Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 maart 2015, nummer 625779, tot besteding van de gelden uit het Europese Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid (instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing en instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa) (Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020)
| Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 90 punten) | Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 90 punten) | Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 90 punten) |
|---|---|---|
| Subcriteria | Bijbehorende vragen | Punten |
| 1. Relevantie (maximaal 20 punten) | a. In welke mate draagt het project bij aan de gekozen subsidiabele activiteit zoals vermeld in de Bijlagen A tot en met C van deze subsidieregeling? | 5 |
| 1. Relevantie (maximaal 20 punten) | b. Blijkt uit het projectvoorstel wat de concrete uitdaging/het probleem is waar het projectvoorstel zich op richt? | 5 |
| 1. Relevantie (maximaal 20 punten) | c. Dragen de verwachte projectresultaten bij aan de oplossing? | 5 |
| 1. Relevantie (maximaal 20 punten) | d. Zijn de geplande activiteiten direct noodzakelijk voor het behalen van de in het aanvraagformulier onder stap 6 ‘Streefwaarden’ ingevulde beoogde te behalen streefwaarden? Deze streefwaarden zijn rechtstreeks gelinkt aan de beoogde in Nederland te behalen streefwaarden uit het Nationaal Programma AMIF. | 5 |
| 2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) | a. Is het projectvoorstel op alle onderdelen duidelijk en concreet? | 5 |
| 2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) | b. Zijn de voorziene activiteiten en de te behalen resultaten kwantificeerbaar en meetbaar? | 5 |
| 2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) | c. Is er sprake van een realistische tijdsplanning met duidelijke en concrete mijlpalen en (eventueel) tussenproducten? | 5 |
| 2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) | d. Blijkt uit de inhoud van de bijlage ‘Wijze van verantwoorden en administreren’ die onderdeel is van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke procedures voor bijsturing en risicobeheersing? | 4 |
| 2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) | e. Is er sprake van de ontwikkeling van een nieuwe, creatieve of onconventionele aanpak? | 1 |
| 3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) | a. Lijken de begrote kosten duidelijk omschreven, onderbouwd en noodzakelijk voor het behalen van de doelstellingen en resultaten van het project? | 7 |
| 3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) | b. Lijkt de prijs/prestatieverhouding redelijk? | 8 |
| 4. Organisatie (maximaal 15 punten) | a. Heeft de aanvragende organisatie voldoende capaciteit, ervaring, expertise en financiële armslag om het projectvoorstel met succes uit te voeren? | 4 |
| 4. Organisatie (maximaal 15 punten) | b. Blijkt uit de inhoud van de bijlage ‘Wijze van verantwoorden en administreren’ die onderdeel is van de subsidieaanvraag dat de aanvrager kan voldoen aan de vereisten die aan de projectadministratie worden gesteld? | 2 |
| 4. Organisatie (maximaal 15 punten) | c. Is aannemelijk op basis van eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten dat de aanvrager het projectvoorstel met succes kan uitvoeren en aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen kan voldoen? | 4 |
| 4. Organisatie (maximaal 15 punten) | d. Heeft de aanvragende organisatie ervaring met EU subsidieregels? | 2 |
| 4. Organisatie (maximaal 15 punten) | e. Heeft de aanvragende organisatie kennis van het beleidsterrein asiel en opvang, integratie of terugkeer? | 3 |
| 5. Monitoring en evaluatie (maximaal 10 punten) | a. Blijkt uit de inhoud van de bijlage ‘Wijze van verantwoorden en administreren’ die onderdeel is van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke procedures om de te behalen streefwaarden en/of andere resultaten te meten en vast te leggen? | 5 |
| 5. Monitoring en evaluatie (maximaal 10 punten) | b. Blijkt uit de inhoud van de bijlagen ‘Wijze van verantwoorden en administreren’ en ‘Beschrijving projectplanning, activiteiten en begroting’ die onderdeel zijn van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke criteria om aan te tonen dat er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen? | 5 |
| 6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) | a. Blijkt uit de inhoud van de bijlage ‘Wijze waarop de bekendmaking en verspreiding van de projectresultaten vorm wordt gegeven’ die onderdeel is van de subsidieaanvraag dat er kans is op een structurele inbedding van positieve projectresultaten en/of blijvende samenwerking na afloop van de projectperiode? | 3 |
| 6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) | b. Blijkt uit de inhoud van de bijlage ‘Wijze waarop de bekendmaking en verspreiding van de projectresultaten vorm wordt gegeven’ die onderdeel is van de subsidieaanvraag dat er sprake zal zijn van actieve kennisdeling en brede deling van de resultaten, zowel nationaal als Europees/internationaal, gedurende de looptijd? | 3 |
| 6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) | c. Blijkt uit subsidie aanvraag uit de beschrijving onder stap 2 ‘doelgroepen’ dat er adequaat gebruik gemaakt wordt van de kennis, capaciteiten en ervaringen van de (deelnemende) onderdanen uit derde landen waarop het doel van het project zich richt? | 1 |
| 6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) | d. Blijkt uit de inhoud van de bijlage ‘Wijze waarop de bekendmaking en verspreiding van de projectresultaten vorm wordt gegeven’ die onderdeel is van de subsidieaanvraag dat de aanpak van het project bij succes op grotere schaal kan worden toegepast? | 3 |
| Specifieke criteria (7 of 8 of 9, maximaal 10 punten) | Specifieke criteria (7 of 8 of 9, maximaal 10 punten) | Specifieke criteria (7 of 8 of 9, maximaal 10 punten) |
| --- | --- | --- |
| Subcriteria | Bijbehorende vragen | Punten |
| 7. Asiel en opvang (maximaal 10 punten) | a. In welke mate bestaat de doelgroep van een opvangproject uit kwetsbare groepen (kwetsbare groepen in de opvang zijn alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vreemdelingen met medische problematiek, alleenstaande vrouwen en kinderen)? | 6 |
| 7. Asiel en opvang (maximaal 10 punten) | b. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij omwonenden voor asielopvang (communicatie richting omwonenden, betrekken omwonenden bij het project)? | 2 |
| 7. Asiel en opvang (maximaal 10 punten) | c. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij de bredere gemeenschap, zoals andere gemeenten, Provincie, Nederlandse bevolking voor asielopvang (bijvoorbeeld in de vorm van brede communicatie)? | 2 |
| 8. Integratie (maximaal 10 punten) | a. In hoeverre wordt met het projectvoorstel de doelgroep duurzaam geactiveerd, zodat de participatie van onderdanen van een niet-westers derde land in de Nederlandse samenleving wordt bevorderd? Is er sprake van een (te verwachten) effect ook na afronding van het project? | 3 |
| 8. Integratie (maximaal 10 punten) | b. Is in het projectvoorstel voorzien in samenwerking met relevante partijen? Is duidelijk beargumenteerd welke partijen participeren en waarom? Is er sprake van een voor deze problematiek en context unieke combinatie van samenwerkende partijen? Zijn er getekende samenwerkingsverklaringen overgelegd waarmee het commitment is vastgelegd? | 4 |
| 8. Integratie (maximaal 10 punten) | c. Ziet het projectvoorstel op meerdere activiteiten waarbij sprake is van een samenhang en een onderling versterkend effect? (Idealiter staat een activiteit niet op zichzelf, maar wordt deze gecombineerd met andere beleidsprioriteiten voor een versterkend effect.) | 3 |
| 9. Terugkeer (Maximaal 10 punten) | a. In welke mate richt het projectvoorstel zich op de prioriteitslanden voor terugkeer? De prioriteitslanden voor terugkeer staan vermeld de website van de Dienst Terugkeer en Vertrek (https://www.dienstterugkeerenvertrek.nl/Subsidies/belangrijke-documenten) | 5 |
| 9. Terugkeer (Maximaal 10 punten) | b. Wat is de hoogte van het beoogde aantal terugkeerders? Een project met een hoger (realistisch) terugkeerresultaat heeft daarbij de voorkeur. | 5 |
Bijlage J. behorende bij artikel 16, tweede lid
De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:
Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in elektronische versie bestaan (onderdeel d)
Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)