Wijzigingsgeschiedenis

Dividendbelasting, vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting

3 versions · 2023-10-10
2023-10-10
Dividendbelasting, vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en terugg

Wijzigingen op 2023-10-10

@@ -2,7 +2,7 @@
**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.**
**In dit besluit zijn de regelingen inzake de vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting gewijzigd. Aanleiding is de digitalisering van procedures voor het verkrijgen van een teruggaaf van dividendbelasting**.
**Dit besluit bevat de regelingen inzake de vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting. Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 18 september 2023, nr. 2023-20339. De wijziging betrof de actualisering van de bijzondere regeling waarbij gemachtigden een gebundelde indiening kunnen doen van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.**
### 1. Inleiding
@@ -12,130 +12,206 @@
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
Voor het maken van aanspraak op vermindering van Nederlandse dividendbelasting op grond van door Nederland gesloten belastingverdragen dient in bepaalde gevallen gebruik te worden gemaakt van formulieren IB 92 Universeel, IB 95 USA of IB 96 USA. Deze formulieren dienen te worden ondertekend door de aandeelhouder of de houder van de hybride lening zelf of door zijn gemachtigde. Op de desbetreffende formulieren is de eis gesteld dat, indien een gemachtigde tekent, elk formulier moet zijn vergezeld van een schriftelijke machtiging.
Voor het maken van aanspraak op vermindering van Nederlandse dividendbelasting op grond van door Nederland gesloten belastingverdragen dient in bepaalde gevallen gebruik te worden gemaakt van formulieren IB 92 Universeel, IB 95 USA of IB 96 USA. Deze formulieren dienen te worden ondertekend door de aandeelhouder of de houder van de hybride lening zelf of door zijn gemachtigde. Op de desbetreffende formulieren is de eis gesteld dat, indien een gemachtigde tekent, elk formulier moet zijn vergezeld van een schriftelijke machtiging.
Ik keur goed, dat het telkenmale bijvoegen van een machtiging achterwege blijft in de gevallen waarin de vermindering van dividendbelasting uitsluitend betrekking heeft op opbrengsten van aandelen en hybride leningen die de gemachtigde op de datum van betaalbaarstelling van de opbrengst in beheer heeft, dan wel op zijn naam zijn ingeschreven in een register dat door de vennootschap die de effecten heeft uitgegeven wordt gehouden, en de gemachtigde in het bezit is van een door de Belastingdienst/kantoor Buitenland daartoe afgegeven vergunning.
Deze goedkeuring is tevens van toepassing op de intermediair die namens een gemachtigde formulieren indient en in het bezit is van een daartoe door Belastingdienst/kantoor Buitenland afgegeven vergunning.
Bij de toepassing van deze regeling dient de (intermediair van de) gemachtigde op het formulier IB 92 Universeel, IB 95 USA of IB 96 USA onder zijn naam en handtekening te vermelden:
‘Gemachtigde.
### 3. Gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden
### 3. Gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden
Hierbij machtig ik overeenkomstig [artikel 12 (delegatiebepaling) van de universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270&artikel=12) en [artikel 12 van de uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213&artikel=12), de directeur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland binnen de hieronder aangegeven kaders een bijzondere regeling te treffen inzake de teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden.
### 3.2. Bijzondere regeling
Gemachtigden die jaarlijks aanzienlijke hoeveelheden verzoeken doen om teruggaaf van dividendbelasting op basis van de [universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270) namens gerechtigden kunnen deze verzoeken gebundeld indienen. Op een gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Gemachtigden die namens gerechtigden jaarlijks aanzienlijke hoeveelheden verzoeken doen om teruggaaf van dividendbelasting op basis van de universele uitvoeringsvoorschriften of uitvoeringsvoorschriften VS kunnen deze verzoeken onder de volgende voorwaarden gebundeld indienen. Een van de voorwaarden is dat de Belastingdienst en de gemachtigde een overeenkomst sluiten. [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040766&bijlage=1&z=2023-10-10&g=2023-10-10) bevat deze overeenkomst. [Bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040766&bijlage=2&z=2023-10-10&g=2023-10-10) bevat vragen en antwoorden ter verduidelijking van de overeenkomst en de voorwaarden.
### 3.3. Gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden op basis van [artikel 10 van de Wet DB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=10)
Ik keur goed dat de directeur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland de onder paragraaf 3.2 geschetste bijzondere regeling van overeenkomstige toepassing doet zijn op de verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden op basis van [artikel 10 van de Wet DB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=10).
Ik keur goed dat de Belastingdienst/Kennis- en Expertisecentrum Buitenland de onder paragraaf 3.2 geschetste bijzondere regeling van overeenkomstige toepassing doet zijn op de verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden op basis van [artikel 10 van de Wet DB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=10).
### 4. Achterwege laten van aanlevering van formulieren IB 92 Universeel en IB 96 USA bij (gedeeltelijke) vrijstelling van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden
### 4.1. Achterwege laten van aanlevering van formulieren IB 92 Universeel en IB 96 USA bij (gedeeltelijke) vrijstelling van Nederlandse dividendbelasting op basis van de [universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270) en de [uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213)
Hierbij machtig ik overeenkomstig [artikel 12 (delegatiebepaling) van universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270&artikel=12) en [artikel 12 van de uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213&artikel=12), de directeur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland binnen de hieronder aangegeven kaders een bijzondere regeling te treffen inzake de toepassing van vermindering van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden.
### 4.2. Bijzondere regeling
Ingevolge [artikel 2 van de universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270&artikel=2) en [artikel 5 van de uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213&artikel=5) is een inhoudingsplichtige of een betaalkantoor bevoegd onder de daar gestelde voorwaarden portfoliodividend uit te betalen onder aftrek van dividendbelasting tot het van toepassing zijnde verdragspercentage.
Bij het indienen van de aangifte dividendbelasting dienen vervolgens door de inhoudingsplichtige de, door de gerechtigde ingevulde en ondertekende, formulieren IB 92 Universeel of IB 96 USA (inclusief geldig certificaat form. 6166) te worden overgelegd.
Het aanleveren van deze formulieren IB 92 Universeel of IB 96 USA aan het betaalkantoor of de inhoudingsplichtige leidt in de praktijk tot de nodige administratieve lasten. Teneinde deze administratieve lasten terug te dringen kan het gelijktijdig met de aangifte dividendbelasting inleveren van de formulieren IB 92 Universeel of IB 96 USA (inclusief het certificaat form. 6166) achterwege blijven, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De bijzondere regeling zal nader worden uitgewerkt in een overeenkomst tussen de Belastingdienst, de inhoudingsplichtige en het betaalkantoor.
### 5. Collectieve verzoeken door fiscaal transparante buitenlandse lichamen om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting
### 5.1. Inleiding
Verzoeken om vermindering van Nederlandse dividendbelasting die is ingehouden op dividenden op aandelen (dan wel de opbrengsten van hybride leningen), kunnen collectief worden gedaan door buitenlandse fiscaal transparante entiteiten namens de achterliggende participanten (deelgerechtigden).1Besluit van 19 maart 1997, nr. IFZ97/204M. In dit onderdeel wordt aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden wordt tegemoetgekomen aan een collectief verzoek om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting dat is gedaan door een buitenlandse fiscaal transparante entiteit.
### 5.2. Goedkeuring
Het gaat bij buitenlandse entiteiten die een collectief verzoek doen om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op basis van belastingverdragen om entiteiten die volgens de nationale belastingwetgeving van het andere land als fiscaal transparant worden aangemerkt en die dus zelf niet als fiscaal inwoner van dat land worden beschouwd. Deze entiteiten zijn dan ook geen inwoner van de betrokken landen in de zin van de belastingverdragen, zodat zij geen zelfstandig beroep kunnen doen op de voordelen van de belastingverdragen. Het zijn de achterliggende participanten die een beroep kunnen doen op verdragstoepassing. Indien de achterliggende participanten bij een zelfstandig beroep op verdragstoepassing recht hebben op verdragsvoordelen, komen zij elk apart in aanmerking voor die verdragsvoordelen. In beginsel moeten zij elk apart een verzoek om verdragstoepassing doen overeenkomstig de procedure die is voorgeschreven in de van toepassing zijnde uitvoeringsvoorschriften. De achterliggende participanten kunnen natuurlijke personen of lichamen zijn.
Ik keur goed dat onder de in onderdeel 5.3 vermelde voorwaarden buitenlandse fiscaal transparante entiteiten namens al hun achterliggende participanten die voor verdragstoepassing kwalificeren een collectief verzoek kunnen indienen om teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting overeenkomstig de toepasselijke verdragstarieven voor dividenden.
Ik merk nog op dat deze goedkeuring uitsluitend betrekking heeft op de teruggaafprocedure, en niet op de vrijstellingsprocedure.
### 5.3. Administratieve procedure voor collectieve verzoeken bij verdragstoepassing
Indien een buitenlandse fiscaal transparante entiteit gebruik wil maken van de in onderdeel 5.2 vermelde goedkeuring dient een verzoek om een algemene machtiging te worden ingediend bij de Belastingdienst/kantoor Buitenland. Pas na afgifte van de machtiging kan de buitenlandse fiscaal transparante entiteit via de website van de Belastingdienst een collectief verzoek indienen om teruggaaf namens al zijn achterliggende participanten uit verdragslanden. Aan een collectief verzoek om teruggaaf, dat op grond van een afgegeven machtiging wordt gedaan, worden de volgende voorwaarden verbonden:
### 5.4. Centrale werknemersfondsen en aandelenspaarplannen van ondernemingen
Het kan voorkomen dat ondernemingen voor hun werknemers centrale werknemersfondsen hebben opgericht of aandelenspaarplannen hebben ontwikkeld. Daaraan kunnen de eigen werknemers van de onderneming deelnemen. Deze werknemers kunnen dan aandelen kopen in de onderneming waaraan zij verbonden zijn. Hierdoor kan het aantal particuliere aandeelhouders van de onderneming aanzienlijk toenemen. De werknemers kunnen woonachtig zijn in verdragslanden. Onder werknemers worden in dit verband ook begrepen gepensioneerde werknemers en nabestaanden van werknemers.
Indien de aandelen van de bedoelde werknemers in hun onderneming namens hen worden gehouden door een lichaam, kan de regeling van onderdeel 5.3 hiervoor ook gelden. Dit betekent dat dit lichaam een algemene machtiging kan aanvragen voor een collectief verzoek namens de werknemers/aandeelhouders en dat pas na afgifte van de machtiging het collectief verzoek kan worden gedaan. Het betekent voorts dat de voorwaarden van onderdeel 5.3, die gelden voor transparante entiteiten, van overeenkomstige toepassing zijn, met uitzondering van voorwaarde 2. Anders dan bij de transparante entiteiten mag het hiervoor bedoelde lichaam zelf namelijk een woonplaatsverklaring afgeven. De inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland kan echter ten aanzien van personen namens wie een collectief verzoek is gedaan steekproefsgewijs verzoeken om woonplaatsverklaringen van de autoriteiten van het desbetreffende verdragsland.
### 5.5. Artikel 25 van het Nederlands-Belgische belastingverdrag 2001
De in onderdeel 5.2 vermelde goedkeuring geldt niet voor instellingen voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 25 van het Nederlands-Belgische belastingverdrag 2001. Ingeval een dergelijke instelling de in dat artikel neergelegde regeling wil toepassen moet zij zich wenden tot de Belastingdienst/kantoor Buitenland voor de voorwaarden waaronder deze regeling kan worden toegepast.
### 6. Van winstbelasting vrijgestelde entiteiten; Afgifte woonplaatsverklaringen; Teruggaaf dividendbelasting
### 6.1. Van winstbelasting vrijgestelde entiteiten; verdragsinwonerschap
Voor het recht op vermindering van bronbelasting volgens een belastingverdrag is in zijn algemeenheid vereist dat, naast andere voorwaarden, de rechthebbende op de uit een verdragsland afkomstige dividenden, interest of royalty's, voor de verdragstoepassing als inwoner van het andere verdragsland wordt aangemerkt. Voor dit inwonerschap dienen onder de belastingverdragen in Nederland gevestigde entiteiten onderworpen te zijn aan de winstbelasting/vennootschapsbelasting.
In de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 is aangegeven dat het Nederlandse verdragsbeleid erop gericht is voor van vennootschapsbelasting vrijgestelde entiteiten onderworpenheid aan belasting in een verdragsluitende staat aan te nemen. Dit wordt bereikt via de opname van een bepaling in belastingverdragen die voorschrijft dat entiteiten geacht worden aan belasting in een verdragsluitende staat te zijn onderworpen, indien deze entiteiten worden beheerst door de wetten van die staat of hun plaats van leiding in die staat hebben. Dit verdragsbeleid houdt daarmee in dat vrijgestelde entiteiten, ondanks de toepasselijke subjectieve vrijstelling, ook als verdragsinwoner worden aangemerkt en in aanmerking kunnen komen voor verdragsvoordelen. In het kader van dit onderdeel is dit vooral van belang voor pensioenfondsen, non-profitorganisaties (kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke (incl. onderzoek) of educatieve organisaties) en overheidsinstellingen (staat, provincies, gemeenten, waterschappen en financiële instellingen). Al deze met name genoemde lichamen worden hierna als ‘vrijgestelde entiteiten” aangeduid.
Indien belastingverdragen een regeling bevatten, op basis waarvan in Nederland gevestigde maar voor de vennootschapsbelasting vrijgestelde entiteiten als verdragsinwoner worden aangemerkt, vloeit hieruit reeds voort dat de Belastingdienst aan deze entiteiten, indien aan de desbetreffende bepalingen wordt voldaan, een woonplaatsverklaring kan verstrekken.
Indien belastingverdragen echter geen regeling voor verdragsinwonerschap bevatten voor vrijgestelde entiteiten (vaak het geval bij oudere verdragen), zal de Belastingdienst op basis van wederkerigheid een woonplaatsverklaring kunnen verstrekken aan in Nederland gevestigde maar van vennootschapsbelasting vrijgestelde entiteiten. Er kan van wederkerigheid worden uitgegaan, tenzij het tegendeel blijkt. In dat geval verzoek ik de desbetreffende inspecteurs mij hiervan op de hoogte te stellen. Er zal dan in overleg worden getreden met de autoriteiten van het desbetreffende verdragsland.
### 6.2. Teruggaaf dividendbelasting aan niet in Nederland gevestigde vrijgestelde entiteiten op grond van Nederlandse wetgeving
Aan vrijgestelde entiteiten gevestigd in een EU-lidstaat, in een
EER-staat of in een aangewezen derde staat kan ingevolge [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=10),
tweede en derde lid in samenhang met het eerste lid, van de [Wet DB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515) (volledige) teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting worden verleend, die ten laste van hen in een kalenderjaar is ingehouden. Hierbij moet de niet in Nederland gevestigde vrijgestelde entiteit, naast andere voorwaarden, in de staat van vestiging niet aan een belastingheffing naar de winst zijn onderworpen en, moet, ware zij in Nederland gevestigd geweest, de vrijgestelde entiteit ook alhier niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. De wederkerigheidseis geldt hierbij echter niet.
### 7. Ingetrokken regeling
Het volgende besluit wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
### 8. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
## Bijlage 1. Overeenkomst als bedoeld in paragraaf 3.2 van het besluit van 22 februari 2018, nr. 2018-20130, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 september 2023, nr. 2023-20339
Tussen de Belastingdienst/Kantoor Buitenland en **[naam gemachtigde]** hierna te noemen ‘de gemachtigde’, is de volgende regeling overeengekomen met betrekking tot gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.
### Definities
### 1. Definities
### 2. Algemeen en geldigheidsduur
### 3. Controle vooraf
### 4. Beslissing en betaling
### 5. Controle achteraf
### 6. Weigering, uitsluiting en naheffing
De ingangsdatum van deze regeling is **[dag] [maand] [jaar].**
**Ondertekening**
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 18 september 2023, nr. 2023-20339, Stcrt. 2023, 26401. De wijziging betrof de actualisering van onderdelen 3.2 en 3.3 en [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040766&bijlage=1&z=2023-10-10&g=2023-10-10) en opname van een nieuwe [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040766&bijlage=2&z=2023-10-10&g=2023-10-10). Deze onderdelen bevatten de bijzondere regeling waarbij gemachtigden een gebundelde indiening kunnen doen van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.
### 2. Praktische regelingen voor de (gedeeltelijke) vrijstelling of teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op portfoliodividenden
Voor het maken van aanspraak op vermindering van Nederlandse dividendbelasting op grond van door Nederland gesloten belastingverdragen dient in bepaalde gevallen gebruik te worden gemaakt van formulieren IB 92 Universeel, IB 95 USA of IB 96 USA. Deze formulieren dienen te worden ondertekend door de aandeelhouder of de houder van de hybride lening zelf of door zijn gemachtigde. Op de desbetreffende formulieren is de eis gesteld dat, indien een gemachtigde tekent, elk formulier moet zijn vergezeld van een schriftelijke machtiging.
Ik keur goed, dat het telkenmale bijvoegen van een machtiging achterwege blijft in de gevallen waarin de vermindering van dividendbelasting uitsluitend betrekking heeft op opbrengsten van aandelen en hybride leningen die de gemachtigde op de datum van betaalbaarstelling van de opbrengst in beheer heeft, dan wel op zijn naam zijn ingeschreven in een register dat door de vennootschap die de effecten heeft uitgegeven wordt gehouden, en de gemachtigde in het bezit is van een door de Belastingdienst/kantoor Buitenland daartoe afgegeven vergunning.
Deze goedkeuring is tevens van toepassing op de intermediair die namens een gemachtigde formulieren indient en in het bezit is van een daartoe door Belastingdienst/kantoor Buitenland afgegeven vergunning.
Bij de toepassing van deze regeling dient de (intermediair van de) gemachtigde op het formulier IB 92 Universeel, IB 95 USA of IB 96 USA onder zijn naam en handtekening te vermelden:
‘Gemachtigde.
Vergunning van de Belastingdienst/kantoor Buitenland d.d. ..., nr. ...’.
### 3. Gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden
### 3.1. Gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden op basis van de [universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270) en de [uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213)
Hierbij machtig ik overeenkomstig [artikel 12 (delegatiebepaling) van de universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270&artikel=12) en [artikel 12 van de uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213&artikel=12), de directeur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland binnen de hieronder aangegeven kaders een bijzondere regeling te treffen inzake de teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden.
### 3.2. Bijzondere regeling
Gemachtigden die jaarlijks aanzienlijke hoeveelheden verzoeken doen om teruggaaf van dividendbelasting op basis van de [universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270) namens gerechtigden kunnen deze verzoeken gebundeld indienen. Op een gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Aan deze bijzondere regeling zijn de volgende voorwaarden verbonden:
Voor deze regeling gelden de volgende voorwaarden:
### 3.3. Gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden op basis van [artikel 10 van de Wet DB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=10)
Ik keur goed dat de directeur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland de onder paragraaf 3.2 geschetste bijzondere regeling van overeenkomstige toepassing doet zijn op de verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden namens de gerechtigden op basis van [artikel 10 van de Wet DB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=10).
De bijzondere regeling zal nader worden uitgewerkt in een overeenkomst conform [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040766&bijlage=1&z=2018-03-29&g=2018-03-29) tussen de Belastingdienst en de gemachtigde.
### 4. Achterwege laten van aanlevering van formulieren IB 92 Universeel en IB 96 USA bij (gedeeltelijke) vrijstelling van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden
### 4.1. Achterwege laten van aanlevering van formulieren IB 92 Universeel en IB 96 USA bij (gedeeltelijke) vrijstelling van Nederlandse dividendbelasting op basis van de [universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270) en de [uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213)
Hierbij machtig ik overeenkomstig [artikel 12 (delegatiebepaling) van universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270&artikel=12) en [artikel 12 van de uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213&artikel=12), de directeur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland binnen de hieronder aangegeven kaders een bijzondere regeling te treffen inzake de toepassing van vermindering van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden.
### 4.2. Bijzondere regeling
Ingevolge [artikel 2 van de universele uitvoeringsvoorschriften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037270&artikel=2) en [artikel 5 van de uitvoeringsvoorschriften VS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036213&artikel=5) is een inhoudingsplichtige of een betaalkantoor bevoegd onder de daar gestelde voorwaarden portfoliodividend uit te betalen onder aftrek van dividendbelasting tot het van toepassing zijnde verdragspercentage.
Bij het indienen van de aangifte dividendbelasting dienen vervolgens door de inhoudingsplichtige de, door de gerechtigde ingevulde en ondertekende, formulieren IB 92 Universeel of IB 96 USA (inclusief geldig certificaat form. 6166) te worden overgelegd.
Het aanleveren van deze formulieren IB 92 Universeel of IB 96 USA aan het betaalkantoor of de inhoudingsplichtige leidt in de praktijk tot de nodige administratieve lasten. Teneinde deze administratieve lasten terug te dringen kan het gelijktijdig met de aangifte dividendbelasting inleveren van de formulieren IB 92 Universeel of IB 96 USA (inclusief het certificaat form. 6166) achterwege blijven, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De bijzondere regeling zal nader worden uitgewerkt in een overeenkomst tussen de Belastingdienst, de inhoudingsplichtige en het betaalkantoor.
### 5. Collectieve verzoeken door fiscaal transparante buitenlandse lichamen om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting
### 5.1. Inleiding
Verzoeken om vermindering van Nederlandse dividendbelasting die is ingehouden op dividenden op aandelen (dan wel de opbrengsten van hybride leningen), kunnen collectief worden gedaan door buitenlandse fiscaal transparante entiteiten namens de achterliggende participanten (deelgerechtigden).1Besluit van 19 maart 1997, nr. IFZ97/204M. In dit onderdeel wordt aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden wordt tegemoetgekomen aan een collectief verzoek om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting dat is gedaan door een buitenlandse fiscaal transparante entiteit.
### 5.2. Goedkeuring
Het gaat bij buitenlandse entiteiten die een collectief verzoek doen om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op basis van belastingverdragen om entiteiten die volgens de nationale belastingwetgeving van het andere land als fiscaal transparant worden aangemerkt en die dus zelf niet als fiscaal inwoner van dat land worden beschouwd. Deze entiteiten zijn dan ook geen inwoner van de betrokken landen in de zin van de belastingverdragen, zodat zij geen zelfstandig beroep kunnen doen op de voordelen van de belastingverdragen. Het zijn de achterliggende participanten die een beroep kunnen doen op verdragstoepassing. Indien de achterliggende participanten bij een zelfstandig beroep op verdragstoepassing recht hebben op verdragsvoordelen, komen zij elk apart in aanmerking voor die verdragsvoordelen. In beginsel moeten zij elk apart een verzoek om verdragstoepassing doen overeenkomstig de procedure die is voorgeschreven in de van toepassing zijnde uitvoeringsvoorschriften. De achterliggende participanten kunnen natuurlijke personen of lichamen zijn.
Ik keur goed dat onder de in onderdeel 5.3 vermelde voorwaarden buitenlandse fiscaal transparante entiteiten namens al hun achterliggende participanten die voor verdragstoepassing kwalificeren een collectief verzoek kunnen indienen om teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting overeenkomstig de toepasselijke verdragstarieven voor dividenden.
Ik merk nog op dat deze goedkeuring uitsluitend betrekking heeft op de teruggaafprocedure, en niet op de vrijstellingsprocedure.
### 5.3. Administratieve procedure voor collectieve verzoeken bij verdragstoepassing
Indien een buitenlandse fiscaal transparante entiteit gebruik wil maken van de in onderdeel 5.2 vermelde goedkeuring dient een verzoek om een algemene machtiging te worden ingediend bij de Belastingdienst/kantoor Buitenland. Pas na afgifte van de machtiging kan de buitenlandse fiscaal transparante entiteit via de website van de Belastingdienst een collectief verzoek indienen om teruggaaf namens al zijn achterliggende participanten uit verdragslanden. Aan een collectief verzoek om teruggaaf, dat op grond van een afgegeven machtiging wordt gedaan, worden de volgende voorwaarden verbonden:
### 5.4. Centrale werknemersfondsen en aandelenspaarplannen van ondernemingen
Het kan voorkomen dat ondernemingen voor hun werknemers centrale werknemersfondsen hebben opgericht of aandelenspaarplannen hebben ontwikkeld. Daaraan kunnen de eigen werknemers van de onderneming deelnemen. Deze werknemers kunnen dan aandelen kopen in de onderneming waaraan zij verbonden zijn. Hierdoor kan het aantal particuliere aandeelhouders van de onderneming aanzienlijk toenemen. De werknemers kunnen woonachtig zijn in verdragslanden. Onder werknemers worden in dit verband ook begrepen gepensioneerde werknemers en nabestaanden van werknemers.
Indien de aandelen van de bedoelde werknemers in hun onderneming namens hen worden gehouden door een lichaam, kan de regeling van onderdeel 5.3 hiervoor ook gelden. Dit betekent dat dit lichaam een algemene machtiging kan aanvragen voor een collectief verzoek namens de werknemers/aandeelhouders en dat pas na afgifte van de machtiging het collectief verzoek kan worden gedaan. Het betekent voorts dat de voorwaarden van onderdeel 5.3, die gelden voor transparante entiteiten, van overeenkomstige toepassing zijn, met uitzondering van voorwaarde 2. Anders dan bij de transparante entiteiten mag het hiervoor bedoelde lichaam zelf namelijk een woonplaatsverklaring afgeven. De inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland kan echter ten aanzien van personen namens wie een collectief verzoek is gedaan steekproefsgewijs verzoeken om woonplaatsverklaringen van de autoriteiten van het desbetreffende verdragsland.
### 5.5. Artikel 25 van het Nederlands-Belgische belastingverdrag 2001
De in onderdeel 5.2 vermelde goedkeuring geldt niet voor instellingen voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 25 van het Nederlands-Belgische belastingverdrag 2001. Ingeval een dergelijke instelling de in dat artikel neergelegde regeling wil toepassen moet zij zich wenden tot de Belastingdienst/kantoor Buitenland voor de voorwaarden waaronder deze regeling kan worden toegepast.
### 6. Van winstbelasting vrijgestelde entiteiten; Afgifte woonplaatsverklaringen; Teruggaaf dividendbelasting
### 6.1. Van winstbelasting vrijgestelde entiteiten; verdragsinwonerschap
Voor het recht op vermindering van bronbelasting volgens een belastingverdrag is in zijn algemeenheid vereist dat, naast andere voorwaarden, de rechthebbende op de uit een verdragsland afkomstige dividenden, interest of royalty's, voor de verdragstoepassing als inwoner van het andere verdragsland wordt aangemerkt. Voor dit inwonerschap dienen onder de belastingverdragen in Nederland gevestigde entiteiten onderworpen te zijn aan de winstbelasting/vennootschapsbelasting.
In de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 is aangegeven dat het Nederlandse verdragsbeleid erop gericht is voor van vennootschapsbelasting vrijgestelde entiteiten onderworpenheid aan belasting in een verdragsluitende staat aan te nemen. Dit wordt bereikt via de opname van een bepaling in belastingverdragen die voorschrijft dat entiteiten geacht worden aan belasting in een verdragsluitende staat te zijn onderworpen, indien deze entiteiten worden beheerst door de wetten van die staat of hun plaats van leiding in die staat hebben. Dit verdragsbeleid houdt daarmee in dat vrijgestelde entiteiten, ondanks de toepasselijke subjectieve vrijstelling, ook als verdragsinwoner worden aangemerkt en in aanmerking kunnen komen voor verdragsvoordelen. In het kader van dit onderdeel is dit vooral van belang voor pensioenfondsen, non-profitorganisaties (kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke (incl. onderzoek) of educatieve organisaties) en overheidsinstellingen (staat, provincies, gemeenten, waterschappen en financiële instellingen). Al deze met name genoemde lichamen worden hierna als ‘vrijgestelde entiteiten” aangeduid.
Indien belastingverdragen een regeling bevatten, op basis waarvan in Nederland gevestigde maar voor de vennootschapsbelasting vrijgestelde entiteiten als verdragsinwoner worden aangemerkt, vloeit hieruit reeds voort dat de Belastingdienst aan deze entiteiten, indien aan de desbetreffende bepalingen wordt voldaan, een woonplaatsverklaring kan verstrekken.
Indien belastingverdragen echter geen regeling voor verdragsinwonerschap bevatten voor vrijgestelde entiteiten (vaak het geval bij oudere verdragen), zal de Belastingdienst op basis van wederkerigheid een woonplaatsverklaring kunnen verstrekken aan in Nederland gevestigde maar van vennootschapsbelasting vrijgestelde entiteiten. Er kan van wederkerigheid worden uitgegaan, tenzij het tegendeel blijkt. In dat geval verzoek ik de desbetreffende inspecteurs mij hiervan op de hoogte te stellen. Er zal dan in overleg worden getreden met de autoriteiten van het desbetreffende verdragsland.
### 6.2. Teruggaaf dividendbelasting aan niet in Nederland gevestigde vrijgestelde entiteiten op grond van Nederlandse wetgeving
Aan vrijgestelde entiteiten gevestigd in een EU-lidstaat, in een
EER-staat of in een aangewezen derde staat kan ingevolge [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=10),
tweede en derde lid in samenhang met het eerste lid, van de [Wet DB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515) (volledige) teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting worden verleend, die ten laste van hen in een kalenderjaar is ingehouden. Hierbij moet de niet in Nederland gevestigde vrijgestelde entiteit, naast andere voorwaarden, in de staat van vestiging niet aan een belastingheffing naar de winst zijn onderworpen en, moet, ware zij in Nederland gevestigd geweest, de vrijgestelde entiteit ook alhier niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. De wederkerigheidseis geldt hierbij echter niet.
### 7. Ingetrokken regeling
Het volgende besluit wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
### 8. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
## Bijlage 1. Regeling inzake gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden
Tussen de Belastingdienst/Kantoor Buitenland en **[naam gemachtigde]** hierna te noemen ‘de gemachtigde’, is de volgende regeling overeengekomen met betrekking tot gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.
### Definities
### Algemeen
### Voorwaarden aan de regeling
### Controle gebundelde indiening
### Controle achteraf
### Beslissing en betaling
### Ingangsdatum
De ingangsdatum van deze regeling is **[dag] [maand] [jaar].**
**Ondertekening**
### Overeenkomst voor gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden
De Belastingdienst/Kennis- en Expertisecentrum Buitenland hierbij vertegenwoordigd door **[naam behandelaar]**, hierna te noemen “de Belastingdienst” en **[naam gemachtigde]** hierna te noemen “de gemachtigde”, komen het volgende overeen.
### 7. OIN register en overige Informatie
**Bijlage 1. van overeenkomst voor gebundelde indiening van meerdere verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door gemachtigden**
Voor de regeling als bedoeld in paragraaf 3.2 van het besluit van 22 februari 2018, nr. 2018-20130, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 september 2023, nr. 2023-20339, gelden de volgende voorwaarden:
## Bijlage 2. Vragen en antwoorden als bedoeld in paragraaf 3.2 van het besluit van 22 februari 2018, nr. 2018-20130, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 september 2023, nr. 2023-20339
### Vragen en antwoorden over de voorwaarden, waaronder de overeenkomst, voor de bijzondere regeling van paragraaf 3.2 van het besluit van 22 februari 2018, nr. 2018-20130, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 september 2023, nr. 2023-20339
Kan de gemachtigde de documenten die zij gebruikt voor de uitvoering van de voorwaarden g en j vooraf ter goedkeuring voorleggen aan de Belastingdienst?
Gemachtigde kan de documenten die zij gebruikt voor de uitvoering van de voorwaarden g en j vooraf ter goedkeuring voorleggen aan de Belastingdienst. Dit is verplicht als niet aan alle elementen van de voorwaarden wordt voldaan.
Volgt uit voorwaarde m dat de bewaartermijn zeven jaar is? En zo ja, gaat de zevenjaarstermijn dan lopen vanaf het moment van betaling van de dividendbelasting?
Uit voorwaarde m volgt dat de bewaartermijn zeven jaar is. Voorwaarde m verwijst naar [artikel 52 AWR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52). In het vierde lid van dit artikel is een bewaartermijn van zeven jaar opgenomen.
De zevenjaarstermijn voor het bewaren van gegevens gaat voor de gemachtigde lopen vanaf het moment dat gegevens hun belang voor de bedrijfsvoering van de gemachtigde hebben verloren. Voor bewijsstukken die ten grondslag liggen aan een teruggaafverzoek gaat de zevenjaarstermijn daarom op zijn vroegst in vanaf het moment van verkrijgen van de teruggaaf.
Wordt met een ‘indirect belang’ genoemd in voorwaarde n ook het geval bedoeld waarbij girale effecten worden gehouden via een keten van bewaarinstellingen en de effectenrekening op niveau van een tussenliggende bewaarinstelling op naam staat van de volgende bewaarinstelling in de keten?
Nee. Of er een indirect belang is in de zin van voorwaarde n dient voor girale effecten te worden beoordeeld op het laagste niveau van de keten van bewaarinstellingen. Als op het laagste niveau van de keten van bewaarinstellingen de betreffende effectenrekening niet op naam staat van degene voor wie het teruggaafverzoek wordt ingediend kan het betreffende teruggaafverzoek niet worden ingediend via de bijzondere regeling.
Is het juist dat de overeenkomst iedere 5 jaar moet worden vernieuwd, en zo ja, vanaf welk moment gaat de vijfjaarstermijn in?
Het is juist dat de overeenkomst iedere vijf jaar dient te worden vernieuwd. De termijn gaat in vanaf het moment dat beide partijen de overeenkomst hebben getekend.
Op welke wijze wordt de gemachtigde geïnformeerd indien naar aanleiding van de controle vooraf één of meer onderliggende verzoeken zijn afgewezen of gecorrigeerd?
De gemachtigde krijgt bij iedere uitgevoerde correctie direct informatie over de door de Belastingdienst uitgevoerde correctie via een zogenaamd XBRL bestand. In het XBRL bestand staat welke afwijzingen en correcties hebben plaatsgevonden. Naast het XBRL bericht dat de gemachtigde direct digitaal ontvangt wordt aan de gemachtigde ook per brief een voor bezwaar vatbare beschikking gestuurd.
Het beschikkingsnummer en de dagtekening van de beschikking staan ook al vermeld in het XBRL bestand dat de gemachtigde direct ontvangt als er een wijziging of correctie door de Belastingdienst is uitgevoerd. Indien de gemachtigde het niet eens is met de in het XBRL opgenomen afwijzing(en) of correctie(s) kan door of namens de betreffende gerechtigde binnen 6 weken ná dagtekening van de beschikking bezwaar worden ingesteld tegen de betreffende afwijzing of correctie. Dit bezwaar kan worden gericht aan Kennis- en Expertisecentrum Buitenland, Team Buitenlandse Investeerders 2 – Dividend.
Kan de gemachtigde bezwaar instellen (namens de gerechtigde) als op basis van het XBRL bestand niet duidelijk is op welke grond er 1 of meer onderliggende verzoeken zijn afgewezen of gecorrigeerd?
Ook in geval uit het XBRL bestand niet duidelijk valt op te maken op welke grond er 1 of meer onderliggende verzoeken zijn afgewezen of gecorrigeerd kan door of namens de betreffende gerechtigde, zo nodig ter behoud van rechten, bezwaar worden ingesteld tegen de afwijzing of correctie. Dit bezwaar kan worden gericht aan Kennis- en Expertisecentrum Buitenland, Team Buitenlandse Investeerders 2 – Dividend.
Ziet de mogelijkheid van het instellen van controles achteraf door de Belastingdienst alleen op steekproefsgewijze (jaarlijkse) controle van de in een bepaald jaar ingediende verzoeken, of kan de controle ook zien op vragen van de Belastingdienst naar aanleiding van specifieke onderliggende verzoeken?
De in onderdeel 5 bedoelde controle achteraf ziet niet op de eventuele vragen die door de Belastingdienst kunnen worden gesteld in het kader van een controle **vooraf** bedoeld in onderdeel 3. De in onderdeel 3 bedoelde controle vindt plaats voorafgaande aan de voor bezwaar vatbare beslissing op de teruggaafverzoeken. De in onderdeel 5 bedoelde controle achteraf ziet alleen op de teruggaafverzoeken waarop al bij voor bezwaar vatbare beschikking is beslist. De controle achteraf kan een steekproefsgewijze controle van alle in een jaar ingediende verzoeken betreffen, maar kan ook een controle van één of meer verzoeken betreffen over meerdere jaren. In de in onderdeel 5 bedoelde aankondiging voorafgaand aan een controle wordt door de Belastingdienst gespecificeerd waarop de controle ziet en op welke elementen wordt gecontroleerd. Voor het instellen van de controle gelden de reguliere naheffingstermijnen.
In onderdeel 6 van de overeenkomst staat:
Wat wordt hier bedoeld met het ‘weigeren’ (eerste gedachtestreepje) en ‘uitsluiten’ (tweede gedachtestreepje) van deelname aan de regeling en wat is het verschil?
Met weigeren van deelname als bedoeld in het eerste gedachtestreepje wordt het volgende bedoeld: Als een gerechtigde volgens de Belastingdienst (mogelijk) geen aanspraak kan maken op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting mag gemachtigde niet langer verzoeken namens die specifieke gerechtigde via de bijzondere regeling indienen. De gemachtigde kan nog wel verzoeken indienen voor andere gerechtigden via de regeling. Het weigeren van deelname van een specifieke gerechtigde aan de regeling beperkt de gemachtigde niet om namens deze gerechtigde (reguliere) teruggaafverzoeken buiten de regeling om in te dienen.
Bij een uitsluiting van deelname aan de regeling als bedoeld in het tweede gedachtestreepje wordt de gemachtigde zelf uitgesloten van de regeling en kan dan voor geen enkele gerechtigde een verzoek indienen via de bijzondere regeling. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de gemachtigde dan nog wel (reguliere) teruggaafverzoeken buiten de regeling om kan indienen.
Hoe wordt de beslissing tot weigeren aan de regeling in onderdeel 6 eerste gedachtestreepje dan wel uitsluiten van deelname aan de regeling in onderdeel 6 tweede gedachtestreepje genomen en bekend gemaakt?
Voor beide situaties geldt: De beslissing wordt schriftelijk bekend gemaakt in de vorm van een niet voor bezwaar vatbare beschikking. Op het nemen van deze beslissing zijn de wettelijke voorschriften voor het voorbereiden en nemen van een besluit ([hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=3): zorgvuldige voorbereiding, detournement de pouvoir en evenredigheidsbeginsel) alsmede de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing. Voor de uitsluiting van deelname aan de regeling in onderdeel 6 tweede gedachtestreepje geldt aanvullend dat de overeenkomst wordt opgezegd.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
2018-03-29
Dividendbelasting, vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en terugg
2018-03-29
Dividendbelasting, vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en ter
original version Tekst op deze datum