← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 23 september 2021, nr. VO/29518735, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor heterogene brugklassen (Subsidieregeling heterogene brugklassen)

Geldende tekst a fecha 2022-08-01

Gelet op artikel 75a van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra en 127e van de Wet voortgezet onderwijs BES, de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
1.

Het doel van de regeling is dat scholen die van de regeling gebruik maken ten minste vanaf schooljaar 2023/2024 aantoonbaar een groter of beter aanbod hebben van heterogene brugklassen.

2.

De minister kan hiertoe subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het formuleren van beleid, het opstellen van een plan en het treffen van maatregelen gericht op:

3.

Onderdeel a van het tweede lid is niet van toepassing op scholen voor praktijkonderwijs.

Artikel 4. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal een bedrag van € 102 miljoen beschikbaar.

Artikel 5. Subsidiebedrag
1.

Het subsidiebedrag per vestiging bedraagt € 100.000.

2.

Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 6. Aanvraag
1.

Per vestiging wordt een aanvraag ingediend. Een bevoegd gezag kan voor meerdere vestigingen aanvragen indienen.

2.

Per vestiging wordt ten hoogste eenmaal subsidie verstrekt.

3.

Een bevoegd gezag kan een aanvraag indienen van 1 oktober 2021 tot en met 12 november 2021. Aanvragen die na 12 november 2021 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

4.

Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 7 maart 2022 tot en met 18 april 2022. Aanvragen die na 18 april 2022 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

5.

Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 5 september 2022 tot en met 22 september 2022. Aanvragen die na 22 september 2022 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

6.

Voor de subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het digitale aanvraagformulier voor deze regeling dat beschikbaar is gesteld op de website www.dus-i.nl. In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een globale planning.

Artikel 7. Wijze van verdeling beschikbare middelen
1.

Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle binnengekomen aanvragen te honoreren en de toekenning van een subsidiebedrag van ten minste 90% voor de aanvragen een overschrijding van het subsidieplafond zou voorkomen, wordt voor ten minste een bedrag van 90% de subsidie toegekend.

2.

Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ook bij toepassing van het eerste lid ontoereikend zou zijn om alle binnengekomen aanvragen te honoreren, verleent de minister voorrang aan subsidieaanvragen van scholen waarvan de aanvraag betrekking heeft op een heterogene brugklas waarvan in ieder geval beide schoolsoorten mavo en havo onderdeel uitmaken.

3.

Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle aanvragen waarvan de schoolsoorten mavo en havo beiden onderdeel uitmaken te honoreren, worden deze aanvragen door middel van loting gerangschikt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien na toepassing van het tweede en derde lid nog middelen resteren, worden de overige binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen
1.

In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling voldoet de subsidieontvanger aan de volgende verplichtingen:

Artikel 9. Besteding subsidie en verantwoording
1.

De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden vóór 1 januari 2025 uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2.

In afwijking van het voorgaande lid geldt voor subsidieontvangers aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt vóór 1 januari 2026 worden uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

3.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

4.

De subsidieontvanger neemt op verzoek van de minister deel aan onderzoek naar de in het kader van deze subsidieregeling uitgevoerde activiteiten en de opbrengsten daarvan.

5.

Indien de uitkomst van de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen aanleiding geeft om heterogene brugklassen waarin praktijkonderwijs wordt gecombineerd met één of meer andere schoolsoorten niet wettelijk mogelijk te maken, kan de minister bepalen ervan af te zien subsidie terug te vorderen bij scholen die deelnamen aan die pilot.

Artikel 10. Betaling
1.

De subsidie wordt vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van het desbetreffende aanvraagtijdvak.

2.

De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2026.

Artikel 12. Evaluatie

De minister evalueert de subsidieregeling uiterlijk vanaf 2024.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling heterogene brugklassen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10a. Omhang

Deze regeling is mede gebaseerd op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.