← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Financiën van 18 december 2019, tot vaststelling van het mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020

Geldende tekst a fecha 2020-07-01

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Mandaten en volmachten

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Artikel 3. Mandaatbesluiten ministerie van Financiën en Directoraat-Generaal Belastingdienst
1.

De SG stelt een mandaatbesluit vast voor het ministerie.

2.

De DGBD stelt, in overeenstemming met de SG, een mandaatbesluit voor het directoraat-generaal Belastingdienst vast.

Artikel 4. Mandaat aan SG en DG’s
1.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 11.

2.

De SG en DG’s hebben binnen het kader van de jaarplannen en binnen eventueel door de minister of namens de minister door de SG gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

3.

De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:

De Minister van Financiën, resp. De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de (onder)gemandateerde

Artikel 5. Ondermandaat
1.

De SG en de DG’s kunnen ieder voor hun werkterrein ondermandaat verlenen.

2.

Directeuren kunnen het aan hen verleende ondermandaat doormandateren. Voor ondermandaat door een directeur is de goedkeuring door de SG of de DG vereist.

3.

In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.

Artikel 6. Mandaatregister
1.

Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister. Het mandaatregister bevat handtekeningen en parafen van de in dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde functionarissen.

2.

De directeur Juridische Zaken draagt zorg voor het bijhouden en online publiceren van het mandaatregister. Het mandaatregister wordt gepubliceerd op de webpagina van het ministerie van Financiën, te vinden via www.rijksoverheid.nl.

Hoofdstuk 3. Beslissingen met financiële gevolgen

Artikel 7. Hoofdbudgethouderschap
1.

De SG en DG’s zijn hoofdbudgethouder voor wat betreft hun taken en zijn uit dien hoofde bevoegd verplichtingen – met financiële consequenties – aan te gaan en uitgaven goed te keuren binnen hun budgetten.

2.

In afwijking van het eerste lid, gaat de directeur-generaal Belastingdienst verplichtingen ten aanzien waarvan het verscherpt toezicht geldt, als bedoeld in bijlage 1, slechts aan in overeenstemming met de hoofddirecteur Control en Financiën van het DGBD dan wel de hoofddirecteur Financieel-Economische Zaken.

3.

De hoofdbudgethouders zijn verantwoordelijk voor een adequaat financieel beheer.

Artikel 8. Budgethouderschap
1.

Het mandaat van de DG met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de DG ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur Financieel-economische Zaken goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor het diensthoofd verantwoordelijk is.

2.

De SG en DG’s kunnen voor de in artikel 7 genoemde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan budgethouders. In een ondermandaat kan een maximumbedrag worden aangegeven.

Artikel 9. Instemming van de hoofddirecteur FEZ

Voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de door de SG vastgestelde budgetten, is instemming van de hoofddirecteur Financieel-Economische Zaken vereist.

Artikel 10. Voorbehouden aan SG en DG’s, uitgezonderd DGBD

Aan de DG is voorbehouden te beslissen over het afwijken van de procedures als bedoeld in de hoofdstukken 1.2 en 2.1 van de Aanbestedingswet 2012, alsmede over het toepassen van een uitzonderingsgrond als bedoeld in de artikelen 2.24 tot en met 2.24c van de Aanbestedingswet 2012.

Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen ten aanzien van de uitoefening van taken

Artikel 11. Voorbehouden aan bewindspersonen

Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

Artikel 12. Voorbehouden aan de secretaris-generaal

Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor:

Artikel 13. Voorbehouden aan de pSG

Met inachtneming van artikel 12 is aan de pSG voorbehouden:

Artikel 14. Voorbehouden aan de algemene leiding DG, uitgezonderd het DGBD

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van een DG, uitgezonderd het DGBD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden het nemen van beslissingen:

Artikel 15. Voorbehouden aan algemene leiding DGBD

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van het DGBD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden, het nemen van beslissingen:

Artikel 16. Voorbehouden aan de directeuren en hun plaatsvervangers
1.

De directeuren van de in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 genoemde directies en hun plaatsvervangers, uitgezonderd het DGBD, hebben binnen het kader van hun jaarplannen en binnen door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of de algemene leiding van het directoraat-generaal gegeven richtlijnen en behoudens de voorgaande bepalingen volmacht tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle bedrijfsvoeringaangelegenheden die behoren tot hun beleidsterrein genoemd in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020.

2.

De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door de onder de directeuren ressorterende functionarissen die daartoe worden gemandateerd in het mandaatregister.

3.

Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het afdoen van besluiten namens de in het eerste lid gevolmachtigde functionarissen toegekend aan het hoofd en het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Organisatie & Personeel van de directie Bedrijfsvoering.

4.

Aan de in het eerste lid gevolmachtigde functionarissen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van beslissingen aangaande:

Artikel 17. Overleg met bewindspersonen

Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treedt de algemene leiding in contact met de bewindspersoon die het aangaat, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

Artikel 18. Personeelsbeslissingen

Bij het maken van afspraken, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot alle personeelsaangelegenheden, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, betreffende het kernministerie is advies van het hoofd Eenheid Organisatie en Personeel van de directie Bedrijfsvoering vereist.

Artikel 19. Overige bepalingen
1.

In situaties waarin het bevoegd gezag een beloning aan een medewerker wil toekennen, waarbij wordt afgeweken van de reguliere beloningsregels dient vooraf overleg met de pSG plaats te vinden.

2.

De bevoegdheid tot het toekennen van maatregelen sociaal flankerend beleid is voorbehouden aan de directeur van het organisatieonderdeel waar betrokkene is geplaatst, voor zover die bevoegdheid niet op grond van dit besluit aan een ander is voorbehouden.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 20. Vaste verandermomenten

Wijzigingen van dit besluit treden in werking per 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, behoudens spoedeisende gevallen.

Artikel 21. Intrekking andere (mandaat)regelingen
1.

De volgende regelingen worden ingetrokken: Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1 juli 2018, het Organisatie- en mandaatbesluit SG-cluster van 26 maart 2014, het Organisatie- en mandaatbesluit voor de Generale Thesaurie van 14 september 2016, het Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal voor Fiscale Zaken van 23 mei 2014 en het Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Rijksbegroting van 1 februari 2012.

2.

Het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën van 1 juli 2018 blijft onverminderd het eerste lid, na de inwerkingtreding van deze regeling van toepassing ten aanzien van personele aangelegenheden waarop na 1 januari 2020 het recht van toepassing is dat gold direct voor de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 23. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020.

Bijlage 1. Verscherpt toezicht

De toepasselijkheid van het verscherpt toezicht, bedoeld in artikel 7, tweede lid, wordt beoordeeld aan de hand van de hierna genoemde criteria.

Algemene criteria verscherpt toezicht

Wat valt niet onder het verscherpt toezicht?

Bijlage 2. Personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 18

De personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 18 van het Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020 zijn:

alsmede

Zie ook Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020, Staatscourant 2019, 70716.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.