← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 5 maart 2018, nr. IENW/BSK-2018/43439, houdende regels inzake het verstrekken van subsidie voor het transport van drinkwater of ander water op Bonaire, Sint Eustatius en Saba en voor de exploitatie van de RWZI op Bonaire over de kalenderjaren 2018 tot en met 2022 (Tijdelijke subsidieregeling drinkwater BES en rioolwaterzuiveringsinstallatie Bonaire 2018–2022)

Geldende tekst a fecha 2021-01-01

Gelet op artikel 4 in samenhang met artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en g, en artikel 5 van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 2, eerste en derde lid, en 4 van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. (begripsomschrijvingen)

In deze regeling en daarop gebaseerde besluiten wordt verstaan onder:

Artikel 2. (subsidieverlening)
1.

Aan de subsidieontvanger kan op aanvraag over een of meer van de kalenderjaren 2018 tot en met 2024 subsidie worden verleend met als doel het dekken van een deel van de kosten over de genoemde kalenderjaren die worden verdisconteerd in het vaste gebruikstarief en het wegtransporttarief voor drinkwater, teneinde deze tarieven die in rekening worden gebracht bij afnemers, te verminderen.

2.

Aan het Water- en Energiebedrijf Bonaire NV kan op aanvraag over een of meer van de kalenderjaren 2018 tot en met 2024 subsidie worden verleend met als doel het dekken van de exploitatietekorten van de RWZI over de genoemde kalenderjaren.

3.

Aan Sint Eustatius Utility Company N.V. (STUCO) kan op aanvraag eenmalig subsidie worden verleend voor het vervangen van de transportleiding voor drinkwater op Sint Eustatius.

4.

De subsidie, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt verleend onder de voorwaarde dat daarvoor voldoende middelen beschikbaar zijn op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 3. (subsidiebedragen)
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, bedraagt ten hoogste het bedrag volgens de onderstaande tabel, inclusief eventueel verschuldigde BTW:

Omschrijving 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
c. Subsidie op drinkwater Saba 93 93 93 93 93 93 93
d. Subsidie op drinkwater Bonaire 925 925 925 925 925 925 925
e. Subsidie op drinkwater Sint Eustatius 193 193 193 193 193 193 193
f. Subsidie op afvalwater Bonaire 1.200 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000
g. Extra subsidie op drinkwater Bonaire 2.400 2.400
h. Extra subsidie op drinkwater Sint Eustatius 212 212
i. Extra subsidie op drinkwater Bonaire (doorgeschoven uit 2017) 1.200
j. Extra subsidie op drinkwater Sint Eustatius (doorgeschoven uit 2017) 212
k. Extra subsidie op drinkwater Bonaire 700 450
l. Extra subsidie op investeringen drinkwater Bonaire 450 450 450
m. Extra subsidie op investering Sint Eustatius 1.500 1.500 1.500
n. Extra subsidie op drinkwater Bonaire 3.000 1.725 450 450
o. Extra subsidie op drinkwater Sint Eustatius 300 300
p. Extra subsidie op drinkwater Bonaire i.v.m. COVID-19 798 2.628
q. Extra subsidie op drinkwater Sint Eustatius i.v.m. COVID-19 299 649
r. Extra subsidie op capaciteit drinkwater Saba i.v.m. COVID-19 200
s. Extra subsidie op drinkwater Saba i.v.m. COVID-19 75
t. Extra subsidie op afvalwater Bonaire 1.000 1.000 500 500 500
Totaal 6.435 5.523 8.258 10.538 5.111 5.111 2.711
2.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, derde lid, bedraagt ten hoogste € 880.000.

Artikel 4. (aanvraag)
1.

De aanvraag om subsidie kan op een of meer van de genoemde kalenderjaren betrekking hebben. Voor zover betrekking hebbend op een lopend kalenderjaar wordt deze zo spoedig mogelijk doch uiterlijk voor 1 september van dat jaar ingediend. Deze termijn kan door de minister worden verlengd tot een daarbij te bepalen datum.

2.

De aanvraag bevat de volgende gegevens en bescheiden:

Artikel 5. (verplichtingen subsidieontvanger)
1.

De voor enig jaar te subsidiëren activiteiten moeten uiterlijk 31 december van dat jaar zijn verricht, met dien verstande dat in geval van een subsidie, verleend over een tijdvak van meerdere kalenderjaren, de activiteiten in elk geval uiterlijk 31 december van het laatste kalenderjaar zijn verricht, waarbij de over enig kalenderjaar binnen dat tijdvak verleende subsidie met toestemming van de minister kan worden aangewend voor hetzelfde doel voor een daaropvolgend kalenderjaar binnen dat tijdvak. In afwijking van de eerste volzin worden de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, verricht voor 1 januari 2022.

2.

De subsidieontvanger is verplicht onverwijld een schriftelijke melding aan de minister te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel vóór de in het eerste lid genoemde datum zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen uiterlijk op de in het eerste lid genoemde datum zal worden voldaan.

3.

De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit door de minister op elk moment op eenvoudige en duidelijke wijze de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten kunnen worden afgeleid. De subsidieontvanger verleent hiertoe aan de minister of door haar aangewezen personen toegang tot door subsidieontvanger gebruikte plaatsen en medewerking aan de gegevensverstrekking.

4.

De administratie en de daarbij behorende stukken worden gedurende ten minste vijf jaren na het desbetreffende kalenderjaar bewaard.

5.

Indien door een ander bestuursorgaan voor dezelfde activiteiten subsidie wordt verstrekt, doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan de minister.

6.

De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister alle medewerking aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitoefenen van de gesubsidieerde activiteiten een bijdrage heeft geleverd aan het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 6. (intrekken of wijzigen van de subsidieverstrekking)

De minister kan een beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of wijzigen indien:

Artikel 7. (subsidievaststelling)
1.

De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 mei na het laatste kalenderjaar van het tijdvak waarvoor subsidie is aangevraagd of het kalenderjaar waarin de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, zijn voltooid, bij de minister een aanvraag tot subsidievaststelling in.

2.

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling door middel van een financiële verantwoording aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

3.

Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de subsidieontvanger een financieel verslag over waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten. Dit verslag gaat vergezeld van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant, accountant-administratieconsulent of andere onafhankelijke accountant volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controleprotocol van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waarin wordt verklaard dat de subsidie rechtmatig is besteed aan de activiteiten en dat de subsidieverplichtingen zijn nageleefd.

4.

Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, stelt de minister de subsidie vast.

5.

De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het subsidiebedrag als:

Artikel 8. (betaling)

Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de bekendmaking van de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

Artikel 9. (voorschotten)

Aan de subsidieontvanger kunnen voorschotten worden verleend van ten hoogste 100 procent van de in artikel 3 genoemde subsidiebedragen.

Artikel 10. (onverschuldigde betaling)

Indien na de intrekking, wijziging of vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 6 of 7 sprake is van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen worden deze door de minister teruggevorderd.

Artikel 11. (inwerkingtreding)
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de krachtens deze regeling verstrekte subsidies.

Artikel 12. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling drinkwater BES en rioolwaterzuiveringsinstallatie Bonaire 2018 tot en met 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.