Wijzigingsgeschiedenis

Kavelbesluit III windenergiegebied Borssele

2 versions · 2016-09-03
2016-09-03
Kavelbesluit III windenergiegebied Borssele — arts. 3, 5, 5 y 7 más

Wijzigingen op 2016-09-03

@@ -2,7 +2,7 @@
### I. Besluit
Gelet op de [artikelen 3 tot en met 7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=3), de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) en de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving), besluit de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu als volgt:
Gelet op de [artikelen 3 tot en met 7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=3), de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) en de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640), besluit de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu als volgt:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
@@ -40,7 +40,7 @@
In het Energieakkoord voor duurzame groei3SER, Energieakkoord voor duurzame groei, september 2013 (hierna: Energieakkoord) is afgesproken dat het aandeel duurzame energie stijgt naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Specifiek voor windparken op zee is afgesproken dat er 4.450 MW operationeel vermogen in 2023 gerealiseerd is. Windenergie op zee levert daarmee een flinke bijdrage aan het behalen van de kabinetsdoelstelling voor duurzame energie.
Daarnaast is in het Energieakkoord afgesproken dat het kabinet zorg draagt voor een robuust wettelijk kader om de opschaling van windenergie op zee mogelijk te maken. Kortere doorlooptijden en kostenreductie zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving) voorziet hierin door een nieuw stelsel van uitgifte van kavels in windenergiegebieden (paragraaf 1.2).
Daarnaast is in het Energieakkoord afgesproken dat het kabinet zorg draagt voor een robuust wettelijk kader om de opschaling van windenergie op zee mogelijk te maken. Kortere doorlooptijden en kostenreductie zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752) voorziet hierin door een nieuw stelsel van uitgifte van kavels in windenergiegebieden (paragraaf 1.2).
In de brief aan de Tweede Kamer van 26 september 20144Kamerstukken I/II 2014/15, 33 561, A/nr. 11 (herdruk) is de routekaart aangeboden. In de routekaart is uiteengezet hoe de doelstelling voor windenergie op zee – zoals afgesproken in het Energieakkoord – tijdig gerealiseerd wordt. Gelet op kosteneffectieve en snelle realisatie is in de brief aan de Tweede Kamer aangegeven om te beginnen met het uitgeven van kavels in windenergiegebied Borssele voor 1.400 MW operationeel vermogen.
@@ -50,11 +50,11 @@
### 1.2. Uitgiftestelsel
Ter realisering van de opgaven voor duurzame energie voorziet de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving) in een nieuw uitgiftestelsel. Het uitgiftestelsel omvat een aantal stappen en besluiten die genomen moeten worden voordat nieuwe windparken op zee gebouwd mogen worden. De wet bepaalt dat windparken op zee alleen gebouwd mogen worden op locaties (kavels) die zijn vastgelegd in een kavelbesluit.
Ter realisering van de opgaven voor duurzame energie voorziet de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752) in een nieuw uitgiftestelsel. Het uitgiftestelsel omvat een aantal stappen en besluiten die genomen moeten worden voordat nieuwe windparken op zee gebouwd mogen worden. De wet bepaalt dat windparken op zee alleen gebouwd mogen worden op locaties (kavels) die zijn vastgelegd in een kavelbesluit.
Kavels worden uitsluitend vastgelegd binnen een gebied dat is aangewezen in een nationaal waterplan. Het windenergiegebied Borssele is aangewezen in het eerste Nationaal Waterplan (2009–orwaarden een windpark gebouwd en geëxploiteerd mag worden. Eén van de voorwaarden is de bandbreedte voor de toe te passen turbines en funderingstechnieken. Het windpark moet worden aangesloten op het net op zee, dat door TenneT wordt gerealiseerd en geëxploiteerd.
Het kavelbesluit bepaalt niet wie het recht heeft om op die locatie een windpark te bouwen en te exploiteren. Dat gebeurt door het verlenen van een vergunning op grond van de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving). Alleen de houder van die vergunning heeft het recht om op de locatie van de kavel een windpark te bouwen en te exploiteren.
Het kavelbesluit bepaalt niet wie het recht heeft om op die locatie een windpark te bouwen en te exploiteren. Dat gebeurt door het verlenen van een vergunning op grond van de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752). Alleen de houder van die vergunning heeft het recht om op de locatie van de kavel een windpark te bouwen en te exploiteren.
### 1.3. Ontwikkelingen: voorbereidingsbesluiten
@@ -62,33 +62,33 @@
### 2. Wet- en regelgeving
### 2.1. [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving)
### 2.1. [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752)
Op grond van [artikel 3 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=3) kan de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu, een kavelbesluit nemen. In het kavelbesluit wordt een kavel ten behoeve van een windpark en een tracé voor de aansluitverbinding tussen het windpark en het net op zee van TenneT aangewezen ([artikel 1 Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=1)).
Bij de voorbereiding van het kavelbesluit moeten de belangen zoals opgenomen in [artikel 3, derde lid, van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=3) onderzocht en afgewogen worden. Deze belangen betreffen de vervulling van maatschappelijke functies, de gevolgen voor derden, het ecologisch belang, kosten en het belang van een doelmatige aansluiting.
Met betrekking tot het ecologische belang is een belangrijk onderdeel van het kavelbesluit de toets van de natuuraspecten op grond van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) en de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving). De geïntegreerde uitvoering van de toets van de natuuraspecten is nader uitgewerkt in de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=6) en [7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=7). Dit heeft als gevolg dat geen aparte ontheffing op grond van de Flora- en faunawet en vergunning op basis van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) nodig is.
Met betrekking tot het ecologische belang is een belangrijk onderdeel van het kavelbesluit de toets van de natuuraspecten op grond van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) en de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640). De geïntegreerde uitvoering van de toets van de natuuraspecten is nader uitgewerkt in de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=6) en [7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=7). Dit heeft als gevolg dat geen aparte ontheffing op grond van de Flora- en faunawet en vergunning op basis van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) nodig is.
Op grond van [artikel 4 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=4) worden aan het kavelbesluit regels en voorschriften verbonden. Daarbij gaat het met name om locatiespecifieke randvoorwaarden voor de bouw en exploitatie van een windpark, teneinde de hierboven genoemde belangen te beschermen. Naast het verbinden van regels en voorschriften moeten ook onderdelen in het kavelbesluit opgenomen worden zoals gesteld in artikel 4, tweede lid, van de Wet windenergie op zee. Dit betreft onder meer de uitkomsten van locatiespecifieke onderzoeken.
In dit kavelbesluit wordt bepaald waar een windpark op zee gebouwd mag worden. In een vergunning op grond van [artikelen 12 en verder van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=12) wordt vervolgens bepaald welke partij gerechtigd is op een kavel een windpark te bouwen en te exploiteren.
### 2.1.1. [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving)
[Artikel 5 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5) bepaalt dat de [artikelen 19d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19d) en [19kc van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19kc) niet van toepassing zijn op projecten of andere handelingen waarop het kavelbesluit van toepassing is. Dit betekent dat een vergunning op grond van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) niet vereist is voor het bouwen en exploiteren van een windpark.
Daarnaast is in [artikel 5 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5) bepaald dat [artikel 19j, eerste tot en met derde lid en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19j) en [artikel 19kb van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19kb) van overeenkomstige toepassing zijn. Hieruit volgt dat indien het bouwen en exploiteren van een windpark de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied als bedoeld in de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied, een Passende Beoordeling moet worden opgesteld. Gelet op de conclusies van de Passende Beoordeling over de gevolgen voor het gebied wordt slechts toestemming gegeven voor het project nadat er zekerheid is verkregen dat het windpark de natuurlijk kenmerken van de betrokken gebieden niet zal aantasten.
### 2.1.2. [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving)
Uit [artikel 6 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=6) volgt dat de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) van toepassing is op handelingen waarop het kavelbesluit betrekking heeft, maar dat de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=9) en [10 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=10) niet van toepassing zijn op handelingen, voor zover deze betreffen het niet-opzettelijk doden, verwonden, vangen of bemachtigen van dieren of het opzettelijk verontrusten van vogels.
Daarnaast bepaalt [artikel 7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=7) dat een vrijstelling kan worden verleend voor het bepaalde in [artikelen 9 tot en met 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=9) en [13 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=13). Een vrijstelling wordt pas verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de desbetreffende soort en, indien sprake is van een strikt beschermde soort, er geen andere bevredigende oplossing is en minstens één van de belangen wordt gediend die zijn opgenomen in de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) of in de betreffende Europese richtlijnen. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend en er kunnen in het kavelbesluit voorschriften aan verbonden worden.
### 2.1.1. [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Artikel 5 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5) bepaalt dat de [artikelen 19d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19d) en [19kc van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19kc) niet van toepassing zijn op projecten of andere handelingen waarop het kavelbesluit van toepassing is. Dit betekent dat een vergunning op grond van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) niet vereist is voor het bouwen en exploiteren van een windpark.
Daarnaast is in [artikel 5 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5) bepaald dat [artikel 19j, eerste tot en met derde lid en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19j) en [artikel 19kb van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19kb) van overeenkomstige toepassing zijn. Hieruit volgt dat indien het bouwen en exploiteren van een windpark de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied als bedoeld in de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied, een Passende Beoordeling moet worden opgesteld. Gelet op de conclusies van de Passende Beoordeling over de gevolgen voor het gebied wordt slechts toestemming gegeven voor het project nadat er zekerheid is verkregen dat het windpark de natuurlijk kenmerken van de betrokken gebieden niet zal aantasten.
### 2.1.2. [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Uit [artikel 6 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=6) volgt dat de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) van toepassing is op handelingen waarop het kavelbesluit betrekking heeft, maar dat de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=9) en [10 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=10) niet van toepassing zijn op handelingen, voor zover deze betreffen het niet-opzettelijk doden, verwonden, vangen of bemachtigen van dieren of het opzettelijk verontrusten van vogels.
Daarnaast bepaalt [artikel 7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=7) dat een vrijstelling kan worden verleend voor het bepaalde in [artikelen 9 tot en met 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=9) en [13 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=13). Een vrijstelling wordt pas verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de desbetreffende soort en, indien sprake is van een strikt beschermde soort, er geen andere bevredigende oplossing is en minstens één van de belangen wordt gediend die zijn opgenomen in de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) of in de betreffende Europese richtlijnen. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend en er kunnen in het kavelbesluit voorschriften aan verbonden worden.
### 2.2. [Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
Uit [artikel 6.5, aanhef en onderdeel c van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.5) in samenhang met [artikel 6.13 van het Waterbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026872&artikel=6.13) volgt dat het verboden is om zonder watervergunning werken te plaatsen of te bouwen in de Noordzee. In [artikel 6.5a van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.5a) staat dat dit verbod niet van toepassing is op windparken waarop de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving) van toepassing is. Dit betekent dat er geen watervergunning vereist is.
Uit [artikel 6.5, aanhef en onderdeel c van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.5) in samenhang met [artikel 6.13 van het Waterbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026872&artikel=6.13) volgt dat het verboden is om zonder watervergunning werken te plaatsen of te bouwen in de Noordzee. In [artikel 6.5a van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.5a) staat dat dit verbod niet van toepassing is op windparken waarop de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752) van toepassing is. Dit betekent dat er geen watervergunning vereist is.
Voor het overige is de [Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458) en daarop gebaseerde regelgeving wel van toepassing. Zo kan op grond van [artikel 6.10 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.10) een veiligheidszone ingesteld worden rondom een werk (paragraaf 4.4.) en zijn in het [Waterbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026872) regels opgenomen die betrekking hebben op de bouw, de exploitatie en de verwijdering van windparken op zee ([paragraaf 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026872&paragraaf=6a)).
@@ -112,7 +112,7 @@
### 3.1.1. Zienswijzen
Naar aanleiding van de publicatie van de kennisgeving en de terinzagelegging van de ontwerp-besluiten voor de kavelbesluiten III, [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800&wetgeving) en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802&wetgeving) windenergiegebied Borssele zijn in totaal 39 zienswijzen en 1 reactie over de ontwerpbesluiten naar voren gebracht. Aan het eind van deze toelichting is de ‘Nota van beantwoording zienswijzen en reactie’ opgenomen. Hierin is een overzicht van de behandeling van de zienswijzen opgenomen. In de antwoordnota vindt u ook de reacties op de inhoudelijke punten uit de zienswijzen die niet specifiek zijn maar over alle ontwerpbesluiten gaan.
Naar aanleiding van de publicatie van de kennisgeving en de terinzagelegging van de ontwerp-besluiten voor de kavelbesluiten III, [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800) en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802) windenergiegebied Borssele zijn in totaal 39 zienswijzen en 1 reactie over de ontwerpbesluiten naar voren gebracht. Aan het eind van deze toelichting is de ‘Nota van beantwoording zienswijzen en reactie’ opgenomen. Hierin is een overzicht van de behandeling van de zienswijzen opgenomen. In de antwoordnota vindt u ook de reacties op de inhoudelijke punten uit de zienswijzen die niet specifiek zijn maar over alle ontwerpbesluiten gaan.
De nota van beantwoording maakt, voor zover de zienswijzen zich richten tegen het ontwerp van dit besluit, onderdeel uit van het besluit. In de nota van beantwoording is aangegeven of de zienswijzen aanleiding gaven om het ontwerpbesluit aan te passen.
@@ -120,7 +120,7 @@
[Artikel 7.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=7.2) (Wm), bepaalt, dat activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, bij algemene maatregel van bestuur, het [Besluit milieueffectrapportage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006788), worden aangewezen. Bij de voorbereiding van de aangewezen categorieën van plannen en/of besluiten moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt of moet het bevoegd gezag beoordelen of bij de voorbereiding van de aangewezen categorieën van besluiten een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
In [onderdeel D, categorie D22.2, kolom 4 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage](24649) is het kavelbesluit opgenomen. Dit betekent dat windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer, m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Dit houdt in dat het bevoegd gezag moet beoordelen of het doorlopen van een project-m.e.r. noodzakelijk is. Deze beoordeling kan echter achterwege blijven nu het Rijk, gezien de aard en schaal van het initiatief, ervoor heeft gekozen om een project-m.e.r. uit te voeren.
In [onderdeel D, categorie D22.2, kolom 4 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage](onbekend) is het kavelbesluit opgenomen. Dit betekent dat windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer, m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Dit houdt in dat het bevoegd gezag moet beoordelen of het doorlopen van een project-m.e.r. noodzakelijk is. Deze beoordeling kan echter achterwege blijven nu het Rijk, gezien de aard en schaal van het initiatief, ervoor heeft gekozen om een project-m.e.r. uit te voeren.
Het MER ten behoeve van de kavelbesluiten in het windenergiegebied Borssele is opgesteld in opdracht van de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu. Op grond van artikel 7.24, lid 4, aanhef en onder a, van de Wm wordt de uitgebreide m.e.r.-procedure gevolgd. Omdat significante effecten op Natura 2000-gebieden bij het realiseren van windparken in windenergiegebied Borssele niet op voorhand zijn uit te sluiten is ook een Passende Beoordeling opgesteld.
@@ -132,7 +132,7 @@
Bij het vaststellen van een kavelbesluit spelen diverse belangen een rol. Voorbeelden hiervan zijn scheepvaart, recreatie en visserij. Om deze belangen zo goed mogelijk mee te nemen zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd om belanghebbenden over de voorbereidingen van het kavelbesluit te informeren en om van hen inhoudelijke suggesties te vernemen.
Tijdens de voorbereiding van [kavelbesluiten I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037794&wetgeving) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037801&wetgeving) is de windsector in kennisateliers verschillende keren geïnformeerd over de te maken keuzes in het kavelbesluit ten aanzien van de verkaveling, kavelgrootte, bandbreedtes en funderingstechnieken. Tijdens deze bijeenkomsten zijn tevens de belangen van de windsector geïnventariseerd. Daarnaast zijn de milieu- en natuurorganisaties tijdens twee door hen georganiseerde bijeenkomsten geïnformeerd over de te maken keuzes ten aanzien van de effecten van windparken op natuurdoelstellingen. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn ook betrokken bij de opstelling van dit kavelbesluit.
Tijdens de voorbereiding van [kavelbesluiten I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037794) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037801) is de windsector in kennisateliers verschillende keren geïnformeerd over de te maken keuzes in het kavelbesluit ten aanzien van de verkaveling, kavelgrootte, bandbreedtes en funderingstechnieken. Tijdens deze bijeenkomsten zijn tevens de belangen van de windsector geïnventariseerd. Daarnaast zijn de milieu- en natuurorganisaties tijdens twee door hen georganiseerde bijeenkomsten geïnformeerd over de te maken keuzes ten aanzien van de effecten van windparken op natuurdoelstellingen. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn ook betrokken bij de opstelling van dit kavelbesluit.
Op grond van internationale verdragen heeft er ook afstemming plaatsgevonden met België.
@@ -352,7 +352,7 @@
De Noordzee heeft een belangrijke sociaal-culturele en historische betekenis voor Nederland en is een bron van kennis. In de Visie Erfgoed en Ruimte20Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Kiezen voor karakter, Visie Erfgoed en Ruimte, 15 juni 2011. is als doelstelling voor de Noordzee opgenomen om het cultureel erfgoed goed te positioneren bij ruimtelijke ontwikkelingen op de Noordzee. Het rijksbeleid, zoals verwoord in de Beleidsnota Noordzee (2016–2021), is gebaseerd op de uitgangspunten van het Verdrag van Valetta (ook wel verdrag van Malta genoemd), dat strekt tot bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. In het bijzonder gaat het om het streven naar het zoveel mogelijk behouden van archeologische waarden in de bodem (in situ), een meldplicht voor archeologische vondsten, het meewegen van het archeologisch belang in de ruimtelijke ordening en het waarborgen dat milieueffectrapportages en de daaruit voortvloeiende beslissingen rekening houden met archeologische vindplaatsen en hun context. Tenslotte is het uitgangspunt dat de kosten voor het eventueel benodigde archeologisch onderzoek door de verstoorder moeten worden gedragen (het ‘verstoorder betaalt’-principe).
Indien bij de oprichting van een windpark of bij andere werkzaamheden met betrekking tot windturbines in de Nederlandse EEZ een monument dan wel een vermoedelijk monument in de zin van de [Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&wetgeving) wordt gevonden, zijn op grond van [artikel 6.16f van het Waterbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026872&artikel=6.16f) de [artikelen 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=53), [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=56), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=58), en [59 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=59) van overeenkomstige toepassing. Deze artikelen voorzien in bescherming van (vermoedelijke) monumenten in de zin van de Monumentenwet.
Indien bij de oprichting van een windpark of bij andere werkzaamheden met betrekking tot windturbines in de Nederlandse EEZ een monument dan wel een vermoedelijk monument in de zin van de [Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471) wordt gevonden, zijn op grond van [artikel 6.16f van het Waterbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026872&artikel=6.16f) de [artikelen 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=53), [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=56), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=58), en [59 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=59) van overeenkomstige toepassing. Deze artikelen voorzien in bescherming van (vermoedelijke) monumenten in de zin van de Monumentenwet.
### 6.6.2. Gevolgen
@@ -544,15 +544,15 @@
Achtereenvolgens worden voor iedere soortgroep de gevolgen van het eigenstandige project en de gevolgen van het project tezamen met andere plannen en projecten beschreven. Dit is gedaan op basis van de **uiterste bandbreedtes**. Wanneer de uiterste bandbreedte tot onacceptabel grote effecten leidt, is deze ingeperkt tot het voorkeursalternatief. Hierbij zijn onacceptabel grote effecten gedefinieerd als significant negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden en/of aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het voorkeursalternatief wordt door middel van voorschriften dwingend opgelegd aan de vergunninghouder.
De uiterste bandbreedte en het voorkeursalternatief zijn gebruikt voor de afweging in het kader van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving).
Voor soorten met een instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden zijn ook nog de gevolgen opgenomen zoals deze in de Passende Beoordeling zijn geanalyseerd. Dit is alleen gedaan voor het **voorkeursalternatief.** Deze beschrijving zal gebruikt worden voor de afweging in het kader van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving).
De uiterste bandbreedte en het voorkeursalternatief zijn gebruikt voor de afweging in het kader van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640).
Voor soorten met een instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden zijn ook nog de gevolgen opgenomen zoals deze in de Passende Beoordeling zijn geanalyseerd. Dit is alleen gedaan voor het **voorkeursalternatief.** Deze beschrijving zal gebruikt worden voor de afweging in het kader van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641).
In paragraaf 7.4 is een overzicht opgenomen van de geconstateerde kennisleemtes.
In paragraaf 7.5 is de afweging opgenomen met betrekking tot de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=6) en [7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=7), die betrekking hebben op de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving).
In paragraaf 7.6 is de afweging opgenomen met betrekking tot [artikel 5 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5), die betrekking heeft op de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving).
In paragraaf 7.5 is de afweging opgenomen met betrekking tot de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=6) en [7 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=7), die betrekking hebben op de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640).
In paragraaf 7.6 is de afweging opgenomen met betrekking tot [artikel 5 van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=5), die betrekking heeft op de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641).
In paragraaf 7.7 is de afweging opgenomen met betrekking tot overige relevante wetgeving.
@@ -568,9 +568,9 @@
De realisatie van windenergie op zee zoals verwoord in het Energieakkoord is als uitgangspunt meegenomen voor de cumulatieve effectbeoordeling (t/m 2023). Hiermee wordt uitwerking gegeven aan het advies van de Commissie voor de m.e.r. op het MER/PB die voor de partiële herziening van het Nationaal Waterplan (2009–2015) is opgesteld. Door deze werkwijze wordt de kans verhoogd om de routekaart te voltooien zonder belemmeringen als gevolg van het mogelijk optreden van cumulatieve effecten. In de doorrekening van het Energieakkoord zijn dus ook alle toekomstige en nog niet vergunde windparken meegenomen.
Hiermee is de gehanteerde werkwijze breder ingestoken dan op basis van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) is vereist. Omdat de laatste kavelbesluiten in ieder geval met de voorafgaande kavelbesluiten rekening moeten houden in de cumulatieve effectbeoordeling, is ervoor gekozen om de gevolgen van het gehele Energieakkoord nu al in beeld te brengen om zodoende strategische keuzes tijdig te kunnen maken.
Het KEC zal periodiek herzien worden en als basis dienen voor nieuwe ruimtelijke besluiten voor windenergie op zee waaronder de kavelbesluiten. De reeds genomen kavelbesluiten blijven in principe ongewijzigd. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties wanneer er wijzigingen worden geconstateerd die de eerdere conclusies uit de reeds genomen kavelbesluiten onhoudbaar maken, zal het Rijk overwegen om een procedure tot wijziging van een kavelbesluit in gang te zetten. Hiervoor zal volgens de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving) de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) worden gevolgd, zoals die ook geldt voor de nieuwe kavelbesluiten.
Hiermee is de gehanteerde werkwijze breder ingestoken dan op basis van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) is vereist. Omdat de laatste kavelbesluiten in ieder geval met de voorafgaande kavelbesluiten rekening moeten houden in de cumulatieve effectbeoordeling, is ervoor gekozen om de gevolgen van het gehele Energieakkoord nu al in beeld te brengen om zodoende strategische keuzes tijdig te kunnen maken.
Het KEC zal periodiek herzien worden en als basis dienen voor nieuwe ruimtelijke besluiten voor windenergie op zee waaronder de kavelbesluiten. De reeds genomen kavelbesluiten blijven in principe ongewijzigd. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties wanneer er wijzigingen worden geconstateerd die de eerdere conclusies uit de reeds genomen kavelbesluiten onhoudbaar maken, zal het Rijk overwegen om een procedure tot wijziging van een kavelbesluit in gang te zetten. Hiervoor zal volgens de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752) de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) worden gevolgd, zoals die ook geldt voor de nieuwe kavelbesluiten.
In het MER zijn de locatieonderbouwing en de verkaveling beschreven. Het MER geeft tevens inzicht in de milieueffecten van de opstellingsvarianten van windturbines in kavel III en V. Hiervoor is een **uiterste** bandbreedte gedefinieerd op relevante aspecten zoals aantal turbines, ashoogte, rotordiameter en fundatie (zie ook hoofdstuk 5).
@@ -702,17 +702,17 @@
Deze leemtes in kennis zullen niet leiden tot onomkeerbare gevolgen als gevolg van de windparken voor de relevante soorten vanwege het gehanteerde **worst case** scenario bij het bepalen van effecten van de windparken. Ten behoeve van de geconstateerde kennisleemtes en de effectiviteit van opgenomen mitigerende maatregelen wordt een monitorings- en evaluatieprogramma gedefinieerd. Hiervoor zal de overheid het gedeelte met betrekking tot generieke kennisleemtes opzetten, trekken en (laten) uitvoeren. Om uitvoering van dit generieke monitoringsprogramma mogelijk te maken is een voorschrift opgenomen (voorschrift 5). Dit voorschrift wordt verder toegelicht in paragraaf 7.8.6. Vanwege het ontbreken van locatiespecifieke kennisleemtes worden er in dit besluit geen voorschriften opgenomen die de vergunninghouder verplichten tot het uitvoeren van locatiespecifiek onderzoek.
### 7.5. Afweging omtrent [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) met inachtneming [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving)
### 7.5.1. Eisen [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving)
Zoals in paragraaf 2.1.2 is beschreven, moet er, voordat vrijstelling of ontheffing van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) kan worden verleend, voor streng beschermde soorten aan drie eisen worden voldaan (‘uitgebreide toets’): de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten mag niet in het geding komen, er mag geen andere bevredigende oplossing zijn en er moet sprake zijn van minstens één van de in de wet en/of Europese richtlijnen genoemde belangen. Welk belang kan worden gebruikt, is afhankelijk van het beschermingsregime waar de soort onder valt.
### 7.5. Afweging omtrent [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) met inachtneming [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752)
### 7.5.1. Eisen [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Zoals in paragraaf 2.1.2 is beschreven, moet er, voordat vrijstelling of ontheffing van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) kan worden verleend, voor streng beschermde soorten aan drie eisen worden voldaan (‘uitgebreide toets’): de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten mag niet in het geding komen, er mag geen andere bevredigende oplossing zijn en er moet sprake zijn van minstens één van de in de wet en/of Europese richtlijnen genoemde belangen. Welk belang kan worden gebruikt, is afhankelijk van het beschermingsregime waar de soort onder valt.
Vogels, vleermuizen, de bruinvis en de gewone zeehond zijn streng beschermde soorten onder de Flora- en faunawet. Vleermuizen, de bruinvis en de gewone zeehond zijn beschermde inheemse diersoorten als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onder a, van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=4). Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten en de bruinvis zijn tevens opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn (92/43/EEC). De gewone zeehond is opgenomen in bijlage 1 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. Vogels zijn beschermde inheemse diersoorten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, van de Flora- en faunawet en vallen tevens onder de Vogelrichtlijn (79/409/EEG).
De grijze zeehond is ook een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onder a, van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=4), maar is geen streng beschermde soort. Vissen zijn beschermde inheemse diersoorten als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder d van de Flora- en faunawet. Er is een aantal vissoorten dat onder het strengere beschermingsregime valt, deze vissoorten komen echter niet voor in het windenergiegebied Borssele. De grijze zeehond en de in het plangebied aanwezige vissen zijn geen streng beschermde soorten, daarom volstaat voor deze soorten een ‘lichte toets’, waarbij enkel getoetst wordt aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.
Daarnaast geldt onder de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) voor alle diersoorten, zowel beschermd als onbeschermd, de zorgplicht zoals genoemd in artikel 2. Op grond hiervan moet schade aan alle in het wild levende dieren en planten zoveel als redelijkerwijs mogelijk worden voorkomen.
Daarnaast geldt onder de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) voor alle diersoorten, zowel beschermd als onbeschermd, de zorgplicht zoals genoemd in artikel 2. Op grond hiervan moet schade aan alle in het wild levende dieren en planten zoveel als redelijkerwijs mogelijk worden voorkomen.
### 7.5.2. Vogels
@@ -744,7 +744,7 @@
Uit het MER blijkt dat door het toepassen van de geluidsnorm de afname van de bruinvispopulatie in grote mate gereduceerd kan worden. Ook met het toepassen van de geluidsnorm zal echter nog steeds een gedeelte van het leefgebied van bruinvissen worden verstoord, waardoor deze hier tijdelijk geen gebruik van kunnen maken. Omdat de verstoring een betrekkelijk groot gebied omvat, is er sprake van het verstoren van voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen zoals genoemd in [artikel 11 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=11). Doordat de verstoring tijdelijk is, zal de bruinvis na de aanleg wel weer gebruik kunnen maken van het gebied. De gunstige staat van instandhouding van de bruinvis komt niet in het geding. Omdat de bruinvis de meest gevoelige soort is zullen als gevolg van de mitigerende maatregel ook de negatieve effecten op de gewone zeehond, grijze zeehond en vissen verminderen. Hiermee is de gunstige staat van instandhouding ook voor deze soorten gewaarborgd. Daarnaast profiteren zeezoogdieren en vissen ook van de maatregel waarmee het aantal turbines beperkt wordt (voorschrift 2, lid 5) om het aantal aanvaringsslachtoffers onder vogels te beperken. Minder turbines betekent immers minder te heien palen en daarmee minder langdurig onderwatergeluid.
Uit het MER blijkt dat de productie van onderwatergeluid tijdens de operationele fase van het windpark lager ligt dan de vermijdingsdrempel van de gevoeligste soort, de bruinvis. Er is daarom geen sprake van leefgebiedsverlies voor zeezoogdieren en vissen. Tijdens de operationele fase zijn daarom geen overtredingen van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) te verwachten.
Uit het MER blijkt dat de productie van onderwatergeluid tijdens de operationele fase van het windpark lager ligt dan de vermijdingsdrempel van de gevoeligste soort, de bruinvis. Er is daarom geen sprake van leefgebiedsverlies voor zeezoogdieren en vissen. Tijdens de operationele fase zijn daarom geen overtredingen van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) te verwachten.
Een gedeelte van het leefgebied van zeezoogdieren en beschermde inheemse vissen zal tijdens de aanlegfase van het windpark tijdelijk niet beschikbaar zijn voor deze soorten. Hiermee is er sprake van een overtreding van het in [artikel 11 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=11) neergelegde verbod. Door het uitvoeren van de mitigerende maatregelen (voorschrift 4, lid 1 en 2) zullen effecten op zeezoogdieren en vissen echter zoveel mogelijk voorkomen of vermeden worden. De gunstige staat van instandhouding van zeezoogdieren en vissen komt, ook in cumulatie met andere windparken, niet in het geding.
@@ -756,7 +756,7 @@
Het doel van het project is om windturbines te exploiteren ten einde elektriciteit op te wekken uit wind, een hernieuwbare bron van energie. Het belang van windenergie ligt in het bijzonder in de bijdrage aan het beperken van de klimaatverandering, de transitie naar hernieuwbare energie en de vermindering van de afhankelijkheid van energie-exporterende landen en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Zoals ook in paragraaf 1.1 van de inleiding wordt beschreven zijn op zowel nationaal als Europees niveau afspraken gemaakt over het opwekken van duurzame energie.
Hieronder wordt specifiek ingegaan op de in de Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) genoemde belangen.
Hieronder wordt specifiek ingegaan op de in de Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) genoemde belangen.
Klimaatverandering kan leiden tot belangrijke economische schade, door overstromingen, weersextremen en beperkingen van zoetwatervoorzieningen, bedreiging van energievoorziening, vermindering van beroepsscheepvaart, verandering van productieomstandigheden, toenemend risico op ziekten en plagen en verzilting ten gevolge van een hogere zeespiegel.
@@ -778,17 +778,17 @@
Met de voorgeschreven maatregelen (voorschrift 2, lid 5 en voorschrift 4, lid 1 t/m 4) worden negatieve gevolgen voor beschermde diersoorten zoveel mogelijk voorkomen. Overige maatregelen zijn niet bewezen effectief of de kosten staan niet in verhouding met de te halen reductie in negatieve effecten voor natuurwaarden. Met inachtneming van de voorschriften is geen andere bevredigende oplossing voorhanden.
### 7.5.8. Conclusie afweging [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving)
Op grond van de beschikbare informatie kan geconcludeerd worden dat, wanneer de voorgeschreven maatregelen in acht worden genomen, de gunstige staat van instandhouding voor geen van de beschouwde soorten in het geding komt. Er zijn daarnaast meerdere geldige belangen van toepassing en er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden. Op grond van de bepalingen van de Flora-en faunawet zijn er daarom geen belemmeringen om vrijstelling te verlenen voor de bouw en exploitatie van een windpark in kavels III en V. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de in aanmerking genomen soorten en de verbodsbepalingen van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) die worden overtreden.
### 7.6. Afweging omtrent [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving)
### 7.5.8. Conclusie afweging [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Op grond van de beschikbare informatie kan geconcludeerd worden dat, wanneer de voorgeschreven maatregelen in acht worden genomen, de gunstige staat van instandhouding voor geen van de beschouwde soorten in het geding komt. Er zijn daarnaast meerdere geldige belangen van toepassing en er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden. Op grond van de bepalingen van de Flora-en faunawet zijn er daarom geen belemmeringen om vrijstelling te verlenen voor de bouw en exploitatie van een windpark in kavels III en V. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de in aanmerking genomen soorten en de verbodsbepalingen van de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) die worden overtreden.
### 7.6. Afweging omtrent [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
De aanleg en exploitatie van windparken hebben, vanwege zogeheten externe werking, mogelijk effecten op instandhoudingsdoelen van een aantal in Nederland en het buitenland gelegen Natura 2000-gebieden. Deze effecten zijn passend beoordeeld. Daartoe is onderzoek gedaan naar de instandhoudingsdoelen van de navolgende Natura 2000-gebieden36VR: aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn, HR: aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn: De Nederlandse gebieden Vlakte van de Raan (HR), Voordelta (HR + VR), Noordzeekustzone (HR + VR), Friese Front (VR), Veerse Meer (VR), Krammer Volkerrak (HR + VR), Westerschelde en Saeftinghe (HR + VR) Waddenzee (HR + VR), de Belgische gebieden Duingebieden (VR), Vlaamse Banken (HR + VR), het Franse gebied Banc des Flandres en de Engelse gebieden Alde, Ore and Butley Estuary (VR).
Met betrekking tot de onderwerpen besproken in de Passende Beoordeling is de conclusie dat de effecten van een windpark in kavels III en V in windenergiegebied Borssele, bij gebruik van de voorkeursbandbreedtes inclusief mitigerende maatregelen, gegeven de consequente manier waarop het zogenaamde **worst case**scenario wordt toegepast, op zichzelf staand niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de relevante Natura 2000-gebieden.
De cumulatieve effecten op de relevante soorten zijn primair getoetst aan de populatie in de Zuidelijke Noordzee, zodat een beeld wordt verkregen van het effect op de staat van instandhouding van de betreffende soorten. Voor het bepalen van cumulatieve effecten is de gehanteerde werkwijze breder ingestoken dan op basis van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) is vereist. De gehele routekaart is als uitgangspunt meegenomen voor de cumulatieve effectbeoordeling. Hiermee is uitwerking gegeven aan het advies van de Commissie voor de m.e.r. op het MER en de Passende Beoordeling die voor de partiële herziening van het Nationaal Waterplan (2009–2015) is opgesteld.
De cumulatieve effecten op de relevante soorten zijn primair getoetst aan de populatie in de Zuidelijke Noordzee, zodat een beeld wordt verkregen van het effect op de staat van instandhouding van de betreffende soorten. Voor het bepalen van cumulatieve effecten is de gehanteerde werkwijze breder ingestoken dan op basis van de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) is vereist. De gehele routekaart is als uitgangspunt meegenomen voor de cumulatieve effectbeoordeling. Hiermee is uitwerking gegeven aan het advies van de Commissie voor de m.e.r. op het MER en de Passende Beoordeling die voor de partiële herziening van het Nationaal Waterplan (2009–2015) is opgesteld.
### 7.6.1. Vogels
@@ -826,7 +826,7 @@
Met inbegrip van de genoemde mitigerende maatregelen kan worden uitgesloten dat het duurzame voortbestaan van de populaties gewone en grijze zeehonden in de Zuidelijke Noordzee wordt aangetast. Gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de beide soorten in de Natura 2000-gebieden die voor deze soorten zijn aangewezen, kan worden uitgesloten dat de doelaantallen van deze Natura 2000-gebieden worden aangetast.
### 7.6.4. Conclusie afweging [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving)
### 7.6.4. Conclusie afweging [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
Op basis van de Passende Beoordeling als bedoeld in [artikel 19f van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19f) is voldoende inzicht in de aard en omvang van de effecten verkregen om tot een besluit te komen.
@@ -834,19 +834,19 @@
Met de uitgevoerde Passende Beoordeling is de zekerheid verkregen dat met het uitvoeren van de voorziene activiteit, gelet op de relevante instandhoudingsdoelstellingen, en met inachtneming van de weergegeven voorschriften waaronder mitigerende maatregelen (voorschrift 2, lid 5 en 7 en voorschrift 4, lid 1 t/m 4), geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden zal optreden. Om de geconstateerde leemtes in kennis in te vullen is een pakket aan monitorings- en evaluatievoorschriften opgesteld.
Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) zich niet verzet tegen een positief besluit voor een windpark in kavels III en V.
Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) zich niet verzet tegen een positief besluit voor een windpark in kavels III en V.
### 7.7. Afweging omtrent overige relevante regelgeving
Binnen de Kaderrichtlijn Mariene Strategie38http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=URISERV:l281642008/56/EG is ten aanzien van onderwatergeluid nog geen specifiek doel opgesteld voor (de cumulatie) van impulsief geluid zoals dat bij heien vrijkomt. Daarom kan in onderhavig besluit hieraan nog niet getoetst worden. Voor afzonderlijke gevallen dienen schadelijke effecten op populaties of het ecosysteem voorkomen te worden. Uit het MER en de Passende Beoordeling volgt, dat als gevolg van de aanleg van een windpark in kavels III en V met inbegrip van mitigerende maatregelen (voorschrift 2, lid 5 en 7 en voorschrift 4, lid 1 t/m 4), ook tezamen met andere windturbineprojecten, het herstellend vermogen van populaties van zeezoogdieren niet wordt aangetast.
Ten aanzien van vogels en zeezoogdieren gelden doelen die overeenkomen met de landelijke doelen zoals geformuleerd onder de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving). Uit het MER en de Passende Beoordeling volgt, dat als gevolg van de aanleg en exploitatie van een windpark in kavels III en V met inbegrip van mitigerende maatregelen (voorschrift 2, lid 5 en 7 en voorschrift 4, lid 1 t/m 4), ook tezamen met andere windturbineprojecten, het duurzame voortbestaan van zeezoogdierpopulaties en vogels niet wordt aangetast.
Ten aanzien van vogels en zeezoogdieren gelden doelen die overeenkomen met de landelijke doelen zoals geformuleerd onder de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641). Uit het MER en de Passende Beoordeling volgt, dat als gevolg van de aanleg en exploitatie van een windpark in kavels III en V met inbegrip van mitigerende maatregelen (voorschrift 2, lid 5 en 7 en voorschrift 4, lid 1 t/m 4), ook tezamen met andere windturbineprojecten, het duurzame voortbestaan van zeezoogdierpopulaties en vogels niet wordt aangetast.
Significant negatieve gevolgen op de landelijke doelen van relevante populaties kunnen daarom worden uitgesloten.
Uit het MER en de Passende Beoordeling volgt verder dat als gevolg van de aanleg en exploitatie negatieve gevolgen voor habitats, benthos en vislarven marginaal zijn. Negatieve gevolgen voor de milieudoelen zoals geformuleerd onder de KRM voor deze descriptoren kunnen dan ook uitgesloten worden.
De verplichtingen ten aanzien van soorten- en gebiedsbescherming die voortvloeien uit het OSPAR-verdrag zijn in Europees verband omgezet in de Vogel- en Habitatrichtlijn. De ‘**Marine protected areas**’ onder het OSPAR-verdrag zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, of met het oog daarop op de communautaire lijst geplaatst. In dit kavelbesluit vindt daarom geen aparte toetsing plaats, maar geeft toetsing aan de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&wetgeving) en de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&wetgeving) uitvoering aan de verplichtingen en doelstellingen van het OSPAR verdrag. In paragraaf 7.5 en 7.6 zijn de gevolgen van een windpark in kavels III en V afgewogen in relatie tot de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet.
De verplichtingen ten aanzien van soorten- en gebiedsbescherming die voortvloeien uit het OSPAR-verdrag zijn in Europees verband omgezet in de Vogel- en Habitatrichtlijn. De ‘**Marine protected areas**’ onder het OSPAR-verdrag zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, of met het oog daarop op de communautaire lijst geplaatst. In dit kavelbesluit vindt daarom geen aparte toetsing plaats, maar geeft toetsing aan de [Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641) en de [Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640) uitvoering aan de verplichtingen en doelstellingen van het OSPAR verdrag. In paragraaf 7.5 en 7.6 zijn de gevolgen van een windpark in kavels III en V afgewogen in relatie tot de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet.
Het Nationaal Waterplan (2016–2021) en de Beleidsnota Noordzee zijn toegelicht in paragraaf 2.3 van dit besluit. Er zijn, gelet op de uitkomsten van het MER en de Passende Beoordeling en de geconstateerde kennisleemtes, verschillende mitigerende maatregelen opgelegd (voorschrift 2, lid 5 en 7 en voorschrift 4, lid 1 t/m 4). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het voorzorgsprincipe wat in acht moet worden genomen wanneer redelijke grond is tot bezorgdheid over mogelijke onherstelbare schade die de activiteit kan toebrengen aan het mariene milieu. De in het MER en de Passende Beoordeling beschouwde resultaten m.b.t. voedselketeneffecten zijn tevens meegewogen.
@@ -932,7 +932,7 @@
Binnen de inspraaktermijn zijn zienswijzen ingediend door: burgers uit Krabbendijke, Kapelle, Goes, Hansweert, Vlissingen en stichting Dorpsraad Borssele, Leefbaar Reimerswaal; Witteveen+Bos, Port of Antwerp, Deutsche Telekom AG, mede namens ‘other European Telecom Carriers’, het Vlaamse Gewest, C-power, Northwind, Belwind, Nobelwind, Northwester, Belgian Offshore platform, Dong Energy, RWE, GDF SUEZ, DELTA, Nuon en NWEA. Van de gemeente Veere is een reactie ontvangen. De zienswijzen en de reactie zijn integraal opgenomen in de inspraak- en reactiebundel, die is te raadplegen via de website van Bureau Energieprojecten45https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/02/Bundel_Anoniem_KavelsBorssele_%20III_IV_V_0.pdf.
Hieronder is een overzicht en een samenvatting van de ontvangen zienswijzen en reacties, alsmede de beantwoording daarvan opgenomen. In een aantal zienswijzen is in de bijlage de zienswijze bij [kavelbesluiten I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037794&wetgeving) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037801&wetgeving) opgenomen, die in enkele gevallen als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Deze bijlages zijn ook meegenomen in de Nota van beantwoording, al zijn deze zienswijzen soms niet een op een van toepassing op kavelbesluiten III, [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800&wetgeving) en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802&wetgeving).
Hieronder is een overzicht en een samenvatting van de ontvangen zienswijzen en reacties, alsmede de beantwoording daarvan opgenomen. In een aantal zienswijzen is in de bijlage de zienswijze bij [kavelbesluiten I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037794) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037801) opgenomen, die in enkele gevallen als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Deze bijlages zijn ook meegenomen in de Nota van beantwoording, al zijn deze zienswijzen soms niet een op een van toepassing op kavelbesluiten III, [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800) en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802).
Per zienswijze of reactie wordt in de beantwoording beargumenteerd aangegeven of deze elementen al dan niet zullen worden meegenomen in één of alle kavelbesluiten. De relevante in de zienswijzen genoemde elementen worden hieronder per deelonderwerp behandeld. Hierbij wordt aangesloten bij de hoofdstukindeling uit de ontwerp kavelbesluiten. Allereerst wordt de zienswijze (Z) of de reactie (R) samengevat weergegeven, waarna per zienswijze een antwoord (A) wordt gegeven.
@@ -996,7 +996,7 @@
**Z**: Indieners stellen dat de windturbines het vrije zicht op zee belemmeren.
**A**: De belangenafweging voor het plaatsen van windturbines in windenergiegebied Borssele is afgewogen in het kavelbesluit, paragraaf 6.2. Hieruit blijkt dat de zichtbaarheid van de windturbines beperkt is. De afstand van de windturbines van kavelbesluiten III, [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800&wetgeving) en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802&wetgeving) tot de kust is minimaal 30 kilometer. Daarnaast zijn de windturbines van kavelbesluiten III, IV en V vanaf het vasteland gezien gepositioneerd achter die van [kavelbesluiten I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037794&wetgeving) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037801&wetgeving).
**A**: De belangenafweging voor het plaatsen van windturbines in windenergiegebied Borssele is afgewogen in het kavelbesluit, paragraaf 6.2. Hieruit blijkt dat de zichtbaarheid van de windturbines beperkt is. De afstand van de windturbines van kavelbesluiten III, [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800) en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802) tot de kust is minimaal 30 kilometer. Daarnaast zijn de windturbines van kavelbesluiten III, IV en V vanaf het vasteland gezien gepositioneerd achter die van [kavelbesluiten I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037794) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037801).
**R**: Indiener geeft aan dat hinder door zichtbaarheid van windparken vanaf het strand kan leiden tot schade voor de recreatie en toeristische sector.
@@ -1124,7 +1124,7 @@
**Z:** Indiener geeft aan dat het voorschrift betreffende het terugbrengen van de draaisnelheid bij onderhoud van de windturbines, in strijd is met de ICPC.
**A:** De minister is niet gebonden aan de aanbevelingen van de ICPC. Op grond van het VN Zeerechtverdrag heeft een kuststaat rechtsmacht ten aanzien van installaties in de EEZ zoals een windpark. De minister mag op grond van de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving) eisen stellen aan de windmolenexploitant met betrekking tot de exploitatie van een windpark. De minister weegt de betrokken belangen af en stelt hiervoor voorschriften op in het kavelbesluit. Op grond van scheepvaartveiligheid is het noodzakelijk dat de windmolens langzamer draaien wanneer een onderhoudsschip in de onderhoudszone werkzaamheden uitvoert.
**A:** De minister is niet gebonden aan de aanbevelingen van de ICPC. Op grond van het VN Zeerechtverdrag heeft een kuststaat rechtsmacht ten aanzien van installaties in de EEZ zoals een windpark. De minister mag op grond van de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752) eisen stellen aan de windmolenexploitant met betrekking tot de exploitatie van een windpark. De minister weegt de betrokken belangen af en stelt hiervoor voorschriften op in het kavelbesluit. Op grond van scheepvaartveiligheid is het noodzakelijk dat de windmolens langzamer draaien wanneer een onderhoudsschip in de onderhoudszone werkzaamheden uitvoert.
**Z:**Indiener geeft aan dat er een discrepantie zit tussen de ondergrens van de bandbreedte in het voorschrift en de toelichting daarop.
@@ -1134,7 +1134,7 @@
**Z**: Indieners geven aan dat de hoeveelheid mitigerende maatregelen overtrokken is en verzoekt op basis van de uitkomsten van het monitoringsprogramma bij toekomstige en (dan) bestaande kavelbesluiten de voorschriften te versoepelen.
**A**: Het doel van het Monitoring- en evaluatieprogramma (MEP) is onder andere om de effecten van de aanlegfase en de gebruiksfase te evalueren. De verwachting is dat de opzet voor het MEP klaar is, voordat de aanleg- en gebruiksfase van start gaan. Omdat het merendeel van de uitkomsten van het MEP pas worden verwacht na het opstellen van de milieueffectrapporten voor nog te nemen kavelbesluiten kunnen deze uitkomsten niet worden meegenomen voor de afspraken uit het Energieakkoord De reeds genomen kavelbesluiten blijven in principe ongewijzigd. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties wanneer er wijzigingen worden geconstateerd die de eerdere conclusies uit de reeds genomen kavelbesluiten onhoudbaar maken, zal het Rijk overwegen om een procedure tot wijziging van een kavelbesluit in gang te zetten. Hiervoor zal volgens de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&wetgeving) de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) worden gevolgd, zoals die ook geldt voor de nieuwe kavelbesluiten.
**A**: Het doel van het Monitoring- en evaluatieprogramma (MEP) is onder andere om de effecten van de aanlegfase en de gebruiksfase te evalueren. De verwachting is dat de opzet voor het MEP klaar is, voordat de aanleg- en gebruiksfase van start gaan. Omdat het merendeel van de uitkomsten van het MEP pas worden verwacht na het opstellen van de milieueffectrapporten voor nog te nemen kavelbesluiten kunnen deze uitkomsten niet worden meegenomen voor de afspraken uit het Energieakkoord De reeds genomen kavelbesluiten blijven in principe ongewijzigd. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties wanneer er wijzigingen worden geconstateerd die de eerdere conclusies uit de reeds genomen kavelbesluiten onhoudbaar maken, zal het Rijk overwegen om een procedure tot wijziging van een kavelbesluit in gang te zetten. Hiervoor zal volgens de [Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752) de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) worden gevolgd, zoals die ook geldt voor de nieuwe kavelbesluiten.
**Z**: Indieners geven aan dat er meer/andere ‘proven technology’ alternatieven zijn, die in voorschrift 4, lid 1 opgenomen zouden kunnen worden.
@@ -1214,7 +1214,7 @@
**A**: Vanwege duidelijkheid en de lange termijn waarover gesproken wordt, is gekozen voor een indexatie van 2%.
**Z:**Indiener vindt het onduidelijk wat het verschil is tussen de momenten van indexatie voor kavelbesluiten III (en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802&wetgeving)) en [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800&wetgeving).
**Z:**Indiener vindt het onduidelijk wat het verschil is tussen de momenten van indexatie voor kavelbesluiten III (en [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037802)) en [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037800).
**A:** Op basis van de ingebrachte zienswijze is de toelichting in de kavelbesluiten aangepast, paragraaf 4.5.
2016-04-09
Kavelbesluit III windenergiegebied Borssele
original version Tekst op deze datum