Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 16 mei 2018, houdende regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119) (Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming)

6 versions · 2021-07-01
2021-07-01
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming — arts. 2, 27,
2020-01-01
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming — arts. 2, 27,

Wijzigingen op 2020-01-01

@@ -28,7 +28,7 @@
2. In afwijking van het eerste lid, is deze wet niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor zover daarop de [Wet basisregistratie personen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033715), de [Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627) of de [Wet raadgevend referendum](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036443) van toepassing is.
3. Behoudens het bepaalde in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2019-02-19&g=2019-02-19), is deze wet niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening.
3. Behoudens het bepaalde in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is deze wet niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening.
##### Artikel 2a. Inachtneming behoeften kleine, middelgrote en micro-ondernemingen
@@ -124,9 +124,7 @@
##### Artikel 10. Secretariaat
1. De Autoriteit persoonsgegevens heeft een secretariaat, waarvan de ambtenaren door de Autoriteit persoonsgegevens worden aangesteld, bevorderd, disciplinair gestraft, geschorst en ontslagen.
2. Ten aanzien van de tot het secretariaat behorende ambtenaren worden de bij of krachtens de [Ambtenarenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001947) aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Autoriteit persoonsgegevens, met uitzondering van de bevoegdheid om regels of nadere regels te stellen.
De Autoriteit persoonsgegevens heeft een secretariaat.
##### Artikel 11. Begroting, verantwoording en vertegenwoordigingsbevoegdheid
@@ -182,13 +180,13 @@
1. De Autoriteit persoonsgegevens kan een last onder bestuursdwang opleggen ter handhaving van de bij of krachtens de verordening of deze wet gestelde verplichtingen.
2. De Autoriteit persoonsgegevens kan een last onder bestuursdwang opleggen ter handhaving van [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een vordering van een bij of krachtens [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=15&z=2019-02-19&g=2019-02-19), aangewezen persoon.
2. De Autoriteit persoonsgegevens kan een last onder bestuursdwang opleggen ter handhaving van [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een vordering van een bij of krachtens [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), aangewezen persoon.
3. De te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom komt toe aan de Staat.
##### Artikel 17. Boete bij onrechtmatige verwerking persoonsgegevens strafrechtelijke aard
1. De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 10 van de verordening of in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=31&z=2019-02-19&g=2019-02-19) van deze wet een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 20.000.000 euro of, voor een onderneming, ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar indien dit bedrag hoger is.
1. De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 10 van de verordening of in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=31&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze wet een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 20.000.000 euro of, voor een onderneming, ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar indien dit bedrag hoger is.
2. Artikel 83, eerste tot en met derde lid, van de verordening zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -298,7 +296,7 @@
##### Artikel 27. Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken voor geestelijke verzorging
1. Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door andere instellingen dan de instellingen, bedoeld in [artikel 22, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=22&z=2019-02-19&g=2019-02-19), en voor zover de verwerking noodzakelijk is met het oog op de geestelijke verzorging van de betrokkene, tenzij deze daartegen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt.
1. Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door andere instellingen dan de instellingen, bedoeld in [artikel 22, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en voor zover de verwerking noodzakelijk is met het oog op de geestelijke verzorging van de betrokkene, tenzij deze daartegen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, worden geen persoonsgegevens aan derden verstrekt zonder toestemming van de betrokkene.
@@ -358,7 +356,7 @@
##### Artikel 31. Uitzonderingen op de verplichting tot verwerking onder overheidstoezicht
Onverminderd artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard alleen worden verwerkt voor zover dit krachtens de [artikelen 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=32&z=2019-02-19&g=2019-02-19) en [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=33&z=2019-02-19&g=2019-02-19) is toegestaan.
Onverminderd artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard alleen worden verwerkt voor zover dit krachtens de [artikelen 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=32&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=33&z=2020-01-01&g=2020-01-01) is toegestaan.
##### Artikel 32. Algemene uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard
@@ -372,9 +370,9 @@
- d. de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsbevoegdheid;
- e. de verwerking noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in [artikel 23, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=23&z=2019-02-19&g=2019-02-19); of
- f. de verwerking noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, eerste lid, van de verordening, en is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 24, onderdelen b tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2019-02-19&g=2019-02-19).
- e. de verwerking noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in [artikel 23, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=23&z=2020-01-01&g=2020-01-01); of
- f. de verwerking noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, eerste lid, van de verordening, en is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 24, onderdelen b tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 33. Overige uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard
@@ -388,7 +386,7 @@
- 2°. bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of
- c. de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in [artikel 30, derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=30&z=2019-02-19&g=2019-02-19), met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene.
- c. de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in [artikel 30, derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=30&z=2020-01-01&g=2020-01-01), met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene.
2. Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke die deze gegevens ten eigen behoeve verwerkt:
@@ -416,7 +414,7 @@
##### Artikel 35. Toepasselijkheid burgerlijk recht bij beslissing van niet-bestuursorganen
1. Indien de beslissing op een verzoek als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=34&z=2019-02-19&g=2019-02-19) is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening alsnog toe of af te wijzen.
1. Indien de beslissing op een verzoek als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=34&z=2020-01-01&g=2020-01-01) is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening alsnog toe of af te wijzen.
2. Het verzoekschrift wordt ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke. Indien de verwerkingsverantwoordelijke niet binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen heeft geantwoord, is de indiening van het verzoekschrift niet aan een termijn gebonden.
@@ -430,7 +428,7 @@
##### Artikel 36. Geschilbeslechting door Autoriteit persoonsgegevens of via gedragscode
1. De belanghebbende kan zich ook binnen de termijn bepaald voor het instellen van beroep op grond van de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537), dan wel die, bedoeld in [artikel 35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=35&z=2019-02-19&g=2019-02-19), tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke, dan wel gebruik maken van een geschillenbeslechtingsregeling als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel k, van de verordening, op grond van een goedgekeurde gedragscode als bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de verordening. In dat geval kan het beroep in afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) nog worden ingesteld dan wel de procedure ingevolge artikel 35 nog aanhangig worden gemaakt nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd of ingevolge de geschillenbeslechtingsregeling, bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
1. De belanghebbende kan zich ook binnen de termijn bepaald voor het instellen van beroep op grond van de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537), dan wel die, bedoeld in [artikel 35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=35&z=2020-01-01&g=2020-01-01), tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke, dan wel gebruik maken van een geschillenbeslechtingsregeling als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel k, van de verordening, op grond van een goedgekeurde gedragscode als bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de verordening. In dat geval kan het beroep in afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) nog worden ingesteld dan wel de procedure ingevolge artikel 35 nog aanhangig worden gemaakt nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd of ingevolge de geschillenbeslechtingsregeling, bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
2. Tijdens de behandeling van het beroep en de procedure, bedoeld in het eerste lid, kunnen de instanties die zijn belast met de behandeling van het geschil, advies van de Autoriteit persoonsgegevens inwinnen.
@@ -506,7 +504,7 @@
##### Artikel 43. Uitzonderingen inzake journalistieke doeleinden of academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen
1. Deze wet, met uitzondering van de [artikelen 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2019-02-19&g=2019-02-19) en [5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2019-02-19&g=2019-02-19), is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van uitsluitend academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen.
1. Deze wet, met uitzondering van de [artikelen 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van uitsluitend academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen.
2. De navolgende hoofdstukken en artikelen van de verordening zijn niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen:
@@ -556,7 +554,7 @@
2. Degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege is benoemd als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens.
3. Voor het bepalen van het tijdvak van de benoeming, bedoeld in [artikel 7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2019-02-19&g=2019-02-19), geldt het tijdvak, vervuld als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als een tijdvak, vervuld als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens.
3. Voor het bepalen van het tijdvak van de benoeming, bedoeld in [artikel 7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), geldt het tijdvak, vervuld als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als een tijdvak, vervuld als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens.
4. Op de leden van het College bescherming persoonsgegevens die zijn benoemd of herbenoemd voor 1 januari 2014, blijft [artikel 53, derde lid, eerste, tweede en derde volzin, van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=53) van toepassing, zoals dat luidde voor dat tijdstip.
@@ -582,7 +580,7 @@
2. Wijzigt deze wet.
3. Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn de ambtenaren van het secretariaat, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=10&z=2019-02-19&g=2019-02-19), van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister in overleg met de Autoriteit persoonsgegevens vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van de Autoriteit persoonsgegevens. De overgang van de in de vorige volzin bedoelde ambtenaren vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
3. Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn de ambtenaren van het secretariaat, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=10&z=2020-01-01&g=2020-01-01), van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister in overleg met de Autoriteit persoonsgegevens vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van de Autoriteit persoonsgegevens. De overgang van de in de vorige volzin bedoelde ambtenaren vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
4. Onze Minister bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën welke vermogensbestanddelen van de Staat worden toebedeeld aan de Autoriteit persoonsgegevens.
@@ -622,11 +620,11 @@
##### Artikel 21a
1. De taak van de Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in [artikel 6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=6&z=2019-02-19&g=2019-02-19), omvat mede het toezicht op de naleving van de krachtens [artikel 3:17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:17) gestelde verplichtingen met betrekking tot de toegang van betaaldienstverleners tot de persoonsgegevens van betaaldienstgebruikers.
1. De taak van de Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in [artikel 6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01), omvat mede het toezicht op de naleving van de krachtens [artikel 3:17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:17) gestelde verplichtingen met betrekking tot de toegang van betaaldienstverleners tot de persoonsgegevens van betaaldienstgebruikers.
2. Met betrekking tot het toezicht, bedoeld in het eerste lid, vindt de samenwerking en uitwisseling van informatie met De Nederlandsche Bank N.V. en andere relevante toezichthouders plaats overeenkomstig artikel 26 van de richtlijn betaaldiensten, bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1).
3. De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van de krachtens [artikel 3.17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:17) gestelde verplichtingen aan de overtreder een last opleggen om waar passend, op een nader bepaalde manier en binnen een nader bepaalde termijn, verwerkingen in overeenstemming te brengen met het daar bepaalde. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=16&z=2019-02-19&g=2019-02-19) is van overeenkomstige toepassing.
3. De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van de krachtens [artikel 3.17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:17) gestelde verplichtingen aan de overtreder een last opleggen om waar passend, op een nader bepaalde manier en binnen een nader bepaalde termijn, verwerkingen in overeenstemming te brengen met het daar bepaalde. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=16&z=2020-01-01&g=2020-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
4. De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van een overtreding van de krachtens [artikel 3.17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:17) gestelde verplichtingen aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 20.000.000 euro of, indien dit meer is, ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar. Artikel 83, tweede en derde lid, van de verordening is van overeenkomstige toepassing.
2019-02-19
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming — arts. 2, 27,
2019-01-01
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
2018-05-25
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming — arts. 1, 1, 2
2018-05-25
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming — versión or
original version Tekst op deze datum