← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 1 februari 2018, nr. WJZ/17203973, houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de instituten voor toegepast onderzoek (Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek)

Geldende tekst a fecha 2022-07-30

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies en artikel 3, derde lid, van de Wet van 31 mei 1937, houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting (Stb. 1937, 523);

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 3
1.

Het instituut legt eenmaal per vier jaren een strategisch plan ter goedkeuring voor aan de minister. De goedkeuring geschiedt, in afwijking van de begripsbepaling van minister in artikel 1, door de minister die op basis van deze regeling instituutssubsidie verstrekt aan het instituut.

2.

De minister richt zich bij de beoordeling en goedkeuring van dit plan op de publieke taken van het instituut, de voorgenomen besteding van publieke gelden voor kennisontwikkeling en publiek-private samenwerking en de economische activiteiten voor zover die van directe invloed zijn op de publieke taken.

3.

Een strategisch plan wordt uiterlijk ingediend op 31 mei van het boekjaar voorafgaand aan het eerste boekjaar waarop het strategisch plan betrekking heeft.

4.

In het strategisch plan beschrijft het instituut in elk geval:

5.

De minister beslist, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, uiterlijk op 31 juli van het boekjaar voorafgaand aan het eerste boekjaar waarop het strategisch plan betrekking heeft over de goedkeuring van het strategisch plan.

Artikel 4

In aanvulling op artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht bevat het activiteitenplan:

Artikel 5
1.

De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken aan een instituut dat ten doel heeft toepassingsgericht onderzoek te doen om kennis te ontwikkelen, toe te passen en te verspreiden om maatschappelijke vraagstukken op te lossen, bij te dragen aan de innovatiekracht van Nederland en strategische onderzoeksfaciliteiten te beheren.

2.

De minister verstrekt subsidie in de vorm van instituutssubsidie, programmasubsidie of infrastructuursubsidie.

Artikel 6
1.

In afwijking van artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk acht weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend.

2.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 7
1.

Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit waarvoor instituutssubsidie, programmasubsidie of infrastructuursubsidie wordt aangewend, die zien op:

2.

Indien voor de uitvoering van een programma dat gefinancierd wordt met programmasubsidie apparatuur wordt aangeschaft, maakt de eventuele restwaarde van deze apparatuur geen deel uit van de subsidiabele kosten voor dat programma.

3.

De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

4.

Winstopslagen of continuïteitsopslagen bij transacties binnen een groep worden alleen in aanmerking genomen voor zover het gebruikelijk is die ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen.

5.

Afschrijvingskosten van apparatuur en gebouwen worden lineair berekend als fractie van de aanschafprijs op basis van bedrijfseconomische grondslagen en normen.

Artikel 8
1.

De subsidiabele kosten worden berekend op basis van een voor het instituut gebruikelijke en controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die het instituut stelselmatig toepast.

2.

De kosten van aangeschafte apparatuur en verbruikte materialen en hulpmiddelen worden berekend op basis van historische aanschafprijzen.

3.

Het instituut bepaalt de subsidiabele kosten met behulp van de integrale kostensystematiek, door:

4.

In afwijking van het derde lid bepaalt het instituut de subsidiabele kosten van een programma voor wettelijke onderzoekstaken met behulp van door de minister voor het boekjaar vastgestelde normkosten.

§ 2. Instituutssubsidie

Artikel 9
1.

De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag instituutssubsidie aan een instituut voor de verwezenlijking van de doelstellingen van een door de minister goedgekeurd strategisch plan.

2.

De minister maakt jaarlijks uiterlijk op 1 augustus in bijlage 2 bij deze regeling per instituut het subsidieplafond bekend voor de instituutssubsidie in het aankomende boekjaar.

Artikel 10

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor subsidiabele kosten die gefinancierd kunnen worden uit een instituutssubsidie, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat:

het totale bedrag aan subsidies

§ 3. Programmasubsidie

Artikel 11

De minister verstrekt, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, op aanvraag programmasubsidie aan een instituut voor de uitvoering van

Artikel 12
1.

De minister maakt jaarlijks uiterlijk op 1 augustus in bijlage 3 bij deze regeling de onderzoeksthema’s en de subsidieplafonds bekend voor de programmasubsidies in het aankomende boekjaar.

2.

De minister stelt een subsidieplafond vast voor een instituut binnen een bepaald onderzoeksprogramma met een bepaald onderzoeksthema, of programma voor wettelijke onderzoekstaken.

Artikel 13

De activiteiten die vanuit een programmasubsidie gesubsidieerd worden, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel a, bestaan uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan.

Artikel 14
1.

Het instituut verschaft op verzoek van de minister inlichtingen over de voortgang van een programma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend.

2.

Het programma wordt volledig uitgevoerd overeenkomstig het activiteitenplan waar de beschikking tot subsidieverlening op ziet.

3.

Het instituut doet onverwijld mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:

Artikel 15
1.

Het instituut vraagt voorafgaand schriftelijk toestemming aan de minister indien er sprake is van essentiële wijzigingen in de aard of uitvoering van een programma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend.

2.

De minister kan nadere verplichtingen verbinden aan zijn toestemming.

3.

Geen toestemming is vereist voor een wijziging van de in de subsidieverlening gespecificeerde kostenposten indien de omvang van de kostenpost niet meer dan 15 procent wijzigt.

Artikel 16

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten van een activiteit in een programma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies:

§ 4. Infrastructuursubsidie

Artikel 17
1.

De minister verstrekt, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, op aanvraag infrastructuursubsidie aan een instituut.

2.

De minister maakt jaarlijks uiterlijk op 1 augustus in bijlage 4 bij deze regeling per instituut het subsidieplafond bekend voor infrastructuursubsidie in het aankomende boekjaar.

Artikel 18
1.

De infrastructuursubsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten, voor zover het instituut bij het verrichten van economische activiteiten waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend, voldoet aan artikel 29, derde lid.

2.

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor subsidiabele kosten die gefinancierd kunnen worden uit een infrastructuursubsidie, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies de subsidiabele kosten niet overschrijdt.

§ 5. Afwijzingsgronden

Artikel 19

De minister wijst een aanvraag om subsidie af indien de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels.

Artikel 20

De minister wijst een aanvraag om subsidie af voor zover:

§ 6. Subsidieverplichtingen

§ 6.1. Algemeen

Artikel 21

Artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor financiële bijstand bij de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds.

Artikel 22
1.

Een instituut maakt uiterlijk twaalf weken na afloop van het boekjaar alle resultaten die zijn behaald met activiteiten waarvoor in dat boekjaar subsidie is verstrekt openbaar, voor zover hierop geen intellectuele eigendomsrechten zijn of zullen worden gevestigd.

2.

Een instituut stelt uiterlijk twaalf weken na afloop van het boekjaar alle resultaten die zijn behaald met activiteiten waarvoor in dat boekjaar subsidie is verstrekt waarop intellectuele eigendomsrechten rusten beschikbaar aan derden tegen redelijke tarieven en voorwaarden. Indien een derde een onderneming is, geldt als redelijk tarief de marktprijs, berekend overeenkomstig artikel 27, derde lid.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, voor zover dit noodzakelijk is voor de bescherming van wezenlijke belangen voor de veiligheid van de staat, de openbare orde, de openbare veiligheid, of indien er sprake is van een bedrijfsgeheim:

4.

Indien het instituut vermoedt dat resultaten van dien aard zijn dat gebruik gemaakt kan worden van de uitzondering, bedoeld in het derde lid, informeert het instituut de minister en de minister die het mede aangaat ten minste twee weken voor openbaarmaking of beschikbaarstelling als bedoeld in het eerste of tweede lid.

5.

Indien de betrokken minister voornemens is te reageren op de voorgenomen openbaarmaking of beschikbaarstelling, stelt hij het instituut hiervan binnen twee weken na ontvangst van het voornemen in kennis. Het instituut gaat niet over tot openbaarmaking of beschikbaarstelling totdat het de reactie van de minister heeft ontvangen.

6.

In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, worden de regels voor openbaarmaking van resultaten die voortvloeien uit programma’s voor wettelijke onderzoekstaken die gefinancierd zijn met programmasubsidie, vastgelegd in het desbetreffende programma overeenkomstig de aanwijzingen van de minister die het aangaat.

Artikel 23

Indien een instituut inkomsten verwerft uit activiteiten die met instituutssubsidie zijn bekostigd, worden deze uitsluitend ingezet onder dezelfde voorwaarden als instituutssubsidie.

Artikel 24

Het instituut vraagt voorafgaand schriftelijk toestemming aan de minister voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen b, i en j, van de Algemene wet bestuursrecht.

§ 6.2. Staatssteun

Artikel 25
1.

Het is verboden instituutssubsidie aan te wenden voor:

2.

Het is verboden programmasubsidie aan te wenden voor:

3.

Het is verboden infrastructuursubsidie aan te wenden voor de financiering van economische activiteiten door het instituut.

Artikel 26
1.

Voor zover het instituut personeel, apparatuur of andere faciliteiten ter beschikking stelt aan een derde, anders dan in de vorm van een samenwerking als bedoeld in artikel 27, of door middel van het verrichten van economische activiteiten als bedoeld in artikel 28, brengt het instituut:

2.

Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27
1.

Indien een instituut deelneemt aan een project dat wordt uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking met ondernemingen:

2.

Het absolute bedrag van financiële en niet-financiële bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de activiteiten van het instituut die de betrokken intellectuele eigendomsrechten hebben opgeleverd, kan op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 4°, in mindering worden gebracht.

3.

De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 4°, stemt overeen met de marktprijs indien:

4.

De voorwaarden van een contract, overeengekomen op grond van het derde lid, onderdeel c, wijken niet af van voorwaarden die onafhankelijke ondernemingen overeen zouden komen en behelzen geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding.

5.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere activiteiten die een instituut verricht in samenwerking met ondernemingen, voor zover deze activiteiten van het instituut worden gefinancierd door subsidies van een ander bestuursorgaan of financiële bijstand ontvangen van de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds.

Artikel 28
1.

Indien een instituut economische activiteiten verricht in de vorm van contractonderzoek of in de vorm van een onderzoeksdienst aan een onderneming, draagt het instituut er zorg voor dat het:

2.

De uitkomst van onderhandelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2 °, wijken niet af van uitkomsten die onafhankelijke ondernemingen overeen zouden komen en behelzen geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding.

3.

Wanneer de eigendom van of de toegangsrechten tot intellectuele eigendomsrechten bij het instituut blijven berusten, mag de marktwaarde daarvan in mindering worden gebracht op de voor de betrokken economische activiteiten verschuldigde prijs.

Artikel 29
1.

Bij het verrichten van economische activiteiten neemt het instituut de verplichtingen in acht die van toepassing zijn op grond van artikel 107, derde lid, onderdelen b, c en e, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en daarop gebaseerde kaders, mededelingen en andere richtsnoeren van de Europese Commissie evenals de verordeningen, bedoeld in de artikelen 108, vierde lid, en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2.

Bij de nakoming van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, past het instituut, indien er sprake is van economische activiteiten die gefinancierd zijn met instituutssubsidie, voor zover de subsidie wordt aangewend voor de activiteiten, bedoeld in de definitie van instituutssubsidie in artikel 1, onderdeel b, of programmasubsidie, voor zover de subsidie wordt aangewend voor een onderzoeksprogramma als bedoeld in de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel a, één van de volgende methoden toe:

3.

Indien er sprake is van economische activiteiten op een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur die gefinancierd is met infrastructuursubsidie, voldoet het instituut aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de economische activiteiten die op die afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur worden ontplooid, in het desbetreffende boekjaar ten hoogste 20 procent bedragen van het aantal uren dat de onderzoeksinfrastructuur in dat boekjaar in werking is geweest.

4.

Het tweede lid, onderdeel a, en het derde lid, zijn alleen toepasbaar voor zover de economische activiteiten die in dit kader worden verricht zuiver ondersteunend blijven, doordat precies dezelfde input wordt gebruikt als voor de niet-economische activiteiten.

5.

Indien in het activiteitenplan de methode, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, wordt toegepast, verzoekt het instituut de minister om zorg te dragen voor de verslaglegging als bedoeld in artikel 11 van Verordening 651/2014, artikel 9 van Verordening 702/2014 of artikel 11 van Verordening 1388/2014.

6.

Indien in het activiteitenplan de methode, genoemd in het tweede lid, onderdeel c, wordt toegepast, verzoekt het instituut de minister om zorg te dragen voor de aanmelding overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

7.

Het instituut verstrekt alle benodigde informatie aan de minister om de verslaglegging of aanmelding op effectieve wijze te kunnen verrichten. De minister informeert het instituut over de verslaglegging of aanmelding.

Artikel 30
1.

Het instituut voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

2.

De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en activiteitenplan.

3.

Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig.

4.

In de administratie wordt een onderscheid gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten die het instituut uitoefent en de kosten en de financiering hiervan.

5.

In de administratie wordt de methode verwerkt die overeenkomstig artikel 29, tweede en derde lid, is toegepast door het instituut overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit de kaders, bedoeld in artikel 29, eerste lid.

Artikel 31
1.

Indien uit de administratie, bedoeld in artikel 30, blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld inartikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de instituutssubsidie die is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, te vermenigvuldigen met 0,5.

2.

Indien uit de administratie, bedoeld in artikel 30, blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, voor een bepaald onderzoeksprogramma is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de programmasubsidie die voor dat onderzoeksprogramma is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, te vermenigvuldigen met 0,6.

3.

Indien uit de administratie, bedoeld in artikel 30, blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in artikel 29, derde lid, voor een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de infrastructuursubsidie die voor die onderzoeksinfrastructuur is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, derde lid, te vermenigvuldigen met 0,5.

4.

Indien uit de administratie, bedoeld in artikel 30, blijkt dat de economische activiteiten en de daarvoor ingezette financiële middelen niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de vereisten opgenomen in Verordening 651/2014, Verordening 702/2014, Verordening 1388/2014 of aan de vereisten verbonden aan de goedkeuring die de Europese Commissie heeft verstrekt overeenkomstig artikel 108, derde lid, in samenhang met artikel 107, tweede en derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, informeert het instituut de minister over deze overtreding en geeft daarbij de omvang weer van het bedrag dat niet in overeenstemming is met de vereisten en het boekjaar waarin deze overtreding heeft plaatsgevonden.

5.

Bij de toepassing van artikel 7 van de Kaderwet EZ-subsidies op grond van de informatie, bedoeld in het vierde lid, kan de minister overgaan tot verrekening met de verstrekte subsidie in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan. De minister doet daarvan uitdrukkelijk mededeling in de beschikking tot subsidievaststelling en maakt deze verrekening openbaar.

§ 6.3. Derivaten

Artikel 32
1.

Een instituut sluit geen overeenkomsten af inzake financiële instrumenten, als bedoeld in artikel 1.1, onderdelen d tot en met j, van de Wet op het financieel toezicht.

2.

Een instituut handelt niet als financiële onderneming.

3.

In afwijking van het eerste lid mag een instituut een overeenkomst inzake derivaten afsluiten, voor zover deze past binnen de definitie van financieel instrument, onderdeel d, van de Wet op het financieel toezicht en betrekking heeft op:

Artikel 33

Een instituut dat derivaten aanhoudt, draagt er zorg voor dat:

Artikel 34
1.

Een instituut sluit een overeenkomst inzake een derivaat slechts af met een financiële onderneming die:

2.

Het kredietwaardigheidsoordeel, bedoeld in het tweede lid, betreft een kredietwaardigheidsoordeel met betrekking tot de Baseline Credit Assessment.

3.

De financiële onderneming beschikt over verklaringen van twee kredietbeoordelingsbureaus, waaruit blijkt dat de financiële onderneming voldoet aan de eisen opgenomen in het tweede lid.

Artikel 35

Een instituut sluit geen overeenkomsten inzake derivaten af waarin:

Artikel 36
1.

Een overeenkomst inzake derivaten wordt pas afgesloten vanaf het moment dat een onderliggende financiële verplichting is aangegaan.

2.

De tegenwaarde van derivaat is niet groter dan de financiële verplichting, bedoeld in het eerste lid.

3.

Derivaten hebben geen langere looptijd dan de financiële verplichting, bedoeld in het eerste lid.

4.

De maximale looptijd van een derivaat is het lopende jaar opgeteld met negen daarop volgende kalenderjaren.

5.

De minister kan op aanvraag van het instituut ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid.

Artikel 37

Een instituut dat derivaten aanhoudt, verantwoordt zich hierover in zijn jaarverslag op een transparante, complete en inzichtelijke wijze.

Artikel 38
1.

Een instituut dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een of meerdere derivaten aanhoudt met clausules die niet in overeenstemming zijn met de verplichtingen opgenomen in deze paragraaf, stelt een plan van aanpak vast om deze derivaten binnen een redelijkerwijs haalbaar te achten termijn af te bouwen en stuurt dit naar de minister.

2.

De minister kan, binnen vier weken nadat hij het plan heeft ontvangen, nadere eisen stellen aan het plan van aanpak en de te hanteren termijn voor de afbouw van de derivatenportefeuille, bedoeld in het eerste lid.

3.

Indien de minister nadere eisen heeft gesteld, stelt het instituut een nieuw plan van aanpak vast met inachtneming van deze eisen.

§ 7. Begrotingsvoorbehoud

Artikel 39

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

§ 8. Bevoorschotting

Artikel 40
1.

De minister verstrekt ambtshalve voorschotten voor instituutssubsidie, programmasubsidie en infrastructuursubsidie.

2.

De minister verstrekt het eerste voorschot ambtshalve uiterlijk de tweede week na aanvang van het boekjaar.

3.

De volgende voorschotten worden ambtshalve verstrekt binnen twee weken na 1 april, 1 juli en 1 oktober.

4.

Een voorschot bedraagt 25 procent van het bedrag dat in het desbetreffende boekjaar is verleend.

§ 9. Subsidievaststelling

Artikel 41
1.

Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

3.

Indien een beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dertien weken worden verlengd.

Artikel 42
1.

De opdracht, bedoeld in artikel 4:78, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht strekt tevens tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.

2.

Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig het controleprotocol, opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling.

Artikel 43
1.

Indien in een bepaald boekjaar meer of minder subsidiabele kosten worden gemaakt dan waarvoor subsidie is verleend, waardoor er sprake is van een tekort of een overschot aan subsidie, worden de oorzaken en de gevolgen hiervan toegelicht in de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 4:74 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

Van een verwacht tekort of overschot aan subsidie in een bepaald boekjaar wordt melding gemaakt bij de aanvraag van subsidie voor het hierop volgende boekjaar.

3.

Een tekort aan subsidie komt, voor zover het meer is dan vijf procent van de verleende subsidie voor een bepaald boekjaar, voor rekening van het instituut.

4.

Een overschot aan subsidie wordt, voor zover het meer is dan vijf procent van de verleende subsidie voor een bepaald boekjaar, in mindering gebracht op de hoogte van de subsidie in het hierop volgende boekjaar.

5.

De hoogte van de subsidie voor een bepaald boekjaar wordt niet hoger vastgesteld dan in de beschikking tot subsidieverlening in dat boekjaar is bepaald.

6.

Een in een bepaald boekjaar behaald overschot wordt in het daarop volgende boekjaar ingezet.

7.

Indien niet voldaan wordt aan het zesde lid, wordt het overschot in mindering gebracht op de hoogte van de subsidie in het hierop volgende boekjaar.

8.

De minister kan op aanvraag van het instituut besluiten het zevende lid in een bepaald boekjaar niet toe te passen indien het aannemelijk is dat de subsidiabele kosten alsnog zullen worden gemaakt in het daaropvolgende boekjaar.

§ 10. Evaluatie

Artikel 44
1.

De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van deze regeling uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

2.

De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 11. Slotbepalingen

Artikel 45
1.

Deze regeling is niet van toepassing op subsidies die voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.

2.

Op subsidies als bedoeld in het eerste lid, die zijn verleend of vastgesteld op grond van:

3.

In afwijking van de artikelen 3 en 9, eerste lid, geldt als strategisch plan voor de boekjaren 2018 tot en met 2021 het strategisch plan van het instituut, zoals dat voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling is opgesteld en ter beschikking is gesteld aan de minister en dat op die boekjaren van toepassing is.

Artikel 46

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Artikel 47

Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 48

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2018.

Artikel 49

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek.

Bijlage 1. behorende bij artikel 1 (lijst van wettelijke onderzoekstaken)

1.1. Wageningen Research

Bijlage 2. behorende bij artikel 9, tweede lid (subsidieplafonds instituutssubsidie)

Instituut Subsidieplafond (€)
MARIN 7.518.000
Deltares 20.198.000
NLR 26.055.000
Wageningen Research 46.500.000
Instituut Subsidieplafond (€)
MARIN 6.781.000
Deltares 20.198.000
NLR 26.055.000
Wageningen Research 52.000.000

Bijlage 2. behorende bij artikel 9, tweede lid (subsidieplafonds instituutssubsidie)

Bijlage 4. behorende bij artikel 17, tweede lid (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)

Bijlage 3. behorende bij artikel 12, eerste lid (subsidieplafonds programmasubsidie)

2. Subsidieplafonds voor instituutssubsidie voor het boekjaar 2023

1.2. Onderzoeksthema’s voor Wageningen Research

1.3. Onderzoeksthema voor Deltares

In het boekjaar 2020 richten de instituten zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in de tabellen 1.1, 1.2, 1.3 en 1.4 van deze bijlage.

In het boekjaar 2022 en 2023 richten de instituten zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in de tabellen 1.1, 1.2, 1.3 en 1.4 van deze bijlage.

2. Subsidieplafonds programmasubsidie voor het boekjaar 2022

3. Subsidieplafonds programmasubsidie voor het boekjaar 2022

Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2022 wordt als volgt verdeeld.

Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2023 wordt als volgt verdeeld.

Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2020 wordt als volgt verdeeld.

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2021.

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2022.

2. Subsidieplafonds infrastructuursubsidie 2023

3.2. Onderzoeksthema’s voor Wageningen Research in het boekjaar 2021

Bij de uitvoering van de controle stelt de accountant vast dat:

Controleprotocol subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2020.

Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen omtrent de reikwijdte en de intensiteit van de controle aan de accountant, belast met de controle van de door de subsidieontvanger bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) of het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in te dienen aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek. Het betreft de accountantswerkzaamheden die de accountants van de Toegepaste Onderzoeksorganisaties TNO, Wageningen Research, Deltares, ECN, NLR en Marin (TO2) uitvoeren ten behoeve van de departementen die deze organisaties financieren door middel van de Instituutssubsidie, Programmasubsidie dan wel Infrastructuursubsidie. Daarnaast kunnen subsidies worden verstrekt voor de uitvoering van wettelijke onderzoekstaken (WOT’s) en voor specifieke activiteiten (projectsubsidies). Financiële afrekening vindt plaats op basis van een aanvraag tot subsidievaststelling zoals bedoeld in artikel 41 van de onderhavige subsidieregeling, voorzien van een controleverklaring van de accountant, conform het in dit protocol opgenomen format. Object van het onderzoek van de accountant is het in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag.

Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen omtrent de reikwijdte en de intensiteit van de controle aan de accountant, belast met de controle van de door de subsidieontvanger bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) of het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in te dienen aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek. Het betreft de accountantswerkzaamheden die de accountants van de Toegepaste Onderzoeksorganisaties TNO, Wageningen Research, Deltares, ECN, NLR en Marin (TO2) uitvoeren ten behoeve van de departementen die deze organisaties financieren door middel van de Instituutssubsidie, Programmasubsidie dan wel Infrastructuursubsidie. Daarnaast kunnen subsidies worden verstrekt voor de uitvoering van wettelijke onderzoekstaken (WOT’s) en voor specifieke activiteiten (projectsubsidies). Financiële afrekening vindt plaats op basis van een aanvraag tot subsidievaststelling zoals bedoeld in artikel 41 van de onderhavige subsidieregeling, voorzien van een controleverklaring van de accountant, conform het in dit protocol opgenomen format. Object van het onderzoek van de accountant is het in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag.

1.2. Definities

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2020.

1.3. Wet- en regelgeving

Voor de controle van het financieel verslag is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:

2.2. Materialiteit: goedkeuringstoleranties en gewenste zekerheid

Artikel 7: met redelijk gemaakte kosten, winst- of continuïteitsopslagen voor zover gebruikelijk en kosten op basis van bedrijfseconomische grondslagen wordt bedoeld dat deze kosten of opslagen gebaseerd dienen te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.

1.2. Definities

Van de overige artikelen wordt de accountant alleen geacht kennis te hebben genomen, voor zover relevant voor zijn controle.

2. Controleaanpak

De controle moet voldoen aan de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS), die door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn vastgesteld.

De controle moet voldoen aan de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS), die door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn vastgesteld.

2.2. Materialiteit

De materialiteit is van toepassing op het oordeel over de financiële rechtmatigheid. Een verklaring met een goedkeurende strekking met betrekking tot de rechtmatigheid impliceert, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de verantwoording geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen, die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel.

In het accountantsprotocol wordt geen materialiteit voorgeschreven voor de getrouwheid. Voor de subsidieregeling is een maximale materialiteit van 2% van het totaal van de baten aanvaardbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de accountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden is opgenomen.

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een controleverklaring. Hiervoor wordt de meest actuele NBA voorbeeldtekst HRA 3 sectie II hoofdstuk 10.3: ‘Controleverklaring bij een subsidiedeclaratie in de publieke sector’ gehanteerd. Verwezen wordt naar de voorbeeldtekst bij dit controleprotocol.

4. Reviewbeleid

De Auditdienst Rijk (ADR) kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de ADR desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden1Krachtens de Comptabiliteitswet 2016 (artikelen 6.1 en 6.3) heeft EZK, LNV of VWS bij rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt het recht kennis te nemen van jaarrekeningen, jaarverslagen en daaraan toegevoegde overige gegevens, verantwoordingen, gegevens en documenten nodig voor vaststelling van subsidies, leningen en garanties en verslagen van onderzoeken van accountants hiernaar en naar aanleiding hiervan nadere inlichtingen in te winnen en is EZK, LNV of VWS bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. EZK, LNV of VWS is bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.. De eventuele extra kosten van deze accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van EZK, LNV of VWS.

De Auditdienst Rijk (ADR) kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de ADR desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden1Krachtens de Comptabiliteitswet 2016 (artikelen 6.1 en 6.3) heeft EZK, LNV of VWS bij rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt het recht kennis te nemen van jaarrekeningen, jaarverslagen en daaraan toegevoegde overige gegevens, verantwoordingen, gegevens en documenten nodig voor vaststelling van subsidies, leningen en garanties en verslagen van onderzoeken van accountants hiernaar en naar aanleiding hiervan nadere inlichtingen in te winnen en is EZK, LNV of VWS bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. EZK, LNV of VWS is bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.. De eventuele extra kosten van deze accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van EZK, LNV of VWS.

Afgegeven ten behoeve van ... (naam subsidiegever)

Afgegeven ten behoeve van ... (naam subsidiegever)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Ons oordeel

Wij hebben bijgaand, in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag 2Afhankelijk van de subsidieregeling te vervangen door een andere benaming. Deze opmerking geldt voor elke plaats in deze voorbeeldtekst waar de term 'financieel verslag’ wordt gebruikt. ingevolge de beschikking tot subsidieverlening (kenmerk en datum) van .. (naam subsidieontvanger) te .. (vestigingsplaats) over 201X inzake3Optioneel, bijvoorbeeld naam project zoals vermeld in het financieel verslag, afhankelijk van de beschikking tot subsidieverlening... gecontroleerd.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van het financieel verslag’.

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van het financieel verslag’.

Wij zijn onafhankelijk van .. (naam subsidieontvanger) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

De aanvraag tot subsidievaststelling omvat andere informatie, die bestaat uit een activiteitenverslag.

De aanvraag tot subsidievaststelling omvat andere informatie, die bestaat uit een activiteitenverslag.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met het financieel verslag verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1. Subsidieplafonds voor instituutssubsidie voor het boekjaar 2020

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie voor het boekjaar 2020.

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie voor het boekjaar 2023.

1. Onderzoeksthema’s voor het boekjaar 2022 en 2023

2. Subsidieplafonds programmasubsidie voor het boekjaar 2021

Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2021 wordt als volgt verdeeld.

Bijlage 4. behorende bij artikel 17, tweede lid (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2019.

Instituut Subsidieplafond infrastructuursubsidie 2019
MARIN € 0
Deltares € 0
NLR € 0
Wageningen Research € 0

Bijlage 5. behorende bij artikel 42, tweede lid (controleprotocol)

3.1. Onderzoeksthema voor NLR in het boekjaar 2021

1. Subsidieplafonds infrastructuursubsidie 2021

1. Subsidieplafonds infrastructuursubsidie 2022

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2022.

Controleprotocol subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek

Artikel 7: met redelijk gemaakte kosten, winst- of continuïteitsopslagen voor zover gebruikelijk en kosten op basis van bedrijfseconomische grondslagen wordt bedoeld dat deze kosten of opslagen gebaseerd dienen te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.

Elk instituut ontvangt jaarlijks een subsidiebeschikking. In deze beschikking kunnen, bovenop de bepalingen zoals die in dit protocol zijn opgenomen, aanvullende eisen worden gesteld met betrekking tot de controle. Die eisen hebben in de betreffende gevallen enkel en alleen betrekking op het desbetreffende instituut. Daarom zijn die eisen niet opgenomen in dit controleprotocol.

1.2. Definities

Artikel 8 : met een voor het instituut gebruikelijke en controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die het instituut stelselmatig toepast wordt bedoeld dat deze gebaseerd dient te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.

2.2. Materialiteit

De materialiteit is van toepassing op het oordeel over de financiële rechtmatigheid. Een verklaring met een goedkeurende strekking met betrekking tot de rechtmatigheid impliceert, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de verantwoording geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen, die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

3. Verslaglegging

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een controleverklaring. Hiervoor wordt de meest actuele NBA voorbeeldtekst HRA 3 sectie II hoofdstuk 10.3: ‘Controleverklaring bij een subsidiedeclaratie in de publieke sector’ gehanteerd. Verwezen wordt naar de voorbeeldtekst bij dit controleprotocol.

4. Reviewbeleid

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Wij hebben bijgaand, in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag 2Afhankelijk van de subsidieregeling te vervangen door een andere benaming. Deze opmerking geldt voor elke plaats in deze voorbeeldtekst waar de term 'financieel verslag’ wordt gebruikt. ingevolge de beschikking tot subsidieverlening (kenmerk en datum) van .. (naam subsidieontvanger) te .. (vestigingsplaats) over 201X inzake3Optioneel, bijvoorbeeld naam project zoals vermeld in het financieel verslag, afhankelijk van de beschikking tot subsidieverlening... gecontroleerd.

Voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek

Naar ons oordeel is financieel verslag ingevolge de beschikking tot subsidieverlening (kenmerk en datum) van (naam subsidieontvanger) over 201X inzake .. 4Optioneel, bijvoorbeeld naam project zoals vermeld in het financieel verslag, afhankelijk van de beschikking tot subsidieverlening. in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met ..5Aan te vullen met een verwijzing naar de betreffende subsidieregeling en zo nodig (aanvullende) subsidievoorwaarden.

Andere informatie

De basis voor ons oordeel

Ons oordeel

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie in overeenstemming met ..6Aan te vullen met een verwijzing naar de betreffende subsidieregeling en zo nodig (aanvullende) subsidievoorwaarden.].

Het financieel verslag is opgesteld voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport7Doorhalen wat niet van toepassing is. met als doel ... (Naam subsidieontvanger) in staat te stellen te voldoen aan ... (omschrijving vereisten, doel, contract, etc.). Hierdoor is het financieel verslag mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam subsidieontvanger) en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport8Doorhalen wat niet van toepassing is. en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.

Het financieel verslag is opgesteld voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport7Doorhalen wat niet van toepassing is. met als doel ... (Naam subsidieontvanger) in staat te stellen te voldoen aan ... (omschrijving vereisten, doel, contract, etc.). Hierdoor is het financieel verslag mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam subsidieontvanger) en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport8Doorhalen wat niet van toepassing is. en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van financieel verslag in overeenstemming met ..9Aan te vullen met een verwijzing naar de betreffende subsidieregeling en zo nodig (aanvullende) subsidievoorwaarden. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opstellen van het financieel verslag mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van financieel verslag in overeenstemming met ..9Aan te vullen met een verwijzing naar de betreffende subsidieregeling en zo nodig (aanvullende) subsidievoorwaarden. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opstellen van het financieel verslag mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 4. behorende bij artikel 17, tweede lid (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2020.

Instituut Subsidieplafond infrastructuursubsidie 2020 (€)
MARIN 0
Deltares 0
NLR 0
Wageningen Research 0

Bijlage 5. behorende bij artikel 42, tweede lid (controleprotocol)

3. Subsidieplafonds programmasubsidie voor het boekjaar 2023

2. Subsidieplafonds infrastructuursubsidie 2022

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2023.

2. Controleaanpak

Bij de uitvoering van de controle stelt de accountant vast dat:

Voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek

Ons oordeel

4. Reviewbeleid

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij het financieel verslag.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

2. Subsidieplafonds voor instituutssubsidie voor het boekjaar 2021

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie voor het boekjaar 2021.

Bijlage 3. behorende bij artikel 12, eerste lid (subsidieplafonds programmasubsidie)

1. Uitgangspunten

Bijlage 4. behorende bij artikel 17, tweede lid (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)

Bijlage 5. behorende bij artikel 42, tweede lid (controleprotocol)

Controleprotocol subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek

2. Controleaanpak

Voor de controle van het financieel verslag is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:

Voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor het financieel verslag

Beperking in gebruik en verspreidingskring

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van dit financieel verslag nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

Plaats en datum

Beperking in gebruik en verspreidingskring

... (naam accountant)

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor het financieel verslag

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van het financieel verslag

... (naam accountantspraktijk)

... (naam accountant)

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van dit financieel verslag nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

Plaats en datum

... (naam accountantspraktijk)

... (naam accountant)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1. Subsidieplafonds voor instituutssubsidie voor het boekjaar 2022

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie voor het boekjaar 2022.

Bijlage 5. behorende bij artikel 42, tweede lid (controleprotocol)

1.1. Doelstelling

Bijlage 5. behorende bij artikel 42, tweede lid (controleprotocol)

1.1. Doelstelling

3. Verslaglegging

De basis voor ons oordeel

Ons oordeel

Beperking in gebruik en verspreidingskring

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor het financieel verslag

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van het financieel verslag

... (naam accountantspraktijk)

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van dit financieel verslag nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Plaats en datum

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 4. behorende bij artikel 17, tweede lid (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)

Bijlage 5. behorende bij artikel 42, tweede lid (controleprotocol)

Voor de controle van het financieel verslag is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:

Beperking in gebruik en verspreidingskring

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van het financieel verslag

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.2. Deltares

Bijlage 3. behorende bij artikel 12, eerste lid (subsidieplafonds programmasubsidie)

Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2022 wordt als volgt verdeeld.

Bijlage 4. behorende bij artikel 17, tweede lid (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)

2.1. Eisen voor de controleaanpak

Andere informatie

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor het financieel verslag

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van het financieel verslag

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.