Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 september 2016, nr. MBO/1003504, houdende voorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de jaren 2017 tot en met 2020 en de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017)
Gelet op de artikelen 2, 4, eerste lid en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, artikel 118i, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 8.3.2, vijfde lid en 8.3.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 1 en 4, eerste lid, onderdelen a, b, c en d, van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- b. contactschool: door de onderwijsinstellingen in de RMC-regio aangewezen onderwijsinstelling die namens hen optreedt als aanvrager en ontvanger van subsidie op grond van deze regeling;
- c. entreeopleiding: entreeopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- d. jongere in een kwetsbare positie: jongere die al dan niet met een getuigschrift of een diploma doorstroomt naar de entreeopleiding, basisberoepsopleiding of uitstroomt uit het onderwijs, en afkomstig is uit:
- 1°. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, met uitzondering van leerlingen met het uitstroomprofiel dagbesteding;
- 2°. het praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 5, onder d, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 3°. de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 4°. het leerwerktraject van het vmbo, bedoeld in artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
- 5°. de entreeopleiding; of
- 6°. jongere die niet vanuit één van de onderwijssoorten, genoemd onder 1° tot en met 5° instroomt in een entreeopleiding;
- e. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- f. onderwijsinstelling: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school voor praktijkonderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- g. plusvoorziening: voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen en scholen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding en die wordt aangeboden aan jongeren tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten;
- h. regionaal programma: regionaal programma voortijdig schoolverlaten, dat maatregelen bevat die, blijkens een regionale analyse door de RMC-contactgemeente en de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en op het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio;
- i. RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- j. RMC-regio: regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- k. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;
- l. voortijdig schoolverlater: voortijdig schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162a van de Wet op de expertisecentra.
Artikel 1.2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
De hoofdstukken 3, 4 en 6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk 2 van deze regeling.
Hoofdstuk 2. Het regionaal programma voortijdig schoolverlaten
Artikel 2.1. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan aan contactscholen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma die tot doel hebben:
- a. realisatie van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters, bedoeld in artikel 1 van de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo en artikel 1 van de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo tot maximaal 20.000 in het kalenderjaar 2021, of
- b. het in de RMC-regio in beeld brengen en waar nodig door de gemeente dan wel de onderwijsinstellingen in de betreffende RMC-regio ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie, of
- c. het in de RMC-regio in beeld brengen en waar nodig door de gemeente dan wel de onderwijsinstelling in de betreffende RMC-regio ondersteunen van voortijdig schoolverlaters die in een eerder schooljaar het onderwijs hebben verlaten.
In afwijking van artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS komen activiteiten die vanaf 1 augustus 2016 zijn uitgevoerd voor subsidie in aanmerking.
Artikel 2.2. Regionaal programma voortijdig schoolverlaten
In elke RMC-regio wordt een regionaal programma uitgevoerd.
In een RMC-regio werken de onderwijsinstellingen en de betreffende RMC-contactgemeente samen ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het regionaal programma voor de betreffende RMC-regio.
Het regionaal programma omvat ten minste één plusvoorziening.
Het regionaal programma kan tevens maatregelen bevatten ten aanzien van de aansluiting op onderwijs of arbeidsmarkt van jongeren in een kwetsbare positie dan wel voortijdig schoolverlaters die in een eerder schooljaar het onderwijs hebben verlaten, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c.
Artikel 2.3. Regionale samenwerking en contactschool
De onderwijsinstellingen wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende RMC-regio.
Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval tot taak:
- a. het informeren van de desbetreffende RMC-contactgemeente en de onderwijsinstellingen in de desbetreffende RMC-regio over hun betrokkenheid bij de maatregelen in het regionaal programma dat in die regio wordt uitgevoerd;
- b. het namens de in het eerste lid bedoelde onderwijsinstellingen optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van dit hoofdstuk; en
- c. het uitvoering geven aan de afspraken in het regionaal programma over de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van dit hoofdstuk.
Artikel 2.4. Subsidieplafond
Voor het verstrekken van het vaste bedrag en het variabele bedrag op grond van deze paragraaf is jaarlijks maximaal € 30.400.000,– voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019–2020 beschikbaar.
Indien het deel van het subsidieplafond dat is bestemd voor het vast bedrag respectievelijk het variabel bedrag, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, wordt overschreden, wordt de hoogte van het subsidiebedrag naar evenredigheid per contactschool en RMC-regio verlaagd.
Artikel 2.5. Berekening subsidiebedrag
Het bedrag van de subsidie voor een contactschool bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag.
Het vaste bedrag bedraagt voor elke RMC-regio € 100.000 per studiejaar.
Het variabele bedrag voor een RMC-regio, bedraagt 87,17 procent van het bedrag dat de contactscholen voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 ontvingen op grond van artikel 22, eerste lid, van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 1 augustus 2016.
Artikel 2.6. Subsidieaanvraag
In afwijking van artikel 3.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf per e-mail ingediend. De aanvraag voor subsidie omvat het regionaal programma en het volledig ingevulde aanvraagformulier dat als bijlage A bij deze regeling is opgenomen.
Het aanvraagformulier wordt door zowel de contactschool als de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio ondertekend.
Artikel 2.7. Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling
De aanvraag voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019-2020 wordt uiterlijk op 15 oktober 2016 ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. De minister kan aanvragen die na deze datum zijn ingediend afwijzen.
De minister beslist uiterlijk op 15 november 2016 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.
De betaling van de subsidie, bedoeld in dit hoofdstuk, van enig studiejaar vindt plaats in de maand november van het betreffende studiejaar. Voor het studiejaar 2016–2017 vindt de betaling plaats in december 2016.
Artikel 2.8. Besteding van de subsidie
De subsidie wordt aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.
De subsidie wordt uiterlijk in 2020 besteed.
Artikel 2.9. Verantwoording
De verantwoording geschiedt in de jaarverslaglegging overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Artikel 2.10. Meldingsplicht
Een contactschool meldt onverwijld schriftelijk een wijziging in de samenstelling van een RMC-regio aan de Minister. De Minister kan ambtshalve beslissen dat deze wijziging gevolgen heeft voor het subsidiebedrag.
Artikel 2.11. Monitoring en evaluatie
De minister evalueert de effecten van het regionaal programma uiterlijk in 2021.
De contactschool draagt er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma.
Hoofdstuk 2a. Specifieke uitkering voor RMC-contactgemeenten ten behoeve van de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma voortijdig schoolverlaten
Artikel 3.1. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- b. bevoegd gezag: bevoegd gezag zoals bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs alsmede het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- c. effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 118h, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra;
Artikel 3.2. Vaststelling bedrag en budgetten
Het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 9.091.104.
Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 3.733.482.
Het budget, bedoeld in artikel 4 eerste lid, onderdeel c, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 5.846.623.
Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 13.878.790.
Artikel 3.3. Voorschriften effectrapportage
De inrichting van de effectrapportage geschiedt conform bijlage B bij deze regeling.
Burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister.
Artikel 3.4. Vaststelling RMC-regio’s, aanwijzing gemeenten
De vastgestelde RMC-regio’s staan in bijlage C bij deze regeling.
Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 4.1. Intrekking regeling
De Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 31 juli 2016, blijft van toepassing voor het toekennen, het betalen, het verantwoorden en het vaststellen van de subsidie voor het studiejaar 2015–2016.
Artikel 4.2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2016. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 september 2016, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2016.
Deze regeling vervalt per 1 januari 2021.
Artikel 4.3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017.
Bijlage A. behorende bij artikel 2.6 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
Aanvraag van subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie
Algemeen
Met dit aanvraagformulier kunt u subsidie aanvragen voor de uitvoering van de regionale maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) en voor jongeren in een kwetsbare positie vanaf studiejaar 2016-2017 tot en met studiejaar 2019–2020.
Onderwijsinstellingen en gemeenten werken samen op basis van een regionaal programma van maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie. Op 15 februari 2016 heeft de minister per brief haar plannen kenbaar gemaakt voor het vervolg van de vsv-aanpak. Met deze brief, de eind februari verspreide handreiking en de informatie die u na verschijning van de brief via uw accountmanager van OCW heeft ontvangen, is uw regio aan de slag gegaan met het vormen van het regionaal programma.
De aanvraag voor de subsidie moet bestaan uit dit ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en het gezamenlijk opgestelde en ondertekende regionaal programma aan maatregelen.
Daarnaast kunt u er in de regio voor kiezen om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met alle partners die bij de aanpak betrokken zijn. Daarin kan men bijvoorbeeld aanvullende afspraken maken over de wijze van samenwerking en over financiering. Er is een modelovereenkomst opgesteld die u kunt gebruiken bij het vormgeven van de samenwerkingsovereenkomst met uw partners in de regio. Deze is beschikbaar op www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl.
Aanvraag van subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie
Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd.
Met dit aanvraagformulier kunt u subsidie aanvragen voor de uitvoering van de regionale maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) en voor jongeren in een kwetsbare positie vanaf studiejaar 2016-2017 tot en met studiejaar 2019–2020.
Onderwijsinstellingen en gemeenten werken samen op basis van een regionaal programma van maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie. Op 15 februari 2016 heeft de minister per brief haar plannen kenbaar gemaakt voor het vervolg van de vsv-aanpak. Met deze brief, de eind februari verspreide handreiking en de informatie die u na verschijning van de brief via uw accountmanager van OCW heeft ontvangen, is uw regio aan de slag gegaan met het vormen van het regionaal programma.
De aanvraag voor de subsidie moet bestaan uit dit ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en het gezamenlijk opgestelde en ondertekende regionaal programma aan maatregelen.
Invullen aanvraag
Regionaal programma aan maatregelen
Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd.
2. Totaalbedrag
Belangrijk is ook dat de regionale aanpak is gebaseerd op een analyse van de regionale problematiek, waarin gebruik is gemaakt van de meest recente kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van uw regio.
3. Maatregelen
Bij dit onderdeel gaat u in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft het totaalbedrag per maatregel op, u geeft aan wat de looptijd is en wat het doel is van de maatregel (met een aantal subvragen).
U bent vrij in het aantal maatregelen dat u opvoert. Daarbij geven we u in overweging dat het weinig effectief is om veel ‘kleine’ maatregelen zonder samenhang op te voeren, noch om uiteenlopende maatregelen te bundelen tot één ‘grote’ maatregel. Bepaal in overleg met uw vsv-accountmanager over hoeveel projecten/maatregelen u hier het totale subsidiebedrag verdeelt.
Bij dit onderdeel vult u de gevraagde contactgegevens in.
2. Totaalbedrag
Bij dit onderdeel geeft u het totaal benodigde bedrag voor het hele regionale programma op.
Waarschijnlijk ten overvloede: u bent zelf verantwoordelijk voor eventuele verschillen in de financiering die u van OCW ontvangt en het uitgavenpatroon van uw regio.
5. Ondertekening
U bent vrij in het aantal maatregelen dat u opvoert. Daarbij geven we u in overweging dat het weinig effectief is om veel ‘kleine’ maatregelen zonder samenhang op te voeren, noch om uiteenlopende maatregelen te bundelen tot één ‘grote’ maatregel. Bepaal in overleg met uw vsv-accountmanager over hoeveel projecten/maatregelen u hier het totale subsidiebedrag verdeelt.
Indienen en ondertekenen aanvraag
Bij het indienen van de aanvraag moet u de volgende documenten mee sturen:
Controle door DUO
Waarschijnlijk ten overvloede: u bent zelf verantwoordelijk voor eventuele verschillen in de financiering die u van OCW ontvangt en het uitgavenpatroon van uw regio.
5. Ondertekening
Aanvraag in het kader van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
Indienen en ondertekenen aanvraag
2. Totaal bedrag
Controle door DUO
DUO zal controleren of:
Invulblad aanvraag subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie.
Aanvraag in het kader van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
1. Contactgegevens
2. Totaal bedrag
3. Maatregelen
Bijlage B. behorende bij artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 formulier en handleiding herziene RMC-effectrapportage
A. Gevraagd bedrag
B. Looptijd
In de Wet educatie en beroepsonderwijs (artikel 8.3.2) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 118h) en de Wet op de expertisecentra (artikel 162b) staan de taken van de gemeenten en in het bijzonder de contactgemeenten bij het bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In het zevende lid van voornoemde artikelen staat: ‘Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast....’.
Deze wettelijke verplichting is nader ingevuld in artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017. Met het invullen van het formulier in deze bijlage geeft de RMC-contactgemeente uitvoering aan deze wettelijke verplichting tot een jaarlijkse inhoudelijke verantwoording.
De RMC-effectrapportage geeft inzicht in (de effectiviteit van) de door betrokken partijen ondernomen acties en maatregelen op het gebied van de taken van de RMC-functie en wat de effecten hiervan zijn binnen de regio. Met de invulling van de rapportage voldoen gemeenten aan bovengenoemde wettelijke verplichting. De RMC-effectrapportage wordt jaarlijks voor 1 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft door alle RMC-coördinatoren ingevuld en ingediend bij DUO. De RMC-effectrapportage kan gebruikt worden tijdens het bestuurlijk overleg in de regio (waar het accountmanagement vsv van het ministerie van OCW ook deel van uitmaakt) en kan richting te geven aan aanpassingen in het beleid in de regio.
2. Inhoud van de RMC-effectrapportage
De RMC-functie is ingericht voor jongeren van 18 tot 23 jaar. Als in deze RMC-effectrapportage wordt gevraagd naar aantallen jongeren en aantallen meldingen, gaat het om ‘jongeren van 18 tot 23 jaar’, tenzij expliciet anders wordt vermeld. In de praktijk werken RMC-regio’s op allerlei manieren samen met de gemeentelijke leerplichtafdelingen. In deze RMC-effectrapportage wordt gevraagd naar de manier waarop u samenwerkt met de gemeentelijke leerplichtafdelingen. Een gedetailleerde inhoudelijke verantwoording van de inzet op jongeren jonger dan 18 jaar is hier niet aan de orde, omdat er een jaarlijkse enquête voor alle gemeenten in Nederland naar de uitvoering van de Leerplichtwet bestaat.
Sinds de introductie van het onderwijsnummer in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is het Basisregister Onderwijs (BRON) een betrouwbare dataset geworden voor het genereren van landelijke en regionale cijfers over het aantal voortijdig schoolverlaters. Sinds 2007 wordt BRON gebruikt voor het regionale en landelijke beeld van de bestrijding van de schooluitval. De aantallen voortijdig schoolverlaters worden, samen met diverse achtergrondkenmerken, beschikbaar gesteld door DUO. In de RMC-effectrapportage staat daarom sindsdien het verzamelen van deze basisinformatie niet meer centraal. De RMC-effectrapportage is een instrument voor de RMC-regio’s om de doeltreffendheid en doelmatigheid van hun aanpak van voortijdig schoolverlaten te toetsen en om de voortgang te monitoren.
Jaarlijks leveren RMC-regio’s informatie aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in de vorm van de RMC-effectrapportage. Begin 2016 is besloten om het format van de RMC-effectrapportage aan te passen en om deze met ingang van het schooljaar 2017–2018 in gebruik te nemen. Het nieuwe format sluit aan bij de uitbreiding van de RMC-functie, is herkenbaar voor RMC-regio’s en levert waardevolle informatie op, voor zowel het ministerie als de regio’s zelf, die helpt om beleid te evalueren en waar nodig aan te passen.
Deze wettelijke verplichting is nader ingevuld in artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017. Met het invullen van het formulier in deze bijlage geeft de RMC-contactgemeente uitvoering aan deze wettelijke verplichting tot een jaarlijkse inhoudelijke verantwoording.
De Regionale VSV-Effectrapportage (voorheen: de RMC-effectrapportage) geeft invulling aan een wettelijke verplichting van RMC tot een jaarlijkse beleidsinhoudelijke verantwoording van de RMC-functie, als coördinator van de regionale vsv-aanpak1Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017.. De Regionale VSV-effectrapportage vloeit voort uit de taken zoals vermeld in de Wet houdende regels inzake de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdige Schoolverlaten (Staatsblad 2001-636) en de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten (vsv) 2017 en de daarin beschreven taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen in de regio.
2. Inhoud van de RMC-effectrapportage
Zoals de naam al aangeeft, is de Regionale VSV-Effectrapportage een regionale rapportage die, zowel de regio’s zelf als OCW, inzicht geeft in (de effectiviteit van) de door betrokken regionale partijen ondernomen acties en maatregelen op het gebied van de vsv-aanpak en weergeeft wat de effecten hiervan zijn in de regio. Het gaat zowel om de genomen acties en maatregelen uit het Regionaal Programma VSV (oftewel: hoe de middelen voor het regionaal, die nu verdeeld zijn over de gemeenten en de scholen, zijn ingezet) als over de inzet van de reguliere RMC-middelen.
De informatie uit de Regionale VSV-Effectrapportage kan gebruikt worden als input voor het (bestuurlijk) overleg in de regio en kan, indien nodig, richting geven aan aanpassingen in het beleid in de regio2Hiervoor geldt een meldingsplicht: een Regionaal Programma mag ten allen tijde worden gewijzigd, mits de wijziging tijdig aan DUO wordt doorgegeven.. Subregio’s behouden de mogelijkheid om hun eigen rapportages aan te leveren via de RMC-coördinatoren van de contactgemeenten.
De Regionale VSV-Effectrapportage omvat het melden, registreren en coördineren van verzuim en vsv van alle jongeren in de regio van 12 tot 23 jaar, inclusief de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie. Alleen in hoofdstuk 4, waar het gaat om aantallen jongeren, hebben de gevraagde gegevens alleen betrekking op jongeren tussen 16 en 23. De reden hiervoor is dat Leerplicht jaarlijks al gegevens aanlevert over de groep 12–18 jaar. Hoewel de kwalificatieplicht niet onder de wettelijke verplichting van de RMC-regio valt, vraagt OCW om (naast de groep 18–23 jaar) in het kader van een preventieve vsv-aanpak voor de hele doelgroep, ook 16- en 17-jarigen in beeld te brengen en te houden om zo een sluitend vangnet voor deze groep te creëren.
1. Basisgegevens
De gebruikte definities sluiten aan bij de Regeling regionale aanpak VSV 2017. Deze definities worden hier toegelicht.
Het invullen van de RMC-effectrapportage
1A. Bestuurlijke organisatie
Jongere die al dan niet met een getuigschrift of een diploma doorstroomt naar de entreeopleiding (= mbo), basisberoepsopleiding (= mbo-2) of uitstroomt uit het onderwijs, en afkomstig is uit:
1B. Omvang netwerk
Het volgen van jongeren bij wie sprake is geweest van taakuitvoering door RMC. Volgen kan bijvoorbeeld bestaan uit het bijhouden van verzuimgegevens van de betreffende jongere, het actief contact onderhouden met de school waar de jongere heen is gegaan of het bijhouden van SUWI-gegevens.
Oude vsv’ers die aan het begin van het verslagjaar of de verslagjaren ervoor vsv’er waren.
Bestuurlijke organisatie en samenwerking binnen de RMC-regio
Regionaal programma voortijdig schoolverlaten dat maatregelen bevat die, blijkens een regionale analyse door de RMC-contactgemeente en de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en op het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio.
Regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
1B. Omvang netwerk
Er is sprake van taakuitvoering als RMC:
1E. Knelpunten en succesfactoren in het regionale netwerk
Voortijdig schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162a van de Wet op de expertisecentra.
Hoofdstuk 3. Basisgegevens
Indien een regio uit subregio's bestaat, kan ervoor worden gekozen dat iedere subregio afzonderlijk een formulier in dient bij de contactgemeente. Deze afzonderlijke formulieren dienen te worden voorzien van een verzamelsheet van alle onderliggende formulieren per RMC-regio. Voorbeeld: als een RMC-regio bestaat uit 4 subregio’s, dan zullen er 4 formulieren plus 1 opliggende ingediend dienen te worden. In totaal dus 5 formulieren. Het opliggende formulier moet een opsomming van de onderliggende subregio’s en van hun basisgegevens (zie hierboven) bevatten. Een samenvatting is niet nodig.
In het verleden was het verzamelen van informatie over aantallen voortijdig schoolverlaters en hun achtergrondkenmerken een belangrijke taak van de RMC-regio. Met de inzet van BRON als basis voor het bepalen van het aantal voortijdig schoolverlaters heeft deze taak een andere invulling gekregen. Met de komst van BRON en het Digitaal Verzuimloket als instrumenten heeft de RMC-regio de verantwoordelijkheid voor de regionale informatievoorziening behouden. De RMC-regio behoort te stimuleren en te coördineren dat partners tijdig en accuraat BRON en het Digitaal Verzuimloket invullen en gebruiken. Daarnaast moet de RMC-regio gebruik maken van mogelijk andere nuttige informatiebronnen. Het doel hiervan is dat ‘iedere jongere in beeld is’.
Voor het invullen van onderstaande tabellen is het nodig dat gemeenten databestanden ophalen uit het Zakelijk Portaal van DUO. Deze bestanden (inclusief de Startset jongeren in een kwetsbare positie) staan maximaal drie maanden online. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten zelf om hier rekening mee te houden en de benodigde bestanden tijdig op te halen ten behoeve van het invullen van deze (jaarlijkse) Regionale VSV-Effectrapportage.
1E. Knelpunten en succesfactoren in het regionale netwerk
LWOO valt onder regulier vmbo en wordt in de tabellen niet apart benoemd. Daarnaast is ‘vavo’ niet opgenomen in de tabellen. De reden hiervoor is dat vavo een kleine groep is, zeker verdeeld over de regio’s. Daarbij wordt deze categorie ook niet meegeleverd door DUO in de maandrapportages.
In tabel 2 gaat het om jongeren die aan de start van het verslagjaar (1 oktober tot en met 30 september) geen vsv’er waren, maar die tijdens het verslagjaar uitgeschreven worden of dreigen uit te vallen. Het doel van de preventieve taakuitvoering is ervoor te zorgen dat deze jongeren niet per 1 oktober van het volgende verslagjaar als vsv’er worden gezien. Het aantal uitschrijvingen gedurende het verslagjaar wordt aangeleverd door DUO in de A04-levering (dit kan ingevuld worden in de grijs gearceerde kolom). Het gaat hier om de levering van oktober direct na het verslagjaar3De maandelijkse levering in de werkweek na het eerste volledige weekend van de maand oktober.. Om deze gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in de A04-levering eerst de leeftijdsgroep 16–23 geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. In de witte kolommen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd.
In tabel 3 vult u in waar de jongeren zich aan het einde van het verslagjaar bevinden. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio. In de kolom ‘Onderwijs’ vult u het aantal jongeren in dat zich aan het einde van het verslagjaar in het onderwijs bevindt. Hiervoor kunt u de aantallen uit de derde en vierde kolom van Tabel 2 bij elkaar optellen.
- Bijvoorbeeld verhuizing (naar het buitenland), overleden. In deze tabel dienen alleen de aantallen ingevoerd te worden die betrekking hebben op jongeren die aan het begin van het verslagjaar (1 oktober) nog ingeschreven stonden.
In tabel 4 worden gegevens ingevuld van alle jongeren tussen 16 en 23 jaar die aan de start van het verslagjaar vsv’er waren. Informatie in de grijs gearceerde kolom wordt aangeleverd door DUO in de Naam- en Rugnummer-bestanden (versie D: definitieve cijfers), geleverd afgelopen oktober bij de definitieve cijfers (niet de maandrapportages). Om de gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in dit bestand eerst de leeftijdsgroep 16–23 (leeftijd bij de start van het verslagjaar) geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. Let op: om de totale groep ‘oude vsv’ers’ in beeld te krijgen, kunnen de Naam- en Rugnummer-bestanden van eerdere schooljaren, of de eigen administratie worden gebruikt. U dient zelf de jongeren die inmiddels geen vsv’er meer zijn (maar weer op school zitten of ondertussen een startkwalificatie hebben behaald) hieruit te filteren. In de witte kolommen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd.
In tabel 5 vult u in waar de jongeren zich bevonden aan het einde van het verslagjaar. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio.
- Bijvoorbeeld verhuizing (naar het buitenland), overleden.
In tabel 6 gaat het om gegevens over ‘kwetsbare overstappers’. De gegevens die ingevuld worden in de grijs gearceerde cellen zijn te vinden in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’, die opgehaald kan worden door RMC in het Zakelijk Portaal van DUO. Om de gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’ eerst de leeftijdsgroep 16–23 geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. In de witte cellen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd. Een voorbeeld: in november 2017 komt de Startset jongeren in een kwetsbare positie 2017–2018 beschikbaar. Deze kan in december 2018 gebruikt worden om de balans op te maken bij het invullen van de Regionale VSV-Effectrapportage 2017–2018.
Let op: een deel van de kwetsbare overstappers (leerlingen uit pro en vso met uitstroomprofiel arbeid en dagbesteding) die na uitschrijving geen startkwalificatie heeft, wordt niet als vsv’er gedefinieerd. RMC krijgt echter ook de taak om deze jongeren te monitoren. Als deze jongeren aan het begin van het verslagjaar niet zijn ingeschreven terwijl RMC hen monitort of begeleidt, dan valt dit onder ‘curatieve taakuitvoering.’ Andersom is er sprake van preventieve taakuitvoering als RMC kwetsbare overstappers heeft gemonitord of begeleid die aan het begin van het verslagjaar wel ingeschreven stonden.
- Zie definitie van ‘jongeren in een kwetsbare positie’
** Deze gegevens worden niet door DUO geleverd, maar komen uit de administratie van gemeenten.
De gegevens in de witte kolom worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio. De grijs gearceerde kolom correspondeert met de tweede kolom uit Tabel 6. Gegevens over het uitstroomprofiel naar vervolgonderwijs vanuit vso worden geleverd via de RMC-leveringen. Vso en pro worden hier genoemd omdat deze onder de nieuwe taakinvulling van RMC vallen.
In tabel 3C.1 wordt gevraagd naar het aantal ‘recidiverende’ voortijdig schoolverlaters. Dit zijn jongeren die in het verslagjaar zijn benaderd met de vraag of een begeleidingstraject nodig en/of gewenst was, en in eerdere verslagjaren ook in een begeleidingstraject hebben gezeten (maar van wie het traject is afgerond voor de start van het verslagjaar). Het gaat hier niet om de jongeren die bedoeld worden bij de vraag over ‘continuerende’ voortijdig schoolverlaters. Het gaat hier expliciet om jongeren die in beeld zijn gekomen op basis van de P-leveringen van DUO. Trajecten die zijn gestart naar aanleiding van signalen via andere kanalen worden opgenomen in tabel 3C.2.
4. Inzet beschikbare middelen (waaronder de RMC-Rijksbijdrage)
Tabel 3D vormt een weergave van alle begeleidingstrajecten en de beëindiging daarvan, per categorie voortijdig schoolverlater. De kolommen ‘Totaal aantal begeleidingstrajecten’ en ‘Aantal beëindigd’ worden automatisch ingevuld met de eerder gegeven informatie.
Tabel 3E gaat over het aantal afgeronde begeleidingstrajecten binnen het verslagjaar. Onder een begeleidingstraject wordt méér verstaan dan alleen een intakegesprek. Geef bij vraag 1 per waarde aan om hoeveel jongeren het gaat. Bij vraag 2 maakt u een keuze uit de keuzemogelijkheden.
In tabel 3F noteert u de bestemming van de jongeren na beëindiging van het begeleidingstraject.
Tabel 3G gaat over jongeren van 17 jaar oud die door de RMC-functie worden opgepakt. De RMC-functie is gericht op jongeren van 18 tot 23 jaar. Uit praktijk blijkt echter dat vaak ook jongeren die nog 17 jaar zijn maar binnen afzienbare tijd 18 jaar worden al door de RMC-functie in begeleiding worden genomen. Deze vraag brengt die jongeren in beeld.
In tabel 3H kunt u in algemene termen opmerkingen kwijt die specifiek zijn voor uw regio (bijvoorbeeld over de achtergrond van jongeren die in begeleiding komen, de trends in omvang van de doelgroep of een verschuiving in de bestemming van jongeren van wie het begeleidingstraject is afgerond).
Bellingwedde, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde, Pekela, Oldambt, Menterwolde.
Regio 2. Noord-Groningen-Eemsmond
Appingedam, Bedum, Delfzijl, Loppersum, Winsum, Eemsmond, De Marne.
In tabel 4B wordt gevraagd naar de besteding van het totale budget uit verschillende bronnen waar de RMC-functie over beschikt in het lopende kalenderjaar. Het gaat hier om een globale onderverdeling. Een beleidsmatige beoordeling van de besteding van de middelen volstaat bij de beantwoording van deze vraag. U kunt per categorie invullen hoeveel euro u besteedt, het percentage middelen volgt dan automatisch. Onder de tabel vindt u een toelichting op de gehanteerde begrippen en categorieën.
6. Good practices (optioneel)
In tabel 4C wordt ten eerste gevraagd naar het aantal fte’s van RMC-medewerkers. Vervolgens wordt bij punt 2 gevraagd naar het aantal fte’s aan RMC-medewerkers dat zich bezighoudt met het begeleiden van individuele jongeren. Begeleiding kan allerlei vormen hebben, van een telefoontje of mailtje tot een intensieve gesprekscyclus. Een fulltime medewerker die voor 70% trajectbegeleiding doet en voor 20% bezig is met preventieve projecten en 10% coördinatie, telt bij punt 2 voor 0,7 fte mee.
Definities en omschrijvingen
Regio 5. Zuid-West Friesland
De Friese Meren, Littenseradiel, Súdwest Fryslân.
Regio 6. Friesland-Oost (‘de Friese Wouden’)
Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytjerksteradiel, Weststellingwerf.
In onderstaande tabel kunt u optioneeltwee ‘good practices’ vermelden. U kunt hierbij denken aan voorbeelden over de door u gevoerde aanpak. Deze good practices kunnen worden opgenomen in de projectbank op www.aanvalopschooluitval.nl. OCW is met name geïnteresseerd in projecten met bijzondere samenwerkingspartners en/of met een nieuwe inhoudelijke invalshoek en/of een project dat grondig geëvalueerd is.
Definities en omschrijvingen
Een schooljaar, ook wel genoemd studiejaar, is de periode van 1 augustus van een jaar t/m 31 juli van het volgende jaar.
4. Werk
Onder de opvatting van werk bij herplaatsing wordt omwille van eenduidigheid de CBS definitie voor werkzame beroepsbevolking gehanteerd. Conform deze definitie wordt de situatie bedoeld waarin de jongere 12 uur of meer per week betaald werk heeft.
5. Preventie
Voor de afbakening van het begrip voortijdig schoolverlater zijn daarmee de volgende vier elementen van belang:
3. Studiejaar of schooljaar
Een schooljaar, ook wel genoemd studiejaar, is de periode van 1 augustus van een jaar t/m 31 juli van het volgende jaar.
4. Werk
Onder de opvatting van werk bij herplaatsing wordt omwille van eenduidigheid de CBS definitie voor werkzame beroepsbevolking gehanteerd. Conform deze definitie wordt de situatie bedoeld waarin de jongere 12 uur of meer per week betaald werk heeft.
5. Preventie
Bijlage C. behorende bij artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
6. ‘continuerende’ voortijdig schoolverlaters
Regio 14. Arnhem/Nijmegen
Arnhem, Beuningen, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Lingewaard, Millingen a.d. Rijn, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Ubbergen, Westervoort, Wijchen, Zevenaar.
Regio 15. Rivierenland
Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen, Neder-Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Zaltbommel.
Regio 16. Eem en Vallei
Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.
Regio 17. Noordwest-Veluwe
Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.
Regio 18. Flevoland
Almere, Dronten, Lelystad, Noord-Oostpolder, Urk.
Regio 19. Utrecht
Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.
Regio 20. Gooi en Vechtstreek
Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren.
Regio 21. Agglomeratie Amsterdam
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam/Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang.
Regio 22. West-Friesland
Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.
Regio 23. Kop van Noord-Holland
Den Helder, Harenkarspel, Hollands Kroon, Schagen, Texel, Zijpe.
Regio 24. Noord-Kennemerland
Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk,
Regio 9. Zuid-West Drenthe
Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.
Regio 10. Ijssel-vecht
Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.
Regio 11. Stedendriehoek
Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst, Zutphen.
Regio 12. Twente
Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo(O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.
Regio 13. Achterhoek
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.
Regio 14. Arnhem/Nijmegen
Arnhem, Beuningen, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Lingewaard, Millingen a.d. Rijn, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Ubbergen, Westervoort, Wijchen, Zevenaar.
Regio 15. Rivierenland
Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen, Neder-Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Zaltbommel.
Regio 16. Eem en Vallei
Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.
Regio 17. Noordwest-Veluwe
Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.
Regio 18. Flevoland
Almere, Dronten, Lelystad, Noord-Oostpolder, Urk.
Regio 19. Utrecht
Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.
Regio 20. Gooi en Vechtstreek
Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren.
Regio 21. Agglomeratie Amsterdam
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam/Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang.
Asten, Bergeyk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.
Regio 38. Gewest Limburg-Noord
Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.
Regio 39. Gewest Zuid-Limburg
Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.
Regio 27. Zuid-Holland-Oost
Schermer, Uitgeest.
Regio 25. West-Kennemerland
Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.
Regio 26. Zuid-Holland-Noord
Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.
Regio 27. Zuid-Holland-Oost
Alphen aan den Rijn, Bergambacht, Boskoop, Gouda, Nieuwkoop, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen, Nederlek, Ouderkerk, Rijnwoude, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk.
Regio 28. Haaglanden/Westland
Delft,’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.
Regio 29. Rijnmond
Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Dirksland, Goedereede, Hellevloetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Middelharnis, Oostflakkee, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne.
Regio 30. Zuid-Holland-Zuid
Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw Lekkerland, Oud Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht.
Regio 31. Oosterschelde Regio
Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.
Regio 32. Walcheren
Middelburg, Veere, Vlissingen.
Regio 33. Zeeuwsch-Vlaanderen
Hulst, Sluis, Terneuzen.
Regio 34. West-Brabant
Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert.
Regio 35. Midden-Brabant
Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.
Regio 36. Noord-Oost-Brabant
Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss, Schijndel, St. Anthonis, St. Michielsgestel, St. Oedenrode, Uden, Veghel, Vught.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2.12. Doel specifieke uitkering
De minister verstrekt voor 2017 op grond van dit hoofdstuk een specifieke uitkering aan de RMC-contactgemeenten voor het uitvoeren van maatregelen uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 2.2.
Artikel 2.13. Bepalen hoogte specifieke uitkering
De verdeling van de specifieke uitkering over de RMC-contactgemeenten is opgenomen in bijlage D bij deze regeling.
Artikel 2.14. Betaling specifieke uitkering
De specifieke uitkering wordt aan de RMC-contactgemeenten betaald in december 2016.
Artikel 2.15. Besteding van de specifieke uitkering
Indien de uitkering niet of niet geheel is besteed in het jaar 2017 aan het doel waarvoor deze is bestemd mag het resterende bedrag worden besteed in een volgend jaar, maar uiterlijk in 2020. De minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, alsdan niet zijn besteed aan het doel waar zij voor waren bestemd, terug.
Artikel 2.16. Monitoring en evaluatie
De RMC-contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeenten in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in artikel 2.11.
Hoofdstuk 3. Uitvoeringsvoorschriften inzake regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten
Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage A. behorende bij artikel 2.6 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
Algemeen
Daarnaast kunt u er in de regio voor kiezen om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met alle partners die bij de aanpak betrokken zijn. Daarin kan men bijvoorbeeld aanvullende afspraken maken over de wijze van samenwerking en over financiering. Er is een modelovereenkomst opgesteld die u kunt gebruiken bij het vormgeven van de samenwerkingsovereenkomst met uw partners in de regio. Deze is beschikbaar op www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl.
Het is wel de bedoeling dat het regionaal programma zich op een aantal zaken richt: het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten en verzuim onder 12 tot 23 jarigen; aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie (waaronder jongeren uit vmbo-bb, lwt, entreeopleiding, niveau 2, uit pro en vso); aandacht voor jongeren die langer geleden uitgevallen zijn, de zgn. oude vsv’ers. Ook dient de regio minstens één plusvoorziening te bieden voor overbelaste jongeren.
In het programma moet een begroting zijn opgenomen waarin staat wat de maatregelen kosten en hoe de financiering gedekt is. Overigens kan het programma ook maatregelen bevatten die geen aanvullende financiering behoeven, bijvoorbeeld als het gaat om afspraken over informatiedeling, overlegstructuur of verdelingen van verantwoordelijkheden. Of maatregelen die op andere wijze worden gefinancierd.
Invullen aanvraag
1. Contactgegevens
3. Maatregelen
Bij dit onderdeel gaat u in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft het totaalbedrag per maatregel op, u geeft aan wat de looptijd is en wat het doel is van de maatregel (met een aantal subvragen).
Let op: Minstens één van de maatregelen dient een plusvoorziening te omvatten, bestemd voor de begeleiding van overbelaste jongeren.
4. Begroting
Bij dit onderdeel geeft u in tabelvorm per maatregel een specificatie op de financiën.
Bij dit onderdeel ondertekent u de aanvraag.
Bij het indienen van de aanvraag moet u de volgende documenten mee sturen:
Per maatregel waarvoor u subsidie aanvraagt, beantwoordt u de vragen A t/m C
C. Doel van de maatregel (maximaal 200 woorden per subvraag)
4. Begroting
5. Ondertekening
Bijlage B. behorende bij artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 formulier en handleiding herziene RMC-effectrapportage
Formulier en handleiding RMC-Effectrapportage
Hoofdstuk 1. Inleiding
Uiterlijk 15 december van het jaar volgend op het verslagjaar waarop deze betrekking heeft, dient de Regionale VSV-Effectrapportage bij DUO te worden ingediend. Ten opzichte van eerdere jaren is dit twee weken later. Hier is voor gekozen omdat er signalen waren dat er in RMC-regio’s behoefte was aan meer tijd tussen levering van gegevens door DUO en het indienen van de RMC-effectrapportage. Bij de invulling van de rapportage wordt uitgegaan van de voorlopige cijfers (uit de levering van oktober na het verslagjaar) en wordt teruggeblikt op het voorgaande schooljaar. Een voorbeeld: uiterlijk 15 december 2018 wordt verantwoording afgelegd over het verslagjaar dat loopt van 1 oktober 2017 tot 1 oktober 2018. Hierbij kan worden uitgegaan van de maandrapportage uit de levering van oktober 2018 of november 2018, of de meest actuele stand uit de eigen administratie. Het gaat dus nog niet om de voorlopige of definitieve nieuwe vsv’ers, omdat bij deze levering nog geen vaststelling plaatsvindt van al dan niet vsv.
Jongeren die tot op heden geen onderwijs in Nederland hebben gevolgd, zoals vluchtelingen.
(Bron: Regeling regionale aanpak VSV 2017)
1. Basisgegevens
1A. Bestuurlijke organisatie
Er wordt onderscheid gemaakt tussen curatieve taakuitvoering en preventieve taakuitvoering. Hierbij is de grens van 1 oktober essentieel, dat is de datum waarop een leerling al dan niet staat ingeschreven en al dan niet door DUO wordt aangemerkt als vsv’er:
1C. De RMC-functie: samenwerking met verschillende partijen
Bij vraag 1C wordt gevraagd naar de reikwijdte en de kwaliteit van het beoogde regionale netwerk. Bij vraag 1E heeft u vrije ruimte om zo nodig uw antwoorden toe te lichten.
Hoofdstuk 4. Cijfers
2. De meld- en registratiefunctie
3. Doorverwijsfunctie
De volgende vragen gaan over maatregelen die de RMC-regio in het verslagjaar heeft genomen. Het gaat onder andere om de inzet op en de effectiviteit van genomen acties en maatregelen en de relatie met uw Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten4Zie ook het format voor de aanvraag van subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie (Bijlage A behorende bij artikel 2.6 van de regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017). en met de reguliere taken van RMC. Het gaat hier niet om een financiële verantwoording, maar om een beleidsinhoudelijke verantwoording van plannen die gefinancierd zijn door de reguliere oorspronkelijke RMC-middelen en de middelen voor de vervolgaanpak vsv. De financiële verantwoording loopt via de reguliere weg, middels de Sisa-verantwoording door gemeenten.
4. Inzet beschikbare middelen (waaronder de RMC-Rijksbijdrage)
Gemeenten kunnen diverse financiële bronnen (deels) bestemmen voor het begeleiden van jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie. Daarnaast is in 2008 structureel 13 miljoen euro verdeeld over alle RMC-regio’s voor de uitvoering van de kwalificatieplicht voor jongeren van 16 en 17 jaar. Mogelijk heeft de RMC-functie deze middelen doorgegeven aan gemeenten, mogelijk heeft de RMC zelf de beschikking over dit budget gehouden.
Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Slochteren, Ten Boer, Zuidhorn.
Ameland, Boarnsterhim, Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Harlingen, Het Bildt, Kollumerland c.a., Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Menameradiel, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland.
Betrek in uw antwoord de behaalde resultaten in relatie tot de regionale streefcijfers en de landelijke normen op basis van de definitieve cijfers over het vorig schooljaar. Daarnaast wordt u gevraagd de uitvalpercentages op de verschillende onderdelen (mbo 1, mbo 2, mbo 3/4) te behandelen.
6. Good practices (optioneel)
Regio 8. Zuid-Oost Drenthe
Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.
Regio 9. Zuid-West Drenthe
Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.
Onder preventie verstaan we activiteiten bedoeld om schooluitval te voorkomen en die gericht zijn op jongeren die nog ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling maar die risico lopen uit te vallen.
Jongeren waarvan het begeleidingstraject het vorig verslagjaar nog niet was afgerond en dus ook dit verslag jaar nog in dit traject zaten.
7. ‘recidiverende’ voortijdig schoolverlaters
Jongeren die in het verslagjaar zijn benaderd met de vraag of een begeleidingstraject nodig en/of gewenst was, en in eerdere verslagjaren ook in een begeleidingstraject hebben gezeten. Het gaat hier niet om de jongeren bedoeld bij de definitie ‘continuerende’ voortijdig schoolverlaters.
Lijst van afkortingen
Bijlage C. behorende bij artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
Vaststelling RMC-regio’s
Regio 22. West-Friesland
Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.
Regio 23. Kop van Noord-Holland
Den Helder, Harenkarspel, Hollands Kroon, Schagen, Texel, Zijpe.
Regio 24. Noord-Kennemerland
Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk,
Regio 37. Zuidoost-Brabant
Asten, Bergeyk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.
Regio 38. Gewest Limburg-Noord
Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.
Regio 39. Gewest Zuid-Limburg
Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.
Bijlage D. behorende bij artikel 2.13 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
| RMC-regio | Naam regio | RMC-contactgemeente | Bedrag per regio |
|---|---|---|---|
| 1 | Oost-Groningen | Veendam | 138.446 |
| 2 | Noord-Groningen-Eemsmond | Delfzijl | 138.446 |
| 3 | Centraal en Westelijk Groningen | Groningen | 316.449 |
| 4 | Friesland Noord | Leeuwarden | 316.449 |
| 5 | Zuid-West Friesland | Sneek | 138.446 |
| 6 | De Friese Wouden | Smallingerland | 316.449 |
| 7 | Noord- en Midden Drenthe | Assen | 237.337 |
| 8 | Zuid-Oost Drenthe | Emmen | 237.337 |
| 9 | Zuid-West Drenthe | Hoogeveen | 138.446 |
| 10 | IJssel-Vecht | Zwolle | 632.898 |
| 11 | Stedendriehoek | Apeldoorn | 553.786 |
| 12 | Twente | Enschede | 791.123 |
| 13 | Achterhoek | Doetinchem | 395.561 |
| 14 | Arnhem/Nijmegen | Nijmegen | 791.123 |
| 15 | Rivierenland | Tiel | 316.449 |
| 16 | Eem en Vallei | Amersfoort | 791.123 |
| 17 | Noordwest-Veluwe | Harderwijk | 237.337 |
| 18 | Flevoland | Almere | 553.786 |
| 19 | Utrecht | Utrecht | 1.300.000 |
| 20 | Gooi en Vechtstreek | Hilversum | 316.449 |
| 21 | Agglomeratie Amsterdam | Amsterdam | 1.800.000 |
| 22 | West-Friesland | Hoorn | 237.337 |
| 23 | Kop van Noord-Holland | Den Helder | 237.337 |
| 24 | Noord-Kennemerland | Alkmaar | 316.449 |
| 25 | West-Kennnemerland | Haarlem | 395.561 |
| 26 | Zuid-Holland-Noord | Leiden | 553.786 |
| 27 | Zuid-Holland-Oost | Gouda | 553.786 |
| 28 | Haaglanden | Den Haag | 1.300.000 |
| 29 | Rijnmond | Rotterdam | 2.300.000 |
| 30 | Zuid-Holland-Zuid | Dordrecht | 632.898 |
| 31 | Oosterschelde regio | Goes | 237.337 |
| 32 | Walcheren | Middelburg | 138.446 |
| 33 | Zeeuwsch-Vlaanderen | Terneuzen | 138.446 |
| 34 | West-Brabant | Breda | 791.123 |
| 35 | Midden-Brabant | Tilburg | 553.786 |
| 36 | Noord-Oost-Brabant | Den Bosch | 791.123 |
| 37 | Zuidoost-Brabant | Eindhoven | 791.123 |
| 38 | Gewest Limburg-Noord | Venlo | 632.898 |
| 39 | Gewest Zuid-Limburg | Heerlen | 791.123 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofdstuk 2. Toelichting en definities
In het kader van de (voortzetting van de) vsv-aanpak wordt meer verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen invulling bij de regionale partijen neergelegd en bijzondere aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie gevraagd. Nu de focus ook ligt op de groep jongeren in een kwetsbare positie is er verbreding van de samenwerking nodig, onder andere met scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (hierna pro en vso). Daarnaast wordt ook meer aandacht gevraagd voor de al bestaande taak van de begeleiding van oud vsv’ers. Ook hierdoor komt de samenwerking met betrokken partijen ten aanzien van de arbeidsmarkt steeds meer in beeld.
Positie van jongeren op 1 oktober na het huidige verslagjaar.
Contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
Tijdvak dat aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het daaropvolgende jaar.
In dit hoofdstuk wordt gevraagd naar kwantitatieve gegevens over jongeren van 16–23 (omdat de leeftijdsgroep 12–18 al door Leerplicht wordt uitgevraagd). Per tabel lichten we toe om welke jongeren het gaat, en in welke leveringen van DUO deze jongeren te vinden zijn. De gegevens uit de RMC-administratie kunnen hier vervolgens aan gekoppeld worden, waarna de tabellen ingevuld kunnen worden. Degene die de tabellen invult, dient dus toegang te hebben tot DUO-gegevens en gegevens uit de eigen administratie, en moet deze gegevens aan elkaar kunnen koppelen. De tabellen gaan over verschillende doelgroepen en situaties, die gedeeltelijk kunnen overlappen. Het is mogelijk dat een leerling in één verslagjaar zowel valt onder ‘jongeren in een kwetsbare positie’ als onder ‘uitschrijvingen zonder startkwalificatie’. Het is daarom mogelijk dat jongeren in meerdere tabellen meegeteld worden. Het is dus niet nodig om achteraf de balans op te maken; tijdens het verslagjaar is al duidelijk om wat voor taakuitvoering het op dat moment gaat.
Hoofdstuk 5. Maatregelen vsv en jongeren in een kwetsbare positie
Hoofdstuk 6. Samenwerking
Hoofdstuk 7. Ontwikkeling van resultaten
Bijlage C. behorende bij artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
Vaststelling RMC-regio’s
Regio 1. Oost-Groningen
Regio 3. Centraal en Westelijk Groningen
Regio 4. Friesland Noord
Regio 7. Noord- en Midden Drenthe
Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo.
Regio 10. Ijssel-vecht
Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.
Regio 11. Stedendriehoek
Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst, Zutphen.
Regio 12. Twente
Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo(O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.
Regio 13. Achterhoek
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.
Schermer, Uitgeest.
Regio 25. West-Kennemerland
Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.
Regio 26. Zuid-Holland-Noord
Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.
Regio 27. Zuid-Holland-Oost
Alphen aan den Rijn, Bergambacht, Boskoop, Gouda, Nieuwkoop, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen, Nederlek, Ouderkerk, Rijnwoude, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk.
Regio 28. Haaglanden/Westland
Delft,’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.
Regio 29. Rijnmond
Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Dirksland, Goedereede, Hellevloetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Middelharnis, Oostflakkee, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne.
Regio 30. Zuid-Holland-Zuid
Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw Lekkerland, Oud Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht.
Regio 31. Oosterschelde Regio
Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.
Regio 32. Walcheren
Middelburg, Veere, Vlissingen.
Regio 33. Zeeuwsch-Vlaanderen
Hulst, Sluis, Terneuzen.
Regio 34. West-Brabant
Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert.
Regio 35. Midden-Brabant
Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.
Regio 36. Noord-Oost-Brabant
Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss, Schijndel, St. Anthonis, St. Michielsgestel, St. Oedenrode, Uden, Veghel, Vught.
Regio 37. Zuidoost-Brabant
Bijlage D. behorende bij artikel 2.13 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
| RMC-regio | Naam regio | RMC-contactgemeente | Bedrag per regio |
|---|---|---|---|
| 1 | Oost-Groningen | Veendam | 138.446 |
| 2 | Noord-Groningen-Eemsmond | Delfzijl | 138.446 |
| 3 | Centraal en Westelijk Groningen | Groningen | 316.449 |
| 4 | Friesland Noord | Leeuwarden | 316.449 |
| 5 | Zuid-West Friesland | Sneek | 138.446 |
| 6 | De Friese Wouden | Smallingerland | 316.449 |
| 7 | Noord- en Midden Drenthe | Assen | 237.337 |
| 8 | Zuid-Oost Drenthe | Emmen | 237.337 |
| 9 | Zuid-West Drenthe | Hoogeveen | 138.446 |
| 10 | IJssel-Vecht | Zwolle | 632.898 |
| 11 | Stedendriehoek | Apeldoorn | 553.786 |
| 12 | Twente | Enschede | 791.123 |
| 13 | Achterhoek | Doetinchem | 395.561 |
| 14 | Arnhem/Nijmegen | Nijmegen | 791.123 |
| 15 | Rivierenland | Tiel | 316.449 |
| 16 | Eem en Vallei | Amersfoort | 791.123 |
| 17 | Noordwest-Veluwe | Harderwijk | 237.337 |
| 18 | Flevoland | Almere | 553.786 |
| 19 | Utrecht | Utrecht | 1.300.000 |
| 20 | Gooi en Vechtstreek | Hilversum | 316.449 |
| 21 | Agglomeratie Amsterdam | Amsterdam | 1.800.000 |
| 22 | West-Friesland | Hoorn | 237.337 |
| 23 | Kop van Noord-Holland | Den Helder | 237.337 |
| 24 | Noord-Kennemerland | Alkmaar | 316.449 |
| 25 | West-Kennnemerland | Haarlem | 395.561 |
| 26 | Zuid-Holland-Noord | Leiden | 553.786 |
| 27 | Zuid-Holland-Oost | Gouda | 553.786 |
| 28 | Haaglanden | Den Haag | 1.300.000 |
| 29 | Rijnmond | Rotterdam | 2.300.000 |
| 30 | Zuid-Holland-Zuid | Dordrecht | 632.898 |
| 31 | Oosterschelde regio | Goes | 237.337 |
| 32 | Walcheren | Middelburg | 138.446 |
| 33 | Zeeuwsch-Vlaanderen | Terneuzen | 138.446 |
| 34 | West-Brabant | Breda | 791.123 |
| 35 | Midden-Brabant | Tilburg | 553.786 |
| 36 | Noord-Oost-Brabant | Den Bosch | 791.123 |
| 37 | Zuidoost-Brabant | Eindhoven | 791.123 |
| 38 | Gewest Limburg-Noord | Venlo | 632.898 |
| 39 | Gewest Zuid-Limburg | Heerlen | 791.123 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.