Circulaire wapens en munitie 2019

Type Circulaire
Publication 2020-02-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De te verwerken gegevens mogen zowel met behulp van een computer als handmatig worden ingevoerd.

Voor de meer vanzelfsprekende onderdelen van de vuurwapenpas is een invul-instructie achterwege gelaten.

1. Vermeldingen betreffende de houder (pagina 2)

Deze rubriek is bestemd voor de persoonlijke gegevens van de houder van de pas.

1.1. Naam en voornaam

Op de eerste regel wordt de achternaam van de houder vermeld, gevolgd door een komma. De achternaam wordt onderstreept.

Op de tweede regel worden – voluit – de voornamen van de houder vermeld. Indien de beschikbare ruimte onvoldoende is, kan met het vermelden van de voornamen al op de eerste regel worden begonnen.

1.2. Geboorteplaats en -datum

De geboorteplaats wordt op de eerste regel vermeld. De geboortedatum wordt vermeld op de tweede regel.

1.3. Adres

Op de eerste regel wordt de straatnaam vermeld, gevolgd door het huisnummer. De woonplaats op de tweede regel.

1.4. handtekening en pasfoto

De handtekening moet worden geplaatst in het bijzijn van de ambtenaar die de pas afgeeft. De pasfoto moet gelijkend zijn en wordt met een zogenaamd seal of met holnieten duurzaam bevestigd.

2. Vermeldingen betreffende de pas (pagina 2 en 3)

2.1. Nummer van de pas

De instantie die de vuurwapenpas verleent, bepaalt zelfstandig het nummer (kenmerk) van de pas. Het kenmerk moet zijn te herleiden tot de houder van de pas. Op elke pas wordt één uniek nummer vermeld. De verlenende instantie registreert het uitgegeven nummer, tezamen met de persoonsgegevens van de desbetreffende pashouders.

2.2. Geldig tot

De pas heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden. De geldigheidsduur kan vier maal worden verlengd. De pas is dus maximaal vijf jaar als zodanig bruikbaar.

2.3. Stempel van de bevoegde autoriteit en datum

Het stempel dat bij de eerste verlening wordt geplaatst, wordt gedeeltelijk op de pasfoto geplaatst. De datum is die van de dag waarop de pas wordt verleend.

2.4. Geldigheid verlengd tot

De hier in te vullen datum ligt ten hoogste één jaar na de dag van de eerste verlening, respectievelijk laatste verlenging. De geldigheidsduur van de vuurwapenpas kan vier maal worden verlengd, telkens voor ten hoogste één jaar.

2.5. Stempel bevoegde autoriteit en datum

De datum is die van de dag waarop de pas wordt verlengd.

3. Identificerende kenmerken van de vuurwapens (pagina 4 en 5)

In de rubrieken 3.1 tot en met 3.10 worden de vuurwapens vermeld waarop de pas betrekking heeft. Het moet gaan om wapens waarvoor reeds een bevoegdheidsdocument (verlof tot het voorhanden hebben, jachtakte of een ministeriële ontheffing) is verleend. Vuurwapens waarvoor (nog) geen bevoegdheid bestaat kunnen niet ingeschreven worden in de pas.

Er is ruimte voor maximaal 10 vuurwapens. Voor het zeldzame geval dat meer vuurwapens op de pas vermeld moeten worden, is de afgifte van een tweede vuurwapenpas mogelijk.

Door plaatsing van een wapen achter één van de op pagina vier genoemde nummers (3.1, 3.2, 3.3 ... etc) krijgt dat wapen het nummer dat vooraan de desbetreffende regel staat. Dit nummer moet ook op andere plaatsen in de pas worden gebruikt (namelijk in de rubrieken 4, 5, 6.1 en 6.2), zonder dat opnieuw alle gegevens betreffende dat wapen ter plaatse behoeven te worden herhaald.

Het is mogelijk de pas aanvankelijk betrekking te laten hebben op – bijvoorbeeld – slechts één vuurwapen (al naar gelang de wensen van de aanvrager) en die vervolgens in een later stadium uit te breiden. Wanneer een wapen eerst in een later stadium wordt toegevoegd, moet dat blijken uit de datum die is vermeld in de kolom ‘Ingeschreven op’. Per wapen zal de datum moeten worden vermeld waarop het wapen in de pas is ingeschreven.

De pas mag uitsluitend betrekking hebben op wapens die zijn voorzien van een fabricagenummer (serienummer). Het fabricagenummer moet dus worden vermeld. Is een dergelijk nummer niet aanwezig, dan zal de eigenaar, alvorens het wapen op de pas wordt ingeschreven, moeten zorgen voor het laten inslaan van een identificerend nummer door een erkende wapenhandelaar.

Onder ‘Categorie van de Richtlijn’ moet telkens, per wapen, één van de letters A, B, C of D worden ingevuld. Deze letters hebben de volgende betekenis:

Voor de inhoud van de genoemde categorieën wordt hier verwezen naar bijlage 1, onder II, A van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 (91/477/EEG).

Per wapen zal moeten worden beoordeeld in welke categorie van de Richtlijn dat wapen valt. Voor de bepaling van de in te vullen letter (A, B, C of D) is dus noch de Nederlandse wetgeving noch die van enige andere lidstaat van de EU van belang. De categorie moet worden bepaald uitsluitend aan de hand van de doorde voornoemde richtlijn gemaakte indeling.

Wijzigingen in het bezit (voorhanden hebben) van het wapen, door bijvoorbeeld overdracht aan een derde, inbewaringgeving bij de politie, verlies of diefstal moeten in de pas worden aangetekend. In de kolom ‘Opmerkingen’ is daarvoor ruimte gereserveerd. Zodra iemand niet meer bevoegd is een in de pas ingeschreven vuurwapen voorhanden te hebben, moet dat wapen in de pas worden doorgehaald. In de kolom ‘Opmerkingen’ wordt de reden van doorhaling vermeld, met toevoeging van de datum, een paraaf van de behandelend ambtenaar en – zo mogelijk ook hier – een stempel.

4. Verwijzing naar de vergunningen betreffende de vuurwapens (pagina 6-10)

Let op: De Pagina’s 6, 7, 8, 9 en 10 zijn identiek. Anders dan in rubriek 3 (identificerende kenmerken van de vuurwapens) loopt de voor een wapen bestemde regel hier dus niet door op de naast gelegen pagina (op pagina 11 begint een nieuwe rubriek)

In rubriek 4 moet worden aangegeven waaraan (aan welke Nederlandse vergunning) de houder van de vuurwapenpas zijn bevoegdheid ontleent om zijn in de pas ingeschreven wapens voorhanden te hebben (de pas zelf roept die bevoegdheid niet in het leven). In de meeste gevallen zal de vuurwapenpas worden verleend aan jagers of sportschutters. In de vuurwapenpas moet in de hier vermelde rubriek (4), een verwijzing worden gemaakt naar het desbetreffende verlof tot het voorhanden hebben, jachtakte of ontheffing waarop het wapen is vermeld.

De in rubriek 4 vermelde nummers verwijzen naar de nummers, genoemd in rubriek 3. Op de twee puntjes achter het cijfer 3 moet in de kolom ‘Wapen’ het vuurwapen gespecificeerd worden door toevoeging van een cijfer (1 t/m 10), dat verwijst naar één van de in rubriek 3 genoemde nummers.

Dit betekent dat in rubriek 4 geen wapens kunnen (en mogen) voorkomen die niet al in rubriek 3 genoemd zijn. Indien in rubriek 3 slechts twee wapens genoemd zijn (3.1 en 3.2) dan komen ook in rubriek 4 slechts twee wapens voor. Ook deze worden in rubriek 4 uiteraard aangeduid met, respectievelijk, 3.1 en 3.2.

In de kolom ‘Datum van de vergunning’ wordt – per wapen – de datum vermeld waarop het verlof tot het voorhanden hebben of de jachtakte of ontheffing voor dat wapen werd verleend. In de kolom

‘Geldig tot’ wordt de laatste dag vermeld waarop het verlof of de jachtakte van kracht is.

Het verlof tot het voorhanden hebben en de jachtakte57Na aanpassing artikel 8 van het Jachtbesluit. zijn vijf jaar geldig. Bij het aanvragen van een verlenging van de vuurwapenpas, na 12 maanden, wordt gecontroleerd of het verlof of de jachtakte nog geldig is. De aanvrager van de verlenging dient het verlofdocument of de jachtakte te tonen.

5. Vergunning van de bezochte Lid-staten (pagina 11-17)

Let op: rubriek 5 wordt door de Nederlandse overheid niet ingevuld.

Deze rubriek is bestemd voor de aantekening van vergunningen (visa) die worden verleend door de autoriteiten van het land waarnaar de houder van de vuurwapenpas zich met zijn wapens begeeft. De gegevens mogen uitsluitend door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat worden ingevuld, dus niet door de houder van de vuurwapenpas en evenmin door de Nederlandse autoriteiten.

Voor de verkrijging van een buitenlandse vergunning moet de houder van de pas zelf zorg dragen. Hij dient de pas daarvoor, tezamen met een verzoek om een vergunning, te zenden naar de bevoegde autoriteiten in de desbetreffende EU-lidstaat. Uit het verzoek moet blijken op welke in de pas ingeschreven wapens het verzoek betrekking heeft.

6. Inlichtingen betreffende intracommunautaire verplaatsingen (pagina 18-21)

Ingevolge bijlage II bij de Richtlijn is iedere EU-lidstaat verplicht de tekst, zoals die in rubriek 6 van de pas is weergegeven, te vermelden. Volledigheidshalve wordt hier opgemerkt dat de in die (verplichte) tekst gebruikte terminologie op twee punten afwijkt van die in de rest van de pas. Met ‘vak 5’ wordt bedoeld rubriek 5. Met ‘de wapenkaart’ wordt bedoeld: de Europese vuurwapenpas.

De in de tekst aangeduide categorieën (B, C en D) zijn de in bijlage II bij de Richtlijn bedoelde categorieën.

De hoofdregel voor het reizen met een wapen door twee of meer EU-lidstaten is dat telkens een voorafgaande vergunning van de te bezoeken lidstaten vereist is. Deze vergunning kan worden aangetekend in rubriek 5 van de vuurwapenpas. Wordt door de houder van het wapen geen pas aangevraagd dan, dan geldt dat een consent en/of uitvoervergunning moet worden aangevraagd.

Uit de in rubriek 6 vermelde tekst blijkt dat – in afwijking van het vorenstaande – jagers en sportschutters vrij met hun wapens door de EU mogen reizen. Voorwaarde daarvoor is dat zij in het bezit zijn van een Europese vuurwapenpas voor die wapens en de reden van hun reis (d.m.v. een uitnodiging) kunnen aantonen. De faciliteit voor jagers geldt slechts voor wapens van categorie C en D van de richtlijn. Voor sportschutters is de faciliteit beperkt tot wapens van de categorieën B, C, en D.

Het is de EU-lidstaten echter toegestaan de hier beschreven faciliteit niet toe te passen. Zij mogen dus ook voor jagers en sportschutters het strengere regime (de hoofdregel) van voorafgaande vergunning laten gelden. Ook is het mogelijk dat zij het naar hun grondgebied overbrengen van een bepaald soort of type wapen geheel verbieden. Indien dat het geval is, stellen zij de overige lidstaten daarvan in kennis. Die overige lidstaten zijn vervolgens verplicht één en ander in de rubrieken 6.1 en 6.2 te vermelden. De in te vullen gegevens zijn afhankelijk van de wapens die in de pas zijn ingeschreven. Het is om deze reden dat de invulling van die gegevens aan de korpschef is opgedragen.

6.1. Verboden wapens (pagina 18 en 19)

Rubriek 6.1 bevat een opsomming van de EU-lidstaten. Achter de naam van iedere lidstaat is tienmaal het cijfer 3 (gevolgd door twee puntjes) vermeld. Aan dit cijfer moet – op de puntjes – een ander cijfer (1 t/m 10) worden toegevoegd, zodat een nummer ontstaat dat correspondeert met de in rubriek 3 vermelde nummers.

Indien in rubriek 3 (bijvoorbeeld) slechts twee vuurwapens zijn vermeld, worden ook in rubriek 6 slechts twee vuurwapens aangeduid (met het oog op eventuele latere uitbreiding van de pas vindt geen doorhaling plaats van de niet gebruikte nummers).

Vorenstaande procedure vindt slechts plaats indien bekend is dat de lidstaat de overbrenging van één van de in rubriek 3 vermelde wapens naar zijn grondgebied verbiedt. Indien bijvoorbeeld Spanje de overbrenging van pistolen naar zijn grondgebied zou verbieden en in rubriek 3 van de vuurwapenpas is een pistool vermeld, dan wordt het met dit pistool corresponderende nummer (bijvoorbeeld 3.2) vermeld in rubriek 6.1 (uiteraard alleen achter ‘Spanje’ tenzij ook andere landen pistolen verbieden). Van elk in rubriek 3 ingeschreven wapen moet dus – per lidstaat – worden beoordeeld of dat wapen in dat land verboden is.

6.2. Vergunning plichtige wapens (pagina 20-21)

De onder 6.1 beschreven procedure voor verboden wapens, dient eveneens te worden toegepast op vergunning plichtige wapens. De indeling en invulling van rubriek 6.2 is verder gelijk aan die van rubriek 6.1. Ook hier geldt dat moet worden uitgegaan van de door de lidstaten verstrekte gegevens. Van elk in rubriek 3 ingeschreven wapen moet dus – per lidstaat, aan de hand van de door die lidstaat verstrekte gegevens – worden beoordeeld of dat wapen in dat land aan een voorafgaande vergunning is onderworpen.

Bijlage C4. Model wapenuitgifteregister

Wapenuitgifteregister van de Schietvereniging: Wapenuitgifteregister van de Schietvereniging: Wapenuitgifteregister van de Schietvereniging: Wapenuitgifteregister van de Schietvereniging:
Verenigingsbeheerder(s): Verenigingsbeheerder(s): Datum: Datum:
Omschrijving van het wapen Uitgegeven aan Handtekening voor ontvangst Paraaf voor teruggave
Dit formulier dient te worden gebruikt voor het gebruik van een wapen op de vereniging. Indien het een activiteit betreft als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van deze circulaire, dient het wapenuitleenregister te worden ingevuld. Voor de ontvangst wordt door de schutter getekend. De verenigingsbeheerder ziet er op toe dat het wapen door de schutter na afloop van de schietoefening of wedstrijd weer bij hem wordt ingeleverd en parafeert op de staat voor de ontvangst. Bij het sluiten van de schietoefening of wedstrijd zijn alle wapens weer in het bezit van de verenigingsbeheerder gesteld. Voorwaarden bij gebruik van verenigingswapens binnen de schietvereniging 1. Het gebruik van de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens is uitsluitend toegestaan aan: • leden van een schietvereniging die in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. • introducés, conform de regeling voor promotieactiviteiten en introducés (zie B 2.2.5.). 2. De beheerder dient een register bij te houden waarin hij bij uitlening van een verenigingswapen, aantekening doet van op dit formulier vermelde gegevens. 3. De beheerder dient er op toe te zien dat het verenigingswapen door de hiervoor onder 1 bedoelde gebruiker, na afloop van diens oefening of wedstrijd, zo spoedig mogelijk aan hem wordt teruggegeven. 4. Het gebruik van de aan leden en introducés verstrekte munitie geschiedt, voor zover het gaat om leden die geen privé- verlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, onder toezicht van de beheerder. Dit toezicht is zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk is dat het lid – die niet beschikt over het vereiste verlof – de eventueel niet verschoten munitie meeneemt buiten de schietaccommodatie. De eventueel niet verschoten munitie dient na afloop van de oefening of wedstrijd bij de beheerder in bewaring te worden gegeven die het opbergt in de daarvoor bestemde bergplaats. 5. Aan leden korter dan één jaar volwaardig lid zijn van de schietvereniging, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens¹ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische discipline, of als betrokkenen lid is van een vereniging die aangesloten is bij de KNTS, de wapens die op de vereniging worden gebruikt voor het schieten in de KNTS gereglementeerde traditionele schietsportdisciplines. 6. Aan leden die korter dan twee jaar lid zijn van de schietvereniging², mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens³ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA. Dit formulier dient te worden gebruikt voor het gebruik van een wapen op de vereniging. Indien het een activiteit betreft als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van deze circulaire, dient het wapenuitleenregister te worden ingevuld. Voor de ontvangst wordt door de schutter getekend. De verenigingsbeheerder ziet er op toe dat het wapen door de schutter na afloop van de schietoefening of wedstrijd weer bij hem wordt ingeleverd en parafeert op de staat voor de ontvangst. Bij het sluiten van de schietoefening of wedstrijd zijn alle wapens weer in het bezit van de verenigingsbeheerder gesteld. Voorwaarden bij gebruik van verenigingswapens binnen de schietvereniging 1. Het gebruik van de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens is uitsluitend toegestaan aan: • leden van een schietvereniging die in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. • introducés, conform de regeling voor promotieactiviteiten en introducés (zie B 2.2.5.). 2. De beheerder dient een register bij te houden waarin hij bij uitlening van een verenigingswapen, aantekening doet van op dit formulier vermelde gegevens. 3. De beheerder dient er op toe te zien dat het verenigingswapen door de hiervoor onder 1 bedoelde gebruiker, na afloop van diens oefening of wedstrijd, zo spoedig mogelijk aan hem wordt teruggegeven. 4. Het gebruik van de aan leden en introducés verstrekte munitie geschiedt, voor zover het gaat om leden die geen privé- verlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, onder toezicht van de beheerder. Dit toezicht is zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk is dat het lid – die niet beschikt over het vereiste verlof – de eventueel niet verschoten munitie meeneemt buiten de schietaccommodatie. De eventueel niet verschoten munitie dient na afloop van de oefening of wedstrijd bij de beheerder in bewaring te worden gegeven die het opbergt in de daarvoor bestemde bergplaats. 5. Aan leden korter dan één jaar volwaardig lid zijn van de schietvereniging, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens¹ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische discipline, of als betrokkenen lid is van een vereniging die aangesloten is bij de KNTS, de wapens die op de vereniging worden gebruikt voor het schieten in de KNTS gereglementeerde traditionele schietsportdisciplines. 6. Aan leden die korter dan twee jaar lid zijn van de schietvereniging², mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens³ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA. Dit formulier dient te worden gebruikt voor het gebruik van een wapen op de vereniging. Indien het een activiteit betreft als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van deze circulaire, dient het wapenuitleenregister te worden ingevuld. Voor de ontvangst wordt door de schutter getekend. De verenigingsbeheerder ziet er op toe dat het wapen door de schutter na afloop van de schietoefening of wedstrijd weer bij hem wordt ingeleverd en parafeert op de staat voor de ontvangst. Bij het sluiten van de schietoefening of wedstrijd zijn alle wapens weer in het bezit van de verenigingsbeheerder gesteld. Voorwaarden bij gebruik van verenigingswapens binnen de schietvereniging 1. Het gebruik van de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens is uitsluitend toegestaan aan: • leden van een schietvereniging die in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. • introducés, conform de regeling voor promotieactiviteiten en introducés (zie B 2.2.5.). 2. De beheerder dient een register bij te houden waarin hij bij uitlening van een verenigingswapen, aantekening doet van op dit formulier vermelde gegevens. 3. De beheerder dient er op toe te zien dat het verenigingswapen door de hiervoor onder 1 bedoelde gebruiker, na afloop van diens oefening of wedstrijd, zo spoedig mogelijk aan hem wordt teruggegeven. 4. Het gebruik van de aan leden en introducés verstrekte munitie geschiedt, voor zover het gaat om leden die geen privé- verlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, onder toezicht van de beheerder. Dit toezicht is zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk is dat het lid – die niet beschikt over het vereiste verlof – de eventueel niet verschoten munitie meeneemt buiten de schietaccommodatie. De eventueel niet verschoten munitie dient na afloop van de oefening of wedstrijd bij de beheerder in bewaring te worden gegeven die het opbergt in de daarvoor bestemde bergplaats. 5. Aan leden korter dan één jaar volwaardig lid zijn van de schietvereniging, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens¹ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische discipline, of als betrokkenen lid is van een vereniging die aangesloten is bij de KNTS, de wapens die op de vereniging worden gebruikt voor het schieten in de KNTS gereglementeerde traditionele schietsportdisciplines. 6. Aan leden die korter dan twee jaar lid zijn van de schietvereniging², mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens³ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA. Dit formulier dient te worden gebruikt voor het gebruik van een wapen op de vereniging. Indien het een activiteit betreft als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van deze circulaire, dient het wapenuitleenregister te worden ingevuld. Voor de ontvangst wordt door de schutter getekend. De verenigingsbeheerder ziet er op toe dat het wapen door de schutter na afloop van de schietoefening of wedstrijd weer bij hem wordt ingeleverd en parafeert op de staat voor de ontvangst. Bij het sluiten van de schietoefening of wedstrijd zijn alle wapens weer in het bezit van de verenigingsbeheerder gesteld. Voorwaarden bij gebruik van verenigingswapens binnen de schietvereniging 1. Het gebruik van de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens is uitsluitend toegestaan aan: • leden van een schietvereniging die in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. • introducés, conform de regeling voor promotieactiviteiten en introducés (zie B 2.2.5.). 2. De beheerder dient een register bij te houden waarin hij bij uitlening van een verenigingswapen, aantekening doet van op dit formulier vermelde gegevens. 3. De beheerder dient er op toe te zien dat het verenigingswapen door de hiervoor onder 1 bedoelde gebruiker, na afloop van diens oefening of wedstrijd, zo spoedig mogelijk aan hem wordt teruggegeven. 4. Het gebruik van de aan leden en introducés verstrekte munitie geschiedt, voor zover het gaat om leden die geen privé- verlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, onder toezicht van de beheerder. Dit toezicht is zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk is dat het lid – die niet beschikt over het vereiste verlof – de eventueel niet verschoten munitie meeneemt buiten de schietaccommodatie. De eventueel niet verschoten munitie dient na afloop van de oefening of wedstrijd bij de beheerder in bewaring te worden gegeven die het opbergt in de daarvoor bestemde bergplaats. 5. Aan leden korter dan één jaar volwaardig lid zijn van de schietvereniging, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens¹ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische discipline, of als betrokkenen lid is van een vereniging die aangesloten is bij de KNTS, de wapens die op de vereniging worden gebruikt voor het schieten in de KNTS gereglementeerde traditionele schietsportdisciplines. 6. Aan leden die korter dan twee jaar lid zijn van de schietvereniging², mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens³ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA.

¹ Niet zijnde semi-automatische geweren.

² Zie voetnoot 18.

³ Niet zijnde semi-automatische geweren.

Bijlage C5. Model wapenuitleenregister van verenigingswapens

UITLEENREGISTER VERENIGINGSWAPENS VAN DE SCHIETVERENIGING: ......................... Verenigingsbeheerder:........................................
Omschrijving verenigingswapen(s) Omschrijving verenigingswapen(s) Omschrijving verenigingswapen(s) Omschrijving verenigingswapen(s) Naam, adres, verlofnummer of verenigingsnummer van de persoon die het wapen leent Waar zal wapen worden gebruikt? Datum uitleen wapen Datum retour wapen
Merk wapen Type wapen Kaliber wapen Nummer wapen Naam, adres, verlofnummer of verenigingsnummer van de persoon die het wapen leent Waar zal wapen worden gebruikt? Datum uitleen wapen Datum retour wapen

Voorwaarden bij gebruik van verenigingswapens buitende schietvereniging

    1. De beheerder mag niet meer wapens tegelijkertijd aan één persoon uitlenen dan deze redelijker- wijze voor gebruik nodig heeft. Bij gebruikmaking van deze mogelijkheid dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
  • a. het lid dient tenminste een jaar lid te zijn van de schietvereniging;
  • b. het lid dient in het bezit te zijn van een op zijn naam gesteld verlof tot het voorhanden hebben en tot het vervoer van die verenigingswapens (maximaal 5), waarover hij met goedvinden van het bestuur buiten de accommodatie van de vereniging mag beschikken; en
  • c. aan leden die korter dan twee jaar lid zijn van de schietvereniging, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens58Niet zijnde semi-automatische geweren. worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA, of als betrokkene lid is van een vereniging die aangesloten is bij de KNTS, voor een door de KNTS gereglementeerde traditionele schietsportdiscipline.
    1. De beheerder dient een register bij te houden waarin hij bij uitlening van een verenigingswapen, aantekening doet van op dit formulier vermelde gegevens.

Beperkingen:

De verantwoordelijke verenigingsbeheerder dient op zijn naam de wapens uit te geven. De uitgifte van munitie dient separaat te worden geregistreerd.

Bijlage C6. Model munitie-uitgifteregister

Munitie-uitgifteregister van de schietvereniging: ......................... Verenigingsbeheerder(s):........................................
Naam verenigingsbeheerder: Naam verenigingsbeheerder: Naam verenigingsbeheerder: Omschrijving van de munitie Omschrijving van de munitie Omschrijving van de munitie Omschrijving van de munitie
Naam en lidmaatschapsnummer lid Paraaf Verlof ja/nee (bij ja, nummer) Merk en soort Kaliber Aantal prijs

In het munitieregister dienen alle munitieaankopen van schutters, leden en aspirant-leden, van de vereniging te worden genoteerd, naar omvang en kaliber, alsmede (facultatief), de prijs die daarvoor is betaald. De verantwoordelijke verenigingsbeheerder dient op zijn naam de munitie uit te geven. Zijn

er meer beheerders, dan kunnen zij elk een aantekening maken in dit register. Leden die geen verlof hebben tot het voorhanden hebben van de gevraagde munitie wordt de aanzegging gedaan dat zij de eventueel niet verschoten munitie in bewaring dienen te geven. Op de nakoming dient toezicht te worden uitgeoefend. Aan introducés van leden wordt geen munitie verstrekt als zij niet over een verlof beschikken tot het voorhanden hebben van die munitie, evenmin als aan bezoekers die willen kennis maken met de schietsport. Aan hen wordt op de schietstand de benodigde hoeveelheid munitie verstrekt door de verenigingsbeheerder. De vereniging mag alleen die munitie aan haar leden ter beschikking stellen, die de vereniging zelf krachtens het verenigingsverlof voorhanden mag hebben.

De munitie mag alleen worden betrokken uit handen van de verenigingsbeheerder. Dit register dient de vereniging drie jaren te bewaren.

Bijlage C7. Model introducéregister

Introducéregister van de schietvereniging:.................. Naam beheerder:..........................
Datum introductie Naam en voorletters introducé Woonplaats Soort legitimatiebewijs (paspoort/rijbewijs/ id. kaart) Nummer legitimatiebewijs Naam en lidnummer van lid dat introducé begeleidt

In dit register worden de gegevens opgenomen van de personen die de vereniging op uitnodiging bezoeken met de intentie om met de schietsport kennis te maken.

Voor het verrichten van schietsportactiviteiten door introducés gelden de volgende voorwaarden:

  • •. het vuurwapen alsmede de daarbij behorende munitie mag pas op het schietpunt van de schietbaan – door de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben – aan de schutter worden afgegeven;
  • •. de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben, blijft tijdens het schieten in de onmiddellijke nabijheid van de introducé op het schietpunt;
  • •. het vuurwapen en de niet verschoten patronen, dienen onmiddellijk na de schietoefening op het schietpunt te worden teruggegeven aan de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben;
  • •. door de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben, dient gecontro- leerd te worden of het aantal verschoten patronen plus het aantal overgebleven patronen overeenkomt met het aantal uitgereikte patronen;
  • •. dezelfde persoon mag – binnen een periode van 12 maanden – maximaal drie keer worden geïntroduceerd.

Bijlage C8. Aangewezen schietsportdisciplines

Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
Klein Kaliber Geweer Kaliber Minimale lengte wapen Minimale lengte loop Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) Alleen kogels gemaakt van lood of vergelijkbaar zacht materiaal zijn toegestaan
KK Vrij Geweer .22LR / 5,6mm 600 mm 300 mm n.v.t. Enkelschots
KK Karabijn .22LR / 5,6mm 600 mm 300 mm n.v.t. Meerschots, totale lengte wapen max. 1150mm
KK Semi-automatisch geweer .22LR / 5,6mm 600 mm 300 mm min. 300mm Meerschots, totale lengte wapen max. 1000mm
Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- --- --- ---
Groot kaliber Geweer Kaliber Minimale lengte wapen Minimale lengte loop Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) elk geweer, ingericht voor het verschieten van munitie met centraalontsteking
GK Vrij Geweer max. 8mm / 0.323 600 mm 300 mm vrij Enkelschots
GK Standaard Geweer max. 8mm / 0.323 600 mm 300 mm max. 762mm Enkelschots
GK Militair Geweer max. 8mm / 0.323 600 mm 300 mm vrij
GK Veteranen Geweer min. 6,5mm / 0.260 600 mm 300 mm vrij
GK Precisie Geweer / TR (Target Rifle) .223 Rem., .308 Win of metrisch equivalent 600 mm 300 mm vrij
GK Precisie Geweer Open max. 8mm / 0.323 600 mm 300 mm vrij
GK Precisie Geweer / Semi max. 8mm / 0.323 600 mm 300 mm vrij
Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- --- --- ---
Pistool Kaliber Minimale lengte wapen Minimale lengte loop Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) Overige
Vrij Pistool .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. vrij Enkelschots
Olympisch Snelvuur Pistool .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Sportpistool zwaar kaliber min. .30 tot max. .38 n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Sportpistool licht kaliber .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Standaard Pistool .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. max. 153mm
KKP .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Meesterkaart zwaar kaliber min. .30 tot max. .38 n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Meesterkaart licht kaliber .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Militair Pistool min. .30 tot max. .459 n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Service Pistol licht kaliber .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Service Pistol zwaar kaliber min. .30 tot max. .459 n.v.t. n.v.t. max. 153mm
Action Shooting: GKP 3 x 13 plates 7,62 t/m 11,66mm n.v.t. n.v.t. max. 213mm
Action Shooting: GKR 3 x 13 plates 7,62 t/m 11,66mm n.v.t. n.v.t. max. 213mm
Action Shooting: KKP 3 x 13 plates .22LR / 5,6mm n.v.t. n.v.t. max. 213mm
Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- --- --- ---
kleiduiven Kaliber Minimale lengte wapen Minimale lengte loop Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)
Olympisch Skeet 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Olympisch Trap 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Double Trap 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Automatic Trap 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kleiduivenparcours Compact 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kleiduivenparcours 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Sporting Skeet 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Sporting Trap 12-20 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- --- --- ---
Historisch Wapens Kaliber Minimale lengte wapen Minimale lengte loop Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) Overige
Mariëtte R Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. revolver, replica
Colt O Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. revolver, origineel
Kuchenreuter O Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. pistool, percussie, enkelschots
Kuchenreuter R Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. pistool, percussie, enkelschots
Cominazzo O Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. pistool, vuursteen, gladloop, enkelschots
Cominazzo R Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. pistool, vuursteen, gladloop, enkelschots
Tanzutsu O Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. pistool, lontslot, gladloop, enkelschots
Tanzutsu R Vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. pistool, lontslot, gladloop, enkelschots
Twigg min. .22CF / 5,6mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. pistool, achterlaad
Webley min. .30 / 7,62mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. revolver, achterlaad
Lamarmora O min. .5315/13,5 mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, militair
Lamarmora R min. .5315/13,5 mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, militair
Dreyse min. .323 / 8mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, achterlaad, militair
Vetterli O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, enkelschots
Vetterli R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, enkelschots
Miquelet O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen, gladloop, enkelschots
Miquelet R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen, gladloop, enkelschots
Tanegashima O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, lontslot, enkelschots
Tanegashima R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, lontslot, enkelschots
Hizadai O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, lontslot, enkelschots
Hizadai R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, lontslot, enkelschots
Pope min. .22CF / 5,6mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, achterlaad, vrij
Pennsylvania O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen, getrokken loop
Pennsylvania R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen, getrokken loop
Minie O min. .5315/13,5 mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, militair
Minie R min. .5315/13,5 mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, militair
Whitworth O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, vrij
Whitworth R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie, vrij
Maximilian O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen
Maximilian R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen
Walkyrie O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie
Walkyrie R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie
Creedmoor vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, achterlaad, vrij
Beaumont min. .323 / 8mm n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, achterlaad, militair
Bombarde max. 40mm n.v.t. n.v.t. max. 750mm mini-kanon, percussie- of lontslotontsteking, gladloops
Kartouw max. 40mm n.v.t. n.v.t. max. 750mm mini-kanon, percussie- of lontslotontsteking, gladloops
Francotte vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. enkel-/dubbelloops hagelgeweer, model van vóór 1888
Lorenzoni O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie
Lorenzoni R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, percussie
Manton O vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen
Manton R vrij n.v.t. n.v.t. n.v.t. geweer, vuursteen
De Nederlandse Parcours Schutters Associatie (NPSA) Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- --- ---
Discipline Kaliber Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) overige
IPSC Handgun (Parcours-schieten met pistool, revolver
Open division 9mm of groter vrij Vrij Alleen (semi-automatische) pistolen
Standard division 9mm of groter vrij Vrij Alleen (semi-automatische) pistolen
Classic division 9mm of groter vrij Vrij Alleen (semi-automatische) pistolen en overeenkomstig 1911-ontwerp
Production division 9mm of groter vrij Max. 127mm Alleen (semi-automatische) pistolen
Production optics division 9mm of groter vrij Max. 127mm Alleen (semi-automatische) pistolen
Production optics light division 9mm of groter 1.000 gr. Max. 127mm Alleen (semi-automatische) pistolen
Revolver division 9mm of groter vrij Vrij Alleen revolvers
IPSC Rifle
Semi auto standard division Niet nader bepaald vrij Vrij Semi-automatische geweren
Semi auto open division Niet nader bepaald vrij Vrij Semi-automatisch geweer, optisch vizier en tweepoot toegestaan
Manual action standard division Niet nader bepaald vrij Vrij Alleen manual action geweren
Manual action open division Niet nader bepaald vrij Vrij Alleen manual action geweren, optisch vizier en tweepoot toegestaan
Manual action lever release division Niet nader bepaald vrij Vrij Geweer lever-release action, optisch vizier en tweepoot toegestaan
IPSC Mini-rifle
Semi auto standard division .22LR/5,6mm vrij Vrij
Semi auto open division .22LR/5,6mm vrij Vrij Optisch vizier en tweepoot toegestaan
IPSC Pistol Caliber Carabine (PCC)
Pistol Caliber Carbine division 9mm of groter vrij Vrij In Nederland alleen met enkelloops kogelgeweer in een van de volgende kalibers : 9x19, 9x21, 357Sig, 38 super, 38 supercomp, 40S&W, 45 ACP
Dynamic Service Rifle (DSR) Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- --- ---
Discipline Kaliber Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) overige
Standard semi-auto Max. 12,4 mm vrij Vrij Eén geweer, alleen semi-automatische geweren
Standaard diverse Max. 12,4 mm vrij Vrij Eén geweer – diverse geweren, geen semi-automatische geweren
Standaard duo semi-auto Max. .45 vrij Max. .45 Eén geweer – één vuistvuurwapen, alleen semi-auto geweren
Standaard duo diverse Max. .45 vrij Vrij Eén geweer – één vuistvuurwapen (diverse geweren, geen semi-auto)
Duo semi auto Max. 12,4 mm vrij Vrij Eén geweer semi-auto
Duo diverse Max. 12,4 mm vrij Vrij Eén geweer diverse
Duo duo semi auto Max. .45 vrij Vrij Eén geweer – één vuistvuurwapen (alleen semi-auto geweren)
Duo duo diverse Max. .45 vrij Vrij Eén geweer – één vuistvuurwapen (alleen diverse)
.30M1 NEDERLAND
.30m1 Karabijn 7.62 mm vrij n.v.t.
Oud limburgse Schuttersfederatie (OLS) Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- ---
Discipline Kaliber Min. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)
Hark schieten 12 en 16 1.200 gr. vrij
Vogel schieten 12 en 16 1.200 gr. vrij
Dutch Benchrest Shooters Association (DBSA) Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- ---
Discipline Kaliber Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)
Klein Kaliber Geweer
International Sporter .22 / 5.6 S-L-LR 3.855 gr min. 457mm
Light varmint .22 / 5.6 S-L-LR 4.762 gr min. 457mm
Heavy varmint .22 / 5.6 S-L-LR 6.810 gr. min. 457mm
Groot Kaliber Geweer
Light varmint max. 8mm 4.763,8 gr. min. 457mm
Heavy varmint max. 8mm 6.123,6 gr. min. 457mm
Varmint (spreiding) max. 8mm vrij min. 457mm
Hunter min. .25 / 6,35mm max. 8mm vrij min. 457mm
Nederlandse Silhouetschutters Associatie (NSA) Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- ---
Discipline Kaliber Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)
Groot Kaliber Pistool Productie, Revolver en staand max. .459 / 11.66mm 1.814 gr. Max. 273mm
Groot Kaliber Pistool Vrij pistool min .243 / 6mm, max. .459 / 11.66mm 2.041 gr. Max. 381mm
Klein Kaliber Pistool Productie, Revolver en staand .22 / 5.6mm S-L-LR 1.814 gr. Max. 273mm
Klein Kaliber Pistool Vrij pistool .22 / 5.6mm S-L-LR 2.041 gr. Max. 381mm
Veld pistool Productie max. .459 / 11.66mm 1.814 gr. Max. 273mm
Veld pistool Productie met vrij vizier max. .459 / 11.66mm 2.041 gr. Max. 273mm
Klein Kaliber Geweer silhouet .22 / 5.6mm S-L-LR 4.600 gr. max. 762mm
Klein Kaliber Geweer Licht en Vrij Geweer .22 / 5.6mm S-L-LR 3.855 gr. vrij
Klein Kaliber Geweer Vrij Geweer .22 / 5.6mm S-L-LR vrij vrij
Groot Kaliber Geweer silhouet min .243 / 6mm max. 8mm 4.600 gr. max. 762mm
Groot Kaliber Geweer Jacht min .243 / 6mm max. 8mm 4.200 gr. vrij
Vogelschiet Vereniging Twente (VVT) Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- ---
Discipline Kaliber Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)
Vogelschieten Klein Kaliber Geweer .22 / 5.6mm n.v.t. n.v.t.
Vogelschieten Groot Kaliber Geweer Niet groter dan 9mm n.v.t. n.v.t.
Koepel Nederlandse Traditionele Schutters (KNTS) Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen Wapentechnische eigenschappen
--- --- --- ---
Discipline Kaliber Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)
Koning-/Vogelschieten min. .22 max .58 n.v.t. n.v.t.
Koning-/Vogelschieten (Gelderland) min. .22 max .58 n.v.t. n.v.t.
Wedstrijdschieten min. .22 max .58 n.v.t. n.v.t.
Bollerschieten max .80 mm n.v.t. n.v.t.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)