Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202150, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 31 van de Elektriciteitswet 1998 (Meetcode elektriciteit)
De meetverantwoordelijke verstrekt, behoudens het bepaalde in de Informatiecode elektriciteit en gas, geen meetgegevens van aangeslotenen aan derden, anders dan met schriftelijke toestemming van de desbetreffende aangeslotene.
Bijlage 5. Schatting van meetgegevens
B5.1
De meetverantwoordelijke of netbeheerder hanteert per onbalansverrekeningsperiode de volgende methode om de berekende meetgegevens te bepalen:
Leveringsrichting invoeding:
Indien er sprake is van één of meer elektriciteitsproductie-eenheden achter de aansluiting, is de energieuitwisseling vanuit de installatie naar het net nul, tenzij de meetverantwoordelijke na overleg met de aangeslotene of netbeheerder andere informatie ontvangt, waarmee de meetverantwoordelijke met behulp van een indirecte methode een berekening kan maken van de geproduceerde elektriciteit, en de daaruit volgende invoeding op het net.
Leveringsrichting afname:
- a. De meetverantwoordelijke of netbeheerder berekent op basis van het gemiddelde verbruik van dezelfde onbalansverrekeningsperiode van dezelfde dag van de week gedurende drie weken voor de desbetreffende kalenderdag vermenigvuldigd met de onzekerheidsfactor fo. Daarbij wordt rekening gehouden met in de Algemene Termijnenwet genoemde feestdagen, waarbij een feestdag wordt geschat als een zondag. Indien voor een onbalansverrekeningsperiode maar voor 1 of 2 weken historische meetgegevens beschikbaar zijn, worden de beschikbare meetgegevens in de berekening genomen en gedeeld door respectievelijk 1 of 2. Indien geen historische meetgegevens beschikbaar zijn, wordt de waarde nul berekend. Voorbeeld per onbalansverrekeningsperiode (ISP) Schatting ISPn =((ISPn dag -3 weken + ISPn dag -2 weken + ISPn dag -1 week)/3) * (1+ fo)
- b. tenzij de meetverantwoordelijke na overleg met de aangeslotene of netbeheerder andere informatie ontvangt, waarmee de meetverantwoordelijke met behulp van een indirecte methode een berekening kan maken van de aan het net onttrokken energie. Onzekerheidsfactor fo. Jaarlijks stelt voor 1 november de netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet deze onzekerheidsfactor vast en publiceert deze op haar website. De netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet berekent op basis van de ontvangen informatie voor de leveringsrichting afname, van de meetgegevens bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, onderdeel d van de Netcode elektriciteit het procentuele verschil tussen de in de allocatie gebruikte meetgegevens en de ontvangen maandelijkse berichten over de gemeten volumes in de periode van juli van het voorgaande jaar tot en met juni van het huidige jaar. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt de onzekerheidsfactor fo vast op basis van dit procentuele verschil, waarbij de fo minimaal 1,0 procent is.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 4. Erkenningsregelingen
B4.1. Erkenningsregeling voor meterplaatsers
B4.1.2. Het plaatsen van op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichtingen en erkenning als meterplaatser
B4.1.4. Einde van erkenning als meterplaatser
B4.2. Erkenningsregeling voor meetverantwoordelijken
B4.2.2. Het MV-register
B4.2.3. Einde van erkenning als meetverantwoordelijke
B4.2.3.1
B4.2.4. Geheimhouding
B4.2.4.1
Bijlage 5. Schatting van meetgegevens
B5.1
De meetverantwoordelijke of netbeheerder hanteert per onbalansverrekeningsperiode de volgende methode om de berekende meetgegevens te bepalen:
Leveringsrichting invoeding:
Indien er sprake is van één of meer elektriciteitsproductie-eenheden achter de aansluiting, is de energieuitwisseling vanuit de installatie naar het net nul, tenzij de meetverantwoordelijke na overleg met de aangeslotene of netbeheerder andere informatie ontvangt, waarmee de meetverantwoordelijke met behulp van een indirecte methode een berekening kan maken van de geproduceerde elektriciteit, en de daaruit volgende invoeding op het net.
Leveringsrichting afname:
- a. De meetverantwoordelijke of netbeheerder berekent op basis van het gemiddelde verbruik van dezelfde onbalansverrekeningsperiode van dezelfde dag van de week gedurende drie weken voor de desbetreffende kalenderdag vermenigvuldigd met de onzekerheidsfactor fo. Daarbij wordt rekening gehouden met in de Algemene Termijnenwet genoemde feestdagen, waarbij een feestdag wordt geschat als een zondag. Indien voor een onbalansverrekeningsperiode maar voor 1 of 2 weken historische meetgegevens beschikbaar zijn, worden de beschikbare meetgegevens in de berekening genomen en gedeeld door respectievelijk 1 of 2. Indien geen historische meetgegevens beschikbaar zijn, wordt de waarde nul berekend. Voorbeeld per onbalansverrekeningsperiode (ISP) Schatting ISPn =((ISPn dag -3 weken + ISPn dag -2 weken + ISPn dag -1 week)/3) * (1+ fo)
- b. tenzij de meetverantwoordelijke na overleg met de aangeslotene of netbeheerder andere informatie ontvangt, waarmee de meetverantwoordelijke met behulp van een indirecte methode een berekening kan maken van de aan het net onttrokken energie. Onzekerheidsfactor fo. Jaarlijks stelt voor 1 november de netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet deze onzekerheidsfactor vast en publiceert deze op haar website. De netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet berekent op basis van de ontvangen informatie voor de leveringsrichting afname, van de meetgegevens bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, onderdeel d van de Netcode elektriciteit het procentuele verschil tussen de in de allocatie gebruikte meetgegevens en de ontvangen maandelijkse berichten over de gemeten volumes in de periode van juli van het voorgaande jaar tot en met juni van het huidige jaar. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt de onzekerheidsfactor fo vast op basis van dit procentuele verschil, waarbij de fo minimaal 1,0 procent is.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.1.6
Waar in deze code ‘gecontracteerd transportvermogen’ staat, wordt per aansluiting de hoogste waarde van het gecontracteerd transportvermogen voor afname of het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding bedoeld, tenzij één van beide specifiek is aangeduid.
1.2. Voorwaarden met betrekking tot meterbeheerders, meterplaatsers en meetverantwoordelijken
1.2.1. Meterbeheerder
1.2.2. Meterplaatser
1.2.3. Het overdragen van meetverantwoordelijkheid
1.2.4. Beëindiging van de beheerovereenkomst tussen de meetverantwoordelijke en de aangeslotene
1.2.5. Vangnetregeling meetverantwoordelijkheid
2. Keuze van meetinrichting en aanwijzing meetbeheerder
2.2. Comptabele meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting tussen twee netten
2.4. Meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een grootverbruikaansluiting
2.6. Aanwijzing meterbeheerder
3. Uitrol van op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichtingen ten behoeve van kleinverbruikaansluitingen
3.1. Algemeen
3.2. Procedure prioriteitsplaatsing
3.3. Procedure plaatsing door derden van een door de netbeheerder geleverde meetinrichting
3.4. Procedure plaatsing door derden van een niet door de netbeheerder geleverde meetinrichting
4. Eisen aan meetinrichtingen
4.1. Algemeen
4.1.2. Verzegelingen
4.2. Eisen aan kleinverbruikmeetinrichtingen
4.2.3. Storingen in de kleinverbruikmeetinrichting
4.3. Eisen aan grootverbruikmeetinrichtingen
4.3.1. Algemeen
4.3.2. Eisen aan het primaire deel van de meetinrichting
4.3.3. Administratie met betrekking tot de grootverbruikmeetinrichting
4.3.5. Eisen aan telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
4.3.6. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen die niet onder de Metrologiewet vallen
4.3.7. Storingen in de grootverbruikmeetinrichting
5. Meetgegevensverzameling
5.2. Meetgegevensverzameling bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen en bij productiemeetinrichtingen
5.3. Meetgegevensverzameling bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
5.4.1. Verschillen bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
5.4.2. Verplichtingen van de meetverantwoordelijke bij het op afstand uitlezen van telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
5.4.3. Reparatie en schatting van meetgegevens bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
5.5. Afhandeling van herzieningsverzoeken
6. Bijzondere bepalingen
6.1. Verwisseling of wijziging van het deel van de meetinrichting bij de aansluiting
6.2. Onvoorzien
6.3. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 2. Definities van de begrippen energie, vermogen, blindenergie en blindvermogen, waarvan in deze code is uitgegaan
Energie en vermogen
Bijlage 3. Voorschrift voor het ontwerpen, installeren en controleren van comptabele meetinrichtingen voor elektrische energie en blindenergie
B3.1.1. Definities
B3.2.2. De plaats van de meetinrichting
B3.2.3. Typekeuring van meetmiddelen
B3.2.4. Spanningsmeetcircuits
B3.2.5. Stroommeetcircuits
B3.2.6. De nauwkeurigheid van de meetinrichting
B3.3.1. Controle voordat de meetinrichting wordt geïnstalleerd
B3.3.2. Controle nadat de meetinrichting is geïnstalleerd
B3.3.3. Controle van in gebruik zijnde meetinrichtingen
B3.4.1. Controle voordat een meetinrichting wordt geïnstalleerd
B3.4.2. Controle nadat de meetinrichting is geïnstalleerd
Tabellen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)