← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 september 2017, kenmerk 1224864-167311-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2018 (Regeling risicoverevening 2018)

Geldende tekst a fecha 2017-10-10

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2017

Artikel 20

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2017.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2018)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel GGZ (behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2018)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen onder het verplicht eigen risico

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 4. Toewijzing FKG’s diabetes 2018 op basis van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, aa en ii, 3.1, derde lid, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, 3.11, vijfde en zesde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en derde lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2018 bedraagt € 46.014,8 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2018 geraamd op € 18.178,5 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2018 geraamd op € 3.207,7 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet, omvatten voor het jaar 2018, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 24.628,6 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5
1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van wijkverpleging en de kosten van geriatrische revalidatiezorg buiten beschouwing.

3.

Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium MHK-GGZ.laat het Zorginstituut de kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.10, 1.11 en 1.12, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MHK’, ’Geen FDG’, ‘Geen VGG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel 7
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.324 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 8
1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder, te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet, en het resultaat te vermenigvuldigen met de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en de in bijlage 3 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 3 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

In afwijking van het tweede lid en bijlage 3, tabel 3.4, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klasse ‘Geen MHK’, waarbij voor hem het gewicht van de desbetreffende klasse door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht zoals dat op grond van de genoemde tabel voor in Nederland wonende verzekerden geldt.

4.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 361,61 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Artikel 9
1.

Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium toe.

2.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

3.

In afwijking van het eerste lid deelt het Zorginstituut een verzekerde die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in op basis van de volgende trechtering:

4.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

5.

Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in in de klasse ‘1 (zeer laag)’.

6.

Het Zorginstituut deelt bij het criterium MHK-GGZ verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.

7.

Het Zorginstituut deelt bij het criterium VGG verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.

8.

Indien een percentielgrens als bedoeld in het zevende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het zevende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen VGG’.

9.

Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de vereveningscriteria FKG’s, primaire DKG’s, secundaire DKG’s, HKG’s, AVI, PPA, regio, FDG, FKG’s psychische aandoeningen, DKG’s psychische aandoeningen en GGZ-regio ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het betreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 10
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 11
1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

5.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor elke klasse van de vereveningscriteria primaire DKG’s en secundaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 1.3 respectievelijk tabel 1.4 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

6.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Vernevelaar met toebehoren’ van het vereveningscriterium HKG’s zodanig dat het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden voor deze klasse gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 1.5 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

7.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

8.

Het Zorginstituut gebruikt bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, de referentiebestanden, bedoeld in artikel 9, negende lid.

Artikel 12
1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 13
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 15
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch-specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

2.

Het percentage per instelling, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 14, eerste lid.

3.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

4.

Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten, de Stichting Kwaliteitsontwikkeling GGZ, de stichting Kwaliteitsgelden Patiënten Consumenten, de stichting Kwaliteitsgelden wijkverpleging en de Projectgelden zoals benoemd in het Addendum bestuurlijk akkoord huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2018 aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

5.

Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen met ingang van het tijdstip waarop ze ophouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn tot en met 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

6.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met vijfde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.

Artikel 16
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24, van de wet.

Artikel 17

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 18

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Artikel 19

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2017

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 21
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 30 september 2017. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 september 2017, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 30 september 2017.

2.

Artikel 20 werkt, zo nodig in afwijking van het eerste lid, terug tot en met 30 september 2016.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2018.

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2018)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 9.646,47
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 2.818,73
1–4 jaar 2.075,42
5–9 jaar 1.864,45
10–14 jaar 1.887,11
15–17 jaar 1.955,72
18–24 jaar 1.754,94
25–29 jaar 1.774,85
30–34 jaar 1.776,89
35–39 jaar 1.852,70
40–44 jaar 1.942,45
45–49 jaar 2.048,21
50–54 jaar 2.204,00
55–59 jaar 2.466,21
60–64 jaar 2.739,54
65–69 jaar 3.274,14
70–74 jaar 3.643,74
75–79 jaar 4.043,38
80–84 jaar 4.406,56
85–89 jaar 5.012,70
90+ jaar 5.519,87
Vrouwen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 8.471,71
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 2.545,14
1–4 jaar 1.827,62
5–9 jaar 1.834,62
10–14 jaar 1.917,99
15–17 jaar 2.071,62
18–24 jaar 2.033,58
25–29 jaar 2.519,16
30–34 jaar 2.661,19
35–39 jaar 2.304,23
40–44 jaar 2.067,41
45–49 jaar 2.137,18
50–54 jaar 2.224,60
55–59 jaar 2.333,45
60–64 jaar 2.473,20
65–69 jaar 2.853,68
70–74 jaar 3.114,65
75–79 jaar 3.465,20
80–84 jaar 3.812,26
85–89 jaar 4.370,51
90+ jaar 4.998,16
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG –294,82
Glaucoom 169,06
Schildklieraandoeningen 63,83
Psychose, Alzheimer en verslaving 274,42
Depressie 208,54
Chronische pijn exclusief opioïden 933,52
Neuropathische pijn complex 1.968,02
Hoog cholesterol 84,04
Diabetes type II zonder hypertensie 535,72
COPD/Zware astma 1.617,76
Astma 442,47
Diabetes type II met hypertensie 908,36
Epilepsie 756,19
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 528,32
Hartaandoeningen 1.662,15
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 6.868,62
Reuma 727,61
Parkinson 2.027,98
Diabetes type I 1.832,91
Transplantaties 1.585,51
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 2.726,91
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 4.539,37
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 3.056,50
Kanker 2.258,87
Hormoongevoelige tumoren 942,10
HIV/AIDS 5.948,18
Nieraandoeningen 7.996,22
Psoriasis 483,01
Pulmonale arteriële hypertensie 21.060,73
Kanker o.b.v. add-on 14.198,73
Groeistoornissen o.b.v. add-on 4.096,82
Extreem hoge kosten cluster 1 131.730,34
Extreem hoge kosten cluster 2 189.118,21
Extreem hoge kosten cluster 3 405.406,85
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen primaire DKG –202,55
1 641,59
2 1.136,56
3 1.130,72
4 1.470,90
5 1.946,40
6 2.259,71
7 4.362,66
8 4.409,45
9 6.105,91
10 6.325,95
11 10.505,17
12 12.684,53
13 11.404,54
14 69.665,32
15 53.538,62
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen secundaire DKG –90,16
1 784,04
2 2.074,37
3 4.491,46
4 7.475,43
5 11.916,67
6 18.511,00
7 58.633,82
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG –51,03
CPAP apparatuur 131,04
Therapeutische elastische kousen 568,81
Voorzieningen voor stomapatiënten 1.308,30
Vernevelaar met toebehoren 2.062,42
Middelen voor urine-opvang 1.922,87
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes) 2.213,90
Zuurstofapparaten met toebehoren 4.058,44
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 5.962,19
Slijmuitzuigapparatuur 30.460,82
Draagbare infuuspompen 10.148,11
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0,00
65+ jaar 0,00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 1.408,86
35–44 jaar 1.947,69
45–54 jaar 1.247,96
55–64 jaar 976,94
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 244,02
35–44 jaar 474,40
45–54 jaar 517,26
55–64 jaar 437,78
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 250,42
35–44 jaar 265,78
45–54 jaar 356,32
55–64 jaar 394,78
Studenten 18–34 jaar –182,41
Zelfstandigen 18–34 jaar –99,71
35–44 jaar –143,20
45–54 jaar –169,16
55–64 jaar –231,86
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –4,18
35–44 jaar –79,97
Referentiegroep 18–34 jaar 25,79
35–44 jaar –19,29
45–54 jaar –61,70
55–64 jaar –96,55
Variabele zorgkosten
--- ---
1 65,90
2 42,71
3 15,91
4 4,16
5 9,74
6 –14,44
7 –14,85
8 –43,27
9 –30,76
10 –34,51
Variabele zorgkosten
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar 87,76
18–64 jaar 15,36
65+ jaar 526,01
2 (laag) 0–17 jaar 37,98
18–64 jaar 23,45
65+ jaar -2,29
3 (midden) 0–17 jaar –27,81
18–64 jaar 13,48
65+ jaar –155,00
4 (hoog) 0–17 jaar –56,24
18–64 jaar –39,69
65+ jaar –277,64
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0,00
Wlz-instelling, blijvend 18–4 jaar –377,69
65–79 jaar –2.600,33
80+ jaar –4.632,54
Wlz-instelling, instromend 18–64 jaar 7.339,08
65–79 jaar 11.685,00
80+ jaar 5.168,60
Eenpersoonshuishouden 18–64 jaar 9,83
65–79 jaar 54,25
80+ jaar 539,01
Overig 18–64 jaar –2,95
65–79 jaar –33,36
80+ jaar 100,65
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK –570,63
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 113,21
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 2.472,82
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent 2.293,37
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 3.688,85
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent 5.497,31
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent 8.570,11
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent 17.112,85
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent 44.194,51
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG –22,03
1 636,72
2 1.614,47
3 1.703,05
4 10.200,47
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen VGG –185,42
Voorafgaande jaar kosten V&V in top 2,5 procent 2.028,47
Voorafgaande jaar kosten V&V in top 2,0 procent 3.532,13
Voorafgaande jaar kosten V&V in top 1,5 procent 6.823,62
Voorafgaande jaar kosten V&V in top 1,0 procent 10.538,32
Voorafgaande jaar kosten V&V in top 0,5 procent 12.464,17
Voorafgaande jaar kosten V&V in top 0,25 procent: 0–17 jaar 51.378,51
18+ jaar 30.123,79

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel GGZ (behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2018)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 328,02
25–29 jaar 327,21
30–34 jaar 331,36
35–39 jaar 320,71
40–44 jaar 302,41
45–49 jaar 271,19
50–54 jaar 271,19
55–59 jaar 260,32
60–64 jaar 260,32
65–69 jaar 249,00
70–74 jaar 251,04
75–79 jaar 249,80
80–84 jaar 251,10
85–89 jaar 251,10
90+ jaar 251,10
Vrouwen 18–24 jaar 364,43
25–29 jaar 360,39
30–34 jaar 336,53
35–39 jaar 321,24
40–44 jaar 302,41
45–49 jaar 286,91
50–54 jaar 276,15
55–59 jaar 260,32
60–64 jaar 260,32
65–69 jaar 249,00
70–74 jaar 249,00
75–79 jaar 249,00
80–84 jaar 251,10
85–89 jaar 251,10
90+ jaar 251,10
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –22,76
Psychose 1.431,32
Psychose depot 4.053,67
Chronische stemmingsstoornissen 240,07
Verslaving 338,23
Bipolair regulier 382,67
Bipolair complex 1.132,36
ADHD 69,91
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen –122,73
1 1.107,48
2 878,34
3 1.840,08
4 3.957,71
5 5.048,20
6 5.425,06
7 7.629,28
8 10.955,91
9 11.906,52
10 18.402,32
11 20.035,23
12 29.157,08
13 32.965,31
14 40.111,16
15 55.273,94
16 86.058,03
17 38.805,24
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
65+ jaar 0,00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar –79,87
35–44 jaar 135,41
45–54 jaar –23,85
55–64 jaar –12,98
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 458,26
35–44 jaar 407,84
45–54 jaar 162,88
55–64 jaar 72,15
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 331,17
35–44 jaar 255,79
45–54 jaar 125,08
55–64 jaar 73,83
Studenten 18–34 jaar –54,08
Zelfstandigen 18–34 jaar –75,95
35–44 jaar –55,07
45–54 jaar –23,85
55–64 jaar –12,98
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –76,33
35–44 jaar –55,07
Referentiegroep 18–34 jaar –11,09
35–44 jaar –26,51
45–54 jaar –18,54
55–64 jaar –12,98
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 94,41
2 6,60
3 –0,18
4 –6,86
5 –15,14
6 –15,71
7 –15,71
8 –15,71
9 –15,71
10 –15,71
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–64 jaar 2,93
65+ jaar 9,75
2 (laag) 18–64 jaar –10,80
65+ jaar 0,47
3 (midden) 18–64 jaar –10,80
65+ jaar –4,64
4 (hoog) 18–64 jaar 15,98
65+ jaar –3,72
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–64 jaar –25,65
65–79 jaar –34,13
80+ jaar –36,22
Wlz-instelling, instromend 18–64 jaar 259,72
65–79 jaar 943,73
80+ jaar 233,82
Eenpersoonshuishouden 18–64 jaar 79,00
65–79 jaar 40,47
80+ jaar –6,00
Overig 18–64 jaar –11,91
65–79 jaar –16,52
80+ jaar –5,48
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK –63,43
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 207,04
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille * 1.371,10
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille * 3.009,46
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille * 4.889,86
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille * 9.460,54
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 13.670,37
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 21.367,09

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen onder het verplicht eigen risico

Alleen volwassenen zonder FKG/ primaire DKG/secundaire DKG/ HKG/ FDG en niet ingedeeld bij MHK-klasse “2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent” of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2018)

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 16, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 131,60
25–29 jaar 128,86
30–34 jaar 131,58
35–39 jaar 136,88
40–44 jaar 140,96
45–49 jaar 148,01
50–54 jaar 160,96
55–59 jaar 176,48
60–64 jaar 191,28
65–69 jaar 209,34
70–74 jaar 229,20
75–79 jaar 249,68
80–84 jaar 259,99
85–89 jaar 269,51
90+ jaar 273,71
Vrouwen 18–24 jaar 182,77
25–29 jaar 181,25
30–34 jaar 177,22
35–39 jaar 174,20
40–44 jaar 178,40
45–49 jaar 185,52
50–54 jaar 197,03
55–59 jaar 202,26
60–64 jaar 208,13
65–69 jaar 222,33
70–74 jaar 241,27
75–79 jaar 258,48
80–84 jaar 264,49
85–89 jaar 268,17
90+ jaar 258,79
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
65+ jaar 0,00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 83,08
35–44 jaar 79,90
45–54 jaar 65,96
55–64 jaar 40,70
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 64,23
35–44 jaar 71,30
45–54 jaar 56,59
55–64 jaar 37,42
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 49,00
35–44 jaar 51,55
45–54 jaar 40,26
55–64 jaar 20,41
Studenten 18–34 jaar –11,43
Zelfstandigen 18–34 jaar –6,03
35–44 jaar –8,69
45–54 jaar –9,74
55–64 jaar –11,57
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –11,42
35–44 jaar –13,73
Referentiegroep 18–34 jaar 0,72
35–44 jaar –0,73
45–54 jaar –3,44
55–64 jaar –2,82
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 6,83
2 2,97
3 0,94
4 0,33
5 –1,11
6 –1,11
7 –1,25
8 –2,41
9 –2,37
10 –2,14
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Geen MHK –29,32
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 57,37

Bijlage 4. Toewijzing FKG’s diabetes 2018 op basis van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie

Bijlage bij artikel 9, lid 2, onderdeel a

Toelichting:

Groter of kleiner dan 180 verwijst naar de dagdosering voor de betreffende FKG. De tabel beschrijft de verschillende situaties die mogelijk zijn bij een samenloop van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie. In de laatste kolom staat aangegeven welke FKG’s toegewezen worden in de betreffende situatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.