← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 juni 2017, nr. WJZ/17097583, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ in restruimte laag 4 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen digitale radio-omroep DAB+ laag 4)

Geldende tekst a fecha 2017-06-30

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

§ 3. Vergunningaanvraag en zekerheidsstelling

Artikel 3
1.

Degene die voor een vergunning voor digitale radio-omroep in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in.

2.

De aanvraag wordt in de periode van 3 juli 2017 tot 14 augustus 2017 voor 16.00 uur per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

Agentschap Telecom

Ter attentie van: Projectteam uitgifte DAB+ vergunningen laag 4

Emmasingel 1

9726 AH Groningen

3.

De persoonlijke overhandiging vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 9.30 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 16.00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4.

In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal vergunningen voor digitale radio-omroep de aanvraag betrekking heeft.

5.

In de aanvraag vermeldt de aanvrager, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 11, per allotment 7A, 9D-N en 9D-Z hoeveel vergunningen voor digitale radio-omroep hij bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waar de aanvraag ingevolge het vierde lid betrekking op heeft.

6.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

7.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overigens in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

8.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

9.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

10.

De gegevens en bescheiden, bedoeld in het negende lid, mogen in afwijking van het achtste lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

11.

De aanvrager informeert de minister per aangetekende brief, die wordt geadresseerd op de in het tweede lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage I bedoelde gegevens en bescheiden.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af indien niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid.

Artikel 5
1.

Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie per vergunning voor digitale radio-omroep waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft, ter grootte van de waarde, opgenomen in tabel 1, corresponderend met het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft.

Aantal vergunningen waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft Bedrag zekerheidsstelling
1 tot en met 9 vergunningen € 10.000,– per vergunning
10 tot en met 15 vergunningen € 100.000,–
16 tot en met 20 vergunningen € 120.000,–
21 tot en met 25 vergunningen € 140.000,–
26 tot en met 31 vergunningen € 160.000,–
2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

Artikel 6
1.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 3, vierde lid tot en met achtste lid, en het tiende lid, en artikel 5, gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

De aanvrager heeft gedurende tien werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3.

De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 16.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.

Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn, en met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 5, derde lid.

4.

Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden, de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, zijn ontvangen.

5.

Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of indien na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vierde lid tot en met achtste lid, en het tiende lid, en artikel 5, gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 7

Een aanvrager verstrekt ter onderbouwing van zijn financiële draagkracht om te kunnen voldoen aan diens aan de vergunning voor digitale radio-omroep verbonden verplichtingen en de daaruit voortvloeiende investeringen:

Artikel 8

De aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 9
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.

De minister wijst de aanvraag af, indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid is voldaan.

Artikel 10
1.

Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring, overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling, dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

§ 4. Vaststelling eventuele schaarste

Artikel 11

In geval de minister ten aanzien van een bij een frequentieblok behorende allotment vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, op grond van artikel 3, vijfde lid, meer voorkeuren voor dat allotment zijn aangegeven dan er in dat allotment aan vergunningen beschikbaar zijn, worden alle vergunningen voor digitale radio-omroep met toepassing van de in paragraaf 5 van deze regeling vermelde veilingprocedure verdeeld.

Artikel 12
1.

Indien na toepassing van artikel 11 de noodzaak van veilen van een vergunning voor digitale radio-omroep is komen vast te staan, deelt de minister de aanvragers, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, schriftelijk mee dat zij als deelnemer worden toegelaten tot de veiling.

2.

Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens bekendgemaakt:

§ 5. De veiling

Artikel 13
1.

De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem, en geschiedt door middel van een simultane meerrondenveiling.

2.

Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

3.

Andere communicatie vindt plaats via het elektronisch veilingsysteem dan wel telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres bedoeld in artikel 14, onderdeel d.

4.

De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

5.

De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 14

De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

Artikel 15
1.

Een deelnemer, inbegrepen diegene die een deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat, onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

2.

De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste lid.

3.

Indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, kan de minister de betrokken deelnemer uitsluiten van verdere deelname aan de veiling en het bod of de biedingen van de betrokken deelnemer uit een of meerdere biedronden ongeldig verklaren.

4.

Onverminderd het derde lid, kan de minister, indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

Artikel 16
1.

De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 17, eindigt een biedronde zodra de door de minister vastgestelde duur van de biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als alle deelnemers, die op grond van hun beschikbare activiteitsniveau daartoe gerechtigd zijn, een bod hebben uitgebracht.

3.

In afwijking van het tweede lid, kan de minister bij het vaststellen van de duur van een biedronde, bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de biedronde niet eerder eindigt dan nadat de door hem vastgestelde duur van die biedronde is verstreken, ongeacht of alle deelnemers die op grond van hun beschikbare activiteitsniveau daartoe gerechtigd zijn eerder dan het verstrijken van de biedronde een bod hebben uitgebracht.

Artikel 17
1.

Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod uitbrengt op een of meerdere vergunningen, wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met een termijn van 30 minuten.

2.

Een verlenging als bedoeld in het eerste lid vindt in ten hoogste twee biedronden per deelnemer plaats, niet meegerekend biedronden waarvoor de minister op grond van artikel 15, vierde lid, of artikel 18, derde lid, heeft besloten dat deze opnieuw moeten worden gehouden.

3.

In de situatie dat alle actieve deelnemers een bod in de biedronde of verlengde biedronde hebben uitgebracht, bedoeld in artikel 18, derde lid, aanhef en onder a, maar een deelnemer daartoe gebruik heeft moeten maken van een verlenging, bedoeld in het eerste lid, omdat technische problemen zijn ontstaan voor het verstrijken van de biedronde, kan de minister, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, besluiten dat die verlengde biedronde overeenkomstig het tweede lid niet wordt meegerekend.

4.

Een op grond van het eerste lid verlengde biedronde is afgelopen zodra de termijn van de verlengde biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als alle deelnemers wiens biedronde is verlengd, een bod hebben uitgebracht.

5.

De minister deelt in het geval, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan alle deelnemers mee dat de biedronde ten behoeve van een of meer deelnemers is verlengd.

Artikel 18
1.

De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden. Een bijzondere omstandigheid of technisch probleem wordt door een deelnemer onverwijld maar uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde per telefoon gemeld aan de minister.

2.

Indien de technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat zijn biedingen worden uitgebracht door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

3.

Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin of waarna de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat:

Artikel 19
1.

Elke vergunning voor digitale radio-omroep komt overeen met 1 activiteitspunt.

2.

Het activiteitsniveau van een deelnemer bedraagt:

3.

In afwijking van het tweede lid bedraagt het activiteitsniveau van een deelnemer:

4.

Een deelnemer brengt in een biedronde geen bod uit:

5.

Het vierde lid, onderdeel b, is niet van toepassing in de laatste biedronde die door de minister is aangekondigd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 20
1.

Een bieding wordt uitgebracht in eenheden van honderd euro en bedraagt minimaal de voor die biedronde vastgestelde rondeprijs.

2.

Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.

3.

De rondeprijs bedraagt in de eerste biedronde € 0,– per vergunning voor digitale radio-omroep.

4.

De rondeprijs voor een vergunning voor digitale radio-omroep in de volgende biedronden is gelijk aan het in de voorgaande biedronde hoogst geboden bedrag voor die vergunning, vermeerderd met een door de minister vast te stellen bedrag.

5.

Het eerste lid is niet van toepassing op een bieding in de laatste biedronde die door de minister is aangekondigd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 21
1.

Na elke biedronde stelt de minister per vergunning voor digitale radio-omroep het hoogst geboden bedrag voor die vergunning vast als hoogste bod.

2.

Indien in een biedronde twee of meer deelnemers hetzelfde hoogste bedrag voor eenzelfde vergunning voor digitale radio-omroep hebben geboden, wordt door middel van loting met gebruikmaking van de veilingsoftware vastgesteld wie van hen wordt aangemerkt als de deelnemer die het hoogste bod in die ronde op die vergunning voor digitale radio-omroep heeft uitgebracht.

Artikel 22
1.

De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

2.

In aanvulling op het eerste lid deelt de minister elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt geen informatie over een volgende biedronde gegeven indien de biedronden op grond van artikel 23, eerste lid, definitief eindigen.

Artikel 23
1.

De laatste biedronde is:

2.

De minister kan de ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, afkondigen indien naar het redelijk oordeel van de minister het verloop van de veiling zodanig is dat de vergunningen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden verleend.

3.

De ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt door de minister minimaal tien ronden voorafgaand aan die ronde aangekondigd aan de deelnemers.

4.

Het in de ronde voorafgaande aan de laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, of, in geval de laatste ronde door de minister is aangekondigd, het in die laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, wordt aangemerkt als winnend bod voor die vergunning.

§ 6. Vergunningverlening na veiling

Artikel 24
1.

Na beëindiging van de veiling, verleent de minister telkens de betreffende vergunning voor digitale radio-omroep aan de deelnemer die ingevolge artikel 23 het winnende bod voor die vergunning voor digitale radio-omroep heeft uitgebracht. De minister deelt alle deelnemers mee aan welke deelnemers de vergunningen voor digitale radio-omroep worden verleend.

2.

De minister wijst de overige aanvragen voor de betreffende vergunning voor digitale radio-omroep af.

3.

Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan:

4.

Het door de deelnemer, aan wie de vergunning voor digitale radio-omroep op grond van het eerste lid wordt verleend, verschuldigde bedrag is gelijk aan het winnende bod, bedoeld in artikel 23, vierde lid.

5.

De deelnemer aan wie een vergunning is verleend, betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.

6.

Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het verschuldigde bedrag ingevolge het vijfde lid van de deelnemer is ontvangen, per aangetekende brief een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die deelnemer. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.

7.

Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in het vierde lid, met dien verstande dat:

8.

De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 5, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

9.

De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.

10.

De minister stort de rente, bedoeld in het achtste en negende lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 25

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 26

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ laag 4.

Bijlage I. behorend bij artikel 3, zevende lid

– Model aanvraagformulier –

Onderdeel A. Bestuurdersverklaring

Ondergetekende, bevoegd op grond van het bij deze aanvraag overgelegde uittreksel uit het handelsregister, de overgelegde statuten en/of de overgelegde volmacht, verklaart dat de informatie die in deze aanvraag is verstrekt juist en volledig is.

Naam: ....

Plaats: .....

Datum: .....

Handtekening: .....

Onderdeel B. De aanvrager

B.1. Algemeen

Bij de aanvraag wordt gevoegd:

B.2. Vertegenwoordigingsbevoegdheid

Opgave van degene(n) die bevoegd is (zijn) om de aanvrager rechtsgeldig te vertegenwoordigen in verband met deze aanvraag en alle handelingen gedurende de veilingprocedure, met opgave van eventuele beperkingen met betrekking tot die vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register, maar uit een volmacht, moet een kopie van de volmacht worden bijgevoegd.

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt uit de statuten, wordt het betrokken artikelnummer van de statuten vermeld.

b.2.1. Functionaris 1

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening: .....

b.2.2. Functionaris 2

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: ....

Handtekening .....

b.2.3. Functionaris 3

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

b.2.4. Functionaris 4

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

B.3. Statutaire en financiële positie

B.3.1 De aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

B.3.2 De aanvrager is wel/niet*ontbonden.

B.3.3 De aanvrager is wel/niet* failliet verklaard.

B.3.4 De aanvrager heeft wel/niet* eigen aangifte tot faillissement gedaan.

B.3.5 Een verzoek tot faillissement van de aanvrager is wel/niet* ingediend.

B.3.6 Aan de aanvrager is wel/geen* surseance van betaling verleend.

B.3.7 De aanvrager heeft wel/geen* aanvraag tot surseance van betaling gedaan.

*Doorhalen wat niet van toepassing is.

B.4. Verklaring notaris

Ondergetekende, notaris te .....(plaatsnaam)

Verklaart, zonder voorbehoud, dat:

Naam: .....

Plaats .....

Datum: ....

Handtekening

.....

De verklaring van de notaris mag desgewenst door middel van een bijlage worden verstrekt.

Onderdeel C. Specificatie aanvraag

C.1

Mijn aanvraag heeft betrekking op ........................... <> vergunningen voor digitale radio-omroep die blijkens het bekendmakingsbesluit worden verdeeld.

C.2

Mijn voorkeur gaat uit naar:

In onderstaande tabel vermeldt u naar welke vergunningen uw voorkeur uit gaat. Het aantal voorkeuren dat u in onderstaande tabel vermeldt is gelijk aan het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waarop uw aanvraag ingevolge onderdeel C.1 betrekking heeft. Daarbij kunt u er voor kiezen om het in onderdeel C.1 vermelde aantal vergunningen te verdelen over de verschillende allotments. In geval uw voorkeur naar slechts één allotment uit gaat, kunt u het totale in onderdeel C.1 vermelde aantal bij het desbetreffende allotment van uw voorkeur vermelden.

Bijlage II. behorend bij artikel 5, derde lid, onderdeel b

– Model bankgarantie –

I. De ondergetekende .......................................... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)*, gevestigd te ........................................, mede kantoorhoudende te ........................................, hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

II. Verbindt zich tot het navolgende:

Plaats: ..........................................................................................................................................................................

Datum: .........................................................................................................................................................................

Naam Bank en ondertekening

.....................................................................................................................................................................................

** het bedrag invullen overeenkomstig de in artikel 5 van de Regeling opgenomen tabel 1. In geval uw aanvraag betrekking heeft op maximaal 9 vergunningen, dan bedraagt de bankgarantie € 10.000 x het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waar de aanvraag betrekking op heeft. Dit betekent dat als de aanvraag betrekking heeft op één vergunning voor digitale radio-omroep de bankgarantie € 10.000 betreft, als de aanvraag op twee vergunningen betrekking heeft de bankgarantie € 20.000 betreft, etc.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 10, 11, 12, 13, 14 of 15 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 100.000.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 16, 17, 18, 19, of 20 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 120.000.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 21, 22, 23, 24 of 25 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 140.000.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 26, 27, 28, 29, 30 of 31 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 160.000.

Bijlage III. behorend bij artikel 7

– Modelverklaring inzake financiële draagkracht –

I. De ondergetekende

........................................................... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ......................................., mede kantoorhoudende te ......................................................., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

Verklaart hiermee dat

Naam aanvrager voor een vergunning __________

Gevestigd te __________

over zodanige financiële draagkracht beschikt, dat hij op de dag van ondertekening van deze verklaring een bedrag van € 15.000,– x ........................ [het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep, waar zijn aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, van de Regeling betrekking op heeft] = €................................. kan betalen.

Deze verklaring is uitsluitend bestemd voor de Staat der Nederlanden en kan daarom niet door enig ander persoon dan wel voor enig ander doel worden gebruikt.

Deze verklaring wordt verstrekt naar beste weten, onder uitsluiting van iedere aansprakelijkheid of verplichting van de bank jegens derden.

Naar waarheid ingevuld,

Bijlage IV. behorend bij artikel 10, eerste lid

Ondergetekende verklaart dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich zullen onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het doen van dergelijke gedragingen.

Naam aanvrager:

Naam ondertekenaar:

Handtekening:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.