Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 20 december 2017, nr. IENM/BSK-2017/180307, houdende regels voor de conformiteitsbeoordeling van vaste biomassa voor energietoepassingen (Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen)
2 versions
· 2022-01-01
2022-01-01
Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassing
Wijzigingen op 2022-01-01
@@ -10,15 +10,15 @@
1. In deze regeling wordt onder ‘besluit’ verstaan: [Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209).
2. [Bijlage A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=A&z=2018-01-01&g=2018-01-01) bevat begripsomschrijvingen van begrippen in de [bijlagen B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=B&z=2018-01-01&g=2018-01-01), [C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=C&z=2018-01-01&g=2018-01-01) en [D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=D&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
2. [Bijlage A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=A&z=2022-01-01&g=2022-01-01) bevat begripsomschrijvingen van begrippen in de [bijlagen B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=B&z=2022-01-01&g=2022-01-01), [C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=C&z=2022-01-01&g=2022-01-01) en [D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=D&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
##### Artikel 2. Duurzaamheidseisen
De duurzaamheidseisen voor de categorieën vaste biomassa, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&artikel=16) zijn opgenomen in [bijlage D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=D&z=2018-01-01&g=2018-01-01) in samenhang met [bijlage B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=B&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
De duurzaamheidseisen voor de categorieën vaste biomassa, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&artikel=16) zijn opgenomen in [bijlage D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=D&z=2022-01-01&g=2022-01-01) in samenhang met [bijlage B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=B&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
##### Artikel 3. Beheerseisen
De beheerseisen, bedoeld in [artikel 16, derde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&artikel=16) zijn opgenomen in [bijlage C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=C&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
De beheerseisen, bedoeld in [artikel 16, derde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&artikel=16) zijn opgenomen in [bijlage C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=C&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
##### Artikel 4. Verificatieprotocol
@@ -58,7 +58,7 @@
- **bosbeheerder:** eigenaar, concessiehouder of persoon die in een andere hoedanigheid verantwoordelijk is voor het beheer en de exploitatie van een bosbeheereenheid.
- **bosbeheereenheid:** één of meer bospercelen die als één geheel worden beheerd.
- **bosbeheereenheid:** één of meer bospercelen die als één geheel worden beheerd overeenkomstig een plan voor bosbeheer als bedoeld in [eis 10.2 van bijlage B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040431&bijlage=B&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
- **chemicaliën:** stoffen die potentieel gevaarlijk zijn voor de gezondheid of het milieu of die materiële schade kunnen aanrichten.
@@ -72,7 +72,7 @@
- **energieteeltsystemen:** teeltsystemen die specifiek zijn gericht op de productie van biomassa voor energiedoeleinden, waarbij zeer snel groeiende boomsoorten in hoge dichtheid zijn aangeplant en na een korte rotatieperiode worden geoogst.
- **groep- of regioverband:** juridische entiteit waarin verschillende bosbouwondernemingen in een bepaald gebied samenwerken dan wel bedrijven die samen actief zijn in een bepaald segment van het handelsketensysteem.
- **groep:** juridische entiteit waarin verschillende bosbouwondernemingen in een bepaald gebied samenwerken dan wel bedrijven die samen actief zijn in een bepaald segment van het handelsketensysteem.
- **habitat:** de plaats of het soort gebied waar een organisme of populatie van nature voorkomt.
@@ -92,7 +92,11 @@
- **natuurlijk kapitaal:** voorraad van alle hernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, zoals lucht, mineralen en plant- en diersoorten, die samen in een toevoer van diensten voorzien die de welvaart en het welzijn van mensen ondersteunen.
- **oorsprongsgebied:** het geografisch omschreven gebied waar de grondstof voor bosbiomassa vandaan komt, waarvan betrouwbare en onafhankelijke informatie beschikbaar is en waar de omstandigheden voldoende homogeen zijn voor het beoordelen van het risico inzake de duurzaamheids- en rechtmatigheidskenmerken van de bosbiomassa.
- **reduced impact logging:** oogsttechnieken en -methodes die ontwikkeld zijn om onnodige schade aan bos, milieu en te oogsten hout te voorkomen en tegelijkertijd veilige werkomstandigheden te bevorderen.
- **richtlijn (EU) 2018/2001:** [Richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001) van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328).
- **rondhout:** onbewerkt hout van de stam van een boom.
@@ -109,7 +113,8 @@
| | **Eis voor broeikasgasemissie** |
| --- | --- |
| **P1** | **Het gebruik van biomassa leidt tot een substantiële reductie van de uitstoot van broeikasgassen, berekend over de gehele keten, in vergelijking met het gebruik van fossiele brandstoffen** |
| 1.1 | De berekende reductie van CO2eq uitstoot is gemiddeld over een jaar minimaal 70% ten opzichte van de EU-referentiewaarde. De gemiddelde uitstoot van CO2eq bedraagt maximaal 56 g CO2eq/MJ voor elektriciteit en 24 g CO2eq/MJ voor warmte. Geen enkele levering van biomassa leidt tot een uitstoot boven de waarde van 74 g CO2eq/MJ voor elektriciteit en 32 g CO2eq/MJ voor warmte. De berekende maximale CO2eq-uitstoot is gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidscriteria voor biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen. |
| 1.1a | De berekende reductie van CO2eq uitstoot is gemiddeld over een jaar minimaal 70% ten opzichte van de EU-referentiewaarde. De gemiddelde uitstoot van CO2eq bedraagt maximaal 56 g CO2eq/MJ voor elektriciteit en 24 g CO2eq/MJ voor warmte. De berekende maximale CO2eq-uitstoot is gebaseerd op de methodologie en de referentiewaarden voor fossiele brandstoffen uit bijlage VI.B bij [richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001). |
| 1.1b | Geen enkele levering van biomassa leidt tot een uitstoot boven de waarde van 74 g CO2eq/MJ voor elektriciteit en 32 g CO2eq/MJ voor warmte. Voor installaties die op of na 1 januari 2021 operationeel zijn geworden of uiterlijk met ingang van 31 december 2025 operationeel worden, is de bedoelde reductie per levering minimaal 70%. Voor installaties die operationeel worden vanaf 1 januari 2026 is bedoelde reductie minimaal 80%. De berekende maximale CO2eq-uitstoot is gebaseerd op de methodologie en de referentiewaarden voor fossiele brandstoffen uit bijlage VI.B bij [richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001). |
| | **Eis voor bodembeheer bij reststromen uit natuur- en landschapsbeheer en agrarische reststromen** |
| **P2** | **De kwaliteit van de bodem wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt** |
| 2.1 | De beste werkwijzen worden toegepast voor de instandhouding of verbetering van de bodem en de bodemkwaliteit met het oog op de productie of de beheerdoelstellingen zoals deze zijn vastgelegd in een beheerplan. |
@@ -130,7 +135,7 @@
| 6.2 | De bosbeheerder voldoet aan alle verplichtingen tot het betalen van belastingen en royalty’s. |
| 6.3 | Anticorruptiewetgeving wordt nageleefd. Bij gebrek aan anticorruptie wetgeving treft de bosbeheerder andere anticorruptiemaatregelen die in verhouding staan tot de schaal en intensiteit van de beheeractiviteiten en het risico op corruptie. |
| **P7** | **Biodiversiteit wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt** |
| 7.1 | Terreinen met een hoge beschermingswaarde en representatieve gebieden van bostypen die binnen de bosbeheereenheid voorkomen, zijn in kaart gebracht, geïnventariseerd, worden beschermd en zo mogelijk versterkt. De terreinen kunnen één of meer van de volgende waarden omvatten: diversiteit aan soorten, ecosystemen en habitats, ecosysteemdiensten, ecosystemen op landschapsniveau en culturele waarden. |
| 7.1 | Terreinen met een hoge beschermingswaarde en representatieve gebieden van inheemse ecosystemen die binnen de bosbeheereenheid voorkomen, zijn in kaart gebracht, geïnventariseerd, worden beschermd en zo mogelijk versterkt. De terreinen kunnen één of meer van de volgende waarden omvatten: diversiteit aan soorten, ecosystemen en habitats, ecosysteemdiensten, ecosystemen op landschapsniveau en culturele waarden. |
| 7.2 | Er zijn maatregelen getroffen voor de bescherming van beschermde en bedreigde planten- en diersoorten en indien van toepassing voor de versterking van de populatie en hun habitat. |
| 7.3 | Conversie van bossen binnen de bosbeheereenheid naar andere vormen van grondgebruik, met inbegrip van houtplantages, is niet toegestaan, tenzij deze: - betrekking heeft op een geringe oppervlakte niet groter dan 5% van de oppervlakte van die bosbeheereenheid op de peildatum 1 januari 2008, en - leidt tot duidelijke langetermijnvoordelen voor natuurbehoud, en - geen schade toebrengt aan of bedreiging vormt voor terreinen met een hoge beschermingswaarde. |
| 7.4 | In het geval van houtplantages bestaat een voorkeur voor inheemse soorten. Een relevant gedeelte van het areaal van de houtplantage moet zich opnieuw kunnen ontwikkelen tot natuurlijk bos. |
@@ -153,29 +158,28 @@
| 10.3 | Essentiële elementen voor het bosbeheer zijn op kaarten aangegeven. |
| 10.4 | De uitvoering van het plan voor het bosbeheer wordt periodiek gemonitord en de ecologische effecten van het bosbeheer worden geëvalueerd. |
| 10.5 | Het bosbeheer wordt uitgevoerd door vakbekwame medewerkers en boswerkers. De vakbekwaamheid en kennis worden op peil gehouden door middel van adequate periodieke scholing. |
| **P11** | **Beheer in groep- of regioverband biedt voldoende waarborgen voor duurzaam bosbeheer** |
| 11.1 | Een groep of regioverband staat onder leiding en toezicht van een zelfstandige juridische entiteit. |
| 11.2 | Een groep of regioverband voldoet aan de eisen voor duurzaam bosbeheer. Bovendien voldoet het bosbeheer van ieder lid van een groep of regioverband aan deze eisen voor zover deze van toepassing zijn op het beheer van dat bos. |
| **P11** | **Beheer in een groep biedt voldoende waarborgen voor duurzaam bosbeheer** |
| 11.1 | Een groep staat onder leiding en toezicht van een juridische entiteit. |
| 11.2 | Een groep voldoet aan de eisen voor duurzaam bosbeheer. Bovendien voldoet het bosbeheer van ieder lid van een groep aan deze eisen voor zover deze van toepassing zijn op het beheer van dat bos. |
| | **Eisen voor het handelsketensysteem** |
| **P12** | **Er is een handelsketensysteem voor de biomassa van de eerste schakel in de keten tot aan de energieproducent dat voorziet in een koppeling tussen de bron en het materiaal in het product of de productlijn, en waarvan de broeikasgasuitstootgegevens van iedere afzonderlijke schakel bekend zijn** |
| 12.1 | Iedere schakel in het handelsketensysteem is eindverantwoordelijk en beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem dat waarborgt dat aan de eisen van het handelsketensysteem wordt voldaan. |
| 12.2 | Iedere schakel in het handelsketensysteem beschikt over de voor haar organisatie relevante broeikasgasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek, gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidseisen voor biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen. |
| 12.2 | Iedere schakel in het handelsketensysteem beschikt over de voor haar organisatie relevante broeikasgasuitstootgegevens die verkregen zijn met gebruikmaking van de methodologie en de referentiewaarden voor fossiele brandstoffen in bijlage VI.B bij [richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001). |
| 12.3 | Iedere schakel in het handelsketensysteem bewaart gedurende minimaal vijf jaar alle documentatie die nodig is om aan te tonen dat aan de toepasselijke duurzaamheidseisen is voldaan. |
| 12.4 | Iedere schakel in het handelsketensysteem registreert per inkomende en uitgaande levering biomassa de hoeveelheden en de op grond van deze regeling vereiste duurzaamheidsinformatie. |
| 12.4 | Iedere schakel in het handelsketensysteem registreert per inkomende en uitgaande levering biomassa de hoeveelheden en de op grond van deze regeling vereiste duurzaamheidsinformatie. Uit het verificatieprotocol volgt welke duurzaamheidsinformatie is vereist. |
| 12.5 | Bij het mengen en splitsen van leveringen met verschillende duurzaamheidseigenschappen in het handelsketensysteem maakt een schakel gebruik van een massabalans. Bij het mengen geldt: – de methode wordt ten minste op het niveau van een locatie toegepast; – de organisatie definieert de periode met een maximum van een jaar, waarover de ingaande en uitgaande leveringen worden gemeten en maakt deze kenbaar; – alle duurzaamheidseigenschappen van een uitgaand mengsel kunnen naar aard en hoeveelheid herleid worden tot die van de ingaande leveringen, rekening houdend met de van toepassing zijnde conversiefactoren. |
| 12.6 | Leveringen uit de categorieën 1 en 2 die louter voldoen aan de eisen 1.1, 3.1, 3.2, 3.3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 7.1, en 7.3 worden bij het mengen met andere leveringen op de massabalans als gecontroleerde biomassa onderscheiden. Voor gecontroleerde biomassa is de biomassaproducent de eerste schakel van de handelsketen en is de bron de bosbeheereenheid of een gedefinieerd aanvoergebied. |
| **P13** | **Bij een groepsmanagementsysteem voor het handelsketensysteem voldoet de groep als geheel aan dezelfde eisen als de eisen die aan afzonderlijke bedrijven gesteld worden** |
| 13.1 | Een groep staat onder leiding van een juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de groep als geheel. De entiteit beschikt over een managementsysteem alsmede over technische en menselijke hulpmiddelen waarmee het aantal deelnemende locaties binnen de reikwijdte van het systeem wordt aangestuurd. De entiteit voert jaarlijks een audit uit bij een deel van de aangesloten groepsleden. |
| 13.2 | De groep werkt conform de eisen 12.1 tot en met 12.6. Daarnaast voldoet ieder groepslid aan deze eisen voor zover deze op de werkzaamheden van dat lid van toepassing zijn. |
| 13.2 | De groep werkt conform de eisen 12.1 tot en met 12.5. Daarnaast voldoet ieder groepslid aan deze eisen voor zover deze op de werkzaamheden van dat lid van toepassing zijn. |
| 13.3 | De groepsleiding beschikt over een registratiesysteem waarin worden opgenomen: – namen en adressen van de groepsleden; – een verklaring van ieder lid waarin het lid verklaart te voldoen aan de eisen van het handelsketensysteem; – de inkomende en uitgaande leveringen van elk van de afzonderlijke groepsleden. |
## Bijlage C. Beheerseisen
- 1. Er is een breed gedragen behoefte aan het schema en aan een conformiteitsbeoordeling die op grond van het schema wordt verricht.
- 2. De totstandkoming van het schema is transparant en de deelname aan de totstandkoming van het schema staat open voor eenieder.
- 3. De werkwijzen in verband met de totstandkoming van het schema zijn vastgelegd en betreffen ten minste de aan de totstandkoming deelnemende partijen en de wijze waarop besluiten over de totstandkoming worden genomen.
- 2. De totstandkoming en het beheer van het schema is transparant en de deelname aan de totstandkoming en de verdere ontwikkeling van het schema staat open voor eenieder.
- 3. De werkwijzen in verband met de totstandkoming van het schema zijn vastgelegd en openbaar toegankelijk en betreffen ten minste de aan de totstandkoming deelnemende partijen en de wijze waarop besluiten over de totstandkoming worden genomen.
- 4. Bij de totstandkoming en het beheer van het schema wordt aantoonbaar deskundigheid ingebracht ten aanzien van de duurzaamheidseisen waarop het schema betrekking heeft.
@@ -191,18 +195,18 @@
| Duurzaamheidseisen Categorie vaste biomassa | Broeikasgas-emissie | Bodem-beheer | Koolstof en verandering landgebruik | Duurzaam bosbeheer | Handelsketen-systeem |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 1. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden | 1.1 | | 3.1–3.3, 4.1–4.3, 5.1 | 6.1–6.3, 7.1–7.5, 8.1–8.8, 9.1–9.2, 10.1–10.5, 11.1–11.2 | 12.1–12.6, 13.1–13.3 |
| 2. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden kleiner dan 500 ha | 1.1 | | 3.1–3.3, 4.1–4.3 | 6.1–6.3, 7.1–7.5, 8.1–8.8, 9.1–9.2, 10.1–10.5, 11.1–11.2 | 12.1–12.6, 13.1–13.3 |
| 3. Reststromen uit natuur- en landschapsbeheer | 1.1 | 2.1 | | | 12.1–12.6, 13.1–13.3 |
| 4. Agrarische reststromen | 1.1 | 2.1 | | | 12.1–12.6, 13.1–13.3 |
| 5. Biogene rest- en afvalstromen | 1.1 | | | | 12.1–12.6, 13.1–13.3 |
| 1. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden | 1.1 | | 3.1–3.3, 4.1–4.3, 5.1 | 6.1–6.3, 7.1–7.5, 8.1–8.8, 9.1–9.2, 10.1–10.5, 11.1–11.2 | 12.1–12.5, 13.1–13.3 |
| 2. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden kleiner dan 500 ha | 1.1 | | 3.1–3.3, 4.1–4.3 | 6.1–6.3, 7.1–7.5, 8.1–8.8, 9.1–9.2, 10.1–10.5, 11.1–11.2 | 12.1–12.5, 13.1–13.3 |
| 3. Reststromen uit natuur- en landschapsbeheer | 1.1 | 2.1 | | | 12.1–12.5, 13.1–13.3 |
| 4. Agrarische reststromen | 1.1 | 2.1 | | | 12.1–12.5, 13.1–13.3 |
| 5. Biogene rest- en afvalstromen | 1.1 | | | | 12.1–12.5, 13.1–13.3 |
| Categorie vaste biomassa | Bron | Eerste schakel handelsketensysteem |
| --- | --- | --- |
| 1. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden | Bosbeheereenheid | Bosbeheerder |
| 2. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden kleiner dan 500 ha | Bosbeheereenheid of gedefinieerd aanvoergebied, waar de bosbeheereenheid deel van uitmaakt | Bosbeheerder of biomassaproducent |
| 3. Reststromen uit natuur- en landschapsbeheer | Gedefinieerd aanvoergebied | Eerste inzamelpunt |
| 4. Agrarische reststromen | Gedefinieerd aanvoergebied | Eerste inzamelpunt |
| 2. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden kleiner dan 500 ha | Bosbeheereenheid of oorsprongsgebied, waar de bosbeheereenheid deel van uitmaakt | Bosbeheerder of biomassaproducent |
| 3. Reststromen uit natuur- en landschapsbeheer | Oorsprongsgebied | Eerste inzamelpunt |
| 4. Agrarische reststromen | Oorsprongsgebied | Eerste inzamelpunt |
| 5. Biogene rest- en afvalstromen | Bedrijf dat het restproduct genereert | Eerste inzamelpunt |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2018-01-01
Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepass
original version
Tekst op deze datum