Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, houdende vaststelling van de kadastrale tarieven (Tarievenregeling Kadaster)

16 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Tarievenregeling Kadaster — art. 18
2025-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2024-07-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2024-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2023-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2022-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2021-07-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2021-04-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2021-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30

Wijzigingen op 2021-01-01

@@ -30,33 +30,33 @@
##### Artikel 2
1. Voor de inschrijving in het openbaar register van een elektronisch aangeboden stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze regeling is verschuldigd: € 144,50.
2. Voor de inschrijving in het openbaar register van een elektronisch aangeboden stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=II&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze regeling is verschuldigd: € 63,–.
3. Voor de inschrijving in het openbaar register van een elektronisch aangeboden stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=III&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze regeling is verschuldigd: € 24,15.
1. Voor de inschrijving in het openbaar register van een elektronisch aangeboden stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2021-01-01&g=2021-01-01) van deze regeling is verschuldigd: € 144,50.
2. Voor de inschrijving in het openbaar register van een elektronisch aangeboden stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=II&z=2021-01-01&g=2021-01-01) van deze regeling is verschuldigd: € 63,–.
3. Voor de inschrijving in het openbaar register van een elektronisch aangeboden stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=III&z=2021-01-01&g=2021-01-01) van deze regeling is verschuldigd: € 24,15.
4. Indien een elektronisch ingeschreven stuk geautomatiseerd kan worden verwerkt op basis van een gelijktijdig aangeboden kadasterstylesheet of een vooraf in depot gegeven bijlage, worden de tarieven als volgt verlaagd:
- a. het tarief in het eerste lid, voor een ingeschreven stukdeel als genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01): met € 62,–;
- b. het tarief in het tweede lid, voor een ingeschreven stukdeel als genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=II&z=2020-01-01&g=2020-01-01): met 28,–;
- c. het tarief in het derde lid, voor een ingeschreven stukdeel als genoemd in [bijlage III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=III&z=2020-01-01&g=2020-01-01): met € 10,75.
5. Indien een stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01), in papieren vorm ter inschrijving wordt aangeboden, wordt het tarief als genoemd in het eerste tot en met derde lid, verhoogd met € 27,50.
6. Indien meerdere stukdelen, als genoemd in [bijlage I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze regeling, in een stuk voorkomen, dan is slechts eenmaal het hoogste inschrijftarief verschuldigd.
- a. het tarief in het eerste lid, voor een ingeschreven stukdeel als genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2021-01-01&g=2021-01-01): met € 62,–;
- b. het tarief in het tweede lid, voor een ingeschreven stukdeel als genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=II&z=2021-01-01&g=2021-01-01): met 28,–;
- c. het tarief in het derde lid, voor een ingeschreven stukdeel als genoemd in [bijlage III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=III&z=2021-01-01&g=2021-01-01): met € 10,75.
5. Indien een stuk inhoudende een stukdeel als genoemd in [bijlage I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2021-01-01&g=2021-01-01), in papieren vorm ter inschrijving wordt aangeboden, wordt het tarief als genoemd in het eerste tot en met derde lid, verhoogd met € 27,50.
6. Indien meerdere stukdelen, als genoemd in [bijlage I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2021-01-01&g=2021-01-01) van deze regeling, in een stuk voorkomen, dan is slechts eenmaal het hoogste inschrijftarief verschuldigd.
7. Voor de boeking van een stuk in het register van voorlopige aantekeningen is verschuldigd het tarief als genoemd in het tweede lid.
8. Indien een stukdeel in een stuk niet vermeld staat in [bijlage I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze regeling is het tarief als genoemd in het eerste lid verschuldigd.
8. Indien een stukdeel in een stuk niet vermeld staat in [bijlage I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=I&z=2021-01-01&g=2021-01-01) van deze regeling is het tarief als genoemd in het eerste lid verschuldigd.
##### Artikel 3
Kosteloos is de inschrijving van:
- a. een stuk inhoudende een stukdeel genoemd in [bijlage IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=IV&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze regeling;
- a. een stuk inhoudende een stukdeel genoemd in [bijlage IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&bijlage=IV&z=2021-01-01&g=2021-01-01) van deze regeling;
- b. een stuk inhoudende de doorhaling van een recht van hypotheek en welk stuk geautomatiseerd kan worden verwerkt op basis van een gelijktijdig aangeboden Kadasterstylesheet of een vooraf in depot gegeven bijlage.
@@ -70,7 +70,7 @@
- b. in andere gevallen: € 485,–.
2. In geval van een spoedteboekstelling wordt het tarief, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met € 120,– en vermeerderd met een bedrag gelijk aan het in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedoelde tarief per kwartier dat de Dienst langer dan een uur op een bewijsstuk moet wachten.
2. In geval van een spoedteboekstelling wordt het tarief, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met € 120,– en vermeerderd met een bedrag gelijk aan het in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedoelde tarief per kwartier dat de Dienst langer dan een uur op een bewijsstuk moet wachten.
3. Voor het opnieuw aanbrengen van een brandmerk is verschuldigd:
@@ -104,9 +104,9 @@
##### Artikel 6
1. Voor het op verzoek vormen van percelen, anders dan bedoeld in [artikel 7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is per nieuw te vormen perceel verschuldigd, indien:
- a. percelen moeten worden gevormd met voorlopige grenzen: € 100,–, onverminderd de toepassing van het tarief overeenkomstig onderdeel d dan wel [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
1. Voor het op verzoek vormen van percelen, anders dan bedoeld in [artikel 7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=7&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is per nieuw te vormen perceel verschuldigd, indien:
- a. percelen moeten worden gevormd met voorlopige grenzen: € 100,–, onverminderd de toepassing van het tarief overeenkomstig onderdeel d dan wel [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=7&z=2021-01-01&g=2021-01-01);
- b. percelen moeten worden gevormd anders dan bedoeld in onderdeel a met een oppervlakte van ten hoogste 100 centiare: € 157,50, met dien verstande dat de vorming ervan noodzakelijk is om de kadastrale grens tussen twee percelen in overeenstemming te brengen met het werkelijke gebruik;
@@ -124,7 +124,7 @@
##### Artikel 7
1. Onverminderd de verschuldigdheid van het tarief overeenkomstig [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is voor de inschrijving van een stuk, dat leidt tot een verkrijging onder bijzondere titel als bedoeld in [artikel 80, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=80), of tot splitsing in appartementsrechten, van een perceel met een voorlopige grens als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01), per perceel verschuldigd:
1. Onverminderd de verschuldigdheid van het tarief overeenkomstig [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is voor de inschrijving van een stuk, dat leidt tot een verkrijging onder bijzondere titel als bedoeld in [artikel 80, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=80), of tot splitsing in appartementsrechten, van een perceel met een voorlopige grens als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=6&z=2021-01-01&g=2021-01-01), per perceel verschuldigd:
- a. voor zover het perceel een oppervlakte heeft van ten hoogste 100 centiare en blijkens het stuk ten aanzien van dat perceel sprake is van een koopsom of tegenprestatie met een waarde van ten hoogste € 5.000,–, of, bij het ontbreken van een koopsom of tegenprestatie, een waarde van ten hoogste € 5.000,–: € 57,50;
@@ -132,7 +132,7 @@
2. De bedragen, genoemd in het eerste lid, zijn niet verschuldigd indien deze bedragen al bij een eerdere inschrijving voor het betreffende perceel in rekening zijn gebracht.
3. Onverminderd de verschuldigdheid van het tarief overeenkomstig [artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is voor de inschrijving van een stuk, dat aanleiding is tot het vormen van percelen, per over te dragen gedeelte van een perceel verschuldigd: € 1.325,–.
3. Onverminderd de verschuldigdheid van het tarief overeenkomstig [artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is voor de inschrijving van een stuk, dat aanleiding is tot het vormen van percelen, per over te dragen gedeelte van een perceel verschuldigd: € 1.325,–.
4. Op verzoek verleent de Dienst teruggaaf van het op grond van het eerste lid verschuldigde tarief, indien ten aanzien van alle aangrenzende percelen met voorlopige grenzen het grens-verificatietarief reeds voldaan is op grond van [artikel 2, tweede lid, van de Regeling tarieven Kadaster](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016017&artikel=2) zoals deze tot 1 januari 2016 gold.
@@ -142,13 +142,13 @@
1. Voor de afgifte van een verklaring inhoudende een netwerkaanduiding is verschuldigd: € 250,–.
2. Voor de vervaardiging van een netwerktekening op schaal 1:5.000 of op een kleinere schaal, met een strookbreedte van tenminste 500 meter, is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening en € 0,11 per afgebeelde hectare.
3. Voor het bijhouden van een in de afgelopen vijf jaren ingeschreven netwerktekening, binnen het op die tekening weergegeven gebied, is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening.
4. Voor het actualiseren van een nog niet in depot gegeven tekening waarvan het leidingtracé ongewijzigd blijft, is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening.
5. Voor de controle op inschrijvingsvereisten van een niet door de Dienst vervaardigde netwerktekening is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening.
2. Voor de vervaardiging van een netwerktekening op schaal 1:5.000 of op een kleinere schaal, met een strookbreedte van tenminste 500 meter, is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening en € 0,11 per afgebeelde hectare.
3. Voor het bijhouden van een in de afgelopen vijf jaren ingeschreven netwerktekening, binnen het op die tekening weergegeven gebied, is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening.
4. Voor het actualiseren van een nog niet in depot gegeven tekening waarvan het leidingtracé ongewijzigd blijft, is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening.
5. Voor de controle op inschrijvingsvereisten van een niet door de Dienst vervaardigde netwerktekening is verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), vermeerderd met € 38,– per tekening.
6. Voor het verrichten van een onderzoek naar ingeschreven beslagen en eisen tot vaststelling van de eigendom op grond van [artikel 155 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002565&artikel=155), is per netwerk verschuldigd: € 49,–.
@@ -208,7 +208,7 @@
- 2. het jaar 1838: € 269,50;
- d. indien het andere onderzoeken betreft, het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01) per kwartier te besteden tijd.
- d. indien het andere onderzoeken betreft, het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01) per kwartier te besteden tijd.
#### Titel 7. Raadplegen en verstrekken van gegevens uit registraties
@@ -216,7 +216,7 @@
1. Voor een abonnement op de digitale raadpleging van een rechtszekerheidsregistratie is, als vergoeding voor de vaste kosten van het abonnement per kalenderjaar verschuldigd: € 64,80. Indien de krachtens het tweede lid verschuldigde bedragen automatisch door de Dienst worden geïncasseerd is per kalenderjaar verschuldigd: € 32,40. Bij aanvang van een abonnement gedurende een kalenderjaar is een evenredig bedrag voor de resterende periode verschuldigd.
2. Voor digitale raadpleging, al dan niet door middel van een geautomatiseerd proces, van gegevens uit een rechtszekerheidsregistratie of de landelijke voorziening, bedoeld in [artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016876&artikel=10), is per object verschuldigd:
2. Voor digitale raadpleging, al dan niet door middel van een geautomatiseerd proces, van gegevens uit een rechtszekerheidsregistratie is per object verschuldigd:
- a. voor een hypothecair of een kadastraal bericht: € 2,95;
@@ -240,6 +240,26 @@
- d. bij raadpleging op een van de kantoren van de Dienst: € 32,25.
6. Voor digitale raadpleging, door middel van een geautomatiseerd proces, van onderdelen van de gegevens uit een rechtszekerheidsregistratie, is per onderdeel verschuldigd:
- a. Object: € 0,20;
- b. Objectadres: € 0,20;
- c. Eigendom uitgebreid: € 2,00;
- d. Hypotheek: € 1,50;
- e. Beslag: € 1,50;
- f. Overige rechten: € 0,50;
- g. Belemmeringen en beperkingen: € 0,50;
- h. Transactie: € 1,50;
- i. Eigendom kort: € 0,20.
##### Artikel 14
Een (rechts)persoon, die voor een door hem opgegeven registergoed gebruik maakt van de tijdelijke automatische melding van wijzigingen in de openbare registers, is per object verschuldigd: € 1,–.
@@ -256,9 +276,9 @@
3. Na de eerste verstrekking, bedoeld in het tweede lid, is per kalenderjaar voor een abonnement op deze gegevens per 1.000 objecten verschuldigd: € 222,–.
4. Voor het opnieuw verstrekken van eerder verstrekte gegevens in het kader van een abonnement als bedoeld in het derde lid, is per verstrekking verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
5. Voor een tweede mutatie-abonnement is eenmalig verschuldigd: zestien maal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
4. Voor het opnieuw verstrekken van eerder verstrekte gegevens in het kader van een abonnement als bedoeld in het derde lid, is per verstrekking verschuldigd: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
5. Voor een tweede mutatie-abonnement is eenmalig verschuldigd: zestien maal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
##### Artikel 16
@@ -314,7 +334,7 @@
- a. bij verstrekking via het openbare internet: € 0,–;
- b. bij verstrekking op een elektronische gegevensdrager: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
- b. bij verstrekking op een elektronische gegevensdrager: achtmaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
#### Titel 9. Geometrisch referentiesysteem
@@ -342,29 +362,29 @@
- a. het de gegevens van referentiepanden betreft, per referentiepand: € 1,25;
- b. het individuele koopsommen betreft, per stuk: € 1,53;
- c. het de gegevens van een hypotheekinschrijving betreft, per stuk: € 1,60;
- b. het transactiegegevens betreft, het tarief genoemd in [artikel 13, zesde lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=13&z=2021-01-01&g=2021-01-01);
- c. het de gegevens van een hypotheekinschrijving betreft, het tarief genoemd in [artikel 13, zesde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=13&z=2021-01-01&g=2021-01-01);
- d. het andere gegevens betreft dan bedoeld onder a tot en met c, per akte: € 2,28.
2. Voor een jaarabonnement op de verstrekking van gegevens inzake vastgoedtransacties voor de interne werkprocessen van de afnemer is verschuldigd:
- a. bij een bestandsselectie tot en met 25.000 transacties per jaar: € 8.000,–;
- b. bij een bestandsselectie van 25.001 tot en met 50.000 transacties per jaar: € 16.000,–;
- c. bij een bestandsselectie van 50.001 tot en met 100.000 transacties per jaar: € 24.000,–;
- d. bij een bestandsselectie van meer dan 100.000 transacties per jaar: € 32.000,–.
- a. bij een bestandsselectie tot en met 25.000 transacties per jaar: € 600,- per maand;
- b. bij een bestandsselectie van 25.001 tot en met 50.000 transacties per jaar: € 1.200,- per maand;
- c. bij een bestandsselectie van 50.001 tot en met 100.000 transacties per jaar: € 1.800,- per maand;
- d. bij een bestandsselectie van meer dan 100.000 transacties per jaar: € 2.400,- per maand.
3. Voor het verstrekken van historische transactiegegevens voor de interne werkprocessen van de afnemer is verschuldigd:
- a. voor de transacties van de afgelopen vijf jaren: vijf maal het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, b, c of d;
- b. voor de transacties die ouder zijn dan vijf, maar jonger dan tien jaren: tweeënhalf maal het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, b, c of d;
- c. voor de transacties ouder dan tien jaren: tweeënhalf maal het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, b, c of d.
- a. voor de transacties van de afgelopen vijf jaren: zestig maal het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, b, c of d;
- b. voor de transacties die ouder zijn dan vijf, maar jonger dan tien jaren: dertig maal het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, b, c of d;
- c. voor de transacties ouder dan tien jaren: dertig maal het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, b, c of d.
4. Indien transactiegegevens als genoemd in het tweede en derde lid, door afnemer worden doorgeleverd aan derden, is afnemer verschuldigd:
@@ -372,11 +392,11 @@
- b. een bedrag berekend op basis van het aantal doorgeleverde transactiegegevens aan derden:
- 1°. tot en met 50.000 transacties per jaar, per transactie: € 1,60;
- 2°. bij 50.001 tot en met 100.000 transacties per jaar, per transactie: € 1,20;
- 3°. bij 100.001 tot en met 200.000 transacties per jaar, per transactie: € 0,80;
- 1°. tot en met 50.000 transacties per jaar, per transactie: € 1,25;
- 2°. bij 50.001 tot en met 100.000 transacties per jaar, per transactie: € 1,00;
- 3°. bij 100.001 tot en met 200.000 transacties per jaar, per transactie: € 0,75;
- 4°. bij meer dan 200.000 transacties per jaar, per transactie: € 0,54.
@@ -394,21 +414,27 @@
- a. indien de opgave 5.000 of minder statistische waarden betreft, per verstrekte statistische waarde: € 0,71;
- b. in andere gevallen: € 2.400,–, vermeerderd met € 240,– per gebiedsniveau of andere rubricering;
- c. per jaar voor een abonnement op de opgaven, bedoeld onder a of b: tweeënhalf maal het tarief, bedoeld respectievelijk onder a en b.
2. Voor een abonnement op de hypothekenscan is per jaar verschuldigd, indien geleverd:
- a. op landelijk niveau: € 8.300,–;
- b. op provinciaal niveau: € 13.750,–;
- c. op gemeenteniveau: € 23.000,–;
- d. op 4-positie postcodeniveau: € 32.500,–;
- e. op 6-positie postcodeniveau: € 41.000,–.
- b. indien de opgave 5.001 tot en met 25.000 waarden betreft: € 3.905,-;
- c. indien de opgave 25.001 tot en met 100.000 waarden betreft: € 4.260,-;
- d. indien de opgave 100.001 tot en met 1.000.000 waarden betreft: € 4.615,-;
- e. indien de opgave meer dan 1.000.000 waarden betreft: het bedrag bedoeld in onderdeel d, vermeerderd met een bedrag van € 355,- per aanvullend gebiedsniveau of andere rubricering;
- f. per jaar voor een abonnement op de opgaven, bedoeld onder a tot en met e: tweeënhalf maal het tarief, bedoeld respectievelijk onder a tot en met e.
2. Voor een abonnement op de hypothekenscan is per maand verschuldigd, indien geleverd:
- a. op landelijk niveau: € 700,-;
- b. op provinciaal niveau: € 1.150,-;
- c. op gemeenteniveau: € 1.950,-;
- d. op 4-positie postcodeniveau: € 2.750,-;
- e. op 6-positie postcodeniveau: € 3.450,-.
3. Voor een woningrapport is verschuldigd:
@@ -446,11 +472,11 @@
5. Voor het verstrekken van een eigendoms- of eigenarenkaart is verschuldigd:
- a. per opgave in een digitaal verwerkbare vorm: € 1,36 per perceel, vermeerderd met het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), per kwartier te besteden tijd;
- b. per kalenderjaar voor een abonnement op de opgave als bedoeld in onderdeel a: € 270,– per 1000 percelen, vermeerderd met het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), per kwartier te besteden tijd;
- c. voor een opgave in andere vorm dan bedoeld onder a: het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01), per kwartier te besteden tijd, vermeerderd met:
- a. per opgave in een digitaal verwerkbare vorm: € 1,36 per perceel, vermeerderd met het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), per kwartier te besteden tijd;
- b. per kalenderjaar voor een abonnement op de opgave als bedoeld in onderdeel a: € 270,– per 1000 percelen, vermeerderd met het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), per kwartier te besteden tijd;
- c. voor een opgave in andere vorm dan bedoeld onder a: het tarief als bedoeld in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01), per kwartier te besteden tijd, vermeerderd met:
- 1°. indien het een opgave op formaat A3 of A4 betreft: € 17,80;
@@ -466,7 +492,13 @@
- c. indien het bestanden inzake vastgoedtransacties agrarische gronden betreft, per transactie: € 1,63.
2. Voor het digitaal raadplegen of verstrekken van een opgave van gegevens uit andere dan door de Dienst gehouden registraties is de inkoopprijs van het betreffende gegeven verschuldigd, vermeerderd met het bedrag, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=29&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Voor digitale raadpleging, door middel van een geautomatiseerd proces, of verstrekking van een opgave van gegevens uit een registratie welke door de Dienst bij het vervullen van de door hem opgedragen taken, bedoeld in [artikel 3 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004541&artikel=3), zijn verkregen, is per onderdeel verschuldigd:
- a. BAG-object: € 0,20;
- b. Woningtypering: € 0,20.
3. Voor het digitaal raadplegen of verstrekken van een opgave van gegevens uit andere dan door de Dienst gehouden registraties is de inkoopprijs van het betreffende gegeven verschuldigd, vermeerderd met het bedrag, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=29&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
##### Artikel 24
@@ -534,11 +566,13 @@
##### Artikel 26
1. Indien gegevens als bedoeld in [artikel 13, eerste, tweede lid en vijfde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=13&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=14&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [artikel 15, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=16&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [artikel 22, vijfde lid, onderdeel a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor zover het de perceelstarieven betreft, worden gebruikt door een overheidsorganisatie als genoemd op ‘almanak.overheid.nl’ voor de uitoefening van een openbare taak, worden deze gegevens kosteloos verstrekt.
1. Indien gegevens als bedoeld in [artikel 13, eerste, tweede, vijfde lid, onderdeel a en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=13&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=14&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [artikel 15, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=16&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=17&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [artikel 22, vijfde lid, onderdeel a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01), voor zover het de perceelstarieven betreft, worden gebruikt door een overheidsorganisatie als genoemd op ‘almanak.overheid.nl’ voor de uitoefening van een openbare taak, worden deze gegevens kosteloos verstrekt.
2. In afwijking van het eerste lid is de aldaar bedoelde kosteloze verstrekking van gegevens niet van toepassing op notarissen en gerechtsdeurwaarders.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op politieke partijen die zijn vertegenwoordigd in de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, alsmede op ProRail B.V. te Utrecht.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op politieke partijen die zijn vertegenwoordigd in de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal.
4. Voor de inschrijving van een beperkingenbesluit, als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b, sub 1, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004541&artikel=1) kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, door een gemeente is geen tarief verschuldigd, als bedoeld in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01), indien het elektronisch ingeschreven stuk geautomatiseerd kan worden verwerkt overeenkomstig artikel 2, vierde lid.
#### Titel 13. Uitvoeren andere werkzaamheden
@@ -564,25 +598,25 @@
##### Artikel 29
1. Indien de opgave, bedoeld in de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=16&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=18&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=20&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=23&z=2020-01-01&g=2020-01-01), of [24, eerste lid, onderdelen a en b of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), in een andere vorm of met een uitgebreidere inhoud dan de standaardopgave wordt verstrekt, is naast het tarief, bedoeld in die artikelen, verschuldigd:
1. Indien de opgave, bedoeld in de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=16&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=17&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=18&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=20&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=21&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=23&z=2021-01-01&g=2021-01-01), of [24, eerste lid, onderdelen a en b of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2021-01-01&g=2021-01-01), in een andere vorm of met een uitgebreidere inhoud dan de standaardopgave wordt verstrekt, is naast het tarief, bedoeld in die artikelen, verschuldigd:
- a. de kosten voor specifieke infrastructuur, zoals die vooraf door de Dienst kenbaar worden gemaakt; en
- b. per kwartier dat een medewerker van de Dienst daaraan heeft besteed: een bedrag gelijk aan het tarief als bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Indien de opgave, bedoeld in de [artikelen 13, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=13&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=16&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=20&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01) of [24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), met een beperktere inhoud dan de standaardopgave wordt verstrekt, zijn verschuldigd de tarieven, bedoeld in die artikelen, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de minderkosten voor specifieke infrastructuur zoals die vooraf door de Dienst kenbaar worden gemaakt.
- b. per kwartier dat een medewerker van de Dienst daaraan heeft besteed: een bedrag gelijk aan het tarief als bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
2. Indien de opgave, bedoeld in de [artikelen 13, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=13&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=16&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=17&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=20&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=21&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01) of [24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2021-01-01&g=2021-01-01), met een beperktere inhoud dan de standaardopgave wordt verstrekt, zijn verschuldigd de tarieven, bedoeld in die artikelen, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de minderkosten voor specifieke infrastructuur zoals die vooraf door de Dienst kenbaar worden gemaakt.
### Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
##### Artikel 30
1. De aantallen, genoemd in de [artikelen 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [22, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), worden naar boven afgerond op 1.000.
2. Voor de toepassing van de [artikelen 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [22, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt uitgegaan van het aantal objecten dan wel percelen waaruit het desbetreffende gebied bestaat op 1 januari van het jaar waarin de gegevensverstrekking plaatsvindt.
3. Voor een verstrekking, bedoeld in de [artikelen 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=20&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [22, eerste en tweede lid en derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is ten minste een bedrag verschuldigd ter hoogte van driemaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Dit artikellid is niet van toepassing op een verstrekking door middel van het openbare internet.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de opgave, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), een andere vorm of andere inhoud dan de standaardopgave heeft en het tarief, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=29&z=2020-01-01&g=2020-01-01), verschuldigd is.
1. De aantallen, genoemd in de [artikelen 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [22, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01), worden naar boven afgerond op 1.000.
2. Voor de toepassing van de [artikelen 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [22, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01), wordt uitgegaan van het aantal objecten dan wel percelen waaruit het desbetreffende gebied bestaat op 1 januari van het jaar waarin de gegevensverstrekking plaatsvindt.
3. Voor een verstrekking, bedoeld in de [artikelen 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=7&artikel=15&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=20&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=21&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [22, eerste en tweede lid en derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is ten minste een bedrag verschuldigd ter hoogte van driemaal het bedrag, genoemd in [artikel 27, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=27&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Dit artikellid is niet van toepassing op een verstrekking door middel van het openbare internet.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de opgave, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=10&artikel=24&z=2021-01-01&g=2021-01-01), een andere vorm of andere inhoud dan de standaardopgave heeft en het tarief, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=13&artikel=29&z=2021-01-01&g=2021-01-01), verschuldigd is.
##### Artikel 31
@@ -598,7 +632,7 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage I. behorend bij [artikel 2 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) Tarievenregeling Kadaster
## Bijlage I. behorend bij [artikel 2 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01) Tarievenregeling Kadaster
| | Omschrijving stukdeel |
| --- | --- |
@@ -661,7 +695,7 @@
| 57 | Vestiging zakelijk recht van opstal nutsvoorziening |
| 58 | Vestiging zakelijk recht van vruchtgebruik |
## Bijlage II. behorend bij [artikel 2 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) Tarievenregeling Kadaster
## Bijlage II. behorend bij [artikel 2 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01) Tarievenregeling Kadaster
| | **Omschrijving stukdeel** |
| --- | --- |
@@ -717,7 +751,7 @@
| 50 | Wijziging splitsing m.b.t. onttrekken grondperceel |
| 51 | Wijziging splitsing m.b.t. toevoegen grondperceel |
## Bijlage III. behorend bij [artikel 2 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) Tarievenregeling Kadaster
## Bijlage III. behorend bij [artikel 2 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01) Tarievenregeling Kadaster
| | **Omschrijving stukdeel** |
| --- | --- |
@@ -734,7 +768,7 @@
| 11 | Waardeloosheid (verklaring van) |
| 12 | Wet geluidshinder |
## Bijlage IV. behorend bij [artikel 3 onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01) Tarievenregeling Kadaster
## Bijlage IV. behorend bij [artikel 3 onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037196&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=3&z=2021-01-01&g=2021-01-01) Tarievenregeling Kadaster
| | **Omschrijving stukdeel** |
| --- | --- |
2020-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 18, 30
2019-01-01
Tarievenregeling Kadaster
2018-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 4, 15
2017-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 4, 12, 15 y 2 más
2016-04-22
Tarievenregeling Kadaster — arts. 2, 4, 6 y 8 más
2006-01-01
Tarievenregeling Kadaster — arts. 1, 1, 2 y 46 más
2006-01-01
Tarievenregeling Kadaster
original version Tekst op deze datum