← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 september 2016, nr. MBO/1003504, houdende voorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de jaren 2017 tot en met 2020 en de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017)

Geldende tekst a fecha 2018-09-22

Gelet op de artikelen 2, 4, eerste lid en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, artikel 118i, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 8.3.2, vijfde lid en 8.3.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 1 en 4, eerste lid, onderdelen a, b, c en d, van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

De hoofdstukken 3, 4 en 6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk 2 van deze regeling.

Hoofdstuk 2. Het regionaal programma voortijdig schoolverlaten

Artikel 2.1. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan aan contactscholen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma die tot doel hebben:

2.

In afwijking van artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS komen activiteiten die vanaf 1 augustus 2016 zijn uitgevoerd voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.2. Regionaal programma voortijdig schoolverlaten
1.

In elke RMC-regio wordt een regionaal programma uitgevoerd.

2.

In een RMC-regio werken de onderwijsinstellingen en de betreffende RMC-contactgemeente samen ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het regionaal programma voor de betreffende RMC-regio.

3.

Het regionaal programma omvat ten minste één plusvoorziening.

4.

Het regionaal programma kan tevens maatregelen bevatten ten aanzien van de aansluiting op onderwijs of arbeidsmarkt van jongeren in een kwetsbare positie dan wel voortijdig schoolverlaters die in een eerder schooljaar het onderwijs hebben verlaten, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c.

Artikel 2.3. Regionale samenwerking en contactschool
1.

De onderwijsinstellingen wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende RMC-regio.

2.

Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval tot taak:

Artikel 2.4. Subsidieplafond
1.

Voor het verstrekken van het vaste bedrag en het variabele bedrag op grond van deze paragraaf is jaarlijks maximaal € 30.400.000,– voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019–2020 beschikbaar.

2.

Indien het deel van het subsidieplafond dat is bestemd voor het vast bedrag respectievelijk het variabel bedrag, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, wordt overschreden, wordt de hoogte van het subsidiebedrag naar evenredigheid per contactschool en RMC-regio verlaagd.

Artikel 2.5. Berekening subsidiebedrag
1.

Het bedrag van de subsidie voor een contactschool bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag.

2.

Het vaste bedrag bedraagt voor elke RMC-regio € 100.000 per studiejaar.

3.

Het variabele bedrag voor een RMC-regio, bedraagt 87,17 procent van het bedrag dat de contactscholen voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 ontvingen op grond van artikel 22, eerste lid, van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 1 augustus 2016.

Artikel 2.6. Subsidieaanvraag
1.

In afwijking van artikel 3.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf per e-mail ingediend. De aanvraag voor subsidie omvat het regionaal programma en het volledig ingevulde aanvraagformulier dat als bijlage A bij deze regeling is opgenomen.

2.

Het aanvraagformulier wordt door zowel de contactschool als de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio ondertekend.

Artikel 2.7. Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling
1.

De aanvraag voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019-2020 wordt uiterlijk op 15 oktober 2016 ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. De minister kan aanvragen die na deze datum zijn ingediend afwijzen.

2.

De minister beslist uiterlijk op 15 november 2016 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

3.

De betaling van de subsidie, bedoeld in dit hoofdstuk, van enig studiejaar vindt plaats in de maand november van het betreffende studiejaar. Voor het studiejaar 2016–2017 vindt de betaling plaats in december 2016.

Artikel 2.8. Besteding van de subsidie
1.

De subsidie wordt aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.

2.

De subsidie wordt uiterlijk in 2020 besteed.

Artikel 2.9. Verantwoording

De verantwoording geschiedt in de jaarverslaglegging overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Artikel 2.10. Meldingsplicht

Een contactschool meldt onverwijld schriftelijk een wijziging in de samenstelling van een RMC-regio aan de Minister. De Minister kan ambtshalve beslissen dat deze wijziging gevolgen heeft voor het subsidiebedrag.

Artikel 2.11. Monitoring en evaluatie
1.

De minister evalueert de effecten van het regionaal programma uiterlijk in 2021.

2.

De contactschool draagt er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma.

Hoofdstuk 2a. Specifieke uitkering voor RMC-contactgemeenten ten behoeve van de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma voortijdig schoolverlaten

Artikel 3.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 3.2. Vaststelling bedrag en budgetten
1.

Het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 9.091.104.

2.

Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 3.733.482.

3.

Het budget, bedoeld in artikel 4 eerste lid, onderdeel c, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 5.846.623.

4.

Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 13.878.790.

Artikel 3.3. Voorschriften effectrapportage
1.

De inrichting van de effectrapportage geschiedt conform bijlage B bij deze regeling.

2.

Burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister.

Artikel 3.4. Vaststelling RMC-regio’s, aanwijzing gemeenten

De vastgestelde RMC-regio’s staan in bijlage C bij deze regeling.

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.1. Intrekking regeling
2.

De Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 31 juli 2016, blijft van toepassing voor het toekennen, het betalen, het verantwoorden en het vaststellen van de subsidie voor het studiejaar 2015–2016.

Artikel 4.2. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2016. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 september 2016, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2016.

2.

Deze regeling vervalt per 1 januari 2021.

Artikel 4.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017.

Bijlage A. behorende bij artikel 2.6 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017

Aanvraag van subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie

Algemeen

Met dit aanvraagformulier kunt u subsidie aanvragen voor de uitvoering van de regionale maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) en voor jongeren in een kwetsbare positie vanaf studiejaar 2016-2017 tot en met studiejaar 2019–2020.

Onderwijsinstellingen en gemeenten werken samen op basis van een regionaal programma van maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie. Op 15 februari 2016 heeft de minister per brief haar plannen kenbaar gemaakt voor het vervolg van de vsv-aanpak. Met deze brief, de eind februari verspreide handreiking en de informatie die u na verschijning van de brief via uw accountmanager van OCW heeft ontvangen, is uw regio aan de slag gegaan met het vormen van het regionaal programma.

De aanvraag voor de subsidie moet bestaan uit dit ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en het gezamenlijk opgestelde en ondertekende regionaal programma aan maatregelen.

Daarnaast kunt u er in de regio voor kiezen om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met alle partners die bij de aanpak betrokken zijn. Daarin kan men bijvoorbeeld aanvullende afspraken maken over de wijze van samenwerking en over financiering. Er is een modelovereenkomst opgesteld die u kunt gebruiken bij het vormgeven van de samenwerkingsovereenkomst met uw partners in de regio. Deze is beschikbaar op www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl.

Aanvraag van subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie

Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd.

Met dit aanvraagformulier kunt u subsidie aanvragen voor de uitvoering van de regionale maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) en voor jongeren in een kwetsbare positie vanaf studiejaar 2016-2017 tot en met studiejaar 2019–2020.

Onderwijsinstellingen en gemeenten werken samen op basis van een regionaal programma van maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie. Op 15 februari 2016 heeft de minister per brief haar plannen kenbaar gemaakt voor het vervolg van de vsv-aanpak. Met deze brief, de eind februari verspreide handreiking en de informatie die u na verschijning van de brief via uw accountmanager van OCW heeft ontvangen, is uw regio aan de slag gegaan met het vormen van het regionaal programma.

De aanvraag voor de subsidie moet bestaan uit dit ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en het gezamenlijk opgestelde en ondertekende regionaal programma aan maatregelen.

Invullen aanvraag

Regionaal programma aan maatregelen

Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd.

2. Totaalbedrag

Belangrijk is ook dat de regionale aanpak is gebaseerd op een analyse van de regionale problematiek, waarin gebruik is gemaakt van de meest recente kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van uw regio.

3. Maatregelen

Bij dit onderdeel gaat u in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft het totaalbedrag per maatregel op, u geeft aan wat de looptijd is en wat het doel is van de maatregel (met een aantal subvragen).

U bent vrij in het aantal maatregelen dat u opvoert. Daarbij geven we u in overweging dat het weinig effectief is om veel ‘kleine’ maatregelen zonder samenhang op te voeren, noch om uiteenlopende maatregelen te bundelen tot één ‘grote’ maatregel. Bepaal in overleg met uw vsv-accountmanager over hoeveel projecten/maatregelen u hier het totale subsidiebedrag verdeelt.

Bij dit onderdeel vult u de gevraagde contactgegevens in.

2. Totaalbedrag

Bij dit onderdeel geeft u het totaal benodigde bedrag voor het hele regionale programma op.

Waarschijnlijk ten overvloede: u bent zelf verantwoordelijk voor eventuele verschillen in de financiering die u van OCW ontvangt en het uitgavenpatroon van uw regio.

5. Ondertekening

U bent vrij in het aantal maatregelen dat u opvoert. Daarbij geven we u in overweging dat het weinig effectief is om veel ‘kleine’ maatregelen zonder samenhang op te voeren, noch om uiteenlopende maatregelen te bundelen tot één ‘grote’ maatregel. Bepaal in overleg met uw vsv-accountmanager over hoeveel projecten/maatregelen u hier het totale subsidiebedrag verdeelt.

Indienen en ondertekenen aanvraag

Bij het indienen van de aanvraag moet u de volgende documenten mee sturen:

Controle door DUO

Waarschijnlijk ten overvloede: u bent zelf verantwoordelijk voor eventuele verschillen in de financiering die u van OCW ontvangt en het uitgavenpatroon van uw regio.

5. Ondertekening

Aanvraag in het kader van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017

Indienen en ondertekenen aanvraag

2. Totaal bedrag

Controle door DUO

DUO zal controleren of:

Invulblad aanvraag subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie.

Aanvraag in het kader van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017

1. Contactgegevens

2. Totaal bedrag

3. Maatregelen

Bijlage B. behorende bij artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 formulier en handleiding herziene RMC-effectrapportage

A. Gevraagd bedrag

B. Looptijd

In de Wet educatie en beroepsonderwijs (artikel 8.3.2) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 118h) en de Wet op de expertisecentra (artikel 162b) staan de taken van de gemeenten en in het bijzonder de contactgemeenten bij het bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In het zevende lid van voornoemde artikelen staat: ‘Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast....’.

Deze wettelijke verplichting is nader ingevuld in artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017. Met het invullen van het formulier in deze bijlage geeft de RMC-contactgemeente uitvoering aan deze wettelijke verplichting tot een jaarlijkse inhoudelijke verantwoording.

De RMC-effectrapportage geeft inzicht in (de effectiviteit van) de door betrokken partijen ondernomen acties en maatregelen op het gebied van de taken van de RMC-functie en wat de effecten hiervan zijn binnen de regio. Met de invulling van de rapportage voldoen gemeenten aan bovengenoemde wettelijke verplichting. De RMC-effectrapportage wordt jaarlijks voor 1 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft door alle RMC-coördinatoren ingevuld en ingediend bij DUO. De RMC-effectrapportage kan gebruikt worden tijdens het bestuurlijk overleg in de regio (waar het accountmanagement vsv van het ministerie van OCW ook deel van uitmaakt) en kan richting te geven aan aanpassingen in het beleid in de regio.

2. Inhoud van de RMC-effectrapportage

De RMC-functie is ingericht voor jongeren van 18 tot 23 jaar. Als in deze RMC-effectrapportage wordt gevraagd naar aantallen jongeren en aantallen meldingen, gaat het om ‘jongeren van 18 tot 23 jaar’, tenzij expliciet anders wordt vermeld. In de praktijk werken RMC-regio’s op allerlei manieren samen met de gemeentelijke leerplichtafdelingen. In deze RMC-effectrapportage wordt gevraagd naar de manier waarop u samenwerkt met de gemeentelijke leerplichtafdelingen. Een gedetailleerde inhoudelijke verantwoording van de inzet op jongeren jonger dan 18 jaar is hier niet aan de orde, omdat er een jaarlijkse enquête voor alle gemeenten in Nederland naar de uitvoering van de Leerplichtwet bestaat.

Sinds de introductie van het onderwijsnummer in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is het Basisregister Onderwijs (BRON) een betrouwbare dataset geworden voor het genereren van landelijke en regionale cijfers over het aantal voortijdig schoolverlaters. Sinds 2007 wordt BRON gebruikt voor het regionale en landelijke beeld van de bestrijding van de schooluitval. De aantallen voortijdig schoolverlaters worden, samen met diverse achtergrondkenmerken, beschikbaar gesteld door DUO. In de RMC-effectrapportage staat daarom sindsdien het verzamelen van deze basisinformatie niet meer centraal. De RMC-effectrapportage is een instrument voor de RMC-regio’s om de doeltreffendheid en doelmatigheid van hun aanpak van voortijdig schoolverlaten te toetsen en om de voortgang te monitoren.

Jaarlijks leveren RMC-regio’s informatie aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in de vorm van de RMC-effectrapportage. Begin 2016 is besloten om het format van de RMC-effectrapportage aan te passen en om deze met ingang van het schooljaar 2017-2018 in gebruik te nemen. Het nieuwe format sluit aan bij de uitbreiding van de RMC-functie, is herkenbaar voor RMC-regio’s en levert waardevolle informatie op, voor zowel het ministerie als de regio’s zelf, die helpt om beleid te evalueren en waar nodig aan te passen.

Deze wettelijke verplichting is nader ingevuld in artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017. Met het invullen van het formulier in deze bijlage geeft de RMC-contactgemeente uitvoering aan deze wettelijke verplichting tot een jaarlijkse inhoudelijke verantwoording.

De Regionale VSV-Effectrapportage (voorheen: de RMC-effectrapportage) geeft invulling aan een wettelijke verplichting van RMC tot een jaarlijkse beleidsinhoudelijke verantwoording van de RMC-functie, als coördinator van de regionale vsv-vervolgaanpak1Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017. De Regionale VSV-effectrapportage vloeit voort uit de taken zoals vermeld in de Wet houdende regels inzake de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdige Schoolverlaten (Staatsblad 2001-636) en de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten (vsv) 2017 en de daarin beschreven taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen in de regio.

2. Inhoud van de RMC-effectrapportage

Zoals de naam al aangeeft, is de Regionale VSV-Effectrapportage een regionale rapportage die, zowel de regio’s zelf als OCW, inzicht geeft in (de effectiviteit van) de door betrokken regionale partijen ondernomen acties en maatregelen op het gebied van de vsv-aanpak en weergeeft wat de effecten hiervan zijn in de regio. Het gaat om de genomen acties en maatregelen van zowel het Regionaal Programma VSV (oftewel: hoe de programmamiddelen, die nu verdeeld zijn over de gemeenten en de scholen, zijn ingezet) als over de inzet van de reguliere RMC-middelen.

De informatie uit de Regionale VSV-Effectrapportage kan gebruikt worden als input voor het (bestuurlijk) overleg in de regio en kan, indien nodig, richting geven aan aanpassingen in het beleid in de regio2Hiervoor geldt een meldingsplicht: een Regionaal Programma mag ten allen tijde worden gewijzigd, mits de wijziging tijdig aan DUO wordt doorgegeven.. De Regionale VSV-Effectrapportage vervangt de RMC-effectrapportage. Subregio’s behouden de mogelijkheid om hun eigen rapportages aan te leveren via de RMC-coördinatoren van de contactgemeenten.

De Regionale VSV-Effectrapportage omvat het melden, registreren en coördineren van verzuim en vsv van alle jongeren in de regio van 12 tot 23 jaar, inclusief de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie. Alleen in hoofdstuk 4, waar het gaat om aantallen jongeren, hebben de gevraagde gegevens alleen betrekking op jongeren tussen 16 en 23. De reden hiervoor is dat Leerplicht jaarlijks al gegevens aanlevert over de groep 12–18 jaar. Hoewel de kwalificatieplicht niet onder de wettelijke verplichting van de RMC-regio valt, vraagt OCW om (naast de groep 18–23 jaar) in het kader van een preventieve vsv-aanpak voor de hele doelgroep, ook 16- en 17-jarigen in beeld te brengen en te houden om zo een sluitend vangnet voor deze groep te creëren.

1. Basisgegevens

De gebruikte definities sluiten aan bij de Regeling regionale aanpak VSV 2017. Deze definities worden hier toegelicht.

Het invullen van de RMC-effectrapportage

Definities

De gebruikte definities sluiten aan bij de Regeling regionale aanpak VSV 2017. Deze definities worden hier toegelicht.

Bestemming

Positie van jongeren op 1 oktober na het huidige verslagjaar.

Oude vsv’ers die aan het begin van het verslagjaar of de verslagjaren ervoor vsv’er waren.

Bestuurlijke organisatie en samenwerking binnen de RMC-regio

Regionaal programma voortijdig schoolverlaten dat maatregelen bevat die, blijkens een regionale analyse door de RMC-contactgemeente en de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en op het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio.

Jongere die al dan niet met een getuigschrift of een diploma doorstroomt naar de entreeopleiding (= mbo), basisberoepsopleiding (= mbo-2) of uitstroomt uit het onderwijs, en afkomstig is uit:

1B. Omvang netwerk

Er is sprake van taakuitvoering als RMC:

1E. Knelpunten en succesfactoren in het regionale netwerk

Voortijdig schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162a van de Wet op de expertisecentra.

Hoofdstuk 3. Basisgegevens

Indien een regio uit subregio's bestaat, kan ervoor worden gekozen dat iedere subregio afzonderlijk een formulier in dient bij de contactgemeente. Deze afzonderlijke formulieren dienen te worden voorzien van een verzamelsheet van alle onderliggende formulieren per RMC-regio. Voorbeeld: als een RMC-regio bestaat uit 4 subregio’s, dan zullen er 4 formulieren plus 1 opliggende ingediend dienen te worden. In totaal dus 5 formulieren. Het opliggende formulier moet een opsomming van de onderliggende subregio’s en van hun basisgegevens (zie hierboven) bevatten. Een samenvatting is niet nodig.

Regionaal programma voortijdig schoolverlaten dat maatregelen bevat die, blijkens een regionale analyse door de RMC-contactgemeente en de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en op het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio.

Voor het invullen van onderstaande tabellen is het nodig dat gemeenten databestanden ophalen uit het Zakelijk Portaal van DUO. Deze bestanden (inclusief de Startset jongeren in een kwetsbare positie) staan maximaal drie maanden online. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten zelf om hier rekening mee te houden en de benodigde bestanden tijdig op te halen ten behoeve van het invullen van deze (jaarlijkse) Regionale VSV-Effectrapportage.

1E. Knelpunten en succesfactoren in het regionale netwerk

LWOO valt onder regulier vmbo en wordt in de tabellen niet apart benoemd. Daarnaast is ‘vavo’ niet opgenomen in de tabellen. De reden hiervoor is dat vavo een kleine groep is, zeker verdeeld over de regio’s. Daarbij wordt deze categorie ook niet meegeleverd door DUO in de maandrapportages.

Tijdvak dat aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het daaropvolgende jaar.

In tabel 3 vult u in waar de jongeren zich aan het einde van het verslagjaar bevinden. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio. In de kolom ‘Onderwijs’ vult u het aantal jongeren in dat zich aan het einde van het verslagjaar in het onderwijs bevindt. Hiervoor kunt u de aantallen uit de derde en vierde kolom van Tabel 2 bij elkaar optellen.

Er is sprake van taakuitvoering als RMC:

Er wordt onderscheid gemaakt tussen curatieve taakuitvoering en preventieve taakuitvoering. Hierbij is de grens van 1 oktober essentieel; dat is de datum waarop een leerling al dan niet staat ingeschreven en al dan niet door DUO wordt aangemerkt als vsv’er:

In tabel 5 vult u in waar de jongeren zich bevonden aan het einde van het verslagjaar. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio.

Een voortijdig schoolverlater is een jongere die aan het begin van het verslagjaar (1 oktober) jonger is dan 23 jaar, en niet meer staat ingeschreven in het bekostigd vo, mbo of vavo en geen startkwalificatie heeft.

In tabel 6 gaat het om gegevens over ‘kwetsbare overstappers’. De gegevens die ingevuld worden in de grijs gearceerde cellen zijn te vinden in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’, die opgehaald kan worden door RMC in het Zakelijk Portaal van DUO. Om de gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’ eerst de leeftijdsgroep 16–23 geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. In de witte cellen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd. Een voorbeeld: in november 2017 komt de Startset jongeren in een kwetsbare positie 2017–2018 beschikbaar. Deze kan in december 2018 gebruikt worden om de balans op te maken bij het invullen van de Regionale VSV-Effectrapportage 2017–2018.

Indien een regio uit subregio's bestaat, dient iedere subregio afzonderlijk een formulier in te dienen bij de contactgemeente. Deze afzonderlijke formulieren dienen te worden voorzien van een verzamelsheet van alle onderliggende formulieren per RMC-regio. Voorbeeld: als een RMC-regio bestaat uit 4 subregio’s, dan zullen er 4 formulieren plus 1 opliggende ingediend dienen te worden. In totaal dus 5 formulieren. Het opliggende formulier moet een opsomming van de onderliggende subregio’s en van hun basisgegevens (zie hierboven) bevatten. Een samenvatting is niet nodig.

** Deze gegevens worden niet door DUO geleverd, maar komen uit de administratie van gemeenten.

Voor het invullen van onderstaande tabellen is het nodig dat gemeenten databestanden ophalen uit het Zakelijk Portaal van DUO. Deze bestanden (inclusief de Startset jongeren in een kwetsbare positie) staan maximaal drie maanden online. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten zelf om hier rekening mee te houden en de benodigde bestanden tijdig op te halen ten behoeve van het invullen van deze (jaarlijkse) Regionale VSV-Effectrapportage.

In dit hoofdstuk wordt gevraagd naar kwantitatieve gegevens over jongeren van 16-23 (omdat de leeftijdsgroep 12-16 al door Leerplicht wordt uitgevraagd, zie paragraaf 2.2). Per tabel lichten we toe om welke jongeren het gaat, en in welke leveringen van DUO deze jongeren te vinden zijn. De gegevens uit de RMC-administratie kunnen hier vervolgens aan gekoppeld worden, waarna de tabellen ingevuld kunnen worden. Degene die de tabellen invult, dient dus toegang te hebben tot DUO-gegevens en gegevens uit de eigen administratie, en moet deze gegevens aan elkaar kunnen koppelen. De tabellen gaan over verschillende doelgroepen en situaties, die gedeeltelijk kunnen overlappen. Het is mogelijk dat een leerling in één verslagjaar zowel valt onder ‘jongeren in een kwetsbare positie’ als onder ‘vsv’ers’. Deze jongeren kunnen in meerdere tabellen meegeteld worden.

4. Inzet beschikbare middelen (waaronder de RMC-Rijksbijdrage)

Tabel 3D vormt een weergave van alle begeleidingstrajecten en de beëindiging daarvan, per categorie voortijdig schoolverlater. De kolommen ‘Totaal aantal begeleidingstrajecten’ en ‘Aantal beëindigd’ worden automatisch ingevuld met de eerder gegeven informatie.

In tabel 2 gaat het om jongeren die aan de start van het verslagjaar (1 oktober tot 1 oktober) geen vsv’er waren, maar die tijdens het verslagjaar dreigen uit te vallen of uitgeschreven zijn uit het onderwijs. Het doel van de preventieve taakuitvoering is ervoor te zorgen dat deze jongeren niet per 1 oktober van het volgende verslagjaar als vsv’er worden gezien. Informatie gevraagd in de grijs gearceerde kolom wordt aangeleverd door DUO in de A14-rapportage van november t+1. Om deze gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in de A14-rapportage eerst de leeftijdsgroep 16-23 geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. In de witte kolommen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd.

In tabel 3F noteert u de bestemming van de jongeren na beëindiging van het begeleidingstraject.

In tabel 3 vult u in waar de jongeren voor wie taakuitvoering is verricht zich aan het einde van het verslagjaar bevinden. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio. In de kolom ‘Onderwijs’ vult u het aantal jongeren in dat zich aan het einde van het verslagjaar in het onderwijs bevindt. Hiervoor kunt u de aantallen uit de derde en vierde kolom van Tabel 2 bij elkaar optellen.

1 Verhuizing (binnen-of buitenland), overleden of 23 jaar geworden. In deze tabel dienen alleen de aantallen ingevoerd te worden die betrekking hebben op jongeren die aan het begin van het verslagjaar (1 oktober) nog ingeschreven stonden.

Bellingwedde, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde, Pekela, Oldambt, Menterwolde.

Regio 2. Noord-Groningen-Eemsmond

Vul hieronder in op welke manier en met welke gegevens u de totale groep voortijdig schoolverlaters in kaart heeft gebracht.

In tabel 4B wordt gevraagd naar de besteding van het totale budget uit verschillende bronnen waar de RMC-functie over beschikt in het lopende kalenderjaar. Het gaat hier om een globale onderverdeling. Een beleidsmatige beoordeling van de besteding van de middelen volstaat bij de beantwoording van deze vraag. U kunt per categorie invullen hoeveel euro u besteedt, het percentage middelen volgt dan automatisch. Onder de tabel vindt u een toelichting op de gehanteerde begrippen en categorieën.

6. Good practices (optioneel)

1 Verhuizing (binnen- of buitenland), overleden of 23 jaar geworden.

Tabel 6. Taakuitvoering rondom kwetsbare overstappers

Regio 5. Zuid-West Friesland

Let op: een deel van de kwetsbare overstappers (leerlingen uit pro en vso met uitstroomprofiel arbeid en dagbesteding) die na uitschrijving geen startkwalificatie heeft, wordt niet als vsv’er gedefinieerd. RMC krijgt echter ook de taak om deze jongeren te monitoren. Als deze jongeren aan het begin van het verslagjaar niet zijn ingeschreven en RMC hen monitort of begeleidt, dan valt dit onder ‘curatieve taakuitvoering.’ Andersom is er sprake van preventieve taakuitvoering als RMC kwetsbare overstappers heeft gemonitord of begeleid die aan het begin van het verslagjaar wel ingeschreven stonden.

Regio 6. Friesland-Oost (‘de Friese Wouden’)

2 Deze gegevens worden niet door DUO geleverd, maar komen uit de administratie van gemeenten

In onderstaande tabel kunt u optioneeltwee ‘good practices’ vermelden. U kunt hierbij denken aan voorbeelden over de door u gevoerde aanpak. Deze good practices kunnen worden opgenomen in de projectbank op www.aanvalopschooluitval.nl. OCW is met name geïnteresseerd in projecten met bijzondere samenwerkingspartners en/of met een nieuwe inhoudelijke invalshoek en/of een project dat grondig geëvalueerd is.

Definities en omschrijvingen

1 Geen onderwijs, werk minder dan 12 uur/week, verhuizing, overleden, 23 jaar geworden, verblijf in een zorginstelling of gedurende het verslagjaar een startkwalificatie behaald.

Maatregelen vsv en jongeren in een kwetsbare positie

De volgende vragen gaan over maatregelen die de RMC-regio in het verslagjaar heeft genomen. Het gaat onder andere om de inzet op en de effectiviteit van genomen acties en maatregelen en de relatie met uw Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten3Zie ook het format voor de aanvraag van subsidie ten behoeve van de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie (Bijlage A behorende bij artikel 2.6 van de regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017). en met de reguliere taken van RMC. Het gaat hier niet om een financiële verantwoording, maar om een beleidsinhoudelijke verantwoording van plannen die gefinancierd zijn door de reguliere oorspronkelijke RMC-middelen en de middelen voor de vervolgaanpak vsv. De financiële verantwoording loopt via de reguliere weg, middels de Sisa-verantwoording door gemeenten.

Maatregelen die zijn opgenomen in het Regionaal Programma voortijdig schoolverlaten

Voor de afbakening van het begrip voortijdig schoolverlater zijn daarmee de volgende vier elementen van belang:

Ontwikkeling van resultaten

Een schooljaar, ook wel genoemd studiejaar, is de periode van 1 augustus van een jaar t/m 31 juli van het volgende jaar.

Vaststelling RMC-regio’s

Onder de opvatting van werk bij herplaatsing wordt omwille van eenduidigheid de CBS definitie voor werkzame beroepsbevolking gehanteerd. Conform deze definitie wordt de situatie bedoeld waarin de jongere 12 uur of meer per week betaald werk heeft.

5. Preventie

Bijlage C. behorende bij artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs

6. ‘continuerende’ voortijdig schoolverlaters

Regio 3. Centraal en Westelijk Groningen

Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Slochteren, Ten Boer, Zuidhorn.

Regio 4. Friesland Noord

Ameland, Boarnsterhim, Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Harlingen, Het Bildt, Kollumerland c.a., Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Menameradiel, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland.

Regio 5. Zuid-West Friesland

De Friese Meren, Littenseradiel, Súdwest Fryslân.

Regio 6. Friesland-Oost (‘de Friese Wouden’)

Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytjerksteradiel, Weststellingwerf.

Regio 7. Noord- en Midden Drenthe

Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo.

Regio 8. Zuid-Oost Drenthe

Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.

Regio 9. Zuid-West Drenthe

Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.

Regio 10. Ijssel-vecht

Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.

Regio 11. Stedendriehoek

Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst, Zutphen.

Regio 12. Twente

Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo(O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.

Regio 13. Achterhoek

Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.

Regio 14. Arnhem/Nijmegen

Arnhem, Beuningen, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Lingewaard, Millingen a.d. Rijn, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Ubbergen, Westervoort, Wijchen, Zevenaar.

Regio 15. Rivierenland

Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen, Neder-Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Zaltbommel.

Regio 16. Eem en Vallei

Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.

Regio 17. Noordwest-Veluwe

Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.

Regio 18. Flevoland

Almere, Dronten, Lelystad, Noord-Oostpolder, Urk.

Regio 19. Utrecht

Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.

Regio 20. Gooi en Vechtstreek

Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren.

Regio 21. Agglomeratie Amsterdam

Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam/Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang.

Regio 22. West-Friesland

Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.

Regio 23. Kop van Noord-Holland

Den Helder, Harenkarspel, Hollands Kroon, Schagen, Texel, Zijpe.

Regio 24. Noord-Kennemerland

Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk,

Regio 20. Gooi en Vechtstreek

Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren.

Regio 21. Agglomeratie Amsterdam

Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam/Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang.

Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.

Regio 27. Zuid-Holland-Oost

Alphen aan den Rijn, Bergambacht, Boskoop, Gouda, Nieuwkoop, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen, Nederlek, Ouderkerk, Rijnwoude, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk.

Regio 28. Haaglanden/Westland

Delft,’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.

Regio 29. Rijnmond

Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Dirksland, Goedereede, Hellevloetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Middelharnis, Oostflakkee, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne.

Regio 30. Zuid-Holland-Zuid

Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw Lekkerland, Oud Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht.

Regio 31. Oosterschelde Regio

Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.

Regio 32. Walcheren

Middelburg, Veere, Vlissingen.

Regio 33. Zeeuwsch-Vlaanderen

Hulst, Sluis, Terneuzen.

Regio 34. West-Brabant

Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert.

Regio 35. Midden-Brabant

Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.

Regio 36. Noord-Oost-Brabant

Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss, Schijndel, St. Anthonis, St. Michielsgestel, St. Oedenrode, Uden, Veghel, Vught.

Regio 37. Zuidoost-Brabant

Asten, Bergeyk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.

Regio 38. Gewest Limburg-Noord

Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.

Regio 39. Gewest Zuid-Limburg

Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.

Regio 35. Midden-Brabant

Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.

Regio 36. Noord-Oost-Brabant

Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss, Schijndel, St. Anthonis, St. Michielsgestel, St. Oedenrode, Uden, Veghel, Vught.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.12. Doel specifieke uitkering

De minister verstrekt voor 2017 op grond van dit hoofdstuk een specifieke uitkering aan de RMC-contactgemeenten voor het uitvoeren van maatregelen uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 2.2.

Artikel 2.13. Bepalen hoogte specifieke uitkering

De verdeling van de specifieke uitkering over de RMC-contactgemeenten is opgenomen in bijlage D bij deze regeling.

Artikel 2.14. Betaling specifieke uitkering

De specifieke uitkering wordt aan de RMC-contactgemeenten betaald in december 2016.

Artikel 2.15. Besteding van de specifieke uitkering

Indien de uitkering niet of niet geheel is besteed in het jaar 2017 aan het doel waarvoor deze is bestemd mag het resterende bedrag worden besteed in een volgend jaar, maar uiterlijk in 2020. De minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, alsdan niet zijn besteed aan het doel waar zij voor waren bestemd, terug.

Artikel 2.16. Monitoring en evaluatie

De RMC-contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeenten in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in artikel 2.11.

Hoofdstuk 3. Uitvoeringsvoorschriften inzake regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage A. behorende bij artikel 2.6 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017

Algemeen

Daarnaast kunt u er in de regio voor kiezen om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met alle partners die bij de aanpak betrokken zijn. Daarin kan men bijvoorbeeld aanvullende afspraken maken over de wijze van samenwerking en over financiering. Er is een modelovereenkomst opgesteld die u kunt gebruiken bij het vormgeven van de samenwerkingsovereenkomst met uw partners in de regio. Deze is beschikbaar op www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl.

Het is wel de bedoeling dat het regionaal programma zich op een aantal zaken richt: het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten en verzuim onder 12 tot 23 jarigen; aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie (waaronder jongeren uit vmbo-bb, lwt, entreeopleiding, niveau 2, uit pro en vso); aandacht voor jongeren die langer geleden uitgevallen zijn, de zgn. oude vsv’ers. Ook dient de regio minstens één plusvoorziening te bieden voor overbelaste jongeren.

In het programma moet een begroting zijn opgenomen waarin staat wat de maatregelen kosten en hoe de financiering gedekt is. Overigens kan het programma ook maatregelen bevatten die geen aanvullende financiering behoeven, bijvoorbeeld als het gaat om afspraken over informatiedeling, overlegstructuur of verdelingen van verantwoordelijkheden. Of maatregelen die op andere wijze worden gefinancierd.

Invullen aanvraag

1. Contactgegevens

3. Maatregelen

Bij dit onderdeel gaat u in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft het totaalbedrag per maatregel op, u geeft aan wat de looptijd is en wat het doel is van de maatregel (met een aantal subvragen).

Let op: Minstens één van de maatregelen dient een plusvoorziening te omvatten, bestemd voor de begeleiding van overbelaste jongeren.

4. Begroting

Bij dit onderdeel geeft u in tabelvorm per maatregel een specificatie op de financiën.

Bij dit onderdeel ondertekent u de aanvraag.

Bij het indienen van de aanvraag moet u de volgende documenten mee sturen:

Per maatregel waarvoor u subsidie aanvraagt, beantwoordt u de vragen A t/m C

C. Doel van de maatregel (maximaal 200 woorden per subvraag)

4. Begroting

5. Ondertekening

Bijlage B. behorende bij artikel 3.3 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 (formulier en handleiding herziene RMC-effectrapportage)

Formulier en handleiding RMC-Effectrapportage

Inleiding

De Regionale VSV-Effectrapportage omvat de taakuitvoering omtrent het melden, registreren en coördineren van verzuim en vsv van alle jongeren in de regio van 12 tot 23 jaar, inclusief de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie. Alleen in hoofdstuk 4, waar het gaat om aantallen jongeren, hebben de gevraagde gegevens alleen betrekking op jongeren tussen 16 en 23. De reden hiervoor is dat Leerplicht jaarlijks al gegevens aanlevert over de groep 12-18 jaar. Hoewel de kwalificatieplicht niet onder de wettelijke verplichting van de RMC-regio valt, vraagt OCW om (naast de groep 18-23 jaar) in het kader van een preventieve vsv-aanpak voor de hele doelgroep, ook 16- en 17-jarigen in beeld te brengen en te houden om zo een sluitend vangnet voor deze groep te creëren. Let op: u wordt gevraagd om taakuitvoering voor 16- en 17-jarige jongeren alleen in de effectrapportage te registreren als RMC die daadwerkelijk heeft gedaan. Het is niet nodig om taakuitvoering door Leerplicht hier in te vullen.

Jongeren die tot op heden geen onderwijs in Nederland hebben gevolgd, zoals vluchtelingen.

(Bron: Regeling regionale aanpak VSV 2017)

1. Basisgegevens

Jongeren in een kwetsbare positie (JIKP)

Het volgen van jongeren door RMC. Monitoren wordt in de effectrapportage gedefinieerd als het op basis van gegevens bepalen op welke positie (in het onderwijs, aan het werk, in een uitkering, dagbesteding of onbekend) een jongere zich op dat moment bevindt.

RMC-contactgemeente

Contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Hoofdstuk 4. Cijfers

2. De meld- en registratiefunctie

Voortijdig schoolverlater (vsv’er)

LWOO valt onder regulier vmbo en wordt in de tabellen niet apart benoemd. Daarnaast is ‘vavo’ niet opgenomen de tabellen. De reden hiervoor is dat vavo een kleine groep is, zeker verdeeld over de regio’s. Daarbij wordt deze categorie ook niet meegeleverd door DUO in de maandrapportages.

Tabel 4. Curatieve taakuitvoering vsv’ers

In tabel 4 worden gegevens ingevuld van alle jongeren tussen 16 en 23 jaar die aan de start van het verslagjaar vsv’er waren. Informatie in de grijs gearceerde kolom wordt aangeleverd door DUO in de Naam- en Rugnummer-bestanden (versie D: definitieve cijfers). Om de gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in dit bestand eerst de leeftijdsgroep 16-23 (leeftijd bij de start van het verslagjaar) geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. Let op: om de totale groep ‘oude vsv’ers’ in beeld te krijgen, kunnen de Naam- en Rugnummer-bestanden van eerdere schooljaren, of de eigen administratie worden gebruikt. U dient zelf de jongeren die inmiddels geen vsv’er meer zijn (maar weer op school zitten of ondertussen een starkwalificatie hebben behaald, of jongeren die een entreediploma en werk van meer dan 12 uur per week hebben) hieruit te filteren. In de witte kolommen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd.

In tabel 5 vult u in waar de jongeren voor wie taakuitvoering is verricht zich bevonden het einde van het verslagjaar. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio.

Ameland, Boarnsterhim, Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Harlingen, Het Bildt, Kollumerland c.a., Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Menameradiel, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland.

1 Zie definitie van ‘jongeren in een kwetsbare positie’

6. Good practices (optioneel)

Regio 8. Zuid-Oost Drenthe

Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.

Regio 9. Zuid-West Drenthe

Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.

Onder preventie verstaan we activiteiten bedoeld om schooluitval te voorkomen en die gericht zijn op jongeren die nog ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling maar die risico lopen uit te vallen.

Jongeren waarvan het begeleidingstraject het vorig verslagjaar nog niet was afgerond en dus ook dit verslag jaar nog in dit traject zaten.

7. ‘recidiverende’ voortijdig schoolverlaters

Jongeren die in het verslagjaar zijn benaderd met de vraag of een begeleidingstraject nodig en/of gewenst was, en in eerdere verslagjaren ook in een begeleidingstraject hebben gezeten. Het gaat hier niet om de jongeren bedoeld bij de definitie ‘continuerende’ voortijdig schoolverlaters.

Lijst van afkortingen

Bijlage C. behorende bij artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs

Vaststelling RMC-regio’s

Regio 22. West-Friesland

Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.

Regio 23. Kop van Noord-Holland

Den Helder, Harenkarspel, Hollands Kroon, Schagen, Texel, Zijpe.

Regio 24. Noord-Kennemerland

Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk,

Regio 37. Zuidoost-Brabant

Asten, Bergeyk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.

Regio 38. Gewest Limburg-Noord

Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.

Regio 39. Gewest Zuid-Limburg

Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.

Bijlage D. behorende bij artikel 2.13 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017

RMC-regio Naam regio RMC-contactgemeente Bedrag per regio
1 Oost-Groningen Veendam 138.446
2 Noord-Groningen-Eemsmond Delfzijl 138.446
3 Centraal en Westelijk Groningen Groningen 316.449
4 Friesland Noord Leeuwarden 316.449
5 Zuid-West Friesland Sneek 138.446
6 De Friese Wouden Smallingerland 316.449
7 Noord- en Midden Drenthe Assen 237.337
8 Zuid-Oost Drenthe Emmen 237.337
9 Zuid-West Drenthe Hoogeveen 138.446
10 IJssel-Vecht Zwolle 632.898
11 Stedendriehoek Apeldoorn 553.786
12 Twente Enschede 791.123
13 Achterhoek Doetinchem 395.561
14 Arnhem/Nijmegen Nijmegen 791.123
15 Rivierenland Tiel 316.449
16 Eem en Vallei Amersfoort 791.123
17 Noordwest-Veluwe Harderwijk 237.337
18 Flevoland Almere 553.786
19 Utrecht Utrecht 1.300.000
20 Gooi en Vechtstreek Hilversum 316.449
21 Agglomeratie Amsterdam Amsterdam 1.800.000
22 West-Friesland Hoorn 237.337
23 Kop van Noord-Holland Den Helder 237.337
24 Noord-Kennemerland Alkmaar 316.449
25 West-Kennnemerland Haarlem 395.561
26 Zuid-Holland-Noord Leiden 553.786
27 Zuid-Holland-Oost Gouda 553.786
28 Haaglanden Den Haag 1.300.000
29 Rijnmond Rotterdam 2.300.000
30 Zuid-Holland-Zuid Dordrecht 632.898
31 Oosterschelde regio Goes 237.337
32 Walcheren Middelburg 138.446
33 Zeeuwsch-Vlaanderen Terneuzen 138.446
34 West-Brabant Breda 791.123
35 Midden-Brabant Tilburg 553.786
36 Noord-Oost-Brabant Den Bosch 791.123
37 Zuidoost-Brabant Eindhoven 791.123
38 Gewest Limburg-Noord Venlo 632.898
39 Gewest Zuid-Limburg Heerlen 791.123

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Doel

In het kader van de (voortzetting van de) vsv-aanpak wordt meer verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen invulling bij de regionale partijen neergelegd en bijzondere aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie gevraagd. Nu de focus ook ligt op de groep jongeren in een kwetsbare positie is er verbreding van de samenwerking nodig, onder andere met scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (hierna pro en vso). Daarnaast wordt ook meer aandacht gevraagd voor de al bestaande taak van de begeleiding van oud vsv’ers. Ook hierdoor komt de samenwerking met betrokken partijen ten aanzien van de arbeidsmarkt steeds meer in beeld.

Uiterlijk 15 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, dient de Regionale VSV-Effectrapportage bij DUO te worden ingediend. Ten opzichte van eerdere jaren is dit twee weken later. Hier is voor gekozen omdat er signalen waren dat er in RMC-regio’s behoefte was aan meer tijd tussen levering van gegevens door DUO en het indienen van de RMC-effectrapportage. Bij de invulling van de rapportage wordt uitgegaan van de voorlopige cijfers (uit de levering van oktober na het verslagjaar) en wordt teruggeblikt op het voorgaande schooljaar. Een voorbeeld: uiterlijk 15 december 2018 wordt verantwoording afgelegd over het schooljaar 2017-2018. Hierbij kan worden uitgegaan van de maandrapportage uit de levering van oktober 2018 of november 2018, of de meest actuele stand uit de eigen administratie. Het gaat dus nog niet om de definitieve nieuwe vsv’ers, omdat deze levering nog geen definitieve vsv-cijfers bevat.

Jongeren die tot op heden geen onderwijs in Nederland hebben gevolgd, zoals vluchtelingen.

(Bron: Regeling regionale aanpak VSV 2017)

Regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Hoofdstuk 5. Maatregelen vsv en jongeren in een kwetsbare positie

Tabel 2. Preventieve taakuitvoering

Hoofdstuk 7. Ontwikkeling van resultaten

Bijlage C. behorende bij artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs

Vaststelling RMC-regio’s

Regio 1. Oost-Groningen

Tabel 5. Bestemming doelgroep curatieve taakuitvoering (16-23 jaar)

Regio 4. Friesland Noord

Tabel 7. Bestemming kwetsbare overstappers

De gegevens in de witte kolommen worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio. De grijs gearceerde kolom correspondeert met de tweede kolom uit Tabel 6. Vso en pro worden hier genoemd omdat deze onder de nieuwe taakinvulling van RMC vallen. Gegevens over het uitstroomprofiel naar vervolgonderwijs vanuit vso worden reeds geleverd via de RMC-leveringen. In 2019 zullen naar verwachting ook de andere uitstroomprofielen geleverd mogen worden. Tevens krijgt RMC dan de mogelijkheid meer gegevens over dagbesteding te ontvangen. Tot dat tijdstip kunnen de gemeenten de tabel invullen met gegevens waarover zij mogen beschikken.

Samenwerking

Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.

Regio 11. Stedendriehoek

Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst, Zutphen.

Regio 1. Oost-Groningen

Bellingwedde, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde, Pekela, Oldambt, Menterwolde.

Regio 2. Noord-Groningen-Eemsmond

Appingedam, Bedum, Delfzijl, Loppersum, Winsum, Eemsmond, De Marne.

Schermer, Uitgeest.

Regio 25. West-Kennemerland

Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.

Regio 26. Zuid-Holland-Noord

Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.

Regio 27. Zuid-Holland-Oost

Alphen aan den Rijn, Bergambacht, Boskoop, Gouda, Nieuwkoop, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen, Nederlek, Ouderkerk, Rijnwoude, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk.

Regio 28. Haaglanden/Westland

Delft,’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.

Regio 29. Rijnmond

Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Dirksland, Goedereede, Hellevloetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Middelharnis, Oostflakkee, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne.

Regio 30. Zuid-Holland-Zuid

Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw Lekkerland, Oud Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht.

Regio 31. Oosterschelde Regio

Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.

Regio 32. Walcheren

Middelburg, Veere, Vlissingen.

Regio 33. Zeeuwsch-Vlaanderen

Hulst, Sluis, Terneuzen.

Regio 34. West-Brabant

Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert.

Regio 35. Midden-Brabant

Schermer, Uitgeest.

Regio 25. West-Kennemerland

Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.

Regio 26. Zuid-Holland-Noord

Bijlage D. behorende bij artikel 2.13 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017

RMC-regio Naam regio RMC-contactgemeente Bedrag per regio
1 Oost-Groningen Veendam 138.446
2 Noord-Groningen-Eemsmond Delfzijl 138.446
3 Centraal en Westelijk Groningen Groningen 316.449
4 Friesland Noord Leeuwarden 316.449
5 Zuid-West Friesland Sneek 138.446
6 De Friese Wouden Smallingerland 316.449
7 Noord- en Midden Drenthe Assen 237.337
8 Zuid-Oost Drenthe Emmen 237.337
9 Zuid-West Drenthe Hoogeveen 138.446
10 IJssel-Vecht Zwolle 632.898
11 Stedendriehoek Apeldoorn 553.786
12 Twente Enschede 791.123
13 Achterhoek Doetinchem 395.561
14 Arnhem/Nijmegen Nijmegen 791.123
15 Rivierenland Tiel 316.449
16 Eem en Vallei Amersfoort 791.123
17 Noordwest-Veluwe Harderwijk 237.337
18 Flevoland Almere 553.786
19 Utrecht Utrecht 1.300.000
20 Gooi en Vechtstreek Hilversum 316.449
21 Agglomeratie Amsterdam Amsterdam 1.800.000
22 West-Friesland Hoorn 237.337
23 Kop van Noord-Holland Den Helder 237.337
24 Noord-Kennemerland Alkmaar 316.449
25 West-Kennnemerland Haarlem 395.561
26 Zuid-Holland-Noord Leiden 553.786
27 Zuid-Holland-Oost Gouda 553.786
28 Haaglanden Den Haag 1.300.000
29 Rijnmond Rotterdam 2.300.000
30 Zuid-Holland-Zuid Dordrecht 632.898
31 Oosterschelde regio Goes 237.337
32 Walcheren Middelburg 138.446
33 Zeeuwsch-Vlaanderen Terneuzen 138.446
34 West-Brabant Breda 791.123
35 Midden-Brabant Tilburg 553.786
36 Noord-Oost-Brabant Den Bosch 791.123
37 Zuidoost-Brabant Eindhoven 791.123
38 Gewest Limburg-Noord Venlo 632.898
39 Gewest Zuid-Limburg Heerlen 791.123

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Doelgroep

Indieningsdatum

Geen Nederlandse onderwijsloopbaan

Monitoren van jongeren

Regionaal programma

RMC-regio

Verslagjaar

Taakuitvoering RMC

Basisgegevens

Cijfers

Toelichting

Tabel 3. Bestemming preventief begeleide jongeren

In tabel 6 gaat het om gegevens over ‘kwetsbare overstappers’. De gegevens die ingevuld worden in de grijs gearceerde cellen zijn te vinden in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’, die jaarlijks opgehaald kan worden door RMC in het Zakelijk Portaal van DUO. Let op: de Startset bevat alleen gegevens over jongeren in een kwetsbare positie die de overstap hebben gemaakt. U hoeft alleen deze gegevens te gebruiken om de tabel in te vullen. Om dat te doen, moet in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’ eerst de leeftijdsgroep 16-23 geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. In de witte cellen worden gegevens uit de eigen administratie van de RMC-regio gevraagd. Een voorbeeld: in november 2017 komt de Startset jongeren in een kwetsbare positie 2017-2018 beschikbaar. Deze kan in december 2018 gebruikt worden om de balans op te maken bij het invullen van de Regionale VSV-Effectrapportage 2017-2018.

Bijlage C. behorende bij artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs

Bijlage D. behorende bij artikel 2.13 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017

RMC-regio Naam regio RMC-contactgemeente Bedrag per regio
1 Oost-Groningen Veendam 138.446
2 Noord-Groningen-Eemsmond Delfzijl 138.446
3 Centraal en Westelijk Groningen Groningen 316.449
4 Friesland Noord Leeuwarden 316.449
5 Zuid-West Friesland Sneek 138.446
6 De Friese Wouden Smallingerland 316.449
7 Noord- en Midden Drenthe Assen 237.337
8 Zuid-Oost Drenthe Emmen 237.337
9 Zuid-West Drenthe Hoogeveen 138.446
10 IJssel-Vecht Zwolle 632.898
11 Stedendriehoek Apeldoorn 553.786
12 Twente Enschede 791.123
13 Achterhoek Doetinchem 395.561
14 Arnhem/Nijmegen Nijmegen 791.123
15 Rivierenland Tiel 316.449
16 Eem en Vallei Amersfoort 791.123
17 Noordwest-Veluwe Harderwijk 237.337
18 Flevoland Almere 553.786
19 Utrecht Utrecht 1.300.000
20 Gooi en Vechtstreek Hilversum 316.449
21 Agglomeratie Amsterdam Amsterdam 1.800.000
22 West-Friesland Hoorn 237.337
23 Kop van Noord-Holland Den Helder 237.337
24 Noord-Kennemerland Alkmaar 316.449
25 West-Kennnemerland Haarlem 395.561
26 Zuid-Holland-Noord Leiden 553.786
27 Zuid-Holland-Oost Gouda 553.786
28 Haaglanden Den Haag 1.300.000
29 Rijnmond Rotterdam 2.300.000
30 Zuid-Holland-Zuid Dordrecht 632.898
31 Oosterschelde regio Goes 237.337
32 Walcheren Middelburg 138.446
33 Zeeuwsch-Vlaanderen Terneuzen 138.446
34 West-Brabant Breda 791.123
35 Midden-Brabant Tilburg 553.786
36 Noord-Oost-Brabant Den Bosch 791.123
37 Zuidoost-Brabant Eindhoven 791.123
38 Gewest Limburg-Noord Venlo 632.898
39 Gewest Zuid-Limburg Heerlen 791.123

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.