Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 juni 2018, nr. IenW/BSK-2018/123399, houdende vaststelling van regels ter uitvoering van de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer en het Besluit energie vervoer en tot intrekking van de Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 en wijziging van de Regeling brandstoffen luchtverontreiniging (Regeling energie vervoer)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-03-26
State In force
Source BWB
artikelen 61
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het eerste element is de systeemverificatie, oftewel de beoordeling van de kwaliteit van de administratieve organisatie en de interne beheersingsprocessen. Het tweede element is de totaalcontrole, omwille van een algemeen oordeel over de waarschijnlijkheid van de totale hoeveelheid ingeboekte elektriciteit, waarbij de inboekverificateur een boekhoudkundige koppeling maakt tussen de totale hoeveelheid ingeboekte elektriciteit en de totaal op een aansluiting op het elektriciteitsnet ontvangen elektriciteit.

Het derde element is de dataverificatie, die bestaat uit steekproeven of kritische deelwaarnemingen van de gerapporteerde gegevens op basis van het verificatieplan, om te komen tot een oordeel met een redelijke mate van zekerheid over de hoeveelheid in het register ingeboekte elektriciteit, over de periode van levering van de elektriciteit en over de bestemming van de geleverde elektriciteit, te weten wegvoertuigen in Nederland.

Bijlage 9. behorend bij artikel 30

Projectactiviteiten met de CDM-referentienummers; zie website http://cdm.unfccc.int/Projects/projsearch.html:

CDM-referentienummer Omschrijving
6008 Recovery and Utilization of Associated Gas at Pondok Tengah LPG Plant – PT. Yudistira Energy
6808 Recovery and Utilization of Associated Gas at Tugu Barat Plant
6817 Associated Gas Recovery and Utilization at Block 9
7727 Grid connected combined cycle power plant project in Qadirpur utilizing permeate gas, previously flared
8276 Oil Search Limited Flare and Vent Gas Conservation Project
8286 Gas Flaring Reduction at Neelam & Heera Asset
8598 Nanba Associated Gas Processing Plant and the Auxiliary Engineering
8788 Tarim oil wells associated gas recovery and utilization project (CNG)
8896 Jubilee Oil Field Associated Gas Recovery & Utilization Project
9023 Sukowati-Mudi (Tuban) LPG Associated Gas Recovery and Utilization Project
9163 Recovery and Utilization of Associated Gas from the Obodugwa and neighbouring oil fields in Nigeria
9193 Sao Thian-A Oil Field Flare Gas Recovery and Utilization Project
9400 Flare gas reduction through spiking compressor at Shah
10108 Gas Flaring Reduction Project at GGS, Chariali, Sibasagar, ONGC, Assam

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a
1.

De minister verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie over welke ondernemingen benzine, diesel of zware stookolie aan binnenschepen leveren, inclusief de geleverde hoeveelheden.

2.

De minister geeft aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid.

3.

De minister en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de toepassing van dit artikel een bestuursovereenkomst.

§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare energie

§ 3. Inboeken hernieuwbare energie vervoer

Artikel 6a
1.

In afwijking van artikel 6, vierde lid, is de hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof de geleverde hoeveelheid LNG in kilogrammen die door garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig wordt vergroend, voor zover de inboeker kan aantonen dat in Nederland ter grootte van de inboeking een hoeveelheid LNG uit aardgas is vervaardigd dat aan het gastransportnet in Nederland is onttrokken. Artikel 7, vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

De geleverde hoeveelheid LNG, bedoeld in het eerste lid, heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid die op de garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen is vermeld.

3.

Voor de bepaling van het aantal bij te schrijven hernieuwbare brandstofeenheden wordt de omvang van de garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in GJ en vermenigvuldigd met 0,85.

4.

Indien de geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt,

  • a. komt de aard van de grondstof van de garantie van oorsprong overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring;
  • b. wordt de omvang van de dubbeltellingverklaring met hetzelfde getal vermenigvuldigd, als de garantie van oorsprong in het derde lid.
5.

Ten aanzien van de bestemmingen en de levering aan de Nederlandse markt van LNG, is bijlage 1, deel A, onderdelen 1 en 2, van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

6.

Een geleverde hoeveelheid LNG als bedoeld in het eerste lid mag niet ook als een vloeibare hernieuwbare brandstof ingeboekt worden, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c.

Artikel 8a
1.

De hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt door een onderneming, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit, is de hoeveelheid waterstof in kilogrammen die blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt.

2.

De hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt door de onderneming, bedoeld in artikel 9a, tweede lid, van het besluit, is de hoeveelheid waterstof in kilogrammen die aantoonbaar aan een binnenschip of zeeschip is geleverd, zoals blijkt uit de bedrijfsadministratie van de inboeker.

3.

Voor een hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt toont de inboeker, bedoeld in het eerste lid, de hernieuwbaarheid van de geleverde waterstof aan met behulp van het bewijs van hernieuwbaarheid dat hij van zijn toeleverancier van waterstof heeft ontvangen.

4.

Voor een hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker, bedoeld in het tweede lid, op basis van de massabalans van hernieuwbare brandstoffen voor waterstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

§ 4. Register hernieuwbare energie

§ 6. Naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria

Artikel 25a
1.

De producent van biobrandstoffen voert een massabalans op zijn productielocatie over de ontvangen hoeveelheden duurzame grondstoffen voor de vervaardiging van biobrandstof en vervaardigde hoeveelheid biobrandstof. Artikel 25b is van overeenkomstige toepassing.

2.

De producent van biobrandstoffen beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij juist verantwoording aflegt over:

  • a. de aard en hoeveelheid ontvangen duurzame grondstoffen voor de vervaardiging van duurzame biobrandstof;
  • b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid vervaardigde duurzame biobrandstof; en
  • c. de hoeveelheid per afnemer geleverde duurzame biobrandstof.
3.

De producent van hernieuwbare brandstoffen voert een massabalans van hernieuwbare brandstoffen op zijn locatie per soort hernieuwbare brandstof.

4.

De producent van hernieuwbare brandstoffen beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij een juiste verantwoording aflegt over:

  • a. de hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;
  • b. de juiste verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen en de soort en hoeveelheid vervaardigde hernieuwbare brandstof; en
  • c. de hoeveelheid per afnemer geleverde hernieuwbare brandstof.
Artikel 25b
1.

Een onderneming die is gecertificeerd volgens een duurzaamheidssysteem voert een massabalans. Een onderneming die over een opslaglocatie beschikt, voert een massabalans over elke opslaglocatie waar zich fysieke hoeveelheden grondstoffen voor biobrandstoffen en biobrandstoffen bevinden.

2.

De massabalans is een volledig onderdeel van de bedrijfsadministratie van de onderneming.

3.

Na afloop van de massabalansperiode maakt de onderneming een aansluiting tussen de bedrijfsadministratie van biobrandstof en de massabalans op basis van een betrouwbare voorraadopname van tastbare hoeveelheden biobrandstof.

4.

Bij een vastgesteld verschil tussen de voorraad van tastbare hoeveelheden biobrandstof, de bedrijfsadministratie van biobrandstof en de massabalans, past de onderneming zijn bedrijfsadministratie van biobrandstof aan op de voorraad van fysieke biobrandstof.

Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies

Artikel 27a
1.

De minister verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie over welke ondernemingen benzine, diesel, zware stookolie of LPG aan binnenschepen leveren, inclusief de geleverde hoeveelheden.

2.

Gelet op het eerste lid voert de minister ten minste een gegevensanalyse uit nadat hij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit.

3.

De minister geeft aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid.

§ 2. Rapportage- en reductieverplichting

§ 3. Hernieuwbare brandstofeenheden

§ 4. Register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 6, vierde en vijfde lid, 6a, vijfde lid, en 8, zesde lid

Landbestemmingen en accijnsbelaste waterbestemmingen

Bijlage 4. behorend bij artikel 13, tweede lid

Vervallen

Bijlage 5. behorend bij artikel 14

De grondstoffen, bedoeld in artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel b, sub 2, van de wet (biomassafractie van industrieel afval) zijn:

Grondstof Omschrijving
Afval/residuen uit alcoholverwerking (waste/residues from processing of alcohol) Dit omvat droesem, drab en slib/onzuiverheden uit gisting of distillatie. Ongeschikt voor menselijke of dierlijke consumptie.
Afvalwater uit de voedingsmiddelenindustrie (wastewater from the food industry) Afvalwater uit de voedingsmiddelenindustrie dat ontstaat in het verwerkings-, productie- en/of opslagproces van voedingsmiddelen, zoals het wassen van groente en fruit of bij het spoelen van de machines. Het water is anaeroob te zuiveren, waarbij biogas ontstaat.
Afvalwater uit papier- en kartonindustrie (wastewater from the paper and cardboard industry) Afvalwater dat ontstaat bij het verwerken van oud papier. Het afvalwater ontstaat bij het schoonmaken van oud papier om korte celluloseketens en verontreinigingen uit het papier te halen.
Afvalwater uit vetsmelterijen (waste water from slaughter houses) Afvalwater ontstaan bij de verwerking van dierlijke bijproducten in vetsmelterijen. De dierlijke vetten hierin kunnen worden herwonnen. Het materiaal heeft geen toepassing (in significante hoeveelheden) anders dan voor energie.
Biogene component van oude autobanden (renewable component of end-of-life tyres) Banden worden gefabriceerd uit een mix van niet-hernieuwbare materialen en natuurlijk rubber. Alleen end-of-life banden (die op grond van geldende wetgeving zijn aangemerkt als afval), kennen een afvalstatus. Alleen het biogene deel mag worden ingeboekt.
Cashew Nut Shell Liquid (CNSL) (idem) CNSL is de olie geperst uit het harde omhulsel van cashewnoten. Dit omhulsel blijft over als residu bij het consumptiegeschikt maken van de cashewnoot.
Ethanol gebruikt in het reinigen/extraheren van bloedplasma. (Ethanol used in the cleaning/extraction of blood plasma) Verontreinigde bioethanol die is gebruikt als reinigingsvloeistof en niet kan worden gebruikt voor voedsel, diervoeder of farmaceutische doeleinden en anders zou worden weggegooid.
Gebruikte bleekaarde (spent bleaching earth) Bleekaarde is een medium bij het filteren van plantaardige oliën. Uit gebruikte bleekaarde kunnen achtergebleven (residuale) oliën via extractie worden teruggewonnen.
Gft en soortgelijke afvalstromen uit handel, diensten en bedrijven (bio-waste from trade, services and companies) Gft en soortgelijke afvalstromen uit handel, diensten en bedrijven. Dit is inclusief etensresten van restaurants (swill)
Laagwaardige zetmeelslurry (starch slurry (low grade)) Een mengsel van water en zetmeel uit het proces van natte tarwevermaling. Het droge stof gehalte van de stroom bedraagt maximaal 20% en het aandeel aan vaste bestanddelen, gemeten over een filter met een gestandaardiseerde perforatie van 5 micron, bedraagt maximaal 10 %. Bepaling van het droge stof gehalte dient plaats te vinden op het punt van scheiding van een fabrieksproduct.
Residu van FAME einddestillatie (Residue of FAME end distillation) Bij de productie van FAME kan het noodzakelijk zijn om veresterd product te destilleren om te voldoen aan de EN14214 specificatie. Deze grondstof is het residu van die benodigde einddestillatie bij de productie van FAME uit grondstoffen, bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie. Het materiaal moet ondoorzichtig zijn, met een dichtheid van ten minste 905 kg/m3 (bij 15 °C) en een viscositeit (bij 40 °C) van meer dan 10 mm2/s. Het volume mag niet meer bedragen dan de gemiddelde productie van de productielocatie in de laatste drie kalenderjaren.
Suikerbietresiduen (sugar beet residues) Toppen, punten en proceswater uit de verwerking van suikerbieten. De kroon van de suikerbiet valt hier niet onder.
Velasse (velasse) Waterachtige stroom die vrijkomt bij het verwerken van soja. De stroom bevat maximaal 20% suiker.
Voedingsmiddelen ongeschikt voor menselijke of dierlijke consumptie (food and feed products unfit for human and animal consumption, i.e. food waste and feed waste) Dit betreft voedsel- en voederafval, zoals over datum producten, of producten die uit gezondheids- of veiligheidsoverwegingen uit de markt worden gehaald. Hiervan moet zijn vastgesteld dat zij ongeschikt zijn voor menselijke of dierlijke consumptie.
Waswater van schepen (Wastewater from ship transport) Waswater dat ontstaat tijdens het schoonmaken van scheepstanks na het transporteren en uitladen van olie van biogene origine, zoals plantaardige olie.

A. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan de Nederlandse markt geleverde) vloeibare biobrandstof

B. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan vervoer in Nederland geleverde) gasvormige biobrandstof

C. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde) vloeibare hernieuwbare brandstof

A. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan de Nederlandse markt geleverde) vloeibare biobrandstof

Bijlage 9. behorend bij artikel 30

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Accijnsvrijgestelde waterbestemmingen

Luchtvaartbestemmingen

Deel B. Aantonen tastbare hoeveelheid biobrandstof in een geleverde brandstof

Bijlage 6. behorend bij artikel 15, tweede lid

Vervallen

Bijlage 7. behorend bij artikel 16, tweede lid

De dubbeltellingverklaring wordt afgegeven aan de producent van de biobrandstof en voldoet aan de volgende eisen:

    1. Met betrekking tot de totstandkoming van de dubbeltellingverklaring is de dubbeltellingverificateur bekend met de administratieve processen, alsmede de productie-installatie en de geproduceerde hoeveelheden van de biobrandstof. Gelet op dit oogmerk:
  • a. bezoekt de dubbeltellingverificateur de productielocatie ten minste eenmaal tijdens het initieel onderzoek;
  • b. bezoekt de dubbeltellingverificateur de productielocatie ten minste eenmaal per jaar in ieder jaar waarin verklaringen worden uitgegeven.
  • c. controleert de dubbeltellingverificateur de aard en de totaal in een tijdsperiode gebruikte hoeveelheid grondstof;
  • d. controleert de dubbeltellingverificateur de hoeveelheid de totaal in een tijdsperiode geproduceerde hoeveelheid biobrandstof;
  • e. controleert de dubbeltellingverificateur de verhouding van de in die tijdsperiode gebruikte hoeveelheid grondstof en geproduceerde hoeveelheid biobrandstof;
  • f. controleert de dubbeltellingverificateur of de hoeveelheid uit dubbel tellende grondstof geproduceerde biobrandstof niet ook door een andere dubbeltellingverificateur is geverifieerd;
  • g. beoordeelt de dubbeltellingverificateur de administratieve organisatie, alsmede de interne beheersing- en controleprocedure van de producent;
  • h. voert de dubbeltellingverificateur locatiegesprekken met de werknemers die bij productie van biobrandstof betrokken zijn.
    1. Met betrekking tot de aard van de grondstof en de dubbeltelling van de biobrandstof:
  • a. vermeldt de dubbeltellingverklaring uit welke dubbel tellende grondstof de biobrandstof is geproduceerd, gelet op artikel 12 van het besluit;
  • b. kan in de dubbeltellingverklaring gebruik worden gemaakt van analyseresultaten als bewijslast voor het gebruik van dubbel tellende grondstof of de aard van de grondstof, voor zover de monstername en analyse uitgevoerd zijn door een laboratorium dat geaccrediteerd is overeenkomstig ISO/IEC 17025.
    1. Met betrekking tot de gebruikte hoeveelheid grondstoffen en de geproduceerde hoeveelheid dubbel tellende biobrandstof:
  • a. vermeldt de dubbeltellingverklaring:
  • 1°. de aard en hoeveelheid uit dubbel tellende grondstof geproduceerde biobrandstof, waaronder tevens worden verstaan de onderste verbrandingswaarde en energie-inhoud van de biobrandstof overeenkomstig artikel 2 van deze regeling;
  • 2°. het land van of de landen van herkomst van de dubbel tellende grondstof;
  • 3°. het duurzaamheidssysteem dat de producent voor de grondstof en de biobrandstof hanteert;
  • b. staat de hoeveelheid dubbel tellende biobrandstof waarvoor een dubbeltellingverklaring wordt afgegeven, in een juiste verhouding tot de gebruikte hoeveelheid grondstof en de geproduceerde hoeveelheid brandstof.
    1. Met betrekking tot de hoeveelheid uit dubbel tellende grondstof geproduceerde biobrandstof:
  • a. specificeert de dubbeltellingverklaring de hoeveelheid per afnemer geleverde biobrandstof;
  • b. geeft de dubbeltellingverificateur een dubbeltellingverklaring met een unieke code af, waarbij de som van de hoeveelheden waarop deze verklaringen betrekking hebben, niet meer bedraagt dan de oorspronkelijke geproduceerde hoeveelheid volgens de bedrijfsadministratie en de massabalans van duurzame biobrandstoffen van de producent;
  • c. kan de dubbeltellingverificateur een hoeveelheid uit dubbel tellende grondstof geproduceerde biobrandstof, waarvoor reeds een dubbeltellingverklaring afgegeven is, splitsen in een of meer kleinere hoeveelheden, voor het gedeelte van de oorspronkelijke verklaring dat nog niet door een inboeker is gebruikt;
  • d. kan de dubbeltellingverificateur dubbeltellingverklaringen samenvoegen tot een nieuwe verklaring;
  • e. kunnen de dubbeltellingverklaringen die de dubbeltellingverificateur voor de gesplitste of de samengevoegde hoeveelheden opstelt, opgeteld geen grotere hoeveelheid betreffen dan die in de oorspronkelijke verklaring werd verantwoord, rekening houdend met een eventueel gebruik van de oorspronkelijke verklaring;
  • f. vermeldt de dubbeltellingverificateur bij een dubbel tellend biogas het nummer van de certificaatreeks van de garantie van oorsprong, die voor de productie door VertiCer afgegeven is.

Bijlage 8. behorend bij artikel 17, derde lid

C. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde) vloeibare hernieuwbare brandstof

D. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan vervoer in Nederland geleverde) gasvormige hernieuwbare brandstof

E. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan wegvoertuigen, luchtvaartuigen en binnenschepen in Nederland geleverde) elektriciteit

Bijlage 9. behorend bij artikel 30

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)