← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 29 november 2021, nr. WJZ/ 21294511, houdende de vaststelling van subsidie-instrumenten ter stimulering van de deelname van ondernemingen aan acties in het kader van het Europees Defensiefonds (Regeling stimulering deelname Europees Defensiefonds)

Geldende tekst a fecha 2025-04-16

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidieverstrekking

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan:

Artikel 3. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, komen uitsluitend in aanmerking consultancykosten als bedoeld in artikel 18 van de algemene groepsvrijstellingverordening ter voorbereiding op deelname aan een consortium.

2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, die een externe consultant in rekening brengt, zijn subsidiabel tot aan een bedrag van ten hoogste € 170 per uur.

3.

Voor subsidie, als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, komen uitsluitend in aanmerking kosten voor ontwikkelactiviteiten die vanwege de maximale financieringspercentages, bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid, van de EDF Verordening niet in aanmerking komen voor financiering uit het Europees Defensiefonds, voor zover het kosten betreft als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

4.

Kosten die betrekking hebben op activiteiten als bedoeld in artikel 9, vijfde en zesde lid, van de EDF Verordening komen niet in aanmerking voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b.

Artikel 4. Steunintensiteit
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt ten hoogste 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt ten hoogste 25 procent van de subsidiabele kosten.

3.

Het percentage, bedoeld in het tweede lid, wordt verhoogd met:

Artikel 5. Subsidiemaximum
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 5.000 per actie per oproep.

2.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt ten hoogste € 1.500.000 per actie.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening
1.

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, wordt ingediend in de periode die aanvangt dertig dagen na de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop een oproep wordt gepubliceerd en die eindigt drie weken voor de sluitingsdatum van de oproep. Indien de begindatum niet valt op een werkdag begint de periode op de eerstvolgende werkdag.

3.

Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bevat ten minste:

4.

Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, wordt ingediend in de periode die aanvangt dertig dagen na de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop een oproep wordt gepubliceerd en die eindigt een week voor de sluitingsdatum van de oproep. Indien de begindatum niet valt op een werkdag begint de periode op de eerstvolgende werkdag.

5.

Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bevat ten minste:

6.

Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, door een onderneming die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, bevat een bewijs van goedkeuring door de minister van Defensie van de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening of een bewijs van een aanvraag daartoe.

7.

Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 09:00 uur op de in het tweede en vierde lid genoemde begindatum en is tijdig ingediend indien deze op de in het tweede en vierde lid genoemde sluitingsdatum voor 17:00 uur is ontvangen.

Artikel 7. Afwijzingsgronden
1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverstrekking indien:

2.

In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, indien de subsidieverstrekking leidt tot een overschrijding van de:

3.

In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, indien:

Artikel 8. Verdeling subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt € 0 per openstellingsperiode als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

2.

De minister verdeelt het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij geldt dat de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt.

3.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.

4.

Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.

5.

Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 6, vierde lid:

6.

De minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, overeenkomstig de volgorde van de Europese ranglijst, waarbij geldt dat voor alle aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, onder de opschortende voorwaarden van artikel 9, eerste lid, subsidie verleend wordt.

7.

Voor zover het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, wordt overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van de aanvragen die in de Europese ranglijst een gelijke score hebben gekregen vast door middel van loting.

8.

Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor acties als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, in een bepaalde openstellingsperiode lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag aan het subsidieplafond voor acties als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, toegevoegd.

Artikel 9. Opschortende voorwaarden
1.

De subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, vindt plaats onder de opschortende voorwaarden dat:

2.

Voor een onderneming die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of van een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, wordt de voorwaarde genoemd in het eerste lid, onderdeel a, uitsluitend vervuld, indien de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening, zijn geaccepteerd door de Europese Commissie.

Artikel 10. Beslistermijn
1.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

De minister geeft de beschikking op een aanvraag tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag maar uiterlijk een werkdag voor de sluitingsdatum van de oproep.

Artikel 11. Start- en realisatietermijn
1.

De dienstverlening door een externe consultant waarvoor subsidie op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel a, wordt verstrekt, vangt aan nadat de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend en is uiterlijk voltooid voordat de aanvrager is gebonden door de consortiumovereenkomst of zodra de oproep is gesloten.

2.

De ontwikkelactiviteiten, waarvoor subsidie op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel b, wordt verstrekt, worden verricht in de periode tussen de aanvang van de actie en het einde van de looptijd van het Europees Defensiefonds, bedoeld in artikel 1 van de EDF Verordening.

Artikel 12. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister:

2.

Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 28, vierde lid, tweede volzin van de EDF Verordening, voert de subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

3.

De administratie, bedoeld in het tweede lid, wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.

4.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, voldoet gedurende de gehele duur van de actie in het kader waarvan hij ontwikkelactiviteiten uitoefent aan de verplichtingen die voortvloeien de EDF Verordening.

5.

Een subsidieontvanger die op het tijdstip van de verlening van de subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, geen vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft, draagt er zorg voor dat deze onderneming voor de eerste voorschotbetaling een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft.

6.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister indien:

7.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, brengt aan de minister schriftelijk verslag uit overeenkomstig de wijze en frequentie waarop hij daartoe jegens de Europese Commissie verplicht is op grond van artikel 28, vierde lid, tweede volzin, van de EDF Verordening.

8.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, draagt, onverminderd artikel 23 van de EDF Verordening, zorg voor een verantwoord gebruik van de uit de gesubsidieerde activiteiten voortvloeiende resultaten overeenkomstig de subsidieaanvraag.

9.

De verplichtingen, bedoeld in het achtste lid, gelden gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

10.

De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Artikel 13. Voorschotten
1.

Nadat is voldaan aan de opschortende voorwaarden, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en de financieringsovereenkomst voor de betreffende actie ondertekend is door de Europese Commissie, verstrekt de minister voorschotten voor een subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b.

2.

De minister verstrekt het eerste voorschot, indien en zodra de subsidieontvanger aantoont het eerste voorschot vanwege de Europese Commissie te hebben ontvangen.

3.

De minister verstrekt de volgende voorschotten ambtshalve binnen twee weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober voor de in het desbetreffende kwartaal te maken kosten.

4.

Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 90% van het bedrag dat in het desbetreffende kwartaal maximaal voor subsidie in aanmerking komt.

5.

Indien sprake is van een begroting per mijlpaal, berekent de minister de hoogte van het maximaal voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, in aanmerking komende bedrag door de in de periode tussen twee mijlpalen te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met de toepasselijke percentages, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.

6.

De minister berekent de hoogte van het maximaal voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, in aanmerking komende bedrag door de volgens de begroting in de gehele subsidieperiode te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met een de toepasselijke percentages, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.

7.

Het geheel aan voorschotten als bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan het voorschotpercentage, bedoeld in het vierde lid, maal de maximale hoogte van de subsidie.

Artikel 14. Staatssteun
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 18 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

3.

De minister verstrekt in aanvulling op de door de Europese Commissie uit het Europees Defensiefonds verstrekte financiering voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan slechts een zodanig bedrag aan subsidie dat het totale bedrag aan steun niet meer bedraagt dan het bedrag dat op grond van deze regeling kan worden verstrekt noch meer bedraagt dan toegestaan volgens de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 15. Aanvraag en termijn subsidievaststelling
1.

De beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, houdt tevens in de subsidievaststelling.

2.

De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in uiterlijk dertien weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.

3.

De aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende bescheiden:

4.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering deelname Europees Defensiefonds.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 15a

Deze regeling vervalt met ingang van 29 november 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.