Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 19 december 2018 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet modernisering kleineondernemersregeling)

2 versions · 2020-01-01
2020-01-01
Wet modernisering kleineondernemersregeling

Wijzigingen op 2020-01-01

@@ -10,25 +10,23 @@
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel II
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
[Artikel 25 van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25) en de krachtens dat artikel bij ministeriële regeling vastgestelde regels, zoals dat artikel en die regels luidden op 31 december 2019, blijven van toepassing met betrekking tot de omzetbelasting die verschuldigd is vóór 1 januari 2020.
##### Artikel III
1. De ondernemer die met ingang van 1 januari 2020 de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25), zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van [artikel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2019-06-01&g=2019-06-01), wil toepassen, dient hiervan melding te doen bij de inspecteur uiterlijk 20 november 2019 op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de gestelde voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
1. De ondernemer die met ingang van 1 januari 2020 de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25), zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van [artikel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wil toepassen, dient hiervan melding te doen bij de inspecteur uiterlijk 20 november 2019 op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de gestelde voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
2. De ondernemer die op 31 december 2019 is ontheven van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25), zoals dat artikel luidde op die datum, wordt geacht de melding, bedoeld in het eerste lid, te hebben gedaan. In afwijking van artikel 25, zevende lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van [artikel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2019-06-01&g=2019-06-01), kunnen deze ondernemers toepassing van de vrijstelling door wederopzegging beëindigen vóór 1 januari 2023.
2. De ondernemer die op 31 december 2019 is ontheven van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25), zoals dat artikel luidde op die datum, wordt geacht de melding, bedoeld in het eerste lid, te hebben gedaan. In afwijking van artikel 25, zevende lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van [artikel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01), kunnen deze ondernemers toepassing van de vrijstelling door wederopzegging beëindigen vóór 1 januari 2023.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op de ondernemer die in het kalenderjaar 2020 aannemelijk niet gaat voldoen aan de gestelde voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25 van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25), zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van [artikel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2019-06-01&g=2019-06-01).
3. Het tweede lid is niet van toepassing op de ondernemer die in het kalenderjaar 2020 aannemelijk niet gaat voldoen aan de gestelde voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25 van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25), zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van [artikel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel IV
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juni 2019.
2. In afwijking van het eerste lid treden de [artikelen I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2019-06-01&g=2019-06-01) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=II&z=2019-06-01&g=2019-06-01) in werking met ingang van 1 januari 2020.
2. In afwijking van het eerste lid treden de [artikelen I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=I&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041782&artikel=II&z=2020-01-01&g=2020-01-01) in werking met ingang van 1 januari 2020.
##### Artikel V
2019-06-01
Wet modernisering kleineondernemersregeling
original version Tekst op deze datum