← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 8 oktober 2020 , nr. IENW/BSK-2020/186487, houdende regels in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht (Loodsplichtregeling 2021)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Gelet op artikel 14a Scheepvaartverkeerswet en de artikelen 1, 2, tweede en derde lid, 3, 4, derde en vijfde lid, 5, eerste en derde lid, 8, onderdeel c, 14, eerste lid, 18, eerste en tweede lid, 19, vierde en vijfde lid, van het Loodsplichtbesluit 2021;

BESLUIT:

Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond, Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1. Definities

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Bepalingen in verband met het PEC-houderschap

Artikel 2. Aanwijzen regionale autoriteiten

Als regionale autoriteit wordt aangewezen voor de zeehavenregio:

Artikel 3. Te onderscheiden algemene PEC’s en daarbij behorende modules
1.

Om voor een van de op grond van deze regeling genoemde algemene PEC in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan:

2.

De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die als gevolg van een afgeronde opleiding die is genoten voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling voldoende kennis heeft van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 1 of 4 op grond van deze regeling vastgestelde eisen, ontheffing van deze modules verlenen.

3.

De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die op andere wijze dan via een opleiding voldoende actieve of passieve kennis van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 2 op grond van deze regeling aangeduide relevante talen heeft, ontheffing van deze module verlenen.

4.

Indien de aanvrager een ander zeeschip of traject wil toevoegen aan zijn PEC, verleent de bevoegde autoriteit hem ontheffing van de modules waarover hij al beschikt. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in het geval de aanvrager een PEC aanvraagt voor een ander zeehavengebied.

Artikel 4. Frequentie-eis algemene PEC’s
1.

Om de kundigheid en ervaring, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit, voor de algemene PEC’s te behouden, geldt de volgende frequentie-eis bij:

2.

Op verzoek van de houder van een PEC kan de bevoegde autoriteit ook instemmen met een andere dan de in het eerste lid bedoelde combinatie van calls of enkele reizen.

3.

In afwijking van het eerste lid geldt in het geval een kapitein of eerste stuurman voor twee of meer schepen in het bezit van een PEC is voor een zelfde traject, slechts eenmaal de hoogste frequentie-eis onafhankelijk van het zeeschip waarmee het traject wordt afgelegd.

4.

Indien een kapitein of eerste stuurman voor een traject niet aan de frequentie-eis voldoet maar wel ten minste aan de helft van de frequentie-eis, kan de bevoegde autoriteit hem onder voorschriften en beperkingen ontheffing van de frequentie-eis verlenen. De bevoegde autoriteit kan daarbij bepalen dat een aantal reizen als bedoeld in module 3 of 5 wordt afgelegd.

Hoofdstuk 2. Zeehavenregio Noord Nederland

§ 1. Zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven

Artikel 5. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

Artikel 6. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven zijn:

Artikel 7. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip op:

2.

In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, ongeacht de lengte van het zeeschip, indien het schip binnen de grenzen van de in het vaarwater gelegen ankerplaatsen voor anker gaat.

3.

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit, de kapitein van een zeeschip indien het schip:

Artikel 8. Vrijstelling voor werkschepen

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip:

Artikel 9. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC A, B of C

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een:

Artikel 10. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen
1.

In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen.

2.

In afwijking van het eerste lid, is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing:

3.

Om voor een PEC kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2.

4.

Voor een PEC kleine zeeschepen geldt geen frequentie eis als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit.

Artikel 11. Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven:

Artikel 12. Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten

In artikel 7 tot en met 10 wordt verstaan onder:

§ 2. Zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling

Artikel 13. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling, omvat de hieronder genoemde gebieden met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

Artikel 14. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Den Helder- Harlingen-Terschelling zijn:

Artikel 15. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, op:

2.

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht de kapitein van een zeeschip, voor zover het geen zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die van de in het vaarwater gelegen ankerplaatsen gebruik maakt om te ankeren.

Artikel 16. Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip dat werkzaamheden verricht:

Artikel 17. Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, of C

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, op:

Artikel 18. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen
1.

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling, heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen.

2.

In afwijking van het eerste lid is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing op:

3.

Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2.

4.

Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit.

Artikel 19. Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling:

Artikel 20. Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten

In de artikelen 15 tot en met 18 wordt verstaan onder:

Artikel 21. Ontheffing voor zeeschepen met beperkte hoeveelheid gevaarlijke lading
1.

Op het traject Schulpengat – haven Den Helder kan aan een kapitein of eerste stuurman van een zeeschip met gevaarlijke lading dat voldoet aan het tweede lid, met een lengte over alles van tot en met 85 meter, ontheffing van de loodsplicht, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het besluit worden verleend.

2.

De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend voor een zeeschip met gevaarlijke lading, dat voldoet aan de bij resolutie A.1122 (30) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties aangenomen Internationale Maritieme Code voor het vervoer van gevaarlijke lading in bulk op offshore support vessels (Code for the transport and handling of hazardous and noxious liquid substances in bulk on offshore support vessels) en dat die lading van en naar olie- en gasplatforms op de Noordzee vervoert.

§ 3. Scheepvaartwegen zeehavenregio Noord Nederland met ad-hoc-loodsplicht

Artikel 22. Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht
1.

Als loodsplichtige scheepvaartwegen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit worden aangewezen:

2.

Bevoegde autoriteit voor de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen is de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

Hoofdstuk 3. Zeehavenregio Amsterdam-IJmond

Artikel 23. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Amsterdam-IJmond omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

Artikel 24. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Amsterdam-IJmond zijn:

Artikel 25. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip met een lengte over alles tot en met 75 meter.

2.

In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit, de kapitein van een zeeschip indien het schip met een lengte over alles tot en met 130 meter een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in dat zeehavengebied, zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het havengebied te bevaren.

Artikel 26. Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschepen met een lengte over alles tot en met 150 meter.

Artikel 27. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D
1.

In het zeehavengebied Amsterdam – IJmond worden de volgende PEC-trajecten onderscheiden:

2.

In de trajecten als bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met h, zijn de tussengelegen havenbekkens geen onderdeel van het traject.

3.

Voor alle in het eerste lid genoemde PEC-trajecten heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, en die in het bezit is van een:

4.

In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond wordt geen PEC verstrekt voor trajecten via:

Artikel 28. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC-kleine zeeschepen
1.

Voor het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC-kleine zeeschepen.

2.

Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2.

3.

Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit.

Artikel 29. Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond:

Hoofdstuk 4. Zeehavenregio Rotterdam-Rijnmond-Scheveningen

§ 1. Zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland

Artikel 30. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

Artikel 31. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland zijn:

Artikel 32. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, met een lengte over alles tot en met 75 meter.

2.

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit, de kapitein van een zeeschip die met het zeeschip een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in dat zeehavengebied, zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het zeehavengebied te bevaren.

Artikel 33. Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip:

Artikel 34. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D
1.

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland worden de volgende PEC-trajecten onderscheiden:

2.

Voor de in het eerste lid genoemde PEC-trajecten, heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een:

3.

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland wordt geen PEC verstrekt voor trajecten via:

4.

Onder door de bevoegde autoriteit vast te stellen voorschriften en beperkingen kan, in afwijking van het derde lid, toch een PEC worden verstrekt voor de in dat lid genoemde trajecten.

Artikel 35. Afwijkende bepalingen voor enkele PEC-trajecten
1.

In afwijking van artikel 34, tweede lid, is de kapitein of eerste stuurman, die in het bezit is van een PEC D, alleen vrijgesteld van de loodsplicht indien hij tevens in het bezit is van een geldig sleepboot coördinatie-certificaat voor:

2.

De bevoegde autoriteit kan aan de kapitein of eerste stuurman ontheffing verlenen van de plicht om in het bezit te zijn van een geldig sleepboot coördinatie-certificaat.

Artikel 36. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen
1.

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen.

2.

In afwijking van het eerste lid is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing op:

3.

Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2, waarbij in afwijking van artikel 38, onderdeel b, voor de toepassing van module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Nederlandse taal wordt verlangd.

4.

Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit.

Artikel 37. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC LNG-bunkerschepen
1.

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft op de door de bevoegde autoriteit te bepalen loodsplichtige scheepvaartwegen, vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een LNG-bunkerschip die in het bezit is van een PEC LNG-bunkerschepen.

2.

Om voor een PEC LNG-bunkerschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1, 2, 3, 4 en 5, zoals die voor het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland in artikel 38 nader zijn vastgesteld, met dien verstande dat:

3.

Om de kennis en vaardigheden voor het PEC LNG-bunkerschepen te behouden, maakt de houder ervan het door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal vaaruren per jaar op de scheepvaartwegen waarop zijn PEC van toepassing is. Artikel 4, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Artikel 9, eerste lid, van het besluit is niet van toepassing op het PEC LNG-bunkerschepen.

Artikel 38. Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland:

Artikel 39. Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland worden als loodsplichtige scheepvaartwegen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit aangewezen:

2.

Bevoegde autoriteit voor de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen, is de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

§ 2. Zeehavengebied Scheveningen

Artikel 40. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Scheveningen omvat de loodsplichtige scheepvaartwegen die de aanloop naar de haven van Scheveningen vormen, begrensd door een lijn die loopt van 52°06’.18 N 004°15’.93 E, vandaar naar het zuidelijk hoekpunt van het ankergebied Scheveningen (52°07’.37 N 004°14’.9 E), vandaar naar het westelijke hoekpunt van het ankergebied Scheveningen (52°07’.90 N 004°14’.52 E), vandaar naar 52°07’.65 N 004°13’.72 E, vandaar naar 52°07’.15 N 004°12’.72 E, en vandaar naar 52°05’.56 N 004°15’.02 E, met inbegrip van de havens van Scheveningen.

Artikel 41. Aanwijzing bevoegde autoriteit

Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Scheveningen is de persoon die door het bestuur van de gemeente Den Haag is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de haven van Scheveningen.

Artikel 42. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, met een lengte over alles tot en met 100 meter.

2.

In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, die met het zeeschip een verplaatsing maakt binnen een havenbekken, in dat zeehavengebied, zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het zeehavengebied te bevaren.

Artikel 43. Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, de kapitein van een werkschip met een lengte over alles tot en met 100 meter.

Artikel 44. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B
1.

In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC B voor zeeschepen groter dan 100 meter.

2.

In het zeehavengebied Scheveningen wordt geen PEC B verstrekt voor een zeeschip dat een diepgang heeft van 7 meter of meer.

Artikel 45. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen
1.

In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen.

2.

Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2.

3.

Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit.

Artikel 46. Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Scheveningen:

Artikel 47. Experimenteerbepaling
1.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 41, kan ten behoeve van een experiment als bedoeld in artikel 18 van het besluit, in afwijking van hoofdstuk 2 en 3 van het besluit en de daarop gebaseerde bepalingen, aan een kapitein of eerste stuurman van een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 100 meter, omwille van een experiment als bedoeld in dit artikel ontheffing van de loodplicht verlenen.

2.

De ontheffing wordt verleend tot uiterlijk 31 december 2021 om te onderzoeken of het varen met zeeschepen op de scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 40, zonder op deze scheepvaartwegen gebruik te maken van de diensten van een loods, nautisch verantwoord is.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 41, bepaalt welke schepen voor het experiment in aanmerking kunnen komen. Hieraan worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze kunnen betrekking hebben op de daarvoor benodigde kennis, vaardigheden en ervaring van de kapitein of eerste stuurman van een deelnemend schip, de bemanning van het schip en frequentie waarin het schip het betreffende traject dient af te leggen.

4.

Ten behoeve van de evaluatie van het experiment bepaalt de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 41, op welke wijze het experiment gemonitord zal worden.

5.

Indien voor het einde van de periode waarop het experiment betrekking heeft, duidelijk is dat het gelet op de veilige en vlotte scheepvaart als bedoeld in artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet onverantwoord is het experiment nog langer voort te zetten, wordt het experiment door de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 41, voortijdig beëindigd.

6.

Ten behoeve van de beoordeling of het experiment aanleiding geeft tot het aanpassen van regelgeving, ontvangt de minister uiterlijk op 1 augustus 2022, de resultaten van de evaluatie van het experiment tot dan toe.

Hoofdstuk 5. Zeehavenregio Scheldemonden

Artikel 48. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Scheldemonden omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen:

Artikel 49. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Scheldemonden zijn:

Artikel 50. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Scheldemonden heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip op:

2.

In het zeehavengebied Scheldemonden heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, indien het schip met een lengte tot en met 180 meter een verplaatsing maakt zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het zeehavengebied te bevaren, binnen de volgende havenbekkens in dat zeehavengebied:

Artikel 51. Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Scheldemonden heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip op de scheepvaartwegen, genoemd in artikel 48, indien zij voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van de loodsplicht krachtens artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van het Scheldereglement.

Artikel 52. Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, C of D
1.

Op de scheepvaartwegen, genoemd in artikel 48, heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, indien die scheepvaartwegen de start- of eindbestemming vormen van een PEC-traject op basis van het Scheldereglement, indien hij in het bezit is van een op basis van het Scheldereglement geldige PEC of een PEC die aan dezelfde eisen en voorwaarden voldoet, zoals die gelden voor de PEC-trajecten op grond van het Scheldereglement.

2.

In afwijking van artikel 3, eerste lid, gelden voor de PEC’s op de scheepvaartwegen, genoemd in artikel 48, de modules zoals vastgesteld op basis van het Scheldereglement.

3.

In afwijking van artikel 4 geldt voor de in het eerste lid bedoelde PEC-trajecten dezelfde frequentie-eis als die geldt voor het PEC-traject op grond van het Scheldereglement.

Artikel 53. Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Scheldemonden wordt als loodsplichtige scheepvaartwegen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit aangewezen het Schelde-Rijnkanaal voor noordgaande schepen: de scheepvaartweg begrensd door de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen.

2.

Bevoegde autoriteit voor de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen is de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 54. Kosten verbonden aan de afgifte PEC door de bevoegde autoriteit

Voor de aanvraag van een PEC is de aanvrager een vergoeding verschuldigd van €300,-.

Artikel 55. Wijziging van de Regeling meldingen en communicatie scheepvaart

Wijzigt de Regeling meldingen en communicatie scheepvaart.

Artikel 56. Wijziging Regeling markttoezicht registerloodsen

Wijzigt de Regeling markttoezicht registerloodsen.

Artikel 57. Intrekken van regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Artikel 58. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van het besluit in werking met ingang van 1 januari 2021.

2.

In afwijking van het eerste lid, treedt deze regeling voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is.

3.

Voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, blijven de Aanwijzing loodsplichtige scheepvaartwegen (Stcrt. 1999, 168), de Regeling bevoegde en regionale autoriteiten Loodsplichtbesluit 1995, de Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 18 augustus 1988, S/J31.408/88, houdende kapiteinsverplichtingen bij loodsen op afstand (Stcrt 1988, 168), en Regeling vaststelling model controle-certificaat verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet zoals deze luidden op 31 december 2020 van toepassing, tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is.

Artikel 59. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Loodsplichtregeling 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.

Artikel 33a. Vrijstelling van de loodsplicht voor kleine zeeschepen

De kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip met als vertrekpunt respectievelijk bestemming de Handelskade te Dordrecht of een locatie op de Nieuwe Maas, gelegen tussen kilometerraaien 992 en 993 of tussen kilometerraaien 1001 en 1004, en die in het bezit is van een geldig Rijnpatent als bedoeld in artikel 11.02 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of vaarbevoegdheidsbewijs voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Binnenvaartwet, is vrijgesteld van de loodsplicht indien de haven van bestemming respectievelijk vertrek is gelegen aan een scheepvaartweg waar de loodsplicht niet van toepassing is. De vorige volzin is tevens van toepassing indien een derde, die in het bezit is van een genoemde vaarbevoegdheid, aan boord is respectievelijk aan boord komt op een genoemde locatie.

§ 2. Zeehavengebied Scheveningen

Hoofdstuk 5. Zeehavenregio Scheldemonden

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.