← Geldende tekst · Geschiedenis

Inkomstenregeling militairen

Geldende tekst a fecha 2019-05-02

Gelet op het Inkomstenbesluit militairen (IBM);

Besluit:

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1a. Commandant

Onder commandant, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het besluit, wordt verstaan de functionaris genoemd in de Regeling aanwijzing commandanten defensie, ieder voor de onder hem ressorterende militairen.

Artikel 2. Betaling van inkomsten
1.

Onverminderd het tweede en het derde lid geschiedt de betaling van de inkomsten maandelijks door overschrijving naar een bankrekening van de militair.

2.

De betaling van de vakantie-uitkering geschiedt jaarlijks in de maand mei met betrekking tot het daaraan voorafgaande tijdvak van juni van het voorgaande jaar tot en met mei van het lopende jaar. Indien de aanspraak op de vakantie-uitkering in de loop van dat tijdvak komt te vervallen, geschiedt de betaling tussentijds.

3.

De betaling van de eindejaarsuitkering geschiedt jaarlijks in de maand november met betrekking tot het tijdvak van december van het voorgaande jaar tot en met november van het lopende jaar. Indien de aanspraak op de eindejaarsuitkering in de loop van dat tijdvak komt te vervallen, geschiedt de betaling tussentijds.

4.

In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat de inkomsten van de militair, bedoeld in artikel 19 of 21 van het besluit, aan anderen dan aan die militair worden betaald.

Hoofdstuk 2. Salaris, bindingspremie en beloningen

Artikel 3. Bezoldiging reservepersoneel
1.

De bezoldiging van de militair aangesteld bij het reservepersoneel in werkelijke dienst bedraagt per feitelijk gewerkt uur 1/165e van de maandbezoldiging.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een gedeelte van een uur berekend per minuut en het aantal uren gemaximeerd tot 165 uur per maand.

Artikel 4. Bindingspremie
1.

De bindingspremie, bedoeld in artikel 12 van het besluit, heeft een tijdelijk karakter en wordt voor een periode van ten hoogste vijf jaar toegekend. De aanspraak op de premie ontstaat eerst na afloop van de periode waarvoor de bindingspremie is toegekend.

2.

Met inachtneming van het eerste lid kan bij wijze van voorschot voor ten hoogste 60% van de in het jaar van toekenning geldende bezoldiging worden uitbetaald met dien verstande dat nooit meer kan worden uitbetaald dan de totale bindingspremie.

3.

Het is toegestaan na ommekomst van de bindingsperiode opnieuw een bindingspremie toe te kennen.

4.

Bindingspremies worden niet toegekend aan militairen op wie reeds een maatregel met een bindende werking van toepassing is.

5.

Over de periode waarvoor de bindingspremie is toegekend, bedraagt de premie gemiddeld jaarlijks maximaal 30% van de in het betreffende jaar genoten bezoldiging. Indien een bindingspremie wordt toegekend over een periode langer dan één jaar, dan kunnen over de onderscheidenlijke jaren afwijkende opbouwende percentages per jaar worden toegekend.

6.

Uitbetaling van de premie vindt plaats binnen twee maanden nadat de militair de in het eerste lid bedoelde periode heeft voltooid.

7.

Indien binnen de periode waarvoor de bindingspremie is toegekend ontslag wordt verleend, betaalt de militair de vooraf betaalde premiebedragen terug.

8.

Indien de billijkheid dat vordert kan de commandant operationeel commando gehele of gedeeltelijke ontheffing van de terugbetalingsverplichting vaststellen. Hiervan is in elk geval sprake indien het ontslag het gevolg is van omstandigheden die niet aan de militair te wijten zijn.

Artikel 5. Beloningen
1.

De totale waarde van één of meer van de beloningen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het besluit, bedraagt maximaal 20% van de tot een jaarbedrag herleide bezoldiging in de maand van toekenning. Bij de berekening van de totale waarde van de beloningen wordt geen rekening gehouden met de verschuldigde loonheffing en inhoudingen, bedoeld in het tweede lid.

2.

De in voorkomend geval over één of meer van de beloningen verschuldigde loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, komen voor rekening van Defensie.

Artikel 5a. Samenloop functioneringstoelage, bindingspremie en beloningen

Bij toekenning van een aanspraak op een functioneringstoelage, als bedoeld in artikel 12a van het besluit, een bindingspremie, als bedoeld in artikel 12 van het besluit, of een beloning, als bedoeld in artikel 13 van het besluit, bedraagt de totale waarde van die aanspraken, gerekend over de voorafgaande 12 maanden, maximaal 40% van de tot een jaarbedrag herleide bezoldiging in de maand van de toekenning.

Artikel 6

(vervallen)

Hoofdstuk 3. Toelagen voor risico’s, inconveniënten en functiegebonden werkzaamheden

Artikel 7. Toelage officieren-medische specialist
1.

De officier-medisch specialist die de verplichting op zich heeft genomen om in zijn hoedanigheid van medisch specialist geen werkzaamheden tegen enigerlei vergoeding of beloning te (doen) verrichten gedurende de voor hem geldende werktijden dan die welke voortvloeien uit zijn militaire betrekking of waartoe de Minister opdracht of machtiging heeft verleend, heeft aanspraak op een toelage. Met betrekking tot vorenbedoelde verplichting worden nadere regels vastgesteld.

2.

De Minister kan bepalen dat de officier-medisch specialist die gedurende de voor hem geldende werktijden werkzaamheden verricht waartoe hij opdracht of machtiging heeft verleend als bedoeld in het eerste lid, geen aanspraak heeft op de toelage.

3.

De officier-arts, -tandarts of -apotheker die de verplichting op zich heeft genomen om in zijn hoedanigheid van arts, tandarts of apotheker geen werkzaamheden tegen enigerlei vergoeding of beloning te (doen) verrichten dan die welke voortvloeien uit zijn militaire betrekking of waartoe het hoofd defensieonderdeel opdracht of machtiging heeft verleend, heeft aanspraak op een toelage. Met betrekking tot vorenbedoelde verplichting worden nadere regels vastgesteld.

4.

Het hoofd defensieonderdeel kan bepalen dat de officier-arts, -tandarts of -apotheker die werkzaamheden verricht waartoe hij opdracht of machtiging heeft verleend als bedoeld in het derde lid, geen aanspraak heeft op de toelage.

5.

Indien de officier-medisch specialist, arts, -tandarts of -apotheker naar het oordeel van de Minister de verplichting, bedoeld in het eerste of derde lid, niet nakomt, vervalt diens aanspraak op de toelage met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij voor de eerste maal in strijd met die verplichting heeft gehandeld.

6.

Het bedrag van de toelage officieren-medisch specialist wordt vastgesteld met toepassing van tabel 8A, waarbij hij tevens aanspraak heeft op de toelage officieren-arts, -tandarts en -apotheker. Het bedrag van de toelage officieren-arts, -tandarts en -apotheker wordt vastgesteld met toepassing van tabel 8C.

7.

De officier-arts, -tandarts of -apotheker en de officier-medisch specialist die op 31 december 2001 aanspraak hebben op een toelage officieren-arts, -tandarts en -apotheker ingevolge tabel 8B, hebben met ingang van de datum waarop de vaststelling van de toelage ingevolge tabel 8B leidt tot een lager bedrag dan bij toepassing van tabel 8C, aanspraak op ingevolge deze laatste tabel vastgestelde toelage officieren-arts, -tandarts en -apotheker.

8.

Naar het oordeel van de Minister kan aan de officier-medisch specialist, die ten minste 10 jaar functioneert in de hoedanigheid van medisch specialist, een aanvullende toelage van € 875,96 per maand worden toegekend.

Artikel 7a. Toelage Huis van Zijne Majesteit de Koning

De militair, die een in tabel 5 genoemde functie vervult bij het Huis van Zijne Majesteit de Koning, heeft voor de duur van de functievervulling aanspraak op een toelage ten bedrage van 10% van zijn bezoldiging.

Artikel 8. Toelage militaire bijstand
1.

De militair die op grond van artikel 57 of 58 van de Politiewet 2012 wordt ingezet voor het verlenen van bijstand en die zijn daaruit voortvloeiende diensten of werkzaamheden verricht in samenwerking met of ter ondersteuning van de politie, heeft voor elk uur dat hij bijstand verleent aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag is opgenomen in tabel 9.

2.

Op de toelage, bestaat aanspraak over ten hoogste zestien dagen per maand. Het tijdvak waarover de aanspraak wordt berekend, vangt aan en eindigt op het tijdstip van vertrek, onderscheidenlijk terugkeer op de plaats van tewerkstelling van de militair. Bij de vaststelling van het aantal uren waarover aanspraak op de toelage bestaat, wordt een gedeelte van een uur aangemerkt als een vol uur.

Artikel 9. Brevettoelage

De militair van de Koninklijke marine met een lagere rang dan die van luitenant ter zee der derde klasse die behoort tot het dienstvak muzikant, lid is van de marinierskapel der Koninklijke marine en die in het bezit is van een of meer brevetten eerste partij of solistenpartij, heeft voor elk genoemd brevet aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag is opgenomen in tabel 10.

Artikel 10. Vliegtoelage
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt de luchtvarende door de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando ingedeeld in een van de volgende categorieën:

2.

De luchtvarende die:

en die daadwerkelijk inzetbaar is in een van de in het eerste lid genoemde functies hetgeen blijkt uit het voldoen aan de ter zake vastgestelde vaardigheidseisen alsmede het vliegmedisch goedgekeurd zijn, heeft aanspraak op een vliegtoelage.

3.

Een overzicht van de functies als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is opgenomen in tabel 2.

4.

De in het tweede lid genoemde vliegtoelage wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor opgenomen in tabel 12, volgens de voor hem geldende categorie en het totaal van het aantal jaren dat hij aanspraak heeft gemaakt op een vliegtoelage.

5.

Als de ontwikkeling in de vaardigheden als luchtvarende daartoe aanleiding geeft, kan de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando voor de toepassing van tabel 12 extra jaren toekennen, dan wel de jaarlijkse vermeerdering van het aantal jaren achterwege laten.

6.

De aanspraak op de vliegtoelage gaat in op de eerste dag van de maand waarin de luchtvarende voldoet aan de in het tweede lid genoemde eisen.

7.

De aanspraak op de vliegtoelage eindigt met ingang van:

Artikel 11. Garantievliegtoelage
1.

De luchtvarende die de aanspraak op een vliegtoelage verliest, heeft aansluitend aanspraak op een garantievliegtoelage. De aanspraak op een garantievliegtoelage eindigt met ingang van de dag waarop de luchtvarende:

2.

Voor de luchtvarende, waarbij de periode tussen het moment dat hij voor de eerste maal aanspraak kreeg op vliegtoelage en het moment waarop zijn aanspraak op vliegtoelage voor de laatste maal eindigde, korter is dan 13 jaren, bedraagt de garantievliegtoelage per maand:

3.

Voor de luchtvarende:

bedraagt de garantievliegtoelage per maand:

4.

De onder 2° in het vorige lid bedoelde garantievliegtoelage wordt periodiek bijgesteld aan de hand van de generieke salarisontwikkeling.

5.

Indien gelijktijdig aanspraak bestaat op een vliegtoelage, één of meer garantievliegtoelagen of een combinatie daarvan, wordt de hoogste toelage toegekend.

6.

In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid, wordt een onafgebroken periode van een jaar of langer waarin de militair geen aanspraak heeft op salaris, niet meegerekend voor de opbouw van de garantievliegtoelage.

Artikel 12. Vlieggeld
1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

De militair die geen aanspraak heeft op een vliegtoelage en die in opdracht van de commandant tijdens een dienstvlucht werkzaamheden in de lucht verricht of op grond van een vluchtopdracht activiteiten verricht, heeft aanspraak op vlieggeld.

3.

Het vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 0,85.

4.

De militair die anders dan als passagier een dienstvlucht maakt onder naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel bijzondere omstandigheden, heeft – naast de aanspraken op grond van het tweede lid – aanspraak op bijzonder vlieggeld.

5.

Het bijzonder vlieggeld waarop per uur aanspraak bestaat, wordt vastgesteld door het basisbedrag, opgenomen in tabel 11, te vermenigvuldigen met een waarderingsfactor van 1,2.

6.

Het vlieggeld en het bijzonder vlieggeld waarop de militair aanspraak heeft, worden vastgesteld per maand, waarbij de totale tijdsduur van de dienstvluchten naar boven wordt afgerond op een vol kwartier.

7.

De maximumbedragen die per kwartaal aan vlieggeld en bijzonder vlieggeld mogen worden genoten, zijn opgenomen in tabel 13.

8.

Het hoofd defensieonderdeel kan maxima stellen aan het aantal vlieguren dat wordt vergolden met vlieggeld of bijzonder vlieggeld.

9.

De militair die aanspraak heeft op een garantievliegtoelage, heeft aanspraak op vlieggeld voor zover dat het bedrag van de garantievliegtoelage waarop hij over dezelfde maand aanspraak heeft, te boven gaat.

Artikel 13. Ontberingstoelage
1.

In dit artikel wordt verstaan onder militaire oefening: een als zodanig door de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando aangemerkte aaneenschakeling van activiteiten waarmee situaties van operationele inzet worden nagebootst waarbij theoretisch onderwezen bekwaamheden in praktijk worden gebracht teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken of andere vormen van operationele inzet te verwerven, te vergroten of te onderhouden; daarbij zal in de regel sprake zijn van lange of onregelmatige werktijden en permanente beschikbaarheid ten behoeve van de dienst.

2.

De militair die voor een tijdvak van langere duur dan veertien achtereenvolgende dagen deelneemt aan een militaire oefening in polair gebied onder feitelijk bezwarende arctische omstandigheden of in tropisch regenwoud onder feitelijk bezwarende tropische omstandigheden, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag is opgenomen in tabel 9.

Artikel 13a. Aanstellingspremie
1.

De militair die behoort tot een van de categorieën personeel genoemd in tabel 13a bij deze regeling heeft aanspraak op een aanstellingspremie.

2.

De aanstellingspremie bedraagt het in tabel 13a bij deze regeling voor de betreffende categorie personeel vastgestelde bedrag per jaar voor de duur van de periode dat de verplichting bestaat om deel uit te maken van het beroepspersoneel.

3.

Indien de militair gedurende de in het tweede lid genoemde periode wordt bestemd voor een functie of categorie van functies waardoor hij niet langer behoort tot de in tabel 13a genoemde categorieën personeel bedraagt de aanstellingspremie het bedrag dat wordt verkregen door het evenredig deel van de aanstellingspremie vóór de bestemmingswijziging op te tellen bij het evenredig deel van de aanstellingspremie ná de bestemmingswijziging.

4.

Na voltooiing van de initiële opleiding kan de helft van de aanstellingspremie als voorschot worden uitbetaald. Het restant wordt uitbetaald na afloop van de in het tweede lid bedoelde periode. Indien de militair binnen deze periode de dienst verlaat als gevolg van aan hem zelf te wijten omstandigheden, betaalt hij het verstrekte voorschot terug.

Artikel 13b. Opleiding burgerrijbewijs
1.

De militair die behoort tot een van de categorieën personeel genoemd in tabel 13b bij deze regeling heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van:

waarbij de kosten tot een maximum van € 2.000,– worden vergoed voor zover deze kosten zijn gemaakt bij een erkende rijschool.

2.

De militair die behoort tot een van categorieën personeel genoemd in tabel 13b die bij aanstelling reeds in het bezit is van een rijbewijs B komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van een voertuigbeheersingscursus dan wel het zich eigen maken van theoretische en praktische vaardigheden verband houdende met het besturen van andere motorvoertuigen of aanhangwagens waarbij de kosten tot een maximum van € 2.000,– worden vergoed.

3.

Aanspraak op de in het eerste en tweede lid genoemde tegemoetkoming bestaat indien:

4.

Aanspraak op de in het eerste en tweede lid genoemde tegemoetkoming vervalt op het moment dat:

5.

Indien de omstandigheden genoemd in het vierde lid onder a of b naar het oordeel van het hoofd van het defensieonderdeel niet aan de militair te wijten zijn, houdt de militair aanspraak op de tegemoetkoming.

6.

De loonheffing alsmede de inhoudingen als bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, welke over de op grond van het eerste of tweede lid toegekende tegemoetkoming zijn verschuldigd, komen voor rekening van het Ministerie van Defensie.

Artikel 14. Toelage parachutespringen

De militair met een Nederlands militair parachutistenbrevet, of in opleiding daarvoor, heeft, indien hij in opdracht van de commandant een conditiesprong, onderscheidenlijk oefensprong met een parachute uit een vliegtuig of luchtballon tijdens de vlucht maakt, aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9.

Artikel 15. Duiktoelage
1.

De militair die als duiker, leerling-duiker, kikvorsman of leerling-kikvorsman een dienstopdracht buiten een onderwaterlaboratorium in het water of onder water uitvoert, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 14.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt:

3.

De in tabel 14 genoemde bedragen worden verdubbeld, indien de diensten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht binnen de poolcirkel of in het tijdvak van 1 oktober tot en met 30 april in de gematigde luchtstreken. Het vorenstaande is niet van toepassing bij het verrichten van die diensten in water dat kunstmatig op temperatuur is gebracht.

Artikel 16. Toelage verblijf onderwaterlaboratorium
1.

In dit artikel wordt verstaan onder onderwaterlaboratorium: een in het water neergelaten toestel waarin de druk gelijk kan worden gemaakt aan de omgevende waterdruk en waarin zodanige voorzieningen zijn aangebracht dat één of meerdere personen daarin gedurende langere tijd en zonder gebruikmaking van ademhalingsapparatuur kunnen verblijven.

2.

De militair die in opdracht van de commandant voor het verrichten van duikopdrachten, voor het verrichten of ondergaan van een keuring of een medische behandeling of voor een proefneming moet verblijven in een onderwaterlaboratorium, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 15.

3.

De bedragen, bedoeld in het tweede lid, worden verdubbeld, indien wordt verbleven in een onverwarmd onderwaterlaboratorium binnen de poolcirkel of in het tijdvak van 1 oktober tot en met 30 april in de gematigde luchtstreken.

4.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt:

5.

De wijze van berekenen van de toelage, bedoeld in het tweede lid, voor de tijd, bedoeld in het vierde lid, onder b, heeft geen invloed op de aanspraak van de militair op de duiktoelage, bedoeld in artikel 15.

Artikel 17. Toelage verblijf recompressietoestel
1.

De militair die in opdracht van de commandant voor het verrichten of ondergaan van een keuring, een medische behandeling of een proefneming moet verblijven in een recompressietoestel waarin de druk is verhoogd, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 16.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt:

Artikel 18. Toelage verblijf decompressietoestel

De militair van de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht die in opdracht van de commandant als fysiologisch trainingsinstructeur of fysiologisch trainingsassistent een dienstopdracht uitvoert in een decompressietoestel waarin de druk is verlaagd, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag is opgenomen tabel 17.

Artikel 19. Toelage munitieruimen
1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

De militair die een door de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando aan te wijzen functie vervult en die in opdracht van de commandant tot categorie A behorende werkzaamheden verricht, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9. Indien die werkzaamheden (mede) betrekking hebben op geïmproviseerde explosieven worden bedoelde bedragen verdubbeld.

3.

Aanspraak op de toelage, bedoeld in het tweede lid, heeft ook de militair die opvarende is van een door de commandant aan te wijzen vaartuig bestemd voor het transport van te vernietigen gevaarlijke explosieven of munitie, indien zodanige explosieven zich aan boord van dat vaartuig bevinden.

4.

De militair van het Commando Landstrijdkrachten of het Commando Luchtstrijdkrachten die een door de Commandant Luchtstrijdkrachten of de Commandant Landstrijdkrachten aan te wijzen functie vervult en die in opdracht van de commandant tot categorie B behorende werkzaamheden verricht, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9.

5.

Aanspraak op de toelage, bedoeld in het vierde lid, heeft ook de militair van de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht die zich in opdracht van de commandant in een ruimte bevindt waarin te zelfder tijd tot categorie B behorende werkzaamheden worden verricht, indien dat met het oog op die werkzaamheden noodzakelijk is.

Artikel 20. Toelage gravendienst

De militair van de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht die is belast met het opgraven, identificeren of registreren van stoffelijke overschotten heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9.

Artikel 21. Toelage werkzaamheden in antennemast

De militair van de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht die in de top van een niet-neerhaalbare antennemast met een hoogte van ten minste twintig meter naar het oordeel van de commandant gevaarvolle, noodzakelijke werkzaamheden moet verrichten, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9.

Artikel 22. Toelage rij-instructie tanks, pantserrupsvoertuigen of gemechaniseerde vuurmonden

De militair van de Koninklijke landmacht die – anders dan als rij-examinator – bij een opleidingseenheid van de Koninklijke landmacht is belast met het geven van rij-instructie op tanks, pantserrupsvoertuigen of gemechaniseerde vuurmonden op de daartoe bestemde oefenbanen en -terreinen, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9.

Artikel 23. Toelage mijnendienst
1.

De militair van de Koninklijke marine die voor het uitvoeren van een bepaalde dienstverrichting deelneemt aan een vaartocht door een naar het oordeel van de commandant mijnengevaarlijk zee gebied, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9. Bij de vaststelling van het aantal etmalen waarover aanspraak bestaat, wordt een gedeelte van een etmaal aangemerkt als een vol etmaal.

2.

De toelage, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend over een aaneengesloten tijdvak vanaf het tijdstip van één uur vóór het voor de eerste maal binnengaan tot het tijdstip van één uur na het voor de laatste maal verlaten van het mijnengevaarlijk gebied, zoals aangetekend in het scheepsjournaal. Het tijdvak wordt geacht aaneengesloten te zijn zolang het verblijf in het mijnengevaarlijk gebied voor niet meer dan twee uren wordt onderbroken.

Artikel 24. Onderzeeboottoelage
1.

In dit artikel wordt als aanvang van een vaartocht gerekend het tijdstip van ontmeren of anker opgaan en als einde van een vaartocht het tijdstip van afmeren of ten anker gaan van een boot, zoals aangetekend in het scheepsjournaal.

2.

De militair van de Koninklijke marine die voor het uitvoeren van een bepaalde dienstverrichting deelneemt aan een vaartocht met een onderzeeboot, heeft – onverminderd het derde lid – aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9. Bij de vaststelling van het aantal etmalen waarover aanspraak bestaat, wordt een gedeelte van een etmaal aangemerkt als een vol etmaal.

3.

Geen aanspraak op de toelage, bedoeld in het tweede lid, heeft de militair van de Koninklijke marine die – ongeacht of hij al dan niet op dienstreis is – als passagier wordt overgevoerd en evenmin bij vaartochten die beperkt blijven tot een bassin, rivier, kanaal of haven.

Artikel 25. Toelage mountain leaders
1.

De militair aan wie het kwaliteitsnummer mountain leader is toegekend en die is ingedeeld bij een operationele eenheid van het korps mariniers of het korps commandotroepen, opererende in gebergten of arctische gebieden en die in opdracht van de commandant optreedt als leider bij rots-, sneeuw- of ijsklimmen, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9.

2.

Aanspraak op de toelage, bedoeld in het eerste lid, heeft ook de militair die in opleiding is voor het kwaliteitsnummer mountain leader en die in het kader van die opleiding praktische training verricht in het rots-, sneeuw- of ijsklimmen.

Artikel 26. Toelage helikopterredders
1.

In dit artikel wordt onder werkzaamheden niet mede verstaan oefenopdrachten, maar wel werkzaamheden die worden verricht met betrekking tot het opwerken en onderhouden van de bekwaamheid van helikopterredders en vliegers.

2.

De militair die in het bezit is van het brevet helikopterredder en is ingedeeld bij een helikopterbemanning in het kader van opsporings- en reddingsdiensten en die in opdracht van de commandant werkzaamheden als helikopterredder verricht, heeft aanspraak op een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met toepassing van tabel 9.

Artikel 26a. Toelage meerdaagse dienstreis
1.

In dit artikel wordt verstaan onder ‘dienstreis’: een dienstreis als bedoeld in artikel 1, onderdeel d van het Besluit dienstreizen defensie, en onder ‘ZZF-dag’: een dag als bedoeld in artikel 57a, eerste of tweede lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement.

2.

De militair die een dienstreis maakt, heeft, indien de dienstreis een etmaal of langer duurt, aanspraak op een toelage voor elke ZZF-dag waarop de feitelijke reistijd het aantal van drie aaneengesloten uren overschrijdt, waarvan het bedrag is opgenomen in tabel 25.

Artikel 27

(vervallen)

Artikel 28

(vervallen)

Artikel 28a. Arbeidsmarkttoeslag reservisten
1.

In dit artikel wordt verstaan onder reservist: de bij het reservepersoneel aangestelde militair die op basis van specifieke civiele deskundigheid in werkelijke dienst verblijft.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder militaire inkomsten:

3.

Aan de reservist die in werkelijke dienst verblijft, kan door de Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando aanspraak worden verleend op een arbeidsmarkttoeslag.

4.

De arbeidsmarkttoeslag wordt afgeleid van het verschil tussen:

5.

De Commandant van het desbetreffende Operationeel Commando kan van het bepaalde in het derde lid afwijken door het toekennen van een hogere dan wel lagere arbeidsmarkttoeslag.

Hoofdstuk 4. Kostentegemoetkomingen

Artikel 29. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 29a. Tegemoetkoming in de kosten van representatie
1.

De militair die een functie bekleedt waarvan voor de vervulling naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel voortdurende representatie is vereist, in verband waarmee hij is gehouden zelf het initiatief te nemen, heeft aanspraak op een maandelijkse tegemoetkoming in de daaraan verbonden kosten.

2.

De tegemoetkoming wordt toegekend door het hoofd defensieonderdeel en wordt gevonden door het in tabel 18 opgenomen basisbedrag te vermenigvuldigen met een door het hoofd defensieonderdeel toe te kennen aantal punten.

3.

Het toe te kennen aantal punten wordt bepaald door de mate waarin representatie is vereist en is voor functies in Nederland niet hoger dan 100 punten en voor functies buiten Nederland en bij internationale organisaties in Nederland niet hoger dan 250 punten.

4.

Het basisbedrag wordt afzonderlijk vastgesteld voor Nederland en voor de overige landen. Het basisbedrag voor de overige landen wordt verhoogd of verlaagd met een door de Minister vast te stellen duurtecorrectie ter zake van het verschil in de kosten van levensonderhoud in het betreffende land ten opzichte van Nederland.

Artikel 30. Tegemoetkoming in de kosten van recepties
1.

De militair die een receptie houdt ter gelegenheid van:

heeft aanspraak op een éénmalige tegemoetkoming in de kosten, met toepassing van tabel 19.

2.

De militair die met toestemming van de commandant voor de gelegenheden bedoeld in het eerste lid, functionarissen uitnodigt die werkzaam zijn buiten het eigen defensieonderdeel waarmee hij, uit hoofde van zijn functie, veelvuldige en intensieve zakelijke contacten onderhoudt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de daaraan verbonden kosten, met toepassing van tabel 19.

Artikel 31. Havenvergoeding
1.

Door de commandant wordt aan de militair die is geplaatst of gedetacheerd aan boord van een varend schip, gedurende de perioden dat aanspraak bestaat op vergoeding als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid, een havenvergoeding toegekend ter hoogte van het bedrag, opgenomen in tabel 20.

2.

De havenvergoeding wordt toegekend voor elke dag – met uitzondering van de dag van vertrek – waarop het schip in een haven, anders dan de thuishaven, verblijft en waarop door de commandant gedurende ten minste zes uren gelegenheid tot passagieren is verleend. De havenvergoeding wordt voor ten hoogste tien dagen per kalendermaand toegekend.

Artikel 32. Telefoonkostenvergoeding
1.

De militair heeft aanspraak op een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten verbonden aan het bezit dan wel het gebruik van een privé-telefoonaansluiting voor dienstdoeleinden indien naar het oordeel van de commandant de militair aannemelijk heeft gemaakt dat de telefoonaansluiting voor meer dan 10% wordt gebruikt voor dienstdoeleinden.

2.

De vergoeding bedraagt 100% van de door de militair verschuldigde aansluitings- gespreks- en abonnementskosten indien de militair op het huisadres niet beschikt over een vaste telefoonaansluiting en naar het oordeel van de commandant over een dergelijke aansluiting dient te beschikken voor het benaderen van geautomatiseerde systemen en het voeren van diensttelefoongesprekken. Deze telefoonaansluiting mag uitsluitend voor dienstdoeleinden worden gebruikt. Vergoeding van de kosten vindt slechts plaats indien de vaste aansluiting is aangelegd na toestemming van de commandant.

3.

Indien de militair op het huisadres reeds beschikt over een vaste telefoonaansluiting en naar het oordeel van de commandant een dergelijke aansluiting dient te benutten voor het benaderen van geautomatiseerde systemen dan wel het voeren van diensttelefoongesprekken kan maandelijks een percentage van de verschuldigde abonnements- en gesprekskosten worden vergoed. Dit percentage bedraagt:

Artikel 32a. Internetkostenvergoeding

De militair heeft aanspraak op een volledige vergoeding van de kosten verbonden aan het bezit dan wel het gebruik van een internetaansluiting voor dienstdoeleinden indien naar het oordeel van de commandant door de militair aannemelijk kan worden gemaakt dat de internetaansluiting voor meer dan 10% wordt gebruikt voor dienstdoeleinden. De vergoeding van de abonnementskosten is gemaximeerd tot een bedrag van € 15 per maand.

Artikel 32b. Tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen tijdens uitzending en inzet
1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

De militair met een zorgplicht kan een aanvraag indienen bij de commandant voor financiële bijstand bij het treffen van voorzieningen tijdens uitzending en inzet, mits het kind waarvoor de zorgplicht geldt de leeftijd van vijf jaar nog niet heeft bereikt.

3.

De militair met een zorgplicht heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de noodzakelijke extra kosten voor het treffen van voorzieningen, als bedoeld in het tweede lid, voor zover hiervoor niet al op basis van de Wet kinderopvang een tegemoetkoming wordt verstrekt.

4.

Het maximumbedrag voor de tegemoetkoming, genoemd in het derde lid, bedraagt per maand een bedrag dat berekend wordt als het product van het aantal kinderen dat de leeftijd van vijf jaar nog niet heeft bereikt en het bedrag van € 150, de verschuldigde loonheffing en premies komen voor rekening van het Rijk. Het genoemde bedrag geldt na aftrek van de loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, die in voorkomend geval zijn verschuldigd en voor rekening van Defensie komen.

5.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de militair, die is belast met mantelzorg voor zijn echtgenote of echtgenoot alsmede diegene die hieronder volgens artikel 1, derde en vierde lid van het Algemeen militaire ambtenarenreglement wordt verstaan of de kinderen waarvoor de militair duurzaam de verzorging en opvoeding op zich heeft genomen.

6.

De commandant kan de militair vragen bewijsstukken van de te maken of gemaakte kosten te overleggen.

Hoofdstuk 5. Uitkeringen

Artikel 33. Diensttijdgratificatie
1.

In dit artikel wordt verstaan onder diensttijd en diensttijdgratificatie:

2.

De militair heeft aanspraak op een diensttijdgratificatie op de dag waarop hij een naar het oordeel van de Minister eervolle diensttijd volbrengt van 12½, 25 en 35 jaren.

3.

De diensttijdgratificatie bedraagt bij een naar het oordeel van de Minister eervolle diensttijd van:

van het salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de inkomsten, bedoeld in artikel 23a van het Inkomstenbesluit militairen, waarop de militair per maand aanspraak heeft. Het bedrag van de diensttijdgratificatie wordt naar boven afgerond op een veelvoud van 2,50.

4.

De militair heeft aanspraak op een proportionele diensttijdgratificatie op de dag dat hem ontslag is verleend met toepassing van artikel 39, tweede lid, onder a, b, d, e ten 2e, f, g of i, onderscheidenlijk het zesde lid, onder a, artikel 39a van het Algemeen militair ambtenarenreglement, indien hij zonder dat ontslag binnen een periode van:

5.

De nagelaten betrekkingen van een militair, bedoeld in artikel 118a van het AMAR, hebben, overeenkomstig de in dat artikel genoemde volgorde van rechthebbenden, aanspraak op een proportionele diensttijdgratificatie bij overlijden van de militair, indien deze is overleden binnen een periode van:

6.

De in het vierde en vijfde lid bedoelde proportionele diensttijdgratificatie bedraagt een evenredig deel van de diensttijdgratificatie ingevolge het derde lid, gemeten naar de verhouding tussen de daadwerkelijk volbrachte eervolle diensttijd in jaren en maanden en de in het derde lid genoemde diensttijd in jaren en maanden.

7.

De loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, die in voorkomend geval zijn verschuldigd over een in het derde lid, onder c, bedoelde diensttijdgratificatie wegens 35 jaar trouwe dienst of over een in het vierde lid, onder b, of in het vijfde lid, onder b, bedoelde proportionele diensttijdgratificatie die is afgeleid van een diensttijdgratificatie wegens 25 jaar of 35 jaar trouwe dienst komen voor rekening van Defensie.

8.

Indien de militair op de datum van de aanspraak op diensttijdgratificatie buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid geniet, worden de in het derde lid bedoelde salaris en overige inkomsten berekend volgens een breuk, waarin de noemer bestaat uit het in het derde lid bedoelde aantal jaren en maanden en de teller bestaat uit een som van:

Artikel 34

(vervallen)

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

Artikel 35. Bindingspremie jachtvlieger
1.

Dit artikel is van toepassing op de militair die op 30 juni 1999 aanspraak had op een bindingspremie als bedoeld in de Regeling bindingspremies luchtvarenden Koninklijke luchtmacht op grond van de tot die datum geldende bepalingen.

2.

In afwijking van artikel 4a wordt het bedrag van de bindingspremie jachtvlieger voor de militair, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld met toepassing van tabel 7 tot afloop van de lopende bindingsperiode.

Artikel 36

(vervallen)

Artikel 36a. Garantievliegtoelage
1.

De loopbaanluchtvarende die vóór 1 juli 1999 tijdelijk de hoedanigheid van lid van een vliegtuigbemanning had verloren, verliest met ingang van genoemde datum definitief de bedoelde hoedanigheid en verkrijgt aanspraak op een garantievliegtoelage als bedoeld in artikel 11, zoals dat artikel luidde voor genoemde datum.

2.

In afwijking van artikel 11 behoudt de loopbaanluchtvarende, die vóór 1 juli 1999 definitief de bedoelde hoedanigheid reeds had verloren, of deze verliest op grond van het eerste lid, aanspraak op garantievliegtoelage als bedoeld in artikel 11, zoals dat artikel luidde voor genoemde datum.

3.

Indien een militair als bedoeld in het tweede lid desondanks wederom wordt aangewezen als lid van een vliegtuigbemanning, verkrijgt hij aanspraak op vliegtoelage op grond van artikel 10 en in voorkomend geval op garantievliegtoelage op grond van artikel 11, waarbij de tijd dat hij voor 1 juli 1999 reeds lid van een vliegtuigbemanning is geweest mede in aanmerking wordt genomen.

Artikel 37. Herstructurering vliegtoelage/garantievliegtoelage
1.

Ten aanzien van de gebrevetteerde militair die op 31 maart 1989 in het genot was of gedurende een deel van het tijdvak tussen 30 juni 1988 en 1 april 1989 in het genot is geweest van een vliegtoelage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling vliegtoelagen militairen zeemacht 1986, onderscheidenlijk artikel 47, eerste lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, wordt de waarderingsfactor vastgesteld met toepassing van tabel 21. Voor de betrokken militair zal de waarderingsfactor eerst worden vastgesteld met toepassing van artikel 10, tweede lid, vanaf het moment dat zulks leidt tot een hogere waarderingsfactor dan die met toepassing van tabel 21.

2.

Ten aanzien van de gebrevetteerde militair die op 31 maart 1989 in het genot was of gedurende een deel van het tijdvak tussen 30 juni 1988 en 1 april 1989 in het genot is geweest van een garantievliegtoelage als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of artikel 5, vierde lid, van de Regeling vliegtoelagen militairen zeemacht 1986, onderscheidenlijk artikel 48, tweede lid, of artikel 80, vierde lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, is bij beëindiging van de in genoemde bepalingen bedoelde tijdelijke onderbreking voor het vaststellen van de waarderingsfactor het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 38

(vervallen)

Artikel 39. Toelage woninghuur Koninklijke marechaussee
1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

De militair die op 30 juni 1988 aanspraak had op een toelage krachtens artikel 63, aanhef en onder d, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, heeft aanspraak op een toelage ter tegemoetkoming in de woninghuur.

3.

Tot de op of ná 1 juli 1988 gelegen datum waarop de militair voor de derde maal wordt bevorderd, bedraagt de toelage, bedoeld in het tweede lid:

4.

Met ingang van de datum waarop de militair op of ná 1 juli 1988 voor de derde maal wordt bevorderd tot de datum waarop hij voor de vierde maal wordt bevorderd, bedraagt de toelage, bedoeld in het tweede lid:

5.

De aanspraak op de toelage, bedoeld in het tweede lid, vervalt op de ná 1 juli 1988 gelegen datum waarop de militair voor de vierde maal wordt bevorderd.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 40

(vervallen)

Artikel 41

(vervallen)

Artikel 42. Intrekking

Ingetrokken worden:

Artikel 43. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van ondertekening en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

Artikel 44. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Inkomstenregeling militairen.

Bijlage

Tabel 1

(vervallen)

Tabel 2. Vliegtoelage

Tabel 2. Vliegtoelage

(vervallen)

Tabel 4

(vervallen)

Tabel 5. Toelage Huis van Z.M. de Koning

per 30 april 2013

Tabel 6

(vervallen)

Tabel 7. Bindingspremie jachtvlieger

per 1 januari 2002

Tabel 8a. Toelage officieren-medisch specialist

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 8b. Toelage officieren-arts, -tandarts en -apotheker

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 8c

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 9. Overige toelagen

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 10. Brevettoelage

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 11. Vliegtoelage

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 12. Vliegtoelage (waarderingsfactoren)

Tabel 12. Vliegtoelage (waarderingsfactoren)

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 13a

Overzicht categorieën personeel dat bij aanstelling in 2019 in aanmerking komt voor een aanstellingspremie (artikel 13a IRM)

Overzicht categorieën VeVa die bij start VeVa-opleiding in 2019 in aanmerking komen voor een aanstellingspremie (na daadwerkelijke instroom en afronding initiële opleiding bij Defensie) (artikel 13a IRM)

1 De aanstellingspremie wordt toegekend bij daadwerkelijke aanstelling bij dit functiecluster na succesvolle afronding van de initiële opleiding. Bij aanstelling in werkelijke dienst wordt de definitieve aanstellingspremie vastgesteld. De hoogste geldende premie op dat moment is van toepassing.

Tabel 13b

Tabel 13b

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 15. Toelage verblijf onderwaterlaboratorium

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 16. Toelage verblijf recompressietoestel

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 17. Toelage verblijf decompressietoestel

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 18. Tegemoetkoming in de kosten van representatie

Tabel 18. Tegemoetkoming in de kosten van representatie

Tabel 20. Havenvergoeding

Bedragen met ingang van 1 januari 2004 (in euro’s)

Tabel 21. Herstructurering vliegtoelage (waarderingsfactoren)

Tabel 21. Herstructurering vliegtoelage (waarderingsfactoren)

(vervallen)

Tabel 23

(vervallen)

Tabel 24

(vervallen)

Tabel 25. Toelage meerdaagse dienstreis

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 26. Vakgebieden waarbinnen een klinisch medisch specialist werkzaam is

Deze regeling zal worden geplaatst in de bundel Bezoldiging militairen (MP 31-400A). Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 3a. Garantietoelage minimumloon

De bedragen van het militair-specifiek minimumloon, bedoeld in artikel 10 van het Inkomstenbesluit militairen, zijn opgenomen in tabel 1.

Hoofdstuk 3. Toelagen voor risico’s, inconveniënten en functiegebonden werkzaamheden

Hoofdstuk 4. Kostentegemoetkomingen

Hoofdstuk 5. Uitkeringen

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage

Tabel 1

(vervallen)

Tabel 3

(vervallen)

Tabel 4

(vervallen)

Tabel 5. Toelage Huis van Z.M. de Koning

per 30 april 2013

Tabel 6

(vervallen)

Tabel 7. Bindingspremie jachtvlieger

per 1 januari 2002

Tabel 8a. Toelage officieren-medisch specialist

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 8b. Toelage officieren-arts, -tandarts en -apotheker

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 8c

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 9. Overige toelagen

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 10. Brevettoelage

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 11. Vliegtoelage

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 13. Vlieggeld

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 13a

1 De aanstellingspremie wordt toegekend bij daadwerkelijke aanstelling bij dit functiecluster na succesvolle afronding van de initiële opleiding. Bij aanstelling in werkelijke dienst wordt de definitieve aanstellingspremie vastgesteld. De hoogste geldende premie op dat moment is van toepassing.

Tabel 14. Duiktoelage

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 15. Toelage verblijf onderwaterlaboratorium

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 16. Toelage verblijf recompressietoestel

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 17. Toelage verblijf decompressietoestel

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 20. Havenvergoeding

Bedragen met ingang van 1 januari 2004 (in euro’s)

Tabel 22

(vervallen)

Tabel 23

(vervallen)

Tabel 24

(vervallen)

Tabel 25. Toelage meerdaagse dienstreis

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 26. Vakgebieden waarbinnen een klinisch medisch specialist werkzaam is

Deze regeling zal worden geplaatst in de bundel Bezoldiging militairen (MP 31-400A). Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 6a. Maatregel in verband met verminderd pensioenvooruitzicht
1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

Het pensioenopbouwbedrag eindloon wordt berekend door de berekeningsgrondslag eindloon te verminderen met de franchise eindloon en vervolgens te vermenigvuldigen met het opbouwpercentage eindloon. Vervolgens wordt het pensioenopbouwbedrag eindloon vermeerderd met de overhevelingstoeslagcorrectie.

Indien de berekeningsgrondslag eindloon kleiner is dan € 31.158, dan wordt het in de vorige volzin bepaalde pensioenopbouwbedrag eindloon verhoogd met € 45. Het pensioenopbouwbedrag eindloon is maximaal gelijk aan het maximum pensioenopbouwbedrag eindloon (€ 1.449,76).

3.

Het pensioenopbouwbedrag middelloon wordt berekend door de berekeningsgrondslag middelloon te verminderen met de franchise middelloon en vervolgens te vermenigvuldigen met het opbouwpercentage middelloon. Het pensioenopbouwbedrag middelloon is maximaal gelijk aan het maximum pensioenopbouwbedrag middelloon (€ 1.758,62).

4.

Het uitzichtpensioen in de eindloonregeling op pensioendatum wordt berekend door het pensioenopbouwbedrag eindloon op de UGM-ingangsdatum te vermenigvuldigen met het aantal pensioenjaren eindloon op de pensioeningangsdatum, waarbij vanaf de UGM-ingangsdatum tot aan de pensioendatum voor 50% pensioentijd wordt opgebouwd.

5.

Het uitzichtpensioen in de middelloonregeling wordt berekend door het opgebouwde pensioen in de eindloonregeling per 1 januari 2019 en de jaarlijkse berekende pensioenopbouwbedragen middelloon vanaf 1 januari 2019 tot aan de pensioeningangsdatum, waarbij vanaf de UGM-ingangsdatum op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen tot aan de pensioendatum voor 50% pensioen wordt opgebouwd.

6.

Bij de bepaling van de pensioenopbouwbedragen, als bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt rekening gehouden met toekomstige reguliere salarisstijgingen (periodieken) in de rang en met de toekomstige reguliere wijzigingen van de vaste toelagen zoals vastgelegd in de tabellen van de Inkomstenregeling militairen per 1 januari 2019.

7.

Op het berekeningsmoment wordt voor de militair uitgaande van zijn (nieuwe) rang als eindrang en uitgaande van de nieuwe diensteinderegeling een vergelijking gemaakt van zijn uitzichtpensioen in de eindloonregeling en zijn uitzichtpensioen in de middelloonregeling. Indien de vergelijking leidt tot een negatief pensioenvooruitzicht, dan wordt het compensatiebedrag in de periode van tien jaar na het berekeningsmoment uitgekeerd als een gelijkblijvende maandelijkse uitkering.

8.

Bij een volgend berekeningsmoment wordt een lopende uitkering beëindigd en wordt uitgaande van de nieuwe rang, opnieuw een vergelijking gemaakt van het uitzichtpensioen in de eindloonregeling en het uitzichtpensioen in de middelloonregeling. Indien de vergelijking leidt tot een negatief pensioenvooruitzicht, wordt het nieuwe compensatiebedrag verminderd met reeds toegekende compensaties en uitgekeerd in een nieuwe periode van tien jaar als een gelijkblijvende maandelijkse uitkering.

9.

Indien op een berekeningsmoment de UGM-ingangsdatum binnen de periode van tien jaar ligt, wordt het compensatiebedrag in maandelijks gelijke bedragen uitgekeerd over de periode tot aan de UGM-ingangsdatum.

10.

Een herberekening van de vergelijking van het pensioenvooruitzicht op de berekeningsmomenten, als bedoeld in het zevende en achtste lid, vindt gedurende de uitkeringsperiode van tien jaar plaats indien:

11.

Indien na een herberekening, als bedoeld in het voorgaande lid, aanspraak bestaat op een compensatiebedrag, wordt onder aftrek van de reeds uitbetaalde compensatiebedragen een restant compensatiebedrag over de resterende maanden van de uitkeringsperiode uitbetaald.

12.

Indien een militair voorafgaand aan zijn UGM-ingangsdatum gebruik maakt van inverdientijd op grond van artikel 39c van het Algemeen militair ambtenarenreglement, wordt het restant aan maandelijkse uitkeringen waarop de militair nog aanspraak heeft bij zijn ontslag als een bedrag ineens uitgekeerd.

13.

Indien een militair binnen een uitkeringsperiode van tien jaar met ontslag gaat:

14.

Indien een militair binnen een jaar na ontslag weer als militair in dienst treedt of na ontslag weer als militair in dienst treedt en zijn verblijf buiten Defensie gedurende de periode van zijn ontslag en herintreding voortkomt uit een vooraf vastgelegde schriftelijke overeenkomst tussen Defensie en de militair, bestaat weer aanspraak op de maatregel als bedoeld in dit artikel.

15.

Indien een herintredende militair, als bedoeld in het voorgaande lid, voor zijn uitdiensttreding aanspraak had op een compensatiebedrag, wordt op het moment van herintreding een herberekening van de uitzichtpensioenen gemaakt uitgaande van de op moment van herintreding van toepassing zijnde pensioenjaren eindloon en het opgebouwde middelloonpensioen. Indien:

16.

Indien een militair binnen een uitkeringsperiode van tien jaar overlijdt, wordt 70 procent van het restant aan maandelijkse uitkeringen waarop de militair nog aanspraak zou hebben gehad ineens uitgekeerd aan de partner.

Hoofdstuk 3. Toelagen voor risico’s, inconveniënten en functiegebonden werkzaamheden

Hoofdstuk 4. Kostentegemoetkomingen

Hoofdstuk 5. Uitkeringen

Hoofdstuk 6. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage

(vervallen)

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 13a

1 De aanstellingspremie wordt toegekend bij daadwerkelijke aanstelling bij dit functiecluster na succesvolle afronding van de initiële opleiding. Bij aanstelling in werkelijke dienst wordt de definitieve aanstellingspremie vastgesteld. De hoogste geldende premie op dat moment is van toepassing.

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Bedragen met ingang van 1 januari 2004 (in euro’s)

Bedragen met ingang van 1 januari 2018

Tabel 26. Vakgebieden waarbinnen een klinisch medisch specialist werkzaam is

Deze regeling zal worden geplaatst in de bundel Bezoldiging militairen (MP 31-400A). Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Nederlandse Staatscourant.