Besluit van de algemene raad van 1 december 2014 tot vaststelling van de regeling op de advocatuur (Regeling op de advocatuur)
Gelet op artikel 4, eerste lid, onderdeel c, en artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet;
Gelet op artikel 2.27, artikel 2.28, artikel 2.29, artikel 2.30, artikel 2.35, artikel 2.36, artikel 3.5, artikel 3.14, artikel 3.25, vijfde lid, artikel 4.4, vijfde lid, artikel 4.8, tweede lid, artikel 4.10, tweede lid, artikel 4.12, tweede lid, artikel 4.14, tweede lid, artikel 5.12, derde lid, artikel 6.2, tweede lid, artikel 6.4, tweede lid, artikel 6.6, artikel 6.16, tweede lid, artikel 6.22, tiende lid, en artikel 6.24, vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur;
stelt de volgende regeling vast:
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder: Verordening: de Verordening op de advocatuur.
Hoofdstuk 2. Financiële bepalingen
Paragraaf 2.1. Financiële bijdrage
Artikel 2. Indeling categorieën
Een advocaat wordt in categorie 1 ingedeeld voor de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt voor de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet in categorie 2 ingedeeld: de advocaat die
- a. aantoont dat diens bruto-inkomen in het tweede jaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar gelijk was aan dan wel lager was dan € 37.000; of
- b. op 1 januari van het desbetreffende jaar in totaal nog geen drie jaar op het tableau stond ingeschreven.
Een indeling in categorie 2 uitsluitend op grond van het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op de advocaat die is ingeschreven op grond van artikel 1 juncto artikel 2a van de Advocatenwet.
Op de advocaat die op 1 januari van het desbetreffende jaar op grond van artikel 16h van de Advocatenwet staat ingeschreven, is het bepaalde in het eerste en tweede lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3. Berekening bruto-inkomen
Het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, omvat alle bruto inkomsten uit arbeid, ongeacht of deze met de advocatuur samenhangen of niet, vermeerderd met een eventueel ontvangen WW- of ZW-uitkering. Niet tot overige bruto inkomsten uit arbeid behoeven te worden aangemerkt:
- a. pensioen-, VUT- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WAO, WIA, etc.);
- b. interestvergoedingen over ingebracht kapitaal in de praktijkvennootschap;
- c. stakingswinst.
Indien in het bruto-inkomen één van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde elementen zijn begrepen, dan vermeldt de advocaat dit apart.
In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk als zelfstandige uitoefent, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Op de bruto-praktijkwinst kan niet in mindering worden gebracht:
- a. fiscale aftrekposten waaronder zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, MKB vrijstelling, de ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 geheel of gedeeltelijk van aftrek uitgesloten algemene kosten, etc.;
- b. heffing premies volksverzekering op het inkomen van de zelfstandige;
- c. premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- d. inkomstenbelasting op het inkomen van de zelfstandige.
In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk uitoefent door middel van een praktijkrechtspersoon, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:
- a. het salaris van de advocaat/eigenaar der aandelen,
- b. de direct op dit salaris betrekking hebbende sociale lasten en pensioenlasten en
- c. de door de vennootschap verschuldigde vennootschapsbelasting;
- d. de ingevolge de Wet Inkomstenbelasting 2001 geheel of gedeeltelijk van aftrek uitgesloten algemene kosten.
In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk in loondienst uitoefent mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend: alle inkomsten uit arbeid vóór heffing van premies volksverzekering en loon- of inkomstenbelasting. Hieronder wordt gerekend: alle inkomsten die onder de loonbelasting vallen – ook opties op aandelen – en de fiscale bijtelling auto van de zaak.
Artikel 4. Bewijsmiddelen bruto-inkomen
Bezwaar tegen indeling in categorie 1, bedoeld in artikel 2, eerste lid, gaat vergezeld van een kopie van alle pagina’s betreffende Box 1 en Box 2 van het (elektronische) aangifteformulier inkomstenbelasting over het desbetreffende jaar en voor ondernemers een kopie van de elektronische ondernemersaangifte inkomstenbelasting van het desbetreffende jaar.
Indien het bezwaarlijk is om de in het eerste lid genoemde middelen mee te zenden kan de advocaat ook volstaan met een verklaring van een registeraccountant of van een accountants-administratieconsulent.
De verklaring van een registeraccountant of van een accountants-administratieconsulent vermeldt in elk geval:
- a. de naam van de advocaat;
- b. de hoogte van het gecontroleerde bruto-inkomen uit arbeid;
- c. het jaar waarover de controle heeft plaatsgevonden en waarop het bruto-inkomen uit arbeid is berekend;
- d. dat het bruto-inkomen uit arbeid over het desbetreffende jaar is vastgesteld aan de hand van het ingediende aangifteformulier inkomstenbelasting en voor ondernemers aan de hand van de ingediende ondernemersaangifte inkomstenbelasting;
- e. dat de hoogte van het bruto-inkomen uit arbeid over het desbetreffende jaar conform de in artikel 3 van de Regeling op de advocatuur opgenomen wijze is berekend.
Paragraaf 2.2. Vacatiegelden en vergoedingen
Artikel 5. Hoogte vacatiegeld
Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, van de Verordening, bedraagt:
- a. per vergadering van de raad van advies: € 500;
- b. per vergadering van het college van afgevaardigden of de financiële commissie: € 250;
- c. per zitting van het hof van discipline: € 400;
- d. per zitting van de raad van discipline: € 300;
- e. per vergadering van de redactie van het Advocatenblad: € 160;
- f. per toets door de commissie cassatie voor een:
- –. examen: € 500;
- –. proeve van bekwaamheid: € 750.
Meerdere vergaderingen, zittingen of toetsen op één dag worden als één vergadering, zitting of toets gezien.
Indien op één dag verschillende vacatiegelden van toepassing zijn, wordt slechts eenmaal het hoogste bedrag toegekend.
Artikel 6. Vergoeding griffier raad van discipline
De griffier van de raad van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in artikel 50a, tweede lid, van de Advocatenwet, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.
Artikel 7. Vergoeding griffier hof van discipline
De griffier van het hof van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.
Artikel 8. Reiskostenvergoeding
Ter zake van de reiskosten in het binnenland worden ten hoogste vergoed:
- a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas;
- b. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, alsmede de parkeerkosten;
- c. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens het verblijf.
Ter zake van de reiskosten in het buitenland worden ten hoogste vergoed:
- a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas met toeslag voor internationale treinen en slaapwagens;
- b. indien per vliegtuig wordt gereisd: de kosten van een vliegticket (premium) economy class, tenzij de algemene raad van oordeel is dat, het doel van de reis en de overige omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, de kosten van reizen in een andere klasse behoren te worden vergoed, alsmede de kosten van het parkeren op luchthavens;
- c. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, met dien verstande dat voor reizen van meer dan 700 kilometer slechts de kosten van het openbaar vervoer worden vergoed;
- d. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens verblijf.
Paragraaf 2.3. Declaratieregels
Artikel 9. Declaratiewijze
Degenen die recht hebben op vergoeding als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van de Verordening, dienen bij de algemene raad een declaratie in ter betaling van die vergoeding.
De declaratie wordt ingediend uiterlijk binnen zes maanden na afloop van een kwartaal waarin kosten zijn gemaakt of het recht op vergoeding of vacatiegeld is ontstaan. Declaraties die later worden ingediend worden niet in behandeling genomen.
De declaratie gaat vergezeld van genoegzame bescheiden.
Paragraaf 2.4. Vergoedingen
Artikel 10. Vergoeding examen cassatie
De advocaat is voor het afleggen van het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening, per (her)examen, aan de algemene raad een vergoeding verschuldigd van € 1.100.
Artikel 11. Vergoeding proeve van bekwaamheid civiele cassatie
De advocaat is voor het afleggen van de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, per (her)proeve, aan de algemene raad een vergoeding verschuldigd van € 1.700.
Hoofdstuk 3. Stage en beroepsopleiding
Artikel 12. Formulier goedkeuring stage
De algemene raad stelt vast als het formulier, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur:
- a. voor de stagiaire-ondernemer: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon voor stagiaire-ondernemer, bedoeld in bijlage 1a van deze regeling;
- b. voor de buitenstagiaire: het Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon, bedoeld in bijlage 1b van deze regeling;
- c. voor de stagiaire in dienst bij een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, onderdelen e, f, en g: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’, bedoeld in bijlage 1c van deze regeling;
- d. voor andere stagiaires: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon, bedoeld in bijlage 1d van deze regeling;
- e. voor de wijziging van patroon: het Formulier verzoek tot wijziging patroon, bedoeld in bijlage 1e van deze regeling.
Artikel 12a. Nadere vereisten patroonscursus
De cursus voor patroons bedoeld in artikel 3.5a, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur omvat in elk geval:
- –. coaching- en begeleidingsvaardigheden en ontwikkeling van andere persoonlijke kwaliteiten van de patroon;
- –. gespreksvaardigheden en het geven van feedback;
- –. bewustwording van de belangrijke rol van patroon en erkenning van die rol;
- –. inzicht in ontwikkelingspaden en -stappen van de stagiaire;
- –. timemanagement en coachen op stressbestendigheid;
- –. begeleiding van jonge professionals, omgang met deze generatie stagiaires; en
- –. kennis van de vernieuwde beroepsopleiding advocaten en aansluiting op de kantoorpraktijk.
Artikel 13. Accreditatie- en kwaliteitskader
De algemene raad stelt vast als het accreditatiekader, bedoeld in artikel 3.22a van de Verordening op de advocatuur: het accreditatie- en kwaliteitskader beroepsopleiding advocaten, bedoeld in bijlage 2.
Hoofdstuk 4. Vakbekwaamheid
Paragraaf 4.1. Kwaliteitstoetsen
Artikel 13a. Vereisten aan vormen van kwaliteitstoetsen
Intervisie als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening voldoet aan de volgende vereisten:
- a. intervisie vindt plaats in een groep van ten minste drie en ten hoogste tien advocaten;
- b. de deelnemers zijn werkzaam op hetzelfde rechtsgebied of dezelfde rechtsgebieden;
- c. deelnemende advocaten en de gespreksleider bespreken voorafgaand aan de intervisie de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens de intervisie wordt besproken;
- d. de advocaten brengen ieder in één of meer dilemma’s of vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering of de praktijkuitoefening in; en
- e. de gespreksleider bevestigt ieders deelname in een bewijs van deelname met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen.
Peer review als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening voldoet aan volgende vereisten:
- a. de peer review wordt uitgevoerd door een reviewer die werkzaam is op hetzelfde rechtsgebied of dezelfde rechtsgebieden als de gereviewde advocaat;
- b. de advocaat en de reviewer reviewen elkaar niet over en weer;
- c. de advocaat en de reviewer bespreken voorafgaand aan de review de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens de review wordt besproken of wordt ingezien;
- d. voorafgaand aan de peer review voert de advocaat een zelfevaluatie uit ter voorbereiding op de review;
- e. de review omvat ten minste vijf dossiers die door de reviewer worden geselecteerd in overleg met de advocaat. De reviewer maakt bij de review gebruik van de door de algemene raad vastgestelde beoordelingscriteria in bijlage 10;
- f. de review wordt afgesloten door een gesprek tussen de reviewer en de advocaat; en
- g. de reviewer bevestigt in een verslag dat peer review heeft plaatsgevonden met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen.
Artikel 13b. Vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg
Gestructureerd intercollegiaal overleg, als bedoeld in artikel 4.3b van de Verordening voldoet aan de volgende vereisten:
- a. gestructureerd intercollegiaal overleg vindt plaats in een groep van ten minste drie en ten hoogste tien advocaten;
- b. voorafgaand aan ieder overleg wordt een deelnemer als begeleider aangewezen;
- c. de advocaten en de begeleider zijn allen werkzaam op hetzelfde rechtsgebied of dezelfde rechtsgebieden;
- d. de advocaten en de begeleider bespreken voorafgaand aan het overleg de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens het overleg wordt besproken;
- e. de advocaten brengen ieder in één of meer vragen met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering; en
- f. de begeleider bevestigt ieders deelname in een bewijs van deelname met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen.
Artikel 13c. Gespreksleider, reviewer en begeleider
Een gespreksleider wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet aangewezen indien deze:
- a. academisch is geschoold; en
- b. in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag een cursus heeft gevolgd op het gebied van gespreksleiding voor intervisie bestaande uit ten minste twee dagdelen en een terugkombijeenkomst.
Een reviewer wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet aangewezen indien deze:
- a. een advocaat is die langer dan zeven jaar op het tableau is ingeschreven;
- b. werkzaam is op het rechtsgebied waarop hij de review doet; en
- c. in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag een cursus heeft gevolgd op het gebied van peer review bestaande uit ten minste twee dagdelen en een terugkombijeenkomst.
De begeleider, bedoeld in artikel 4.3b, eerste lid, van de Verordening, is een advocaat.
Met een cursus wordt gelijkgesteld het hebben gevolgd of gegeven van een opleiding waarin vergelijkbare kennis is opgedaan, en waarbij bovendien in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag ingeval een aanvraag gespreksleider ieder jaar ten minste eenmaal per jaar een intervisiebijeenkomst is verzorgd, of ingeval een aanvraag reviewer ten minste twee reviews zijn verzorgd.
De aanwijzing van de gespreksleider of de reviewer geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar, met de mogelijkheid tot verlenging
Een aanwijzing als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, kan worden ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor aanwijzing en vervalt van rechtswege indien een reviewer niet langer als advocaat op het tableau is ingeschreven.
De secretaris van de algemene raad houdt een overzicht bij van de aangewezen deskundigen.
Paragraaf 4.1a. Opleidingspunten
Artikel 14. Opleidingspuntwaardige activiteiten
De advocaat kan ingevolge artikel 4.4, vijfde lid, aanhef en onderdeel e, en artikel 4.13, derde lid, van de Verordening, een of meer opleidingspunten behalen door:
- a. het schrijven van juridische adviezen voor een adviescommissie van de Nederlandse orde van advocaten, met ten hoogste een punt per advies;
- b. het verrichten van werkzaamheden in een zaak als rechter-plaatsvervanger, arbiter of lid van een raad van discipline of het hof van discipline, met ten hoogste een punt per zaak in het jaar dat de zaak is beëindigd en ten hoogste vier punten per jaar;
- c. deelname aan jurisprudentiebijeenkomsten, met ten hoogste vier punten per jaar;
- d. het maken van toetsen voor de beroepsopleiding advocaten, met ten hoogste een punt per toets en vier punten per jaar;
- e. het met goed gevolg afleggen van het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening, met een punt;
- f. het met goed gevolg afleggen van de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, met een punt;
- g. het afnemen van het mondeling examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening of de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, met ten hoogste een punt per afgenomen examen of proeve van bekwaamheid en ten hoogste vier punten per jaar;
- h. het afleggen van een door de algemene raad aangeboden self-assessment, met een punt per jaar;
- i. aantoonbaar op vergelijkbare wijze de professionele kennis en kunde te onderhouden.
Artikel 15. Niet opleidingspuntwaardige activiteiten
De advocaat kan, ingevolge artikel 4.4, zesde lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening, geen opleidingspunten behalen door:
- a. het lidmaatschap van een van de organen van de Nederlandse orde van advocaten of de orde in het arrondissement;
- b. het volgen van de beroepsopleiding advocaten;
- c. deelname aan lokale activiteiten, bedoeld in artikel 3.10 van de Verordening, die uitsluitend in het kader van de stage worden georganiseerd.
- d. deelname aan gestructureerd intercollegiaal overleg.
Paragraaf 4.2. Erkenning van opleidingsinstellingen
Artikel 16. Aanvraag erkenning
Een opleidingsinstelling kan de algemene raad verzoeken om erkenning als bedoeld in artikel 4.4, zesde lid, van de Verordening waardoor de opleidingsinstelling:
- a. aan haar (potentiële) deelnemers kan meedelen hoeveel opleidingspunten behaald kunnen worden met het volgen van de aangeboden opleidingen;
- b. het beeldmerk uit bijlage 3 mag gebruiken voor zijn opleidingen.
De opleidingsinstelling doet het verzoek om erkenning door middel van een door de algemene raad beschikbaar gesteld formulier en voegt daarbij de volgende documenten:
- a. een kwaliteitsplan waarin is beschreven:
- i. de visie en strategie van de opleidingsinstelling;
- ii. op welke wijze een cursus bijdraagt aan het onderhouden of ontwikkelen van de professionele kennis en kunde van advocaten, en hoe een cursus hiertoe vorm krijgt;
- iii. op welke wijze wordt getoetst dat kennisoverdracht heeft plaatsgevonden;
- iv. op welke wijze het academische niveau van een cursus wordt geborgd;
- v. op welke wijze de opleidingsinstelling gebruik maakt van de inbreng van advocaten bij de totstandkoming, evaluatie en verbetering van een cursus;
- vi. de cursusorganisatie;
- vii. het cursusaanbod;
- viii. op welke wijze de docenten van de cursussen worden geselecteerd en begeleid;
- ix. hoe de kwaliteit van opleiding wordt geborgd;
- b. informatie over de voorgenomen opleidingen.
Artikel 17. Weigeringsgronden
De algemene raad wijst het verzoek om erkenning af indien:
- a. de opleidingsinstelling
- i. in surseance van betaling verkeert of over de instelling het faillissement is uitgesproken;
- ii. opleiden niet als hoofdactiviteit heeft en evenmin een aparte afdeling heeft die opleiden als hoofdactiviteit heeft;
- b. de opleidingen
- i. niet gericht zijn op de doelgroepen:
- –. advocaten;
- –. academisch geschoolde juristen;
- –. beoefenaren van een toegelaten vrij beroep;
- –. een combinatie van deze doelgroepen.
- ii. niet of onvoldoende bijdragen aan de vakbekwaamheid van de advocaat;
- c. het kwaliteitsplan
- i. naar het oordeel van de algemene raad onvoldoende bijdraagt aan de verbetering en het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs;
- ii. onvoldoende waarborg biedt dat de opleiding van academisch niveau is en aansluit bij de praktijk van advocaten;
- iii. onvoldoende waarborg biedt dat er kennisoverdracht plaatsvindt.
De algemene raad kan een verzoek om erkenning afwijzen indien naar zijn overtuiging de instelling niet voldoet of kan voldoen aan de bepalingen van artikel 18.
Artikel 18. Verplichtingen erkende instellingen
De erkende opleidingsinstelling draagt zorg voor continuïteit van de opleiding en wijst een vaste contactpersoon aan.
De erkende opleidingsinstelling laat jaarlijks ten minste vijf cursussen plaatsvinden die van academisch niveau zijn en de praktijkvoering en -uitoefening van advocaten ten goede komen.
De erkende opleidingsinstelling vult de door de Nederlandse orde van advocaten ter beschikking gestelde kwaliteitsmonitor binnen twee maanden na erkenning in en daarna ten minste eenmaal per jaar.
De erkende opleidingsinstelling geeft de algemene raad desgevraagd inzage in de resultaten van de door haar ingevulde kwaliteitsmonitor.
De erkende opleidingsinstelling evalueert het onderwijs en houdt rekening met de resultaten van de kwaliteitsmonitor en de evaluatie.
De erkende opleidingsinstelling waarborgt en verbetert waar mogelijk het niveau van de opleiding en de aansluiting daarvan op de praktijk van de advocaat.
De erkende opleidingsinstelling heeft een schriftelijke klachtenregeling.
De erkende opleidingsinstelling die het opleiden heeft ondergebracht bij een aparte opleidingsafdeling neemt het kwaliteitsplan en de monitor op in haar jaarplan en draagt zorg dat deze werkzaamheden worden afgebakend van de overige werkzaamheden van die instelling.
De erkende opleidingsinstelling stelt per deelnemer de deelname aan een opleiding vast en verstrekt deelnemers een bewijsstuk met het aantal daadwerkelijk behaalde opleidingspunten voor het gevolgde onderwijs en het in bijlage 3 opgenomen beeldmerk, waarin het aantal daadwerkelijk behaalde punten is vermeld.
De erkende opleidingsinstelling kent uitsluitend opleidingspunten toe aan de opleidingen die voldoen aan artikel 4.4, vijfde lid, onderdeel a, van de Verordening.
De erkende opleidingsinstelling gebruikt waar mogelijk en waar relevant het in bijlage 3 opgenomen beeldmerk, waarin zij het aantal punten vermeldt dat een advocaat met de betrokken opleiding kan behalen.
De erkende opleidingsinstelling is jaarlijks een vergoeding verschuldigd van € 300.
De erkende opleidingsinstelling werkt mee aan onderzoek door de algemene raad naar het naleven van de in dit artikel genoemde verplichtingen.
Artikel 19. Geldigheid en intrekking van erkenning
De algemene raad kan de erkenning intrekken indien:
- a. de opleidingsinstelling de verplichtingen, bedoeld in artikel 18, niet nakomt;
- b. zich een van de weigeringsgronden in artikel 17, eerste lid, voordoet;
- c. het kwaliteitsplan niet nageleefd wordt of gewijzigd wordt, zodat het niet bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c;
- d. de opleidingsinstelling daar schriftelijk om verzoekt.
Paragraaf 4.3. Cassatie
Artikel 20. Aanvragen examen of proeve van bekwaamheid
De advocaat kan verzoeken om het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening, of de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, af te leggen. Binnen twaalf weken na het verzoek wordt de advocaat daartoe in de gelegenheid gesteld. De algemene raad deelt de advocaat binnen vier weken mee wanneer het examen of de proeve wordt afgenomen.
Voor het afleggen van het examen dan wel de proeve dient de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad:
- a. zich uiterlijk twaalf weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid aan te melden bij de commissie cassatie;
- b. uiterlijk zes weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid aan de commissie cassatie de gegevens te verstrekken ten behoeve van de vaststelling dat de advocaat heeft voldaan aan het vereiste van artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening respectievelijk de vereisten van de artikelen 4.13, eerste lid, en 4.14, van de Verordening;
- c. uiterlijk zes weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid het door de algemene raad vastgestelde bedrag te hebben voldaan, bedoeld in de artikelen 10 en 11 van deze regeling voor het afleggen van het examen onderscheidenlijk de proeve.
De voorzitter van de commissie cassatie is in voorkomend geval bevoegd om af te wijken van de termijn, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a.
Bij aanmelding voor het examen geeft de advocaat een uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze op als bedoeld in artikel 21, aanhef en onderdeel b, tweede subonderdeel.
Op verzoek legitimeert de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad zich met een geldig legitimatiebewijs, bijvoorbeeld zijn advocatenpas.
Op de herkansing van het examen en van de proeve van bekwaamheid zijn het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21. Stof examen civiele cassatie
De examenstof, bedoeld in artikel 4.9, vijfde lid, van de Verordening bestaat uit de volgende onderdelen:
- a. de laatste druk van:
- –. Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4, Kluwer Deventer;
- –. Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen 7, met uitzondering van Hoofdstuk I (geschiedenis en rechtsvergelijking), Kluwer Deventer;
- b. jurisprudentie:
- –. een viertal op de website van de Nederlandse orde van advocaten per toetsingsmogelijkheid door de commissie opgegeven uitspraken van de Hoge Raad;
- –. een in de NJ gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze, representatief voor de eigen praktijk;
- c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk, in het bijzonder betreffende griffierechten en toevoegingszaken.
Artikel 22. Afleggen examen
Tijdens het examen wordt de in artikel 21 omschreven kennis getoetst, waarbij als richtlijn de navolgende indeling wordt gehanteerd:
- a. burgerlijk procesrecht, daaronder begrepen appel- en cassatieprocesrecht in samenhang met het privaatrecht en de voorgeschreven jurisprudentie;
- b. cassatietechniek;
- c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk.
Het examen is met goed gevolg afgelegd indien het resultaat van elk van de in het vorige lid opgenomen onderdelen als voldoende kan worden aangemerkt.
Artikel 23. Afleggen proeve van bekwaamheid cassatie
De advocaat bij de Hoge Raad stelt de commissie cassatie twee volledige dossiers van bij de Hoge Raad afgeronde procedures ter hand, één waarin hij namens de eisende partij heeft opgetreden en één waarin hij namens de verwerende partij heeft opgetreden.
Onderdeel van het dossier vormt het cassatieadvies.
Op de herkansing van de proeve van bekwaamheid zijn het eerste en tweede lid van toepassing.
Artikel 24. Opgave en toerekening van cassatiezaken
De advocaat doet opgave van de door hem behandelde cassatiezaken bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van de Verordening.
De opgave houdt in:
- a. de zaaknamen;
- b. of is opgetreden namens eiser of namens verweerder;
- c. de ECLI-, rol- of rekestnummers waar het betreft zaken die tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid;
- d. de datum van de adviezen,
- e. of meer dan een advocaat de zaak heeft behandeld;
- f. de inhoud van de aan hem verleende vrijstelling, indien van toepassing.
Indien de cassatiezaak door twee advocaten is behandeld en beiden hebben een min of meer gelijkwaardige inbreng gehad, kan ieder van de advocaten een halve cassatiezaak opvoeren.
Indien een cassatiezaak door meer dan twee advocaten is behandeld, kunnen slechts twee advocaten ieder een halve cassatiezaak opvoeren.
Hoofdstuk 5. Kantoororganisatie
Paragraaf 5.1. Professioneel statuut
Artikel 25. Model professioneel statuut
De algemene raad stelt als het model voor het professioneel statuut vast, het model in bijlage 4.
Het in het eerste lid bedoelde model is van toepassing op professionele statuten die overeengekomen zijn voor het moment van inwerkingtreding van dit artikel, indien deze worden gewijzigd.
Paragraaf 5.2. Advocatenpas en authenticatiemiddel
Artikel 26. Aanvraag advocatenpas
Bij de aanvraag geeft de advocaat de namen van de eventuele gemachtigden op voor de uitgifte van de advocatenpas.
Bij de aanvraag geeft de advocaat een persoonlijk e-mailadres op voor ieder authenticatiemiddel.
Bij de aanvraag maakt de advocaat gebruik van de door de algemene raad beschikbaar gestelde website.
Artikel 27. Geldigheid advocatenpas en authenticatiemiddel
De advocatenpas en het authenticatiemiddel zijn ten hoogste vijf jaar geldig.
Paragraaf 5.3. Geheimhoudernummers
Artikel 28. Op te geven nummers voor alle advocaten
Iedere advocaat geeft op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad, indien hij over de genoemde apparatuur beschikt:
- a. het doorkiesnummer van zijn vaste telefoon;
- b. het nummer van zijn mobiele telefoon;
- c. het doorkiesnummer van het faxapparaat dat alleen door de advocaat, andere geheimhouders of personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht wordt gebruikt;
- d. het doorkiesnummer van de secretaresse van de advocaat die een van hem afgeleid verschoningsrecht heeft;
- e. het nummer van een vaste (afzonderlijke) telefoonaansluiting in het woonhuis van de advocaat, voor zover deze aansluiting alleen voor zakelijk gebruik is bestemd en wordt gebruikt, en de advocaat een andere (vaste) aansluiting heeft die voor privégebruik is bestemd en wordt gebruikt.
Artikel 29. Alle advocaten uitgezonderd die met een dienstverband of op gemengde kantoren
De advocaat, niet zijnde een advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders of een advocaat met een dienstverband, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad:
- a. het (vaste) algemene nummer(s) van zijn kantoor;
- b. het algemene faxnummer van zijn kantoor;
- c. het bundelnummer(s);
- d. het doorkiesnummer van paralegals, studentstagiaires en medewerkers van de financiële administratie met een van hem afgeleid verschoningsrecht.
Artikel 30. Advocaten op gemengde kantoren
De advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders, niet zijnde een advocaat met een dienstverband, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad:
- a. het doorkiesnummer van paralegals en studentstagiaires met een van hem afgeleid verschoningsrecht;
- b. indien in de telefooncentrale scheiding tussen geheimhouders en niet-geheimhouders op het niveau van bundelnummers is gerealiseerd, het bundelnummer waar uitsluitend geheimhouders en personen met een van de geheimhouder afgeleid verschoningsrecht van gebruik maken.
Paragraaf 5.4. Beschrijving werkwijze
Artikel 31. Dossierbeheer
De advocaat zorgt ervoor dat dossiers snel te vinden zijn en relevante gegevens overzichtelijk en toegankelijk weergeven, ook voor bevoegde derden.
Artikel 32. Kantoorhandboek
De advocaat beschrijft, op grond van artikel 6.4 van de Verordening, ten minste de volgende aspecten:
- a. de vakbekwaamheid:
- i. hoe de advocaat of het kantoor aandacht besteedt aan vakbekwaamheid van de advocaten;
- b. de kantoororganisatie:
- i. welke gemachtigden binnen het kantoor over een authenticatiemiddel beschikken en hoe met de advocatenpas en het authenticatiemiddel moet worden omgegaan bij verlies, vermissing of beschadiging van het authenticatiemiddel of de advocatenpas;
- ii. hoe en bij wie de beroepsaansprakelijkheid is verzekerd;
- iii. of en zo ja op welke wijze met cliënten overeengekomen is dat de beroepsaansprakelijkheid is beperkt conform artikel 6.26 van de Verordening, en op welke wijze dat anderszins bekendgemaakt wordt;
- iv. welke procedures gelden met betrekking tot het verrichten of aanvaarden van betalingen, waaronder contante betalingen en de procedures met betrekking tot het in ontvangst nemen van waardepapieren en kostbaarheden;
- c. de administratie:
- i. op welke wijze de advocaat uitvoering geeft aan de artikelen 2:10 en 3:15a van het BW en artikel 6.5 van de Verordening, indien en voor zover deze op hem van toepassing zijn;
- ii. de wijze waarop de advocaat, respectievelijk het kantoor, zorg draagt dat de administratieve gegevens over de zaak zodanig worden beheerd dat zij snel te vinden zijn en voor de uitoefening van het beroep relevante informatie bevatten;
- iii. de wijze waarop de advocaat de administratie heeft ingericht zodat daaruit blijkt dat hij voldoet aan het bepaalde in de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme;
- d. derdengelden:
- i. welke stichting tot zijn beschikking staat;
- ii. welke procedures gelden met betrekking tot derdengelden;
- iii. of de stichting een bankrekening heeft en zo ja, wat het nummer daarvan is;
- iv. of, en zo ja, welk bankrekeningnummer op het briefpapier wordt vermeld;
- i. of het kantoor diensten aanbiedt die vallen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme en, zo ja,
- ii. welke procedures het kantoor heeft met betrekking tot de identificatie van de cliënt en eventuele tussenperso(o)n(en), het aanvaarden van opdrachten en het melden van ongebruikelijke transacties;
- iii. hoe het kantoor waarborgt dat de advocaat en andere medewerkers goed geïnformeerd zijn over de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme en de procedures, bedoeld in dit onderdeel, punt ii.
- f. het dossier- en zaaksbeheer:
- i. de wijze waarop de advocaat de dossiers beheert;
- ii. de wijze waarop de advocaat zijn bereikbaarheid heeft afgestemd op de verwachtingen van de cliënt en gegeven de rechtspraktijk die de advocaat uitoefent;
- iii. de wijze waarop de advocaat zich inspant de zaak tijdig af te handelen en waarborgt dat termijnen niet worden overschreden;
- iv. de wijze waarop de advocaat bij zijn afwezigheid zorgt voor een goede vervanging door een advocaat of voor overdracht van een dossier;
- v. de wijze waarop de advocaat zorg draagt voor een zorgvuldige afsluiting en archivering van het dossier;
- g. informatiemanagement:
- i. de wijze waarop – voor zover van toepassing – het informatiemanagement wordt toegepast ten aanzien van e-mails, de kantoorwebsite en de bescherming van persoonsgegevens;
- h. risicomanagement:
- i. de wijze waarop de risicoanalyse en het melden van risico’s plaatsvindt en wat de procedures zijn;
- ii. welk werk een kantoor niet zal verrichten in verband met de voor het kantoor niet-aanvaardbare risico’s;
- iii. een overzicht van de algemene risico’s en oorzaken van claims in relatie tot de gebieden waarop het kantoor werkzaam is; en
- iv. een instructie voor werkzaamheden die wel worden verricht hoewel ze een hoger dan normaal risico voor het kantoor met zich meebrengen, inclusief afwijkend toezicht en meldplicht;
- i. relatie met de cliënt:
- i. op welke wijze de advocaat zich vergewist van de identiteit van de cliënt en de wettigheid van de opdracht conform de artikelen 7.1 en 7.2 van de Verordening en deze zo nodig weigert conform artikel 7.3 van de Verordening;
- ii. op welke wijze de opdracht wordt bevestigd en wat gebruikelijk in de opdrachtbevestiging is opgenomen;
- iii. de wijze waarop de advocaat tijdens het eerste contact met de cliënt vaststelt wat de aard en omvang van de zaak is en, indien mogelijk, een inschatting van de haalbaarheid maakt van hetgeen de cliënt verlangt;
- iv. de wijze waarop de advocaat bij aanvang de financiële consequenties met de cliënt bespreekt, zodat de cliënt zich bewust is van de consequenties van het geven van de opdracht;
- v. de wijze waarop de advocaat de vertrouwelijkheid van gegevens omtrent zijn cliënt en de aan hem toevertrouwde zaken waarborgt;
- vi. de wijze waarop de advocaat de cliënt, gevraagd en ongevraagd, tijdig voorziet van alle voor de cliënt belangrijke (financiële) informatie;
- vii. de wijze waarop de advocaat de kwaliteit van de ingeschakelde derden waarborgt en de cliënt van de inschakeling van tevoren op de hoogte brengt;
- viii. de wijze waarop de advocaat het oordeel van cliënten bij het verbeteren van zijn dienstverlening betrekt;
- j. belangenverstrengeling
- i. de wijze waarop belangenverstrengeling wordt geïdentificeerd en hoe wordt opgetreden als hiervan sprake is.
Paragraaf 5.5. Stichting derdengelden
Artikel 33. Modelstatuten stichting derdengelden
De algemene raad stelt als het model voor de statuten vast, het model in bijlage 5.
Het in het eerste lid bedoelde model geldt voor stichtingen die worden opgericht en statuten die anderszins worden gewijzigd na inwerkingtreding van dit artikel.
Artikel 34. Overeenkomst stichting derdengelden
De algemene raad stelt vast als het model voor de overeenkomst tussen de stichting derdengelden en de advocaat of zijn kantoor, het model in bijlage 6.
Het in het eerste lid bedoelde model geldt voor overeenkomsten die gesloten of gewijzigd worden na inwerkingtreding van dit artikel.
Paragraaf 5.6. Beroepsaansprakelijkheid
Artikel 35. Vrijwaring van beroepsaansprakelijkheid
De algemene raad stelt als het model vrijwaringsovereenkomst beroepsaansprakelijkheid door de Staat vast, het model in bijlage 7.
Paragraaf 5.7. Registratie rechtsgebieden
Artikel 35a. Registratie rechtsgebieden
De advocaat registreert de rechtsgebieden, als bedoeld in artikel 6.32, eerste lid, van de Verordening, direct na het behalen van de bedoelde opleidingspunten, doch uiterlijk 1 maart na het kalenderjaar waarin de vereiste opleidingspunten zijn behaald.
De advocaat maakt de registratie bekend, als bedoeld in artikel 6.32, tweede lid, van de Verordening, binnen een maand na zijn registratie.
Artikel 35b. Modellen bekendmaking en lijst van rechtsgebieden
De algemene raad stelt vast als modellen voor het openbaar en publiekelijk toegankelijk bekendmaken, de modellen in bijlage 8.
De algemene raad stelt vast als lijst van rechtsgebieden, de lijst in bijlage 9.
Hoofdstuk 6. Termijn herintreden na schrapping
Artikel 36. Termijn herintreden na schrapping op grond van artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, van de Advocatenwet
De algemene raad stelt de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet, op vijf jaar.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 37. Inwerkingtredingsbepalingen
De Verordening op de advocatuur treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 38. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling op de advocatuur.
Bijlagen
| Bijlage 1: | Formulieren goedkeuring stage |
|---|---|
| Bijlage 1a: | Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon voor stagiaire-ondernemer |
| Bijlage 1b: | Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon |
| Bijlage 1c: | Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’ |
| Bijlage 1d: | Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon |
| Bijlage 1e: | Formulier verzoek tot wijziging patroon |
| Bijlage 2: | Accreditatiekader beroepsleiding advocaten |
| Bijlage 3: | Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen |
| Bijlage 4: | \Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking |
| Bijlage 5: | Modelstatuten stichting derdengelden |
| Bijlage 6: | Modelovereenkomst stichting derdengelden |
| Bijlage 7: | Modelovereenkomst vrijwaring door de Staat beroepsaansprakelijkheid |
| Bijlage 8: | Modellen openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend maken van registratie |
| Bijlage 9: | Lijst van rechtsgebieden |
| Bijlage 10: | Beoordelingscriteria Peer review |
Bijlage 1a. Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon stagiaire- ondernemer
behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur
In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.
| Hierdoor verzoekt (beoogd stagiaire): | .................................................................... |
| Kantoor: | .................................................................... |
| Kantooradres: | .................................................................... |
| Telefoon: | .................................................................... |
| Telefoon mobiel: | .................................................................... |
| E-mail: | .................................................................... |
| Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): | .................................................................... |
| de raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon, te weten: | .................................................................... |
| Kantoor: | .................................................................... |
| Kantooradres: | .................................................................... |
| E-mail: | .................................................................... |
| Datum beëdiging: | .................................................................... |
De stagiaire zal uren per week als advocaat werkzaam zijn.
Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen bij of krachtens de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de raad van de orde van advocaten in het arrondissement ....................................................................
De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:
- •. de verklaring van de beoogd patroon in te stemmen met het patronaat, met overlegging van het certificaat waaruit blijkt dat de beoogd patroon een patroonscursus zoals omschreven in artikel 12a van de Regeling op de advocatuur heeft gevolgd;
- •. de relevante overeenkomsten met de beoogd patroon of zijn/haar kantoor, zoals de samenwerkingsovereenkomst;
- •. het begeleidingsplan met daarin opgenomen de afspraken inzake de concrete begeleiding van de stagiaire;
- •. het ondernemingsplan, waarin ook aandacht is besteed aan de adequate kantoorinrichting en de beroepsopleiding;
- •. het bewijs van een passende kredietfaciliteit;
- •. het bewijs dat de organisatie van zijn/haar kantoor, inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie aantoonbaar, adequaat ingericht zijn;
- •. een offerte of polis van de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- •. de huurovereenkomst voor de duur van de stage;
- •. de afspraken over waarneming bij afwezigheid;
- •. de overeenkomst met de stichting derdengelden, de statuten van de stichting derdengelden en een uittreksel uit het stichtingenregister van de Kamer van Koophandel, tenzij de advocaat zich beroept op artikel 6.21, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
- •. een offerte of polis van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering met daarbij een verklaring dat wordt voldaan aan de vereisten van de Verordening op de advocatuur;
- •. een (digitaal) kantoorhandboek.
De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):
......................................................................................................................................
De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.
In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening stagiaire) |
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening beoogd patroon) |
- De raad van de orde kan de goedkeuring aan het patronaat onthouden als de beoogd patroon reeds patroon is van:
- –. hetzij een buitenstagiaire, hetzij een stagiaire-ondernemer (artikel 3.6, aanhef en onderdeel e, van de Verordening op de advocatuur);
- –. twee of meer stagiaires, en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar (artikel 3.6, aanhef en onderdeel f, van de Verordening op de advocatuur).
Bijlage 1b. Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon
Behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur
(buitenstagiaire)
In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.
| Hierdoor verzoekt (beoogd buitenstagiaire): | .................................................................... |
| Kantoor: | .................................................................... |
| Kantooradres: | .................................................................... |
| Telefoon: | .................................................................... |
| Telefoon mobiel: | .................................................................... |
| E-mail: | .................................................................... |
| Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): | .................................................................... |
| de raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon, te weten: | .................................................................... |
| Kantoor: | .................................................................... |
| Kantooradres: | .................................................................... |
| Datum beëdiging: | .................................................................... |
Het verzoek betreft tevens vrijstelling van het kantoor houden bij de beoogd patroon ingevolge artikel 9b, derde lid, van de Advocatenwet.
De buitenstagiaire zal ......uren per week als advocaat werkzaam zijn.
Het dienstverband vangt aan op: ............................................
Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen bij of krachtens de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ...............................................................
De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:
- •. de motivering van het verzoek;
- •. een overzicht van de kantoorsamenstelling van zowel het kantoor van de beoogd patroon als het kantoor van de stagiaire onder vermelding van beëdigingsdatum van de op het kantoor van de beoogd patroon werkzame advocaten. Bij de stagiaire(s), werkzaam op het kantoor van de beoogd patroon, dient de patroon te worden vermeld. Tevens dient vermeld te worden of er ook juridisch medewerkers aan het kantoor verbonden zijn;
- •. de verklaring van de beoogd patroon in te stemmen met het patronaat, met overlegging van het certificaat waaruit blijkt dat de beoogd patroon een patroonscursus zoals omschreven in artikel 12a van de Regeling op de advocatuur heeft gevolgd;
- •. de arbeidsovereenkomst;
- •. het begeleidingsplan met daarin opgenomen de afspraken inzake de concrete begeleiding van de stagiaire;
- •. het bewijs dat de organisatie van het kantoor van de stagiaire, inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie, aantoonbaar adequaat ingericht zijn;
- •. een offerte of polis van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering met daarbij een verklaring dat wordt voldaan aan de Verordening op de advocatuur of een verklaring van de werkgever dat de stagiaire wordt toegevoegd aan de bestaande verzekering van het kantoor van de beoogd patroon.
De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
Voortgang beroepsopleiding: eerste/tweede/derde jaar beroepsopleiding afgerond en werkzaam voor
....... uren per week als binnen- of buitenstagiaire/stagiaire-ondernemer.
De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):
..............................................................................................................................
De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.
In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening stagiaire) |
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening beoogd patroon) |
Bijlage 1c. Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’ van een werkgever anders dan advocatenkantoor
Behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur
(artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur)
In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.
| Hierdoor verzoekt (beoogd stagiaire): | ................................................................. |
| Bedrijf: | ................................................................. |
| Adres: | ................................................................. |
| Telefoon: | ................................................................. |
| Telefoon mobiel: | ................................................................. |
| E-mail: | ................................................................. |
| Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): | ................................................................. |
| De raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon te weten: | ................................................................. |
| Kantoor: | ................................................................. |
| Kantooradres: | ................................................................. |
| E-mail: | ................................................................. |
| Datum beëdiging: | ................................................................. |
De stagiaire zal...... uren per week als advocaat werkzaam zijn. Het dienstverband vangt aan op ..............................................
Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen in de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ...............................................
De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:
- •. nadere informatie over het bedrijf waarvoor de stagiaire werkzaam is, gelet op artikel 5.9 van de Verordening op de advocatuur en informatie te verstrekken over de inhoud van zijn/haar werkzaamheden en voor wie de stagiaire optreedt;
- •. professioneel Statuut, alsmede een uittreksel Kamer van Koophandel waaruit blijkt wie bevoegd is bedoeld statuut te ondertekenen;
- •. een offerte of polis van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering1aansluiting is mogelijk bij het Nederlands Genootschap voor Bedrijfsjuristen (NGB), die een overkoepelende NGB-Stichting Derdengelden in het leven heeft geroepen. met daarbij een verklaring dat wordt voldaan aan de Verordening op de advocatuur;
- •. een verklaring van de werkgever overeenkomstig artikel 6.24, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
- •. de verklaring van de beoogd patroon in te stemmen met het patronaat, met overlegging van het certificaat waaruit blijkt dat de beoogd patroon een patroonscursus zoals omschreven in artikel 12a van de Regeling op de advocatuur heeft gevolgd;
- •. de arbeidsovereenkomst;
- •. het begeleidingsplan met daarin opgenomen de afspraken inzake de concrete begeleiding van de stagiaire;
- •. de overeenkomst met de stichting derdengelden, statuten van de stichting derdengelden en een uittreksel uit het stichtingenregister van de Kamer van Koophandel, tenzij de stagiaire zich beroept op artikel 6.21, tweede lid van de Verordening op de advocatuur;
- •. een (digitaal) kantoorhandboek;
De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):
....................................................................................................................................
De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.
In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening stagiaire) |
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening beoogd patroon) |
Bijlage 1d. Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon
Behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur
(artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur)
In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.
| Hierdoor verzoekt (beoogd stagiaire): | ................................................................. |
| Kantoor: | ................................................................. |
| Kantooradres: | ................................................................. |
| Telefoon: | ................................................................. |
| Telefoon mobiel: | ................................................................. |
| E-mail: | ................................................................. |
| Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): | ................................................................. |
| de raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon te weten: | ................................................................. |
| E-mail: | ................................................................. |
| Datum beëdiging: | ................................................................. |
De stagiaire zal ......uren per week als advocaat werkzaam zijn. Het dienstverband vangt aan...............................................
Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen in de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ................................................
De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:
- •. de arbeidsovereenkomst;
- •. de verklaring van de beoogd patroon in te stemmen met het patronaat, met overlegging van het certificaat waaruit blijkt dat de beoogd patroon een patroonscursus zoals omschreven in artikel 12a van de Regeling op de advocatuur heeft gevolgd;
- •. het begeleidingsplan met daarin opgenomen de afspraken inzake de concrete begeleiding van de stagiaire.
De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: .........................................* |
- De raad van de orde kan de goedkeuring aan het patronaat onthouden als de beoogd patroon reeds patroon is van:
- –. hetzij een buitenstagiaire, hetzij een stagiaire-ondernemer (artikel 3.6, aanhef en onderdeel e, van de Verordening op de advocatuur);
- –. twee of meer stagiaires, en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar (artikel 3.6, aanhef en onderdeel f, van de Verordening op de advocatuur).;
De patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):
..........................................................................................................
De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.
In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening stagiaire) |
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening beoogd patroon) |
Bijlage 1e. Formulier verzoek tot wijziging patroon behorend bij artikel 12
(artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur)
| In te dienen bij de raad van de orde. | |
| Hierdoor verzoekt (stagiaire): | ................................................................. |
| Kantoor: | ................................................................. |
| Kantooradres: | ................................................................. |
| Telefoon: | ................................................................. |
| Telefoon mobiel: | ................................................................. |
| de raad van de orde om wijziging en goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar patroon. | ................................................................. |
| E-mail: | ................................................................. |
| Datum beëdiging: | ................................................................. |
| Patroon: | ................................................................. |
| Beoogd patroon: | ................................................................. |
| E-mail: | ................................................................. |
Datum beëdiging beoogd patroon: .................................................................
Reden verzoek: .........................................................................................................
...............................................................................................................................
...............................................................................................................................
...............................................................................................................................
Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen in de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ....................................................
De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: ......................................... |
| naam: ............................................ | beëdigingdatum: .........................................* |
- De raad van de orde kan de goedkeuring aan het patronaat onthouden als de beoogd patroon reeds patroon is van:
- –. hetzij een buitenstagiaire, hetzij een stagiaire-ondernemer (artikel 3.6, aanhef en onderdeel e, van de Verordening op de advocatuur);
- –. twee of meer stagiaires, en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar (artikel 3.6, aanhef en onderdeel f, van de Verordening op de advocatuur).;
De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerkers (niet zijnde advocaat):
..........................................................................................................................
De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:
- •. arbeidsovereenkomst (bij wijziging kantoor);
- •. de verklaring van de beoogd patroon in te stemmen met het patronaat, met overlegging van het certificaat waaruit blijkt dat de beoogd patroon een patroonscursus zoals omschreven in artikel 12a van de Regeling op de advocatuur heeft gevolgd;
- •. het begeleidingsplan met daarin opgenomen de afspraken inzake de concrete begeleiding van de stagiaire.
De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.
In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening stagiaire) |
| .............................................. | .............................................. |
| (plaats, datum) | (handtekening beoogd patroon) |
Bijlage 2. Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten
KWALITEITS- EN ACCREDITATIEKADER BA2020
Conform artikel 3.22a van de Verordening op de advocatuur
Vastgesteld door de algemene raad op 2 maart 2020
De bijlagen A tot en met I maken integraal onderdeel uit van het kwaliteits- en accreditatiekader BA2020
1. Totstandkoming van het kader
De Beroepsopleiding Advocaten (BA) is een opleiding voor advocaat-stagiaires die wordt verzorgd onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA). De opleiding kent meerdere onderwijsaanbieders. De Uitvoeringsorganisatie (UO, CPO/Dialogue) verzorgt de integrale beroepsopleiding. De Law Firm School (LFS) en De Brauw verzorgen voor hun eigen advocaat- stagiaires een deel van de beroepsopleiding. Met de herziening van de opleiding in de BA2020 is de opzet van de opleiding veranderd, en hebben aansluiting op de praktijk, ethiek en vaardigheden een prominente plaats gekregen. De herziening moet leiden tot behoud en verdere verbetering van de kwaliteit van de beroepsopleiding voor advocaten, een meer flexibele opleiding en een opleiding die recht doet aan de variëteit aan praktijken en kantoren in de Nederlandse advocatuur.
Dit kwaliteits- en accreditatiekader (hierna: kwaliteitskader) is ontwikkeld door QANU naar aanleiding van de introductie van de BA2020 en in opdracht van de NOvA. Dit gebeurde in samenspraak met de onderwijsaanbieders in de BA zoals die op het moment van opstellen van het kwaliteitskader actief zijn. Met dit instrument wordt gewaarborgd dat de opleiding bij alle onderwijsaanbieders leidt tot het behalen van de gewenste eindtermen, waarbij tegelijk voldoende ruimte is voor eigen accenten.
Dit kwaliteitskader geldt voor elke onderwijsaanbieder in de BA2020, geaccrediteerd dan wel via een overeenkomst met de NOvA als onderwijsaanbieder aangemerkt. Gezien het niveau van de BA2020 (post-masteronderwijs) is het kwaliteitskader opgesteld in lijn met het meest recente Beoor- delingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland 2018 van de NVAO (Nederlands- Vlaamse Accreditatie Organisatie) voor accreditatie in het hoger onderwijs.
2. Uitgangspunten
Het kwaliteitskader is zodanig geformuleerd dat de toepassing ervan duidelijk maakt of de beoor- deelde onderwijsaanbieder voldoet aan de minimaal gestelde eisen rondom de BA. Elke onderwijs- aanbieder wordt daarbij gelijk behandeld.
Tegelijkertijd wil het kwaliteitskader via een open formulering van de beoordelingsstandaarden ruimte scheppen om in de beoordeling recht te doen aan de eigen keuzes en identiteit van de onderwijsaanbieder. Een beoordeling volgens dit kader neemt de uitgangspunten van de onderwijsaanbieder bij het vormgeven van de opleiding dan ook als vertrekpunt. Doel hierbij is de meerwaarde van de beoordeling voor de onderwijsaanbieder te maximaliseren.
Een beoordeling volgens dit kwaliteitskader geschiedt vanuit een opbouwend-kritische, op ontwikkeling gerichte houding. Alle deelnemers streven een open dialoog na. De leden van de visitatiecommissie stellen zich op als critical friendsdie met de onderwijsaanbieder meedenken en bij willen dragen aan de kwaliteit van het programma. Zij kijken derhalve niet alleen naar het behalen van de basiskwaliteit, maar ook naar de wijze waarop de verschillende beoordelingsaspecten afgestemd zijn op de eigen filosofie en didactische uitgangspunten van de onderwijsaanbieder. Dit houdt in dat voorafgaand aan, tijdens en na het visitatiebezoek, evenals in de rapportage, zowel de best practicesals de mogelijke verbeter- of aandachtspunten aan de orde komen.
De beoordeling gaat uit van de opleiding zoals zij wordt aangeboden op het moment van beoordeling. Wanneer dat relevant is, wordt gekeken naar recente ontwikkelingen en/of de manier waarop aanbevelingen uit eerdere beoordelingen zijn opgevolgd. Ook voorgenomen verbeteringen en aanpassingen kunnen bij de beoordeling worden betrokken. Het zwaartepunt van de beoordeling ligt echter bij de huidige stand van zaken.
Een uitgangspunt bij de beoordeling volgens dit kwaliteitskader is dat de belasting voor de onderwijs- aanbieders redelijk beperkt blijft.
3. Beoordelingsprocedure voor bestaande onderwijsaanbieders
Opleidingsonderdelen
De opleiding kent een gezamenlijk deel, exclusief verzorgd door UO, en een aanbiederspecifiek deel, verzorgd door de UO, LFS, De Brauw of eventuele andere geaccrediteerde onderwijsaanbieders. De opleiding bestaat volgens de Verordening op de advocatuur (Voda artikel 3.14) uit de volgende elementen:
Volgens artikel 3.25 van de Voda vormen de elementen 3, 4 en 5 gezamenlijk het gedeelte dat door geaccrediteerde onderwijsaanbieders kan worden aangeboden. De manier waarop deze inhoud wordt aangeboden, wordt door de onderwijsaanbieder bepaald. Wel zijn de onderwijsaanbieders gebonden aan een indicatie van aantallen dagdelen en aan onderdelen die moeten worden aangeboden, conform het kader dat de onderwijsaanbieders CPO-Dialogue (UO), De Brauw en LFS onder regie van de NOvA zijn overeengekomen en dat als bijlage A van dit kwaliteitskader is opgenomen. Volgens dit kader bestaat de gehele opleiding uit 105 dagdelen (volledige studie- belasting, dus inclusief voorbereiding op het onderwijs en (voorbereiding op) toetsing). Het aanbiederspecifieke deel beslaat hiervan 60 dagdelen. Daarnaast zijn de eindtermen van de opleiding een leidend uitgangspunt voor de onderwijsaanbieders. Deze zijn als bijlage B van dit kwaliteitskader opgenomen.
Bestaande en nieuwe onderwijsaanbieders van het aanbiederspecifieke opleidingsonderdeel dienen aan een aantal eisen te voldoen wanneer zij voor (her)accreditatie in aanmerking willen komen. Bij de toepassing van dit kwaliteitskader is de onderwijsaanbieder gebonden aan deze eisen, zoals die door de NOvA zijn gespecificeerd in de bijlagen A tot en met I, die als bijlagen van dit kwaliteitskader zijn opgenomen.
Naast de eisen zoals opgenomen in de bijlagen, is het reguliere regelgevende kader van toepassing, bestaande uit onder meer de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur (zoals gewijzigd met de Wijzigingsverordening Beroepsopleiding advocaten 2020), het Examenreglement onderwijsonder- delen BA2020, het Opleidingsreglement beroepsopleiding advocaten BA2020 (samengevoegd in een opleidings- en examenreglement) en de Wijzigingsregeling beroepsopleiding advocaten 2020.
Beoordelingssystematiek
Bij de start van de BA2020 ondergaan de huidige onderwijsaanbieders UO, De Brauw en LFS een eenmalige, beperkte bestuurlijke toets zoals gespecificeerd door de NOvA. Drie jaar na de start van de BA2020, wanneer de eerste lichting advocaat-stagiaires de opleiding heeft voltooid, worden zij volgens dit kwaliteitskader beoordeeld. Hierna ondergaan zij eens in de zes jaar een beoordeling volgens het voorliggende kwaliteitskader.
De beoordeling wordt uitgevoerd door een visitatiecommissie van onafhankelijke en deskundige peers, kent een bezoek op locatie door de commissie en resulteert in een adviesrapport waarin de commissie haar oordelen aan de algemene raad van de NOvA rapporteert.
De beoordeling verloopt voor alle onderwijsaanbieders volgens dezelfde procedure. Voor de beoor- deling van opleidingsdelen 3, 4 en 5 die worden verzorgd door geaccrediteerde onderwijsaanbieders geldt dat alleen de aanbiederspecifieke elementen worden beoordeeld, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de manier waarop die aansluiten bij het gemeenschappelijk deel.
Secretaris
De beoordelingsprocedure wordt begeleid door een onafhankelijk secretaris, die de afstemming tussen commissie en onderwijsaanbieder verzorgt en het beoordelingsrapport schrijft. De secretaris is geen commissielid en heeft als zodanig geen inhoudelijke rol, maar is verantwoordelijk voor de procesmatige kant van de beoordeling. De secretaris bewaakt de beoordeling en onderbouwing van de standaarden en de communicatie met en tussen de verschillende procesdeelnemers. De secre- taris wordt door de NOvA aangesteld.
Visitatiecommissie
De beoordeling wordt uitgevoerd door een visitatiecommissie van ten minste drie personen, onder wie één voorzitter. Leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van de te beoordelen onderwijsaanbieder. Dit houdt in dat zij de afgelopen vijf jaar geen directe of indirecte banden hebben gehad met de organisatie die zij beoordelen, die kunnen leiden tot een conflict of interestof de schijn daarvan. Een commissie beschikt over de vakinhoudelijke en onderwijskundige expertise die nodig is om de vormgeving en inhoud van het voorliggende programma of programmaonderdeel te kunnen beoordelen. Zij beschikt ook over werkvelddeskundigheid, om zo afstemming van het programma op het beroepenveld te kunnen beoordelen.
De commissie wordt uit naam van de betreffende onderwijsaanbieder voorgedragen aan de NOvA. Bij die voordracht wordt aangetoond aan dat bovengenoemde expertises aanwezig zijn en dat de commissieleden onafhankelijk zijn. De commissie wordt door de algemene raad ingesteld.
Voor de beoordeling van elke afzonderlijke onderwijsaanbieder wordt een eigen visitatiecommissie samengesteld. De commissie beoordeelt de onderwijsaanbieders niet in vergelijkend perspectief. Overlap tussen commissies is toegestaan zolang de uniciteit van de beoordeling gewaarborgd blijft.
De commissieleden worden op de beoordeling voorbereid door de onafhankelijke secretaris. Zij ont- vangen instructie over de beoordelingsprocedure en de van hen gewenste attitude tijdens de gesprekken.
Documentatie
De onderwijsaanbieder stelt een zelfevaluatierapport (ZER) op, waarin ze kritisch reflecteert op de standaarden uit het kwaliteitskader. Het ZER telt maximaal vijftien pagina’s aan kwalitatieve reflectie, waar gewenst ondersteund door bijlagen die de onderbouwing inzichtelijk maken. Om de administratieve lasten te beperken maakt de onderwijsaanbieder waar mogelijk gebruik van al bestaande documenten (studiegids, toetsplan, etc.). Het ZER biedt de commissieleden daarmee de informatie die nodig is om de standaarden goed te beoordelen. Onderwijsaanbieders anders dan de UO laten het gezamenlijk opleidingsdeel buiten beschouwing, maar bespreken het eigen aanbod wel in relatie tot het gezamenlijk opleidingsdeel.
De onderwijsaanbieder levert daarnaast een volledige lijst van advocaat-stagiaires aan die de opleiding recent hebben afgerond. Daaruit selecteert de commissie vijf advocaat-stagiaires, van wie zij de voorbereiding van de tweede integratieve dagbekijkt. Zij houdt daarbij rekening met spreiding in hoogte van de resultaten/cijfers en begeleiders.
De onderwijsaanbieder verstrekt het ZER en de geselecteerde voorbereiding op de integratieve dag met bijbehorende beoordelingsformulieren uiterlijk zes weken voor het visitatiebezoek aan de commissie. Op basis van haar bevindingen naar aanleiding van deze stukken kan de commissie in beperkte mate verzoeken om aanvullende informatie, daarbij de administratieve last die dit voor de onderwijsaanbieder met zich meebrengt in aanmerking nemend.
Locatiebezoek
Het locatiebezoek vindt plaats op een door de onderwijsaanbieder aangewezen locatie en duurt in principe één dag. De commissie spreekt in ieder geval met leden van het opleidingsmanagement, docenten, patroons, cursisten, recent afgestudeerden en de examencommissie van de betreffende onderwijsaanbieder. Het staat de onderwijsaanbieder vrij het locatiebezoek zo in te richten dat de eigen onderwijsvisie en onderwijsorganisatie zo goed mogelijk voor het voetlicht worden gebracht. De gesprekspartners worden door de onderwijsaanbieder geselecteerd. Bij voorkeur biedt de onderwijsaanbieder de mogelijkheid van een open spreekuur, waarvoor bij de opleiding betrokken stakeholders zich op eigen initiatief kunnen aanmelden.
De onderwijsaanbieder stelt het programma samen in overleg met de secretaris, om zo te waarborgen dat alle standaarden kunnen worden beoordeeld en dat alle bovenstaande stakeholders van de opleiding of het opleidingsdeel worden gehoord. Het bezoekprogramma voorziet in voldoende overlegmomenten voor de commissieleden en eindigt met een korte terugkoppeling van de bevindingen door de commissievoorzitter naar de onderwijsaanbieder.
Rapportage
De secretaris stelt in samenspraak met de commissie een adviesrapport op. Dit rapport bevat een duidelijke kwalitatieve onderbouwing van de oordelen. Het bevat daarnaast concrete ontwikkel- punten en aanbevelingen voor verdere verbetering. Het rapport vermeldt welke werkwijze de commissie heeft gehanteerd, welke documenten zij heeft ingezien en welke gesprekspartners zij tijdens het locatiebezoek heeft gesproken. De secretaris legt de conceptversie van het rapport voor aan de onderwijsaanbieder. Die heeft de gelegenheid om feitelijke onjuistheden te corrigeren. De commissievoorzitter stelt vervolgens het rapport definitief vast. De rapportage wordt uiterlijk drie maanden na afloop van het visitatiebezoek definitief geleverd aan de onderwijsaanbieder.
De onderwijsaanbieder dient het rapport uiterlijk een maand na vaststelling in bij de algemene raad van de NOvA als onderdeel van het verzoek tot heraccreditatie. De algemene raad beslist binnen twee maanden of hij het advies van de commissie zoals dat in het adviesrapport geformuleerd is, overneemt en tot heraccreditatie overgaat.
Besluitvorming
Op basis van het commissierapport stelt de algemene raad heraccreditatie van de opleiding/het opleidingsdeel vast voor een periode van zes jaar. Wanneer het eindoordeel positief onder voorwaarden is, bevat het commissierapport een advies waarin de voorwaarden benoemd worden. Ook adviseert de commissie een termijn waarbinnen aan de voorwaarden voldaan dient te worden (tussen de zes maanden en drie jaar). Voor het verstrijken van die termijn dient de oorspronkelijke visitatiecommissie te verifiëren of aan de voorwaarden voldaan is. De commissie rapporteert hierover aan de algemene raad.
4. Accreditatie van nieuwe onderwijsaanbieders
Beoordelingsprocedure
Nieuwe onderwijsaanbieders kunnen accreditatie aanvragen wanneer zij voldoen aan de eisen zoals die in het kwaliteitskader worden beschreven en in bijlage C van het kwaliteitskader. Wanneer nieuwe onderwijsaanbieders als zodanig zijn erkend door de NOvA, worden zij volgens het kwaliteitskader beoordeeld.
Een nieuwe onderwijsaanbieder wordt de eerste maal volgens de procedure voor bestaande onderwijsaanbieders beoordeeld, met dien verstande dat hij een voorlopige accreditatie ontvangt totdat de commissie het behaalde niveau kan vaststellen (na drie jaar). Hiertoe wordt een tweede beoordelingsmoment aangewezen, waarbij in principe geen locatiebezoek nodig is, tenzij de commissie of de NOvA anders beslist. De commissie leest een selectie van de voorbereiding op de integratieve dag en stelt aan de hand daarvan in een beknopt rapport vast of het beoogde niveau gerealiseerd wordt. Dit rapport wordt door een onafhankelijke secretaris geschreven.
Wanneer het eindoordeel positief onder voorwaarden is, bevat het commissierapport een advies waarin de voorwaarden benoemd worden. Deze worden in de hierboven genoemde aanvullende beoordeling na drie jaar getoetst. Voor het verstrijken van die termijn dient de oorspronkelijke commissie te verifiëren of aan de voorwaarden voldaan is. De commissie rapporteert hierover aan de algemene raad.
Documentatie
De aanvrager levert plannen aan die een helder beeld geven van de wijze waarop de opleiding de eindtermen denkt te realiseren, de inrichting van het curriculum, de leeromgeving, de toetsing en het docententeam dat het opleidingsdeel zal gaan verzorgen. De plannen moeten zodanig zijn uitgewerkt dat het deskundigenpanel een goed beeld krijgt van het niveau van het opleidingsdeel en de manier waarop aansluiting wordt gewaarborgd met het gemeenschappelijk deel. Ook moet uit de plannen blijken hoe behoud en verbetering van onderwijskwaliteit en toetsing worden geborgd.
Besluitvorming
Op basis van het beknopte eerste commissierapport stelt de algemene raad voorlopige accreditatie van de opleiding/het opleidingsdeel vast voor een periode van drie jaar. Wanneer het eindoordeel positief onder voorwaarden is, bevat het commissierapport een advies waarin de voorwaarden benoemd worden. Na drie jaar volgt een aanvullende beoordeling waarin het behaalde niveau beoordeeld wordt. Hierna vindt de besluitvorming plaats conform de werkwijze bij bestaande aanbieders.
5. Beoordelingsstandaarden
De visitatiecommissie gaat na of de opleiding/het opleidingsdeel voldoet op de volgende beoordelingsstandaarden:
Standaard 1: Profiel en didactische visie
Het profiel en de didactische visie van de onderwijsaanbieder sluiten aan bij de door de NOvA vastgestelde eindtermen van de opleiding, het niveau (postmaster) en de oriëntatie (beroepsgericht) van de opleiding en de verwachtingen van het beroepenveld.
Standaard 2: Curriculum
De vormgeving en inhoud van het curriculum maken het voor de instromende advocaat-stagiaires mogelijk de beoogde eindtermen van de opleiding/het opleidingsdeel te realiseren. De beoogde eindtermen zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het programma en sluiten aan bij de eisen van het beroepenveld. De werkvormen passen bij de leerdoelen en eindtermen en stellen advocaat-stagiaires in staat de vereiste kennis, houding en competenties actief te verwerven. De verhouding tussen contact- en afstandsonderwijs is passend en effectief. Eventuele extra curriculaire onderdelen en voorzieningen dragen bij aan het behalen van de eindtermen. Het curriculum wordt regelmatig intern geëvalueerd en verbeterd.
Standaard 3: Studeerbaarheid en studiebegeleiding
Het studieprogramma, de studiebegeleiding en de informatievoorziening stellen de advocaat- stagiaires in staat de eindtermen te behalen en sluiten aan bij de behoeften van de advocaat- stagiaires.
Standaard 4: Docenten
De docenten zijn zowel inhoudelijk als didactisch voldoende deskundig om de opleiding/het opleidingsdeel te verzorgen en geven begeleiding. De kwaliteit en kwantiteit van de docenten maken het voor de instromende advocaat-stagiaires mogelijk de beoogde eindtermen te realiseren. Er zijn mechanismen ingericht waarmee de kwaliteit van de docentenstaf doorlopend worden geborgd.
Standaard 5: Toetsing en gerealiseerd niveau
De opleiding/het opleidingsdeel beschikt over een adequaat systeem van toetsing. De toetsing van de verschillende delen van de opleiding, te weten ethiek, voorbereiding op de integratieve dag en integratieve dagen, is in voldoende mate afgestemd. De beoordeling is valide, betrouwbaar en voldoende onafhankelijk. De eisen zijn helder voor de advocaat-stagiaires. De kwaliteit van de toetsing wordt voldoende gewaarborgd. Ook uit de opzet van de opleiding, in het bijzonder de voorbereiding van de integratieve dagen, blijkt dat de advocaat-stagiaires het beoogde niveau halen.
Oordeel per standaard
Het panel voorziet elke standaard van een oordeel:
Basiskwaliteit:de kwaliteit die redelijkerwijs mag worden verwacht van een beroepsopleiding voor advocaat-stagiaires.
Eindoordeel
Het panel adviseert een gewogen en gemotiveerd eindoordeel over de opleiding/het opleidingsdeel. Daarbij neemt het de volgende beslisregels in acht:
Bijlagen. Kwaliteits- en accreditatiekader BA2020
Bijlage a
Kader voor de verdeling van de onderwijsonderdelen tussen de uitvoeringsorganisatie (‘centraal’) en geaccrediteerde aanbieders (‘geliberaliseerd’), inclusief indicatie van het aantal dagdelen per onderwijsonderdeel
Het aangegeven aantal dagdelen betreft de volledige studiebelasting voor de stagiaire, dus inclusief voorbereiding op het onderwijs en (voorbereiding op) toetsing.
In de ethiekvakken wordt geïntegreerd:
Bij het gelijk houden van de dagdelen (voor ethiek, ten opzichte van de huidige beroepsopleiding) ontstaat ruimte om andere vaardigheden te integreren die raken aan beroepsethische aspecten (Ketenpartners en Communicatieve vaardigheden I raken aan de verantwoordelijkheden van de advocaat jegens andere partijen in de rechtspleging respectievelijk de client.
Dit betreft vaardigheden die geïntegreerd kunnen worden aangeboden (bijvoorbeeld in de setting van een oefenrechtbank):
Overige vaardigheden kunnen geliberaliseerd worden aangeboden. Deze hangen nauw samen met de voorbereiding op de integratieve dagen / moot courts en kunnen daarom ook (deels) worden geïntegreerd met cognitie:
Dit betreft de juridisch-inhoudelijke voorbereiding op de integratieve dagen / moot courts en overige vakken, waarbij jaarrekening lezen, opstellen van contracten en digitale vaardigheden verplichte delen zijn.
Onderdelen C en D vormen gezamenlijk dan wel geïntegreerd de (toetsbare) voorbereiding van de integratieve dagen / moot courts. De in de onderdelen A en B opgedane kennis en vaardigheden kunnen terugkomen in (de cognitieve vakken en vaardighedenvakken die voorbereiden op) de integratieve dagen / moot courts. In C en D kunnen ook vakken worden aangeboden die niet als voorbereiding op de integratieve dagen / moot courts gelden.
Bijlage b
Het doel is om tot een nieuwe set eindtermen voor de vernieuwde beroepsopleiding voor advocaten (BA2020) te komen die bijdraagt aan een opleiding die recht doet aan de variëteit aan praktijken en kantoren werkzaam in de Nederlandse advocatuur, met behoud en verdere verbetering van de kwaliteit van de beroepsopleiding voor advocaten. Met deze eindtermen kan worden gewaarborgd dat de advocaat-stagiaire na afronding van de opleiding vakbekwaam is en de professionele vaardigheden, kennis en kunde bezit die nodig is voor het zelfstandig uitoefenen van de praktijk.
Aansluiting is daarbij onder meer gezocht bij de vijf Dublin-descriptoren,welke de eisen beschrijven waaraan Europese opleidingen moeten voldoen. De aanleiding voor het opstellen van deze descriptoren was het streven naar opleidingen van gelijkwaardig niveau in de verschillende landen van Europa.
Expliciet is gekozen voor een vormgeving van eindtermen in algemene kerncompetities, zodat ruimte blijft voor nadere invulling van het curriculum door de betrokken opleidingspartners. De leerdoelen op vakniveau kunnen gedetailleerder worden ingevuld en gespecificeerd, waarbij deze aansluiten op de eindtermen van de opleiding.
Deze eindtermen moeten garanderen dat degenen die de BA2020 opleiding hebben voltooid beschikken over de noodzakelijke kennis en vaardigheden die nodig is voor het zelfstandig uitoefenen van de beroepspraktijk.
Na met goed gevolg afronden van de BA2020 beschikt de advocaat-stagiaire over:
Bijlage c
Deze bijlage wordt na vaststelling door de algemene raad in een apart document op de website van de NOvA gepubliceerd
Bijlage d. Programma van Eisen voor de onderwijsaanbieders
Aanvrager verklaart zich met ondertekening van deze Bijlage onvoorwaardelijk akkoord met onderstaande eisen.
Deze eisen gelden onverkort voor de bestaande onderwijsaanbieders in de beroepsopleiding advocaten: de uitvoeringsorganisatie (CPO/Dialogue) en (na accreditatie) de geaccrediteerde aanbieders Law Firm School en De Brauw.
De Aanvrager wordt van (verdere) deelname aan de accreditatieprocedure uitgesloten, indien jegens de Aanvrager bij een onherroepelijk vonnis of arrest een veroordeling is uitgesproken om een of meer van de hieronder opgegeven redenen:
De NOvA kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van voormelde uitsluiting. Daarnaast kan de NOvA iedere Aanvrager van deelneming van de accreditatieprocedure uitsluiten:
De Aanvrager dient te verklaren dat bovenstaande uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn. De Aanvrager kan bij het indienen van zijn Aanvraag volstaan met het indienen van een eigen verklaring uitsluitingsgronden.
De NOvA kan de Aanvrager op een later moment verzoeken officiële bewijsstukken te overleggen, waaronder een VOG-rp, Non-faillietverklaring en verklaring van de Belastingdienst inzake voldoen sociale premies en belastingen. Indien de inhoud van deze bewijsstukken niet overeenkomt met hetgeen in de eigen verklaring is verklaard, kan dit door de NOvA worden aangemerkt als valse verklaring, wat kan leiden tot uitsluiting van de Aanvrager aan (verdere) deelname aan de accreditatieprocedure.
Al de hiergenoemde uitsluitingsgronden kunnen ook reden zijn om een reeds verleende accreditatie in te trekken.
De Aanvrager kan zelfstandig of als Combinatie een Aanvraag indienen. Een Combinatie dient één lid van de Combinatie aan te wijzen als penvoerder. De penvoerder is bevoegd de Combinatie ter zake deze accreditatieprocedure te vertegenwoordigen.
De leden van een Combinatie zijn allen onherroepelijk en onvoorwaardelijk hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor de verplichtingen die voortvloeien uit het Accreditatiebesluit. Combinaties mogen hun samenstelling na het indienen van hun Aanvraag niet meer wijzigen zonder schriftelijke toestemming van de NOvA.
Indien een van de leden van een Combinatie voorafgaand aan het Accreditatiebesluit niet meer aan de door de NOvA gestelde eisen blijkt te voldoen, behoudt de NOvA zich het recht voor om de overgebleven leden van de Combinatie uit te sluiten van verdere deelname aan de accreditatieprocedure. Indien na het Accreditatiebesluit blijkt dat een van de leden van een Combinatie voor of na dat besluit niet (meer) aan de door de NOvA gestelde eisen blijkt te voldoen, kan een eerder verleende Accreditatie worden ingetrokken.
Bijlage e. Onderwijskundig en toetstechnisch concept beroepsopleiding advocaten
De Aanvrager zal de uitgangspunten die hieronder zijn geformuleerd bij de ontwikkeling van het onderwijs en de onderwijsmaterialen in acht nemen.
Beroep als referentiekader
De NOvA gaat er vanzelfsprekend van uit dat de beroepsopleiding advocaten opleidt tot het beroep van advocaat. Dat betekent dat de door advocaten uit te voeren activiteiten centraal moeten staan in de opleiding.
Goede onderbouwing van benodigde kennis en vaardigheden
Bij het beschrijven van het curriculum is uitgebreid aandacht geweest voor het beschrijven van de te bereiken leerdoelen door ze te formuleren als eindtermen. De eindtermen staan centraal bij de ontwikkeling van de beroepsopleiding advocaten en kunnen alleen gewijzigd worden als daar zwaarwichtige redenen voor zijn.
Passende leermiddelen
Op de markt is een grote hoeveelheid leermiddelen aanwezig die ingezet kan worden in de beroepsopleiding advocaten. Samenhangend met het vorige uitgangspunt wil de NOvA benadrukken dat (delen van) reeds beschikbare leermiddelen ingezet kunnen worden indien zij aansluiten op de eindtermen én op de praktijk van de advocatuur. Ook kan de onderwijsaanbieder ervoor kiezen zelf leermiddelen te ontwikkelen of voor te stellen, die aan de gestelde criteria voldoen.
Studiebelasting
De NOvA heeft de studiebelasting voor de stagiaires vastgelegd door per onderwijsonderdeel het aantal dagdelen onderwijs te bepalen. Hierbij bevat één dagdeel drie klokuren. Bij het ontwikkelen van de vakken dient de opgegeven studiebelasting aangehouden te worden. De benodigde tijd voor de reistijd naar de cursus- of toetslocatie valt buiten deze studiebelasting.
Niet-leerbare competenties zijn reeds aanwezig
De NOvA gaat ervan uit dat bij de selectie van de advocaat-stagiaires (door de werkgevers) aankomend advocaten worden geselecteerd die al beschikken over een aantal (niet of moeilijk leerbare) competenties. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan stressbestendigheid of analytisch vermogen. In de beroepsopleiding advocaten mag er daarom van worden uitgegaan dat dergelijke competenties al bij de stagiaires aanwezig zijn.
Vaardigheden en ethiek vormen de basis
Voor een effectieve uitoefening van het beroep van advocaat moet een advocaat-stagiaire beschikken over competenties (vaardigheden). In de beroepsopleiding ligt de nadruk op ethiek en vaardigheden. We gaan er echter vanuit dat deze competenties alleen effectief kunnen worden ingezet als de advocaat-stagiaire tevens beschikt over de benodigde kennis. Mede hierom is de basistest verplicht.
Effectieve besteding van contacttijd
De NOvA gaat ervan uit dat de advocaat-stagiaires in staat zijn zelfstandig literatuur te bestuderen en dit daadwerkelijk doen voorafgaand aan de contactmomenten. Zo kunnen de docenten de contactmomenten effectief besteden en daarbij de nadruk leggen op het toepassen van de verkregen kennis, bijvoorbeeld in concrete casus of debatten, zonder dat zij in de verleiding komen toch uitgebreid in te gaan op de theorie.
Eigen verantwoordelijkheid voor vereiste voorkennis
Door de grote diversiteit in vooropleidingen is het onvermijdelijk dat de voorkennis van de deelnemende advocaat-stagiaires uiteenloopt. Aan de start van de opleiding dient de stagiaire aantoonbaar te beschikken over een voldoende en actueel juridisch-inhoudelijk niveau, door middel van het afleggen van de basistest. Op deze manier hoeft in de opleiding zo min mogelijk juridisch- inhoudelijke kennis herhaald te worden. De advocaat-stagiaire is zelf verantwoordelijk voor het beschikken over de vereiste voorkennis.
Innovatie
De NOvA gaat ervan uit dat bij het selecteren van werkvormen en leermaterialen nadrukkelijk gekeken zal worden naar de mogelijke inzet van innovatieve oplossingen, zoals e-learning, conference-technieken, virtual classrooms, fora, weblogs, sociale netwerken en digitale leeromgevingen.
Dit met de kanttekening dat het gebruik van innovatieve werkvormen en leermaterialen nooit een doel op zich mag zijn.
Concrete zaken met een passende complexiteit
Het werken met concrete zaken (casussen) biedt de advocaat-stagiaires de mogelijkheid om de opgedane kennis toe te passen in een praktijkcontext. Bij het selecteren van casus is de complexiteit van belang. In leerjaar 1 zullen de casus in het algemeen minder complex zijn dan in leerjaar 2. Zo is getracht meer richting te geven aan het gewenste eindniveau. De NOvA gaat ervan uit dat de aanbieder in staat is om casus te (laten) selecteren of ontwikkelen met een passende complexiteit.
Lesmateriaal
De NOvA adviseert onderwijsaanbieders om gebruik te maken van studiehandleidingen voor stagiaires. De verdere ontwikkeling en selectie van de lesmaterialen laat de NOvA over aan de onderwijsaanbieders.
Activerende didactiek
Een uitgangspunt van de NOvA is dat de beroepsopleiding advocaten zodanig wordt ingericht dat de advocaat-stagiaires een actieve rol spelen. Langdurig passief luisteren naar een vertellende docent hoort daar dus niet bij. De NOvA gaat ervan uit dat er wordt gezorgd voor afwisseling in didactische werkvormen, dat aangesloten wordt bij verschillende leerstijlen en dat toepassingsgericht / leerdoelgericht wordt opgeleid.
Realistische en motiverende toetsing
De NOvA gaat ervan uit dat het onderwijs en de toetsing aansluiten bij de eindtermen. De NOvA vindt het belangrijk dat voor een opdracht of toets alleen een voldoende of onvoldoende wordt toegekend. Ook wil de NOvA graag onder de aandacht brengen dat een betrouwbare toetsing alleen kan worden verkregen als de advocaat-stagiaire voldoende tijd heeft voor het maken van de opdracht of de toets.
Bijlage f. Functieprofiel opleidingsmanager/onderwijskundige bij de Aanvrager / onderwijsaanbieder
Onder de verantwoordelijkheid van de opleidingsmanager behoren o.a. de volgende activiteiten:
De Aanvrager dient daarom aan te tonen te beschikken over een medewerker met het volgende profiel:
Bijlage g. Beoordelingscriteria accreditatieaanvraag Aanvrager
De Aanvraag wordt beoordeeld op vijf beoordelingsaspecten:
Bij de beoordeling op de beoordelingscriteria Plan voor onderwijs, Implementatieplan, Kwaliteitsplan en het optreden en het verhandelde tijdens de presentatie zal een rapportcijfer worden toegekend. Deze rapportcijfers hebben de volgende betekenis: 10 = uitstekend, 9 = zeer goed, 8 = goed, 7 = ruim voldoende, 6 = voldoende, 5 = twijfelachtig, 4 = onvoldoende, 3 = ruim onvoldoende, 2 = slecht, 1 = zeer slecht.
In Bijlage D staat het Programma van Eisen. De eisen zijn verdeeld in categorieën. Deze eisen hebben een knock-outkarakter. Het niet voldoen aan een of meer van deze eisen kan leiden tot terzijdelegging van de Aanvraag.
De Aanvrager dient per eis aan te geven of hij daaraan voldoet door het invullen van het antwoord
‘ja’ of ‘nee’ en zich onvoorwaardelijk akkoord met deze eisen te verklaren door het rechtsgeldig
ondertekenen van Bijlage D. De ondertekende bijlage is een onderdeel van de Aanvraag.
In het Plan voor onderwijs dient de Aanvrager aan te geven dat de Aanvrager geaccrediteerd wil worden. Daarnaast dient de Aanvrager in ieder geval nader in te gaan op de wijze waarop hij de onderdelen van de opleiding die hij wil verzorgen, zal uitvoeren en op welke wijze hij zal borgen daaraan steeds te voldoen en hoe hij bij het ontwerpen rekening houdt met het Onderwijskundig en toetstechnisch concept (Bijlage F). Daarnaast kan de Aanvrager ingaan op andere – door de Aanvrager zelf aan te dragen – onderwerpen.
De Aanvrager selecteert en ontwikkelt onderwijsmaterialen voor het geaccrediteerde deel van de beroepsopleiding advocaten dat de Aanvrager verzorgt. Bij het ontwikkelen van de onderwijs- materialen gaat de Aanvrager in elk geval uit van de kader voor de verdeling van de onderwijsonderdelen en de indicatie van de aantallen dagdelen (Bijlage A), de eindtermen (Bijlage B) en het curriculum beroepsopleiding advocaten (Bijlage C).
De Accreditatieaanvraag wordt beoordeeld door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie kent een oordeel toe in de vorm van een rapportcijfer op een schaal van 1 t/m 10 over de mate waarin de door de Aanvrager ingediende Accreditatieaanvraag bijdraagt aan het tijdig bereiken van eindtermen door een zo groot mogelijk percentage stagiaires voor de onderdelen die de Aanvrager verzorgt.
De beoordelingscommissie zal zich door middel van ‘expert judgement’ een oordeel vormen over het toe te kennen rapportcijfer. Deze beoordeling wordt toegepast op totaalbeeld van de Accreditatieaanvraag.
Accreditatie zal niet worden verleend indien de beoordelingscommissie van oordeel is dat de Accreditatieaanvraag in minder dan in ‘ruim voldoende’ mate bijdraagt aan het tijdig bereiken van eindtermen voor een zo groot mogelijk percentage stagiaires voor de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten die de Aanvrager verzorgt.
De Aanvrager dient een Implementatieplan in te dienen. Een overzicht van de planning dient als afzonderlijke bijlage bij het Implementatieplan te worden gevoegd.
In het Implementatieplan dient de Aanvrager de uitvoering van de implementatie van het onderwijs dat hij verzorgt, te beschrijven, rekening houdend met de door hem gewenste start van het door hem te geven onderwijs in de beroepsopleiding advocaten.
In het Implementatieplan zal in ieder geval aan de orde moeten komen hoe de Aanvrager de onderstaande onderdelen zal uitvoeren en zal borgen dat hij daaraan steeds voldoet.
Daarnaast kan de Aanvrager ingaan op andere – door de Aanvrager zelf aan te dragen – onderwerpen, indien en voor zover deze bijdragen aan het tijdig en volledig starten van de beroepsopleiding advocaten op de datum waarop de Aanvrager de opleiding wil starten.
Beoordelingscriterium en beoordelingswijze:
Het Implementatieplan wordt beoordeeld door de beoordelingscommissie als genoemd in deze bijlage. De beoordelingscommissie kent een oordeel toe in de vorm van een rapportcijfer op een schaal van 1 t/m 10 over de mate waarin het door de Aanvrager ingediende Implementatieplan bijdraagt aan het tijdig en volledig starten van de onderdelen die de Aanvrager wil verzorgen.
De beoordelingscommissie zal zich door middel van ‘expert judgement’ een oordeel vormen over het toe te kennen rapportcijfer. Deze beoordeling wordt toegepast op totaalbeeld van het Implementatieplan.
Accreditatie zal niet worden verleend indien de beoordelingscommissie van oordeel is dat het Implementatieplan in minder dan in ‘ruim voldoende’ mate bijdraagt aan het tijdig en volledig starten van het door de Aanvrager aan te bieden onderwijs op de door Aanvrager beoogde ingangsdatum.
In het Kwaliteitsplan dient de Aanvrager in te gaan op de wijze waarop hij onderstaande aspecten van het onderwijs dat hij verzorgt, zal uitvoeren en op welke wijze hij zal borgen daaraan steeds te voldoen. Daarnaast kan de Aanvrager ingaan op andere – door de Aanvrager zelf aan te dragen – onderwerpen, indien en voor zover deze bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de beroepsopleiding advocaten.
Een overzicht van de planning van de evaluatie- en verbetermomenten dient als afzonderlijke bijlage bij het Kwaliteitsplan te worden gevoegd.
Het Kwaliteitsplan wordt beoordeeld door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie kent een oordeel toe in de vorm van een rapportcijfer op een schaal van 1 t/m 10 over de mate waarin het door de Aanvrager ingediende Kwaliteitsplan bijdraagt aan een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van het onderwijs op de onderdelen die de Aanvrager wil verzorgen.
De beoordelingscommissie zal zich door middel van ‘expert judgement’ een oordeel vormen over het toe te kennen rapportcijfer. Deze beoordeling wordt toegepast op totaalbeeld van het Kwaliteitsplan. Accreditatie zal niet worden verleend indien de beoordelingscommissie van oordeel is dat het Kwaliteitsplan in minder dan in ‘ruim voldoende’ mate bijdraagt aan kwalitatief hoogwaardige uitvoering van het onderwijs op de onderdelen die de Aanvrager verzorgt.
Iedere Aanvrager zal in een hoorzitting door de beoordelingscommissie bevraagd worden over de Aanvraag. De Aanvrager zal in de gelegenheid worden gesteld om een presentatie van maximaal 20 minuten te geven. De duur van de hoorzitting is maximaal negentig minuten. Tenminste een deel van de presentatie dient te worden verzorgd door de opleidingsmanager, gespecificeerd in bijlage F. In de presentatie geeft de Aanvrager inzicht in zijn visie op het door hem te verzorgen onderdeel van de beroepsopleiding advocaten en de beroepsopleiding advocaten als geheel, waarbij hij onder meer ingaat op de borgen van de aansluiting van het door hem te geven onderwijs op de behoeften van de advocatuur. Ook dient de Aanvrager in te gaan op zijn onderwijskundige visie op het ontwikkelen van opleidingsmateriaal, het gebruik van digitale leermiddelen en het motiveren van advocaat-stagiaires.
Accreditatie zal niet worden verleend indien de Beoordelingscommissie van oordeel is de Aanvrager niet in ‘ruim voldoende’ mate het vertrouwen wekt dat hij over de benodigde deskundigheid beschikt en het onderwijs dat hij wil verzorgen op (onderwijskundig) professionele en ook overigens kwalitatief hoogstaande wijze wordt ontwikkeld en gegeven.
Bijlage h. Besluitvormingsprocedure algemene raad inzake accreditatieaanvraag
De Aanvrager kan de NOvA verzoeken om inlichtingen over het kwaliteits- en accreditatiekader en/of de accreditatieprocedure. Verzoeken om inlichtingen kunnen per e-mail worden gestuurd aan het volgende e-mailadres: BA2020@advocatenorde.nl
De NOvA kan ook eigener beweging aanvullende informatie beschikbaar stellen. De NOvA stelt deze informatie, inclusief de geanonimiseerde verzoeken om inlichtingen en bijbehorende antwoorden, beschikbaar via de website van de NOvA.
De Aanvrager is een forfaitaire vergoeding verschuldigd aan het extern adviesbureau dat de beoordeling uitvoert. Deze vergoeding is inclusief de vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de Beoordelingscommissie. De vergoeding is ook verschuldigd als de Aanvrager tussentijds de aanvraag intrekt. De hoogte van de vergoeding wordt gepubliceerd op de website van de NOvA.
Informatie die door de Aanvrager wordt verstrekt aan de NOvA, zal vertrouwelijk worden behandeld en niet openbaar worden gemaakt. Indien de namen van de leden van de beoordelingscommissie bekend zijn gemaakt, is het niet toegestaan contact met hen op te nemen in verband met de Aanvraag.
De Accreditatieaanvraag, bestaande uit een papieren en een digitale versie (op usb-stick), dient in een gesloten verpakking ingediend te zijn bij het op de website vermelde adres.
De NOvA behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om de accreditatieprocedure stop te zetten, op te schorten of te beëindigen. De NOvA behoudt zich het recht voor om voor diensten en/of leveringen in verband met de beroepsopleiding advocaten een nieuwe procedure te starten.
De algemene raad zal de Aanvrager schriftelijk op de hoogte stellen van een voorgenomen besluit op de aangevraagde accreditatie. Het voornemen bevat de relevante redenen en feiten waarop het besluit zal worden gebaseerd. Indien de algemene raad voornemens is een Aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen, stelt hij de Aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze in te dienen binnen twee weken na verzending van het voornemen. De zienswijze wordt betrokken bij het nemen van het uiteindelijke besluit over accreditatie.
Tegen het besluit tot (afwijzing van de aanvraag tot) accreditatie kan door belanghebbenden binnen zes weken na bekendmaking daarvan bezwaar worden gemaakt bij de algemene raad. Tegen de beslissing op bezwaar staat (hoger)beroep open bij de bestuursrechter. Dezelfde procedure wordt gevolgd als de algemene raad voornemens is een eerder verleende accreditatie in te trekken.
Bijlage I. Definities
Bijlage 3. Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen
Behorend bij artikel 16, eerste lid, onderdeel b, en artikel 18, elfde lid, van de Regeling op de advocatuur
Gebruik van erkenningsvignet en puntenlogo
Artikel 1. – Collectief merk erkenningsvignet
De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten verleent aan door hem erkende opleidingsinstellingen in het kader van de VSO (Voortgezette Stagiaire Opleiding) en/of de PO (vakbekwaamheid) toestemming in hun algemene communicatie gebruik te maken van onderstaand erkenningsvignet.
Artikel 2. – Eisen erkenningsvignet
Artikel 3. – Collectief merk puntenlogo
De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten verleent aan door hem erkende opleidingsinstellingen in het kader van de VSO (Voortgezette Stagiaire Opleiding) en/of de PO (vakbekwaamheid) toestemming in hun cursusaankondiging gebruik te maken van onderstaande puntenlogo’s.
Artikel 4. – Eisen puntenlogo
Artikel 5. – Sancties
Bij onbevoegd gebruik van het erkenningsvignet of het puntenlogo heeft de algemene raad het recht vorderingen in te stellen danwel de door haar en/of derden geleden schade te vorderen.
Bijlage 4. Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking
Behorend bij artikel 25 van de Regeling op de advocatuur
De ondergetekenden:
overwegende:
komen het navolgende overeen:
Artikel 1
De werknemer behoudt bij alle binnen de dienstbetrekking voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en doet die hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar zijn. De werkgever vermijdt dat tegenover derden de indruk wordt gewekt dat de werknemer ter zake van zijn werkzaamheden binnen die dienstbetrekking in enige andere hoedanigheid optreedt.
Artikel 2
De werkgever zal de vrije en onafhankelijke beroepsuitoefening van de werknemer eerbiedigen. Als werkgever onthoudt hij zich van al datgene dat invloed kan uitoefenen op het beroepsmatige handelen van de werknemer en de beroepsmatige vaststelling van een in een zaak te volgen beleidslijn, onverminderd het in artikel 7 bepaalde. De werkgever draagt er zorg voor dat de werknemer ter zake van het bovenstaande geen nadeel ondervindt waar het zijn positie als werknemer betreft.
Artikel 3
De werkgever stelt de werknemer in staat zijn verplichtingen uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Nederlandse Orde van Advocaten en zijn plaatselijke Orde te vervullen, de stage- en opleidingsverplichtingen daaronder begrepen.
Artikel 4
Artikel 5
De werknemer is gehouden ten opzichte van de werkgever de aanwijzingen op te volgen die hem door of namens de werkgever worden gegeven ter bevordering van de orde en de goede gang van zaken binnen de organisatie, de kwaliteit der dienstverlening daaronder begrepen, zolang deze niet strijdig zijn met het in deze overeenkomst bepaalde.
Artikel 6
De werkgever stelt de werknemer in staat tijdens diens afwezigheid wegens vakantie, buitengewoon verlof of ziekte voor rekening van de werkgever zorg te dragen voor een passende waarneming van zijn werkzaamheden door een andere advocaat.
Artikel 7
De werkgever kan bepalen dat de werknemer ter zake van zijn praktijkuitoefening verantwoording verschuldigd is aan een of meer andere advocaten die de praktijk in dienstbetrekking bij de werkgever uitoefenen.
Artikel 8
Onverminderd het in het vorige artikel bepaalde zal verschil van inzicht over het beroepsmatige beleid van de werknemer bij de behandeling van hem toevertrouwde zaken geen reden mogen vormen voor eenzijdige beëindiging van de dienstbetrekking door de werkgever, of maatregelen die daartoe kunnen leiden.
Artikel 9
De werkgever zal de werknemer geen belemmering opleggen ten aanzien van werkzaamheden als advocaat, door hem te verrichten na het beëindigen van de onderhavige dienstbetrekking.
Artikel 10
Partijen kunnen elk de geschillen die terzake van de toepassing van deze overeenkomst mochten ontstaan voor bemiddeling en advies voorleggen aan de raad van de orde in het arrondissement waar de werknemer als advocaat kantoor houdt. Aan een dergelijk initiatief verleent de andere partij haar volle medewerking.
Artikel 11
Deze overeenkomst eindigt bij beëindiging van de onder a. bedoelde dienstbetrekking of zoveel eerder als de werknemer de hoedanigheid van in Nederland ingeschreven advocaat verliest. Deze bepaling laat onverlet de alsdan voortdurende verplichtingen van de werkgever ter zake van de geheimhouding van gegevens als omschreven in artikel 4, tweede lid.
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te .............../.................
.................. ................
de werkgever de werknemer
Artikelsgewijze toelichting Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking
Artikel 1
Ten opzichte van het publiek zal geen verwarring mogen ontstaan over de hoedanigheid waarin de advocaat naar buiten toe optreedt. Om de kans daarop uit te sluiten zal de advocaat in dienstbetrekking zijn werkzaamheden binnen die dienstbetrekking uitsluitend in de hoedanigheid van advocaat mogen verrichten.
Artikel 2 jo. artikel 5
In artikel 2 wordt de vrije en onafhankelijke beroepsuitoefening nader geconcretiseerd. Die vrijheid houdt in dat, onverminderd het in artikel 7 bepaalde, er binnen het bedrijf geen repercussies kunnen ontstaan indien het beroepsmatig handelen van de advocaat afwijkt van de inzichten van de werkgever.
De bepaling van artikel 2 laat vanzelfsprekend onverlet een normale instructiebevoegdheid van de werkgever die tegelijkertijd kan worden beschouwd als cliënt (van de bedrijfsjurist/advocaat). Vgl. in dit verband ook artikel 5: de werkgever kan van de werknemer verlangen dat aan bepaalde kwaliteitscriteria wordt voldaan, bijvoorbeeld het regelmatig rapporteren aan de cliënt over de voortgang in een zaak. Wel zal de bedrijfsjurist/advocaat de vrijheid moeten hebben bepaalde opdrachten te weigeren, indien deze zich niet verdragen met zijn professionele verantwoordelijkheid.
Artikelen 3 en 4
Deze artikelen garanderen de naleving van de verplichtingen van de advocaat uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Nederlandse orde van advocaten en de orden in het arrondissement. De nadere uitwerking van de verplichtingen gegeven in artikel 4 draagt geen limitatief karakter. Onder beroeps- en gedragsregels wordt verstaan de voor de advocaat geldende wetten, verordening op de advocatuur, regeling op de advocatuur, gedragsregels en richtlijnen. Voor wat betreft de concrete naleving van de verplichting tot geheimhouding van gegevens en de onbelemmerde uitoefening van het verschoningsrecht zij verwezen naar de toelichting op de Richtlijnen met betrekking tot samenwerkingsverbanden van advocaten en andere (erkende) beroepsgroepen (Adv.bl. nr. 8, 14 april 1995, blz. 347).
Artikel 8
Artikel 8 vormt het sluitstuk op de door de werkgever gegeven waarborg in artikel 2. Beleidsmatig verschil van inzicht tussen de werknemer en de werkgever waar het de behandeling van de advocaat toevertrouwde zaken betreft zal geen aanleiding mogen vormen tot ontslag of maatregelen die daartoe kunnen leiden. Deze bepaling laat onverlet dat, gelijk ook zal gelden op een advocatenkantoor waar advocaten in loondienst werkzaam zijn bij vrijgevestigde advocaten, een besluit tot beëindiging van de dienstbetrekking of maatregelen die daartoe kunnen leiden wel door de werkgever zullen mogen worden genomen indien het functioneren van de werknemer niet beantwoordt aan wat van een goed werknemer mag worden verwacht. Dat geldt ook wanneer de omstandigheden zich zodanig hebben ontwikkeld dat, anders dan als gevolg van het verschil van inzicht in artikel 8 bedoeld, de samenwerking binnen de arbeidsverhouding niet meer naar behoren mogelijk is. Artikel 8 lijdt voorts uitzondering in de situatie dat de werknemer tekort schiet ter zake van zijn verantwoordelijkheden jegens de advocaat of advocaten die op de voet van artikel 7 in de organisatie boven hem zijn gesteld.
Artikel 10
Artikel 10 verschaft de partijen de mogelijkheid ter vermijding van een (werkelijk) arbeidsgeschil, onenigheden of onzekerheden over de toepassing van dit statuut uit de weg te ruimen. Aan de competentie van de kantonrechter doet deze bepaling vanzelfsprekend niet af.
Artikel 11
Het bepaalde in de laatste volzin van dit artikel heeft vanzelfsprekend beperkte toepassing in de gevallen dat de werkgever zelf de cliënt is (was) van de werknemer/advocaat.
Bijlage 5. Model statuten stichting derdengelden (algemeen)
Behorend bij artikel 33 van de Regeling op de advocatuur
......... tweeduizend..... verschijnt voor mij,
.........
........., notaris te: .........
De comparant verklaart bij deze een stichting op te richten, die wordt geregeerd door de volgende
STATUTEN:
Begripsomschrijving.
Artikel 1
In deze statuten wordt verstaan onder
Naam Zetel.
Artikel 2
De stichting draagt de naam: Stichting Beheer Derdengelden .........
en is gevestigd in de gemeente .........
Doel.
Artikel 3
Bestuur.
Artikel 4
Artikel 5
Vertegenwoordiging.
Artikel 6
Organisatie bestuur.
Artikel 7
Boekjaar, balans en staat van baten en lasten.
Artikel 8
Statutenwijziging en ontbinding.
Artikel 9
Ten slotte verklaart de comparant dat voor de eerste maal als bestuursleden van de stichting worden benoemd:
Waarvan deze akte in minuut wordt verleden te ........., op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.
Nadat de zakelijke inhoud van de akte aan de comparant is opgegeven en hij heeft verklaard van de inhoud van de akte kennis te hebben genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen, wordt deze akte onmiddellijk na voorlezing van die gedeelten van de akte, waarvan de wet voorlezing voorschrijft, door de comparant, die aan mij, notaris, bekend is, en mij, notaris, ondertekend.
Aanvulling op bijlage 5: Bijzondere stichtingen derdengelden
Bijlage 6. Model overeenkomst kantoor-stichting derdengelden
Behorend bij artikel 34 van de Regeling op de advocatuur
De ondergetekenden:
te dezen handelend als bestuursleden van de stichting: Stichting Beheer Derdengelden ......... – hierna te noemen: de stichting – en als zodanig vormend het hele bestuur de stichting vertegenwoordigend;
overwegende:
komen overeen als volgt:
Artikel 1
De stichting stelt zich ter beschikking van de advocaten, zulks in de zin van artikel 6.21 van de Verordening op de advocatuur. De stichting verbindt zich jegens het kantoor en in het bijzonder jegens
de advocaten van het kantoor de derdengelden in beheer te nemen.
Artikel 2
De stichting kan niet de aan de advocaten toekomende voorschotten, honoraria, verschotten en vast
recht voor het kantoor in ontvangst nemen. Zij verbindt zich geen andere activiteiten te verrichten dan
hiervoor omschreven, met dien verstande dat de stichting ter beschikking kan staan van andere advocaten of kantoren, mits het kantoor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Het kantoor respectievelijk de advocaat heeft te allen tijde jegens de stichting uitsluitend aanspraak op
betaling van gelden die voor het kantoor respectievelijk de advocaat zijn bestemd.
Artikel 6
Artikel 7
Het kantoor verricht ten behoeve van de stichting geen andere diensten dan die welke voor het functioneren van de stichting onontbeerlijk zijn, te weten bestuursactiviteiten en administratieve werkzaamheden.
Artikel 8
Het kantoor zorgt ervoor dat het boekjaar van het kantoor gelijk is aan het boekjaar van de stichting.
Artikel 9
Deze overeenkomst kan alleen worden beëindigd met inachtneming van hetgeen in de Verordening op de advocatuur is bepaald.
Getekend in ......... voud te .......... op ..........
Bijlage 7. Modelovereenkomst vrijwaring door de staat beroepsaansprakelijkheid
Behorend bij artikel 35 van de Regeling op de advocatuur
De Minister van .........................., ten deze vertegenwoordigd door ......., verklaart
onvoorwaardelijk en onherroepelijk dat mr ........niet aansprakelijk zal worden gehouden
voor schade door hem direct of indirect aan de Staat toegebracht door of als gevolg van handelingen als advocaat in dienst van de Staat, dit alles in ruime zin.
Voorts verklaart de Minister mr ......... te zullen vrijwaren tegen aanspraken van derden
ter zake van schade, hen toegebracht door of als gevolg van handelingen van mr ......... als advocaat in dienst van de Staat.
Bijlage 8. Modellen openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend maken van registratie
Behorend bij artikel 35b, eerste lid, van de Regeling op de advocatuur
Model 1 (individuele advocaat)
[naam advocaat] heeft in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten de volgende hoofd- (en sub) rechtsgebieden geregistreerd:
–
–
–
Op grond van deze registratie is hij/zij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.
Template 1 (individual advocate)
[Name of advocate] has registered the following principal (and secondary) legal practice areas in the Netherlands Bar’s register of legal practice areas (rechtsgebiedenregister):
–
–
–
Based on this registration, he/she is required to obtain ten training credits per calendar year in each registered principal legal practice area in accordance with the standards set by the Netherlands Bar.
Model 2 (kantoorregistratie)
De hierna genoemde advocaten hebben zich op de volgende hoofd- (en sub) rechtsgebieden in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten geregistreerd:
Op grond van deze registratie zijn zij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.
Template 2 (law firm registration)
The advocates listed below have registered the following principal (and secondary) legal practice areas in the Netherlands Bar’s register of legal areas:
Model 3 (advocaat in dienstbetrekking)
[naam advocaat] is advocaat in dienst bij [naam werkgever]. [keuze maken:
Dat betekent dat hij/zij alleen optreedt voor [naam werkgever als bedoeld in art. 5.9, onderdeel g Voda].
of:
Dat betekent dat hij/zij optreedt voor [naam werkgever] en daarnaast kan optreden voor de verzekerden van [naam rechtsbijstand verzekeraar als bedoeld in art. 5.9, onderdeel f Voda].
of
Dat betekent dat hij/zij optreedt voor [naam werkgever] en daarnaast voor de aangesloten leden van [naam organisatie met ideële doelstelling, als bedoeld in artikel 5.9, onderdeel e Voda].
In het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten heeft hij/zij zich op de volgende hoofd- (en eventueel sub) rechtsgebieden geregistreerd:
–
–
–
Op grond van deze registratie is hij/zij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.
Template 3 (employed advocate)
[Name of advocate] is an advocate employed by [name of employer]. Select one of the following:
This means that he/she only acts for [name of employer within the meaning of Article 5.9(g) of the Dutch Legal Profession Bye-Laws (Verordening op de advocatuur) (‘Voda’)].
or:
This means that he/she acts for [name of employer] and may also act for policyholders of [name of legal expenses insurer, as referred to in Article 5.9(f) Voda].
or:
This means that he/she acts for [name of employer] and also for the affiliated members of [name of non-commercial organization, as referred to in Article 5.9(e) Voda].
He/she has registered the following principal (and, where applicable, secondary) legal practice areas in the Netherlands Bar’s register of legal areas:
–
–
–
Based on this registration, he/she is required to obtain ten training credits per calendar year in each registered principal legal practice area in accordance with the standards set by the Netherlands Bar.
Bijlage 9. Lijst van rechtsgebieden per 1 januari 2021
Behorend bij artikel 35b, tweede lid, van de Regeling op de advocatuur
Lijst van hoofdrechtsgebieden, waarvoor de registratieplicht geldt als bedoeld in artikel 6.32 lid 1 Voda:
-
- Algemene praktijk
- a. Burgerlijk recht
- b. Strafrecht
- c. Bestuursrecht
-
- Personen- en Familierecht
- a. Echtscheidingen, alimentatiezaken, omgangsregelingen
- b. Ouderschap en erkenning
- c. Collaborative divorce
- d. Mediation
- e. Jeugdbeschermingsrecht
- f. Bijzondere curator
- g. Internationale kinderontvoering
- h. Internationaal privaatrecht
-
- Erfrecht
-
- Arbeidsrecht
- a. Medezeggenschap
- b. Collectief ontslag
- c. Pensioenen
- d. Arbeidsmediation
- e. Internationaal arbeidsrecht
-
- Sociaal-zekerheidsrecht
- a. Werknemersverzekeringen
- b. Volksverzekeringen
- c. Sociale voorzieningen
- d. Internationaal (arbeids)recht
-
- Ambtenarenrecht
- a. Militairen
-
- Huurrecht
- a. Woonruimte
- b. Bedrijfsruimte
-
- Verbintenissenrecht
- a. Agentuur en distributie
-
- Sportrecht
-
- Intellectueel eigendomsrecht
-
- Economisch ordeningsrecht
- a. Mededingingsrecht
- b. Energierecht
- c. Telecommunicatierecht
-
- Aanbestedingsrecht
-
- Ondernemingsrecht
- a. Vennootschappen
- b. Verenigingen en stichtingen
- c. Agentuur en distributie
- d. Fusies en overnames
- e. Bestuurdersaansprakelijkheid
- f. Beroepsaansprakelijkheid
-
- Burgerlijk procesrecht
- a. Arbitrage
- b. Litigation
- c. Beslag- en executierecht
-
- Transport- en handelsrecht
-
- Financieel recht
- a. Bankrecht
-
- Verzekeringsrecht
-
- Belastingrecht
-
- Privacy recht
-
- Informatierecht
- a. Media recht
- b. IT recht
-
- Insolventierecht
- a. Faillissement
- b. Surseance van betaling
- c. WSNP
-
- Strafrecht
- a. Jeugdstrafrecht
- b. Militair strafrecht
- c. Financieel economisch strafrecht
- d. Milieu strafrecht
- e. Fiscaal strafrecht
- f. Internationaal Strafrecht
- g. TBS
- h. Uit- en overleveringszaken
- i. Vreemdelingen(straf)recht
- j. Penitentiair recht
-
- Psychiatrisch patiëntenrecht
-
- Letselschaderecht
-
- Slachtofferrecht
- a. Strafrecht
- b. Letselschaderecht
- c. Mensenhandel
-
- Bestuursrecht
- a. Bestuursprocesrecht
- b. Handhavingsrecht
- c. Subsidierecht
- d. Europees recht
-
- Vreemdelingenrecht
- a. Vreemdelingenbewaring
-
- Asiel- en vluchtelingenrecht
- a. Mensenhandel
-
- Omgevingsrecht
- a. Milieurecht
- b. Natuurbeschermingsrecht
- c. Waterrecht
- d. Ruimtelijk bestuursrecht
-
- Gezondheidsrecht
-
- Onderwijsrecht
-
- Onteigeningsrecht
-
- Vastgoedrecht
- a. Bouwrecht
- b. Erfdienstbaarheden
- c. Erfpacht
- d. Burenrecht
-
- Agrarisch recht
-
- Tuchtrecht
- a. Medisch tuchtrecht
- b. Advocatentuchtrecht
- c. Tuchtrecht notarissen, accountants en belastingadviseurs
- d. Militair tuchtrecht
- e. Makelaardij tuchtrecht
- f. Deurwaarderstuchtrecht
-
- Cassatie
- a. Straf
- b. Civiel
- c. Belasting
Bijlage 10. Beoordelingscriteria peer review
*Beoordelingscriteria Peer review*
De reviewer beoordeelt of de dossiers voldoen aan de volgende criteria aan de hand van de volgende kernvragen/kernbegrippen:
-
- Indeling en beheer van het dossier. Kernvragen Kernbegrippen
- •. Is gemakkelijk inzicht te verkrijgen in de verrichte handelingen en de huidige stand van zaken?
- •. Is gemakkelijk inzicht te verkrijgen in de nog te verrichten handelingen voor zover deze door een vakbekwame dossierhouder te voorzien zijn?
- •. Logische opzet, overzichtelijkheid en overdraagbaarheid: dit betreft de toegankelijkheid van de gegevens.
- •. Volledigheid: zitten alle relevante en benodigde stukken in het dossier?
-
- Communicatie zoals die uit de dossierstukken blijkt. Kernvraag Kernbegrippen
- •. Kan uit de stukken worden opgemaakt dat er voldoende, tijdig en professioneel is gecommuniceerd met de cliënt, de wederpartij, de rechterlijke macht en anderen?
- •. Informeren: is de cliënt voldoende op de hoogte gebracht tijdens de gehele duur van de behandeling van de zaak?
- •. Schriftelijke vaardigheid: zijn de standpunten, belangen en verzoeken helder en eenduidig verwoord in alle stukken?
- •. Overleggen: is met cliënt overlegd over de oplossingsrichtingen/strategische keuzes?
- •. Vastlegging: heeft de dossierhouder voldoende vastgelegd welke keuzes de cliënt heeft gemaakt in afwijking van de adviezen van de dossierhouder en welke mogelijke gevolgen deze voor de cliënt zouden hebben?
-
- Strategie van de zaak. Kernvraag
- •. Kunnen de in de zaak gemaakte keuzes en gekozen oplossingsrichtingen naar tevredenheid/goed worden uitgelegd en verantwoord?
-
- Vakinhoud. Kernvragen
- •. Heeft de dossierhouder voldoende actuele juridische kennis (wet, beleid, jurisprudentie, internationaal recht)?
- •. Blijkt uit het dossier dat deze kennis op de juiste wijze is toegepast?
-
- Besef van Kwaliteit en Integriteit. Integriteit kernvraag Kernbegrippen: Kwaliteit kernvraag:
- •. Heeft de dossierhouder zich voldoende en op zorgvuldige wijze van zijn verplichtingen gekweten en aan zijn afspraken gehouden?
- •. Gedragsregels, waarvan voorop staan de geheimhoudingsplicht, onafhankelijkheid, partijdigheid.
- •. Financiële integriteit: declareergedrag en het beheren van derdengelden.
- •. Welk algemeen beeld heeft de reviewer na het dossieronderzoek en het gesprek met de gereviewde? Niet alleen het resultaat in de zaak is hierbij graadmeter, maar alle bevindingen inzake de vijf thema’s.