Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers

Type Circulaire
Publication 2020-07-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Of een omgevingsvergunning voor het bouwen voor een ruimte voor een EOS nodig is, is mede afhankelijk van de vraag of de EOS een nutsvoorziening is. Er is sprake van een nutsvoorziening als de EOS is opgenomen in het distributienet. Dat wil zeggen dat deze niet achter de elektriciteitsmeter van een gebouw is geschakeld, maar aan de netwerkzijde. Op grond van bijlage II, hoofdstuk II, artikel 2, onder 18, onder a, is voor een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening geen omgevingsvergunning voor het bouwen vereist, mits het bouwwerk niet hoger is dan 3 m, en de oppervlakte niet meer is dan 15 m2. Het Bbl bevat in artikel 2.15d, onder q, onder 1°, dezelfde uitzondering op de vergunningplicht voor het bouwen.

B3.4. Ruimtelijke ordening

Een gemeente kan in het bestemmingsplan zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van een EOS. Een EOS, al dan niet in een container, is een vergunningplichtig bouwwerk, zodat de gemeente ook via die weg aandacht aan de veiligheid kan besteden. Dit weer voor zover de EOS niet als nutsvoorziening wordt aangemerkt (zie paragraaf B3.3). De vergunning wordt onder andere geweigerd bij strijd met het Bouwbesluit 2012 of strijd met het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan biedt echter onvoldoende aanknopingspunten om de vestiging van een EOS, dat geen deel uitmaakt van een bedrijf of installatie (bijvoorbeeld windturbine), te reguleren.

Onder het stelsel van de Omgevingswet heeft de gemeente meer mogelijkheden om in het omgevingsplan regels te stellen over (de plaatsing van) een EOS.

B3.5. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Het Bevi is van toepassing op de opslag van lithium-ion energiedragers als per opslagvoorziening meer dan 10.000 kg verpakte brandbare gevaarlijke stoffen, met onder meer fluorhoudende verbindingen worden opgeslagen. Dit op grond van artikel 2, eerste lid, onder f van het Bevi. De als brandgevaarlijk te beschouwen verpakte lithium-ionenergiedragers zijn fluorhoudend en er geldt daarmee een vergunningplicht.

Uit het begrip opslagvoorziening in de context van het Bevi volgt niet dat het om een PGS-1517PGS-15 heeft betrekking op de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, maar heeft geen betrekking op de opslag van lithium-ion energiedragers. voorziening moet gaan. Voor het toepassingsgebied van het Bevi is wel bepalend of een activiteit een plaatsgebonden risico hoger dan één op de miljoen per jaar buiten de inrichting kan veroorzaken.

Uit het Bevi volgt dat met een vloeroppervlakte per opslagvoorziening kleiner of gelijk aan 2.500 m2 er vaste afstanden aan de orde zijn (artikel 4, 5e lid), die zijn gespecificeerd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). In de betreffende tabel zijn, afhankelijk van beschermingsniveau en de oppervlakte van de opslagvoorziening, verschillende afstanden opgenomen. Daarbij wordt een relatie gelegd met de PGS-15. Omdat de batterijenopslag niet onder de werkingssfeer van de PGS-15 valt, is er geen onderbouwde relatie tussen de afstanden uit de Revi-tabel en de risico-afstanden in verband met een batterijenopslag.

B3.6. Vervoersregelgeving

De eisen voor het vervoer van de lithium-ion energiedragers zijn neergelegd in de desbetreffende internationale verdragen (UN-ICAO-technical instructions/IATA dangerous goods regulations, ADR, RID, ADN) en geïmplementeerd in Nederlandse vervoersregelgeving. Hier wordt nader ingegaan op het vervoer over de weg van de energiedragers. De regelgeving voor het vervoer over de weg van gevaarlijke stoffen is opgenomen in het desbetreffende verdrag, het ADR. Het ADR is een bijlage van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en heeft daarmee een directe werking voor het vervoer in Nederland. Hieronder volgt een samenvatting van de eisen uit het ADR, om enig inzicht te geven in de opbouw van de vervoersregelgeving voor de batterijen. Voor degenen die te maken hebben met het vervoer over de weg wordt uitdrukkelijk verwezen naar de geldende teksten van het ADR zelf, respectievelijk vervoer in andere modaliteiten, omdat dat de rechtsgeldige documentatie is. Ook is van belang dat indien energiedragers, nieuw of bijvoorbeeld retourzendingen, door de lucht worden vervoerd er net weer andere eisen van toepassing kunnen zijn.

Het ADR (regelgeving voor vervoer over weg van gevaarlijke stoffen) regelt onder meer adequate verpakkingen van te vervoeren stoffen en goederen. Er wordt voor lithium-ion batterijen18Hier wordt de term batterijen gebruikt omdat deze in de vervoersregelgeving ook gebruikt wordt. onderscheid gemaakt in meerdere UN-nummers, waarbij, afhankelijk van de omstandigheden, verschillende zogeheten verpakkingsinstructies van toepassing zijn. Omdat batterijen met alleen metallisch lithium buiten de werkingssfeer van deze circulaire zijn geplaatst, worden de daarvoor relevante UN-nummers hier niet genoemd.

1 Uit bijzondere bepaling 388 blijkt dat het hier ook kan gaan om hybride elektische voertuigen met lithium-ion batterijen.

Voor elk van deze indelingen gelden meerdere zogeheten bijzondere bepalingen. In deze bijzondere bepalingen zijn voorwaarden en toelichtingen opgenomen die van belang zijn bij het vervoer over de weg. Daar waar verpakkingseisen gelden wordt in grote lijnen gezegd dat bij een groter risico ook strengere verpakkingseisen van toepassing zijn. Ook dienen de van toepassing zijnde aanduidingen op de verpakking te worden aangebracht.

Ruwweg wordt onderscheid gemaakt tussen het vervoer van energiedragers die volledig intact zijn, het vervoer van energiedragers ter vernietiging of recycling of het vervoer van beschadigde of defecte energiedragers. Hieronder volgen de hoofdlijnen van de van toepassing zijnde regels en wordt een aantal van belang zijnde bijzondere bepalingen toegelicht. Omdat de materie hier niet uitputtend wordt behandeld wordt nadrukkelijk verwezen naar de vervoersregelgeving zelf. Dit geldt temeer daar vervoersregelgeving periodiek wordt aangepast en met name de regelgeving ten aanzien van de lithium-ion energiedragers kan wijzigen.

Hierop is bijzondere bepaling 188 van toepassing. Onder voorwaarden zijn de batterijen niet aan andere voorschriften van het ADR gebonden. De voorwaarden zijn onder meer dat voor de lithium-ion cellen 20Wh en voor lithium-ion batterijen de 100 Wh grens niet wordt overschreden. Als indicatie: bijvoorbeeld een laptopbatterij zal in het algemeen nog onder deze grenzen blijven. Er gelden voorts bepaalde verpakkingsvoorwaarden, en kenmerking voor colli19Colli is het meervoud van collo. Een collo is een gereed voor verzending zijnd eindproduct van de verpakkingshandelingen., zie hieronder.

Er moet volgens bijzondere bepaling 188 voorts onder meer voldaan worden aan eisen uit het ‘Handboek beproevingen en criteria, aanbevelingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen’20Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria, Sixth revised edition (ST/SG/AC.10/11/Rev.6). Subsectie 38.3 is gewijd aan lithium-metaal en lithium-ion energiedragers en bevat onder meer testprocedure en eisen ten aanzien van thermische belasting, trilling, schokken, externe kortsluiting, impact, overlading en geforceerde ontlading.. Ook moeten de energiedragers zijn vervaardigd onder een kwaliteitsbeheerprogramma, waarbij een nadere specificatie in het ADR is opgenomen.

Hierop is bijzondere bepaling 230 van toepassing en daarmee moet onder meer voldaan worden aan de eisen uit ADR-randnummer 2.2.9.1.7 a t/m g, waarin (onder e) is gesteld dat de energiedragers moeten worden vervaardigd onder een kwaliteitsbeheersprogramma. Ook wordt verwezen naar het eerder genoemde Handboek beproevingen en criteria, aanbevelingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Op deze categorie is bijzondere bepaling 377 van toepassing. Voor zover deze energiedragers beschadigd of defect zijn, vallen ze onder bijzondere bepaling 376 (zie hierna). Bijzondere bepaling 670 is zowel van toepassing op de losse energiedragers, als op de energiedragers die in apparatuur zijn geplaatst. Op de colli moet de vermelding ‘LITHIUMBATTERIJEN TER VERWIJDERING’ of ‘LITHIUMBATTERIJEN TER RECYCLING’ worden aangebracht. Randnummer 2.2.9.1.7 van het ADR is dan niet van toepassing. Bijzondere bepaling 636 is weer van toepassing op kleinere energiedragers.

Op deze categorie is bijzondere bepaling 376 van toepassing. In die bijzondere bepaling staat vermeld dat het gaat om energiedragers die zijn aangemerkt als dermate beschadigd of defect dat zij niet meer overeenstemmen met het type dat is beproefd conform de van toepassing zijnde bepalingen van het Handboek beproevingen en criteria. Ook staat daarbij dat het in de zin van deze bijzondere bepaling kan gaan om onder meer energiedragers waarbij gebreken zijn vastgesteld die van invloed zijn op de veiligheid, die hebben gelekt of waaruit gas is ontsnapt of waarvan de aard niet voorafgaande aan het vervoer kan worden vastgesteld. Hiervoor gelden de verpakkingsinstructies P908, resp. LP904.

Bijzondere bepaling 376 is ook van toepassing op de categorie energiedragers waarvan wordt vastgesteld dat ze beschadigd of defect zijn en snel uiteen kunnen vallen, gevaarlijk kunnen reageren, een vlam dan wel een gevaarlijke hitte-ontwikkeling of een gevaarlijke uitstoot van giftige, bijtende of brandbare gassen of dampen kunnen veroorzaken onder normale vervoersomstandigheden. Deze moeten worden verpakt overeenkomstig verpakkingsinstructie P911 of LP906. Eventueel kunnen alternatieve verpakkings- en vervoersomstandigheden worden goedgekeurd door een bevoegde autoriteit, zijnde de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). Op de colli moet ‘BESCHADIGDE/DEFECTE LITHIUM-ION-BATTERIJEN’ worden vermeld.

Colli met lithium-ion energiedragers moeten voorzien zijn van het etiket volgens model 9A (100x100 mm). Volgens ADR, randnummer 5.3.1.1.4, mag dit model niet als ‘groot etiket’ (250x250 mm) aan de buitenzijde van voertuigen of containers gebruikt worden. Voor dat doel is model 9 van toepassing. Volgens het ADR, randnummer 5.2.1.1 moet ook het toepasselijke UN-nummer duidelijk en duurzaam op elke collo worden aangegeven.

Als bij de opslagplaats de energiedragers in de verpakkingen blijven die overeenkomstig de vervoerseisen gelden, verhoogt dit de veiligheid. De verpakkingseisen zijn immers van toepassing juist met het oog op de veiligheid. Etikettering dient plaats te vinden overeenkomstig de vervoersvoorschriften.

Voor het EOS is UN3536 relevant. Dit UN-nummer is nieuw en komt in het ADR voor het eerst voor in het ADR 2019. De desbetreffende eisen zijn, overeenkomstig de ‘juiste vervoersnaam’ van het desbetreffende UN-nummer van toepassing op het vervoer van de batterijen die zijn geïnstalleerd in een zogeheten laadeenheid21In het ADR wordt onder een laadeenheid (Cargo Transport Unit, CTU) verstaan een voertuig, een wagen, een container, een tankcontainer, een transporttank of een MEGC..

Ook hier zijn specifieke vervoersvoorschriften van toepassing. In de regelgeving voor vervoer over de weg van gevaarlijke stoffen (het ADR) wordt in de bijzondere bepaling 389 aangegeven dat voldaan moet worden aan de eisen uit randnummer 2.2.9.1.7 a t/m g en dat voorzieningen aangebracht moeten zijn om overlading en ontlading te voorkomen. Verder geldt onder meer dat de batterijen in de laadeenheid deugdelijk bevestigd moeten worden. De laadeenheid moet op twee tegenover elkaar gelegen zijden voorzien zijn van oranje borden (de Kemmler-platen) en de zogeheten grote etiketten. Ook hier wordt uitdrukkelijk naar de vervoersregelgeving verwezen voor een volledig inzicht in de van toepassing zijnde regels.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)