Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 februari 2016, nr. MBO/794457, houdende de vaststelling van het model kwalificatiedossier mbo, het model keuzedeel mbo, inclusief de bij de modellen behorende instructie en het toetsingskader kwalificatiestructuur mbo (Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016)
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op artikel 7.2.4, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
Artikel 1. Vaststelling van modellen, instructies en toetsingskader
Het model voor een kwalificatiedossier wordt vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 1 behorende bij deze regeling.
Het model voor een keuzedeel wordt vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 2 behorende bij deze regeling.
De instructies behorende bij de modellen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 3 behorende bij deze regeling.
Het toetsingskader voor de kwalificatiestructuur wordt vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 4 behorende bij deze regeling.
Artikel 2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2016.
Artikel 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016.
Bijlage 1. behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016
Bijlage 2. behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016
Bijlage 3. behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016
Instructies bij de ontwikkeling van kwalificatiedossiers mbo, keuzedelen en de verantwoordingsinformatie
Voor kwalificatiedossiers, keuzedelen en verantwoordingsinformatie vanaf schooljaar 2016-2017
Inhoudsopgave
Leeswijzer
Deze instructie is een handleiding voor de ontwikkeling van kwalificatiedossiers, verantwoordingsinformatie en keuzedelen. De instructie behoort bij het model kwalificatiedossier mbo en het model keuzedeel.
Dit document bestaat uit drie delen. Het eerste deel gaat in op het ontwerp van het kwalificatiedossier. Het bevat, per onderdeel van het model, instructies voor de beschrijving van verschillende onderdelen in het basis- en profieldeel. Het tweede deel bevat de instructie voor de uitwerking van het keuzedeel. Het derde deel bevat de instructie voor de invulling van de verantwoordingsinformatie behorend bij het kwalificatiedossier. Het kwalificatiedossier en het keuzedeel worden vastgesteld door de Minister van OCW. Dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie.
In bijlage 1 is een overzicht met de NLQF/EQF descriptoren opgenomen. In bijlage 2 is een overzicht van het Europees Referentiekader MVT opgenomen.
Deel I:. Het kwalificatiedossier
1. Het model
Toelichting
Naast het model kwalificatiedossier is er een separaat model keuzedeel dat afgeleid is van het model van een kwalificatie. Het model kwalificatiedossier is geen onderwijsmodel. Het schrijft niet voor hoe het onderwijs ingericht moeten worden.
2. Voorblad, colofon en overzicht dossier
2.1. Voorblad
De naamgeving is kort, weloverwogen en herkenbaar voor onderwijs, bedrijfsleven en deelnemer. De naam is ook uniek in de kwalificatiestructuur. Het kwalificatiedossier bevat de kwalificaties die op basis van verwantschap in de beroepengroep gebundeld zijn.
Dat betekent het volgende:
Vul de naam van het opleidingsdomein in waartoe dit kwalificatiedossier behoort. Tot welk opleidingsdomein het kwalificatiedossier behoort bepaalt de sectorkamer.
De Toetsingskamer vult de betreffende Crebonummers in, o.b.v. informatie van DUO. Ook versie, geldig vanaf en opleidingsdomein worden ingevuld door de Toetsingskamer.
Binnenblad, colofon
Aangegeven wordt welke soorten onderwijsinstellingen de crebo’s in het dossier mogen aanbieden.
Voor ieder kwalificatiedossier is één sectorkamer penvoerder. Geef aan welke sectorkamer dat is.
Vul de naam in van de sectorkamer (of de Thema-adviescommissie) die het kwalificatiedossier heeft gevalideerd en de datum waarop dat is gedaan. (Validering door een Thema-adviescommissie is aan de orde wanneer er sprake is van een sector overstijgend keuzedeel.)
Vul de datum in waarop de sectorkamer(s) / de thema-adviescommissie het dossier heeft/hebben gevalideerd. Validering door meerdere Sectorkamers is aan de orde wanneer naast de penvoerder meer sectorkamers betrokken zijn bij de kwalificaties in een dossier.
Het besluit van het bestuur om een kwalificatiedossier te legitimeren moet zijn vastgelegd; deze datum moet overeenkomen met die in het kwalificatiedossier.
Overzicht van het kwalificatiedossier
In een tabel wordt per profiel weergegeven: naam profiel (kwalificatie), het mbo-niveau c.q. het EQF-niveau, beroepsvereisten en de typering van de kwalificatie. Deze gegevens worden automatisch gegenereerd door DigiK1DigiK is het programma waarmee alle dossiers en keuzedelen worden ontwikkeld. Vanuit DigiK worden de dossiers en keuzedelen gepubliceerd op de website kwalificaties.s-bb.nl..
Onderstaand volgt een nadere toelichting op de te leveren gegevens.
Geef voor de profielen in het dossier het bijbehorende mbo-niveau aan.
In onderstaande tabel staat welk EQF-niveau correspondeert met welk mbo-niveau:
Kruis aan indien er in het dossier sprake is van (wettelijke) beroepsvereisten. In het profieldeel en in de verantwoordingsinformatie worden die nader toegelicht.
In onderstaande overzicht staat welk soort beroepsopleiding behoort bij het mbo-niveau van een kwalificatie:
De specialistenopleiding is een eenjarige kopopleiding op mbo-niveau 4 die wordt vormgegeven bovenop een verwante vakopleiding. De specialistenopleiding is voorbehouden aan twee subtypen:
De specialistenkwalificatie wordt in een zelfstandig kwalificatiedossier vormgegeven, eventueel met meerdere sectorspecifieke profielen. Het kwalificatiedossier voor de specialistenkwalificatie voldoet aan dezelfde eisen als alle andere kwalificatiedossiers.
Naast de tabel genereert DigiK een overzicht van de kerntaken en werkprocessen van de basis en van de profielen.
3. Basisdeel
3.1. Een substantieel basisdeel als fundament voor een dossier
In een dossier worden profielen gebundeld die samen een beroepengroep vormen. Een beroepengroep is te identificeren doordat de profielen gemeenschappelijke kerntaken, werkprocessen, vakkennis en vaardigheden en beroepsidentiteit hebben. Die gemeenschappelijke kern komt (met name) tot uitdrukking in het basisdeel. Die gemeenschappelijkheid moet voldoende substantieel zijn om ook echt te kunnen spreken van een beroepengroep. De gemeenschappelijkheid wordt geringer naarmate er meer profielen in een dossier geclusterd worden en ook naarmate er meer niveaus gecombineerd worden in een dossier. Bij het samenstellen van een dossier moet daarom zorgvuldig afgewogen worden of er sprake is van voldoende gemeenschappelijkheid tussen de profielen om te kunnen spreken van een beroepengroep.
Controlevraag: is er sprake van voldoende gemeenschappelijke vakkennis en vaardigheden, kerntaken en werkprocessen tussen alle profielen in het dossier om te kunnen spreken van een substantieel basisdeel?
3.2. Karakteristiek van het basisdeel
De basis van het kwalificatiedossier bestaat uit het beroepsspecifieke deel van de basis en het generieke deel. Het generieke deel bestaat uit de generieke kwalificatie-eisen aan Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo niveau 4) Engels. Samen borgen deze twee delen de drievoudige kwalificering.
De basis vormt een duurzaam fundament voor het dossier. Het beroepsspecifieke deel van de basis beschrijft de kerntaken en de vakkennis, vaardigheden en houdingsaspecten die alle beginnende beroepsbeoefenaren in het betreffende werkveld delen. De basis weerspiegelt als het ware het wezen van de beroepengroep: gemeenschappelijke kerntaken die de essentie van de beroepengroep vormen.
3.3. Beroepsspecifieke onderdelen van het basisdeel
3.3.1. Typering van de beroepengroep
In deze paragraaf wordt gevraagd om op beknopte wijze de kern van de beroepengroep weer te geven. De focus ligt daarbij op de gemeenschappelijke eigenschappen van de in het kwalificatiedossier geclusterde profielen: het wezen van de beroepengroep.
Context: De werkomgeving en plaats waar de beginnende beroepsbeoefenaar zijn werkzaamheden uitvoert. De tekst moet bondig zijn. Er mag geen additionele informatie, zoals handelingen die de beroepsbeoefenaar verricht, vermeld worden.
Typerende beroepshouding: Hier gaat het om de houdingselementen en specifieke (gedrags-) kenmerken van de beginnend beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.
Resultaat van de beroepengroep: Wat is het resultaat van de beroepengroep wanneer het beroep op de juiste manier is uitgevoerd? Beschrijf hier geen deelresultaten, maar probeer slechts het eindresultaat dat kenmerkend is voor de beroepengroep te benoemen.
Leg nadruk op de verwantschap van de beroepen in het dossier. De typering van de beroepengroep moet een goed beeld geven van de beroepsuitoefening van de beginnende beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.
Zorg ervoor dat deze onderdelen herkenbaar terugkomen in de verdere uitwerking van het dossier:
3.3.2. Kerntaken
Een kerntaak is een belangrijk, redelijk autonoom deel van de beroepsuitoefening en bestaat uit meerdere samenhangende werkprocessen die kenmerkend zijn voor de beroepsuitoefening. De gezamenlijke kerntaken in de basis van een kwalificatiedossier beschrijven de essentie van de beroepengroep. De (beroepsgerichte en generieke) kwalificatie-eisen in de basis vormen gezamenlijk een substantieel deel van de studielast.
Hou bij het formuleren van een kerntaak rekening met de volgende eisen:
3.3.3. Aanvullende eisen
Binnen de gemeenschappelijke basis is het goed voor te stellen dat elk mbo-niveau specifieke kwalificatie-eisen stelt ten aanzien van de mate van complexiteit, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid en de beheersing van vakkennis en vaardigheden of naar de context waarin de werkprocessen uitgevoerd worden. In het model is daarom ruimte voor een gedifferentieerde uitwerking per profiel, die als aanvullende eis aangegeven kan worden. Daarmee wordt recht gedaan aan het niveau en de context van de kwalificatie.
Bewaak de transparantie van het dossier. Vermijd veel beschrijvingen van aanvullende eisen voor de profielen in de basis. Hoe meer specificaties uitgewerkt worden des te minder leesbaar wordt de basis en dat gaat ten koste van de uitvoerbaarheid. Specificeer daarom alleen waar dat echt nodig is.
Aanvullende eisen kunnen er zijn op alle elementen van de kerntaak:
In de eerste rij wordt het laagste en gemeenschappelijke niveau in het dossier beschreven. In de aanvullende eisen de toevoegingen voor het hogere niveau of de specifieke context per profiel.
Bij complexiteit en verantwoordelijkheid en zelfstandigheid mag van deze regel afgeweken worden. De eerste rij beschrijft dan het gemeenschappelijkevan alle profielen in het dossier en in de aanvullende eisen wat afwijkt van het gemeenschappelijke, hoger of lager. Zo kan in de aanvullende eisen bij verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aangegeven worden dat handelingen alleen onder begeleiding uitgevoerd mogen worden.
3.3.4. Complexiteit
Complexiteit is één van de aspecten die het niveau van de kerntaak bepalen. Complexiteit wordt beschreven in een lopend verhaal en in de context van de kerntaak.
Complexiteit verwijst naar de aard van het werk, de aard van de vakkennis en vaardigheden en de context waarbinnen handelingen uitgevoerd worden. Beschrijf beknopt:
3.3.5. Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
Beschrijf, met behulp van de NLQF-descriptoren het niveau en in de context van de kerntaak wat de mate van zelfstandigheid en de aard van verantwoordelijkheid is. Beschrijf (waar relevant) het typerende niveau-onderscheid. Waaraan kun je zien om welk niveau het gaat? Dit moet tot uitdrukking komen in de beschrijving.
De NLQF-descriptoren laten bijvoorbeeld zien dat het onderscheid tussen niveau 3 en 4 met name zit in de mate van verantwoordelijkheid voor het werk van anderen: een gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van routinewerk van anderen (3) tegenover gedeelde verantwoordelijk voor het resultaat van het werk van anderen (4). De 'span of control' is breder bij niveau 4. Zie de tabel hieronder.
3.3.6. Vakkennis en vaardigheden
Het kwalificatiedossier bevat een duidelijke en evenwichtige beschrijving van vakkennis en vaardigheden van de beroepengroep (basistheorieën, principes, concepten, methodieken, instrumenten) die voorwaardelijk zijn voor het succesvol uitoefenen van de werkprocessen in een kerntaak.
Voor de beschrijving van vakkennis en vaardigheden gelden de volgende richtlijnen:
Controlevraag: is de vakkennis en/of de vaardigheid noodzakelijk om het beroep als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen uitoefenen en in hoeverre komt het aan de orde in de (actuele) beroepspraktijk?
Maak waar beschikbaar gebruik van referentiedocumenten voor vakkennis en vaardigheden.
3.3.7. Werkproces(omschrijving)
Een omschrijving van een werkproces:
Controlevraag: Kan dit werkproces in de praktijk worden uitgevoerd door de beginnend beroepsbeoefenaar? (dus mag het ook tijdens de BPV worden geoefend?)
3.3.8. Resultaat
Een werkproces heeft een resultaat in termen van opbrengst of uitkomst waaraan de beroepsbeoefenaar bijdraagt. Probeer hierbij te komen tot een algemeen resultaat van het werkproces; geef geen opsomming van deelresultaten. Het geformuleerde resultaat moet een logisch gevolg zijn van en aansluiten bij de beschreven handelingen.
Resultaten:
3.3.9. Gedrag
Gedragsomschrijvingen bevatten een norm die de gewenste houding van de beroepsbeoefenaar beschrijft passend bij het werkproces (bijvoorbeeld: proactief, initiërend, klantgericht, inlevend, samenwerkingsgericht etc.) en/of de adequate wijze van handelen (bijvoorbeeld: volgens de richtlijnen, planmatig, gestructureerd etc.). Noem bij ieder werkproces alleen het essentiële gedrag voor dat werkproces. Bij gedrag gaat het dus niet om wat hij doet, maar om hoe hij het doet. Doe dat in de vorm van een puntsgewijze opsomming.
Het gedrag beschrijft hoe men kan 'zien' dat een beginnend beroepsbeoefenaar de competentie succesvol inzet om bij te dragen aan het resultaat. Kies de competentie waarvan het gedrag is afgeleid en benoem deze in de beschrijving.
3.4. Generieke onderdelen van het basisdeel
In het generieke deel van het basisdeel zijn de generieke kwalificatie-eisen voor de generieke onderdelen Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo-niveau 4) Engels opgenomen. Deze kwalificatie-eisen worden bepaald door het ministerie van OCW. Er staat een standaardverwijzing in elk dossier.
NB In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de beschrijving van beroepsgerichte taal- en rekeneisen in de basis en het profiel.
3.5. Interne consistentie
Zorg voor interne consistentie van beschrijvingen binnen één kwalificatiedossier en vermijd herhalingen. Het is belangrijk dat de dossiers transparant uitgewerkt zijn door onderdelen goed van elkaar te onderscheiden.
Bewaak de consistentie in de uitwerking van kerntaken en werkprocessen:
Het uitgangspunt is dat kwalificatie-eisen zo transparant mogelijk beschreven worden. Dat betekent dat het onderdeel op de juiste plek en op het goede abstractieniveau beschreven wordt.
In het kwalificatiedossier is sprake van een opbouw van generiek naar specifiek. Onder 'typeringen van de beroepen' worden in algemene termen de typerende beroepshouding, context en resultaat beschreven. In de basis wordt dit gespecificeerd voor de beroepengroep op het niveau van de afzonderlijke kerntaken en in het profiel voor het beroep.
De relatie werkproces – resultaat – vakkennis en vaardigheden – gedrag is als volgt samen te vatten:
4. Profieldeel
4.1. Karakteristieken van het profieldeel
Naast gemeenschappelijke elementen zijn er ook verschillen tussen de kwalificaties die deel uit maken van het dossier. Die verschillen worden beschreven in het profiel (en in de aanvullende eisen in de basis). Het profiel bestaat uit beroepsgerichte taken.
Voor het profieldeel gelden de volgende richtlijnen:
Als sprake is van één profieldeel (in enkelvoudige dossiers) dan bevat het profieldeel geen extra taken ten opzichte van de basis. In deze dossiers wordt bij het profieldeel alleen de algemene informatie ingevuld (niveau van de kwalificatie, beroepsvereisten).
4.2. Clusteren van profielen in een dossier
Houd als richtlijn aan:
4.3. Algemene informatie profieldeel
Elk profieldeel begint met de aanduiding van het MBO-niveau van de kwalificatie, een typering van het beroep en met een weergave van de eventuele beroepsvereisten.
4.4. Typering van het beroep
Beschrijf hier de typering van het beroep voor zover die specifiek geldt voor dit profieldeel en afwijkt van de beschrijving in de basis bij 'typerende beroepshouding'. Hierin kunnen accenten worden aangebracht die verwijzen naar de typerende beroepshouding, de context en/of het resultaat van de beroepengroep in de basis. Vermijd overlap met de beschrijving van de typerende beroepshouding in het basisdeel.
4.5. Beroepsvereisten
Geef aan of er sprake is van (wettelijke) beroepsvereisten. En zo ja, licht die toe.
Onder (wettelijke) beroepsvereisten verstaan we volgens artikel 7.2.6 van de WEB (geparafraseerd) het volgende:
In het afwegingskader heeft OCW nader geduid waarop beroepsvereisten betrekking hebben2Beroepsvereisten en branche vereisten in de kwalificatiestructuur, OCW, september 2015:
Met name criterium c) vormt een belangrijke aanvulling op het voorafgaande: beroepsvereisten die niet door een WEBse beroepsopleiding verworven kunnen worden (zoals een rijbewijs) dienen niet opgenomen te worden in het kwalificatiedossier.
Voor de toelichting op de (wettelijke) beroepsvereisten gelden de volgende instructies:
Van belang in de toelichting is dat voor de makers van opleidingen het heel duidelijk is wat de consequenties zijn van de (wettelijke) beroepsvereisten voor de opleiding, waarvoor de ‘Webse’ beroepsopleiding verantwoordelijk is maar ook waar die eindigt.
Regelingen die betrekking hebben op de persoon als geformuleerd bij e) of die door branches zijn geformuleerd komen aan de orde in de verantwoordingsinformatie onder het kopje ‘Bijzondere vereisten’ (6.5).
De WEB vereist bij wettelijke beroepsvereisten een goedkeurende verklaring van het betrokken vakdepartement. Zonder goedkeurende verklaring kan een dossier de eindtoets niet passeren. Zie hiervoor paragraaf 6.4 bij de verantwoordingsinformatie.3Een aantal dossiers is tijdelijk uitgezonderd van de bepalingen als geformuleerd in het afwegingskader. Voor deze zgn. ‘Status quo’ dossiers geldt dat de huidige situatie gecontinueerd wordt totdat er in 2016 een oplossing gevonden wordt voor positie en consequenties van de beroepsvereisten in de betreffende dossiers.
4.5.1. Verbijzondering beroepsvereisten
Sommige beroepsvereisten gelden niet voor iedereen die wordt opgeleid tot een beroep, maar zijn afhankelijk van de beroepscontext. Het is in dat geval toegestaan om beroepsvereisten met een keuzemogelijkheid in een kwalificatie te verwerken.
Er zijn twee varianten mogelijk, waarvoor de onderstaande specifieke instructies gelden.
In aanvulling hierop kunnen de specifieke invullingen ook worden opgenomen in afzonderlijke keuzedelen. Voorwaarde is dat er voldoende studieomvang (240 sbu) geprogrammeerd moet worden om aan de vereisten te voldoen.
Als deze beroepsvereisten van voldoende studieomvang zijn en niet voorwaardelijk voor de diplomering dan kunnen deze beroepsvereisten ook worden verwerkt in een keuzedeel.
4.6. Onderdeel waaraan een certificaat is verbonden
Krachtens algemene maatregel van bestuur (op basis van artikel 7.2.3. van de WEB) kan in het kwalificatiedossier zijn vermeld dat er sprake is van een onderdeel van een kwalificatie waarvoor een certificaat wordt uitgereikt.
Geef indien van toepassing aan om welke onderdelen en certificaten het gaat. Werk uit:
Hou het beknopt; in de verantwoordingsinformatie kan uitgebreider beschreven worden wat de grondslag en inhoud van het certificaat is.
Het gaat hierbij niet om andere erkenningen, die niet krachtens de WEB worden afgegeven.
Aan het onderdeel van de kwalificatie waaraan een certificaat is verbonden is ook een identificatiecode verbonden.
4.7. Profiel specifieke kerntaken en werkprocessen
In het profieldeel worden per kwalificatie de kerntaken en werkprocessen uitgewerkt. Volg hierbij de desbetreffende instructie uit de basis (paragraaf 3.2). Als stelregel geldt: ‘gelijke en vergelijkbare beroepsuitoefening is in de kwalificatiestructuur gelijk en vergelijkbaar beschreven'. Dat meetpunt is ook van toepassing wanneer identieke werkprocessen c.q. kerntaken voorkomen in verschillende profielen.
4.8. Beroepsgerichte taal- en rekeneisen
In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop eventuele beroepsgerichte taal- en rekeneisen opgenomen worden in de beroepsgerichte taken van basis- én profieldeel.
Wanneer het voor het beroep noodzakelijk is om bepaalde talige of rekenkundige elementen te beheersen zijn deze eisen altijd direct gerelateerd aan het beroep. In dat geval moet er niet worden verwezen naar de eisen van het referentiekader Nederlandse taal en rekenen, maar moet worden geëxpliciteerd wat de eisen zijn. Gebruik hiervoor de volgende instructies:
Vooraf
Waar?
Hoe?
Geef geen hoger referentieniveau-aanduiding aan. Dit voorkomt dat het onderwijs de volle bandbreedte van het referentieniveau toetst, terwijl het alleen maar gaat om een specifieke beroepshandeling.
4.9. Beroepsgerichte moderne vreemde talen (mvt)
Wat geldt voor Nederlandse taal en rekenen geldt ook voor beroepsgerichte mvt-eisen, namelijk:
Controlevragen:
Neem de mvt-eisen op in de kwalificatie:
Deel II:. Het keuzedeel
5. Instructie ontwikkeling keuzedeel
5.1. Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven waaraan keuzedelen moeten voldoen gegeven de regelgeving in de WEB en het Toetsingskader. In de eerste paragraaf worden de karakteristieken van het keuzedeel beschreven. In de tweede paragraaf wordt beschreven hoe de onderdelen van het model keuzedeel uitgewerkt moeten worden en welke criteria de Toetsingskamer hanteert bij het beoordelen van het keuzedeel.
Niet alle onderdelen van het keuzedeel worden in deze paragraaf benoemd. In dat geval gelden de aanwijzingen zoals beschreven in de instructie voor het basis- en profieldeel.
5.2. Karakteristieken van het keuzedeel
Een keuzedeel levert voor de deelnemer een verrijking ten opzichte van de kwalificatie. Het kan verbreden of verdiepen of gericht zijn op doorstroom naar de vervolgopleiding.
Uitsluitend voor de entreeopleidingen kan behalve bovengenoemde drie soorten ook sprake zijn van remediërende keuzedelen, die gericht zijn op het wegwerken van achterstanden voor het behalen van de beoogde kwalificatie.
Het keuzedeel maakt geen deel uit van de kwalificatie, maar komt er bovenop. Dat betekent dat de inhoud van het keuzedeel niet mag overlappen met de inhoud van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Keuzedelen verdiepen op kwalificatie voor de arbeidsmarkt of doorstroming naar vervolgonderwijs. Keuzedelen kunnen daarom niet gericht zijn op het gebied van loopbaan en burgerschap.
De omvang van de keuzedeelverplichting is afgeleid van het soort opleiding en weergegeven in onderstaande tabel:
Kanttekening: de omvang van de keuzedeelverplichting kan 240 lager zijn indien de onderwijsinstelling gebruik maakt van de mogelijkheid om een deel van de keuzedeelverplichting te gebruiken voor persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming. Deze mogelijkheid geldt niet voor de Entreeopleiding en de Specialistenopleiding omdat er in dat geval helemaal geen keuzedeelverplichting overblijft.
Uitvoering van het keuzedeel kan plaatsvinden in de vorm van begeleid onderwijs, bpv en/of zelfstudie.
De keuzedelen bestaan uit eenheden van 240 uur of een veelvoud daarvan (tot een maximum van 960 uur). Voorbeeld: voor een basisberoepsopleiding met een opleidingsduur van 2 jaar, geldt een keuzedeelverplichting van (2 x 240 uur =) 480 uur. Deze keuzedeelverplichting kan ingevuld worden door één keuzedeel van 480 uur of door twee keuzedelen van ieder 240 uur. De invulling van de keuzedeelverplichting door een set van keuzedelen noemen we een configuratie.
Een keuzedeel is tenminste gekoppeld aan één kwalificatie, maar kan ook gekoppeld zijn aan alle kwalificaties in het dossier, meerdere kwalificaties en/of meerdere dossiers. Het keuzedeel is afgestemd op het niveau van de kwalificatie(s) waaraan het gekoppeld is.
Alle keuzedelen worden opgenomen in een (digitaal) register. Per keuzedeel wordt daarin aangegeven aan welke kwalificatie(s) het is gekoppeld. De koppelingen die van toepassing zijn voor het keuzedeel zijn opgenomen in een bijlage bij het keuzedeel. Het register wordt gepubliceerd op www.s-bb.nl/keuzedelen
Er zijn twee procedures:
De stappen in deze procedure zijn beschreven in handreikingen en meldformulieren die gepubliceerd zijn op www.s-bb.nl/kwalificeren-en-examineren.
Voor overige karakteristieken van het keuzedeel wordt verwezen naar de volgende publicaties van Herziening MBO die te vinden zijn op de site www.herzieningmbo.nl.
5.3. Inhoud keuzedeel
Het model voor de keuzedelen is afgeleid van het model van het kwalificatiedossier, keuzedelen zijn dus ook ingedeeld in kerntaken en werkprocessen. De instructie die geldt voor de uitwerking van kerntaken en werkprocessen (inclusief complexiteit, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, vakkennis en vaardigheden en resultaat) geldt ook voor de uitwerking van keuzedelen. Een keuzedeel bestaat uit één of meerdere kerntaken.
Afwijkend aan het model van het kwalificatiedossier geldt voor keuzedelen:
In alle gevallen wordt in het keuzedeel de onderdelen verantwoordelijkheid & zelfstandigheid en complexiteit uitgewerkt.
5.4. Voorblad
Geef het keuzedeel een korte en weloverwogen naam, passend bij en dekkend voor de inhoud van het keuzedeel.
In het geval er een variant van een keuzedeel per niveau is dan moet dat duidelijk worden in de naamgeving. De formulering die dan gebruikt wordt is de volgende: ‘Gladheidsbestrijding geschikt voor niveau 2’ of ‘Gladheidsbestrijding geschikt voor niveau 3 en 4’ (zie ook koppeling van keuzedeel aan kwalificatie).
5.5. Algemene informatie
1. Verantwoording
Geef aan welke sectorkamer penvoerder is voor het keuzedeel en vervolgens welk marksegment hoort bij het keuzedeel.
Geef aan of het keuzedeel (wettelijke) beroepsvereisten bevat (Conform criteria beschreven in paragraaf 4.5.). En zo ja licht die toe.
Voor alle duidelijkheid: een keuzedeel mag geen (wettelijke) beroepsvereisten bevatten die voorwaardelijk zijn voor de beroepsuitoefening. Het betreft hier dus altijd wettelijke beroepsvereisten die gelden voor een ander beroep.
Voorbeeld: Het dossier Financiële Dienstverlening bevat beroepsvereisten geformuleerd door het ministerie van Financiën. Bijvoorbeeld richtlijnen voor advisering over schadeverzekeringen of vermogen. Het is denkbaar dat er een keuzedeel ‘Adviseren over schadeverzekeringen’ ontwikkeld wordt, dat gekoppeld wordt aan een andere kwalificatie dan Financiële Dienstverlening. Zo’n keuzedeel bevat dan wettelijke beroepsvereisten.
Waar bij of krachtens AMvB een certificaat is verbonden aan het keuzedeel wordt dit hier vermeld. Geef hier aan welke AMvB de grondslag vormt voor het certificaat.
Bij de toelichting op het keuzedeel is het belangrijk het onderscheid te maken tussen 3 zaken:
In de tabel hieronder wordt aangegeven wat waar terug te vinden is:
Er mag geen overlap zijn tussen de tekst van de afzonderlijke onderdelen.
De toelichting bij het keuzedeel is te vergelijken met de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossiers. Deze bestaat uit 2 verplichte onderdelen en 2 optionele onderdelen.
De verplichte onderdelen zijn:
Er zijn verder nog velden voor de code keuzedeel en de geldigheid (vanaf en tot) van het keuzedeel. Deze worden ingevuld door de Toetsingskamer na toekenning door DUO.
Ten behoeve van gebruikers is aan de keuzedelen een typering gekoppeld. Dit maakt het mogelijk om sneller inzicht te krijgen in de aard van het keuzedeel.
Vink aan wat de aard van het keuzedeel is. Kies minimaal één optie uit de volgende categorieën:
Er kunnen ook meerdere categorieën aangevinkt worden. Een keuzedeel kan zowel ontwikkeld zijn voor doorstroming als voor de arbeidsmarkt. En eenzelfde keuzedeel kan bij de ene koppeling verdiepend zijn en bij de andere verbredend. Evenwel een remediërend keuzedeel kan niet tegelijkertijd ook verdiepend of verbredend zijn.
2. Sbu
Kies de omvang in studielast voor het keuzedeel. Minimaal 240 uur, maximaal 960 uur (in eenheden van 240 uur). De omvang van het keuzedeel moet passen binnen de keuzedeelverplichting (zie schema bij omvang). Voorbeeld: een keuzedeel van 720 uur kan niet gekoppeld worden aan een 2-jarige kwalificatie met een keuzedeelverplichting van 480 uur.
3. Keuze hoort bij
De Toetsingskamer koppelt de keuzedelen aan de relevante kwalificaties.
DigiK genereert een bijlage met een overzicht van de koppelingen van het keuzedeel.
5.6. Richtlijnen voor het koppelen van het keuzedeel aan de kwalificatie
De sectorkamer geeft aan aan welke kwalificatie(s) het keuzedeel gekoppeld dient te worden.
De Toetsingskamer koppelt vervolgens een keuzedeel aan een kwalificatie.
Hou daarbij wel het volgende in de gaten:
Bij de koppeling van de keuzedelen MVT is er sprake van een complicerende factor. Namelijk: veel kwalificaties bevatten beroepsgerichte eisen MVT die deels overlappen met de inhoud van de (generieke) keuzedelen MVT. Daarnaast bevatten de niveau 4 kwalificaties ook nog generieke eisen Engels. Daarom zijn voor de koppeling van keuzedelen MVT specifieke regels opgesteld:
Koppelingen kunnen na opname van een keuzedeel in het register keuzedelen toegevoegd of geschrapt worden. Het besluit tot (ont)koppelen is voorbehouden aan de sectorkamer. Een onderwijsinstelling (of andere belanghebbende) kan een verzoek tot (ont)koppelen indienen bij de sectorkamer. Bij een verzoek tot (ont)koppelen gelden dezelfde uitgangspunten als hierboven beschreven. Ontkoppelen is aan de orde in (tenminste) de volgende situaties:
Een koppelingsverzoek van een externe belanghebbende partij kan ook betrekking hebben op een groot aantal kwalificaties uit meerdere sectoren. We spreken in dit geval van een bovensectoraal koppelingsverzoek. Keuzedelen die in aanmerking komen voor bovensectoraal koppelen voldoen aan de volgende criteria:
Wanneer dit het geval is wordt het koppelingsverzoek niet voorgelegd aan de afzonderlijke sectorkamers, maar aan de Thema-adviescommissie Kwalificeren & Examineren.
Bij de beoordeling van een sectoroverstijgend koppelingsverzoek gelden uiteraard ook de hierboven genoemde criteria. Toetsing aan de hand van die criteria leidt in dit geval tot ‘mits’ bepalingen: de koppeling wordt gehonoreerd ‘mits’:
Hantering van dit principe kan leiden tot een lijst van kwalificaties waaraan het sectoroverstijgende keuzedeel niet gekoppeld kan worden en / of beperking van de niveaus waaraan het keuzedeel gekoppeld kan worden.
Deel III:. De verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier
6. Instructie uitwerking verantwoordingsinformatie
Het kwalificatiedossier moet een verwijzing bevatten naar verantwoordingsinformatie. Deze is geen onderdeel van het dossier. De verantwoordingsinformatie dient jaarlijks geactualiseerd te worden. Sectorkamers wordt gevraagd jaarlijks de actualiteit van de informatie te controleren en aan te passen waar relevant. Dat geldt in ieder geval voor de arbeidsmarktinformatie.
6.1. Beroepscompetentieprofielen (bcp)
Bij bron- en referentiedocumenten moeten de gebruikte bcp's en andere gebruikte documenten met datum vermeld worden. Dit onderdeel wordt in DigiK automatisch gegenereerd als de juiste documenten geüpload zijn. De bcp's zijn gelegitimeerd door sociale partners en de datum van het gelegitimeerde bcp komt overeen met de datum zoals vermeld in het dossier. Wanneer sprake is van meerdere sociale partners en verschillende data, controleer dan of het kwalificatiedossier verwijst naar de meest recente datum.
6.2. Arbeidsmarktinformatie
In de verantwoordingsinformatie wordt standaard een link opgenomen naar de servicepagina waar alle kwantitatieve arbeidsmarktgegevens opgenomen zijn.
Wel wordt gevraagd een tekst in te voegen met een toelichting op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de opleidingenmarkt en de stagemarkt. Hier kan zo nodig specifieke informatie over de bedrijfstak/branche worden opgenomen.
6.3. Trends en ontwikkelingen
Wetgeving en regelgeving: bevat een beschrijving van (veranderingen in) wet- en regelgeving die van invloed is op de uitoefening van het beroep. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige ontwikkelingen, waaruit de relevantie en gevolgen voor het kwalificatiedossier duidelijk blijken. Het gaat dus niet om een beschrijving van de huidige situatie en algemene zaken die voor elk beroep gelden (bijvoorbeeld ARBO).
Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening: bevat technologische, bedrijfsorganisatorische, internationale veranderingen en/of marktontwikkelingen die gevolgen hebben voor de beroepsuitoefening in de toekomst. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige (niet huidige) ontwikkelingen waaruit de relevantie en de gevolgen voor dit kwalificatiedossier duidelijk blijkt.
6.4. Beroepsvereisten
In de verantwoordingsinformatie wordt een toelichting gegeven op de (wettelijke) beroepsvereisten indien die van toepassing zijn op de kwalificatie.
Zoals beschreven in paragraaf 4.5. spreken we van beroepsvereisten wanneer die voldoen aan de volgende criteria:
In de verantwoording wordt aangeven in welke kerntaken en werkprocessen de wettelijke vereisten zijn verwerkt. Immers wettelijke beroepsvereisten – indien van toepassing – moeten volledig zijn geëxamineerd met examens die qua inhoud en toetsvorm passend zijn. Als de wettelijke vereisten wél eisen aan de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen van de beroepsbeoefenaar betreffen, maar niet in kerntaken en/of werkprocessen verwerkt zijn, dient aangegeven te worden hoe en waar de eisen dan wel in het kwalificatiedossier tot uiting komen.
In de regeling is aangegeven dat, als er sprake is van wettelijke beroepsvereisten, er een goedkeurende verklaring van het betrokken vakdepartement aangeleverd moet worden. Het moet zich positief uitspreken over de wijze waarop de wettelijke beroepsvereisten in het kwalificatiedossier zijn verwerkt. Deze verklaring moet voor indiening van het kwalificatiedossier naar de Toetsingskamer worden gestuurd.
Sectorkamers die al een goedkeurende verklaring van het vakdepartement in hun bezit hebben die betrekking heeft op een oudere versie van het kwalificatiedossier èn die geen inhoudelijke wijzigingen in het kwalificatiedossier hebben doorgevoerd, hebben slechts een verklaring van het vakdepartement nodig dat er geen relevante wijzigingen zijn geweest in de wetgeving.
6.5. Bijzondere vereisten
Indien op het dossier andere regelingen en vereisten van toepassing zijn dan worden die in dit onderdeel toegelicht. Het kan hier gaan om zaken als:
6.6. Beroepsspecifieke moderne vreemde talen
Geef aan de hand van de ERK-descriptoren een indicatie voor het ERK-niveau van de beheersing van de beroepsgerichte MVT in het dossier. Hanteer daarbij onderstaand schema. Geef in het schema met 'nvt' aan wanneer voor een kwalificatie geen MVT-eisen gelden. Geef bij het schema een nadere toelichting waarin toegelicht wordt wat de relevantie is van de MVT-eisen bij de kwalificaties in het dossier.
Het indicatieve niveau voor de beheersing van beroepsspecifieke moderne vreemde talen in dit dossier is:
MVT:
Controleer goed op consistentie tussen het schema en de kwalificatie. Zorg er voor dat alle vaardigheden die in de tabel opgenomen zijn ook feitelijk te herleiden zijn naar de kwalificatie en omgekeerd dat MVT-eisen die in de kwalificatie ook verantwoord zijn in deze paragraaf.
Ook wanneer de generieke eisen Engels bij niveau 4 kwalificaties overlappen met de beroepsgerichte eisen Engels worden deze toegelicht en verantwoord in de verantwoordingsinformatie.
6.7. Ontwikkelmogelijkheden van de beroepsbeoefenaar in het onderwijs
Bij loopbaanperspectief is aangegeven welke specifieke loopbaanmogelijkheden en doorstroommogelijkheden de gediplomeerde binnen het onderwijs heeft. Dit geldt voor alle in het kwalificatiedossier beschreven kwalificaties.
Niveau 4: De doorstroom naar een andere kwalificatie binnen en/of na het mbo en/of het hbo moet globaal aangeduid zijn met één of meerdere concrete voorbeelden. Doorstroming naar hbo kan alleen worden beschreven bij niveau 4.
6.8. Onderhoudsagenda
Het kwalificatiedossier bevat een onderhouds- en ontwikkelagenda voor ten minste zes jaar, waarop relevante aandachtspunten zijn vermeld. In de Onderhouds- en ontwikkelagenda wordt vermeld op welke termijn het kwalificatiedossier opnieuw wordt bekeken, en welke agenda afgesproken is voor het onderhoud van het kwalificatiedossier (acties, wie verantwoordelijk, wanneer klaar?).
6.9. Wijzigingen ten opzichte van voorgaande versie
Kies uit één van de volgende categorieën en geef in de ruimte onder de categorieën aan wat er in het huidige kwalificatiedossier is gewijzigd ten opzichte van het kwalificatiedossier uit het vorige cohort.
Categorie 1: nieuw dossier
Dit kwalificatiedossier zat voorheen niet in de kwalificatiestructuur. Een toelichting is niet nodig.
Categorie 2: nieuwe elementen
Dit betreft een sterk gewijzigd kwalificatiedossier waarop de Toetsingskamer een ingangstoets heeft uitgevoerd. Er is bijvoorbeeld sprake van nieuwe of samengevoegde kwalificaties, nieuwe bcp's, etc.. Geef een beknopte samenvatting van wat er gewijzigd is in het dossier.
Categorie 3: wijzigingen
In vergelijking met de voorgaande versie zijn er elementen gewijzigd. Vat samen wat er gewijzigd is in het dossier.
Categorie 4: ongewijzigd
Het kwalificatiedossier is volledig ongewijzigd. Een samenvatting of toelichting is niet nodig.
Geef niet alleen aan in welke categorie de wijzigingen vallen. Geef voor wijzigingen in categorie 2 of 3 onder de tabel aan om welke wijzigingen het gaat, op zo'n manier dat een gebruiker snel kan zien wat waar gewijzigd is.
6.10. Betrokkenen
De betrokkenen bij het overleg en besluitvorming over het kwalificatiedossier zijn beschreven.
Genoemd moeten worden:
6.11. Middenkaderopleidingen van meer dan 3 jaar
De studieduur van middenkaderopleidingen is per 1 augustus 2014 vastgesteld op drie jaar. De minister kan enkele kwalificaties uitzonderen die een verblijfsduur hebben van meer dan drie jaar tot maximaal vier jaar. Indien dit aan de orde is wordt dit hier toegelicht. Jaarlijks dient deze lijst herijkt te worden op basis van gegevens over verblijfsduur in het mbo.
6.12. Certificaten
Met een algemene maatregel van bestuur kan de minister bepalen dat aan onderdelen van een kwalificatie een certificaat is verbonden (artikel 7.2.3 van de WEB). Geef indien van toepassing aan om welke onderdelen en certificaten het gaat.
Daarnaast kunnen onderdelen van een kwalificatie betiteld worden als branche-vereiste. Geef indien van toepassing aan welke dat betreft. Het gaat daarbij niet om verklaringen krachtens de WEB, zoals hierboven beschreven. Vul in het sjabloon de volgende gegevens in:
6.13. Sectorale examenafspraken
In de toelichting wordt standaard een verwijzing opgenomen naar de sectorale examenafspraken die van toepassing zijn op het kwalificatiedossier.
6.14. Aanvullende informatie
Aanvullende informatie kan bijvoorbeeld zijn: een brochure, beroepeninformatie of een verwijzing naar een toelichting op de beroepsgerichte taal- en rekeneisen. Deze informatie wordt bij het kwalificatiedossier gepubliceerd op www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers
Bijlage 1:. Descriptoren nlqf
Vetgedrukt en gearceerd zijn elementen waarin het onderscheid met het voorgaande niveau tot uitdrukking komt. Het NLQF is de Nederlandse uitwerking van het EQF: European Qualification Framework.
Bijlage 2:. Europees referentiekader mvt
Bijlage 4. Behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016
Toetsingskader kwalificatiestructuur mbo
1. Inleiding
1.1. Formele kaders
In de WEB zijn bepalingen opgenomen over de ontwikkeling en toetsing van kwalificatiedossiers voor het middelbaar beroepsonderwijs, in de artikelen 7.2.3., 7.2.4, 7.2.5, 7.2.6 en 9.2.1 derde lid.
1.2. Inhoud Toetsingskader
Dit Toetsingskader beschrijft in een tweetal hoofdstukken de wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan deze artikelen. De hoofdstukken beschrijven achtereenvolgens:
2. Toetsingscriteria voor de kwalificatiestructuur, -dossiers en keuzedelen
2.1. Inleiding
De kwalificatiestructuur omvat het samenvattend geheel van kwalificatiedossiers en keuzedelen voor het middelbaar beroepsonderwijs, de tabel 'opleidingsdomeinen – kwalificatiedossiers – kwalificaties' en de koppeling 'kwalificaties – keuzedelen – kwalificaties'.
Een kwalificatiedossier bevat de kwalificatie-eisen voor een beroep of groep van beroepen op het niveau van de beginnend beroepsbeoefenaar. Ook bevat het een verwijzing naar de kwalificatie-eisen voor de generieke examenonderdelen Nederlandse taal, rekenen, Engels (voor mbo niveau 4), loopbaan en burgerschap.
De kwalificatie-eisen voor een keuzedeel zijn beschreven in een apart document keuzedeel, dat gekoppeld is aan één of meer kwalificaties. Aan iedere kwalificatie zijn meerdere keuzedelen gekoppeld.
Ook is aan ieder kwalificatiedossier het document Verantwoordingsinformatie behorend bij het kwalificatiedossier mbo verbonden, waarin de sectorkamer verantwoording aflegt over de inhoud en de totstandkoming van het betreffende dossier en waarin beroepsvereisten, bijzondere vereisten toegelicht worden, maar waarin niet – zoals in het kwalificatiedossier zelf – kwalificatie-eisen zijn opgenomen. Het kwalificatiedossier, de bijbehorende keuzedelen, de tabel 'opleidingsdomeinen – kwalificatiedossiers – kwalificaties' en de koppeling 'kwalificatie – keuzedelen' worden vastgesteld door de minister van OCW (en de staatssecretaris van EZ voor kwalificaties op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel); dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier.
De toetsingscriteria in het Toetsingskader beschrijven kwaliteitsstandaarden waaraan de kwalificatiestructuur als geheel, de afzonderlijke kwalificatiedossiers, de afzonderlijke keuzedelen en de koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie moeten voldoen.
Kwalificatiedossiers en keuzedelen moeten worden ontwikkeld volgens het door OCW en EZ vastgestelde model kwalificatiedossier en model keuzedeel en conform de daarbij behorende instructie en ze moeten voldoen aan de desbetreffende toetsingscriteria uit dit Toetsingskader.
2.2. De kwaliteit van de kwalificatiestructuur, de kwalificatiedossiers en keuzedelen
De kwaliteit van de kwalificatiestructuur, de afzonderlijke kwalificatiedossiers en de keuzedelen worden getoetst aan de hand van de volgende criteria:
De kwalificatiestructuur is doelmatig; relevant voor de arbeidsmarkt, de samenleving en vervolgonderwijs.
De kwalificatiestructuur is uitvoerbaar voor onderwijs, bpv en examinering.
De kwalificatiestructuur is herkenbaar voor bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en deelnemers.
De kwalificatiestructuur vormt een transparant en overzichtelijk geheel.
De kwalificatiestructuur is flexibel voor onderwijs, beroepspraktijkvorming en examinering.
De kwalificatiestructuur is duurzaam voor onderwijs, beroepspraktijkvorming en examinering.
De bovenstaande kwaliteitscriteria dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. De kwaliteitscriteria zijn te onderscheiden, maar niet strikt te scheiden. Ze vullen elkaar aan, vloeien in elkaar over en er bestaat een spanningsrelatie tussen een aantal kwaliteitscriteria.
3. Het proces van toetsing
De Toetsingskamer toetst de kwaliteit van de kwalificatiedossiers, de keuzedelen en de kwalificatiestructuur als geheel aan de hand van de toetsingscriteria uit het Toetsingskader en brengt daarover een onafhankelijk advies uit aan het Bestuur SBB.
Het toetsproces van de Toetsingskamer kent twee formele toetsmomenten: de Ingangstoets en de Eindtoets. Deze twee toetsmomenten zijn van toepassing op de afzonderlijke kwalificatiedossiers, de keuzedelen en de kwalificatiestructuur.
De Ingangstoets is van toepassing in de volgende gevallen:
De Ingangstoets heeft een tweeledig doel:
De Eindtoets vormt de finale toets op het kwalificatiedossier en / of het keuzedeel. De Toetsingskamer toetst bij de Eindtoets of het kwalificatiedossier en de daarbij behorende verantwoordingsinformatie en het keuzedeel voldoen aan de in het Toetsingskader aangegeven kwaliteitseisen.
Naast deze twee formele toetsen hanteert de Toetsingskamer voor het kwalificatiedossier tussentijdse toetsmomenten. De toetsen A en B moeten borgen dat de kwalificatiedossiers binnen de gestelde ontwikkeltijd voldoen aan de eisen. Deze toetsen hebben het karakter van een advies aan de sectorkamer over de kwaliteit van (de conceptversie van) het dossier.
Een sectorkamer die meent in zijn belang geschaad te zijn door een beslissing van de Toetsingskamer kan in beroep gaan bij het bestuur SBB.
Als kwalificatiedossiers en keuzedelen voldoen aan de in het Toetsingskader aangegeven kwaliteitseisen adviseert de Toetsingskamer het algemeen bestuur SBB om deze kwalificatiedossiers en keuzedelen aan te bieden aan de minister van OCW en EZ (voor wat betreft de dossiers en keuzedelen op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel) ter formele vaststelling. Het bestuur SBB draagt dit advies over aan de minister van OCW of EZ, maar kan desgewenst gemotiveerd afwijken van het advies van de Toetsingskamer om een kwalificatiedossier of keuzedeel al dan niet aan te bieden aan de minister ter formele vaststelling.
Er is twee keer per jaar de mogelijkheid tot het vaststellen van een nieuw of vernieuwd kwalificatiedossier door de minister van OCW of EZ. Voor keuzedelen kan dat vier keer per jaar gebeuren. Het toetsproces van de Toetsingskamer is afgestemd op de data van vaststelling.
Jaarlijks rapporteert de Toetsingskamer in een review over trends en ontwikkelingen in de kwalificatiestructuur en doet daarin voorstellen tot (onderzoek naar) kwaliteitsverbetering van de kwalificatiestructuur.
Deze regeling wordt met toelichting en bijlagen in de Staatscourant geplaatst.
De bijlagen worden eveneens geplaatst op de websites:
• www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers; en
• www.s-bb.nl/keuzedelen.