Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Type Beleidsregel
Publication 2026-05-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

7.5. Domeinlijst II. Milieu, welzijn en infrastructuur

9.4. Domeinlijst IV. Openbaar vervoer

10. Domein V Werk, inkomen en zorg

10.1. Algemeen

11. Generieke opsporing

Het domein Generieke opsporing is de vreemde eend in de bijt. Dit is niet een domein ontstaan vanuit de inhoud, maar een soort van restcategorie bestaande uit boa’s die veelal algemene opsporingsbevoegdheid hadden. Plaatsing in het domein generieke opsporing vindt alleen dan plaats indien geen van de overige vijf toereikend is voor een adequate taakuitoefening door de boa. De Minister van Justitie en Veiligheid bepaalt door middel van deze beleidsregels welke boa's onder dit domein worden gebracht.

11.3. Bekwaamheidseis domein VI Generieke opsporing

11.4. Domeinlijst VI. Generieke opsporing

Bijlage A. Politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen

Gebruik van geweld

Vrijheidsbeperkende middelen

Wapenstok

Vuurwapen

Vuurwapen

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Regeling Toetsing Geweldbeheersing Buitengewoon opsporingsambtenaar

Bijlage C. Examenplan basisbekwaamheid

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Hoofdtaken Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Toets-vorm
I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING
1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen.
1.1 Staat, regering en zijn bestuur 1.1 Staat, regering en zijn bestuur T
1.2 Provincies en gemeenten 1.2 Provincies en gemeenten T
1.3 Centrale wetgeving 1.3 Centrale wetgeving T
1.4 Decentrale wetgeving 1.4 Decentrale wetgeving T
1.5 Strafrecht algemeen 1.5 Strafrecht algemeen T
2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader.
2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering 2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering T
2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar 2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar T
2.3 Samenwerking met de politie 2.3 Samenwerking met de politie T
2.4 Opsporen van strafbare feiten 2.4 Opsporen van strafbare feiten T
3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften 3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften T
3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven 3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven T
II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN
4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten.
4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen 4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen T
4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte 4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte T
4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht 4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht T
5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is.
5.1 Legaliteitsbeginsel 5.1 Legaliteitsbeginsel T
5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet 5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet T
5.3 Een feit als strafbaar feit 5.3 Een feit als strafbaar feit T
5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf 5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf T
5.5 Deelnemen aan strafbare feiten 5.5 Deelnemen aan strafbare feiten T
5.6 Samenloop van strafbare feiten 5.6 Samenloop van strafbare feiten T
5.7 Jeugdige personen 5.7 Jeugdige personen T
6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen.
6.1 De verdachte 6.1 De verdachte T
6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden 6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden T
6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid 6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid T
6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit 6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit T
6.5 In beslag nemen van voorwerpen 6.5 In beslag nemen van voorwerpen T
6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen 6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen T
III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN
7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
7.1 Functie van het proces-verbaal 7.1 Functie van het proces-verbaal T
7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal 7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal T
7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting 7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting P
8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan.
8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie 8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie T
8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad 8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad T
8.3. De organisatie van de rechtspraak 8.3. De organisatie van de rechtspraak T
8.4. De rechterlijke beslissing 8.4. De rechterlijke beslissing T
9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie – Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie P
10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren – Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren P

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Bijlage D. Examenplan Openbare ruimte

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht T
1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa
1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen
2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving T
2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV
2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994
2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit
2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen
2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet
2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet
2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer
2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer
2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten
2.12 Waterwet 2.12 Waterwet 2.12 Waterwet
2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming
2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet
2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten P
Treedt op bij incidenten en calamiteiten Treedt op bij incidenten en calamiteiten
– Verleent hulp – Verleent hulp
Voert dienstverlenende werkzaamheden uit* Voert dienstverlenende werkzaamheden uit*
– Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage. – Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage.

Bijlage C. Examenplan basisbekwaamheid

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Hoofdtaken Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Toets-vorm
I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING
1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen.
1.1 Staat, regering en zijn bestuur 1.1 Staat, regering en zijn bestuur T
1.2 Provincies en gemeenten 1.2 Provincies en gemeenten T
1.3 Centrale wetgeving 1.3 Centrale wetgeving T
1.4 Decentrale wetgeving 1.4 Decentrale wetgeving T
1.5 Strafrecht algemeen 1.5 Strafrecht algemeen T
2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader.
2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering 2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering T
2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar 2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar T
2.3 Samenwerking met de politie 2.3 Samenwerking met de politie T
2.4 Opsporen van strafbare feiten 2.4 Opsporen van strafbare feiten T
3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften 3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften T
3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven 3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven T
II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN
4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten.
4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen 4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen T
4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte 4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte T
4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht 4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht T
5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is.
5.1 Legaliteitsbeginsel 5.1 Legaliteitsbeginsel T
5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet 5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet T
5.3 Een feit als strafbaar feit 5.3 Een feit als strafbaar feit T
5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf 5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf T
5.5 Deelnemen aan strafbare feiten 5.5 Deelnemen aan strafbare feiten T
5.6 Samenloop van strafbare feiten 5.6 Samenloop van strafbare feiten T
5.7 Jeugdige personen 5.7 Jeugdige personen T
6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen.
6.1 De verdachte 6.1 De verdachte T
6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden 6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden T
6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid 6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid T
6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit 6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit T
6.5 In beslag nemen van voorwerpen 6.5 In beslag nemen van voorwerpen T
6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen 6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen T
III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN
7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
7.1 Functie van het proces-verbaal 7.1 Functie van het proces-verbaal T
7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal 7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal T
7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting 7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting P
8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan.
8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie 8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie T
8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad 8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad T
8.3. De organisatie van de rechtspraak 8.3. De organisatie van de rechtspraak T
8.4. De rechterlijke beslissing 8.4. De rechterlijke beslissing T
9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie – Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie P
10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren – Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren P

Bijlage D. Examenplan Openbare ruimte

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht T
1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa
1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen
2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving T
2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV
2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994
2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit
2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen
2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet
2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet
2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer
2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer
2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten
2.12 Waterwet 2.12 Waterwet 2.12 Waterwet
2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming
2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet
2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten P
Treedt op bij incidenten en calamiteiten Treedt op bij incidenten en calamiteiten
– Verleent hulp – Verleent hulp
Voert dienstverlenende werkzaamheden uit* Voert dienstverlenende werkzaamheden uit*
– Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage. – Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage.

Bijlage E. Examenplan Milieu, welzijn en infrastructuur

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) T
1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen
1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv
1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO
1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners
1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten
1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht
1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf
1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit
1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten
1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen
1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor)
1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen
1.13 Verhoor 1.13 Verhoor 1.13 Verhoor
1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal
1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen
2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) T
2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor
2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten
2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen
2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten
2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid Ziet toe op orde en veiligheid
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen P

T= Theorietoets

Semi-permanente ontheffing

De termijn waarbinnen na de uitdiensttreding uit de executieve functie de aanvraag om te worden aangesteld als boa moet worden ingediend, is vijf jaar. Deze éénmalige en maximaal vijf jaar geldende ontheffing wordt geacht te zijn ingegaan op de dag waarop de aanvrager uit de executieve dienst is getreden.

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.

Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.

Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.

Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)

De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...

Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen

op elk moment opgezegd worden.

Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)

Plaats en datum

Partij I partij II
Naam werkgever naam werkgever

Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.

Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.

Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.

Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)

De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...

Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen

op elk moment opgezegd worden.

Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)

Plaats en datum

Partij I partij II
Naam werkgever naam werkgever

Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders

Beperkte opsporingsbevoegdheden

Aanvulling Domein 1

Bijlage K. Klachtafhandeling

A. Aanvraag categoriale aanwijzing

Indien de boa niet in dienst is van een bestuursorgaan, maar van een privaatrechtelijke organisatie (bijvoorbeeld de Stichting Landelijke Inspectie Dierenbescherming of de Vereniging Natuurmonumenten), dan rekent de Nationale ombudsman de gedragingen van de boa toe aan de Minister van Justitie en Veiligheid en derhalve acht hij zich bevoegd. Dit geldt ook voor klachten over de wijze waarop de privaatrechtelijke organisatie de klacht heeft behandeld. Deze toerekening is bedoeld als grondslag voor het indienen van een klacht bij de Nationale ombudsman. Dit is immers formeel alleen mogelijk voor gedragingen van bestuursorganen. De Minister van Justitie en Veiligheid krijgt door de toerekening van de gedragingen geen (vertegenwoordigende) rol in de klachtprocedure. De Nationale ombudsman kan zich, na ontvangst van de klacht door de minister, rechtstreeks richten tot de particuliere organisatie waar de boa in dienst is. Deze organisatie blijft verantwoordelijk voor de klachtafhandeling.

Documenten bij aanvraag

*Voor een stage dient een stage-overeenkomst te worden overlegd. Voor inhuur dient een overeenkomst met de uitlenende partij te worden overlegd.

In het BBO zijn regels gegeven over onder andere het toezicht op boa's. Voor het dagelijks functioneren van de boa is de werkgever verantwoordelijk. De toezichthouder ziet er op toe dat de boa zijn taak bij de opsporing van strafbare feiten naar behoren vervult en op een juiste wijze gebruik maakt van zijn bevoegdheden. De direct toezichthouder oefent het dagelijks toezicht uit op de juiste uitoefening van de bevoegdheden.

In Domein 1 (Openbare Ruimte) geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek. Als bewijs van deze toetsing, dient zo mogelijk het verslag van het overleg in de lokale driehoek met de aanvraag te worden meegezonden.

De adviesformats voor de (direct) toezichthouders en aanvraagformulieren voor de boa-werkgevers zijn te vinden op de website van Justis (www.justis.nl) onder BOA/documenten.

Artikel 42 van het BBO schrijft voor dat de werkgever van een boa terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een boa betreffende de uitoefening van zijn bevoegdheden als boa aan de toezichthouder en direct toezichthouder stuurt. Het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van de bevoegdheden wordt in acht genomen door de werkgever bij de afhandeling van de klacht.

Inleiding

Het is van belang dat de werkgever van een boa beschikt over een klachtenregeling en -procedure die een behoorlijke behandeling van klachten over boa’s mogelijk maken, en dat hij op een adequate wijze informatie verstrekt over het indienen van een klacht.

Registratie en rapportage

Overigens zijn er ook andere instanties waar een klacht kan worden ingediend over de wijze waarop een privaatrechtelijke organisatie een klacht over haar boa heeft behandeld, bijvoorbeeld bij de OV-Ombudsman waar het gaat om boa’s van openbaarvervoerbedrijven.

Klachtenprocedure

Indien de boa niet in dienst is van een bestuursorgaan, maar van een privaatrechtelijke organisatie (bijvoorbeeld de Stichting Landelijke Inspectie Dierenbescherming of de Vereniging Natuurmonumenten), dan rekent de Nationale ombudsman de gedragingen van de boa toe aan de Minister van Justitie en Veiligheid en derhalve acht hij zich bevoegd. Dit geldt ook voor klachten over de wijze waarop de privaatrechtelijke organisatie de klacht heeft behandeld. Deze toerekening is bedoeld als grondslag voor het indienen van een klacht bij de Nationale ombudsman. Dit is immers formeel alleen mogelijk voor gedragingen van bestuursorganen. De Minister van Justitie en Veiligheid krijgt door de toerekening van de gedragingen geen (vertegenwoordigende) rol in de klachtprocedure. De Nationale ombudsman kan zich, na ontvangst van de klacht door de minister, rechtstreeks richten tot de particuliere organisatie waar de boa in dienst is. Deze organisatie blijft verantwoordelijk voor de klachtafhandeling.

Bijlage L

Vervallen

Klachtenprocedure

In hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de procedure beschreven die moet worden gevolgd bij het indienen van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan. Voorts bevat dit hoofdstuk regels over het indienen van een klacht bij een ombudsman.

De Awb-klachtenprocedure vindt plaats voorafgaand aan een eventuele procedure bij de Nationale ombudsman. Deze is niet verplicht een klacht in behandeling te nemen, als de klager niet eerst een klacht heeft ingediend bij het verantwoordelijke bestuursorgaan. Klachten die betrekking hebben op de wijze van klachtbehandeling door het bestuursorgaan hoeven niet eerst bij het bestuursorgaan te worden ingediend.

Ten aanzien van de routering van de klachten gelden de volgende uitgangspunten. De direct toezichthouder maakt, eventueel na overleg met de toezichthouder, de afweging of een oordeel van de direct toezichthouder of toezichthouder over de klacht gewenst is. Bejegeningsklachten worden afgedaan door de werkgever in overleg met de direct toezichthouder. Indien de klacht anderszins valt onder het dagelijks toezicht op de juiste uitoefening van bevoegdheden van de boa doet de direct toezichthouder de klacht af. De toezichthouder geeft een oordeel als de klacht de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van de bevoegdheden als boa raakt. Bij de uitoefening van bevoegdheden als boa gaat het om de uitoefening van bevoegdheden in het kader van de opsporing van strafbare feiten, dat wil zeggen de feiten tot de opsporing waarvoor een boa beëdigd is. Verder is het aan de toezichthouder om te beslissen over de vraag of het opportuun is om tot vervolging over te gaan.

Taak boa Domein I (Openbare ruimte)

Als er een klacht wordt ingediend over een boa, moet bij de behandeling van de klacht ook rekening worden gehouden met artikel 42 BBO. Indien een klacht betrekking heeft op de uitoefening van bevoegdheden als boa, dan verplicht artikel 42, eerste lid, BBO de werkgever om direct een afschrift van de klacht aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te zenden.

Resultaat van de klachtbehandeling

Bij de bevoegdheden kan onder meer worden gedacht aan de bevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en de eventuele toegekende bevoegdheid tot het gebruik van (een) geweldmiddel(en).

Registratie en rapportage

Op grond van artikel 9:12a van de Awb moeten schriftelijke klachten worden geregistreerd en jaarlijks geanonimiseerd worden gepubliceerd. Het verdient aanbeveling dat werkgevers aan wie ingevolge artikel 142, eerste lid, onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering een categoriale beschikking is verleend, de informatie over de afhandeling van klachten opnemen in het door hen op te stellen jaarverslag.

Gevolgen voor de boa

De hiervoor omschreven klachtenprocedure is primair gericht op het functioneren van het bestuursorgaan. Indien wordt geoordeeld dat een klacht gegrond is, dan kan dat gevolgen hebben voor de betrokken boa. De disciplinaire c.q. tuchtrechtelijke weg die kan worden gevolgd valt buiten de reguliere klachtenprocedure en wordt in deze beleidsregels buiten beschouwing gelaten.

Op grond van artikel 9:12a van de Awb moeten schriftelijke klachten worden geregistreerd en jaarlijks geanonimiseerd worden gepubliceerd. Het verdient aanbeveling dat werkgevers aan wie ingevolge artikel 142, eerste lid, onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering een categoriale beschikking is verleend, de informatie over de afhandeling van klachten opnemen in het door hen op te stellen jaarverslag.

Bijlage L

Vervallen

Uitschuifbare wapenstok

Surveillancehond

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Bijlage C. Examenplan basisbekwaamheid

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Hoofdtaken Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Toets-vorm
I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING
1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen.
1.1 Staat, regering en zijn bestuur 1.1 Staat, regering en zijn bestuur T
1.2 Provincies en gemeenten 1.2 Provincies en gemeenten T
1.3 Centrale wetgeving 1.3 Centrale wetgeving T
1.4 Decentrale wetgeving 1.4 Decentrale wetgeving T
1.5 Strafrecht algemeen 1.5 Strafrecht algemeen T
2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader.
2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering 2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering T
2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar 2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar T
2.3 Samenwerking met de politie 2.3 Samenwerking met de politie T
2.4 Opsporen van strafbare feiten 2.4 Opsporen van strafbare feiten T
3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften 3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften T
3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven 3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven T
II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN
4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten.
4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen 4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen T
4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte 4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte T
4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht 4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht T
5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is.
5.1 Legaliteitsbeginsel 5.1 Legaliteitsbeginsel T
5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet 5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet T
5.3 Een feit als strafbaar feit 5.3 Een feit als strafbaar feit T
5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf 5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf T
5.5 Deelnemen aan strafbare feiten 5.5 Deelnemen aan strafbare feiten T
5.6 Samenloop van strafbare feiten 5.6 Samenloop van strafbare feiten T
5.7 Jeugdige personen 5.7 Jeugdige personen T
6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen.
6.1 De verdachte 6.1 De verdachte T
6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden 6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden T
6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid 6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid T
6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit 6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit T
6.5 In beslag nemen van voorwerpen 6.5 In beslag nemen van voorwerpen T
6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen 6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen T
III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN
7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
7.1 Functie van het proces-verbaal 7.1 Functie van het proces-verbaal T
7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal 7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal T
7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting 7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting P
8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan.
8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie 8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie T
8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad 8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad T
8.3. De organisatie van de rechtspraak 8.3. De organisatie van de rechtspraak T
8.4. De rechterlijke beslissing 8.4. De rechterlijke beslissing T
9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie – Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie P
10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren – Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren P

1. Examenplan boa basisbekwaamheid OV

Semi-permanente ontheffing

Daarnaast kan ontheffing van de basisbekwaamheidseis, dit geldt niet voor de aanvullende eisen (PHB) die gesteld worden binnen het boa domein, worden verleend aan politieambtenaren of opsporingsambtenaren van de Koninklijke Marechaussee die naast hun functie de functie van boa als nevenfunctie hebben, doch die langer dan vijf jaren geleden het betreffende diploma hebben behaald. Voor deze ontheffing wordt als voorwaarde gesteld dat de betrokkene in executieve dienst werkzaam is bij de politie of de status van opsporingsambtenaar heeft bij de Koninklijke Marechaussee. Bovenstaande geldt ook voor politieambtenaren of opsporingsambtenaren van de Koninklijke Marechaussee die vanuit hun functie worden gedetacheerd als boa.

Voor toekenning van deze ontheffing moet voldaan zijn aan de onderstaande voorwaarden.

Bijlage J. Aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid

Documenten bij aanvraag

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.

Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.

Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.

Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)

De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...

Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen

op elk moment opgezegd worden.

Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)

Plaats en datum

Partij I partij II
Naam werkgever naam werkgever

Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders

In Domein 1 (Openbare Ruimte) geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek. Als bewijs van deze toetsing, dient zo mogelijk het verslag van het overleg in de lokale driehoek met de aanvraag te worden meegezonden.

Rol van de toezichthouder

Op grond van artikel 42, tweede lid, van het BBO moet de werkgever bij de afhandeling van de klacht het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van bevoegdheden in acht nemen. Deze bepaling betekent in het licht van hoofdstuk 9 van de Awb dat de werkgever dit oordeel moet laten meewegen bij zijn uiteindelijke oordeel over de klacht.

Resultaat van de klachtbehandeling

Artikel 42 van het BBO schrijft voor dat de werkgever van een boa terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een boa betreffende de uitoefening van zijn bevoegdheden als boa aan de toezichthouder en direct toezichthouder stuurt. Het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van de bevoegdheden wordt in acht genomen door de werkgever bij de afhandeling van de klacht.

Het begrip 'Bestuursorgaan'

Een gedraging van een boa wordt opgevat als een gedraging van het bestuursorgaan waaronder de boa ressorteert. Klachten over een boa kunnen worden ingediend bij de Nationale ombudsman, ook indien de ambtenaar in dienst is van een gemeente die een eigen ombudsvoorziening heeft (artikel 1a, eerste lid, onder d van de Wet Nationale ombudsman).

Gevolgen voor de boa

Overigens zijn er ook andere instanties waar een klacht kan worden ingediend over de wijze waarop een privaatrechtelijke organisatie een klacht over haar boa heeft behandeld, bijvoorbeeld bij de OV-Ombudsman waar het gaat om boa’s van openbaarvervoerbedrijven.

Bijlage L. Handelingsperspectief gevaarzetting

Inleiding

In het BBO zijn regels gegeven over onder andere het toezicht op boa's. Voor het dagelijks functioneren van de boa is de werkgever verantwoordelijk. De toezichthouder ziet er op toe dat de boa zijn taak bij de opsporing van strafbare feiten naar behoren vervult en op een juiste wijze gebruik maakt van zijn bevoegdheden. De direct toezichthouder oefent het dagelijks toezicht uit op de juiste uitoefening van de bevoegdheden.

Taak boa Domein I (Openbare ruimte)

Ten aanzien van de routering van de klachten gelden de volgende uitgangspunten. De direct toezichthouder maakt, eventueel na overleg met de toezichthouder, de afweging of een oordeel van de direct toezichthouder of toezichthouder over de klacht gewenst is. Bejegeningsklachten worden afgedaan door de werkgever in overleg met de direct toezichthouder. Indien de klacht anderszins valt onder het dagelijks toezicht op de juiste uitoefening van bevoegdheden van de boa doet de direct toezichthouder de klacht af. De toezichthouder geeft een oordeel als de klacht de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van de bevoegdheden als boa raakt. Bij de uitoefening van bevoegdheden als boa gaat het om de uitoefening van bevoegdheden in het kader van de opsporing van strafbare feiten, dat wil zeggen de feiten tot de opsporing waarvoor een boa beëdigd is. Verder is het aan de toezichthouder om te beslissen over de vraag of het opportuun is om tot vervolging over te gaan.

Gevaarzetting en handhaving van de openbare orde

Op grond van artikel 42, tweede lid, van het BBO moet de werkgever bij de afhandeling van de klacht het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van bevoegdheden in acht nemen. Deze bepaling betekent in het licht van hoofdstuk 9 van de Awb dat de werkgever dit oordeel moet laten meewegen bij zijn uiteindelijke oordeel over de klacht.

Resultaat van de klachtbehandeling

Nadat een klacht is behandeld ingevolge de regels die de Awb stelt, wordt het oordeel van de toezichthouder, over de wijze waarop de boa en daarmee het bestuursorgaan zich heeft gedragen, betrokken in de afweging tot de uiteindelijke besluitvorming door het bevoegd gezag. Het oordeel van de toezichthouder heeft geen bindend karakter. Tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan kan geen beroep worden ingesteld. De klager ontvangt altijd schriftelijk bericht over de wijze waarop zijn klacht is afgedaan. Als de klacht gegrond wordt geacht, dan verdient het aanbeveling om in de afdoeningsbrief ook in te gaan op eventuele maatregelen die naar aanleiding van de gegrondheid van de klacht worden genomen. In de afdoeningsbrief wordt de klager, onafhankelijk of de klacht al dan niet gegrond wordt geacht, gewezen op de mogelijkheid om binnen een jaar na ontvangst van de afdoeningsbrief een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman.

Registratie en rapportage

Hieronder is een richtinggevend handelingsperspectief in de vorm van een escalatieladder opgenomen.

6.2. Verkeershandhaving

6.5. Domeinlijst I. Openbare ruimte

7.5. Domeinlijst II. Milieu, welzijn en infrastructuur

10.2. Bekwaamheidseis Domein V Werk, inkomen en zorg

10.3. Domeinlijst V. Werk, inkomen en zorg

11.1. Algemeen

11.2. Politieboa’s

11.3. Bekwaamheidseis domein VI Generieke opsporing

11.3. Bekwaamheidseis domein VI Generieke opsporing

Bijlage A. Politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen

Vrijheidsbeperkende middelen

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Bijlage D. Examenplan Openbare ruimte

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht T
1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa
1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen
2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving T
2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV
2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994
2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit
2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen
2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet
2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet
2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer
2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer
2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten
2.12 Waterwet 2.12 Waterwet 2.12 Waterwet
2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming
2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet
2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten P
Treedt op bij incidenten en calamiteiten Treedt op bij incidenten en calamiteiten
– Verleent hulp – Verleent hulp
Voert dienstverlenende werkzaamheden uit* Voert dienstverlenende werkzaamheden uit*
– Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage. – Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage.

Bijlage H. Ontheffing bekwaamheidseis

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)