← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg

Geldende tekst a fecha 2021-09-01

Gelet op artikel 36, 37, 38, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de forensische zorg.

Leeswijzer

In Hoofdstuk 3 van deze nadere regel zijn de regels met betrekking tot de diagnose-behandel-beveiligingscombinaties (dbbc’s) weergegeven. In hoofdstuk 4 staan de bepalingen met betrekking tot de zorgzwaartepakketten (zzp’s) genoemd. Meer uitgebreide informatie over het hele registratieproces (registreren-valideren-afleiden), voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Bijlage 1: Toelichting op de nadere regel.

Sinds 2017 wordt voor nieuwe zorgtrajecten de diagnose geclassificeerd in DSM-5. De DSM-5 diagnose wordt geconverteerd naar een bijbehorende DSM-IV diagnose. De registratie en bekostiging vinden nog conform DSM-IV plaats.

De bijlagen maken integraal onderdeel uit van deze nadere regel.

Inleiding

Deze nadere regel is van toepassing op zorgaanbieders die forensische zorg in strafrechtelijk kader, als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg, verlenen.

Het doel van deze nadere regel is het stellen van voorschriften voor de forensische zorg (fz) op het gebied van registratie, validatie, declaratie en informatie, die zorgaanbieders in acht moeten nemen bij én voorafgaand aan het declareren van dbbc’s, zzp’s, extramurale parameters fz en overige zorgproducten.

In deze nadere regel wordt verstaan onder:

In de fz bestaan de volgende typen zorgprestaties:

Deze nadere regel beschrijft welke voorschriften gelden voor de bovenstaande zorgprestaties. In hoofdstuk 2: Algemene bepalingen wordt de samenloop en afbakening tussen de verschillende typen prestaties in de fz beschreven. In daarop volgende hoofdstukken 3 en 4 staan de voorschriften die voor bovenstaande zorgprestaties gelden.

Algemene bepalingen

De fz kent naast de dbbc-systematiek ook zzp’s en extramurale parameters voor de forensische zorg (fz). Voor de afbakening tussen de dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters fz geldt het volgende:

Voor zorg in het kader van de behandeling van de patiënt (zowel met als zonder verblijf) geldt de dbbc-systematiek. Hieronder valt ook de behandeling aan sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapten (sglvg). Voorwaarde hiervoor is dat deze zorg met behandeling geïndiceerd is.

De zzp’s en extramurale parameters fz gelden voor alle doelgroepen bij de volgende zorgvormen:

Verblijf met begeleiding zonder behandeling (zzp-c).

Verstandelijk beperkten, met uitzondering van de zorg die is gericht op de behandeling van een gedragsstoornis, verslaving of psychiatrische problematiek (zzp-vg).

Ambulante begeleiding (extramurale parameters fz).

Deze nadere regel is van toepassing op dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters in de fz.

Een dbbc wordt gedeclareerd als er sprake is van zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van de cliënt. Zzp’s en extramurale parameters worden gedeclareerd als er sprake is van begeleidingszorg.

Een zorgaanbieder kan tegelijkertijd een ambulante dbbc en zzp in rekening brengen voor één en dezelfde patiënt als er sprake is van een zzp in combinatie met ambulante dbbc behandelzorg.

Het is mogelijk om een dbc voor de gespecialiseerde ggz te declareren naast een dbbc voor fz. Voorwaarde is dat aan de afzonderlijke regelgeving voor dbc- en dbbc-registratie wordt voldaan. Ggz die geen onderdeel uitmaakt van het door de rechter opgelegde vonnis, komt ten laste van de Zvw als de patiënt op de openingsdatum van de dbc een geldige zorgverzekering heeft.

Diagnose-behandel-beveiligingscombinaties (dbbc’s)

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de algemene registratiebepalingen, het openen, het typeren, het registreren en het sluiten van een dbbc besproken.

Meer uitgebreide informatie over het hele proces (registreren-valideren-afleiden), voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Bijlage 1: Toelichting op de nadere regel.

Zie voor meer informatie het onderdeel 3.1.2.3. Heropenen in bijlage 1.

Het typeren van een dbbc bestaat uit het vastleggen van de volgende informatie:

de identificatiegegevens van de patiënt

het zorgtype

de aard en mate van gevaar

de aard van het delict

de (primaire) diagnose van de patiënt

Seriële zorgtrajecten

Hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn waarvan één het meest dringend is (comorbiditeit) en het eerst behandeld wordt. De voorwaarde voor opeenvolgende dbbc’s en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.

Meer gedetailleerde richtlijnen staan in het onderdeel 3.1.3.9 Omgaan met meerdere primaire diagnoses in bijlage 1.

Zodra een dbbc geopend is kunnen activiteiten op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. De codelijsten waarvan één van de twee gebruikt moet worden zijn te vinden in Bijlage 4 en 4a: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 4A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen. Daarin staan ook de definities van de activiteiten en verrichtingen. Voor meer informatie zie ook het onderdeel 3.1.4 Registreren in Bijlage 1.

Voor een nadere toelichting zie het onderdeel 3.1.4.11 – 3.1.4.17 Dagbesteding registreren in bijlage 1.

Er wordt binnen de dbbc-systematiek onderscheid gemaakt tussen het registreren van behandelactiviteiten en van verblijf. Bij de registratie van een deelprestatie verblijf gaat het om een ’kale verblijfsdag’. Verblijf wordt geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid door middel van een deelprestatie verblijf.

Voor de keuze van de deelprestatie van verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Op basis van de zorgvraag van de patiënt wordt bepaald wat de vereiste intensiteit (A t/m G) en beveiligingsniveau (1 t/m 4) van de deelprestatie verblijf is. Dit resulteert in één van de 28 deelprestaties verblijf die het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg.

Zie ook Bijlage 7: Deelprestaties verblijf en Bijlage 8: Dbbc-beveiligingsniveaus.

In de volgende gevallen mogen de dagen dat de patiënt niet aanwezig is, geregistreerd worden als een deelprestatie verblijf:

ziekenhuisopname

onbegeleid, transmuraal of begeleid verlof

time-out tbs-gestelde

kortdurende terugplaatsing gedetineerden vanuit ggz naar penitentiaire

inrichting (pi)

no-show klinisch

onttrekking

Als er sprake is van ‘fpt-proefverlof’ en ‘fpt-voorwaardelijke beëindiging’ geldt het volgende:

Als de patiënt buiten het fpc verblijft en er geen sprake is van een time-out, kunnen er geen verblijfsdagen geregistreerd worden door de fpc.

Wanneer de patiënt wordt teruggeplaatst binnen het fpc vanwege een time-out, mogen er wel verblijfsdagen geregistreerd worden. Tijdens de fase proefverlof gebeurt dat op een nieuw te openen dbbc ’tbs met proefverlof’ en tijdens de fase voorwaardelijke beëindiging op een nieuw te openen dbbc met het zorgtype ’Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege’.

Elke verblijfsdag moet een unieke registratiedatum hebben. Het is dus niet toegestaan om aan het einde van de looptijd van de dbbc het totale aantal verblijfsdagen van meerdere opnameperiodes onder één code en datum te registreren.

Voor meer informatie zie onderdelen 3.1.4.18 – 3.1.4.23 Verblijf registreren in bijlage 1 en Bijlage 7: Deelprestaties verblijf.

Binnen de zorgcategorie overige deelprestaties wordt een onderscheid gemaakt tussen elektroconvulsie therapie (ect), ambulante methadon verstrekking (amv), forensisch psychiatrisch toezicht (fpt) en dagbesteding.

Voor meer informatie over de registratie vereisten van de overige deelprestaties zie onderdeel 3.1.4.24- 3.1.4.27 Overige deelprestaties in bijlage 1.

Deze nadere regel stelt voorschriften, voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het declaratieproces in de fz.

Voor meer informatie over ozp’s wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven forensische zorg’.

Het is niet toegestaan om voor onderlinge dienstverlening in het kader van een dbbc, prestaties en tarieven ten aanzien van een zzp of extramurale parameters in rekening te brengen. Voor meer informatie over onderlinge dienstverlening wordt verwezen naar de beleidsregel ‘prestaties en tarieven forensische zorg’.

Elke factuur moet in ieder geval de volgende gegevens bevatten als onderdeel van de prestatiebeschrijving:

Zzp’s en extramurale parameters fz

In dit hoofdstuk worden de registratie- en declaratiebepalingen van zzp’s en extramurale parameters fz in de fz beschreven. Deze prestaties gelden voor verblijf met begeleiding (zzp-C), fz aan verstandelijk beperkten (zzp-VG) en ambulante begeleiding (extramurale parameters fz).

Met prestaties wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

zzp-c 1 t/m 6, inclusief of exclusief dagbesteding

zzp-vg 1 t/m 7, inclusief of exclusief dagbesteding

extramurale parameters fz

onderlinge dienstverlening

Voor meer informatie over onderlinge dienstverlening wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven forensische zorg’.

Informatiebepalingen

Elke factuur moet in ieder geval onderstaande gegevens bevatten als onderdeel van de factuur voor zzp’s en extramurale parameters fz.

Intrekking oude regeling(en)

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de nadere regel ‘Dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg’, met kenmerk NR/REG-2119, ingetrokken.

Overgangsbepaling

De nadere regel ‘Dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg’, met kenmerk NR/REG-2119, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold. Dit betekent dat voor overlopende dbbc’s (dbbc’s geopend in 2020 en doorlopend in 2021) de op het moment van opening van de dbbc geldende nadere regels van toepassing zijn.

Inwerkingtreding en citeerregel

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2021.

Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant op grond van artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg).

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg.

Bijlage 1. Toelichting op de nadere regel

Deze bijlage geeft een toelichting op de Nadere regel; ‘Dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters fz’ en is als volgt opgebouwd:

Algemene toelichting fz

Artikelsgewijze toelichting:

Algemene toelichting fz

Fz in strafrechtelijk kader vindt plaats op basis van indicatiestelling door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP/Ifz), de Reclassering of het Psycho Medisch Overleg (PMO, Gevangeniswezen). In de indicatiestelling wordt het recht van de patiënt op fz vastgelegd. De Divisie Forensische Zorg (ForZo/JJI) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) koopt deze zorg vooraf in bij zorgaanbieders.

Voor zorg in het kader van de behandeling van de patiënt (zowel met als zonder verblijf) geldt de dbbc-systematiek. Hieronder valt ook de behandeling aan sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapten (sglvg), op voorwaarde dat er een indicatie is voor deze zorg met behandeling. Ook de begeleidings- en dagbestedingsactiviteiten die onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de behandeling, worden gerekend tot de dbbc-systematiek.

De zorgaanbieders verantwoorden de geleverde zorg door middel van de dbbc-registratie. De dbbc-systematiek geldt voor instellingen die aan volwassenen (of jongeren die volgens het volwassenenrecht zijn berecht) psychiatrische zorg, verslavingszorg of verstandelijk gehandicaptenzorg bieden als onderdeel van een straf.

De strafrechtelijke titel en bijbehorend advies bepalen welke fz een patiënt zal ontvangen. Een advies over deze titel, bijbehorende zorg en beveiligingsniveau wordt op basis van een indicatiestelling bepaald. De indicatiestelling wordt onafhankelijk en objectief uitgevoerd, zodat het zorgaanbod afgestemd wordt op de zorgbehoefte van de patiënt. Na het afgeven van een indicatieadvies wordt met inachtneming van dit advies door het OM of de Rechtspraak een besluit genomen of de patiënt klinische zorg, ambulante zorg of beschermd wonen nodig heeft. De patiënt wordt geplaatst binnen een instelling5Het begrip instelling sluit aan bij de definitie die de NZa hanteert. Gesproken kan worden over een (afzonderlijke) instelling als zij op grond van artikel 5 WTZi is toegelaten.om daar vervolgens zorg te ontvangen van de zorgaanbieder.

Naast de dbbc-systematiek wordt in de bekostiging van de fz ook gewerkt met zorgzwaartepakketten (zzp’s) en extramurale parameters. Of de dbbc-systematiek of de zzp-bekostiging/extramurale parameters van toepassing is, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of behandeling onderdeel is van het zorgplan.

Specifieke zaken die niet geregistreerd kunnen worden op basis van de dbbc-systematiek zijn:

ambulante begeleiding (extramurale parameters)

verblijf met begeleiding zonder behandeling (zzp’s)

zorg aan verstandelijk beperkten, met uitzondering van de zorg die is

gericht op de behandeling van een gedragsstoornis, verslaving of

psychiatrische problematiek

Zie ter illustratie Figuur 2 Bepaling dbbc-systematiek zzp/extramurale parameters.

Begeleiding, al dan niet in combinatie met verblijf, die gericht is op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt, wordt tot de zzp- dan wel extramurale bekostiging gerekend.

Ambulante behandeling kan aangeboden worden naast begeleiding (met of zonder verblijf). De ambulante behandeling wordt dan afgerekend in dbbc’s, de begeleiding in extramurale parameters (zonder verblijf) of in zzp’s (met verblijf).

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Reikwijdte

Artikel 2. Algemene Bepalingen

Artikel 3. Dbbc’s

Dbbc staat voor diagnose behandeling beveiliging combinatie. Een dbbc omvat het traject tot maximaal 365 kalenderdagen dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een fz-zorgaanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De dbbc vormt de basis voor de declaratie van de geleverde zorg in het kader van deze diagnose bij de verzekeraar (i.c. ForZo/JJI).

Een dbbc in de fz is opgebouwd uit patiëntgerichte activiteiten, verblijfsdagen, dagbesteding en verrichtingen en de daaraan bestede tijd of aantallen. Afhankelijk van de set van activiteiten, verblijfsdagen, uren dagbesteding en verrichtingen en de tijd of aantallen die hieraan besteed zijn, wordt een aparte behandelprestatie, verblijfsprestatie en/of overige prestatie afgeleid. Aan de behandel- en verblijfsprestaties zijn tarieven verbonden. Deze tarieven worden jaarlijks vastgesteld door de NZa.

3.1.1. Registratie

De dbbc-systematiek in de fz werkt volgens een proces van registratie, validatie en afleiding.

Registratie

Het registratieproces start op het moment dat een patiënt die in een forensische zorginstelling geplaatst is, bij de zorgbieder komt met een zorgvraag. Op dat moment worden meteen een zorgtraject en een dbbc geopend. Een zorgtraject volgt het zorgproces voor één primaire diagnose en kan bestaan uit een initiële dbbc, waarin de primaire diagnose is gesteld, en een onbeperkt aantal vervolg-dbbc's.

Validatie

Als de dbbc is afgesloten volgt de validatie. Tijdens de validatie wordt de dbbc gecontroleerd op een volgens deze nadere regel goede en technisch volledige registratie.

Afleiding

Na de validatie wordt via de afleiding bepaald in welke behandelprestatie / productgroep de dbbc terechtkomt. Vervolgens wordt de dbbc als onderdeel van de factuur naar de zorgverzekeraar gestuurd en worden daarnaast de dbbc-gegevens aan het Dbc-informatiesysteem (DIS) geleverd.

Voor de fz gelden andere registratieregels dan voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Wel is de dbbc-systematiek zo goed mogelijk afgestemd op de dbc-systematiek van de ggz om de continuïteit van zorg in de zorgketen te verbeteren. Essentiële verschillen met de dbc-systematiek van de ggz zijn:

In de fz vindt voorafgaand aan het zorgtraject een onafhankelijke indicatiestelling plaats. Dit is nodig om de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak vast te stellen. Daarnaast is deze indicatiestelling bepalend voor de plaatsing van patiënten bij zorgaanbieders.

Een essentieel onderdeel van de fz is het beveiligingsniveau. De mate van en de kosten voor de beveiliging van de patiënt en de behandelomgeving worden in de productstructuur inzichtelijk gemaakt. Daarom is de extra ‘b’ van beveiliging in de naamgeving van de dbbc-systematiek toegevoegd.

De ForZo/JJI, onderdeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen, is verantwoordelijk voor de inkoop van fz in een strafrechtelijk kader en de plaatsing van volwassenen die deze zorg nodig hebben. In deze sector wordt ForZo/JJI gezien als zorgverzekeraar.6Wanneer er in deze Nadere Regel sprake is van een zorgverzekeraar, wordt daarmee ForZo/JJI bedoeld.

3.1.2. Openen dbbc

Binnen de dbbc-systematiek wordt onderscheid gemaakt tussen de termen ‘zorgtraject’, ‘initiële dbbc’ en ‘vervolg-dbbc’.

Een dbbc maakt deel uit van een zorgtraject. Voordat een eerste dbbc geopend kan worden moet eerst een zorgtraject zijn gestart. De aanmeldingsdatum van de patiënt bepaalt de startdatum van het zorgtraject. Het vastleggen van de aanmeldingsdatum is verplicht volgens de minimale dataset (mds).

Een initiële dbbc, met eventueel één of meerdere vervolg-dbbc’s, vormen het zorgtraject. Dit omvat de totale zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van één primaire diagnose.

Een zorgtraject kan bijvoorbeeld geopend worden door het secretariaat, op het moment dat een patiënt wordt aangemeld.

De startdatum van het zorgtraject kan hetzelfde zijn als de openingsdatum van de initiële dbbc, maar dit hoeft niet. De initiële dbbc wordt namelijk pas geopend wanneer de eerste patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, met een behandelaar plaatsvindt.

Het openen van een dbbc is een administratieve handeling. Iedereen onder verantwoordelijkheid van de hoofdhandelaar kan een dbbc openen.7Omdat de hoofdbehandelaar verantwoordelijk is voor het openen van een dbbc, wordt in de rest van het document aangegeven dat de hoofdbehandelaar de dbbc opent, in gedachten houdende dat het een administratieve handeling is.

3.1.2.1. Openingsdatum dbbc

Na plaatsing van de patiënt kan de hoofdbehandelaar starten met het openen van een dbbc. Bij het openen van een dbbc moet een openingsdatum vermeld worden. Dit is verplicht volgens de minimale dataset (mds). De openingsdatum van de initiële dbbc is altijd gelijk aan de datum waarop de eerst(volgende) directe of indirecte patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, plaatsvindt.

3.1.2.2. Initiële dbbc

Een initiële dbbc is de dbbc die wordt geopend voor een eerste of nieuwe primaire zorgvraag van een patiënt. De initiële dbbc is altijd de eerste dbbc binnen een zorgtraject.

Wanneer een initiële dbbc openen:

Als een nieuwe patiënt zich aanmeldt.

Let op:

Als een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt dan de diagnose waarvoor de patiënt al in behandeling is. Dit geldt ook als de strafrechtelijke titel gelijk blijft.

Let op:

Er kan sprake zijn van parallelle of seriële zorgtrajecten. De voorwaarden daarvoor en een nadere toelichting zijn te vinden in het onderdeel 3.1.3.9 Omgaan met meerdere primairediagnoses in deze bijlage.

Als de strafrechtelijke titel verandert.

Als van een bekende patiënt de strafrechtelijke titel verandert, is er sprake van een nieuw indicatie- en plaatsingsbesluit en wordt een initiële dbbc geopend voor de nieuwe strafrechtelijke titel. De hoofdbehandelaar sluit de dbbc en opent een initiële dbbc voor de nieuwe strafrechtelijke titel.

Als een strafrechtelijke titel wordt opgelegd.

Als een bekende patiënt in zorg is in het kader van een voorgenomen indicatiestelling en hij een strafrechtelijke titel opgelegd krijgt, sluit de hoofdbehandelaar de dbbc met het zorgtype ‘Voorgenomen indicatiestelling’. Vervolgens opent hij een nieuwe initiële dbbc met één van de 21 strafrechtelijke titels.

3.1.2.3. Heropenen

Als de patiënt binnen 35 dagen na het afsluiten van de dbbc terugkomt in zorg voor dezelfde diagnose moet, tenzij de doorlooptijd van de dbbc meer dan 365 dagen wordt de voorafgaande dbbc heropend worden.

Als de patiënt terugkomt in zorg en een nieuw plaatsingsnummer krijgt, wordt de dbbc niet heropend, maar wordt een nieuwe dbbc geopend.

3.1.2.4 en 3.1.2.5. Vervolg-dbbc

Een vervolg-dbbc is een dbbc die volgt op een initiële dbbc of een voorgaande vervolg-dbbc. Een vervolg-dbbc heeft altijd precies dezelfde primaire diagnose als de eerder afgesloten initiële dbbc of vervolg-dbbc. Een vervolg-dbbc wordt geopend op de dag na sluiting van de voorgaande dbbc.

Bij het openen van een vervolg-dbbc is altijd sprake van een bekende patiënt en precies dezelfde primaire diagnose. Een vervolg-dbbc valt altijd onder hetzelfde zorgtraject waaronder de bijbehorende initiële dbbc en eventuele eerdere vervolg-dbbc’s vallen.

Let op: Bij een vervolg-dbbc mag de primaire diagnose niet verschillen van de primaire diagnose van de vorige (initiële of vervolg-) dbbc. Dit houdt ook in dat als de primaire diagnose in dezelfde hoofdgroep valt als bij de voorgaande dbbc, maar niet precies hetzelfde is, een initiële dbbc geopend moet worden voor het behandelen van de nieuwe diagnose.

In de volgende situaties wordt een vervolg-dbbc geopend:

De lopende dbbc staat 365 dagen open.

Als een (initiële of vervolg-) dbbc 365 dagen open staat en de behandeling is nog niet afgerond, sluit de hoofdbehandelaar de lopende dbbc.

In verband met overgang naar forensisch psychiatrisch toezicht (fpt).

Er kan sprake zijn van een forensisch psychiatrisch toezicht (fpt) in de fasen transmuraal verlof, proefverlof en voorwaardelijke beëindiging. Specifieke activiteiten en verrichtingen worden tijdens de fasen proefverlof en voorwaardelijke beëindiging door een forensisch psychiatrisch centrum (fpc) uitgevoerd. Deze activiteiten en verrichtingen moeten geregistreerd worden op een vervolg-dbbc met het zorgtype fpt. Als een patiënt tijdelijk wordt teruggeplaatst in een fpc, wordt gesproken van een time-out. Zie ook Figuur 4 Zorgtraject en dbbc's en Figuur 5 Situaties waarin een initiële dbbc moet worden geopend.

In dat geval wordt de voorgaande (vervolg)-dbbc gesloten (ook als de 365-dagen grens nog niet bereikt is). Als afsluitreden moet worden gekozen voor ‘afsluiten dbbc vanwege openen vervolg-dbbc’ (afsluitreden 4). Eén dag na sluiting van deze dbbc wordt een vervolg-dbbc met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ of ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’ geopend. Wanneer de behandeling na 365 dagen na openingsdatum van de dbbc met zorgtype fpt voortgezet wordt, wordt opnieuw een vervolg-dbbc met zorgtype fpt geopend.

Het kan zijn dat de patiënt tijdens het fpt met zorgtype ‘proefverlof’ of ‘voorwaardelijke beëindiging’ in een time-out terechtkomt.

In dat geval moet de dbbc met zorgtype ‘fpt proefverlof’ of ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’ worden gesloten met reden ‘afsluiting time-out’ (afsluitreden 8). Aansluitend wordt in hetzelfde zorgtraject een nieuwe vervolg-dbbc geopend. Tijdens de fase proefverlof heeft deze het zorgtype ‘tbs met proefverlof (art. 51 Bvt)’ en tijdens de fase voorwaardelijke beëindiging het zorgtype ‘Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege (art. 38 g Sr)’.

Let op:

Bij een vervolg-dbbc mag de primaire diagnose niet verschillen van de primaire diagnose van de vorige (initiële of vervolg-) dbbc. Dit houdt ook in dat als de primaire diagnose in dezelfde hoofdgroep valt als bij de voorgaande dbbc maar niet precies hetzelfde is, een initiële dbbc geopend moet worden voor het behandelen van de nieuwe diagnose.

3.1.3. Typeren

Het typeren van een dbbc bestaat uit verschillende onderdelen: het vastleggen van de identificatiegegevens van de patiënt, het vastleggen van het zorgtype, het vastleggen van de aard en mate van gevaar, het vastleggen van de aard van het delict en het vastleggen van de (primaire) diagnose van de patiënt.

3.1.3.1. Wie typeert

De hoofdbehandelaar is eindverantwoordelijk voor het juist invullen van de volledige typering. Alleen de hoofdbehandelaar mag typeren.

Uitsluitend zorgverleners met een beroep dat is opgenomen in het BIG-register8BIG-register: Het BIG-register verleent duidelijkheid over de bevoegdheid van een zorgverlener. Alleen zorgverleners die in het BIG-register staan, mogen een beschermde medische titel voeren., waarvan het beroep is opgenomen op de dbbc-beroepentabel en die bevoegd en bekwaam zijn om patiënten te classificeren volgens de systematiek van de DSM-5, kunnen als hoofdbehandelaar worden aangemerkt.

De hoofdbehandelaar is uiteindelijk verantwoordelijk voor het juist invullen van de volledige typering. Met inachtneming van relevante wet- en regelgeving en bovenstaande eisen, mag elke instelling zelf bepalen wie als hoofdbehandelaar wordt aangewezen.

De dbbc moet bij het sluiten volledig en juist getypeerd zijn. Bij voorkeur typeert de hoofdbehandelaar de dbbc binnen een maand na opening.

Let op:

De elementen zorgtypeenaard delict worden éénmalig aan het begin van het zorgtraject door de hoofdbehandelaar vastgelegd.

De elementen diagnoseenaard en mate van gevaar worden door de hoofdbehandelaar ingevuld en kunnen als dat gewenst is gedurende de looptijd van de (initiële) dbbc gewijzigd worden. Bij het wijzigen van de gevaartypering wordt de datum vastgelegd waarop de wijziging heeft plaatsgevonden.

Wanneer het zorgtype ‘Verdiepingsdiagnostiek’ (146) wordt gekozen, kan de dbbc worden afgesloten zonder registratie van aard delict en/of diagnoseclassificatie.

3.1.3.2. Vastleggen identificatiegegevens

Het eerste onderdeel van de typering is het vastleggen van de identificatiegegevens van de patiënt. Welke gegevens de zorgaanbieder in ieder geval moet invullen bij de identificatiegegevens van een patiënt, is gebaseerd op de minimale dataset (mds). Dit zijn de volgende gegevens:

naam patiënt

geboortedatum

geslacht

patiëntnummer

strafrechtsketennummer (skn)9Strafrechtsketennummer (skn): Iedereen die is belast met de toepassing van het strafrecht, is bij het onderling uitwisselen van persoonsgegevens over verdachten en veroordeelden verplicht om het skn te gebruiken.

circuit

startdatum dbbc

einddatum dbbc

startdatum strafrechtelijke titel

einddatum strafrechtelijke titel

3.1.3.3. Vastleggen zorgtype

Het tweede onderdeel van de typering is het vastleggen van de aanleiding tot fz. Dit heet het zorgtype. Het zorgtype beschrijft de reden van het (eerste) contact tussen de zorgaanbieder en de patiënt.

De aanleiding tot de zorg kan zijn dat een patiënt een strafrechtelijke titel heeft of dat er sprake is van een voorgenomen indicatiestelling, fpt of verdiepingsdiagnostiek.

Er zijn verschillende zorgtypen (codes) voor initiële en vervolg-dbbc’s.

Een uitgebreide beschrijving inclusief de te gebruiken codes is te vinden in Bijlage 2: Zorgtypen.

3.1.3.5. Vastleggen aard en mate van gevaar

Het derde onderdeel van de typering is het vastleggen van de aard van het gevaar en de mate waarin de patiënt een gevaar vormt. Dit gevaar wordt in drie categorieën getypeerd:

Voorbeelden van incidenten zijn:

De patiënt heeft een gevaar gevormd voor een ander.

De patiënt heeft zichzelf of een ander daadwerkelijk schade berokkend.

De patiënt is gesepareerd geweest.

De mate van acuut fysiek gevaar is onderverdeeld in de volgende categorieën:

Geen risico: geen dreiging aanwezig.

Laag risico: verbale dreiging.

Matig risico: één (fysiek) incident en eventueel verbale dreiging.

Hoog risico: meerdere incidenten dan wel één ernstig incident waarbij schade aan het slachtoffer of de patiënt zelf is berokkend.

De mate van vluchtgevaar is onderverdeeld in de volgende categorieën:

Geen risico: patiënt heeft geen poging tot ontvluchting ondernomen.

Laag risico: patiënt heeft in het verleden voorbereidingen getroffen voor een vluchtpoging, zonder een daadwerkelijke poging te doen.

Matig risico: patiënt heeft in het verleden daadwerkelijk een vluchtpoging ondernomen.

Hoog risico: patiënt is er in het verleden in geslaagd te ontsnappen.

Niet van toepassing: patiënt wordt ambulant behandeld.

Het gaat hierbij om het gevaar wanneer de patiënt zich op dit moment in de maatschappij zou begeven. Hiervoor moet de hoofdbehandelaar gebruik maken van één van de volgende risicotaxatie-instrumenten: HKT-30, HCR-20 of SVR-20. Wanneer voor de patiënt risicotaxatie(s) gedaan zijn in het kader van verlofbewegingen, kan informatie uit die risicotaxatie(s) gebruikt worden voor het classificeren van het recidivegevaar. De categorieën voor recidivegevaar zijn:

Voor het classificeren van de mate van recidivegevaar maakt de hoofdbehandelaar gebruik van de score op een risicotaxatie-instrument, bijvoorbeeld:

De categorieën voor recidivegevaar zijn:

Let op: De categorie ‘onbekend’ wordt gebruikt wanneer de hoofdbehandelaar geen uitspraak kan doen over de mate van het recidivegevaar, omdat de patiënt nog niet veroordeeld is (preventieve fase).

3.1.3.6. Vastleggen aard delict

Het vierde onderdeel van de typering is het vastleggen van de aard van het delict. De classificatie van de aard delict gebeurt aan de hand van tien clusters die zijn benoemd in het BooG-instrument.10Beleidsondersteuning onderzoek Geestvermogens ten behoeve van forensisch psychiatrisch consulent, Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze clusters staan weergegeven in Bijlage 3: Vastleggen aard van delict.

Het is mogelijk om meer dan één aard delict te registreren. Bij het typeren van een aard delict wordt geen onderscheid gemaakt tussen een poging tot het delict en het daadwerkelijk plegen van het delict.

3.1.3.7. Vastleggen diagnose van de patiënt

Het vijfde onderdeel van de typering is het vastleggen van de diagnose van de patiënt. De diagnoseclassificatie in de dbbc-systematiek sluit aan bij de regels die gelden voor het gebruik van de DSM-5. De DSM-5 diagnose wordt via een conversietabel vertaald naar een DSM-IV-TR diagnose. De hoofdbehandelaar registreert de diagnose met behulp van de diagnosetabel die is gebaseerd op de DSM-IV-TR. De diagnose moet geregistreerd worden op vijf assen.

Op As 1 kunnen één of meerdere stoornissen worden geselecteerd volgens de diagnosetabel. Tabel 1 laat tevens zien hoe de hoofdgroepen van de diagnosetabel volgen uit de hoofdgroepen van de DSM-IV-TR.

Op As 1 is de diagnose 799.9 ‘Diagnose/aandoening uitgesteld’ niet toegestaan.

Registreer V71.09 ‘Geen diagnose of aandoening op As 1 aanwezig’ als er geen As 1-stoornis bij de betreffende patiënt aanwezig is

Op As 2 kunnen één of meerdere stoornissen worden geselecteerd volgens de diagnosetabel. Geef per stoornis aan of de stoornis aanwezig is of dat er trekken van deze stoornis aanwezig zijn. Naast de registratie van de persoonlijkheidsstoornissen kan maximaal één code voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid worden geregistreerd. Tabel 2 laat zien hoe de hoofdgroepen van de diagnosetabel volgen uit de hoofdgroepen van de DSM-IV-TR.

Let op:

Per persoonlijkheidsstoornis sluiten de antwoordmogelijkheden ‘aanwezig’ en ‘trekken van’ elkaar uit.

Op As 2 kunt u wel kiezen voor de code 799.9 ‘Diagnose/aandoening uitgesteld’, maar deze kan nooit de primaire diagnose van de dbbc zijn.

Registreer V71.09 ‘Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig’ als er geen As 2-stoornis bij de betreffende patiënt aanwezig is.

Registreer alleen de somatische aandoening die een directe relatie heeft met de As 1- of As 2-stoornis (bijvoorbeeld: delirium door een somatische aandoening).

De registratie van somatische aandoeningen is in de dbbc-systematiek beperkt tot drie niveaus:

De hoofdbehandelaar beoordeelt of er sprake is van enkelvoudig of complex. In Tabel 3 staan de omschrijvingen van de somatische aandoeningen die op As 3 van de diagnosetabel geselecteerd kunnen worden.

Op As 4 worden psychosociale factoren en omgevingsfactoren vastgelegd die een duidelijk zorgverzwarende factor vormen bij de behandeling van de primaire diagnose. Registreer ‘diagnose of aandoening niet aanwezig’ als er geen As 4-factor aanwezig is. Tabel 4 geeft deze factoren weer.

Ten slotte registreert de hoofdbehandelaar op As 5 de Global Assessment of Functioning-score (GAF-score) driemaal:

Bij openen (tweemaal):

De hoogste GAF-score van de voorgaande 365 dagen. Is er geen eerdere GAF-score? Registreer dan de GAF-score bij het begin van de behandeling of maak een inschatting van de hoogste GAF-score van het afgelopen jaar.

De GAF-score op het moment van openen van de dbbc.

Bij sluiten: de GAF-score op de einddatum van de dbbc.

De verdeling van de GAF-scores zoals deze wordt gebruikt in de dbbc-systematiek is weergegeven in Tabel 5.

3.1.3.8. Registreren primaire diagnose

Nadat de diagnose op alle assen is geregistreerd, kan worden aangegeven wat de primaire diagnose is. De primaire diagnose is de belangrijkste reden voor de behandeling. Deze is gekoppeld aan het zorgtraject. Alleen een diagnose op As 1 of As 2 kan worden geselecteerd als primaire diagnose. Wanneer de primaire diagnose van een openstaande initiële dbbc wijzigt en de nieuwe primaire diagnose valt in een andere hoofdgroep, dan moeten het zorgtraject en bijbehorende dbbc worden gesloten en wordt opnieuw een initiële dbbc geopend.

Let op:

De primaire diagnose kan niet een van de volgende codes zijn: ‘799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld’ of ‘V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig’.

Als er bij een diagnose op As 2 ‘Trekken van.’ wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose.

De eventuele code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2).

V-codes kunnen als primaire diagnose gekozen worden.

Een vervolg-dbbc heeft altijd precies dezelfde primaire diagnose als de voorgaande (initiële) dbbc. Deze diagnose kan niet worden aangepast.

Dit betekent dat als de primaire diagnose in dezelfde hoofdgroep valt als bij de voorgaande dbbc, maar niet precies hetzelfde is, een initiële dbbc geopend moet worden voor het behandelen van de nieuwe diagnose.

Als de primaire diagnose van een openstaande initiële dbbc wijzigt wordt de diagnose van die initiële dbbc aangepast. Er wordt dus géén nieuwe initiële dbbc (en geen nieuw zorgtraject) geopend. Dit geldt zowel bij wijzigingen naar een diagnose binnen dezelfde hoofdgroep als naar een diagnose in een andere hoofdgroep. Een uitzondering geldt op dit punt bij stepped care. Als eerst één diagnose wordt behandeld en vervolgens de behandeling van een tweede diagnose wordt ingezet, mag voor de behandeling van de tweede diagnose een nieuwe initiële dbc worden geregistreerd.

3.1.3.9. Omgaan met meerdere primaire diagnoses

Het is mogelijk dat bij een patiënt meerdere (primaire) diagnoses worden vastgesteld. Afhankelijk van hoe de diagnoses zich tot elkaar verhouden kan worden gekozen voor parallelle of opeenvolgende zorgtrajecten.

Parallelle zorgtrajecten mogen niet in eenzelfde diagnosehoofdgroep vallen. Zie hiervoor ook artikel 3.1.3.9 van deze nadere regel. Onder diagnosehoofdgroep verstaan we een combinatie tussen de hoofdgroepen zoals deze in de DSM-IV-TR worden aangeduid, en de diagnosehoofdgroepen zoals opgenomen in de prestatiecode. In bovenstaande tabel wordt aangegeven welke hoofdgroepen ontstaan wanneer deze combinatie tussen DMS-IV-TR en de prestatiecode wordt gemaakt. In totaal zijn er voor de fz 23 hoofdgroepen.

Voorwaarden parallelle zorgtrajecten:

Een patiënt kan binnen één instelling maximaal drie openstaande zorgtrajecten hebben.

Bij initiële parallelle dbbc’s en bijbehorende zorgtrajecten is het een voorwaarde dat de primaire diagnoses een verschillende parallelliteitscode kennen. Zie Tabel 6.

Voor behandeling bij elektroconvulsie therapie (ect) geldt een uitzondering op de genoemde voorwaarden voor parallelle trajecten. Als er sprake is van een behandeling in combinatie met ect door twee zorgaanbieders, is het toegestaan om twee zorgtrajecten met dezelfde diagnosehoofdgroep (zoals opgenomen in tabel 6) te declareren. De uitzondering voor ect wordt gemaakt om praktische beperkingen in het declareren van deze zorg weg te nemen.

Daarnaast geldt een uitzondering als ambulante behandeling gelijktijdig met proefverlof of voorwaardelijke beëindiging wordt ingezet.

In het geval van forensisch psychiatrisch toezicht (fpt) en een gelijktijdig openstaand regulier zorgtraject, is het niet nodig dat de primaire diagnose van beide zorgtrajecten verschilt. Tijdens de fasen proefverlof en voorwaardelijke beëindiging kan gelijktijdig met het fpt of een time-out tijdens het fpt ook ambulante behandeling plaatsvinden. Hiervoor worden een apart zorgtraject en initiële dbbc geopend met het zorgtype ‘tbs met proefverlof’ (tijdens de fase proefverlof) of zorgtype ‘Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege’ (tijdens de fase voorwaardelijke beëindiging).

Seriële (opeenvolgende) zorgtrajecten

Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de hoofdbehandelaar eerst een initiële dbbc en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de hoofdbehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële dbbc en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van opeenvolgende zorgtrajecten. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.

Let op: De voorwaarde voor opeenvolgende dbbc’s en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.

Voorbeeld:

Een patiënt heeft een alcoholverslaving en een depressie. Is de alcoholverslaving de aandoening die het meest dringend moet worden behandeld, dan opent de hoofdbehandelaar daarvoor een initiële dbbc met de alcoholverslaving als primaire diagnose. Als de patiënt voor de alcoholverslaving is uitbehandeld, opent hij een nieuw zorgtraject met een nieuwe initiële dbbc met depressie als primaire diagnose.

3.1.4. Registreren

Alle activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de zorg voor een patiënt moeten worden geregistreerd op een dbbc.

Registratie kan plaatsvinden door middel van het registreren van tijd op een bepaalde activiteit, en in sommige gevallen door het registreren van een aantal van een specifieke overige deelprestaties.

Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit.

Op een dbbc kunnen activiteiten op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. Deze categorieën worden hieronder apart besproken.

3.1.4.1. Wie mogen registreren?

Alleen behandelaren waarvan het beroep op de openingsdatum van de dbbc is opgenomen in de dbbc-Beroepentabel (Bijlage 5: Dbbc-beroepentabel) mogen op de dbbc diagnostiek en behandeling registreren zoals beschreven in de Activiteitenlijst (Bijlage 4 en 4a: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 4A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen).

3.1.4.2–3.1.4.10. Diagnostiek en behandeling registreren

Er kunnen verschillende vormen van tijd worden geregistreerd: direct patiëntgebonden tijd, indirect patiëntgebonden tijd en indirect patiëntgebonden reistijd.

Patiëntgebonden activiteiten omvatten de activiteiten die een behandelaar uitvoert in het kader van de diagnostiek en behandeling van een specifieke patiënt.

Let op: Niet-patiëntgebonden activiteiten kan de behandelaar niet op een dbbc registreren. Dit zijn activiteiten zoals: scholing, algemene vergaderingen, intervisies over het functioneren van collega’s, productontwikkeling en het lezen van vakliteratuur.

3.1.4.4. Directe tijd, indirecte tijd en reistijd

De behandelaar moet bij het registreren van patiëntgebonden activiteiten aangeven of het om directe of indirecte (reis)tijd gaat. In de activiteiten- en verrichtingenlijst staat per activiteit aangegeven welke vormen van tijd geregistreerd mogen worden.

Dit is de tijd waarin een behandelaar, in het kader van de diagnostiek of behandeling11Dit betekent dat alleen tijd geregistreerd kan worden als het een behandelcontact is in het kader van het behandelplan van de patiënt. Bijpraten, koffiedrinken of het maken van een afspraak met het systeem van de patiënt valt hier bijvoorbeeld niet onder. contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt. Direct patiëntgebonden tijd kan bestaan uit:

face-to-face contact

telefonisch contact

schriftelijk/e-mail contact

direct contact via internet (chatten, Skype etc.)

een initiële dbbc moet altijd direct patiëntgebonden tijd van een hoofdbehandelaar bevatten

Dit betreft tijd die de behandelaar besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct patiëntgebonden tijd), maar waarbij de patiënt (of het systeem van de patiënt) zelf niet aanwezig is. Voorbeelden van indirect patiëntgebonden tijd zijn:

het voorbereiden van een activiteit (bijvoorbeeld van een sessie psychotherapie);

verslaglegging in het kader van de activiteit (bijvoorbeeld psychiatrisch onderzoek);

hersteltijd na een intensieve behandelsessie.

Dit betreft tijd die de behandelaar besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de instelling behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt. De behandelaar mag alleen reistijd registreren als de reistijd in het teken staat van direct patiëntgebonden activiteiten. Uitzondering hierop zijn de algemeen indirecte contacten ‘no show’, ‘activiteiten i.v.m. juridische procedures’ en ‘overleg met derden’. Deze activiteiten kunnen ook in combinatie met reistijd worden geregistreerd – maar alléén als deze reistijd niet via een andere financieringsbron vergoed wordt.

Let op: Tijd om binnen de eigen organisatie (AGB-code) de patiënt te bereiken mag niet geregistreerd worden als reistijd. Ook niet als de zorginstelling over meerdere locaties beschikt.

Deze tijd is wel patiëntgebonden maar heeft geen betrekking op de uitvoering van een directe behandelactiviteit. Algemeen indirecte tijd wordt bijvoorbeeld geregistreerd bij een multidisciplinair overleg of bij de eindverslaglegging van een behandeltraject. Het betreft de activiteiten met code 7.x.

Let op: Het is niet toegestaan om dbbc’s met alleen indirecte tijd te declareren, met uitzondering van de dbbc forensisch psychiatrisch toezicht (fpt). Dit betekent dat er altijd directe tijd geleverd moet worden om de dbbc te declareren. Dit geldt voor zowel de initiële dbbc’s als de vervolg-dbbc. Daarnaast geldt dat er in een initiële dbbc altijd directe tijd door een hoofdbehandelaar moet zijn geregistreerd.

Behandelaren mogen beginnen met registreren zodra de dbbc geopend is. Registreren van diagnostiek- en behandelactiviteiten kan direct na het uitvoeren van de activiteit of op een later moment. Behandelaren moeten bij het registreren gebruik maken van de codes die op de registratiedatum in de activiteiten- en verrichtingenlijst staan.

Tip: Het beste is de behandelactiviteiten zo snel mogelijk na uitvoering te registreren. Dit bevordert de betrouwbaarheid en juistheid van de geregistreerde activiteiten.

Let op: Als er sprake is van parallelle zorgtrajecten, dan moet de behandelaar de geboden zorg registreren op de dbbc waarop deze betrekking heeft.

Instellingen mogen op hun eigen manier invulling geven aan het registreren van de werkelijk bestede tijd. Bijvoorbeeld door de registratie te koppelen aan het elektronisch patiëntendossier (epd) of een planningsmodule. Het is ook toegestaan om standaardtijden of normtijden12De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de normtijden en herijken/updaten hiervan. per activiteit vast te stellen.

Het hangt van de situatie af of activiteiten in een klinische setting geregistreerd mogen worden. Immers, activiteiten in het kader van 24-uurscontinuiteitszorg mogen niet als patiëntgebonden tijd geregistreerd worden. De kosten van de zorg van sommige beroepen zitten namelijk al in het tarief van verblijf versleuteld.

Aan het registreren van diagnostiek en behandeling is een aantal bijzonderheden verbonden zie ook Tabel 7.

3.1.4.6. Behandeltijd aan het systeem van de patiënt

Tijdens een behandeling kan ook behandeltijd besteed worden aan het ‘systeem’ van de patiënt. Met het systeem worden de familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten van de patiënt bedoeld. Registreer deze bestede (in)directe tijd, in het kader van de behandeling van de diagnose/aandoening van de patiënt, op de dbbc van de betreffende patiënt. Tijdsbesteding aan het systeem kan zowel met als zonder aanwezigheid van de patiënt plaatsvinden. Tevens kan het zowel individueel als in een groep plaatsvinden. Hierdoor kent een deel van de behandelactiviteiten zes varianten. In Tabel 7 staan de verschillende varianten toegelicht.

3.1.4.7. Meerdere behandelvormen tegelijkertijd

Het kan voorkomen dat de behandelaar tijdens één sessie met een patiënt meerdere behandelvormen toepast, bijvoorbeeld het toepassen van farmacotherapie en psychotherapie. De behandelaar verdeelt dan de bestede tijd naar verhouding over deze behandelvormen.

3.1.4.8. Groepstherapie

Wanneer een patiënt groepstherapie krijgt waarbij twee of meer mensen tegelijkertijd behandeld worden, deelt de behandelaar de bestede tijd door het aantal deelnemers in de groepstherapie. Dus bij een behandeling van 160 minuten waaraan acht patiënten deelnemen, registreert de behandelaar 20 minuten op de dbbc van een patiënt.

3.1.4.10. Onderlinge dienstverlening

De hoofdbehandelaar (opdrachtgever) kan een gespecialiseerde behandelaar uit een andere zorginstelling inschakelen (opdrachtnemer), bijvoorbeeld voor het uitvoeren van een psychodiagnostisch onderzoek. In dat geval opent de opdrachtnemer geen eigen dbbc voor de patiënt, maar de hoofdbehandelaar registreert de activiteiten die de opdrachtnemer heeft uitgevoerd op de openstaande dbbc van de patiënt. De bestede tijd moet wel op naam van de opdrachtnemer op de dbbc geregistreerd worden. De opdrachtgever betaalt vervolgens de opdrachtnemer buiten de dbbc-systematiek om. De dbbc wordt na sluiting gedeclareerd. De reden voor deze werkwijze is dat alle bestede zorg voor de behandeling van een diagnose binnen één dbbc geregistreerd wordt.

Als een zorgaanbieder een deel van de zorg uitbesteedt voor een patiënt met een lopend zorgtraject, blijft de opdrachtgevende zorgaanbieder verantwoordelijk voor de verlening en declaratie van deze zorg.

Let op: het tarief voor prestaties in het kader van onderlinge dienstverlening is vrij en moet onderling bepaald worden door de uitvoerende en opdracht gevende zorgaanbieder.

1 Wanneer in een groep tijd aan het systeem wordt besteed, gelden dezelfde registratieregels als bij groepstherapie.

3.1.4.11 – 3.1.4.17 Dagbesteding registreren

Het doel van dagbesteding is het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt.

Binnen de fz is van belang dat de dagbesteding altijd plaatsvindt in het kader is van de (psychiatrische) behandeling en is

terug te vinden in het behandelplan van de patiënt, dat is opgesteld door de behandelaar.

Dagbesteding is dus niet:

een reguliere dag structurering die in een 24-uurs verblijfssituatie wordt geboden;

een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke.

Dagbesteding in de fz wordt met ingang van 1 januari 2013 geregistreerd als een overige deelprestatie. Hiervoor geldt een maximumtarief per patiënt per uur

Iedereen onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar kan binnen de dbbc dagbesteding registreren.

Registreren van dagbesteding kan direct nadat de patiënt dagbesteding heeft gekregen. Er moet bij het registreren van dagbesteding gebruik worden gemaakt van de codes die op de openingsdatum van de dbbc in de activiteiten- en verrichtingenlijst staan.

Tip: Het beste is om de dagbesteding zo snel mogelijk na afloop te registreren. Dit bevordert de betrouwbaarheid en juistheid van de geregistreerde dagbesteding.

3.1.4.12. Wat registreren bij dagbesteding

De behandelaar registreert het aantal uren dat de patiënt dagbesteding krijgt. In de dbbc-systematiek worden de volgende vormen van dagbesteding onderscheiden:

Let op:

Het schrijven van tijd is anders voor dagbesteding dan voor diagnostiek- en behandelactiviteiten. De registratie van diagnostiek- en behandelactiviteiten gebeurt in minuten en de registratie van dagbesteding gebeurt in uren.

3.1.4.15. Registreren van dagbesteding

De volgende voorwaarden gelden bij het registreren van dagbesteding:

Tijdens dagbesteding mag de behandelaar géén direct patiëntgebonden behandelactiviteiten registreren. Tijdens de dagbesteding worden patiënten namelijk niet behandeld of verpleegd.

Dagbesteding mag tegelijkertijd geregistreerd worden met verblijfsdagen.

Er kan alleen dagbesteding geregistreerd worden als de patiënt ook daadwerkelijk aanwezig is.

Er zijn voor elk type dagbesteding twee activiteiten beschikbaar: één als het een laag beveiligingsniveau betreft, en één voor een midden, hoog of zeer hoog beveiligingsniveau.

3.1.4.18 – 3.1.4.23. Verblijf registreren

3.1.4.18. Wie registreert verblijf?

Alleen behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbbc is opgenomen in de dbbc-beroepentabel, mogen binnen de dbbc verblijfsdagen registreren.

Behandelaren moeten bij het registreren gebruik maken van de activiteitencodes die op de openingsdatum van de dbbc in de activiteiten- en verrichtingenlijst staan. Elke verblijfsdag moet een unieke registratiedatum hebben. Het is dus niet toegestaan om aan het einde van de looptijd van de dbbc het totale aantal verblijfsdagen van meerdere opnameperiodes onder één code te registreren.

Er wordt binnen de dbbc-systematiek onderscheid gemaakt tussen het registreren van behandelactiviteiten en van verblijf. Bij de registratie van een verblijfsprestatie gaat het om een ‘kale verblijfsdag’. In het tarief van een verblijfsprestatie is wel meegenomen dat een patiënt eten en drinken ontvangt en wordt verpleegd en verzorgd, maar niet dat een patiënt wordt behandeld. De behandelactiviteiten tijdens een verblijfsdag moeten dus apart geregistreerd worden.

3.1.4.20 De verblijfssoort vaststellen

Bij het registreren van een verblijfsdag moet altijd de verblijfssoort13Voor extreem vlucht- en beheersgevaarlijke (EVBG) TTT-patiënten geldt een extra opslag voor verblijf (deze opslag geldt per patiënt per verblijfsdag).worden genoteerd. Het vaststellen van de verblijfssoort gebeurt in drie stappen:

Naast de inzet van verzorgend opvoedkundig en verplegend (VOV-personeel) voorziet de productstructuur voor verblijf in beschrijving van de verblijfszorg. Voor de keuze van de deelprestatie van verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Op basis van de zorgvraag van de patiënt is van de 28 prestaties van verblijf degene van toepassing die het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg.

Er zijn vier beveiligingsniveaus gedefinieerd:

Beveiligingsniveau 1: (zeer) laag

Beveiligingsniveau 2: gemiddeld (laag en hoog)

Beveiligingsniveau 3: hoog

Beveiligingsniveau 4: zeer hoog

Op basis van het voor de patiënt benodigde beveiligingsniveau wordt een keuze gemaakt uit de niveaus zoals die in bijlage 5 beschreven staan.

1 Voor beveiligingsniveau 2 geldt voor zorg, geleverd aan personen die een indicatie ‘sglvg+’hebben en verblijven in een setting die voldoet aan de omschrijving ‘sglvg+’, geldt een nhc-toeslag. Voor de omschrijving ‘sglvg+’: zie bijlage 6.

De verblijfssoort ‘A1’ vertegenwoordigt dus een beveiligingsniveau 1 in combinatie met een lichte verzorgingsgraad; verblijfssoort ‘G4’ staat voor de combinatie tussen een beveiligingsniveau 4 en een zeer intensieve verzorgingsgraad.

3.1.4.21. Verblijf registreren als de patiënt niet aanwezig is

Verblijf wordt geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid. Dagen dat de patiënt afwezig is, mogen niet worden geregistreerd als verblijfsprestatie, met uitzondering van de hieronder beschreven gevallen. Uitgangspunt daarbij is dat kosten die gemaakt worden, ook gedeclareerd kunnen worden:

Als er sprake is van onbegeleid, transmuraal of begeleid verlof mogen deze afwezigheidsdagen geregistreerd worden als dagen die passen bij de verblijfssoort die feitelijk wordt geleverd. Er is geen maximum gesteld aan het aantal dagen dat in dit geval geregistreerd mag worden. Deze situatie geldt alleen voor de forensische zorgtitels ‘tbs met dwangverpleging (artikel 37a Sr jo. 37b Sr) ‘, ‘Overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis (14 Bvt)’ en ‘Tijdelijke plaatsing ter observatie in psychiatrisch ziekenhuis (13 Bvt).16Conform verlofbeleidskader TTT.

Vergoeding aan forensische zorgaanbieders

Deze nadere regel geldt alleen voor de forensische zorgtitels ‘tbs met dwangverpleging (art. 37a Sr jo. 37b Sr)’, ‘tbs met proefverlof (art. 51 Bvt)’, ‘Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege (art 38 g Sr)’ en ‘tbs met voorwaarden (art. 38a Sr).’17Wanneer de situatie voorkomt (bijv. bij onderaanneming of bij geïntegreerde instellingen) dat er door twee zorgaanbieders of twee locaties van één zorgaanbieder, op dezelfde dagen, verblijfsdagen geregistreerd moeten worden op dezelfde dbbc kunt u contact opnemen met Divisie Forensische Zorg van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Voor instellingen voor forensische zorg geldt dat als een patiënt in het kader van een time-out tijdelijk wordt teruggeplaatst in een fpc, de afwezigheidsdagen geregistreerd mogen worden op de verblijfssoort die op het moment van overplaatsing of time-outplaatsing van toepassing is. Het gaat om een periode van zeven weken die maximaal nog eens met zeven weken verlengd kan worden. Als er sprake is van meerdere niet aaneengesloten crisisperioden per jaar, die korter zijn dan de tweemaal zeven weken, dan geldt dat er per tbs-gestelde maximaal 14 weken per kalenderjaar vergoeding plaatsvindt voor afwezigheidsdagen in een dergelijke situatie. De zorgverzekeraar vergoedt een zorgaanbieder tijdens een time-out dus maximaal 14 weken per jaar.18Hieraan stelt de zorgverzekeraar geen verdere eisen of beperkingen.

Deze nadere regel geldt voor gedetineerden die in een zorginstelling zijn geplaatst en voor wie een tijdelijke terugplaatsing in de PI nodig is. De terugplaatsing is geen sanctie, maar onderdeel van de behandelstrategie wanneer de gestelde voorwaarden zijn overtreden of de behandelrelatie onder druk is komen te staan. In dit geval mogen maximaal 14 dagen geregistreerd worden en moet het bed beschikbaar blijven voor de gedetineerde. Deze situatie is alleen van toepassing op de forensische zorgtitels ‘ISD met voorwaarden (art. 38p lid 5 Sr)’, ‘ISD (art. 38m Sr)’, ‘Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis van een gedetineerde met toepassing van artikel 15 lid 5 van de Pbw’, ‘Overbrenging van een gedetineerde op basis van artikel 43 lid 3 van de Pbw’ en ‘Penitentiair programma met zorg (art. 15 lid 2 Pbw)’.

Als een patiënt niet op tijd voor een geplande opname bij de kliniek wordt gebracht om een reden die door de zorgaanbieder niet te beïnvloeden is en er een bed voor hem is vrij gehouden, is er sprake van ‘no-show klinisch’. Deze activiteit is opgenomen in de activiteiten- en verrichtingenlijst. Daarnaast moet óók de juiste verblijfssoort worden geregistreerd, omdat daaraan de kosten zijn verbonden. Wanneer bijvoorbeeld een patiënt niet naar de locatie wordt gebracht en er is een bed vrijgehouden vallend onder verblijfssoort categorie B3 (beperkte verzorgingsgraad/hoog beveiligingsniveau), dan registreert de zorgaanbieder ‘No-show klinisch; 1 dag’ en ‘Verblijfssoort categorie B3; 1 dag’. Aan het registreren van een ‘No-show klinisch’ is een maximum gekoppeld van één dag per opname.

Wanneer de patiënt niet terugkomt na verlof (onttrekking) mag er maximaal één dag van de passende verblijfssoort worden geregistreerd.19Conform handleiding P&C forensisch psychiatrische centra.

3.1.4.24–3.1.4.27. Overige deelprestaties

Binnen de zorgcategorie verrichtingen wordt een onderscheid gemaakt tussen elektroconvulsietherapie (ect), ambulante methadonverstrekking (amv), forensisch psychiatrisch toezicht (fpt) en dagbesteding.

3.1.4.25. Elektroconvulsietherapie

Bij elektroconvulsietherapie (ect) moet de behandelaar niet alleen de tijd registreren die hij aan deze activiteit besteedt, maar ook het aantal behandelingen ect. De behandeling kan namelijk niet geheel bekostigd worden met de vergoeding voor de geschreven behandeltijd. Aan de verrichting ect zijn de volgende kosten toegerekend: materiële kosten (zoals afschrijving, onderhoud van ect-apparatuur en overige materialen), loonkosten van betrokken behandelaren die niet op de beroepentabel staan (zoals de anesthesist, anesthesieverpleegkundige en verkoeververpleegkundige) en de tijd die een patiënt na de behandeling door brengt op de verkoeverkamer.

Als er sprake is van ect, dan bevat de dbbc dus altijd twee zaken:

Verrichting ect: het aantal behandelingen ect wordt geregistreerd volgens de activiteiten- en verrichtingenlijst;

Activiteit elektroconvulsietherapie: beroepen die voorkomen op de beroepentabel registreren de bestede tijd met behulp van de activiteitcode voor ect (Behandeling → Fysische therapie → Elektroconvulsietherapie).

Is dat niet het geval, dan valt de dbbc uit in de validatie.

3.1.4.26. Ambulante verstrekking van methadon

Bij de verstrekking van methadon aan ambulante patiënten moet de behandelaar niet alleen de tijd registreren die hij aan deze activiteit besteedt, maar ook het aantal verstrekkingen van methadon per kalendermaand. De behandeling kan namelijk niet geheel bekostigd worden met de vergoeding voor de geschreven behandeltijd. Het tarief van de verrichting ‘ambulante methadon’ is vastgesteld op basis van de gemiddelde inkoopprijs voor het medicijngebruik en is een vergoeding voor de medicijnkosten van de stof methadon per maand.

Bij de verstrekking van methadon moeten er dus twee zaken geregistreerd worden:

Verrichting ambulante methadon: de behandelaar moet het aantal ambulante verstrekkingen van methadon registreren. Dit is één verrichting per maand ongeacht de hoeveelheid methadon en frequentie van de verstrekkingen.

Activiteit farmacotherapie: bij de ambulante verstrekking van Methadon moet de behandelaar de bestede tijd registreren op de activiteit ‘farmacotherapie’.

Is dat niet het geval, dan valt de dbbc uit in de validatie.

Let op: Klinische verstrekking van methadon kan niet worden gedeclareerd. De kosten van klinisch verstrekte methadon worden versleuteld in het tarief van verblijfsdagen.

3.1.4.27. Forensisch psychiatrisch toezicht (fpt)

Op een vervolg-dbbc met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ en ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’ mogen activiteiten geregistreerd worden die in verband staan met de begeleiding tijdens het forensische psychiatrisch toezicht. De behandelaar moet steeds twee zaken registreren:

De verrichting fpt kan geregistreerd worden om de kosten te vergoeden van de behandel- en begeleidingsactiviteiten en verrichtingen die in het kader van het fpt door een fpc uitgevoerd worden. De verrichting kan geregistreerd worden per patiënt per dag dat een vervolg-dbbc met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ of ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’ geopend is.20Om de behandel- en begeleidingsactiviteiten en verrichtingen die in het kader van het fpt door een fpc uitgevoerd worden te mogen vergoeden, moeten inkoopafspraken met de zorgverzekeraar worden gemaakt. Het fpc kan dan een dbbc met het zorgtype ‘fpt’ openen en voor elke dag een verrichting fpt registreren.

Let op:

Als er tijdens de fase proefverlof of fase voorwaardelijke beëindiging een time-out optreedt, dan moet de dbbc met het zorgtype fpt gesloten worden en mag er dus geen verrichting fpt per dag geregistreerd worden.

Een behandelaar moet de activiteiten registreren die uitgevoerd worden in het kader van de fpt van een specifieke patiënt. Het verschilt per zorgtype welke activiteiten wel en niet geregistreerd kunnen worden. In tabel 9 is aangegeven welke activiteiten geregistreerd mogen worden op een dbbc met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ of ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’.

Als er geen sprake is van een time-out en de patiënt dus buiten het fpc verblijft, kunnen er geen verblijfsdagen geregistreerd worden. Wanneer de patiënt wordt teruggeplaatst binnen het fpc vanwege een time-out mogen er wel verblijfsdagen geregistreerd worden. Tijdens de fase proefverlof gebeurt dat op een nieuw te openen dbbc ‘tbs met proefverlof’ en tijdens de fase voorwaardelijke beëindiging op een nieuw te openen dbbc met het zorgtype ‘Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege’.

Tijdens de fasen proefverlof en voorwaardelijke beëindiging mogen er, met het optreden van een time-out, geen verrichtingen fpt geregistreerd worden.

3.1.4.28. Toeslag tolk gebarentaal/communicatiespecialist (ttgc)

Deze verrichting is bedoeld om de kosten te dekken die betrekking hebben op de inzet van de tolk gebarentaal / communicatiespecialist. De verrichting mag maar één keer per dbbc geregistreerd worden.

Deze prestatie mag worden gedeclareerd indien er zorg geleverd wordt aan patiënten met een auditieve beperking en waarvoor de inzet van een tolk gebarentaal / communicatiespecialist noodzakelijk is. Het gaat hierbij om vroegdoven, plots-en laatdoven, slechthorenden, doofblinden en patiënten met een gehoorstoornis als tinnitus, hyperacusis, ziekte van ménière of auditieve verwerkingsproblemen

3.1.5. Sluiten

3.1.5.1. Wie sluit de dbbc?

Iedereen onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar mag een dbbc sluiten.

3.1.5.2. Waarop controleren bij afsluiting?

Bij het afsluiten van een dbbc moet de hoofdbehandelaar deze controleren (of laten controleren onder zijn of haar verantwoordelijkheid) op de volgende punten:

de dbbc is ingevuld conform deze nadere regel

de dbbc bevat de juiste informatie

de typering is ingevuld

de diagnose is ingevuld

de GAF-score is ingevuld

er is een geldige sluitreden gebruikt

Als één of meer van bovenstaande punten niet of niet correct is ingevoerd, mag de dbbc niet worden afgesloten.

Let op: Als de dbbc wordt gesloten met sluitreden 5, kan de dbbc zonder weergave van een diagnoseclassificatie en gevaartypering afgesloten worden.

3.1.5.3. Afsluitredenen

Het zorgtraject moet gesloten worden wanneer een patiënt 365 dagen niet in zorg is geweest. Het zorgtraject moet dus 365 dagen na sluitingsdatum van de laatste dbbc gesloten worden.

Artikel 4. Zzp’s

4.3.10. Informatiebepalingen

De specificaties van het plaatsingsbesluitnummer zijn als volgt:

De vorm is negen tekens alfanumeriek.

De plaatsingsbesluitnummers staan in de webapplicatie ‘Informatievoorziening fz’ (Ifzo).

Als er een plaatsingsbesluitnummer is aangeleverd aan de zorgaanbieder dan is het invullen ervan op de factuur verplicht.

Het plaatsingsbesluitnummer wordt beheerd door het Ministerie van JenV.

Bijlage 2. Zorgtypen

Initiële en vervolg-dbbc’s Initiële en vervolg-dbbc’s Initiële en vervolg-dbbc’s
Code initieel Code vervolg Zorgtype
121 221 Strafrechtelijke machtiging (art. 37 jo. 39 Sr)
122 222 tbs met dwangverpleging (art. 37a jo. 37b Sr)
123 223 Overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis (art. 14 Bvt)
124 224 Tijdelijke plaatsing ter observatie in psychiatrisch ziekenhuis (art. 13 Bvt)
125 225 tbs met proefverlof (art. 51 Bvt)
126 226 Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege (art. 38 g Sr)
127 227 tbs met voorwaarden (art. 38a Sr)
128 228 Voorwaardelijke veroordeling (art. 14a Sr)
129 229 Sepot met voorwaarden (art. 167 Sv)
130 230 Schorsing voorlopige hechtenis met voorwaarden (art. 80 Sv)
131 231 Voorwaardelijke gratieverlening (art. 13 Gratiewet jo. 558 Sv)
132 232 Plaatsing t.b.v. pro-justitia rapportage (art. 196/ 317 Sv)
133 233 Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis van een gedetineerde met toepassing van artikel 15 lid 5 van de Pbw
134 234 Overbrenging van een gedetineerde op basis van artikel 43 lid 3 van de Pbw
135 235 ISD met voorwaarden (art. 38p lid 5 Sr)
136 236 ISD (art. 38 m Sr)
137 237 Penitentiair programma met zorg (art. 15 lid 2 Pbw)
138 238 Interne overplaatsing op zorgafdeling in het gevangeniswezen (art. 15 Pbw)
140 240 Poliklinische verrichtingen door GGZ in het gevangeniswezen
141 241 Voorwaardelijke Invrijheidsstelling met bijzondere voorwaarden (art. 15a Sr)
142 242 Strafbeschikking met aanwijzingen (art. 257A Sv lid 3)
143 243 Voorgenomen indicatiestelling
144 244 Fpt proefverlof
145 245 Fpt voorwaardelijke beëindiging
146 Verdiepingsdiagnostiek
148 248 Bevel voorlopige verpleging (art 509i Sv)
149 249 Bevel aanhouding (art 509h Sv)
151 251 Zelfstandige gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38z Sr jo. Art. 38ab Sr).

Een dbbc met dit zorgtype bevat activiteiten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Er wordt geen dbbc geopend voor patiënten jonger dan 16 jaar.

‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’ kunnen geen dbbc openen met zorgtype tbs met dwangverpleging. Een dbbc met dit zorgtype kan niet geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar.

‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’ kunnen geen dbbc met dit zorgtype openen. Er kan geen dbbc geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar. Daarnaast moet er bij een initiële dbbc activiteiten geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep.

‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’ kunnen geen dbbc met dit zorgtype openen. Een initiële dbbc met dit zorgtype moet een opname bevatten en er moeten activiteiten geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Daarnaast kan zowel een initiële als een vervolg-dbbc met dit zorgtype niet geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar.

Bij een initiële dbbc met tbs met proefverlof moeten activiteiten geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Daarnaast kan zowel een initiële als een vervolg-dbbc met dit zorgtype niet geopend worden bij patiënten jonger dan 16 jaar of door ‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’.

Een initiële of vervolg-dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Daarnaast kan zowel een initiële als een vervolg-dbbc met dit zorgtype niet geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar of door ‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’.

Wanneer er sprake is van een strafrechtelijke titel tbs met voorwaarden, moet een dbbc geopend worden met dit zorgtype. Een initiële of vervolg-dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Daarnaast kan zowel een initiële als een vervolg-dbbc met dit zorgtype niet geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar of door ‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Er wordt geen dbbc geopend voor patiënten jonger dan 16 jaar.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Er wordt geen dbbc geopend voor patiënten jonger dan 16 jaar.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Er wordt geen dbbc geopend voor patiënten jonger dan 16 jaar.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Er wordt geen dbbc geopend voor patiënten jonger dan 16 jaar.

Een initiële of vervolg-dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep en mag niet worden geopend voor patiënten onder de 16 jaar. Ook mag een dbbc met dit zorgtype niet meer dan 49 dagen verblijf bevatten.

Voor een dbbc met dit zorgtype gelden geen extra voorwaarden.

Voor een dbbc met dit zorgtype gelden geen extra voorwaarden.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Er wordt geen dbbc geopend voor patiënten jonger dan 16 jaar.

Voor een dbbc met dit zorgtype gelden geen extra voorwaarden.

Voor een dbbc met dit zorgtype gelden geen extra voorwaarden.

Een initiële of vervolg-dbbc met dit zorgtype moet opnamedagen bevatten. Ook moet een initiële dbbc met dit zorgtype activiteiten bevatten die door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep geregistreerd zijn.

Voor een dbbc met dit zorgtype gelden geen extra voorwaarden.

Voor een dbbc met dit zorgtype gelden geen extra voorwaarden.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Er wordt geen dbbc geopend voor patiënten jonger dan 16 jaar.

De voorgenomen indicatiestelling biedt de mogelijkheid om een patiënt naar fz toe te leiden terwijl er (nog) geen sprake is van een strafrechtelijke titel. Deze nadere regel is bedoeld voor situaties waar escalatie dreigt in de (thuis)situatie en kan alleen worden geïndiceerd door de reclassering. De zorgvormen waarnaar in deze situaties kan worden toe geleid, beperken zich tot die waarvoor de reclassering mag indiceren: ambulante zorg en RIBW.

Dit zorgtype is van toepassing wanneer de behandeling van een tbs-patiënt zich in de fase proefverlof bevindt. Binnen een initiële of vervolg-dbbc met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ worden contacten geregistreerd waarbij een patiënt doorgaans niet in het fpc verblijft. Als een patiënt overgaat naar een andere fase of overgaat naar reguliere behandeling, moet de dbbc met dit zorgtype gesloten worden. dbbc’s met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ kunnen geen verblijfsdagen bevatten. Er kan elke dag een verrichting fpt worden geregistreerd op een dbbc met dit zorgtype.

Dit zorgtype is van toepassing wanneer de behandeling van een tbs-patiënt zich in de fase voorwaardelijke beëindiging bevindt. Binnen een vervolg-dbbc met het zorgtype ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’ worden contacten geregistreerd waarbij een patiënt doorgaans niet in het fpc verblijft. Als een patiënt overgaat naar een andere fase of overgaat naar reguliere behandeling, moet de vervolg-dbbc met dit zorgtype gesloten worden. Vervolg-dbbc’s met het zorgtype ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’ kunnen geen verblijfsdagen bevatten. Er kan elke dag een verrichting fpt worden geregistreerd op een vervolg-dbbc met dit zorgtype.

Verdiepingsdiagnostiek is, naast de voorgenomen indicatiestelling, ook een manier om een patiënt naar fz toe te leiden zonder dat er sprake is van een strafrechtelijke titel. Verdiepingsdiagnostiek wordt ingezet bij verdachten waarbij er aanwijzingen zijn van psychische problemen, verslavingsproblematiek, een verstandelijke beperking of een combinatie ervan. Bij deze verdachten wordt door een forensische polikliniek psychologisch en/of psychiatrisch diagnostisch onderzoek uitgevoerd. Een dbbc met dit initiële zorgtype moet minimaal directe tijd bevatten op diagnostische activiteiten. Hiernaast mogen activiteiten op pre-intake, intake en/of algemeen indirecte tijd worden geregistreerd. Deze activiteiten moeten worden geregistreerd door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep en een dbbc met dit zorgtype mag niet worden geopend voor patiënten onder de 16 jaar.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. ‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’ kunnen geen dbbc openen met zorgtype Bevel voorlopige verpleging. Een dbbc met dit zorgtype kan niet geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar. Een dbbc met dit zorgtype moet verblijfsdagen bevatten.

Een dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. ‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’ kunnen geen dbbc openen met zorgtype Bevel aanhouding. Een dbbc met dit zorgtype kan niet geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar. Een dbbc met dit zorgtype moet verblijfsdagen bevatten.

Wanneer er sprake is van een strafrechtelijke titel zelfstandige gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, moet een dbbc geopend worden met dit zorgtype. Een initiële of vervolg-dbbc met dit zorgtype moet activiteiten bevatten die geregistreerd zijn door een medisch, psychologisch, verpleegkundig of psychotherapeutisch beroep. Daarnaast kan zowel een initiële als een vervolg-dbbc met dit zorgtype niet geopend worden voor patiënten jonger dan 16 jaar of door ‘Zelfstandig Gevestigde Praktijken’.

Bijlage 3. Vastleggen aard van delict

Delictclassificatie (delicten volgens het BooG instrument) Delictclassificatie (delicten volgens het BooG instrument)
Cluster Omschrijving delict
0: Preventief gehecht, Voorgenomen indicatiestelling1 Er is geen definitieve uitspraak
1: Opium Opiumdelict
2: Licht geweld Belediging groep
2: Licht geweld Aanzetten tot discriminatie
2: Licht geweld Grafschennis
2: Licht geweld Wederspannigheid
2: Licht geweld Valse aangifte
2: Licht geweld Smaadschrift
2: Licht geweld Mishandeling
2: Licht geweld Vernieling
3: Vermogen & Profijt Schuldheling
3: Vermogen & Profijt Omkopen ambtenaar
3: Vermogen & Profijt Verduistering
3: Vermogen & Profijt Oplichting
3: Vermogen & Profijt Flessentrekkerij
3: Vermogen & Profijt Onttrekken goederen aan beslag
3: Vermogen & Profijt Diefstal
3: Vermogen & Profijt Verduistering in dienstbetrekking
3: Vermogen & Profijt Heling
3: Vermogen & Profijt Verduistering door voogd o.d.
3: Vermogen & Profijt Gewoonteheling
3: Vermogen & Profijt Omkopen rechter
3: Vermogen & Profijt Fraude
3: Vermogen & Profijt Diefstal met braak / in vereniging
3: Vermogen & Profijt Mensenhandel
3: Vermogen & Profijt Deelname misdadige organisatie
3: Vermogen & Profijt Valsmunterij
3: Vermogen & Profijt Uitgeven vals geld
3: Vermogen & Profijt Verontreinigen lucht en bodem
4: Midden geweld Bedreiging
4: Midden geweld Belaging
4: Midden geweld Hulp bij zelfdoding
4: Midden geweld Mishandeling met voorbedachten rade
4: Midden geweld Wapenbezit
4: Midden geweld Intimidatie
4: Midden geweld Openlijke geweldpleging
4: Midden geweld Opruiing
4: Midden geweld Onttrekking minderjarige aan het gezag
5: Vermogen met geweld Diefstal met geweld
5: Vermogen met geweld Afpersing
6: Zwaar geweld Vrijheidsberoving
6: Zwaar geweld Zware mishandeling
6: Zwaar geweld Zware mishandeling voorbedachten rade
6: Zwaar geweld Gijzeling
7: Zeden Kinderporno
7: Zeden Verleiding minderjarige tot ontucht
7: Zeden Ontucht met misbruik van gezag
7: Zeden Ontucht met een wilsonbekwame
7: Zeden Gemeenschap <16 jaar
7: Zeden Aanranding
7: Zeden Gemeenschap met wilsonbekwame
7: Zeden Gemeenschap < 12 jaar
7: Zeden Verkrachting
8: Leven Kinderdoodslag
8: Leven Kindermoord
8: Leven Doodslag
9: Brand & Drinkwater Brandstichting
9: Brand & Drinkwater Vergiftigen van drinkwater
10: Leven extra Doodslag gecombineerd met een ander delict
10: Leven extra Moord

1 Dit cluster komt niet voor in BooG, maar is toegevoegd aangezien de aard van het delict voor de dbbc registratie nog niet altijd bekend is.

Bijlage 4. en 4a: Activiteiten en verrichtingen

Bijlage 4 bevat achtereenvolgens de uitgebreide codelijst met alle te registreren activiteiten en verrichtingen, en de meer uitgebreide definitie daarvan. Onder bijlage 4a staat de verkorte activiteitenlijst opgenomen. Een zorgaanbieder heeft de keuze om of de uitgebreide activiteitenlijst te hanteren of de verkorte activiteitenlijst onder bijlage 2a te hanteren

Definities activiteiten en verrichtingen

Diagnostiek en behandeling

1. Pré-intake

Op deze activiteit wordt de indirect patiëntgebonden tijdsbesteding geschreven die wordt besteed aan patiënten voorafgaand aan de intake. Het is mogelijk dat een dbbc met alleen pré-intake niet leidt tot een vervolgtraject en dus niet verder getypeerd zal worden. De dbbc kan dan worden afgesloten met reden van sluiten pré-intake, intake of diagnostiek. Voorbeelden zijn: een patiënt proberen te bereiken voor een eerste afspraak, overleg met de verwijzer over de geschiktheid voor verwijzing van een potentiële patiënt. Onder pré-intake mogen geen activiteiten in het kader van openbare ggz of preventie worden geschreven. Op pré-intake kan alleen indirect patiëntgebonden tijd worden geregistreerd. Omdat er op een dbbc altijd direct patiëntgebonden tijd moet zijn geregistreerd, is een dbbc met alleen de activiteit pre-intake niet mogelijk.

•. Diagnostiek

Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende direct en indirect patiëntgebonden tijd geschreven.

•. Behandeling

Artikel 2.4 Bzv 1. Geneeskundige zorg omvat zorg zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch psychologen en verloskundigen die plegen te bieden (...).

Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende patiëntgebonden tijd geschreven.

Farmacotherapie: dit betreft de medicamenteuze behandeling van psychiatrische en somatische aandoeningen bij patiënten (zowel klinisch als ambulant). Op deze activiteit wordt de directe en indirect patiëntgebonden tijd geschreven met betrekking tot het voorschrijven en toepassen van farmacotherapie (het consult).

Fysische therapie: dit betreft de behandeling met behulp van fysische technieken. Daarbij worden fysische stimuli (zoals elektriciteit, magnetische golven et cetera) op (delen van) de hersenen gericht. De toediening van de stimuli kan binnen de schedel plaatsvinden, door de schedel heen of via afferente zenuwbanen. Deze vormen van behandeling zijn sterk in ontwikkeling.

De volgende vormen van fysische therapie zijn opgenomen:

Elektroconvulsietherapie

Lichttherapie

Transcraniële magnetische stimulatie

Overig behandeling fysische technieken

Deep brain stimulation

Neurofeedback

De behandelaren registreren de door hen bestede patiëntgebonden tijd op deze activiteiten. Voor elektroconvulsietherapie geldt dat de materiële kosten en de inzet van beroepen die niet voorkomen op de beroepentabel (bijvoorbeeld anesthesist, verkoeververpleegkundige) in kaart worden gebracht via registratie van een verrichting/behandeling ect.

Vaktherapie:Dit is een behandelvorm voor mensen met psychiatrische stoornissen en psychosociale en fysieke problematiek, waarbij methodisch gebruik gemaakt wordt van een ervaringsgerichte werkwijze. De vakdisciplines zijn: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie en psychomotorische therapie. Vaktherapie wordt uitgeoefend door beeldende-, dans-, drama-, muziek- en psychomotorische therapeuten. Systematische inzet van werkvormen, materialen en technieken in de genoemde disciplines zijn het voertuig voor de beroepsuitvoering. De problematiek van de cliënt komt ‘al doende’ naar voren en leidt tot ervaringen die effect hebben op de problematiek.

Het Zorginstituut Nederland geeft aan dat vaktherapie binnen de geneeskundige ggz alleen aangeboden kan worden als onderdeel van een multidisciplinaire behandeling, onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar.

Fysiotherapie: Het betreft hier fysiotherapie ter behandeling van de stoornis zoals geregistreerd in de ggz-dbbc. Het gaat om activiteiten zoals die ook terug te vinden zijn in de beleidsregel Prestatiebeschrijvingen voor fysiotherapie.

Ergotherapie: Het betreft hier ergotherapie ter behandeling van de stoornis zoals geregistreerd in de ggz-dbc. Het gaat om activiteiten zoals die ook terug te vinden zijn in de beleidsregel Prestatiebeschrijvingen voor ergotherapie.

•. Begeleiding

Er worden diverse vormen van begeleiding onderscheiden.

Ondersteunend begeleidingscontact tijdens verblijf met overnachting: Bij ondersteunende begeleiding gaat het om het handhaven van de zelfredzaamheid en integratie in de samenleving. De begeleiding is niet gericht op de stoornis of aandoening zelf, maar op de beperkingen van de cliënt die veroorzaakt worden door de stoornis.Deze ondersteunende begeleiding dient onderdeel te zijn van het zorgprogramma als integraal onderdeel van verblijf.

Beveiligende (verlof)begeleiding: begeleiding van medewerkers uit de instelling, niet zijnde beveiligingsmedewerkers, met en zonder patiënt. Het betreft hier niet methodisch verantwoorde beïnvloeding, maar fysieke begeleiding in verband met het gevaar. (Verlof)begeleiding met de patiënt kan worden uitgevoerd door behandelaren die binnen de instelling werken waar de patiënt wordt behandeld. Onder de activiteit beveiligende begeleiding zonder patiënt kan tijd worden geschreven die nodig is om de verlofcontrole uit te voeren (bijvoorbeeld bellen naar het adres waar de patiënt geacht wordt zich te bevinden).

Financiële en fiscale begeleiding: hieronder kan de tijd worden geregistreerd die wordt besteed aan de financiële en fiscale begeleiding van patiënten. Te denken valt aan belastingaangifte, financieel advies, schuldinventarisatie, etc.

Overig begeleidingscontact fz: dit betreft noodzakelijke begeleiding die niet onder de hierboven genoemde definities valt, maar wel onder de reikwijdte van forensische zorg valt. Deze vorm van begeleiding is gericht op het bevorderen, het behouden van of het compenseren van de zelfredzaamheid van de cliënt.

•. Verpleging

Verpleging omvat verpleging in verband met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een lichamelijke handicap, gericht op herstel of voorkoming van verergering van de aandoening, beperking of handicap, te verlenen door een instelling (conform artikel 1.1.1 Wlz).

7. Algemeen indirecte tijd

No show: het komt voor dat patiënten niet verschijnen op gemaakte afspraken zodat er ‘loze ruimte’ ontstaat in de agenda van de behandelaar. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘No show’. No show is een gepland patiëntcontact met een behandelaar, waarop de patiënt niet verschijnt, terwijl de patiënt niet binnen een (werkdag) termijn van 24 uur voorafgaand aan de afspraak heeft afgezegd. Voor het registreren van No show gelden volgende regels:

Interne patiëntbespreking (MDO): onder een interne patiëntbespreking verstaan we de tijdsbesteding van een behandelaar aan het voeren van overleg met collega-behandelaren (dus binnen de eigen instelling) over de hulpverlening aan patiënten

ter voorbereiding of naar aanleiding van de uitvoering van een activiteit of verrichting. Ten aanzien van de interne patiëntenbespreking, (het multidisciplinair overleg) geldt dat veelal sprake is van een groepsgewijze bespreking. Meerdere behandelaren bespreken meerdere patiënten tijdens een overleg. Alle behandelaren registreren de totale bestede tijd (totale duur van het MDO) op deze activiteit. Deze tijd wordt verdeeld over de dbbc’s van alle tijdens het MDO besproken patiënten.

Extern overleg: de tijdsbesteding van een behandelaar die is gemoeid met het voeren van overleg met derden (dus buiten de eigen instelling) over de hulpverlening of naar aanleiding daarvan (bijvoorbeeld: een consult dat plaatsvindt tussen een behandelaar en een leraar over een kind dat in behandeling is).

Verslaglegging algemeen: verslaglegging algemeen zoals correspondentie over of namens de patiënt of een ontslagbrief.

Activiteiten i.v.m. juridische procedures (Wet verplichte ggz): administratieve activiteiten, correspondentie, et cetera in verband met juridische of gerechtelijke procedures van een patiënt. Bijvoorbeeld voortgangsrapportages t.b.v. ITZ, rapportages t.b.v. reclassering, getuigendeskundigheidsverklaring (advies van rechtbank t.a.v. invrijheidsstelling en gevaar), tbs-zaken (verlofcommissie, rechtbank, verlengingsadvies). Deze activiteiten kunnen ook in combinatie met reistijd worden geregistreerd, als deze nog niet via een andere financieringsbron worden vergoed.

Regelen tolken: de tijdsbesteding van een behandelaar die is gemoeid met het regelen van een tolk voor een activiteit of verrichting die face-to-face wordt uitgevoerd. Ook voor het regelen van een tolk gebarentaal / communicatiespecialist kan er algemeen indirecte tijd worden geregistreerd.

Dossierstudie: betreft het bestuderen van de relevante dossiers van de patiënt. Op deze activiteit mag géén direct patiëntgebonden tijd geschreven worden.

8. Verblijf

Verblijf in een instelling wordt geregistreerd in verblijfsdagen. Een verblijfsdag kan alleen geregistreerd worden wanneer een patiënt de dag en de daaropvolgende nacht aanwezig is geweest in de instelling. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag. Alleen als de patiënt op zijn laatst om 20:00 uur is opgenomen en ’s nachts in de instelling verblijft, mag voor die dag nog een verblijfsdag worden geregistreerd. De dag waarop de patiënt ontslagen wordt en dus niet de daaropvolgende nacht in de kliniek verblijft, geldt niet als verblijfsdag. Voor verblijfsdagen worden 28 verblijfssoorten onderscheiden. Een verblijfssoort bestaat uit de verblijfsintensiteit in combinatie met het niveau aan beveiliging tijdens het verblijf.

De verblijfssoorten zijn opgebouwd uit een combinatie van de intensiteit van het verblijf en het niveau van beveiliging. Een patiënt kan een lage verblijfsintensiteit hebben gecombineerd met een hoog beveiligingsniveau. Er zijn zeven categorieën verblijfsintensiteiten gedefinieerd: lichte verzorgingsgraad, beperkte verzorgingsgraad, matige verzorgingsgraad, gemiddelde verzorgingsgraad, intensieve verzorgingsgraad, extra intensieve verzorgingsgraad en zeer intensieve verzorgingsgraad.

Met het beveiligingsniveau wordt aangegeven wat het niveau is van de beveiliging die is georganiseerd tijdens het verblijf van de betreffende patiënt, dan wel voor de afdeling waar de patiënt verblijft. Er zijn vier beveiligingsniveaus gedefinieerd.

beveiligingsniveau 1

beveiligingsniveau 2 (laag / hoog)

beveiligingsniveau 3

beveiligingsniveau 4

Op basis van het voor de patiënt benodigde beveiligingsniveau wordt een keuze gemaakt uit de niveaus zoals die in bijlage 8 beschreven staan.

9. Dagbesteding

Het doel van dagbesteding is: ‘het bevorderen, behouden of compenseren van zelfredzaamheid van de patiënt.’ Binnen de fz is van belang dat de dagbesteding:

Dagbesteding wordt geregistreerd op basis van uren aanwezigheid.

Er zijn voor elk type dagbesteding twee activiteiten beschikbaar: één als het een laag beveiligingsniveau betreft, en één voor midden, hoog, zeer hoog beveiligingsniveau

10. Verrichtingen (overige prestaties)

Verrichtingen worden geregistreerd in aantallen. Zo is de eenheid bij ect per behandeling en bij methadon per maand waarin de stof methadon ambulant is verstrekt.

Bijlage 4A. Activiteiten en verrichtingen

Verkorte CodelijstDeze bijlage bevat de verkorte codelijst met alle te registreren activiteiten en verrichtingen.

Zorgactiviteit Zorgactiviteit Soort Selecteerbaar Mag direct Mag indirect Mag reistijd Mag groep
2 Diagnostiek Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
2.1 Intake, Diagnostiek en Advisering nav intake en/of diagnostiek, onderzoek en risicotaxatie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
3 Behandeling Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
3.1 Communicatief behandelcontact met patiënt Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
3.2 Farmacotherapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
3.3 Fysische therapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
3.4 Vaktherapie met patiënt Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
3.5 Fysiotherapie met patiënt Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
3.6. Ergotherapie met patiënt Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
3.7 Behandelcontact zonder patiënt met systeem van patiënt Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
4 Begeleiding Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
4.1 Geneeskundige begeleiding Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
4.1.1 Geneeskundige begeleiding met patiënt Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
4.2 Ondersteunende begeleiding tijdens verblijf met overnachting Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
4.2.1 Ondersteunende begeleiding patiënt tijdens verblijf met overnachting Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
4.2.2 Begeleidingscontact zonder patiënt met systeem van patiënt Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
5 Verpleging Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
5.1 Verpleging Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
6 Crisiscontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
6.1 Crisiscontact Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
7 Algemeen indirecte tijd Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee
7.1 Pre-intake, zorgcoördinatie, extern overleg derden, verslaglegging algemeen, dossierstudie, regelen tolken Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja
7.2 No-show Tijdschrijven Ja Nee Nee Ja Nee
7.3 Interne patiëntbespreking (MDO) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja
7.4.2 Activiteiten ivm juridische procedures (fz) Tijdschrijven Ja Nee Ja Ja Ja
7.5 Extern overleg derden (fz) Tijdschrijven Ja Nee Ja Ja Ja
8 Verblijf nee nee nee nee nee
8.5 Verblijf forensisch Verblijfsdag Nee Nee Nee Nee Nee
8.5.20 Verblijfssoort A1 (lichte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau laag) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.21 Verblijfssoort A2 (lichte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau gemiddeld) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.22 Verblijfssoort A3 (lichte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.23 Verblijfssoort A4 (lichte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau zeer hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.24 Verblijfssoort B1 (beperkte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau laag) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.25 Verblijfssoort B2 (beperkte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau gemiddeld) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.26 Verblijfssoort B3 (beperkte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.27 Verblijfssoort B4 (beperkte verzorgingsgraad, beveiligingsniveau zeer hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.28 Verblijfssoort C1 (matige verzorgingsgraad, beveiligingsniveau laag) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.29 Verblijfssoort C2 (matige verzorgingsgraad, beveiligingsniveau gemiddeld) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.30 Verblijfssoort C3 (matige verzorgingsgraad, beveiligingsniveau hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.31 Verblijfssoort C4 (matige verzorgingsgraad, beveiligingsniveau zeer hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.32 Verblijfssoort D1 (gemiddelde verzorgingsgraad, beveiligingsniveau laag) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.33 Verblijfssoort D2 (gemiddelde verzorgingsgraad, beveiligingsniveau gemiddeld) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.34 Verblijfssoort D3 (gemiddelde verzorgingsgraad, beveiligingsniveau hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.35 Verblijfssoort D4 (gemiddelde verzorgingsgraad, beveiligingsniveau zeer hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.36 Verblijfssoort E1 (intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau laag) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.37 Verblijfssoort E2 (intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau gemiddeld) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.38 Verblijfssoort E3 (intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.39 Verblijfssoort E4 (intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau zeer hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.40 Verblijfssoort F1 (extra intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau laag) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.41 Verblijfssoort F2 (extra intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau gemiddeld) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.42 Verblijfssoort F3 (extra intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.43 Verblijfssoort F4 (extra intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau zeer hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.44 Verblijfssoort G1 (zeer intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau laag) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.45 Verblijfssoort G2 (zeer intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau gemiddeld) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.46 Verblijfssoort G3 (zeer intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.47 Verblijfssoort G4 (zeer intensieve verzorgingsgraad, beveiligingsniveau zeer hoog) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
8.5.7 No show klinisch Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
9 Dagbesteding (per uur) Dagbesteding nee nee nee nee nee
9.2 Dagbesteding (beveiligingsniveau laag) Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee
9.3 Dagbesteding (beveiligingsniveau midden, hoog, zeer hoog) Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee
10 Verrichtingen Verrichting nee nee nee nee nee
10.1 Verrichting – Electroconvulsietherapie Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee
10.2 Verrichting – Ambulante methadon (medicijn, registratie per maand) Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee
10.4 Fpt-forensisch psychiatrisch toezicht Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee
10.5 SGLVG+ Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee
10.6 Toeslag tolk gebarentaal/communicatiespecialist Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee

Bijlage 5. Dbbc-beroepentabel

De dbbc-beroepentabel

In de dbbc-beroepentabel zijn die beroepen opgenomen, die bevoegd en bekwaam zijn om een rol te vervullen in de (individuele diagnosegerichte) behandeling van patiënten in de ggz.

De dbbc-beroepentabel onderscheidt zeven beroepenclusters: de clusters medische, psychotherapeutische, agogische, psychologische,

vaktherapeutische, verpleegkundige beroepen en de ‘somatische beroepen werkzaam in de ggz’. Hierbinnen vallen die beroepen, die vanuit hun somatische beroep activiteiten in de ggz uitvoeren, maar niet primair (breder) opgeleid zijn voor een rol in de ggz. Denk hierbij aan de huisarts, neuroloog, klinisch geriater, fysiotherapeut en dergelijke. De complete dbc-beroepentabel is hieronder opgenomen.

In elk beroepencluster worden vier niveaus onderscheiden. In de Wet BIG wordt bepaald wanneer sprake is van een basisberoep en van een specialisme. Hieraan zijn met instemming van de Minister van VWS en van de Tweede Kamer, ten tijde van invoering van de dbc-systematiek het initiële niveau en het niveau specialisatie/functiedifferentiatie toegevoegd.

Bij de indeling van de in de instelling of praktijk werkzame behandelaren volgens de dbbc-beroepentabel moet onderscheid gemaakt worden tussen:

Beroepen: die beroepen die worden onderscheiden in de beroepenstructuur en daarmee (individueel) bevoegd/bekwaam zijn om een zelfstandige rol in het behandelproces van de patiënt in de tweedelijns ggz te vervullen.

Taken: taken zijn de activiteiten en verrichtingen die in het primaire proces door beroepen worden uitgevoerd. De uitgevoerde taken worden in het dbbc-model geregistreerd via de activiteiten- en verrichtingenlijst.

Functies: instellingen/praktijken maken via functies (en functieomschrijvingen) een vertaalslag van beroepen naar taken: welke beroepen voeren welke taken uit? Hierbij zijn de instellingen zelf verantwoordelijk dat dit plaatsvindt binnen de geldende wettelijke kaders (volgens de Wet BIG/tuchtrecht etc.).

In de dbbc-beroepentabel is de scheiding tussen beroepen en functies strikt doorgevoerd. De opgenomen lijst van beroepen op de dbc-beroepentabel is uitputtend, met uitzondering van de genoemde beroepen in categorie 3 (specialisatie/functiedifferentiatie (SF)). Hierin is namelijk vooruitlopend op de erkenning van bepaalde functies tot beroep een aantal voorbeelden van functies genoemd, die een specifieke ggz-specialisatie vereisen én dus door partijen als beroep worden gezien. Een voorbeeld hiervan bij het verpleegkundige beroepencluster is bijvoorbeeld de SPV. De tabel is op dit punt niet uitputtend. De instelling of praktijk kan onder eigen verantwoordelijkheid vergelijkbare beroepen laten registreren onder de noemer ‘overig [naam betreffend beroepencluster] SF’.

Per 2018 is een grote wijziging doorgevoerd. De beroepen die tot en met 2017 geen tijd mochten schrijven, mogen dat vanaf 2018 wel. Hun tijd leidt echter niet af naar een prestatie en daarmee niet naar (de hoogte van) de dbbc. Wij noemen dit beroepen waarvan de tijd niet afleidt naar een prestatie. Voor de beroepen die al tijd mochten schrijven verandert er niets. Deze beroepen noemen we beroepen waarvan de tijd wél afleidt naar een prestatie.

Twee beroepen konden per 2017 al tijdschrijven zonder dat de tijd afleidt naar een prestatie: de ervaringsdeskundige ggz en de hbo-pedagoog. Voor deze beroepen verandert er niets.

Om dit mogelijk te maken, zijn de definities van algemeen indirecte tijd, direct patiëntgebonden tijd, indirect patiëntgebonden tijd en indirect patiëntgebonden reistijd gewijzigd. Hier wordt expliciet aangegeven dat het gaat om activiteiten in het kader van diagnostiek en/of activiteiten uit het behandelplan, niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg. De wijziging beoogt niet dat het vov-personeel of ander niet direct bij de behandeling betrokken personeel tijd gaat schrijven.

De beroepen waarvan de tijd niet afleidt naar een prestatie in de ggz schrijven sinds 2018 tijd. Deze tijd leidt echter niet af naar een behandelactiviteit. In de kostprijsberekening, die vooraf gaat aan de bepaling van de maximumtarieven, is rekening gehouden met deze beroepen. De kosten hiervan zijn verdisconteerd in de kostprijs/uur van de beroepen waarvan de tijd wél afleidt naar een prestatie. Deze beroepen konden altijd al tijdschrijven.

Na de dbc-beroepentabel vindt u de indeling van de ondersteunende beroepen conform het kostprijsmodel.

db(b)c-BEROEPENTABEL

1 Dit betreft overige medische beroepen die niet via de categorie ‘MB.SF.overig’ tijd schrijven.

2 Tot deze categorie behoren ondersteuners die ingezet worden bij niet-strafrechtelijke zorg en niet bij een andere groep te plaatsen zijn.

3 Tot deze categorie behoren niet de ervaringsdeskundige ggz MBO 4 en HBO 5

4 Dit betreft overige agogische beroepen die niet via de categorie ‘AG.SF.overig’ tijd schrijven.

5 Dit betreft overige psychologische beroepen die niet via de categorie ‘PB.SF.overig’ tijd schrijven.

6 Dit betreft overige agogische beroepen die niet via de categorie ‘VB.SF.overig’ tijd schrijven.

Bijlage 6. Omschrijving sglvg+

sglvg+ sglvg+
Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor personen die veroordeeld zijn onder het volwassen strafrecht (doorgaans 18 jaar en ouder) met een forensische zorgtitel, die in aanmerking komen voor plaatsing in een instelling met een toelating ‘sterk gedragsgestoord, licht verstandelijk gehandicapt met behandeling (sglvg+)’. Zij beschikken over een IQ tussen de 50 en 85, waarbij sprake is van een achterstand in sociaal-emotioneel functioneren en zelfredzaamheid. Het gedrag en psychisch functioneren van deze patiënten veroorzaken ernstige problemen op meerdere vlakken in het dagelijks leven. Zij laten onbegrepen en risicovol gedrag zien, dat veroorzaakt wordt door complexe meervoudige stoornissen. Er is sprake van een achterstand in sociaal-emotioneel functioneren. Voor het leveren van noodzakelijke zorg bestaat de noodzaak van opname; de hulpvraag van deze patiënten verandert hierbij continu van intensiteit en is onvoorspelbaar.
Verblijfsintensiteit De verblijfsintensiteit is niet bepalend voor het al dan niet van toepassing zijn van deze deelprestatie.
Bedbezetting De patiënten blijven doordeweeks en in het weekend in de woning (instelling) aanwezig.
Toezicht/beveiliging Er is sprake van beveiligingsniveau 2. Dit is een gemiddeld beveiligingsniveau, waarbij patiënten worden geplaatst die, binnen een redelijke termijn, vrijheden kunnen krijgen. Het voor deze doelgroep in te zetten VOV-personeel beschikt over een op gedragsproblematiek toegesneden opleiding en training. De patiënten behoeven continue nabijheid, in sommige gevallen continu toezicht, van medewerkers.
Fysieke setting/kenmerken huisvesting Patiënten verblijven in kleinschalige voorzieningen, die beschikken over een omvangrijk behandel- en zorgaanbod, inclusief dagbesteding. De beperkte groepsgrootte is een verhogende factor voor de totale omvang van de voorziening. Binnen de voorziening zijn specifieke bouwkundige en installatietechnische aanpassingen op het gebied van gedragsproblematiek aanwezig. Het gaat bij deze setting specifiek om een setting voor geestelijk gehandicapten (LVG). Het is nadrukkelijk geen psychiatrische setting.

Bijlage 7. Deelprestaties verblijf

Beveiligingsniveau Beveiligingsniveau Beveiligingsniveau Beveiligingsniveau
Verblijfsintensiteit (Zeer) laag (1) Gemiddeld (2)1 Hoog (3) Zeer hoog (4)
Lichte verzorgingsgraad (A) A1 A2 A3 A4
Beperkte verzorgingsgraad (B) B1 B2 B3 B4
Matige verzorgingsgraad (C) C1 C2 C3 C4
Gemiddelde verzorgingsgraad (D) D1 D2 D3 D4
Intensieve verzorgingsgraad (E) E1 E2 E3 E4
Extra intensieve verzorgingsgraad (F) F1 F2 F3 F4
Zeer intensieve verzorgingsgraad (G) G1 G2 G3 G4

1 sglvg+’: zie bijlage 6. Zie bijlage 8 voor de beveiligingsniveaus, waarbij er voor beveiligingsniveau 2 twee varianten bestaan: 2-hoog en 2-laag.

DEELPRESTATIE VERBLIJF A (LICHTE VERZORGINGSGRAAD) DEELPRESTATIE VERBLIJF A (LICHTE VERZORGINGSGRAAD)
Stoornis/psychopathologie De psychiatrische stoornis is stabiel, er is kans op verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld wanneer de patiënt buiten de structuur van de afdeling verblijft. Er is sprake van ziektebesef en (enige mate van) ziekte-inzicht, de copingvaardigheden om hiermee om te gaan zijn binnen de structuur van de afdeling voldoende. Er is sprake van behandelresponsiviteit / bereidheid tot behandeling. Er bestaat geen risico op terugval op korte termijn wanneer de patiënt in de structuur van de afdeling verblijft. Er bestaat geen kans op ontregelend en ontwrichtend gedrag wanneer de patiënt in de structuur van de afdeling verblijft.
Zelfredzaamheid Er is sprake van maatschappelijk relevante dagbesteding. ADL-vaardigheden zijn voldoende. Er is een sociaal netwerk aanwezig, maar de patiënt heeft ondersteuning nodig bij het onderhouden van het sociaal netwerk. Er is enige ondersteuning nodig bij de financiën.
Delictrisico Het actuele recidiverisico is laag tot matig en/of de maatschappelijke impact bij terugval is laag tot matig (denk hierbij bijv. aan diefstal).
Leefklimaat Het leefklimaat is gericht op herstel en groei van de autonomie, er is sprake van rolherstel naar de samenleving / resocialisatie. Er is sprake van ondersteunende bejegening.
Begeleidingsbehoefte Er is behoefte aan begeleiding bij groepsmomenten. 24-uurszorg is aanwezig, maar de patiënt doet hier niet voortdurend een beroep op.
Inzet VOV-personeel Op deze setting wordt 0,3 en minder netto fte1 per bed/plaats ingezet.

1 Netto fte staat voor ingeroosterd zorgverlenend VOV-personeel.

DEELPRESTATIE VERBLIJF B (BEPERKTE VERZORGINGSGRAAD) DEELPRESTATIE VERBLIJF B (BEPERKTE VERZORGINGSGRAAD)
Stoornis/psychopathologie De psychiatrische stoornis is stabiel, er is een lichte verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld. Er is sprake van ziektebesef en enige mate van ziekte-inzicht, de copingvaardigheden om hiermee om te gaan zijn in enige mate beperkt, patiënt behoeft hierbij ondersteuning. Er is sprake van behandelresponsiviteit / bereidheid tot behandeling. Er bestaat een beperkte kans op terugval op korte termijn. Er bestaat lichte kans op ontregelend en ontwrichtend gedrag.
Zelfredzaamheid Er is sprake van een maatschappelijk relevante dagbesteding. ADL-vaardigheden zijn voldoende. Er is een sociaal netwerk aanwezig, maar de patiënt heeft begeleiding nodig bij het onderhouden van het sociaal netwerk. Er is enige ondersteuning nodig bij de financiën.
Delictrisico Het actuele recidiverisico is laag tot matig en/of de maatschappelijke impact bij terugval is laag tot matig (denk hierbij bijv. aan diefstal).
Leefklimaat Het leefklimaat is gericht op herstel en groei van de autonomie, er is sprake van rolherstel naar de samenleving / resocialisatie. Er is sprake van ondersteunende bejegening.
Begeleidingsbehoefte Er is behoefte aan begeleiding bij groepsmomenten. Er is behoefte aan begeleiding in korte, individuele contacten met begeleiders. 24-uurszorg is aanwezig, maar de patiënt doet hier niet voortdurend een beroep op.
Inzet VOV-personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,3 netto fte tot en met 0,5 netto fte per bed/plaats ingezet.
DEELPRESTATIE VERBLIJF C (MATIGE VERZORGINGSGRAAD) DEELPRESTATIE VERBLIJF C (MATIGE VERZORGINGSGRAAD)
--- ---
Stoornis/psychopathologie De psychiatrische stoornis is stabiel, er bestaat enige verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld gekoppeld aan delictgedrag. Er is sprake van ziektebesef, het ziekte-inzicht is beperkt, de copingvaardigheden om hiermee om te gaan zijn beperkt, patiënt behoeft hierbij begeleiding. Er is sprake van behandelresponsiviteit / bereidheid tot behandeling. Er bestaat enige kans op terugval op korte termijn. Er bestaat lichte kans op ontregelend en ontwrichtend gedrag.
Zelfredzaamheid Er is sprake van dagbesteding die minder gericht is op maatschappelijke inbedding. ADL-vaardigheden zijn voldoende. Er is geen (adequaat) sociaal netwerk aanwezig, de patiënt heeft begeleiding nodig bij het opbouwen van het (adequate) sociaal netwerk. Er is behoefte aan begeleiding bij de financiën.
Delictrisico Het actuele recidiverisico is laag tot matig en/of de maatschappelijke impact bij terugval is laag tot matig (denk hierbij bijv. aan diefstal).
Leefklimaat Het leefklimaat is gericht op herstel en groei van de autonomie, er is sprake van rolherstel naar de samenleving / resocialisatie. Er is sprake van ondersteunende bejegening.
Begeleidingsbehoefte Er is behoefte aan begeleiding bij groepsmomenten. Er is, meer dan in verblijfsintensiteit B, behoefte aan begeleiding in korte, individuele contacten met begeleiders. 24-uurszorg is aanwezig, maar de patiënt doet hier niet voortdurend een beroep op.
Inzet VOV-personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,5 netto fte tot en met 0,7 netto fte per bed/plaats ingezet.
DEELPRESTATIE VERBLIJF D (GEMIDDELDE VERZORGINGSGRAAD) DEELPRESTATIE VERBLIJF D (GEMIDDELDE VERZORGINGSGRAAD)
--- ---
Stoornis/psychopathologie Er is een gemiddelde verstoring van het psychiatrisch ziektebeeld. Er is sprake van enige mate van ziektebesef, ziekte-inzicht is (nog) niet aanwezig. Er is in enige mate sprake van behandelresponsiviteit / bereidheid tot behandeling. Er bestaat risico op terugval op korte termijn. Er is in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek, agressie en verstoord functioneren. Er bestaat kans op ontregelend en ontwrichtend gedrag.
Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid is wisselend en varieert tussen gemiddeld en gebrekkig. ADL vaardigheden behoeven ondersteuning. Er ontbreken enige vaardigheden op een aantal algemene levensgebieden. Patiënt kan zelf enige structuur aanbrengen. Er is behoefte aan begeleiding bij de financiën.
Delictrisico Het actuele recidiverisico is matig tot hoog.
Leefklimaat De focus van het leefklimaat is op ontwikkeling / motiveringen en daarnaast op ondersteuning (supportief) en structurerend.
Begeleidingsbehoefte De begeleidingsbehoefte is permanent aanwezig, en eventuele opschaling is mogelijk als dat nodig is.
Inzet VOV-personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,7 netto fte tot en met 1,0 netto fte per bed/plaats ingezet.
DEELPRESTATIE VERBLIJF E (INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD) DEELPRESTATIE VERBLIJF E (INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD)
--- ---
Stoornis/psychopathologie Er is sprake van een intensieve verstoring ten gevolge van het psychiatrisch ziektebeeld Er is (nog) in mindere mate sprake van ziektebesef, ziekte-inzicht is (nog) niet aanwezig. Er is in (nog) mindere mate sprake van behandelresponsiviteit / bereidheid tot behandeling. Er is of kan sprake zijn van ernstige problematiek die moeilijk veranderbaar is en/of begeleiding behoeft. Er is in sprake van gedragsproblematiek, agressie en verstoord functioneren. Er bestaat risico op terugval op korte termijn. Er bestaat risico op ontregelend en ontwrichtend gedrag.
Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid (indien aangetast) is wisselend en varieert tussen gebrekkig en slecht. Er ontbreken vaardigheden op meerdere of basale levensgebieden. Patiënt kan zelf weinig tot geen structuur aanbrengen. Patiënt heeft zijn financiën niet langer in eigen beheer.
Delictrisico Het actuele recidiverisico is matig tot hoog.
Leefklimaat Het leefklimaat is stabiliserend, supportief, structurerend met stabilisatie als primaire doelstelling.
Begeleidingsbehoefte De begeleidingsbehoefte is permanent aanwezig, en opschaling is direct mogelijk.
Inzet VOV-personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,0 netto fte tot en met 1,3 netto fte per bed/plaats ingezet.
DEELPRESTATIE VERBLIJF F (EXTRA INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD) DEELPRESTATIE VERBLIJF F (EXTRA INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD)
--- ---
Stoornis/psychopathologie De psychiatrische stoornis is acuut tot chronisch, ernstig en ontregelend, hetgeen het dagelijks leven grotendeels beïnvloedt. Ziektebesef is beperkt, ziekte-inzicht is (nog) niet aanwezig. Er is in beperkte mate sprake van behandelresponsiviteit / bereidheid tot behandeling. Er is of kan sprake zijn van ernstige problematiek die moeilijk veranderbaar is en/of veel begeleiding behoeft. Er is sprake van gedragsproblemen die ontwrichting of gevaar op agressie (naar zichzelf / anderen) veroorzaken, met een dagelijks risico hierop.
Zelfredzaamheid De patiënt is op meerdere levensgebieden niet zelfredzaam. De patiënt is niet in staat zelf structuur aan te brengen. De patiënt kan geen verantwoordelijkheid meer nemen voor zijn ADL en financiën.
Delictrisico Het delictrisico is hoog tot zeer hoog.
Leefklimaat Het leefklimaat is stabiliserend, supportief, structurerend.
Begeleidingsbehoefte De begeleidingsbehoefte is permanent en intensief. Er zijn regelmatig vormen van individuele begeleiding noodzakelijk, activiteiten vinden plaats in kleine groepen. Begeleiding/behandeling is gericht op zowel stabilisatie en nadere analyse van de complexe problematiek.
Inzet VOV-personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,3 netto fte tot en met 1,7 netto fte per bed/plaats ingezet.
DEELPRESTATIE VERBLIJF G (ZEER INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD) DEELPRESTATIE VERBLIJF G (ZEER INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD)
--- ---
Stoornis/psychopathologie De psychiatrische stoornis leidt tot acute, ernstige en ontregelende verstoring, hetgeen voortdurend problemen veroorzaakt in het dagelijks functioneren. Ziektebesef is zeer beperkt, ziekte-inzicht is (nog) niet aanwezig. er is zeer beperkt tot geen sprake van behandelresponsiviteit / bereidheid tot behandeling. Er is of kan sprake zijn van ernstige problematiek die moeilijk veranderbaar is en/of veel begeleiding behoeft. Er is sprake van gedragsproblemen die ontwrichting of gevaar op agressie (naar zichzelf / anderen) veroorzaken, met een continu risico hierop.
Zelfredzaamheid De patiënt is op geen enkel levensgebied zelfredzaam. De patiënt is niet in staat zelf structuur aan te brengen
Delictrisico Het actuele recidiverisico is hoog tot zeer hoog.
Leefklimaat Het leefklimaat is stabiliserend, supportief, structurerend met stabilisatie als primaire doelstellig.
Begeleidingsbehoefte De begeleidingsbehoefte is permanent en intensief. Er is veelal sprake van één op één of meermans begeleiding, ook bij activiteiten. Begeleiding/behandeling is gericht op stabilisatie en nadere analyse van de complexe problematiek
Inzet VOV-personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,7 netto fte per bed/plaats ingezet.

Bijlage 8. Dbbc-beveiligingsniveaus

Dbbc-beveiligingsniveau 1

Uitgangspunten:

In een instelling vallend in beveiligingsniveau 1 worden primair patiënten geplaatst die alle vrijheden kunnen hebben.

Er is sprake van een besloten setting. De buitendeur is permanent afgesloten.

Binnen het gebouw kunnen patiënten zich vrij bewegen

Materieel:

Aanwezigheid van raamstandbeperking24Raamstandbeperking: ramen in buitengevels van zit-/slaapkamers, welke zich niet binnen de bovengenoemde beveiligingsbarrière bevinden moeten worden uitgevoerd in P2A beglazing (zonder te openen raamdelen). Te openen raamdelen in buitengevels van zit-/slaapkamers die zich binnen de bovengenoemde beveiligingsbarrière bevinden moeten zijn voorzien van een uitzetbeperking (maximale opening 13 cm)..

Medewerkers beschikken over persoonsgebonden PZI/MAI met locatiebepaling.

Er is een 24-uurspost in het gebouw aanwezig.

Het volledige aanbod van behandel/therapie faciliteiten van de instelling is niet aanwezig binnen een besloten setting.

Immaterieel:

Aan- en afwezigheid van patiënten wordt op vaste momenten (tenminste tweemaal per dag) gecontroleerd.

Personeel wordt getraind en hertraind ten aanzien van agressiebeheersing / de-escalerende gesprekstechnieken.

Medewerkers hebben vaardigheden/competenties t.a.v.: vroegsignalering, risicomanagement en motiverende gespreksvoering.

Drugs- en kamercontroles vinden op indicatie (namelijk wanneer opgenomen in het behandelplan of bij vermoedens van gebruik) en onaangekondigd plaats.

Dbbc-beveiligingsniveau 2

In de dbbc-systematiek is er sprake van 4 beveiligingsniveaus. In de praktijk worden 2 typen ‘beveiligingsniveau 2’ ingekocht: 2-laag en 2-hoog. De beschrijvingen hieronder zijn derhalve allebei gekoppeld aan beveiligingsniveau 2. Inkoper en zorgaanbieder moeten in onderling overleg bepalen welke voor hen van toepassing is.

Uitgangspunten:

In een instelling vallend in beveiligingsniveau 2-laag worden primair patiënten geplaatst die binnen een redelijke termijn (6 tot 12 weken) vrijheden kunnen krijgen (d.w.z. het al dan niet met begeleiding de beveiligde setting kunnen verlaten).

Patiënten geplaatst in een instelling vallend in beveiligingsniveau 2-laag starten altijd op de gesloten afdeling.

Materieel:

Aanwezigheid van perimeterbeveiliging (hekwerk) van minimaal 3,5 meter en/of raamstandbeperking in combinatie met doorbraakwerende beglazing.25Ter verduidelijking van de eisen aangaande perimeterbeveiliging en/of raamstandbeperking, het volgende:Perimeterbeveiliging: instellingen moeten zijn omgeven door een minimaal 3,5 meter hoge barrière die niet zonder meer te ondergraven, doordringen of te overklimmen is. Afhankelijk van de lokale situatie moet worden voorzien in een doorzichtbeperking.Raamstandbeperking: ramen in buitengevels van zit-/slaapkamers, welke zich niet binnen de bovengenoemde beveiligingsbarrière bevinden moeten worden uitgevoerd in P2A beglazing (zonder te openen raamdelen). Te openen raamdelen in buitengevels van zit-/slaapkamers die zich binnen de bovengenoemde beveiligingsbarrière bevinden moeten voorzien zijn van een uitzetbeperking (maximale opening 13 cm).

Medewerkers beschikken over persoonsgebonden PZI/MAI met locatiebepaling.

Er is een 24-uurspost.

Er is sprake van continu direct toezicht op de woonafdeling en/of cameratoezicht.

Het volledige aanbod van behandel/therapie faciliteiten van de instelling is niet aanwezig binnen een gesloten setting.

Immaterieel:

Aan- en afwezigheid van patiënten wordt geregistreerd op de afdeling.

Personeel wordt getraind en hertraind ten aanzien van agressiebeheersing / de-escalerende gesprekstechnieken.

Medewerkers hebben vaardigheden/competenties t.a.v.: vroegsignalering, risicomanagement en motiverende gespreksvoering.

Drugs- en kamercontroles vinden op indicatie (namelijk wanneer opgenomen in het behandelplan en/of bij vermoedens van gebruik), periodiek en onaangekondigd plaats.

Doorplaatsing / het krijgen van (meer) vrijheden wordt gefaseerd vormgegeven.

Uitgangspunten:

In een instelling vallend in beveiligingsniveau 2-hoog worden primair patiënten geplaatst die binnen een redelijke termijn (6 tot 12 weken) vrijheden kunnen krijgen (d.w.z. het al dan niet met begeleiding de beveiligde setting kunnen verlaten).

Patiënten geplaatst in een instelling vallend in beveiligingsniveau 2-hoog starten altijd op de gesloten afdeling.

Materieel:

De instellingen vallend in beveiligingsniveau 2 voldoen aan de DJI-eisen gesteld bij de aanbesteding van FPA capaciteit ten behoeve van de fz aan gedetineerden voor wat betreft omtrekbeveiliging en entree.

Deze eisen hebben onder andere betrekking op de aanwezigheid van:

Een beveiligde doorloopsluis;

gecontroleerde in- en uitgang voor personen en goederen;

perimeterbeveiliging (hekwerk) van minimaal 3,5 meter;

doorbraakwerende beglazing;

raamstandbeperking.

Medewerkers beschikken over persoonsgebonden PZI/MAI met locatiebepaling.

Er is een 24-uurspost in het gebouw.

Er is sprake van continu direct toezicht op de woonafdeling en/of cameratoezicht.

Het volledige aanbod van behandel/therapie faciliteiten van de instelling is niet aanwezig binnen de beveiligde ring.

Immaterieel:

Aan- en afwezigheid van patiënten wordt geregistreerd op de afdeling.

Personeel wordt getraind en hertraind ten aanzien van agressiebeheersing / de-escalerende gesprekstechnieken.

Medewerkers hebben vaardigheden/competenties t.a.v.: vroegsignalering, risicomanagement en motiverende gespreksvoering.

Drugs- en kamercontroles vinden op indicatie (namelijk wanneer opgenomen in het behandelplan of bij vermoedens van gebruik) én onaangekondigd plaats.

Doorplaatsing / het krijgen van (meer) vrijheden wordt gefaseerd vormgegeven.

Dbbc-beveiligingsniveau 3

Uitgangspunten:

In een instelling vallend in beveiligingsniveau 3 worden primair patiënten geplaatst die voor langere tijd binnen de beveiligde ring moeten verblijven.

Er is sprake van een gesloten setting met geringe bewegingsvrijheid.

Materieel:

De instellingen vallend in beveiligingsniveau 3 voldoen aan de DJI-eisen gesteld voor niveau 3 voor wat betreft omtrekbeveiliging en entree.

Deze eisen hebben onder andere betrekking op de aanwezigheid van:

Beveiligde doorloopsluis;

gecontroleerde in- en uitgang voor personen en goederen;

perimeterbeveiliging (hekwerk) van minimaal 5,5 meter.

Medewerkers beschikken over persoonsgebonden PZI/MAI met locatiebepaling.

Er is een 24-uurspost aanwezig.

Er is sprake van continu direct toezicht op de woonafdeling en/of cameratoezicht.

Volledig behandel- en therapieaanbod is beschikbaar binnen de beveiligde ring.

Aanwezigheid van centrale post bij in- en uitgang van de beveiligde ring.

Immaterieel:

Aan-/afwezigheid van patiënten wordt geregistreerd op de afdeling en bij de centrale post.

Personeel wordt getraind en hertraind ten aanzien van agressiebeheersing / de-escalerende gesprekstechnieken.

Medewerkers hebben vaardigheden/competenties t.a.v.: vroegsignalering, risicomanagement en motiverende gespreksvoering.

Drugs- en kamercontroles vinden op indicatie (namelijk wanneer opgenomen in het behandelplan en/of bij vermoedens van gebruik), periodiek en onaangekondigd plaats.

Doorplaatsing / het krijgen van (meer) vrijheden wordt gefaseerd vormgegeven

Dbbc- beveiligingsniveau beveiligingsniveau 4

Uitgangspunten:

Op beveiligingsniveau 4 worden patiënten geplaatst die langdurig onder zeer hoge beveiliging moeten

verblijven.

Er is sprake van een gesloten setting met zeer geringe bewegingsvrijheid binnen het gebouw.

Materieel:

De instellingen vallend in beveiligingsniveau 4 voldoen aan de DJI-eisen gesteld voor fpc’s. Deze eisen

hebben onder andere betrekking op de aanwezigheid van:

Een dubbele barrière;

een penitentiair hekwerk van 5 meter en een muur, beide voorzien van detectie en cameraobservatie;

gecontroleerde in- en uitgang van personen en goederen;

beglazing buitenwandopeningen;

raamstandbeperking.

Medewerkers beschikken over persoonsgebonden PZI/MAI met locatiebepaling.

Er is sprake van continu direct toezicht op de woonafdeling en/of cameratoezicht.

Er is een 24-uurspost.

Het volledige aanbod van behandel-, therapie- en recreatieve faciliteiten van de instelling is aanwezig

binnen de dubbele beveiligingsring.

Immaterieel:

Aan- en afwezigheid van patiënten wordt geregistreerd op de afdeling en bij de centrale post.

Personeel wordt getraind en hertraind ten aanzien van agressiebeheersing / de-escalerende gesprekstechnieken.

Medewerkers hebben vaardigheden/competenties t.a.v.: vroegsignalering, risicomanagement en motiverende gespreksvoering.

Drugs- en kamercontroles vinden op indicatie (namelijk wanneer opgenomen in het behandelplan of bij vermoedens van gebruik) periodiek, onaangekondigd en steekproefsgewijs plaats.

Er is sprake van een gefaseerde resocialisatie van de patiënt. Deze wordt intensief begeleid door medewerkers.