Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 3 mei 2018, houdende regels met betrekking tot de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en de rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies, ter implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1513 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen alsmede in verband met de operationalisering van de reductieverplichting uit Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof, en tot intrekking en wijziging van enkele andere besluiten (Besluit energie vervoer)

11 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Besluit energie vervoer — arts. 19, 22, 38
2025-01-01
Besluit energie vervoer — arts. 19, 22, 38
2024-04-06
Besluit energie vervoer — arts. 16, 19, 22 y 2 más
2024-01-01
Besluit energie vervoer — arts. 16, 16, 19 y 7 más

Wijzigingen op 2024-01-01

@@ -128,11 +128,11 @@
1. Bij de afschrijving, bedoeld in [artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.7.2.5), wordt de volgende volgorde gehanteerd:
- a. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2023-02-16&g=2023-02-16), genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik;
- b. het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2023-02-16&g=2023-02-16), genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik;
- c. het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2023-02-16&g=2023-02-16), genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik;
- a. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2024-04-06&g=2024-01-01), genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik;
- b. het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2024-04-06&g=2024-01-01), genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik;
- c. het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2024-04-06&g=2024-01-01), genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik;
- d. het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden overig wordt afgeschreven;
@@ -140,9 +140,9 @@
2. Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort verschuldigde hernieuwbare brandstofeenheden als volgt vastgesteld:
- a. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel is even groot als het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2023-02-16&g=2023-02-16), dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel b, niet gebruikt heeft;
- b. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B is even groot als het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2023-02-16&g=2023-02-16), dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet gebruikt heeft;
- a. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel is even groot als het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2024-04-06&g=2024-01-01), dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel b, niet gebruikt heeft;
- b. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B is even groot als het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=3&z=2024-04-06&g=2024-01-01), dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet gebruikt heeft;
- c. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden overig is even groot als de resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en b.
@@ -210,7 +210,7 @@
- a. voor de soorten vastgesteld bij ministeriële regeling;
- b. indien voor de ingeboekte soort hernieuwbare brandstof de onderneming, bedoeld in het eerste lid, beschikt over een verificatieverklaring hernieuwbare brandstof, bedoeld in[artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=17&z=2023-02-16&g=2023-02-16); en
- b. indien voor de ingeboekte soort hernieuwbare brandstof de onderneming, bedoeld in het eerste lid, beschikt over een verificatieverklaring hernieuwbare brandstof, bedoeld in[artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=17&z=2024-04-06&g=2024-01-01); en
- c. de ingeboekte hernieuwbare brandstof voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
@@ -264,13 +264,13 @@
1. De gevolgen van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in [artikel 9.7.4.13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.7.4.13), worden verrekend met het saldo van het lopende kalenderjaar.
2. [Artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=5&z=2023-02-16&g=2023-02-16) is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=5&z=2024-04-06&g=2024-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15
1. Onze Minister keurt op aanvraag van de verificateur, bedoeld in de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=16&z=2023-02-16&g=2023-02-16), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=19&z=2023-02-16&g=2023-02-16) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=22&z=2023-02-16&g=2023-02-16), een verificatieprotocol, of wijzigingen daarvan, goed.
2. Onze Minister verleent goedkeuring aan het verificatieprotocol, of wijzigingen daarvan, indien hij een gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat de verklaringen, bedoeld in de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=17&z=2023-02-16&g=2023-02-16), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=20&z=2023-02-16&g=2023-02-16) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=23&z=2023-02-16&g=2023-02-16), op een juiste wijze tot stand komen.
1. Onze Minister keurt op aanvraag van de verificateur, bedoeld in de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=16&z=2024-04-06&g=2024-01-01), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=19&z=2024-04-06&g=2024-01-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=22&z=2024-04-06&g=2024-01-01), een verificatieprotocol, of wijzigingen daarvan, goed.
2. Onze Minister verleent goedkeuring aan het verificatieprotocol, of wijzigingen daarvan, indien hij een gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat de verklaringen, bedoeld in de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=17&z=2024-04-06&g=2024-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=20&z=2024-04-06&g=2024-01-01) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=23&z=2024-04-06&g=2024-01-01), op een juiste wijze tot stand komen.
3. Onze Minister beslist binnen twaalf weken na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. De termijn kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd.
@@ -278,7 +278,7 @@
##### Artikel 16
De verificateur hernieuwbare brandstof voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=15&z=2023-02-16&g=2023-02-16) en is voor het onderdeel hernieuwbare brandstof van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:
De verificateur hernieuwbare brandstof voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=15&z=2024-04-06&g=2024-01-01) en is voor het onderdeel hernieuwbare brandstof van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:
- a. geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door de Raad voor Accreditatie, of
@@ -288,7 +288,7 @@
1. De verificateur hernieuwbare brandstof verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de in de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof verantwoorde hernieuwbare brandstof geen materiële afwijking bevat.
2. De verificateur hernieuwbare brandstof toetst met een materialiteitsgrens van twee procent de hoeveelheid in Nederland uit waterstof geproduceerde hernieuwbare brandstof, opgenomen in de lijst, bedoeld in [artikel 9, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=9&z=2023-02-16&g=2023-02-16).
2. De verificateur hernieuwbare brandstof toetst met een materialiteitsgrens van twee procent de hoeveelheid in Nederland uit waterstof geproduceerde hernieuwbare brandstof, opgenomen in de lijst, bedoeld in [artikel 9, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=9&z=2024-04-06&g=2024-01-01).
3. De verificateur hernieuwbare brandstof geeft geen verificatieverklaring hernieuwbare brandstof af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in [artikel 9.7.4.4, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.7.4.4).
@@ -300,7 +300,7 @@
##### Artikel 19
De dubbeltellingverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=15&z=2023-02-16&g=2023-02-16) en is voor het onderdeel dubbeltelling van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:
De dubbeltellingverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=15&z=2024-04-06&g=2024-01-01) en is voor het onderdeel dubbeltelling van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:
- a. geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door de Raad voor Accreditatie;
@@ -320,7 +320,7 @@
##### Artikel 22
1. De inboekverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=15&z=2023-02-16&g=2023-02-16) en is voor het onderdeel inboeken van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:
1. De inboekverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=4&artikel=15&z=2024-04-06&g=2024-01-01) en is voor het onderdeel inboeken van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:
- a. geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door de Raad voor Accreditatie, of
@@ -470,15 +470,15 @@
##### Artikel 37
1. Bij de afschrijving, bedoeld in [artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.8.2.5), wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden afgeschreven, volgens de volgorde, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=5&z=2023-02-16&g=2023-02-16).
2. [Artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=5&z=2023-02-16&g=2023-02-16), is van overeenkomstige toepassing.
1. Bij de afschrijving, bedoeld in [artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.8.2.5), wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden afgeschreven, volgens de volgorde, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=5&z=2024-04-06&g=2024-01-01).
2. [Artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=5&z=2024-04-06&g=2024-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 3. Exploitatiereductie-eenheden en hernieuwbare brandstofeenheden
##### Artikel 38
[Artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=3&artikel=6&z=2023-02-16&g=2023-02-16) is van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=3&artikel=6&z=2024-04-06&g=2024-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 39
@@ -532,7 +532,7 @@
1. Het gedeelte, bedoeld in [artikel 9.8.4.6, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.8.4.6), komt overeen met ten hoogste 2.000 hernieuwbare brandstofeenheden.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, is [artikel 29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=5&artikel=29&z=2023-02-16&g=2023-02-16), van overeenkomstige toepassing.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, is [artikel 29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040922&hoofdstuk=1&paragraaf=5&artikel=29&z=2024-04-06&g=2024-01-01), van overeenkomstige toepassing.
#### § 5. Rapportages
2023-02-16
Besluit energie vervoer — arts. 16, 19, 22 y 2 más
2023-02-13
Besluit energie vervoer — arts. 16, 16, 19 y 7 más
2022-01-01
Besluit energie vervoer
2021-01-01
Besluit energie vervoer — arts. 5, 15, 16 y 6 más
2018-07-01
Besluit energie vervoer — arts. 5, 15, 16 y 6 más
2018-01-01
Besluit energie vervoer — arts. 29, 1, 1 y 65 más
2018-01-01
Besluit energie vervoer
original version Tekst op deze datum