Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juni 2020, kenmerk 2020-0000094883, directie Financiële Markten, tot vaststelling van de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019, voor het jaar 2020 (Regeling bekostiging financieel toezicht 2020)
2 versions
· 2020-07-10
2020-07-10
Regeling bekostiging financieel toezicht 2020 — art. 2
Wijzigingen op 2020-07-10
@@ -57,16 +57,20 @@
| Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede bewaarders alsmede aanbieders van beleggingsobjecten alsmede beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening (exclusief exploitanten van een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit) | **Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen**: a. – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:3g Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:3g) uitoefenen van het bedrijf van bewaarder; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:55 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:55) aanbieden van beleggingsobjecten; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:65 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:65) beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit genoemd in [artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d, Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:67a) of [artikel 2: 97, vierde lid, Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:97); – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:69b Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:69b) beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:96 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:96) verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de [onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’; – het op grond van een vergunning overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 aanbieden van broeikasgasemissierechten b. de omvang van het totaal van: – het balanstotaal van de aanbieder van beleggingsobjecten; – het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en); – het balanstotaal van de beheerde icbe(’s); – het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het beheren van individueel vermogen’, welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’, in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft; – het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het ‘adviseren over financiële instrumente’» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’, in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft. | > € 1 miljard tot en met € 5 miljard | in voorkomend geval vermeerderd met: € 3,03 per miljoen BV + AV |
| Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede bewaarders alsmede aanbieders van beleggingsobjecten alsmede beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening (exclusief exploitanten van een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit) | **Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen**: a. – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:3g Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:3g) uitoefenen van het bedrijf van bewaarder; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:55 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:55) aanbieden van beleggingsobjecten; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:65 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:65) beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit genoemd in [artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d, Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:67a) of [artikel 2: 97, vierde lid, Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:97); – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:69b Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:69b) beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:96 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:96) verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de [onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’; – het op grond van een vergunning overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 aanbieden van broeikasgasemissierechten b. de omvang van het totaal van: – het balanstotaal van de aanbieder van beleggingsobjecten; – het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en); – het balanstotaal van de beheerde icbe(’s); – het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het beheren van individueel vermogen’, welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’, in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft; – het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het ‘adviseren over financiële instrumente’» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’, in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft. | > € 5 miljard tot en met € 20 miljard | in voorkomend geval vermeerderd met: € 0,29 per miljoen BV + AV |
| Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede bewaarders alsmede aanbieders van beleggingsobjecten alsmede beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening (exclusief exploitanten van een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit) | **Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen**: a. – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:3g Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:3g) uitoefenen van het bedrijf van bewaarder; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:55 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:55) aanbieden van beleggingsobjecten; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:65 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:65) beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit genoemd in [artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d, Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:67a) of [artikel 2: 97, vierde lid, Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:97); – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:69b Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:69b) beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft; – het op grond van een vergunning als bedoeld in [artikel 2:96 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:96) verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de [onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’; – het op grond van een vergunning overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 aanbieden van broeikasgasemissierechten b. de omvang van het totaal van: – het balanstotaal van de aanbieder van beleggingsobjecten; – het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en); – het balanstotaal van de beheerde icbe(’s); – het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het beheren van individueel vermogen’, welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’, in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft; – het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het ‘adviseren over financiële instrumente’» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘het verlenen van een beleggingsdienst’, in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft. | > € 20 miljard | in voorkomend geval vermeerderd met: € 0,06 per miljoen BV + AV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | | € 5.000 vermeerderd met: |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >0 tot en met € 1 miljard TV | € 25,00 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >€ 1 tot en met € 10 miljard TV | In voorkomend geval vermeerderd met € 15,00 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >€10 tot en met € 20 miljard TV | In voorkomend geval vermeerderd met € 2,50 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >€ 20 miljard TV | In voorkomend geval vermeerderd met € 0,25 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen (TV)**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | | € 5.000 vermeerderd met: |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen (TV)**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >0 tot en met € 1 miljard TV | € 25,00 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen (TV)**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >€ 1 tot en met € 10 miljard TV | In voorkomend geval vermeerderd met € 15,00 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen (TV)**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >€10 tot en met € 20 miljard TV | In voorkomend geval vermeerderd met € 2,50 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Toetsingsvermogen (TV)**: Honderd maal het minimaal aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld ten aanzien van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’ | >€ 20 miljard TV | In voorkomend geval vermeerderd met € 0,25 per € 1 miljoen TV |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Transacties** Aantal transacties | >0 tot en met 1 miljoen transacties | € 15,00 per 1.000 transacties |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Transacties** Aantal transacties | >1 tot en met 5 miljoen transacties | In voorkomend geval vermeerderd met € 5,00 per 1.000 transacties |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Transacties** Aantal transacties | >5 tot en met 50 miljoen transacties | In voorkomend geval vermeerderd met € 1,00 per 1.000 transacties |
| Beleggingsondernemingen voor eigen rekening | **Transacties** Aantal transacties | >50 miljoen transacties | In voorkomend geval vermeerderd met € 0,25 per 1.000 transacties |
| Centrale effectenbewaarinstellingen | **Transactievolume:** Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling | | € 12.194 |
| Centrale effectenbewaarinstellingen | **Transactievolume:** Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling | | € 12.194 vermeerderd met: |
| Centrale effectenbewaarinstellingen | **Transactievolume:** Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling | 0 t/m 1,25 mln. transacties | € 90 per 1.000 transacties |
| Centrale effectenbewaarinstellingen | **Transactievolume:** Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling | > 1,25 mln. t/m 2,5 mln. transacties | € 70 per 1.000 transacties |
| Centrale effectenbewaarinstellingen | **Transactievolume:** Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling | > 2,5 mln. t/m 5,0 mln. transacties | € 50 per 1.000 transacties |
| Centrale effectenbewaarinstellingen | **Transactievolume:** Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling | > 5,0 mln. transacties | € 30 per 1.000 transacties |
| Centrale tegenpartijen | **Omzet:** De aan de hand van de artikelen 41, 42 en 43 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening) te bepalen waarde van het geheel aan middelen dat de centrale tegenpartij aanhoudt ter dekking van de risico’s die zij loopt. | | € 40.420 vermeerderd met: |
| Centrale tegenpartijen | **Omzet:** De aan de hand van de artikelen 41, 42 en 43 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening) te bepalen waarde van het geheel aan middelen dat de centrale tegenpartij aanhoudt ter dekking van de risico’s die zij loopt. | >€ 0 tot en met € 10 miljoen | € 3.023 per € miljoen omzet |
| Centrale tegenpartijen | **Omzet:** De aan de hand van de artikelen 41, 42 en 43 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening) te bepalen waarde van het geheel aan middelen dat de centrale tegenpartij aanhoudt ter dekking van de risico’s die zij loopt. | >€ 10 miljoen tot en met € 100 miljoen | in voorkomend geval vermeerderd met: € 914 per € miljoen omzet |
2020-06-18
Regeling bekostiging financieel toezicht 2020
original version
Tekst op deze datum