← Geldende tekst · Geschiedenis

Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten 2016

Geldende tekst a fecha 2016-08-01

Gelet op artikel 48, derde lid en artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit Voertuigen, artikel 4, vierde lid van het Kentekenreglement, het Besluit ontheffing verlening exceptioneel vervoer en de Regeling voertuigen;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.

Voorts wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor een ontheffing gerelateerd voertuigdocument die noodzakelijk is ten behoeve van de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 48, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994, of de aanvraag en het gebruik van een ontheffing als bedoeld in artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 3. Soorten ontheffing gerelateerde documenten

De ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten worden onderscheiden in:

§ 2. Aanvragen ontheffing gerelateerde documenten

Artikel 4. Aanvragen van de ontheffing gerelateerde documenten
1.

De aanvrager van een ontheffing gerelateerd document dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.

2.

Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.

Artikel 5. Wijze van indienen van de aanvraag

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Artikel 6. Intrekken van de aanvraag

Een aanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.

Artikel 7. Modellen

De in artikel 3 opgenomen documenten worden afgegeven volgens een door de RDW vastgesteld model, opgenomen in bijlage A.

§ 3. Beoordeling aanvragen principeakkoord

Artikel 8. toepassingsgebied principeakkoord
1.

Een principeakkoord kan worden afgegeven voor:

2.

De in het eerste lid, onder a tot en met e genoemde voertuigen zijn niet hoger te zijn dan 4,00 m.

3.

Een principeakkoord heeft een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar.

4.

Voor aanhangwagens met een breedte van meer dan 3,00 m wordt geen principe akkoord afgegeven.

Artikel 9. Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder a, b en e onder 1° en 2°.
1.

Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, b en e onder 1° en 2° moeten de volgende stukken worden overlegd:

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijkt, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.

Artikel 10. Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder c en e onder 3°
1.

Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c en e onder 3° moeten de volgende stukken worden overlegd:

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.

Artikel 11. Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder d en e onder 4°
1.

Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d en e onder 4° moeten de volgende stukken worden overlegd:

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de massa’s van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.

Artikel 12. Keuringen en onderzoeken
1.

Na beoordeling van de aanvraag vinden de keuring en onderzoeken van de getrokken voertuigen plaats op de door de RDW daartoe aangewezen locatie.

2.

In afwijking van het eerste lid kan, indien een fabrikant / importeur de voorafgaande 5 jaar gemiddeld 12 of meer voertuigen per jaar heeft aangeboden voor een principeakkoord en waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 is afgegeven, de aanvraag rechtstreeks indienen bij de door de RDW daartoe aangewezen locatie.

3.

Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op getrokken voertuigen uitgevoerd als:

Artikel 13. Wijze van beoordeling getrokken voertuig niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig
1.

Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, derde lid van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

2.

Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen of beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 of 5.18.13 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

Artikel 14. Wijze van beoordeling getrokken werktuig
1.

Indien het een aanvraag voor een getrokken werktuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

2.

Bij een getrokken werktuig waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, zesde lid van de Regeling voertuigen mag de breedte niet worden veroorzaakt door de breedte van de as of het asstel.

3.

Indien het een aanvraag voor een getrokken werktuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.17b tot en met artikel 5.18.17e van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

Artikel 15. Wijze van beoordeling getrokken kermis – of circusvoertuig
1.

Indien het een aanvraag voor een getrokken kermis- of circusvoertuig betreft en waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

2.

Bij een getrokken kermis- of circusvoertuig waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, zesde lid van de Regeling voertuigen mag de breedte niet worden veroorzaakt door de breedte van de as of het asstel.

3.

Indien het een aanvraag voor een getrokken kermis- of circusvoertuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.17b tot en met artikel 5.18.17e van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

§ 4. Beoordeling aanvragen ontheffingsattesten

Artikel 16. Overlegging documenten ontheffingsattesten

Indien een aanvraag ontheffingsattest wordt ingediend moeten de volgende documenten worden overgelegd:

Artikel 17. Wijze van beoordeling trekker
1.

Het GTW 1GTW = Gross train weight, maximum massa samenstel., GVW 2GVW = Gross vehicle weight, maximum massa voertuig. en de aslasten van de trekker wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en inrichting. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D 3D = disselwaarde koppeling. = 0.6* GVW(GTW- mt4Mt = massa rijklaar trekkend voertuig.) / GTW.

2.

Bij een voertuig met één aangedreven as is het GTW in Nederland maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven as.

3.

In afwijking van het tweede lid geldt voor een voertuig met 3 of meer assen, waarbij één enkele as is aangedreven, dat een verhoging van maximaal 25% kan worden verleend:

Artikel 18. Wijze van beoordeling voor een bedrijfswagen, niet zijnde een trekker
1.

Het GTW van de bedrijfswagen wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en de bevestiging. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D = GVW * ma5Ma = massa aanhangwagen. / GTW.

2.

Bij een GTW tot 100.000 kg geldt dat het GTW maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven assen bedraagt en wordt mede bepaald door de te trekken aanhangwagen.

Artikel 19. Wijze van beoordeling voor een bedrijfswagen uitgevoerd als ballasttrekker
1.

Het GTW, GVW en de aslasten van de bedrijfswagen wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en inrichting. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D= GVW * ma / GTW.

2.

Het voertuig dient voorzien te zijn van minimaal 3 assen waarvan minimaal 2 assen zijn aangedreven.

3.

Bij een GTW tot 100.000 kg geldt dat het GTW maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven assen bedraagt.

§ 5. SERT documenten

Artikel 20. Soorten SERT documenten

SERT documenten kunnen uitsluitend door voertuigfabrikanten worden aangevraagd voor:

Artikel 21. Over te leggen documenten artikel 20, onder a

Indien een SERT document wordt aangevraagd voor het verhogen van de op het kentekenbewijs vermelde aslasten moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:

Artikel 22. Wijze van beoordeling artikel 20, onder a
1.

De RDW beoordeelt de op het aanvraagformulier vermelde aslastgaranties geldend bij 80 km/u, aan de hand van de volgende criteria:

Artikel 23. Over te leggen documenten artikel 20, onder b

Indien een SERT document wordt aangevraagd voor het aantonen van de van de technische specificaties van het voertuig ten behoeve van de ontheffingverlening

moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:

Artikel 24. Over te leggen documenten artikel 20, onder c
1.

Indien een SERT document wordt aangevraagd voor configuraties van modulaire voertuigen moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:

2.

Indien een SERT document wordt aangevraagd voor configuraties van modulaire voertuigen waarbij gebruik wordt gemaakt van voertuigdelen van verschillende fabrikanten, moeten naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd een door alle fabrikanten van de voertuigdelen ondertekende verklaring waaruit blijkt dat:

3.

Indien géén verklaring als bedoeld in het tweede lid wordt overlegd, moet de voertuigfabrikant, naast de in het eerste lid genoemde documenten tevens:

Artikel 25. Wijze van beoordeling artikel 20, onder c
1.

In geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 20, onder c hanteert de RDW de volgende beoordelingscriteria:

2.

Bij twijfel aan het weggedrag van het (samengestelde) voertuig wordt ter beoordeling hiervan een onderzoek uitgevoerd op een door de RDW aangewezen locatie.

3.

Alle afzonderlijke asdelen waaruit het modulaire voertuig wordt samengesteld moeten zijn voorzien van een door de fabrikant aangebracht identificatienummer.

4.

Alle asstellen waaruit het modulaire voertuig wordt samengesteld moeten aantoonbaar zijn toegelaten in Nederland dan wel enige andere EU-lidstaat.

Artikel 26. Aanvulling reeds afgegeven SERT document

Indien op een reeds afgegeven SERT document voor modulaire voertuigen een aanvulling wordt gevraagd moet de aanvrager overleggen:

Artikel 27. Over te leggen documenten en wijze van beoordeling artikel 20, onder d
1.

Indien een SERT document wordt aangevraagd voor een combinatie van het bepaalde in artikel 20 onder a tot en met c moeten alle in de artikelen 21, 23 en 24 genoemde gegevens worden overgelegd.

2.

De wijze van beoordeling vindt plaats conform het bepaalde in de artikelen 22, 25 en 26.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 28. Overgangsrecht

De voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel afgegeven principe akkoorden, ontheffingsattesten en SERT documenten behouden hun geldigheid.

Artikel 29. Intrekking

De Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten (Stcrt 2013, nr 1872) wordt ingetrokken.

Artikel 31. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 augustus 2016.

Artikel 32. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten 2016.

Bijlage A. Modellen documenten zoals bedoeld in artikel 7

A1. Model Principe akkoord

A2. Model Ontheffingsattest

A3. Model SERT document

Deze beleidsregel zal met bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.