← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 20 november 2019, houdende machtiging tot oprichting van de Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL (Machtigingswet oprichting Invest-NL)

Geldende tekst a fecha 2020-03-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat Nederland beschikt over een nationale financierings- en ontwikkelingsinstelling;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Een wijziging van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-onderneming (PbEG 2003, L 124) gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 2. Machtiging, holdingstructuur
1.

Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden op te richten de naamloze vennootschap Invest-NL N.V..

2.

Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden deel te nemen in het bij de oprichting van Invest-NL vast te stellen kapitaal.

3.

De machtiging, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens het oprichten, mede-oprichten of doen oprichten van een rechtspersoon waarin Invest-NL alle aandelen houdt en die als doelstelling heeft het uitvoeren van een taak als bedoeld in artikel 4, eerste lid of tweede lid.

4.

Een bij of krachtens deze wet aan Invest-NL:

wordt geacht eveneens te zijn verleend dan wel te zijn opgelegd aan een rechtspersoon als bedoeld in het derde lid, wanneer deze rechtspersoon als doelstelling heeft dat recht, die taak of die dienst uit te oefenen.

Hoofdstuk 2. Doelen en taken

Artikel 3. Doelen

Invest-NL heeft tot doel om, indien de markt hierin onvoldoende voorziet, bij te dragen aan het financieren en realiseren van maatschappelijke transitieopgaven door ondernemingen en aan het bieden van toegang tot ondernemingsfinanciering.

Artikel 4. Taken
1.

Invest-NL heeft tot taak:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister die het aangaat, na overleg met Onze Minister en Onze Minister van Financiën, kunnen aan Invest-NL taken worden opgedragen, voor zover deze verenigbaar zijn met de doelen, genoemd in artikel 3, en kunnen regels worden gesteld over de vergoeding van de kosten verbonden aan de uitvoering van deze taken.

3.

Met betrekking tot de taken, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister die het aangaat, na overleg met Onze Minister van Financiën, nadere regels worden gesteld.

4.

Invest-NL en een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, verrichten middellijk of onmiddellijk geen andere activiteiten dan activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en tweede lid, tenzij Onze Minister daarmee heeft ingestemd in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een instemming. Instemming kan worden verleend indien die activiteiten en de uitvoering daarvan:

5.

Onze Minister kan een besluit tot instemming als bedoeld in het vierde lid intrekken of wijzigen, indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het geven van die instemming of aan de voorschriften of beperkingen die aan die instemming verbonden zijn.

Artikel 5. Handelingen
1.

Bij de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan Invest-NL:

2.

Invest-NL is geen bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en is niet met openbaar gezag bekleed in de zin van enige andere wet bij het verrichten van activiteiten en handelingen ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, of bij het uitvoeren van een activiteit als bedoeld in artikel 4, vierde lid.

Hoofdstuk 3. Uitoefening aandeelhouderschap Staat

Artikel 6. Uitoefening aandeelhouderschap
1.

Het aandeelhouderschap van de Staat in Invest-NL wordt uitgeoefend door Onze Minister van Financiën.

2.

Onze Minister van Financiën oefent in overeenstemming met Onze Minister het stemrecht uit ten aanzien van de bevoegdheden van de algemene vergadering van Invest-NL ten aanzien van de onderwerpen die op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dwingendrechtelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders toekomen.

Hoofdstuk 4. Voorwaarden voor taakuitoefening

§ 1. Beginselen van financieel beheer

Artikel 7. Gescheiden boekhouding ten aanzien van de te onderscheiden taken
1.

Indien Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, verschillende activiteiten verricht, worden gelden die zijn ontvangen voor te verrichten of uitgevoerde activiteiten voor rekening en risico van de Staat uitsluitend en uiterlijk binnen een door Onze Minister vastgestelde termijn voor het daarvoor bestemde doel aangewend of aan de Staat uitgekeerd.

2.

Invest-NL en een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, houden een zodanige administratie bij dat:

3.

Invest-NL en een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, bewaren de in het tweede lid, onderdelen a, b en c, bedoelde gegevens gedurende tien jaar, gerekend vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben.

4.

Onze Minister kan in geval van overtreding van het eerste, tweede of derde lid een last onder bestuursdwang opleggen aan Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid.

Artikel 8. Jaarverslag
1.

Onverminderd de artikelen 394 en 395 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, zendt Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, de jaarrekening, bedoeld in artikel 361, eerste lid, en het bestuursverslag, bedoeld in artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, jaarlijks aan Onze Minister van Financiën.

2.

Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister, zendt een afschrift van de jaarrekening en het bestuursverslag gelijktijdig met het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen, waarin aandacht wordt besteed aan de wijze waarop in het desbetreffende boekjaar aan de doelen, bedoeld in artikel 3, tegemoet is gekomen, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

§ 2. Mededinging en staatssteun

Artikel 9. Additioneel aan de markt
1.

Invest-NL en een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, onthouden zich van uit een oogpunt van goede marktwerking ongewenste mededinging met ondernemingen.

2.

Op voordracht van Onze Minister kunnen bij algemene maatregel van bestuur vanuit het oogpunt van goede marktwerking als bedoeld in het eerste lid regels worden gesteld voor de uitvoering van activiteiten door Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, met inbegrip van regels die het uitvoeren van bepaalde activiteiten verbieden of beperken.

Artikel 10. Financiering openbare lichamen

Op straffe van nietigheid van de desbetreffende rechtshandeling verschaft Invest-NL, noch een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, financiering aan Nederlandse openbare lichamen, tenzij Onze Minister van Financiën, in overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, hiervan ontheffing verleent.

Artikel 11. Mededingingsklacht
1.

Ondernemingen hebben het recht een mededingingsklacht over de nakoming van artikel 9, eerste lid, in te dienen bij activiteiten, anders dan die krachtens mandaat, volmacht of machtiging van Onze Minister die het aangaat worden verricht, van Invest-NL of van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid.

2.

Een mededingingsklacht als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend bij Invest-NL.

3.

Invest-NL voorziet in een adequate klachtafhandelingsprocedure, die in ieder geval duidelijk kenbaar en eenvoudig toegankelijk is op de website van Invest-NL.

4.

Na ontvangst van een mededingingsklacht doet Invest-NL hiervan binnen twee weken na de datum van ontvangst melding aan Onze Minister.

5.

Aan het eind van elk kwartaal doet Invest-NL verslag over de status van de afhandeling van een ingediende mededingingsklacht aan Onze Minister.

Artikel 12. Gevolg schending additionaliteitsbeginsel
1.

Indien Invest-NL, al dan niet naar aanleiding van een mededingingsklacht als bedoeld in artikel 11, vaststelt dat een werkzaamheid ter uitvoering van een taak als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b of f, leidt tot uit een oogpunt van goede marktwerking ongewenste mededinging met ondernemingen, wordt de uitoefening van de desbetreffende activiteit zo snel als mogelijk, maar in ieder geval binnen een jaar, beëindigd.

2.

Indien Onze Minister ambtshalve constateert dat sprake is van uit een oogpunt van goede marktwerking ongewenste mededinging met ondernemingen, kan hij Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, een aanwijzing geven dat de uitvoering van de desbetreffende activiteit zo snel als mogelijk, maar in ieder geval binnen een jaar wordt beëindigd.

3.

Indien de termijn, bedoeld in het eerste of tweede lid, verstrijkt zonder dat de activiteit is beëindigd, kan Onze Minister namens en op kosten van Invest-NL er zowel door het verrichten van publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtshandelingen als door het verrichten van feitelijke handelingen in voorzien dat alsnog wordt voldaan aan de rechtsplicht, bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 13. Verbod verstrekken ongeoorloofde staatssteun
1.

Invest-NL en een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, verstrekken voor eigen rekening en risico geen ongeoorloofde staatssteun.

2.

Indien niet is uitgesloten dat voor eigen rekening en risico staatssteun wordt verstrekt:

3.

Onze Minister informeert Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, over de verslaglegging of aanmelding.

§ 3. Bedrijfsvoering

Artikel 14. Mogelijkheid tot het verplichten van Invest-NL om gebruik te maken van middelen en know-how rijksoverheid
1.

Onze Minister die het aangaat kan besluiten dat Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, gebruik maakt van een voorziening die in stand wordt gehouden door de Staat der Nederlanden en die wordt ingezet ten behoeve van de uitvoering van de taak van de Staat der Nederlanden.

2.

Voor het gebruik van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, is geen vergoeding of bijdrage verschuldigd.

Artikel 15. Verplichting tot aanhouden archief en verplichting tot overdragen aan Rijksarchief na 20 jaar
1.

Bij het uitoefenen van de taken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en c, is de Archiefwet 1995 van overeenkomstige toepassing op het beheer van en het toezicht op de archiefbescheiden verbonden aan deze taken die bij Invest-NL, of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, berusten.

2.

Bij ontbinding van Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, die als doel heeft het uitvoeren van een taak als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, wordt het beheer van en de zorg voor de archiefbescheiden van de ontbonden rechtspersoon overgedragen aan Onze Minister die het aangaat.

3.

Onze Minister die het aangaat is belast met het toezicht op de naleving van beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de Archiefwet 1995.

Hoofdstuk 5. Geldmiddelen

Artikel 16. Ontwikkelactiviteiten
1.

Onze Minister kan aan Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, die als doel heeft het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, op aanvraag een subsidie verstrekken voor de kosten verbonden aan het uitvoeren van de taak, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel a.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen criteria voor verstrekking van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld alsmede regels met betrekking tot:

3.

Onze Minister kan Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, die als doelstelling heeft het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, aanwijzingen geven in het belang van een goede vervulling van de taak, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel a.

4.

Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, die als doelstelling heeft het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, volgt de aanwijzingen, bedoeld in het derde lid, van Onze Minister op.

5.

Indien Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, die als doelstelling heeft het uitvoeren van de taak, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, in grove mate nalatig is bij het vervullen van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, kan Onze Minister een last onder bestuursdwang opleggen of een ander tijdelijk die taak laten vervullen.

Artikel 17. Onkostenvergoeding voor dienstverlening aan Onze Minister die het aangaat voor wat betreft ten uitvoerlegging regelingen
1.

Onze Minister die het aangaat vergoedt de kosten die Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, maakt bij het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, voor zover geen sprake is van verplicht gebruik van voorzieningen die in stand worden gehouden door de Staat der Nederlanden als bedoeld in artikel 14.

2.

Onze Minister die het aangaat stelt de tarieven en de hoogte vast van de in rekening te brengen kosten, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 6. Evaluatie

Artikel 18. Evaluatie
1.

Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van deze wet in de praktijk.

2.

Onverminderd het eerste lid, zendt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën tenminste eenmaal in de zeven jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid, doelmatigheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 19. Overgang lening EIF co-investment vehicle voortkomend uit subsidie
1.

Op de overgangsdatum gaan rechten en verplichtingen die voor de Staat voortvloeien uit de uitvoeringsovereenkomsten van 20 juni 2017 behorend bij het besluit tot verlening van een subsidie in de vorm van een renteloze lening voor het project «Dutch State EIF-NPI Co-investment scheme» van 17 juli 2017, kenmerk DGBI-O /17112125» onder algemene titel over op Invest-NL.

2.

Invest-NL zal binnen 30 werkdagen vanaf de overgangsdatum het volledige bedrag aan de Staat voldoen, dat de Staat op verzoek aan het Europees Investeringsfonds reeds ter beschikking heeft gesteld overeenkomstig het recht op tussentijdse betaling neergelegd in de uitvoeringsovereenkomsten van 20 juni 2017.

Artikel 20. Overgang DVI en DVI II

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 21. Overgang garantie ondernemingsfinanciering energietransitie financieringsfaciliteit (ETTF)

Rechten en verplichtingen die voor de Staat voortvloeien uit een met haar gesloten garantstellingsovereenkomst naar het model in bijlage 3.13a.1 van de Regeling nationale EZ-subsidies en daaronder vallende garantstellingen als bedoeld in artikel 3.13a.2 van die regeling gaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel onder algemene titel over op Invest-NL.

Artikel 22. Overgang roerende zaken en vermogensrechten

De roerende zaken en vermogensrechten welke aan de tijdelijke afdeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Invest-NL in opbouw, worden toegerekend gaan op de overgangsdatum onder algemene titel over op Invest-NL zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is.

Artikel 23. Archiefbescheiden

De archiefbescheiden die betrekking hebben op de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, worden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, op de overgangsdatum voor een tijdvak van ten hoogste twintig jaar ter beschikking gesteld aan Invest-NL.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 24. Conservatoir beslag

Verlof tot het leggen van conservatoir beslag, bedoeld in artikel 700, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten laste van Invest-NL of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, die als doel heeft het uitvoeren van een taak als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, kan slechts worden verleend nadat degene ten laste van wie het verlof wordt verzocht in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, tenzij het beslag uitsluitend op zaken betrekking heeft.

Artikel 25. Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 26. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Machtigingswet oprichting Invest-NL.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.