die wordt geboden op basis van een persoonsgebonden budget (PGB) dienen de jeugdhulpaanbieders geen gegevens bij het CBS aan te leveren.

In veel gemeenten zijn wijk- of buurtteams opgericht. Deze teams kunnen diverse functies vervullen. Indien de wijk- of buurtteams jeugdhulp bieden conform de definities van de Jeugdwet, dan dienen zij daarover gegevens aan te leveren bij het CBS. Er hoeven geen gegevens te worden aangeleverd aan het CBS over de toeleidings- of verwijzingstaken (toegangstaken), over de preventieve inzet of informatie & advies. Zie voor het onderscheid tussen preventie en jeugdhulp ook de leidraad toegang preventief-ambulant.

Zie de link: https://jeugdmonitor.cbs.nl/publicaties/Leidraad-toegang-preventief-ambulant

Het informatieprotocol bestaat uit drie delen:

Deel 1. Gegevensdefinities

Het informatieprotocol is onderdeel van de op de Jeugdwet gebaseerde Regeling Jeugdwet.

Voor de beleidsinformatie jeugd worden gegevens over de jeugdige uitgevraagd om de informatie op persoonsniveau beschikbaar te hebben. Op deze manier kunnen kruistabellen worden gemaakt tussen kenmerken zoals leeftijd en geslacht en het gebruik van jeugdhulp, of de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Ook is samenloop van diverse vormen van jeugdhulp en inzet vanuit het gedwongen kader op deze manier inzichtelijk te maken. De publicatie van de gegevens zal altijd op geaggregeerd niveau zijn en nooit herleidbaar tot personen. Omdat niet elke jeugdige een BSN heeft, worden ook de geboortedatum en het geslacht uitgevraagd. De postcode wordt uitgevraagd voor controledoeleinden en om de woonplaats van de jeugdige conform het woonplaatsbeginsel aan te duiden.

Zie de link: https://jeugdmonitor.cbs.nl/publicaties/Leidraad-toegang-preventief-ambulant

Voor de beleidsinformatie jeugd worden gegevens over de jeugdige uitgevraagd om de informatie op persoonsniveau beschikbaar te hebben. Op deze manier kunnen kruistabellen worden gemaakt tussen kenmerken zoals leeftijd en geslacht en het gebruik van jeugdhulp, of de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Ook is samenloop van diverse vormen van jeugdhulp en inzet vanuit het gedwongen kader op deze manier inzichtelijk te maken. De publicatie van de gegevens zal altijd op geaggregeerd niveau zijn en nooit herleidbaar tot personen. Omdat niet elke jeugdige een BSN heeft, worden ook de geboor- tedatum en het geslacht uitgevraagd. De postcode wordt uitgevraagd voor controledoelein- den en om de woonplaats van de jeugdige conform het woonplaatsbeginsel aan te duiden.

Toelichting:

Deel 1. Gegevensdefinities

Toelichting:

Jeugdhulp is op grond van bovenstaande definitie beschikbaar voor personen tot 18 jaar. De onderdelen 20 en 30 geven aan welke uitzonderingen daarop gelden.

Toelichting:

Het unieke persoonsnummer waarmee de jeugdige staat ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP).

Toelichting:

Bij wet is geregeld dat het burgerservicenummer(BSN) gebruikt moet worden. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag daarom onbekend worden ingevuld. Indien er geen BSN bekend is, dan wordt in plaats van het BSN de code 999999999 genoteerd. Bij ongeboren kinderen wordt 000000000 genoteerd.

Toelichting:

De geboortedatum van de jeugdige weergegeven als JJJJMMDD.

2.4. Geslacht

Bij sommige jongeren is de exacte geboortedatum niet bekend. Indien de geboortedag niet bekend is, wordt dat aangegeven door JJJJMM00 te noteren. Indien (ook) de geboortemaand niet bekend is, dan wordt dat aangegeven door JJJJ0000 te noteren. Bij ongeboren kinderen wordt 000000000 genoteerd.

Bij wet is geregeld dat het burgerservicenummer(BSN) gebruikt moet worden. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag daarom onbekend worden ingevuld. Indien er geen BSN bekend is, dan wordt in plaats van het BSN de code 999999999 genoteerd. Bij ongeboren kinderen wordt 000000000 genoteerd.

Het geslacht van de jeugdige, waarbij de volgende opties gelden:

Als de postcode niet bekend is, dan volstaat de CBS code van de gemeente.

2.5. Postcode/gemeente ter duiding van de woonplaats

Als de postcode niet bekend is, dan volstaat de CBS code van de gemeente.

Toelichting:

De postcode is nodig om te bepalen aan welke gemeente en wijk de beleidsinformatie over de betreffende jeugdige moet worden toegekend.

Zo veel als mogelijk dient de postcode (6 posities) doorgegeven te worden. Dit is belangrijk om de beleidsinformatie waar mogelijk ook op wijkniveau weer te geven. Uiteraard zullen ook de aantallen per wijk niet tot de persoon herleidbaar zijn en hanteert het CBS hiervoor de geldende privacyregels.

3. Gegevens over jeugdhulp

De beleidsinformatie jeugd richt zich op het inzichtelijk maken van het jeugdhulp-gebruik. Dit houdt in dat jeugdhulpaanbieders een aantal gegevens over de door hen geleverde jeugdhulp dienen aan te leveren. Het gaat om het type jeugdhulp, de start- en einddata, de organisatie die verwezen heeft naar de jeugdhulp en de reden van beëindiging van de jeugdhulp.

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is jeugdhulp:

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is jeugdhulp:

Toelichting:

Alleen over de professionele jeugdhulp in natura dient gerapporteerd te worden aan het CBS. Dit is de jeugdhulp in natura waarvoor de wettelijke kwaliteitseisen van hoofdstuk 4 van de Jeugdwet en de eisen gegevensverwerking uit hoofdstuk 7 gelden. Dat betekent dat geen informatie aan het CBS wordt verstrekt over de toegangsgesprekken, PGB’s en preventie. Dit wordt hieronder nader toegelicht.

Toegang

De gesprekken die een deskundige in de gemeentelijke toegang in het kader van de toeleiding naar en advisering over eventuele jeugdhulp met jeugdigen en ouders voert, worden niet beschouwd als jeugdhulp. Ook als die deskundige preventieve opvoedondersteuning verleent, geldt dit niet als jeugdhulp. Hierover dient dan ook niet aan het CBS te worden gerapporteerd.

Pgb

Zoals in paragraaf 1.3 reeds is opgenomen, betreft het alleen de jeugdhulp die in natura wordt geleverd. Over jeugdhulp die wordt gefinancierd met een PGB dienen geen gegevens aan het CBS te worden verstrekt. Deze gegevens worden integraal door de SVB aan het CBS geleverd.

Toelichting:

3.2. Verwijzer

Zie de link: https://jeugdmonitor.cbs.nl/publicaties/Leidraad-toegang-preventief-ambulant

3.2. Verwijzer

De organisatie of persoon die de jeugdige en/of zijn/haar ouders heeft verwezen naar de jeugdhulp, waarbij de volgende opties gelden:

Toelichting:

Alleen de niet eenduidig uitlegbare opties worden hieronder toegelicht.

3.2. Verwijzer

(04) Jeugdhulp kan ook starten indien een gecertificeerde instelling in het kader van de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering betrokken is bij een jeugdige en bepaalt dat jeugdhulp noodzakelijk is. In het kader van een jeugdreclasseringmaatregel betreft dit de jeugdhulp die niet rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing: 1) jeugdhulp die gedurende een toezicht- en begeleidingstraject wordt ingezet; 2) jeugdhulp die in het kader van vrijwillige toezicht en begeleiding door jeugdreclassering wordt ingezet.

(06) Afhankelijk van de gemeentelijke verordening is het ook mogelijk dat jeugdhulp gestart wordt zonder een verleningbeslissing of een verwijzing; dit betreft dan vrij toegankelijke jeugdhulp.

(08) Op basis van de Jeugdwet kan een rechter alleen verwijzer naar jeugdhulp zijn als sprake is van een strafrechtelijke beslissing (dus bijvoorbeeld een advies van de rechter voor hulp in het kader van een familierechtzaak/gezag- en omgang valt niet onder deze categorie). Het betreft in deze categorie jeugdhulp die rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing: 1) jeugdhulp als bijzondere voorwaardelijke veroordeling, schorsing of OM-afdoening als zodanig in beslissing genomen, evenals jeugdhulp als onderdeel van een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) als zodanig in vonnis opgenomen; 2) jeugdhulp als onderdeel van een Scholings- en TrainingsProgramma (STP) evenals jeugdhulp als onderdeel van een voorwaardelijke beëindiging Plaatsing in Inrichting Jeugdigen (PIJ). Ook hulp voor een 18+jeugdige veroordeeld onder het jeugdstrafrecht, waarbij de volwassenreclassering (3RO) de Toezicht- & Begeleidingsmaatregel uitvoert, valt onder categorie 08 (dit betreft namelijk altijd alleen jeugdhulp die rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing, namelijk jeugdhulp die is opgenomen in het vonnis). Tot slot: met ‘functionaris JJI’ wordt bedoeld de selectiefunctionaris/inrichtingsarts/directeur van een justitiële jeugdinrichting (JJI).

Andere opties dan bovenstaande zijn er niet.

3.3. Hulpvorm

De volgende jeugdhulpvormen worden onderscheiden:

Toelichting

3.4. Perspectief

De beleidsinformatie wordt per jeugdige en per type jeugdhulp (of maatregel) geleverd aan het CBS. Alle jeugdhulp van dezelfde hulpvorm die onderdeel is van één hulpverleningsplan of behandelplan, wordt als één record aan het CBS geleverd. Als een jeugdhulpaanbieder meerdere ambulante modules of programma’s tegelijkertijd of na elkaar aanbiedt, dan gelden deze samen als record waarover aan CBS gegevens moeten worden geleverd. Daarbij is de startdatum van de eerste module de datum aanvang jeugdhulp en de einddatum van de laatste module de datum einde jeugdhulp. Als twee verschillende jeugdhulpaanbieders (kunnen ook wijk- of buurtteams zijn) tegelijkertijd een ambulante module aanbieden, dan leveren zij beiden daarover gegevens aan bij het CBS. Ieder doet dat over de eigen betrokkenheid. Alle hulpverlening en behandeling die gedurende de pleegzorg en het residentiële verblijf plaatsvinden en door dezelfde jeugdhulpaanbieder worden aangeboden, vallen onder de pleegzorg en het residentiële verblijf. Als een andere jeugdhulpaanbieder in deze situatie een ambulante module aanbiedt, dan levert hij daarover afzonderlijk gegevens aan bij het CBS. Het betreft dan jeugdhulp zonder verblijf.

3.3. Hulpvorm

Toelichting

Als de hulpverlening is aangevangen met het stabiliseren van een crisissituatie, dient dit te worden aangegeven. Hierbij gelden de volgende opties

Toelichting

3.6. Reden beëindiging jeugdhulp

Toelichting:

De dag waarop de jeugdhulpaanbieder start met het uitvoeren van de jeugdhulp. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de dag waarop de feitelijke hulpverlening start. In geval van jeugdhulp zonder verblijf gaat het om het eerste gesprek tussen de jeugdige en/of de ouders met de hulpverlener/ behandelaar om met elkaar kennis te maken en te starten met de hulpverlening/behandeling. De hulpverlening dient in dit gesprek daadwerkelijk te starten, dus niet een eerste kennismaking gevolgd door plaatsing op een wachtlijst.

3.5. Datum aanvang jeugdhulp

Toelichting:

De laatste dag waarop de jeugdhulpaanbieder uitvoering geeft aan de jeugdhulp. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de dag waarop de jeugdhulp eindigt. Dit kan twee dingen betekenen:

3.6. Datum einde jeugdhulp

3.7. Reden beëindiging jeugdhulp

De reden waarom de jeugdhulp is beëindigd, waarbij de volgende opties gelden:

Toelichting:

De reden van de beëindiging van de jeugdhulp geeft een indruk van de ‘uitval’ tijdens de uitvoering van de jeugdhulp. De optie ‘voortijdig afgesloten: in overeenstemming’ wordt gekozen als tussentijds de situatie van de jeugdige of het gezin verandert waardoor de gestarte jeugdhulp niet meer passend is. Dan wordt, in overeenstemming met de jeugdige en ouders, gekozen voor de inzet van een ander type jeugdhulp, of wordt de jeugdhulp afgerond. Als de jeugdhulp geheel volgens plan wordt uitgevoerd, wordt gekozen voor de optie ‘beëindigd volgens plan’. Ook als de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt en de jeugdhulp wordt beëindigd óf wordt voortgezet onder een andere wet (Zvw, Wmo, Wlz) dan dient als reden beëindiging te worden gekozen voor ‘beëindigd volgens plan’.

4. Gegevens over outcome jeugdhulp

De uitvoering van het plan kan ook stoppen wegens externe omstandigheden, bijvoorbeeld omdat de jeugdige overleden is of is verhuisd en de hulpverlening bij deze jeugdhulpaanbieder eindigt.

Toelichting:

In dit hoofdstuk zijn de gegevens opgenomen die worden uitgevraagd over de outcomecriteria jeugdhulp. Met deze gegevens wordt de outcome van de ingezette jeugdhulp in kaart gebracht. In deze paragraaf is nader uitgewerkt om welke gegevens het precies gaat.

Deze uitzonderingen volgen rechtstreeks uit artikel 7.5.3, eerste lid, onderdeel m, van het Besluit Jeugdwet.

Het aanleveren van gegevens over outcome jeugdhulp aan het CBS is niet verplicht:

Deze uitzonderingen volgen rechtstreeks uit artikel 7.5.3, eerste lid, onderdeel m, van het Besluit Jeugdwet.

Twee van bovenstaande outcomecriteria kunnen al afgeleid worden uit de verplichte gegevens die over jeugdhulp uitgevraagd worden. Dit betreft het outcomecriterium ‘uitval van cliënten’ (op basis van reden beëindiging jeugdhulp, zie paragraaf 3.8) en dit betreft het outcomecriterium ‘mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp plaatsvindt’. De outcomecriteria 3.3 en 3.4 worden getest in pilots. Deze outcomecriteria zullen nader worden ingevuld en treden in werking bij een volgende aanpassing van het informatieprotocol.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten en branches van aanbieders zijn een set van outcomecriteria overeengekomen waarmee inzicht in resultaat kan worden verschaft. Deze set bestaat uit de volgende outcomecriteria:

Twee van bovenstaande outcomecriteria kunnen al afgeleid worden uit de verplichte gegevens die over jeugdhulp uitgevraagd worden. Dit betreft het outcomecriterium ‘uitval van cliënten’ (op basis van reden beëindiging jeugdhulp, zie paragraaf 3.8) en dit betreft het outcomecriterium ‘mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp plaatsvindt’.

4.3. Tevredenheid van de cliënt over het nut/effect van de jeugdhulp (nr. 2)

Dit outcomecriterium is gebaseerd op de volgende vraag: Geef met een rapportcijfer van 1 tot 10 aan hoe nuttig deze hulp voor u / jou was?

(1 = volkomen nutteloos, ik had er niets aan; 10 = uitstekend, ik had er heel veel aan).

Voor deze indicator gelden de volgende opties:

4.3. Tevredenheid van de cliënt over het nut/effect van de jeugdhulp (nr. 2)

Dit outcomecriterium is gebaseerd op de volgende vraag: Geef met een rapportcijfer van 1 tot 10 aan hoe nuttig deze hulp voor u / jou was?

Dit outcomecriterium is gebaseerd op de volgende stelling: ‘Ik heb voldoende aan de hulp gehad om na de hulp zelf verder te gaan.’

Hierbij gelden de volgende opties:

4.5. Type informant

Bij elke meting van outcomecriteria die wordt aangeleverd, dient ook te worden aangegeven wie de meting heeft ingevuld.

Hierbij gelden de volgende opties:

Bij ieder jeugdhulprecord dat aan het CBS wordt geleverd, kunnen de outcomecriteria worden meegeleverd. Daarbij kan er worden gescoord door de jeugdige zelf én door een ouder/ opvoeder. Hierdoor kunnen per jeugdhulprecord maximaal 2 metingen aan het CBS worden aangeleverd.

5. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering

In dit hoofdstuk zijn de gegevens opgenomen die worden uitgevraagd over jeugdbescher- ming en jeugdreclassering. Het betreft gegevens die door de gecertificeerde instellingen worden aangeleverd aan het CBS. Met deze gegevens wordt de inzet van het gedwongen kader in kaart gebracht. Type maatregel, start- en einddatum en reden beëindiging maken onderdeel uit van de gegevensset.

5.1. Kinderbeschermingsmaatregelen

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is een kinderbeschermingsmaatregel:

5.1.2. Datum aanvang kinderbeschermingsmaatregel

De datum van de eerste dag waarop de beschermingsmaatregel geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Er zijn vijf verschillende kinderbeschermingsmaatregelen. Deze zijn beschreven in de artikelen 254 en 255 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Het betreft:

De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instelling deze datum niet meer door.

5.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel

5.1.1. Type kinderbeschermingsmaatregel

5.1.2. Datum aanvang kinderbeschermingsmaatregel

De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt pas aan het CBS geleverd nadat de kinderbeschermingsmaatregel daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.

De datum van de laatste dag waarop de kinderbeschermingsmaatregel wordt toegepast. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt pas aan het CBS geleverd nadat de kinderbeschermingsmaatregel daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.

5.2. Jeugdreclassering

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is jeugdreclassering:

5.2.2. Datum aanvang jeugdreclassering

De datum van de eerste dag waarop de maatregel jeugdreclassering geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. Het gaat om de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

De volgende typen jeugdreclassering worden onderscheiden:

De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instellingen deze datum niet meer door.

5.2.3. Datum einde jeugdreclassering

Toelichting:

De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instellingen deze datum niet meer door.

5.2.3. Datum einde jeugdreclassering

De datum van de laatste dag waarop de maatregel jeugdreclassering geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

5.2.3. Datum einde jeugdreclassering

De datum einde jeugdreclassering wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.

Het gaat er niet om, om aan te geven welke interventies zijn ingezet of hoeveel of wanneer. Alleen de notie of er een erkende interventie is ingezet (ja of nee) is voldoende.

5.3.2. Datum overgedragen

4.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader

5.3. Overige gegevens kinderbescherming en jeugdreclassering

Hierbij gelden de volgende opties

Het betreft hier interventies die zijn erkend door de deelcommissie justitiële interventies. Voor meer informatie zie: www.justitieleinterventies.nl/erkende-interventies

Opties bij (voorlopige) ondertoezichtstelling:

Opties bij (tijdelijke/voorlopige) voogdij:

Bij de reden of wijze waarop de maatregel voor de jeugdige is beëindigd, gelden per type maatregel andere opties.

5.3. Overige gegevens kinderbescherming en jeugdreclassering

Reden beëindiging bij (tijdelijke/voorlopige) voogdij:

Wijze beëindiging bij jeugdreclassering:

6.1. Aanleverproces

Toelichting:

5.3.2. Datum overgedragen

Bij de wijze van beëindiging bij de jeugdreclassering wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van het landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen (LIJ).

Toelichting:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a.1
1.

Een aanbieder die voor een in de wet bedoelde dienst bij een gemeente een bedrag in rekening brengt, vermeldt daarbij de volgende gegevens:

2.

Een gekwalificeerde gedragswetenschapper die voor een in de wet bedoelde dienst een bedrag in rekening brengt, vermeldt daarbij de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, alsmede om welke dienst het is gegaan, de datum waarop hij zijn dienst heeft verleend en de naam en het adres van degene in wiens opdracht hij de dienst heeft verricht.

Artikel 6a.2

Vervallen

Artikel 6a.3

Een jeugdhulpaanbieder die jeugdhulp heeft verleend of zal verlenen of een aanbieder die preventie heeft verleend of zal verlenen, vermeldt bij de declaratie naast de in artikel 6a.1, eerste lid, bedoelde gegevens de persoonsgegevens die hij ingevolge door of namens het college gemaakte afspraken dan wel gegeven instructies moet vermelden, met dien verstande dat niet meer persoonsgegevens worden vermeld dan de persoonsgegevens die voor de gemeente noodzakelijk zijn ten behoeve van het verrichten van de formele controle en de betaling van de declaratie.

Artikel 6a.4

Een gecertificeerde instelling die een kinderbeschermingsmaatregel uitvoert, vermeldt bij de declaratie naast de in artikel 6a.1, eerste lid, bedoelde gegevens of sprake is van:

Artikel 6a.5

Een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert vermeldt bij de declaratie naast de in artikel 6a.1, eerste lid, bedoelde gegevens of sprake is van:

Artikel 6a.6

De artikelen 6a.1 tot en met 6a.5 gelden niet voor jeugdhulp, preventie, maatregelen van kinderbescherming of jeugdreclassering die is verleend ten behoeve van een jeugdige wiens verblijfplaats geheim dient te blijven omdat hij ernstig wordt bedreigd, mits ter zake van de declaratie afspraken tussen de aanbieder en de gemeente gelden en de aanbieder deze afspraken in acht neemt.

Artikel 6a.7
1.

Het college of een door het college aangewezen persoon verwerkt persoonsgegevens als bedoeld in de artikelen 6a.1 tot en met 6a.5 slechts voor zover zij noodzakelijk zijn ten behoeve van:

2.

Het college of een door het college aangewezen persoon is bevoegd om bij de declaratie vermelde persoonsgegevens verder te verwerken voor zover dat noodzakelijk is voor:

§ 7. Beleidsinformatie

§ 6b. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van materiële controle en fraudebestrijding

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Ondergetekenden:

[patiënt: Naam] .....................................
[patiënt: Geboortedatum] .....................................
[patiënt: BSN] .....................................
[patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] .....................................
en
[jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Adres] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] ...................................

verklaren:

PLAATS: .........................

DATUM: .........................

Handtekening patiënt

Handtekening gezagsdrager

Handtekening zorgaanbieder

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd

Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd

Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getreden. Onderdeel van de Jeugdwet is een regeling voor beleidsinformatie. Deze regeling bepaalt welke gegevens worden verwerkt, door wie, met welk doel, op welke wijze ze worden verstrekt en aan wie. De beleidsinformatie in de Jeugdwet betreft informatie over het jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daartoe verstrekken jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen op persoonsniveau gegevens. De Jeugdwet bepaalt dat deze gegevens aangeleverd worden bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze opdat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daartoe door het CBS zijn geautoriseerd.

1.1. Aanleiding

Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getreden. Onderdeel van de Jeugdwet is een regeling voor beleidsinformatie. Deze regeling bepaalt welke gegevens worden verwerkt, door wie, met welk doel, op welke wijze ze worden verstrekt en aan wie. De beleidsinformatie in de Jeugdwet betreft informatie over het jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daartoe verstrekken jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen op persoonsniveau gegevens. De Jeugdwet bepaalt dat deze gegevens aangeleverd worden bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze opdat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daartoe door het CBS zijn geautoriseerd.

De gegevensverstrekking vindt plaats zodat gemeenten doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid kunnen voeren ten aanzien van preventie, jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gegevensverstrekking vindt voorts plaats zodat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) een zorgvuldig en samenhangend jeugdbeleid kunnen voeren en hun stelselverantwoordelijkheid kunnen waarborgen.

In het Besluit Jeugdwet ligt vast welke gegevens de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken aan CBS ten behoeve van de beleidsinformatie voor gemeenten, VWS en VenJ. In onderstaande tabel is aangegeven om welke gegevens het gaat. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf de gegevens worden uitgewerkt.

1.3. Wie dienen er beleidsinformatie aan te leveren?

PRIVACYVERKLARING gespecialiseerde jeugd-ggz

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

PLAATS: .........................

PRIVACYVERKLARING gespecialiseerde jeugd-ggz

DATUM: .........................

Beleidsinformatie Jeugd

Juli 2020

Beleidsinformatie Jeugd

Het informatieprotocol bestaat uit drie delen:

2. Gegevens over de jeugdige

2. Gegevens over de jeugdige

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet de persoon die:

2.2. Burgerservicenummer

De wijze waarop het woonplaatsbeginsel gehanteerd moet worden is te vinden op www.rijksoverheid.nl en op de website van de VNG: www.vng.nl. Er wordt gekeken welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Van die gemeente wordt de postcode van het adres gebruikt.

3. Gegevens over jeugdhulp

De beleidsinformatie jeugd richt zich op het inzichtelijk maken van het jeugdhulp-gebruik. Dit houdt in dat jeugdhulpaanbieders een aantal gegevens over de door hen geleverde jeugdhulp dienen aan te leveren. Het gaat om het type jeugdhulp, de start- en einddata, de organisatie die verwezen heeft naar de jeugdhulp en de reden van beëindiging van de jeugdhulp.

3.1. Jeugdhulp

De gesprekken die een deskundige in de gemeentelijke toegang in het kader van de toeleiding naar en advisering over eventuele jeugdhulp met jeugdigen en ouders voert, worden niet beschouwd als jeugdhulp. Ook als die deskundige preventieve opvoedondersteuning verleent, geldt dit niet als jeugdhulp. Hierover dient dan ook niet aan het CBS te worden gerapporteerd.

Als een jeugdhulpaanbieder een jeugdige of ouders van een jeugdige (anonieme) adviezen of consulten biedt, ook al is dat voorafgaand aan de start van jeugdhulp, dan wordt dit niet als jeugdhulp beschouwd, maar als preventie. En daarover moeten geen gegevens verstrekt worden aan het CBS. Dit geldt tevens voor het verstrekken van folders en overige vormen van informatie. Voor het nader onderscheiden van preventieve hulp en ambulante jeugdhulp, wordt verwezen naar de leidraad toegang preventief-ambulant.

3.2. Verwijzer

Als een jeugdhulpaanbieder een jeugdige of ouders van een jeugdige (anonieme) adviezen of consulten biedt, ook al is dat voorafgaand aan de start van jeugdhulp, dan wordt dit niet als jeugdhulp beschouwd, maar als preventie. En daarover moeten geen gegevens verstrekt worden aan het CBS. Dit geldt tevens voor het verstrekken van folders en overige vormen van informatie. Voor het nader onderscheiden van preventieve hulp en ambulante jeugdhulp, wordt verwezen naar de leidraad toegang preventief-ambulant.

Alleen de niet eenduidig uitlegbare opties worden hieronder toegelicht.

4. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering

3.3. Hulpvorm

In onderstaande tabel staat een toelichting per hulpvorm:

3.4. Gestart met crisis

Het bovenstaande leidt ertoe dat de sleutel van een record in principe wordt gevormd door het BSN, de datum aanvang jeugdhulp en de hulpvorm. Als het BSN onbekend is, dan wordt de sleutel gevormd door het geslacht, de geboortedatum, de postcode, de datum aanvang jeugdhulp en de hulpvorm. Indien er meerdere vormen van hulp worden geboden waarbij deze sleutelcombinatie hetzelfde is, dan dienen deze gegevens samengevoegd te worden tot één record (tenzij er sprake is van een tweeling). Als er vervolgens alsnog twee (of meer) records zouden ontstaan met dezelfde BSN en hulpvorm maar verschillende aanvangsdatums, waarbij de records wél overlappen in de tijd, dan dienen ook deze records te worden samengevoegd tot één record. De aanvangsdatum wordt de eerste aanvangsdatum en de einddatum wordt pas ingevuld als de laatste zorg eindigt. Het is alleen mogelijk om in één verslagperiode 2 (of meer) records te leveren met dezelfde BSN en hulpvorm als deze records elkaar niet overlappen in de tijd. Met andere woorden, de aanvangsdatum van het ene record moet steeds na de einddatum van het daarvoor gestarte record liggen.

3.6. Datum aanvang jeugdhulp

3.7. Reden beëindiging jeugdhulp

In geval van jeugdhulp met verblijf is de datum einde jeugdhulp de dag na de laatste overnachting.

Toelichting:

4.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel

De opties ‘eenzijdig door de cliënt’ en ‘eenzijdig door de aanbieder’ zijn in feite de opties waarbij van ‘uitval’ kan worden gesproken. De cliënt komt bijvoorbeeld niet meer naar sessies of onttrekt zich aan de residentiële voorziening. Het kan ook zijn dat de aanbieder de jeugdhulp stopt. In beide gevallen geldt dat de uitvoering van het plan nog niet is afgerond.

4.1. Uitgezonderde categorieën

4.2. Landelijke set outcomecriteria

4.1. Uitgezonderde categorieën

(1 = volkomen nutteloos, ik had er niets aan; 10 = uitstekend, ik had er heel veel aan).

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Bij ieder jeugdhulprecord dat aan het CBS wordt geleverd, kunnen de outcomecriteria worden meegeleverd. Daarbij kan er worden gescoord door de jeugdige zelf én door een ouder/opvoeder. Hierdoor kunnen per jeugdhulprecord maximaal 2 metingen aan het CBS worden aangeleverd.

5. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is een kinderbeschermingsmaatregel:

5.2. Jeugdreclassering

Bij ieder jeugdhulprecord dat aan het CBS wordt geleverd, kunnen de outcomecriteria worden meegeleverd. Daarbij kan er worden gescoord door de jeugdige zelf én door een ouder/opvoeder. Hierdoor kunnen per jeugdhulprecord maximaal 2 metingen aan het CBS worden aangeleverd.

Voogdij en de voorlopige voogdij op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 255, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en voorlopige ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 257, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

5.1.1. Type kinderbeschermingsmaatregel

De datum van de eerste dag waarop de beschermingsmaatregel geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instelling deze datum niet meer door.

5.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel

5.2.4. Inzet erkende interventie bij jeugdreclassering

De datum van de laatste dag waarop de kinderbeschermingsmaatregel wordt toegepast. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

5.2.1. Type jeugdreclassering

5.2. Jeugdreclassering

De datum van de eerste dag waarop de maatregel jeugdreclassering geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. Het gaat om de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

5.2.4. Inzet erkende interventie bij jeugdreclassering

De datum einde jeugdreclassering wordt pas aan het CBS geleverd nadat de jeugdreclassering daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden.

Toelichting:

Het gaat er niet om, om aan te geven welke interventies zijn ingezet of hoeveel of wanneer. Alleen de notie of er een erkende interventie is ingezet (ja of nee) is voldoende.

5.3.1. Reden beëindiging maatregel

5.3.1. Reden of wijze beëindiging maatregel

Reden beëindiging bij (voorlopige) ondertoezichtstelling:

5.3.1. Reden beëindiging maatregel

5.3.1. Reden beëindiging maatregel

De reden of wijze beëindiging wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.

De dag waarop de gecertificeerde instelling de uitvoering voor een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering heeft overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling. De datum van deze dag wordt weergegevens als JJJJMMDD.

5.3.3. Datum overgedragen gekregen

Het betreft de laatste dag waarop de ‘vorige’ gecertificeerde instelling nog verantwoordelijk was voor de uitvoering van de maatregel.

Toelichting:

5.3.2. Datum overgedragen

Toelichting:

Deel 2. Aanleverproces

Toelichting:

Dit betreft activiteiten van de gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze specifieke preventieve- en nazorgactiviteiten die zich in het veld van de vrijwillige hulpverlening afspelen betreffen geen jeugdhulp, maar activiteiten die uitgaan van de inzet van de specifieke expertise van de gecertificeerde instelling om (opnieuw) een maatregel te voorkomen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6b.1
1.

Het college verricht materiële controle op de in de artikelen 6b.2 tot en met 6b.6 bepaalde wijze.

2.

Het college verricht fraude-onderzoek op de in de artikel 6b.7 bepaalde wijze.

3.

Aanbieders zijn verplicht medewerking te verlenen aan overeenkomstig het eerste of tweede lid uitgevoerde controles of onderzoeken.

Artikel 6b.2

Het college stelt voorafgaand aan de uitvoering van de materiële controle het doel ervan vast door te bepalen wanneer voldoende zekerheid is verkregen dat de door de aanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd en, indien het college de materiële controle daar ook toe wenst uit te strekken, of die prestatie:

Artikel 6b.3
1.

Het college voert een algemene risicoanalyse uit op basis van gegevens waarover deze in verband met de uitvoering van de Jeugdwet beschikt.

2.

Het college stelt op basis van de in het eerste lid uitgevoerde algemene risicoanalyse een algemeen controleplan vast, waarin de objecten van materiële controle en de in te zetten controle-instrumenten zijn opgenomen.

3.

Het naar aanleiding van de algemene risicoanalyse opgestelde algemene controleplan voorziet niet in de inzet van detailcontrole.

4.

Indien uit het uitgevoerde algemene controleplan blijkt dat het controledoel, bedoeld in artikel 6b.2, is bereikt, kan slechts detailcontrole worden uitgevoerd als er van een ander dan het college afkomstige of uit de uitgevoerde controle voortvloeiende aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat er sprake is van onvoldoende zekerheid.

Artikel 6b.4

Het college maakt informatie openbaar over het ingevolge artikel 6b.2 vastgestelde controledoel en het ingevolge artikel 6b.3 vastgestelde algemene controleplan op een zodanige wijze dat die informatie voor jeugdigen of degenen die het gezag over hen uitoefenen alsmede voor aanbieders gemakkelijk verkrijgbaar is.

Artikel 6b.5
1.

Het college voert geen detailcontrole uit dan nadat is voldaan aan de volgende voorwaarden:

2.

Indien bij de uitvoering van detailcontrole persoonsgegevens van de jeugdige of degene die het gezag over hem uitoefent worden verwerkt, geschiedt dit in opdracht van het college:

Op voorafgaand verzoek van de aanbieder is de persoon, bedoeld in onderdeel a of b, aanwezig bij dit deel van de controle.

3.

In afwijking van het eerste lid kan het college met betrekking tot een aan een individuele jeugdige verleende hulp, preventie, kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering detailcontrole uitvoeren zonder dat de in dat lid genoemde voorwaarden van toepassing zijn, indien deze jeugdige of, indien de jeugdige jonger is dan twaalf jaar dan wel niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, degene die het gezag over hem uitoefent of zijn curator of mentor ten behoeve van de materiële controle schriftelijk toestemming aan de aanbieder heeft gegeven voor verstrekking van gegevens over de gezondheid van de jeugdige aan het college. Het college verwerkt bij de detailcontrole niet meer gegevens dan gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het geval noodzakelijk is.

4.

Het college informeert de aanbieder over de zakelijke inhoud van de voorgenomen uitkomsten van de detailcontrole en stelt hem in de gelegenheid daarop binnen een redelijke termijn te reageren. Het college betrekt de reactie van de aanbieder bij de vaststelling van de definitieve uitkomsten van de detailcontrole en bericht deze uitkomsten aan de aanbieder.

Artikel 6b.6
1.

Het college legt de specifieke risicoanalyse en de uitvoering van detailcontrole in zijn administratie vast om toetsing door en verantwoording aan toezichthouders mogelijk te maken. Daarbij worden niet meer persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, verwerkt dan voor dit doel noodzakelijk is.

2.

Het college bewaart na detailcontrole de daarbij verwerkte persoonsgegevens niet langer dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij zijn verkregen.

3.

Het college verwerkt bij de detailcontrole verkregen persoonsgegevens slechts verder voor zover dat noodzakelijk is voor:

Artikel 6b.7
1.

Bij fraude-onderzoek zijn de voorwaarden, bedoeld in artikel 6b.5, eerste lid, onderdelen b en d, van overeenkomstige toepassing, en is de in onderdeel e bedoelde voorwaarde van overeenkomstige toepassing voor zover het onderzoeksbelang of het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige of degene die het gezag over hem uitoefent zich hier niet tegen verzet.

2.

In afwijking van het eerste lid kan het college met betrekking tot een individuele jeugdige detailcontrole uitvoeren zonder dat de in dat lid genoemde voorwaarden van toepassing zijn, indien die jeugdige of, indien de jeugdige jonger is dan twaalf jaar dan wel niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, degene die het gezag over hem uitoefent of zijn curator of mentor ten behoeve van het fraude-onderzoek schriftelijk toestemming heeft gegeven voor verstrekking van persoonsgegevens, waaronder gegevens met betrekking tot zijn gezondheid, aan het college. Het college verwerkt ten behoeve van de detailcontrole niet meer gegevens dan gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het geval noodzakelijk is.

3.

Het college verwerkt bij het fraude-onderzoek verkregen persoonsgegevens slechts verder voor zover dat noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden die uit dat onderzoek voortvloeien

§ 7. Beleidsinformatie

§ 6c. Beperking uitvoeringslasten Jeugdwet

§ 8. Persoonsgebonden budget

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Ondergetekenden:

[patiënt: Naam] .....................................
[patiënt: Geboortedatum] .....................................
[patiënt: BSN] .....................................
[patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] .....................................
en
[jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Adres] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] ...................................

verklaren:

PLAATS: .........................

DATUM: .........................

Handtekening patiënt

Handtekening gezagsdrager

Handtekening zorgaanbieder

verklaren:

Bijlage 1a*. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

1.2. Doel en beheer

Dit informatieprotocol is opgesteld om er voor te zorgen dat de gegevens op de juiste wijze worden aangeleverd, zowel qua inhoud als qua proces. Het informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk welke definities de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen te hanteren en hoe zij deze gegevens aanleveren bij het CBS.

1.1. Aanleiding

1.2. Doel en beheer

1.4. Opbouw informatieprotocol

2. Gegevens over de jeugdige

2.1. Jeugdige

Toelichting:

2.4. Geslacht

2.5. Postcode/gemeente ter duiding van de woonplaats

(01) De keuzes bij verwijzer betreffen alleen de routes zoals deze in de Jeugdwet worden onderkend. Allereerst gaat het om de toegang zoals deze door de gemeente is georganiseerd. Medewerkers binnen bijvoorbeeld een wijkteam of een Centrum voor Jeugd en Gezin zijn dan gemandateerd om namens het betreffende college een verleningsbeslissing jeugdhulp te nemen. Ook kan het zijn dat een gemeente professionals bij een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder mandaat heeft verleend voor het nemen van een verleningsbeslissing jeugdhulp. Gemeenten kunnen ook afspraken hebben gemaakt met onderwijsinstellingen over leerlingen die jeugdhulp nodig hebben. Indien jeugdhulp gestart is via het onderwijs, dan wordt dit in het kader van de beleidsinformatie beschouwd als jeugdhulp die is gestart via de gemeentelijke toegang. Dit geldt ook voor jeugdhulp die wordt geboden in het kader van drang/ preventieve jeugdbescherming.

Toelichting

3.4. Gestart met crisis

3.6. Datum einde jeugdhulp

3.7. Reden beëindiging jeugdhulp

4. Gegevens over outcome jeugdhulp

4.4. De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan (nr. 3.1)

4.2.4. Inzet erkende interventie bij jeugdreclassering

5.1. Kinderbeschermingsmaatregelen

5. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering

Toelichting:

De datum einde jeugdreclassering wordt pas aan het CBS geleverd nadat de jeugdreclassering daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden.

4.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader

5.2.4. Inzet erkende interventie bij jeugdreclassering

In het dossier van de jeugdige waarvoor een gecertificeerde instelling jeugdreclassering uitvoert, neemt de gecertificeerde instelling op of er gedurende de uitvoering van de jeugdreclassering en in het kader van de uitvoering van de jeugdreclassering één of meer erkende interventies zijn ingezet.

5.3.3. Datum overgedragen gekregen

5.3. Overige gegevens kinderbescherming en jeugdreclassering

Optie bij activiteiten in het preventief justitieel kader (zie ook paragraaf 5.4.):

5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader

5.3.2. Datum overgedragen

Toelichting:

5.3.3. Datum overgedragen gekregen

De dag waarop de gecertificeerde instellingen de uitvoering van een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering heeft overgedragen gekregen van de ‘vorige’ gecertificeerde instelling. De datum van deze dag wordt weergegevens als JJJJMMDD.

5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader

7.4. Berichtspecificatie

5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader

De eerste dag waarop de gecertificeerde instelling de activiteiten in het preventief justitieel kader inzet. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De laatste dag waarop de gecertificeerde instellingen de activiteiten in het preventief justitieel kader inzet. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Het betreft de volgende gegevens per organisatie:

Om de gegevens voor de beleidsinformatie jeugd aan het CBS te kunnen verstrekken en controleren is een aantal gegevens van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling nodig. Gemeenten dienen deze gegevens aan het CBS te verstrekken voor alle jeugdhulpaan- bieders en gecertificeerde instellingen waar zij afspraken mee hebben gemaakt over het leveren van jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering.

Deel 2. Aanleverproces

Het CBS is verantwoordelijk voor het actueel houden van het bestand. Het CBS zal gemeenten periodiek vragen om een actuele lijst en dan zal het CBS deze doornemen. Gemeenten nemen in hun contracten met aanbieders op dat zij zich melden als nieuwe aanbieder bij het CBS, zodat zij de verplichte gegevens over het jeugdhulpgebruik gaan leveren.

De laatste dag waarop de gecertificeerde instellingen de activiteiten in het preventief justitieel kader inzet. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

7. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden

Het CBS schrijft alle door gemeenten aangeleverde jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen aan. Het CBS verzoekt middels dit schrijven om de gegevens voor de beleidsinformatie aan te leveren. In de brief staat vermeld om welke gegevens het gaat en wanneer de gegevens uiterlijk bij het CBS aangeleverd moeten zijn. Ook bevat de brief informatie over hoe de organisaties de gegevens aan dienen te leveren. In feite betreft het een samenvatting van de informatie zoals opgenomen in dit informatieprotocol.

7.1. Aanleverproces

Het CBS schrijft alle door gemeenten aangeleverde jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen aan. Het CBS verzoekt middels dit schrijven om de gegevens voor de beleidsinformatie aan te leveren. In de brief staat vermeld om welke gegevens het gaat en wanneer de gegevens uiterlijk bij het CBS aangeleverd moeten zijn. Ook bevat de brief informatie over hoe de organisaties de gegevens aan dienen te leveren. In feite betreft het een samenvatting van de informatie zoals opgenomen in dit informatieprotocol.

Er wordt gebruik gemaakt van de upload-voorzieningen en webformulieren die het CBS daarvoor ter beschikking stelt. Meer informatie hierover is opgenomen in deel 3 van dit informatieprotocol.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Inhoudsopgave

1.2. Doel en beheer

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Beleidsinformatie Jeugd

Regelmatig wordt bezien of wijzigingen in het informatieprotocol nodig zijn, bijvoorbeeld om begrippen of procedures te verhelderen of aan te passen.

1.4. Opbouw informatieprotocol

2.1. Jeugdige

2.2. Burgerservicenummer

3. Gegevens over jeugdhulp

3.1. Jeugdhulp

Preventie

3.3. Type jeugdhulp

3.2. Verwijzer

3.3. Hulpvorm

4.1.1. Type kinderbeschermingsmaatregel

3.5. Datum aanvang jeugdhulp

Of de jeugdhulp is aangevangen met het stabiliseren van een crisissituatie is het professionele oordeel van de jeugdhulpprofessional. Er is daarmee geen vaste definitie van crisis. Iedere professional heeft een beeld bij het onderscheid crisis-geen crisis.

3.6. Datum einde jeugdhulp

Bij jeugdhulp met verblijf wordt de dag aangehouden volgend op de eerste overnachting.

5.1.1. Type kinderbeschermingsmaatregel

5.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel

5.1.2. Datum aanvang kinderbeschermingsmaatregel

5.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel

4.3.3. Datum overgedragen

Reclasseringswerkzaamheden, genoemd in artikel 77hh, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, begeleiding, genoemd in artikel 77hh, tweede lid, van dat wetboek en het begeleiden van en toezicht houden op jeugdigen die deel nemen aan een scholings- en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, het geven van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van die wet, of de overige taken die bij of krachtens de wet aan de gecertificeerde instellingen zijn opgedragen.

5.2.2. Datum aanvang jeugdreclassering

5.2.2. Datum aanvang jeugdreclassering

6.5. Inhoud van het gegevensbestand

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

PRIVACYVERKLARING gespecialiseerde jeugd-ggz

1.1. Aanleiding

Deel 1. Gegevensdefinities

2.5. Postcode/gemeente ter duiding van de woonplaats

3.1. Jeugdhulp

4. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering

3.3. Hulpvorm

3.7. Datum einde jeugdhulp

3.8. Reden beëindiging jeugdhulp

4. Gegevens over outcome jeugdhulp

4.3. Tevredenheid van de cliënt over het nut/effect van de jeugdhulp (nr. 2)

5.2. Jeugdreclassering

5.4. Activiteiten in het preventief justitieel kader

Het betreft de eerste dag waarop de ‘nieuwe’ gecertificeerde instelling verantwoordelijk is geworden voor de uitvoering van de maatregel. Deze dag is één dag later dan de datum overgedragen (zie 5.3.2).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.2. Doel en beheer

1.3. Wie dienen beleidsinformatie aan te leveren?

2.2. Burgerservicenummer

3. Gegevens over jeugdhulp

2.3. Geboortedatum

3.5. Datum aanvang jeugdhulp

3.6. Datum einde jeugdhulp

5.2.3. Datum einde jeugdreclassering

5.3.2. Datum overgedragen

6. Gegevens van de jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling

5.3.3. Datum overgedragen gekregen

Het betreft de eerste dag waarop de ‘nieuwe’ gecertificeerde instelling verantwoordelijk is geworden voor de uitvoering van de maatregel. Deze dag is één dag later dan de datum overgedragen (zie 5.3.2).

5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader

Het betreft de volgende gegevens per organisatie:

Deel 2. Aanleverproces

Uit artikel 7.5.1 van de het Besluit Jeugdwet volgt dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen de gegevens voor de beleidsinformatie aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

7.1. Aanleverproces

Uit artikel 7.5.1 van de het Besluit Jeugdwet volgt dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen de gegevens voor de beleidsinformatie aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a.8

Vervallen

§ 6b. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van materiële controle en fraudebestrijding

§ 7. Beleidsinformatie

§ 8. Persoonsgebonden budget

§ 7. Beleidsinformatie

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Leeftijd pleegkind Bedrag per maand Bedrag per dag
0 t/m 8 jaar € 575,00 € 18,89
9 t/m 11 jaar € 582,00 € 19,15
12 t/m 15 jaar € 634,00 € 20,85
16 t/m 17 jaar € 700,00 € 23,02
18 jaar en ouder € 707,00 € 23,26

PRIVACYVERKLARING gespecialiseerde jeugd-ggz

1.2. Doel en beheer

Artikel 8a
1.

De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst, overeenkomst van opdracht of overeenkomst voor vervoer met iedere derde die hij ten laste van zijn persoonsgebonden budget jeugdhulp laat verlenen, behalve voor zover reeds vervoer van een derde is betrokken of een hulp uit het sociaal netwerk jeugdhulp zal verlenen.

2.

Overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid worden opgesteld volgens de meest recente door de Sociale verzekeringsbank vigerende vastgestelde toepasselijke modelovereenkomsten, die beschikbaar waren gesteld ten tijde van het afsluiten van die overeenkomst, en bevatten bovendien ten minste:

3.

De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het college en de Sociale verzekeringsbank.

4.

Het college kan de goedkeuring slechts geven indien de overeenkomst voldoet aan de eisen, bedoeld in het derde lid.

5.

De Sociale verzekeringsbank kan haar goedkeuring slechts onthouden wegens strijd met het recht, of in het belang van de uitvoerbaarheid van het persoonsgebonden budget of van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet.

6.

Een wijziging van een goedgekeurde overeenkomst wordt onmiddellijk aan de Sociale verzekeringsbank kenbaar gemaakt door middel van invulling van een daartoe door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld modelformulier.

7.

Op verzoek van een college kan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepalen dat dat college, voor zover het de goedkeuring van de overeenkomst van personen aan wie het college een persoonsgebonden budget verstrekt en het kenbaar maken van een wijziging van de overeenkomst betreft, voor de toepassing van het derde, vijfde en zesde lid in de plaats treedt van de Sociale verzekeringsbank. Indien de vorige zin is toegepast bericht het college de Sociale verzekeringsbank onmiddellijk van wijzigingen als bedoeld in het zesde lid.

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Leeftijd pleegkind Bedrag per maand Bedrag per dag
0 t/m 8 jaar € 585,00 € 19,23
9 t/m 11 jaar € 593,00 € 19,49
12 t/m 15 jaar € 645,00 € 21,22
16 en 17 jaar € 713,00 € 23,43
18 jaar en ouder € 720,00 € 23,68

1.3. Wie dienen beleidsinformatie aan te leveren?

2.3. Geboortedatum

3.1. Jeugdhulp

3.7. Reden beëindiging jeugdhulp

4. Gegevens over outcome jeugdhulp

4.2. Landelijke set outcomecriteria

4.2. Landelijke set outcomecriteria

4.2.3. Datum einde jeugdreclassering

5.2.1. Type jeugdreclassering

5.4. Activiteiten in het preventief justitieel kader

Toelichting:

5.4. Activiteiten in het preventief justitieel kader

7. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden

Deel 2. Aanleverproces

Het CBS is, in afstemming met gemeenten, verantwoordelijk voor een actueel landelijk databestand met organisaties die gegevens voor beleidsinformatie moeten aanleveren.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

3.4. Gestart met crisis

Indien er sprake is van activiteiten in het preventief justitieel kader, dan wordt dit middels de code (31) weergegeven in het veld ‘type maatregel’.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

2.4. Geslacht

3.4. Datum aanvang jeugdhulp

3.3. Hulpvorm

5.1. Kinderbeschermingsmaatregelen

5.4.2. Datum einde activiteiten in het preventief justitieel kader

5.4.2. Datum einde activiteiten in het preventief justitieel kader

7.1. Aanleverproces

Uit artikel 7.5.1 van de het Besluit Jeugdwet volgt dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen de gegevens voor de beleidsinformatie aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De levering en verwerking van gegevens voor beleidsinformatie in het kader van de Jeugdwet is strikt geregeld in de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet. Daarin is met het oog op de bescherming van de privacy bepaald welke persoonsgegevens verwerkt mogen worden en met welk doel. Daarnaast regelt de CBS-wet op welke wijze het CBS de gegevens mag verwerken en welke voorschriften van toepassing zijn als het gaat om het publiceren van deze gegevens.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8b
1.

De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet, uit:

2.

In het kader van het budgetbeheer draagt de Sociale verzekeringsbank voor zover deze verschuldigd zijn loonbelasting, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet af, tenzij het gaat om tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 8ab.

3.

De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het persoonsgebonden budget voor overeengekomen jeugdhulp die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst van opdracht of een overeenkomst voor vervoer, uitsluitend aan de derde aan de hand van:

4.

Een declaratie als bedoeld in het derde lid, derde lid, onderdelen a, c, d en e, bevat:

5.

Indien voor de geleverde jeugdhulp een goedgekeurde verklaring bestaat, betaalt de Sociale verzekeringsbank de hulp uit het sociaal netwerk op aanvraag van de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, uit. De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen indien het verzoek is opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Sociale verzekeringsbank daartoe beschikbaar is gesteld.

6.

De Sociale verzekeringsbank kan een betaling uit het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk beëindigen, weigeren of opschorten:

7.

De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het persoonsgebonden budget zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld, binnen dertig dagen na ontvangst van de declaratie of van het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, tenzij de declaratie of verzoek onjuist of onvolledig is ingediend. Indien een declaratie niet overeenkomstig het vierde lid of vijfde lid is ingediend, en betalingen niet zijn beëindigd, geweigerd of opgeschort, nodigt de Sociale verzekeringsbank de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verleend uit tot herstel van de declaratie of het verzoek. Na herstel wordt de betaling binnen dertig dagen verricht. De Sociale verzekeringsbank weigert de betaling geheel of gedeeltelijk indien de declaratie of het verzoek niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn is hersteld. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van een declaratie werkzaamheden verricht als bedoeld in het tweede lid, wordt de termijn, bedoeld in de eerste zin, verlengd met tien dagen.

8.

Sociale verzekeringsbank verricht periodieke maandbetalingen uit het persoonsgebonden budget zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld, uiterlijk binnen dertig dagen na afloop van de maand waarin de zorg geleverd is. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van de periodieke maandbetaling werkzaamheden verricht als bedoeld in het tweede lid wordt de termijn, bedoeld in de eerste zin, verlengd met tien dagen.

9.

Indien de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt in aanvulling op de bij de beschikking, bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet toegekende jeugdhulp aanvullende jeugdhulp heeft gecontracteerd, betaalt de Sociale verzekeringsbank deze indien daartoe voldoende geld is gestort. De Sociale verzekeringsbank stort na de betaling van de aanvullende jeugdhulp binnen redelijke termijn de onbestede gelden terug aan degene die hiervoor het geld heeft gestort.

10.

De Sociale verzekeringsbank ondersteunt de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt bij zijn werkgeverstaken waaronder ten aanzien van arbeidsomstandighedenregelgeving, zaakschade en aansprakelijkheid.

11.

De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt, houdt een administratie bij van het totaal aan niet-geleverde jeugdhulp per derde aan wie betalingen zijn verricht op grond van het derde lid, onderdelen c, d en e. Deze administratie bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

12.

De persoon bedoeld in het elfde lid, verstrekt op verzoek van het college voor elke derde het op grond van het derde lid, onderdelen c, d en e, totaal aantal betaalde uren inclusief het bijbehorende totaalbedrag door middel van een daartoe beschikbaar gesteld formulier aan de Sociale verzekeringsbank.

Artikel 8c
1.

In afwijking van artikel 8b, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vierde en vijfde lid van dat artikel, kan de Sociale verzekeringsbank rechtstreeks aan de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt, betalen:

2.

In afwijking van artikel 8b, tweede, vierde lid, en zesde lid, onderdelen d en e, ontvangt de Sociale verzekeringsbank een verzoek om een verantwoordingsvrij bedrag voor jeugdhulp voor het eindigen van de beschikking, bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet, van de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt.

3.

De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen, indien de declaratie voor vervoerskosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het verzoek, bedoeld in het tweede lid, is opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Sociale verzekeringsbank daartoe beschikbaar is gesteld.

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Ondergetekenden:

[patiënt: Naam] .....................................
[patiënt: Geboortedatum] .....................................
[patiënt: BSN] .....................................
[patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] .....................................
en
[jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Adres] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] ...................................

verklaren:

PLAATS: .........................

DATUM: .........................

Handtekening patiënt

Handtekening gezagsdrager

Handtekening zorgaanbieder

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

1. Inleiding

2.3. Geboortedatum

5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Ondergetekenden:

[patiënt: Naam] .....................................
[patiënt: Geboortedatum] .....................................
[patiënt: BSN] .....................................
[patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] .....................................
en
[jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Adres] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] ...................................

verklaren:

PLAATS: .........................

DATUM: .........................

Handtekening patiënt

Handtekening gezagsdrager

Handtekening zorgaanbieder

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 1a*. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Vervallen

6. Gegevens van de jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling

7.2. Privacybescherming

De gegevens voor de beleidsinformatie over jeugdreclassering (JR) dienen vier maal per jaar bij het CBS te worden aangeleverd. Hiervoor zijn er vier verslagperiodes:

De gegevens voor de beleidsinformatie over jeugdhulp (JH) en jeugdbescherming (JB) dienen twee keer per jaar bij het CBS aangeleverd te worden. Hiervoor zijn er twee verslagperiodes:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5.5

Vervallen

§ 6. Beveiligingseisen gegevensverwerking

§ 6a. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van bekostiging

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

1.4. Opbouw informatieprotocol

2.4. Geslacht

2.4. Geslacht

4.4. De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan (nr. 3.1)

7.2. Privacybescherming

7.3. Verslagperiodes

De gegevens voor de beleidsinformatie over jeugdreclassering (JR) dienen vier maal per jaar bij het CBS te worden aangeleverd. Hiervoor zijn er vier verslagperiodes:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het aanleveren van de gegevens aan het CBS is verplicht op grond van artikel 7.4.3 jo. 7.4.1. jo 7.4.5, tweede lid, van de Jeugdwet jo. artikel 7.5.1 van het Besluit Jeugdwet.

7.5. Inhoud van het gegevensbestand

Het aanleveren van de gegevens aan het CBS is verplicht op grond van artikel 7.4.3 jo. 7.4.1. jo 7.4.5, tweede lid, van de Jeugdwet jo. artikel 7.5.1 van het Besluit Jeugdwet.

Het gegevensbestand dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen genereren en uploaden bij het CBS dient de volgende inhoud te hebben:

7.6. Correctie leveringen

Het gegevensbestand dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen genereren en uploaden bij het CBS dient de volgende inhoud te hebben:

7.6. Correctie leveringen

Als er correcties of aanvullingen bekend zijn over de voorgaande verslagperiode, kunnen deze doorgegeven worden door een nieuwe selectie over de vorige periode aan te leveren. De aanleverende organisatie kan zelf bepalen of correcties en aanvullende gegevens voldoende belangrijk zijn om als correctie aangeleverd te worden. Ook kan het CBS vragen om een correctielevering als een levering niet voldoet aan de criteria.

8. Technische eisen die gelden voor de gegevenslevering aan het CBS

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8d

De persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt, doet aan de Sociale verzekeringsbank op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van gegevens waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet, of het uitvoeren van betalingen ten laste van het persoonsgebonden budget.

Artikel 8e
1.

In het belang van een gecoördineerde uitvoering van het persoonsgebonden budget ondersteunt de Sociale verzekeringsbank het college bij de uitoefening van diens taken als de verstrekker van dat budget.

2.

De Sociale verzekeringsbank en het college werken samen aan de digitalisering en standaardisering van de uitvoering van het persoonsgebonden budget.

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Ondergetekenden:

[patiënt: Naam] .....................................
[patiënt: Geboortedatum] .....................................
[patiënt: BSN] .....................................
[patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] .....................................
en
[jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Adres] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] ...................................

verklaren:

PLAATS: .........................

DATUM: .........................

Handtekening patiënt

Handtekening gezagsdrager

Handtekening zorgaanbieder

Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Ondergetekenden:

[patiënt: Naam] .....................................
[patiënt: Geboortedatum] .....................................
[patiënt: BSN] .....................................
[patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] .....................................
en
[jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: Adres] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] ...................................
[jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] ...................................

verklaren:

PLAATS: .........................

DATUM: .........................

Handtekening patiënt

Handtekening gezagsdrager

Handtekening zorgaanbieder

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

7.2. Privacybescherming

7.4. Aanlevertermijnen

In de brief van het CBS aan de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen staat per keer aangegeven op welke datum de gegevens uiterlijk bij het CBS moeten zijn aangeleverd. Het CBS vraagt jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen om de gegevens binnen een termijn van drie weken na afloop van de verslagperiode aan te leveren.

7.5. Inhoud van het gegevensbestand

In artikel 7.5.3 van het Besluit Jeugdwet zijn de gegevens opgenomen die jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen aan het CBS dienen te leveren voor de beleidsinformatie. In deel 1 van dit informatieprotocol is elk gegeven uitgewerkt in een definitie en, waar van toepassing, voorzien van keuzeopties. De jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen leveren de gegevens aan het CBS in een door het CBS gedefinieerd gegevensbestand.

Het gegevensbestand dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen genereren en uploaden bij het CBS dient de volgende inhoud te hebben:

8. Technische eisen die gelden voor de gegevenslevering aan het CBS

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

7.2. Privacybescherming

Alle gegevens die betrekking hebben op die periode moeten worden aangeleverd, ook de gegevens die niet veranderd zijn. De aanname is dat de nieuwe levering alle gegevens uit de oude levering overschrijft. Gegevens die wel in de eerdere levering zaten maar niet in de correctielevering, worden als verwijderd beschouwd. In principe worden alleen berichten verwerkt die betrekking hebben op de meest actuele afgelopen verslagperiode en de daaraan voorafgaande verslagperiode.

Deel 3. Technische eisen

Alle gegevens die betrekking hebben op die periode moeten worden aangeleverd, ook de gegevens die niet veranderd zijn. De aanname is dat de nieuwe levering alle gegevens uit de oude levering overschrijft. Gegevens die wel in de eerdere levering zaten maar niet in de correctielevering, worden als verwijderd beschouwd. In principe worden alleen berichten verwerkt die betrekking hebben op de meest actuele afgelopen verslagperiode en de daaraan voorafgaande verslagperiode.

De uploadvoorziening is te benaderen via Internet: zelf www.cbs.nl/bestandslevering

Voor het aanleveren van de gegevens aan het CBS dienen de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen gebruik te maken van de uploadvoorziening van het CBS. Het betreft een beveiligde voorziening.

Deel 3. Technische eisen

8.2. Bestandsformaten

8.2. Bestandsformaten

Het CBS kan de volgende bestandformaten verwerken:

Het CBS stelt standaard formulieren en in te vullen bestanden beschikbaar (standaard spreadsheet) op www.cbs.nl/jeugdzorg. Gegevensleveranciers kunnen deze formulieren downloaden, invullen en via de beveiligde uploadvoorziening naar het CBS versturen.

Het CBS biedt de optie voor jeugdhulpaanbieders om de gegevens via een webformulier aan te leveren. De jeugdhulpaanbieder hoeft dan geen query te maken binnen het eigen cliënt registratie systeem, maar vult de gegevens in op het webformulier. Verwachting is dat deze optie met name voor jeugdhulpaanbieders met relatief weinig cliënten een alternatief is. In het webformulier kunnen maximaal 50 hulptrajecten worden ingevuld.

Het CBS biedt de optie voor jeugdhulpaanbieders om de gegevens via een webformulier aan te leveren. De jeugdhulpaanbieder hoeft dan geen query te maken binnen het eigen cliënt registratie systeem, maar vult de gegevens in op het webformulier. Verwachting is dat deze optie met name voor jeugdhulpaanbieders met relatief weinig cliënten een alternatief is. In het webformulier kunnen maximaal 50 hulptrajecten worden ingevuld.

8.4. Berichtspecificatie

Voor het aanleveren van de gegevens middels het ASCII fixed format en de standaard spreadsheet is een berichtspecificatie gemaakt. De geldende versie van deze specificatie is gepubliceerd op de website van het CBS: www.cbs.nl/jeugdzorg

Het CBS stelt standaard formulieren en in te vullen bestanden beschikbaar (standaard spreadsheet). Gegevensleveranciers kunnen deze formulieren downloaden, invullen en via de beveiligde uploadvoorziening naar het CBS versturen.

8.3. Gebruik webformulieren

Het CBS biedt de optie voor jeugdhulpaanbieders om de gegevens via een webformulier aan te leveren. De jeugdhulpaanbieder hoeft dan geen query te maken binnen het eigen cliënt registratie systeem, maar vult de gegevens in op het webformulier. Verwachting is dat deze optie met name voor jeugdhulpaanbieders met relatief weinig cliënten een alternatief is. In het webformulier kunnen maximaal 50 hulptrajecten worden ingevuld.

8.4. Berichtspecificatie

Voor het aanleveren van de gegevens middels het ASCII fixed format en de standaard spreadsheet is een berichtspecificatie gemaakt. De geldende versie van deze specificatie is gepubliceerd op de website van het CBS: www.cbs.nl/jeugdzorg

Bijlage. Overzicht wijzigingen t.o.v. de vorige versie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8ab
1.

Indien van toepassing kan een persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt ten laste van zijn persoonsgebonden budget een hulp uit het sociaal netwerk voor jeugdhulp, die zonder dienstbetrekking wordt verleend, laten betalen:

Daartoe draagt hij zorg voor een verklaring. De verklaring wordt ingediend bij de Sociale verzekeringsbank. De Sociale verzekeringsbank stelt onmiddellijk het college daarvan in kennis.

2.

Een persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt kan niet een overeenkomst als bedoeld in artikel 8b, eerste lid, onderdeel b, en de hiergenoemde verklaring met betrekking tot dezelfde derde, die ten laste van het persoonsgebonden budget betalingen zou ontvangen, indienen.

3.

Een verklaring wordt opgesteld volgens het vigerende, door de Sociale verzekeringsbank vastgestelde model en bevat ten minste:

4.

De verklaring, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het college.

5.

Het college kan de goedkeuring slechts geven indien de verklaring voldoet aan de eisen, bedoeld in het derde lid.

6.

Een wijziging van een goedgekeurde verklaring wordt onmiddellijk met een formulier aan de Sociale verzekeringsbank kenbaar gemaakt door middel van invulling van een daartoe door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld modelformulier.

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

3.1. Jeugdhulp

3.4. Gestart met crisis

8.1. Gebruik uploadvoorziening

8.1. Gebruik uploadvoorziening

Elke jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling die geacht wordt om gegevens aan te leveren krijgt elk verslagperiode de benodigde inloggegevens van het CBS.

Daarna is het bestand op eenvoudige wijze op te zoeken en te versturen.

Het CBS kan de volgende bestandformaten verwerken:

8.3. Gebruik webformulieren

Bijlage: Overzicht wijzigingen t.o.v. de vorige versie

Het CBS stelt standaard formulieren en in te vullen bestanden beschikbaar (standaard spreadsheet). Gegevensleveranciers kunnen deze formulieren downloaden, invullen en via de beveiligde uploadvoorziening naar het CBS versturen.

8.3. Gebruik webformulieren

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6c.1
1.

Bij de bekostiging van aanbieders of gekwalificeerde gedragswetenschappers, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, onderdeel a, van de wet kan het college gebruik maken van een:

2.

Bij gebruik van de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant of de outputgerichte uitvoeringsvariant draagt het college ten aanzien van de financieringswijzen en administratieve processen en de wijze van gegevensuitwisseling, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet zorg voor de toepassing van de iJw.

3.

Toepassing van de iJw houdt in ieder geval in dat er overeenkomstig de iJw elektronisch berichtenverkeer is tussen gemeenten en de in het eerste lid bedoelde personen en instanties bij het toewijzen, factureren en declareren, en leveren van producten, diensten of resultaten.

Artikel 6c.2

Indien de iJw worden gewijzigd, wordt de wijziging van kracht vanaf het moment waarop deze openbaar is gemaakt door het Zorginstituut.

§ 8. Persoonsgebonden budget

§ 9. Slotbepalingen

Artikel 9.1a

In afwijking van artikel 6c.1, tweede lid, hoeven de iJw niet te worden toegepast bij de uitvoering van contracten die door de contractspartijen zijn ondertekend voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, behalve voor zover:

Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet

Vervallen

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

7.4. Aanlevertermijnen

7.3. Verslagperiodes

7.4. Aanlevertermijnen

Voor het aanleveren van de gegevens aan het CBS dienen de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen gebruik te maken van de uploadvoorziening van het CBS. Het betreft een beveiligde voorziening.

8.1. Gebruik uploadvoorziening

Voor het aanleveren van de gegevens middels het ASCII fixed format en de standaard spreadsheet is een berichtspecificatie gemaakt. De geldende versie van deze specificatie is gepubliceerd op de website van het CBS: www.cbs.nl/jeugdzorg

Bijlage. Overzicht wijzigingen t.o.v. de vorige versie

Het CBS biedt de optie voor jeugdhulpaanbieders om de gegevens via een webformulier aan te leveren. De jeugdhulpaanbieder hoeft dan geen query te maken binnen het eigen cliënt registratie systeem, maar vult de gegevens in op het webformulier. Verwachting is dat deze optie met name voor jeugdhulpaanbieders met relatief weinig cliënten een alternatief is. In het webformulier kunnen maximaal 50 hulptrajecten worden ingevuld.

8.4. Berichtspecificatie

Voor het aanleveren van de gegevens middels het ASCII fixed format en de standaard spreadsheet is een berichtspecificatie gemaakt. De geldende versie van deze specificatie is gepubliceerd op de website van het CBS: www.cbs.nl/jeugdzorg

Bijlage. Overzicht wijzigingen t.o.v. de vorige versie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet

Artikel 9.1.b

Artikel 4.1, tweede lid, is voor het eerst van toepassing op de jaarverslaggeving over het verslagjaar 2020.

Deel 3. Technische eisen

8.4. Berichtspecificatie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

8.3. Gebruik webformulieren

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.