← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de algemene raad van 1 december 2014 tot vaststelling van de regeling op de advocatuur (Regeling op de advocatuur)

Geldende tekst a fecha 2015-01-01

Gelet op artikel 4, eerste lid, onderdeel c, en artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet;

Gelet op artikel 2.27, artikel 2.28, artikel 2.29, artikel 2.30, artikel 2.35, artikel 2.36, artikel 3.5, artikel 3.14, artikel 3.25, vijfde lid, artikel 4.4, vijfde lid, artikel 4.8, tweede lid, artikel 4.10, tweede lid, artikel 4.12, tweede lid, artikel 4.14, tweede lid, artikel 5.12, derde lid, artikel 6.2, tweede lid, artikel 6.4, tweede lid, artikel 6.6, artikel 6.16, tweede lid, artikel 6.22, tiende lid, en artikel 6.24, vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur;

stelt de volgende regeling vast:

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder: Verordening: de Verordening op de advocatuur.

Hoofdstuk 2. Financiële bepalingen

Paragraaf 2.1. Financiële bijdrage

Artikel 2. Indeling categorieën
1.

Een advocaat wordt in categorie 1 ingedeeld voor de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet.

2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt voor de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet in categorie 2 ingedeeld: de advocaat die

3.

Een indeling in categorie 2 uitsluitend op grond van het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op de advocaat die is ingeschreven op grond van artikel 1 juncto artikel 2a van de Advocatenwet.

4.

Op de advocaat die op 1 januari van het desbetreffende jaar op grond van artikel 16h van de Advocatenwet staat ingeschreven, is het bepaalde in het eerste en tweede lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Berekening bruto-inkomen
1.

Het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, omvat alle bruto inkomsten uit arbeid, ongeacht of deze met de advocatuur samenhangen of niet, vermeerderd met een eventueel ontvangen WW- of ZW-uitkering. Niet tot overige bruto inkomsten uit arbeid behoeven te worden aangemerkt:

2.

Indien in het bruto-inkomen één van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde elementen zijn begrepen, dan vermeldt de advocaat dit apart.

3.

In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk als zelfstandige uitoefent, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Op de bruto-praktijkwinst kan niet in mindering worden gebracht:

4.

In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk uitoefent door middel van een praktijkrechtspersoon, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:

5.

In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk in loondienst uitoefent mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend: alle inkomsten uit arbeid vóór heffing van premies volksverzekering en loon- of inkomstenbelasting. Hieronder wordt gerekend: alle inkomsten die onder de loonbelasting vallen – ook opties op aandelen – en de fiscale bijtelling auto van de zaak.

Artikel 4. Bewijsmiddelen bruto-inkomen
1.

Bezwaar tegen indeling in categorie 1, bedoeld in artikel 2, eerste lid, gaat vergezeld van een kopie van alle pagina’s betreffende Box 1 en Box 2 van het (elektronische) aangifteformulier inkomstenbelasting over het desbetreffende jaar en voor ondernemers een kopie van de elektronische ondernemersaangifte inkomstenbelasting van het desbetreffende jaar.

2.

Indien het bezwaarlijk is om de in het eerste lid genoemde middelen mee te zenden kan de advocaat ook volstaan met een verklaring van een registeraccountant of van een accountants-administratieconsulent.

3.

De verklaring van een registeraccountant of van een accountants-administratieconsulent vermeldt in elk geval:

Paragraaf 2.2. Vacatiegelden en vergoedingen

Artikel 5. Hoogte vacatiegeld
1.

Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, van de Verordening, bedraagt:

2.

Meerdere vergaderingen, zittingen of toetsen op één dag worden als één vergadering, zitting of toets gezien.

3.

Indien op één dag verschillende vacatiegelden van toepassing zijn, wordt slechts eenmaal het hoogste bedrag toegekend.

Artikel 6. Vergoeding griffier raad van discipline

De griffier van de raad van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in artikel 50a, tweede lid, van de Advocatenwet, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.

Artikel 7. Vergoeding griffier hof van discipline

De griffier van het hof van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.

Artikel 8. Reiskostenvergoeding
1.

Ter zake van de reiskosten in het binnenland worden ten hoogste vergoed:

2.

Ter zake van de reiskosten in het buitenland worden ten hoogste vergoed:

Paragraaf 2.3. Declaratieregels

Artikel 9. Declaratiewijze
1.

Degenen die recht hebben op vergoeding als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van de Verordening, dienen bij de algemene raad een declaratie in ter betaling van die vergoeding.

2.

De declaratie wordt ingediend uiterlijk binnen zes maanden na afloop van een kwartaal waarin kosten zijn gemaakt of het recht op vergoeding of vacatiegeld is ontstaan. Declaraties die later worden ingediend worden niet in behandeling genomen.

3.

De declaratie gaat vergezeld van genoegzame bescheiden.

Paragraaf 2.4. Vergoedingen

Artikel 10. Vergoeding examen cassatie

De advocaat is voor het afleggen van het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening, per (her)examen, aan de algemene raad een vergoeding verschuldigd van € 1.100.

Artikel 11. Vergoeding proeve van bekwaamheid civiele cassatie

De advocaat is voor het afleggen van de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, per (her)proeve, aan de algemene raad een vergoeding verschuldigd van € 1.700.

Hoofdstuk 3. Stage en beroepsopleiding

Artikel 12. Formulier goedkeuring stage

De algemene raad stelt vast als het formulier, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur:

Artikel 12a. Nadere vereisten patroonscursus

De cursus voor patroons bedoeld in artikel 3.5a, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur omvat in elk geval:

Artikel 13. Accreditatie- en kwaliteitskader

De algemene raad stelt vast als het accreditatiekader, bedoeld in artikel 3.22a van de Verordening op de advocatuur: het accreditatie- en kwaliteitskader beroepsopleiding advocaten, bedoeld in bijlage 2.

Hoofdstuk 4. Vakbekwaamheid

Paragraaf 4.1. Kwaliteitstoetsen

Artikel 13a. Vereisten aan vormen van kwaliteitstoetsen
1.

Intervisie als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening voldoet aan de volgende vereisten:

2.

Peer review als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening voldoet aan volgende vereisten:

Artikel 13b. Vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg

Gestructureerd intercollegiaal overleg, als bedoeld in artikel 4.3b van de Verordening voldoet aan de volgende vereisten:

Artikel 13c. Gespreksleider, reviewer en begeleider
1.

Een gespreksleider wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet aangewezen indien deze:

2.

Een reviewer wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet aangewezen indien deze:

3.

De begeleider, bedoeld in artikel 4.3b, eerste lid, van de Verordening, is een advocaat.

4.

Met een cursus wordt gelijkgesteld het hebben gevolgd of gegeven van een opleiding waarin vergelijkbare kennis is opgedaan, en waarbij bovendien in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag ingeval een aanvraag gespreksleider ieder jaar ten minste eenmaal per jaar een intervisiebijeenkomst is verzorgd, of ingeval een aanvraag reviewer ten minste twee reviews zijn verzorgd.

5.

De aanwijzing van de gespreksleider of de reviewer geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar, met de mogelijkheid tot verlenging

6.

Een aanwijzing als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, kan worden ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor aanwijzing en vervalt van rechtswege indien een reviewer niet langer als advocaat op het tableau is ingeschreven.

7.

De secretaris van de algemene raad houdt een overzicht bij van de aangewezen deskundigen.

Paragraaf 4.1a. Opleidingspunten

Artikel 14. Opleidingspuntwaardige activiteiten

De advocaat kan ingevolge artikel 4.4, vijfde lid, aanhef en onderdeel e, en artikel 4.13, derde lid, van de Verordening, een of meer opleidingspunten behalen door:

Artikel 15. Niet opleidingspuntwaardige activiteiten

De advocaat kan, ingevolge artikel 4.4, zesde lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening, geen opleidingspunten behalen door:

Paragraaf 4.2. Erkenning van opleidingsinstellingen

Artikel 16. Aanvraag erkenning
1.

Een opleidingsinstelling kan de algemene raad verzoeken om erkenning als bedoeld in artikel 4.4, zesde lid, van de Verordening waardoor de opleidingsinstelling:

2.

De opleidingsinstelling doet het verzoek om erkenning door middel van een door de algemene raad beschikbaar gesteld formulier en voegt daarbij de volgende documenten:

Artikel 17. Weigeringsgronden
1.

De algemene raad wijst het verzoek om erkenning af indien:

2.

De algemene raad kan een verzoek om erkenning afwijzen indien naar zijn overtuiging de instelling niet voldoet of kan voldoen aan de bepalingen van artikel 18.

Artikel 18. Verplichtingen erkende instellingen
1.

De erkende opleidingsinstelling draagt zorg voor continuïteit van de opleiding en wijst een vaste contactpersoon aan.

2.

De erkende opleidingsinstelling laat jaarlijks ten minste vijf cursussen plaatsvinden die van academisch niveau zijn en de praktijkvoering en -uitoefening van advocaten ten goede komen.

3.

De erkende opleidingsinstelling vult de door de Nederlandse orde van advocaten ter beschikking gestelde kwaliteitsmonitor binnen twee maanden na erkenning in en daarna ten minste eenmaal per jaar.

4.

De erkende opleidingsinstelling geeft de algemene raad desgevraagd inzage in de resultaten van de door haar ingevulde kwaliteitsmonitor.

5.

De erkende opleidingsinstelling evalueert het onderwijs en houdt rekening met de resultaten van de kwaliteitsmonitor en de evaluatie.

6.

De erkende opleidingsinstelling waarborgt en verbetert waar mogelijk het niveau van de opleiding en de aansluiting daarvan op de praktijk van de advocaat.

7.

De erkende opleidingsinstelling heeft een schriftelijke klachtenregeling.

8.

De erkende opleidingsinstelling die het opleiden heeft ondergebracht bij een aparte opleidingsafdeling neemt het kwaliteitsplan en de monitor op in haar jaarplan en draagt zorg dat deze werkzaamheden worden afgebakend van de overige werkzaamheden van die instelling.

9.

De erkende opleidingsinstelling stelt per deelnemer de deelname aan een opleiding vast en verstrekt deelnemers een bewijsstuk met het aantal daadwerkelijk behaalde opleidingspunten voor het gevolgde onderwijs en het in bijlage 3 opgenomen beeldmerk, waarin het aantal daadwerkelijk behaalde punten is vermeld.

10.

De erkende opleidingsinstelling kent uitsluitend opleidingspunten toe aan de opleidingen die voldoen aan artikel 4.4, vijfde lid, onderdeel a, van de Verordening.

11.

De erkende opleidingsinstelling gebruikt waar mogelijk en waar relevant het in bijlage 3 opgenomen beeldmerk, waarin zij het aantal punten vermeldt dat een advocaat met de betrokken opleiding kan behalen.

12.

De erkende opleidingsinstelling is jaarlijks een vergoeding verschuldigd van € 300.

13.

De erkende opleidingsinstelling werkt mee aan onderzoek door de algemene raad naar het naleven van de in dit artikel genoemde verplichtingen.

Artikel 19. Geldigheid en intrekking van erkenning

De algemene raad kan de erkenning intrekken indien:

Paragraaf 4.3. Cassatie

Artikel 20. Aanvragen examen of proeve van bekwaamheid
1.

De advocaat kan verzoeken om het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening, of de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, af te leggen. Binnen twaalf weken na het verzoek wordt de advocaat daartoe in de gelegenheid gesteld. De algemene raad deelt de advocaat binnen vier weken mee wanneer het examen of de proeve wordt afgenomen.

2.

Voor het afleggen van het examen dan wel de proeve dient de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad:

3.

De voorzitter van de commissie cassatie is in voorkomend geval bevoegd om af te wijken van de termijn, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a.

4.

Bij aanmelding voor het examen geeft de advocaat een uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze op als bedoeld in artikel 21, aanhef en onderdeel b, tweede subonderdeel.

5.

Op verzoek legitimeert de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad zich met een geldig legitimatiebewijs, bijvoorbeeld zijn advocatenpas.

6.

Op de herkansing van het examen en van de proeve van bekwaamheid zijn het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21. Stof examen civiele cassatie

De examenstof, bedoeld in artikel 4.9, vijfde lid, van de Verordening bestaat uit de volgende onderdelen:

Artikel 22. Afleggen examen
1.

Tijdens het examen wordt de in artikel 21 omschreven kennis getoetst, waarbij als richtlijn de navolgende indeling wordt gehanteerd:

2.

Het examen is met goed gevolg afgelegd indien het resultaat van elk van de in het vorige lid opgenomen onderdelen als voldoende kan worden aangemerkt.

Artikel 23. Afleggen proeve van bekwaamheid cassatie
1.

De advocaat bij de Hoge Raad stelt de commissie cassatie twee volledige dossiers van bij de Hoge Raad afgeronde procedures ter hand, één waarin hij namens de eisende partij heeft opgetreden en één waarin hij namens de verwerende partij heeft opgetreden.

2.

Onderdeel van het dossier vormt het cassatieadvies.

3.

Op de herkansing van de proeve van bekwaamheid zijn het eerste en tweede lid van toepassing.

Artikel 24. Opgave en toerekening van cassatiezaken
1.

De advocaat doet opgave van de door hem behandelde cassatiezaken bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van de Verordening.

2.

De opgave houdt in:

3.

Indien de cassatiezaak door twee advocaten is behandeld en beiden hebben een min of meer gelijkwaardige inbreng gehad, kan ieder van de advocaten een halve cassatiezaak opvoeren.

4.

Indien een cassatiezaak door meer dan twee advocaten is behandeld, kunnen slechts twee advocaten ieder een halve cassatiezaak opvoeren.

Hoofdstuk 5. Kantoororganisatie

Paragraaf 5.1. Professioneel statuut

Artikel 25. Model professioneel statuut
1.

De algemene raad stelt als het model voor het professioneel statuut vast, het model in bijlage 4.

2.

Het in het eerste lid bedoelde model is van toepassing op professionele statuten die overeengekomen zijn voor het moment van inwerkingtreding van dit artikel, indien deze worden gewijzigd.

Paragraaf 5.2. Advocatenpas en authenticatiemiddel

Artikel 26. Aanvraag advocatenpas
1.

Bij de aanvraag geeft de advocaat de namen van de eventuele gemachtigden op voor de uitgifte van de advocatenpas.

2.

Bij de aanvraag geeft de advocaat een persoonlijk e-mailadres op voor ieder authenticatiemiddel.

3.

Bij de aanvraag maakt de advocaat gebruik van de door de algemene raad beschikbaar gestelde website.

Artikel 27. Geldigheid advocatenpas en authenticatiemiddel

De advocatenpas en het authenticatiemiddel zijn ten hoogste vijf jaar geldig.

Paragraaf 5.3. Geheimhoudernummers

Artikel 28. Op te geven nummers voor alle advocaten

Iedere advocaat geeft op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad, indien hij over de genoemde apparatuur beschikt:

Artikel 29. Alle advocaten uitgezonderd die met een dienstverband of op gemengde kantoren

De advocaat, niet zijnde een advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders of een advocaat met een dienstverband, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad:

Artikel 30. Advocaten op gemengde kantoren

De advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders, niet zijnde een advocaat met een dienstverband, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad:

Paragraaf 5.4. Beschrijving werkwijze

Artikel 31. Dossierbeheer

De advocaat zorgt ervoor dat dossiers snel te vinden zijn en relevante gegevens overzichtelijk en toegankelijk weergeven, ook voor bevoegde derden.

Artikel 32. Kantoorhandboek

De advocaat beschrijft, op grond van artikel 6.4 van de Verordening, ten minste de volgende aspecten:

Paragraaf 5.5. Stichting derdengelden

Artikel 33. Modelstatuten stichting derdengelden
1.

De algemene raad stelt als het model voor de statuten vast, het model in bijlage 5.

2.

Het in het eerste lid bedoelde model geldt voor stichtingen die worden opgericht en statuten die anderszins worden gewijzigd na inwerkingtreding van dit artikel.

Artikel 34. Overeenkomst stichting derdengelden
1.

De algemene raad stelt vast als het model voor de overeenkomst tussen de stichting derdengelden en de advocaat of zijn kantoor, het model in bijlage 6.

2.

Het in het eerste lid bedoelde model geldt voor overeenkomsten die gesloten of gewijzigd worden na inwerkingtreding van dit artikel.

Paragraaf 5.6. Beroepsaansprakelijkheid

Artikel 35. Vrijwaring van beroepsaansprakelijkheid

De algemene raad stelt als het model vrijwaringsovereenkomst beroepsaansprakelijkheid door de Staat vast, het model in bijlage 7.

Paragraaf 5.7. Registratie rechtsgebieden

Artikel 35a. Registratie rechtsgebieden
1.

De advocaat registreert de rechtsgebieden, als bedoeld in artikel 6.32, eerste lid, van de Verordening, direct na het behalen van de bedoelde opleidingspunten, doch uiterlijk 1 maart na het kalenderjaar waarin de vereiste opleidingspunten zijn behaald.

2.

De advocaat maakt de registratie bekend, als bedoeld in artikel 6.32, tweede lid, van de Verordening, binnen een maand na zijn registratie.

Artikel 35b. Modellen bekendmaking en lijst van rechtsgebieden
1.

De algemene raad stelt vast als modellen voor het openbaar en publiekelijk toegankelijk bekendmaken, de modellen in bijlage 8.

2.

De algemene raad stelt vast als lijst van rechtsgebieden, de lijst in bijlage 9.

Hoofdstuk 6. Termijn herintreden na schrapping

Artikel 36. Termijn herintreden na schrapping op grond van artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, van de Advocatenwet

De algemene raad stelt de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet, op vijf jaar.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 37. Inwerkingtredingsbepalingen
1.

De Verordening op de advocatuur treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

2.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 38. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling op de advocatuur.

Bijlagen

Bijlage 1: Formulieren goedkeuring stage
Bijlage 1a: Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon voor stagiaire-ondernemer
Bijlage 1b: Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon
Bijlage 1c: Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’
Bijlage 1d: Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon
Bijlage 1e: Formulier verzoek tot wijziging patroon
Bijlage 2: Accreditatiekader beroepsleiding advocaten
Bijlage 3: Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen
Bijlage 4: \Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking
Bijlage 5: Modelstatuten stichting derdengelden
Bijlage 6: Modelovereenkomst stichting derdengelden
Bijlage 7: Modelovereenkomst vrijwaring door de Staat beroepsaansprakelijkheid
Bijlage 8: Modellen openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend maken van registratie
Bijlage 9: Lijst van rechtsgebieden
Bijlage 10: Beoordelingscriteria Peer review

Bijlage 1a. Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon stagiaire- ondernemer

behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur

In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.

Hierdoor verzoekt (beoogd stagiaire): ....................................................................
Kantoor: ....................................................................
Kantooradres: ....................................................................
Telefoon: ....................................................................
Telefoon mobiel: ....................................................................
E-mail: ....................................................................
Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): ....................................................................
de raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon, te weten: ....................................................................
Kantoor: ....................................................................
Kantooradres: ....................................................................
E-mail: ....................................................................
Datum beëdiging: ....................................................................

De stagiaire zal uren per week als advocaat werkzaam zijn.

Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen bij of krachtens de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de raad van de orde van advocaten in het arrondissement ....................................................................

De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:

De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):

naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................
naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................

De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):

......................................................................................................................................

De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.

In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.

.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening stagiaire)
.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening beoogd patroon)

Bijlage 1b. Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon

Behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur

(buitenstagiaire)

In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.

Hierdoor verzoekt (beoogd buitenstagiaire): ....................................................................
Kantoor: ....................................................................
Kantooradres: ....................................................................
Telefoon: ....................................................................
Telefoon mobiel: ....................................................................
E-mail: ....................................................................
Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): ....................................................................
de raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon, te weten: ....................................................................
Kantoor: ....................................................................
Kantooradres: ....................................................................
Datum beëdiging: ....................................................................

Het verzoek betreft tevens vrijstelling van het kantoor houden bij de beoogd patroon ingevolge artikel 9b, derde lid, van de Advocatenwet.

De buitenstagiaire zal ......uren per week als advocaat werkzaam zijn.

Het dienstverband vangt aan op: ............................................

Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen bij of krachtens de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ...............................................................

De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:

De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):

naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................
naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................

Voortgang beroepsopleiding: eerste/tweede/derde jaar beroepsopleiding afgerond en werkzaam voor

....... uren per week als binnen- of buitenstagiaire/stagiaire-ondernemer.

De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):

..............................................................................................................................

De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.

In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.

.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening stagiaire)
.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening beoogd patroon)

Bijlage 1c. Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’ van een werkgever anders dan advocatenkantoor

Behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur

(artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur)

In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.

Hierdoor verzoekt (beoogd stagiaire): .................................................................
Bedrijf: .................................................................
Adres: .................................................................
Telefoon: .................................................................
Telefoon mobiel: .................................................................
E-mail: .................................................................
Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): .................................................................
De raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon te weten: .................................................................
Kantoor: .................................................................
Kantooradres: .................................................................
E-mail: .................................................................
Datum beëdiging: .................................................................

De stagiaire zal...... uren per week als advocaat werkzaam zijn. Het dienstverband vangt aan op ..............................................

Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen in de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ...............................................

De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:

De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):

naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................
naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................

De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):

....................................................................................................................................

De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.

In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.

.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening stagiaire)
.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening beoogd patroon)

Bijlage 1d. Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon

Behorend bij artikel 12 van de Regeling op de advocatuur

(artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur)

In te dienen bij de raad van de orde voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.

Hierdoor verzoekt (beoogd stagiaire): .................................................................
Kantoor: .................................................................
Kantooradres: .................................................................
Telefoon: .................................................................
Telefoon mobiel: .................................................................
E-mail: .................................................................
Datum beëdiging (indien eerder beëdigd): .................................................................
de raad van de orde om goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar beoogd patroon te weten: .................................................................
E-mail: .................................................................
Datum beëdiging: .................................................................

De stagiaire zal ......uren per week als advocaat werkzaam zijn. Het dienstverband vangt aan...............................................

Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen in de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ................................................

De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:

De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):

naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................
naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................*

De patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerker(s) (niet zijnde advocaat):

..........................................................................................................

De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.

In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.

.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening stagiaire)
.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening beoogd patroon)

Bijlage 1e. Formulier verzoek tot wijziging patroon behorend bij artikel 12

(artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur)

In te dienen bij de raad van de orde.
Hierdoor verzoekt (stagiaire): .................................................................
Kantoor: .................................................................
Kantooradres: .................................................................
Telefoon: .................................................................
Telefoon mobiel: .................................................................
de raad van de orde om wijziging en goedkeuring conform de Verordening op de advocatuur van zijn/haar patroon. .................................................................
E-mail: .................................................................
Datum beëdiging: .................................................................
Patroon: .................................................................
Beoogd patroon: .................................................................
E-mail: .................................................................

Datum beëdiging beoogd patroon: .................................................................

Reden verzoek: .........................................................................................................

...............................................................................................................................

...............................................................................................................................

...............................................................................................................................

Ondergetekende verklaart bekend te zijn met de ten deze toepasselijke bepalingen in de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur en de beleidsregels van de orde van advocaten in het arrondissement ....................................................

De beoogd patroon is al patroon van de navolgende stagiaire(s):

naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................
naam: ............................................ beëdigingdatum: .........................................*

De beoogd patroon begeleidt de navolgende juridisch medewerkers (niet zijnde advocaat):

..........................................................................................................................

De navolgende bijlagen worden bijgevoegd:

De stagiaire en de beoogd patroon verklaren de raad van de orde te allen tijde te informeren over wijzigingen in de (omstandigheden van de) stage, zoals de wijze waarop de stagiaire praktijk houdt, de omvang van zijn/haar werkzaamheden.

In het geval de stagiaire en/of beoogd patroon afwezig is/zijn, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of (een langere) vakantie, zullen ondergetekenden dit terstond aan de raad van de orde mededelen.

.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening stagiaire)
.............................................. ..............................................
(plaats, datum) (handtekening beoogd patroon)

Bijlage 2. Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten

KWALITEITS- EN ACCREDITATIEKADER BA2020

Conform artikel 3.22a van de Verordening op de advocatuur

Vastgesteld door de algemene raad op 2 maart 2020

De bijlagen A tot en met I maken integraal onderdeel uit van het kwaliteits- en accreditatiekader BA2020

1. Totstandkoming van het kader

De Beroepsopleiding Advocaten (BA) is een opleiding voor advocaat-stagiaires die wordt verzorgd onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA). De opleiding kent meerdere onderwijsaanbieders. De Uitvoeringsorganisatie (UO, CPO/Dialogue) verzorgt de integrale beroepsopleiding. De Law Firm School (LFS) en De Brauw verzorgen voor hun eigen advocaat- stagiaires een deel van de beroepsopleiding. Met de herziening van de opleiding in de BA2020 is de opzet van de opleiding veranderd, en hebben aansluiting op de praktijk, ethiek en vaardigheden een prominente plaats gekregen. De herziening moet leiden tot behoud en verdere verbetering van de kwaliteit van de beroepsopleiding voor advocaten, een meer flexibele opleiding en een opleiding die recht doet aan de variëteit aan praktijken en kantoren in de Nederlandse advocatuur.

Dit kwaliteits- en accreditatiekader (hierna: kwaliteitskader) is ontwikkeld door QANU naar aanleiding van de introductie van de BA2020 en in opdracht van de NOvA. Dit gebeurde in samenspraak met de onderwijsaanbieders in de BA zoals die op het moment van opstellen van het kwaliteitskader actief zijn. Met dit instrument wordt gewaarborgd dat de opleiding bij alle onderwijsaanbieders leidt tot het behalen van de gewenste eindtermen, waarbij tegelijk voldoende ruimte is voor eigen accenten.

Dit kwaliteitskader geldt voor elke onderwijsaanbieder in de BA2020, geaccrediteerd dan wel via een overeenkomst met de NOvA als onderwijsaanbieder aangemerkt. Gezien het niveau van de BA2020 (post-masteronderwijs) is het kwaliteitskader opgesteld in lijn met het meest recente Beoor- delingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland 2018 van de NVAO (Nederlands- Vlaamse Accreditatie Organisatie) voor accreditatie in het hoger onderwijs.

2. Uitgangspunten

Het kwaliteitskader is zodanig geformuleerd dat de toepassing ervan duidelijk maakt of de beoor- deelde onderwijsaanbieder voldoet aan de minimaal gestelde eisen rondom de BA. Elke onderwijs- aanbieder wordt daarbij gelijk behandeld.

Tegelijkertijd wil het kwaliteitskader via een open formulering van de beoordelingsstandaarden ruimte scheppen om in de beoordeling recht te doen aan de eigen keuzes en identiteit van de onderwijsaanbieder. Een beoordeling volgens dit kader neemt de uitgangspunten van de onderwijsaanbieder bij het vormgeven van de opleiding dan ook als vertrekpunt. Doel hierbij is de meerwaarde van de beoordeling voor de onderwijsaanbieder te maximaliseren.

Een beoordeling volgens dit kwaliteitskader geschiedt vanuit een opbouwend-kritische, op ontwikkeling gerichte houding. Alle deelnemers streven een open dialoog na. De leden van de visitatiecommissie stellen zich op als critical friendsdie met de onderwijsaanbieder meedenken en bij willen dragen aan de kwaliteit van het programma. Zij kijken derhalve niet alleen naar het behalen van de basiskwaliteit, maar ook naar de wijze waarop de verschillende beoordelingsaspecten afgestemd zijn op de eigen filosofie en didactische uitgangspunten van de onderwijsaanbieder. Dit houdt in dat voorafgaand aan, tijdens en na het visitatiebezoek, evenals in de rapportage, zowel de best practicesals de mogelijke verbeter- of aandachtspunten aan de orde komen.

De beoordeling gaat uit van de opleiding zoals zij wordt aangeboden op het moment van beoordeling. Wanneer dat relevant is, wordt gekeken naar recente ontwikkelingen en/of de manier waarop aanbevelingen uit eerdere beoordelingen zijn opgevolgd. Ook voorgenomen verbeteringen en aanpassingen kunnen bij de beoordeling worden betrokken. Het zwaartepunt van de beoordeling ligt echter bij de huidige stand van zaken.

Een uitgangspunt bij de beoordeling volgens dit kwaliteitskader is dat de belasting voor de onderwijs- aanbieders redelijk beperkt blijft.

3. Beoordelingsprocedure voor bestaande onderwijsaanbieders

Opleidingsonderdelen

De opleiding kent een gezamenlijk deel, exclusief verzorgd door UO, en een aanbiederspecifiek deel, verzorgd door de UO, LFS, De Brauw of eventuele andere geaccrediteerde onderwijsaanbieders. De opleiding bestaat volgens de Verordening op de advocatuur (Voda artikel 3.14) uit de volgende elementen:

Volgens artikel 3.25 van de Voda vormen de elementen 3, 4 en 5 gezamenlijk het gedeelte dat door geaccrediteerde onderwijsaanbieders kan worden aangeboden. De manier waarop deze inhoud wordt aangeboden, wordt door de onderwijsaanbieder bepaald. Wel zijn de onderwijsaanbieders gebonden aan een indicatie van aantallen dagdelen en aan onderdelen die moeten worden aangeboden, conform het kader dat de onderwijsaanbieders CPO-Dialogue (UO), De Brauw en LFS onder regie van de NOvA zijn overeengekomen en dat als bijlage A van dit kwaliteitskader is opgenomen. Volgens dit kader bestaat de gehele opleiding uit 105 dagdelen (volledige studie- belasting, dus inclusief voorbereiding op het onderwijs en (voorbereiding op) toetsing). Het aanbiederspecifieke deel beslaat hiervan 60 dagdelen. Daarnaast zijn de eindtermen van de opleiding een leidend uitgangspunt voor de onderwijsaanbieders. Deze zijn als bijlage B van dit kwaliteitskader opgenomen.

Bestaande en nieuwe onderwijsaanbieders van het aanbiederspecifieke opleidingsonderdeel dienen aan een aantal eisen te voldoen wanneer zij voor (her)accreditatie in aanmerking willen komen. Bij de toepassing van dit kwaliteitskader is de onderwijsaanbieder gebonden aan deze eisen, zoals die door de NOvA zijn gespecificeerd in de bijlagen A tot en met I, die als bijlagen van dit kwaliteitskader zijn opgenomen.

Naast de eisen zoals opgenomen in de bijlagen, is het reguliere regelgevende kader van toepassing, bestaande uit onder meer de Advocatenwet, de Verordening op de advocatuur (zoals gewijzigd met de Wijzigingsverordening Beroepsopleiding advocaten 2020), het Examenreglement onderwijsonder- delen BA2020, het Opleidingsreglement beroepsopleiding advocaten BA2020 (samengevoegd in een opleidings- en examenreglement) en de Wijzigingsregeling beroepsopleiding advocaten 2020.

Beoordelingssystematiek

Bij de start van de BA2020 ondergaan de huidige onderwijsaanbieders UO, De Brauw en LFS een eenmalige, beperkte bestuurlijke toets zoals gespecificeerd door de NOvA. Drie jaar na de start van de BA2020, wanneer de eerste lichting advocaat-stagiaires de opleiding heeft voltooid, worden zij volgens dit kwaliteitskader beoordeeld. Hierna ondergaan zij eens in de zes jaar een beoordeling volgens het voorliggende kwaliteitskader.

De beoordeling wordt uitgevoerd door een visitatiecommissie van onafhankelijke en deskundige peers, kent een bezoek op locatie door de commissie en resulteert in een adviesrapport waarin de commissie haar oordelen aan de algemene raad van de NOvA rapporteert.

De beoordeling verloopt voor alle onderwijsaanbieders volgens dezelfde procedure. Voor de beoor- deling van opleidingsdelen 3, 4 en 5 die worden verzorgd door geaccrediteerde onderwijsaanbieders geldt dat alleen de aanbiederspecifieke elementen worden beoordeeld, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de manier waarop die aansluiten bij het gemeenschappelijk deel.

Secretaris

De beoordelingsprocedure wordt begeleid door een onafhankelijk secretaris, die de afstemming tussen commissie en onderwijsaanbieder verzorgt en het beoordelingsrapport schrijft. De secretaris is geen commissielid en heeft als zodanig geen inhoudelijke rol, maar is verantwoordelijk voor de procesmatige kant van de beoordeling. De secretaris bewaakt de beoordeling en onderbouwing van de standaarden en de communicatie met en tussen de verschillende procesdeelnemers. De secre- taris wordt door de NOvA aangesteld.

Visitatiecommissie

De beoordeling wordt uitgevoerd door een visitatiecommissie van ten minste drie personen, onder wie één voorzitter. Leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van de te beoordelen onderwijsaanbieder. Dit houdt in dat zij de afgelopen vijf jaar geen directe of indirecte banden hebben gehad met de organisatie die zij beoordelen, die kunnen leiden tot een conflict of interestof de schijn daarvan. Een commissie beschikt over de vakinhoudelijke en onderwijskundige expertise die nodig is om de vormgeving en inhoud van het voorliggende programma of programmaonderdeel te kunnen beoordelen. Zij beschikt ook over werkvelddeskundigheid, om zo afstemming van het programma op het beroepenveld te kunnen beoordelen.

De commissie wordt uit naam van de betreffende onderwijsaanbieder voorgedragen aan de NOvA. Bij die voordracht wordt aangetoond aan dat bovengenoemde expertises aanwezig zijn en dat de commissieleden onafhankelijk zijn. De commissie wordt door de algemene raad ingesteld.

Voor de beoordeling van elke afzonderlijke onderwijsaanbieder wordt een eigen visitatiecommissie samengesteld. De commissie beoordeelt de onderwijsaanbieders niet in vergelijkend perspectief. Overlap tussen commissies is toegestaan zolang de uniciteit van de beoordeling gewaarborgd blijft.

De commissieleden worden op de beoordeling voorbereid door de onafhankelijke secretaris. Zij ont- vangen instructie over de beoordelingsprocedure en de van hen gewenste attitude tijdens de gesprekken.

Documentatie

De onderwijsaanbieder stelt een zelfevaluatierapport (ZER) op, waarin ze kritisch reflecteert op de standaarden uit het kwaliteitskader. Het ZER telt maximaal vijftien pagina’s aan kwalitatieve reflectie, waar gewenst ondersteund door bijlagen die de onderbouwing inzichtelijk maken. Om de administratieve lasten te beperken maakt de onderwijsaanbieder waar mogelijk gebruik van al bestaande documenten (studiegids, toetsplan, etc.). Het ZER biedt de commissieleden daarmee de informatie die nodig is om de standaarden goed te beoordelen. Onderwijsaanbieders anders dan de UO laten het gezamenlijk opleidingsdeel buiten beschouwing, maar bespreken het eigen aanbod wel in relatie tot het gezamenlijk opleidingsdeel.

De onderwijsaanbieder levert daarnaast een volledige lijst van advocaat-stagiaires aan die de opleiding recent hebben afgerond. Daaruit selecteert de commissie vijf advocaat-stagiaires, van wie zij de voorbereiding van de tweede integratieve dagbekijkt. Zij houdt daarbij rekening met spreiding in hoogte van de resultaten/cijfers en begeleiders.

De onderwijsaanbieder verstrekt het ZER en de geselecteerde voorbereiding op de integratieve dag met bijbehorende beoordelingsformulieren uiterlijk zes weken voor het visitatiebezoek aan de commissie. Op basis van haar bevindingen naar aanleiding van deze stukken kan de commissie in beperkte mate verzoeken om aanvullende informatie, daarbij de administratieve last die dit voor de onderwijsaanbieder met zich meebrengt in aanmerking nemend.

Locatiebezoek

Het locatiebezoek vindt plaats op een door de onderwijsaanbieder aangewezen locatie en duurt in principe één dag. De commissie spreekt in ieder geval met leden van het opleidingsmanagement, docenten, patroons, cursisten, recent afgestudeerden en de examencommissie van de betreffende onderwijsaanbieder. Het staat de onderwijsaanbieder vrij het locatiebezoek zo in te richten dat de eigen onderwijsvisie en onderwijsorganisatie zo goed mogelijk voor het voetlicht worden gebracht. De gesprekspartners worden door de onderwijsaanbieder geselecteerd. Bij voorkeur biedt de onderwijsaanbieder de mogelijkheid van een open spreekuur, waarvoor bij de opleiding betrokken stakeholders zich op eigen initiatief kunnen aanmelden.

De onderwijsaanbieder stelt het programma samen in overleg met de secretaris, om zo te waarborgen dat alle standaarden kunnen worden beoordeeld en dat alle bovenstaande stakeholders van de opleiding of het opleidingsdeel worden gehoord. Het bezoekprogramma voorziet in voldoende overlegmomenten voor de commissieleden en eindigt met een korte terugkoppeling van de bevindingen door de commissievoorzitter naar de onderwijsaanbieder.

Rapportage

De secretaris stelt in samenspraak met de commissie een adviesrapport op. Dit rapport bevat een duidelijke kwalitatieve onderbouwing van de oordelen. Het bevat daarnaast concrete ontwikkel- punten en aanbevelingen voor verdere verbetering. Het rapport vermeldt welke werkwijze de commissie heeft gehanteerd, welke documenten zij heeft ingezien en welke gesprekspartners zij tijdens het locatiebezoek heeft gesproken. De secretaris legt de conceptversie van het rapport voor aan de onderwijsaanbieder. Die heeft de gelegenheid om feitelijke onjuistheden te corrigeren. De commissievoorzitter stelt vervolgens het rapport definitief vast. De rapportage wordt uiterlijk drie maanden na afloop van het visitatiebezoek definitief geleverd aan de onderwijsaanbieder.

De onderwijsaanbieder dient het rapport uiterlijk een maand na vaststelling in bij de algemene raad van de NOvA als onderdeel van het verzoek tot heraccreditatie. De algemene raad beslist binnen twee maanden of hij het advies van de commissie zoals dat in het adviesrapport geformuleerd is, overneemt en tot heraccreditatie overgaat.

Besluitvorming

Op basis van het commissierapport stelt de algemene raad heraccreditatie van de opleiding/het opleidingsdeel vast voor een periode van zes jaar. Wanneer het eindoordeel positief onder voorwaarden is, bevat het commissierapport een advies waarin de voorwaarden benoemd worden. Ook adviseert de commissie een termijn waarbinnen aan de voorwaarden voldaan dient te worden (tussen de zes maanden en drie jaar). Voor het verstrijken van die termijn dient de oorspronkelijke visitatiecommissie te verifiëren of aan de voorwaarden voldaan is. De commissie rapporteert hierover aan de algemene raad.

4. Accreditatie van nieuwe onderwijsaanbieders

Beoordelingsprocedure

Nieuwe onderwijsaanbieders kunnen accreditatie aanvragen wanneer zij voldoen aan de eisen zoals die in het kwaliteitskader worden beschreven en in bijlage C van het kwaliteitskader. Wanneer nieuwe onderwijsaanbieders als zodanig zijn erkend door de NOvA, worden zij volgens het kwaliteitskader beoordeeld.

Een nieuwe onderwijsaanbieder wordt de eerste maal volgens de procedure voor bestaande onderwijsaanbieders beoordeeld, met dien verstande dat hij een voorlopige accreditatie ontvangt totdat de commissie het behaalde niveau kan vaststellen (na drie jaar). Hiertoe wordt een tweede beoordelingsmoment aangewezen, waarbij in principe geen locatiebezoek nodig is, tenzij de commissie of de NOvA anders beslist. De commissie leest een selectie van de voorbereiding op de integratieve dag en stelt aan de hand daarvan in een beknopt rapport vast of het beoogde niveau gerealiseerd wordt. Dit rapport wordt door een onafhankelijke secretaris geschreven.

Wanneer het eindoordeel positief onder voorwaarden is, bevat het commissierapport een advies waarin de voorwaarden benoemd worden. Deze worden in de hierboven genoemde aanvullende beoordeling na drie jaar getoetst. Voor het verstrijken van die termijn dient de oorspronkelijke commissie te verifiëren of aan de voorwaarden voldaan is. De commissie rapporteert hierover aan de algemene raad.

Documentatie

De aanvrager levert plannen aan die een helder beeld geven van de wijze waarop de opleiding de eindtermen denkt te realiseren, de inrichting van het curriculum, de leeromgeving, de toetsing en het docententeam dat het opleidingsdeel zal gaan verzorgen. De plannen moeten zodanig zijn uitgewerkt dat het deskundigenpanel een goed beeld krijgt van het niveau van het opleidingsdeel en de manier waarop aansluiting wordt gewaarborgd met het gemeenschappelijk deel. Ook moet uit de plannen blijken hoe behoud en verbetering van onderwijskwaliteit en toetsing worden geborgd.

Besluitvorming

Op basis van het beknopte eerste commissierapport stelt de algemene raad voorlopige accreditatie van de opleiding/het opleidingsdeel vast voor een periode van drie jaar. Wanneer het eindoordeel positief onder voorwaarden is, bevat het commissierapport een advies waarin de voorwaarden benoemd worden. Na drie jaar volgt een aanvullende beoordeling waarin het behaalde niveau beoordeeld wordt. Hierna vindt de besluitvorming plaats conform de werkwijze bij bestaande aanbieders.

5. Beoordelingsstandaarden

De visitatiecommissie gaat na of de opleiding/het opleidingsdeel voldoet op de volgende beoordelingsstandaarden:

Standaard 1: Profiel en didactische visie

Het profiel en de didactische visie van de onderwijsaanbieder sluiten aan bij de door de NOvA vastgestelde eindtermen van de opleiding, het niveau (postmaster) en de oriëntatie (beroepsgericht) van de opleiding en de verwachtingen van het beroepenveld.

Standaard 2: Curriculum

De vormgeving en inhoud van het curriculum maken het voor de instromende advocaat-stagiaires mogelijk de beoogde eindtermen van de opleiding/het opleidingsdeel te realiseren. De beoogde eindtermen zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het programma en sluiten aan bij de eisen van het beroepenveld. De werkvormen passen bij de leerdoelen en eindtermen en stellen advocaat-stagiaires in staat de vereiste kennis, houding en competenties actief te verwerven. De verhouding tussen contact- en afstandsonderwijs is passend en effectief. Eventuele extra curriculaire onderdelen en voorzieningen dragen bij aan het behalen van de eindtermen. Het curriculum wordt regelmatig intern geëvalueerd en verbeterd.

Standaard 3: Studeerbaarheid en studiebegeleiding

Het studieprogramma, de studiebegeleiding en de informatievoorziening stellen de advocaat- stagiaires in staat de eindtermen te behalen en sluiten aan bij de behoeften van de advocaat- stagiaires.

Standaard 4: Docenten

De docenten zijn zowel inhoudelijk als didactisch voldoende deskundig om de opleiding/het opleidingsdeel te verzorgen en geven begeleiding. De kwaliteit en kwantiteit van de docenten maken het voor de instromende advocaat-stagiaires mogelijk de beoogde eindtermen te realiseren. Er zijn mechanismen ingericht waarmee de kwaliteit van de docentenstaf doorlopend worden geborgd.

Standaard 5: Toetsing en gerealiseerd niveau

De opleiding/het opleidingsdeel beschikt over een adequaat systeem van toetsing. De toetsing van de verschillende delen van de opleiding, te weten ethiek, voorbereiding op de integratieve dag en integratieve dagen, is in voldoende mate afgestemd. De beoordeling is valide, betrouwbaar en voldoende onafhankelijk. De eisen zijn helder voor de advocaat-stagiaires. De kwaliteit van de toetsing wordt voldoende gewaarborgd. Ook uit de opzet van de opleiding, in het bijzonder de voorbereiding van de integratieve dagen, blijkt dat de advocaat-stagiaires het beoogde niveau halen.

Oordeel per standaard

Het panel voorziet elke standaard van een oordeel:

Basiskwaliteit:de kwaliteit die redelijkerwijs mag worden verwacht van een beroepsopleiding voor advocaat-stagiaires.

Eindoordeel

Het panel adviseert een gewogen en gemotiveerd eindoordeel over de opleiding/het opleidingsdeel. Daarbij neemt het de volgende beslisregels in acht:

Bijlagen. Kwaliteits- en accreditatiekader BA2020

Bijlage a

Kader voor de verdeling van de onderwijsonderdelen tussen de uitvoeringsorganisatie (‘centraal’) en geaccrediteerde aanbieders (‘geliberaliseerd’), inclusief indicatie van het aantal dagdelen per onderwijsonderdeel

Het aangegeven aantal dagdelen betreft de volledige studiebelasting voor de stagiaire, dus inclusief voorbereiding op het onderwijs en (voorbereiding op) toetsing.

In de ethiekvakken wordt geïntegreerd:

Bij het gelijk houden van de dagdelen (voor ethiek, ten opzichte van de huidige beroepsopleiding) ontstaat ruimte om andere vaardigheden te integreren die raken aan beroepsethische aspecten (Ketenpartners en Communicatieve vaardigheden I raken aan de verantwoordelijkheden van de advocaat jegens andere partijen in de rechtspleging respectievelijk de client.

Dit betreft vaardigheden die geïntegreerd kunnen worden aangeboden (bijvoorbeeld in de setting van een oefenrechtbank):

Overige vaardigheden kunnen geliberaliseerd worden aangeboden. Deze hangen nauw samen met de voorbereiding op de integratieve dagen / moot courts en kunnen daarom ook (deels) worden geïntegreerd met cognitie:

Dit betreft de juridisch-inhoudelijke voorbereiding op de integratieve dagen / moot courts en overige vakken, waarbij jaarrekening lezen, opstellen van contracten en digitale vaardigheden verplichte delen zijn.

Onderdelen C en D vormen gezamenlijk dan wel geïntegreerd de (toetsbare) voorbereiding van de integratieve dagen / moot courts. De in de onderdelen A en B opgedane kennis en vaardigheden kunnen terugkomen in (de cognitieve vakken en vaardighedenvakken die voorbereiden op) de integratieve dagen / moot courts. In C en D kunnen ook vakken worden aangeboden die niet als voorbereiding op de integratieve dagen / moot courts gelden.

Bijlage b

Het doel is om tot een nieuwe set eindtermen voor de vernieuwde beroepsopleiding voor advocaten (BA2020) te komen die bijdraagt aan een opleiding die recht doet aan de variëteit aan praktijken en kantoren werkzaam in de Nederlandse advocatuur, met behoud en verdere verbetering van de kwaliteit van de beroepsopleiding voor advocaten. Met deze eindtermen kan worden gewaarborgd dat de advocaat-stagiaire na afronding van de opleiding vakbekwaam is en de professionele vaardigheden, kennis en kunde bezit die nodig is voor het zelfstandig uitoefenen van de praktijk.

Aansluiting is daarbij onder meer gezocht bij de vijf Dublin-descriptoren,welke de eisen beschrijven waaraan Europese opleidingen moeten voldoen. De aanleiding voor het opstellen van deze descriptoren was het streven naar opleidingen van gelijkwaardig niveau in de verschillende landen van Europa.

Expliciet is gekozen voor een vormgeving van eindtermen in algemene kerncompetities, zodat ruimte blijft voor nadere invulling van het curriculum door de betrokken opleidingspartners. De leerdoelen op vakniveau kunnen gedetailleerder worden ingevuld en gespecificeerd, waarbij deze aansluiten op de eindtermen van de opleiding.

Deze eindtermen moeten garanderen dat degenen die de BA2020 opleiding hebben voltooid beschikken over de noodzakelijke kennis en vaardigheden die nodig is voor het zelfstandig uitoefenen van de beroepspraktijk.

Na met goed gevolg afronden van de BA2020 beschikt de advocaat-stagiaire over:

Bijlage c

Deze bijlage wordt na vaststelling door de algemene raad in een apart document op de website van de NOvA gepubliceerd

Bijlage d. Programma van Eisen voor de onderwijsaanbieders

Aanvrager verklaart zich met ondertekening van deze Bijlage onvoorwaardelijk akkoord met onderstaande eisen.

Deze eisen gelden onverkort voor de bestaande onderwijsaanbieders in de beroepsopleiding advocaten: de uitvoeringsorganisatie (CPO/Dialogue) en (na accreditatie) de geaccrediteerde aanbieders Law Firm School en De Brauw.

De Aanvrager wordt van (verdere) deelname aan de accreditatieprocedure uitgesloten, indien jegens de Aanvrager bij een onherroepelijk vonnis of arrest een veroordeling is uitgesproken om een of meer van de hieronder opgegeven redenen:

De NOvA kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van voormelde uitsluiting. Daarnaast kan de NOvA iedere Aanvrager van deelneming van de accreditatieprocedure uitsluiten:

De Aanvrager dient te verklaren dat bovenstaande uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn. De Aanvrager kan bij het indienen van zijn Aanvraag volstaan met het indienen van een eigen verklaring uitsluitingsgronden.

De NOvA kan de Aanvrager op een later moment verzoeken officiële bewijsstukken te overleggen, waaronder een VOG-rp, Non-faillietverklaring en verklaring van de Belastingdienst inzake voldoen sociale premies en belastingen. Indien de inhoud van deze bewijsstukken niet overeenkomt met hetgeen in de eigen verklaring is verklaard, kan dit door de NOvA worden aangemerkt als valse verklaring, wat kan leiden tot uitsluiting van de Aanvrager aan (verdere) deelname aan de accreditatieprocedure.

Al de hiergenoemde uitsluitingsgronden kunnen ook reden zijn om een reeds verleende accreditatie in te trekken.

De Aanvrager kan zelfstandig of als Combinatie een Aanvraag indienen. Een Combinatie dient één lid van de Combinatie aan te wijzen als penvoerder. De penvoerder is bevoegd de Combinatie ter zake deze accreditatieprocedure te vertegenwoordigen.

De leden van een Combinatie zijn allen onherroepelijk en onvoorwaardelijk hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor de verplichtingen die voortvloeien uit het Accreditatiebesluit. Combinaties mogen hun samenstelling na het indienen van hun Aanvraag niet meer wijzigen zonder schriftelijke toestemming van de NOvA.

Indien een van de leden van een Combinatie voorafgaand aan het Accreditatiebesluit niet meer aan de door de NOvA gestelde eisen blijkt te voldoen, behoudt de NOvA zich het recht voor om de overgebleven leden van de Combinatie uit te sluiten van verdere deelname aan de accreditatieprocedure. Indien na het Accreditatiebesluit blijkt dat een van de leden van een Combinatie voor of na dat besluit niet (meer) aan de door de NOvA gestelde eisen blijkt te voldoen, kan een eerder verleende Accreditatie worden ingetrokken.

Bijlage e. Onderwijskundig en toetstechnisch concept beroepsopleiding advocaten

De Aanvrager zal de uitgangspunten die hieronder zijn geformuleerd bij de ontwikkeling van het onderwijs en de onderwijsmaterialen in acht nemen.

Beroep als referentiekader

De NOvA gaat er vanzelfsprekend van uit dat de beroepsopleiding advocaten opleidt tot het beroep van advocaat. Dat betekent dat de door advocaten uit te voeren activiteiten centraal moeten staan in de opleiding.

Goede onderbouwing van benodigde kennis en vaardigheden

Bij het beschrijven van het curriculum is uitgebreid aandacht geweest voor het beschrijven van de te bereiken leerdoelen door ze te formuleren als eindtermen. De eindtermen staan centraal bij de ontwikkeling van de beroepsopleiding advocaten en kunnen alleen gewijzigd worden als daar zwaarwichtige redenen voor zijn.

Passende leermiddelen

Op de markt is een grote hoeveelheid leermiddelen aanwezig die ingezet kan worden in de beroepsopleiding advocaten. Samenhangend met het vorige uitgangspunt wil de NOvA benadrukken dat (delen van) reeds beschikbare leermiddelen ingezet kunnen worden indien zij aansluiten op de eindtermen én op de praktijk van de advocatuur. Ook kan de onderwijsaanbieder ervoor kiezen zelf leermiddelen te ontwikkelen of voor te stellen, die aan de gestelde criteria voldoen.

Studiebelasting

De NOvA heeft de studiebelasting voor de stagiaires vastgelegd door per onderwijsonderdeel het aantal dagdelen onderwijs te bepalen. Hierbij bevat één dagdeel drie klokuren. Bij het ontwikkelen van de vakken dient de opgegeven studiebelasting aangehouden te worden. De benodigde tijd voor de reistijd naar de cursus- of toetslocatie valt buiten deze studiebelasting.

Niet-leerbare competenties zijn reeds aanwezig

De NOvA gaat ervan uit dat bij de selectie van de advocaat-stagiaires (door de werkgevers) aankomend advocaten worden geselecteerd die al beschikken over een aantal (niet of moeilijk leerbare) competenties. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan stressbestendigheid of analytisch vermogen. In de beroepsopleiding advocaten mag er daarom van worden uitgegaan dat dergelijke competenties al bij de stagiaires aanwezig zijn.

Vaardigheden en ethiek vormen de basis

Voor een effectieve uitoefening van het beroep van advocaat moet een advocaat-stagiaire beschikken over competenties (vaardigheden). In de beroepsopleiding ligt de nadruk op ethiek en vaardigheden. We gaan er echter vanuit dat deze competenties alleen effectief kunnen worden ingezet als de advocaat-stagiaire tevens beschikt over de benodigde kennis. Mede hierom is de basistest verplicht.

Effectieve besteding van contacttijd

De NOvA gaat ervan uit dat de advocaat-stagiaires in staat zijn zelfstandig literatuur te bestuderen en dit daadwerkelijk doen voorafgaand aan de contactmomenten. Zo kunnen de docenten de contactmomenten effectief besteden en daarbij de nadruk leggen op het toepassen van de verkregen kennis, bijvoorbeeld in concrete casus of debatten, zonder dat zij in de verleiding komen toch uitgebreid in te gaan op de theorie.

Eigen verantwoordelijkheid voor vereiste voorkennis

Door de grote diversiteit in vooropleidingen is het onvermijdelijk dat de voorkennis van de deelnemende advocaat-stagiaires uiteenloopt. Aan de start van de opleiding dient de stagiaire aantoonbaar te beschikken over een voldoende en actueel juridisch-inhoudelijk niveau, door middel van het afleggen van de basistest. Op deze manier hoeft in de opleiding zo min mogelijk juridisch- inhoudelijke kennis herhaald te worden. De advocaat-stagiaire is zelf verantwoordelijk voor het beschikken over de vereiste voorkennis.

Innovatie

De NOvA gaat ervan uit dat bij het selecteren van werkvormen en leermaterialen nadrukkelijk gekeken zal worden naar de mogelijke inzet van innovatieve oplossingen, zoals e-learning, conference-technieken, virtual classrooms, fora, weblogs, sociale netwerken en digitale leeromgevingen.

Dit met de kanttekening dat het gebruik van innovatieve werkvormen en leermaterialen nooit een doel op zich mag zijn.

Concrete zaken met een passende complexiteit

Het werken met concrete zaken (casussen) biedt de advocaat-stagiaires de mogelijkheid om de opgedane kennis toe te passen in een praktijkcontext. Bij het selecteren van casus is de complexiteit van belang. In leerjaar 1 zullen de casus in het algemeen minder complex zijn dan in leerjaar 2. Zo is getracht meer richting te geven aan het gewenste eindniveau. De NOvA gaat ervan uit dat de aanbieder in staat is om casus te (laten) selecteren of ontwikkelen met een passende complexiteit.

Lesmateriaal

De NOvA adviseert onderwijsaanbieders om gebruik te maken van studiehandleidingen voor stagiaires. De verdere ontwikkeling en selectie van de lesmaterialen laat de NOvA over aan de onderwijsaanbieders.

Activerende didactiek

Een uitgangspunt van de NOvA is dat de beroepsopleiding advocaten zodanig wordt ingericht dat de advocaat-stagiaires een actieve rol spelen. Langdurig passief luisteren naar een vertellende docent hoort daar dus niet bij. De NOvA gaat ervan uit dat er wordt gezorgd voor afwisseling in didactische werkvormen, dat aangesloten wordt bij verschillende leerstijlen en dat toepassingsgericht / leerdoelgericht wordt opgeleid.

Realistische en motiverende toetsing

De NOvA gaat ervan uit dat het onderwijs en de toetsing aansluiten bij de eindtermen. De NOvA vindt het belangrijk dat voor een opdracht of toets alleen een voldoende of onvoldoende wordt toegekend. Ook wil de NOvA graag onder de aandacht brengen dat een betrouwbare toetsing alleen kan worden verkregen als de advocaat-stagiaire voldoende tijd heeft voor het maken van de opdracht of de toets.

Bijlage f. Functieprofiel opleidingsmanager/onderwijskundige bij de Aanvrager / onderwijsaanbieder

Onder de verantwoordelijkheid van de opleidingsmanager behoren o.a. de volgende activiteiten:

De Aanvrager dient daarom aan te tonen te beschikken over een medewerker met het volgende profiel:

Bijlage g. Beoordelingscriteria accreditatieaanvraag Aanvrager

De Aanvraag wordt beoordeeld op vijf beoordelingsaspecten:

Bij de beoordeling op de beoordelingscriteria Plan voor onderwijs, Implementatieplan, Kwaliteitsplan en het optreden en het verhandelde tijdens de presentatie zal een rapportcijfer worden toegekend. Deze rapportcijfers hebben de volgende betekenis: 10 = uitstekend, 9 = zeer goed, 8 = goed, 7 = ruim voldoende, 6 = voldoende, 5 = twijfelachtig, 4 = onvoldoende, 3 = ruim onvoldoende, 2 = slecht, 1 = zeer slecht.

In Bijlage D staat het Programma van Eisen. De eisen zijn verdeeld in categorieën. Deze eisen hebben een knock-outkarakter. Het niet voldoen aan een of meer van deze eisen kan leiden tot terzijdelegging van de Aanvraag.

De Aanvrager dient per eis aan te geven of hij daaraan voldoet door het invullen van het antwoord

‘ja’ of ‘nee’ en zich onvoorwaardelijk akkoord met deze eisen te verklaren door het rechtsgeldig

ondertekenen van Bijlage D. De ondertekende bijlage is een onderdeel van de Aanvraag.

In het Plan voor onderwijs dient de Aanvrager aan te geven dat de Aanvrager geaccrediteerd wil worden. Daarnaast dient de Aanvrager in ieder geval nader in te gaan op de wijze waarop hij de onderdelen van de opleiding die hij wil verzorgen, zal uitvoeren en op welke wijze hij zal borgen daaraan steeds te voldoen en hoe hij bij het ontwerpen rekening houdt met het Onderwijskundig en toetstechnisch concept (Bijlage F). Daarnaast kan de Aanvrager ingaan op andere – door de Aanvrager zelf aan te dragen – onderwerpen.

De Aanvrager selecteert en ontwikkelt onderwijsmaterialen voor het geaccrediteerde deel van de beroepsopleiding advocaten dat de Aanvrager verzorgt. Bij het ontwikkelen van de onderwijs- materialen gaat de Aanvrager in elk geval uit van de kader voor de verdeling van de onderwijsonderdelen en de indicatie van de aantallen dagdelen (Bijlage A), de eindtermen (Bijlage B) en het curriculum beroepsopleiding advocaten (Bijlage C).

De Accreditatieaanvraag wordt beoordeeld door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie kent een oordeel toe in de vorm van een rapportcijfer op een schaal van 1 t/m 10 over de mate waarin de door de Aanvrager ingediende Accreditatieaanvraag bijdraagt aan het tijdig bereiken van eindtermen door een zo groot mogelijk percentage stagiaires voor de onderdelen die de Aanvrager verzorgt.

De beoordelingscommissie zal zich door middel van ‘expert judgement’ een oordeel vormen over het toe te kennen rapportcijfer. Deze beoordeling wordt toegepast op totaalbeeld van de Accreditatieaanvraag.

Accreditatie zal niet worden verleend indien de beoordelingscommissie van oordeel is dat de Accreditatieaanvraag in minder dan in ‘ruim voldoende’ mate bijdraagt aan het tijdig bereiken van eindtermen voor een zo groot mogelijk percentage stagiaires voor de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten die de Aanvrager verzorgt.

De Aanvrager dient een Implementatieplan in te dienen. Een overzicht van de planning dient als afzonderlijke bijlage bij het Implementatieplan te worden gevoegd.

In het Implementatieplan dient de Aanvrager de uitvoering van de implementatie van het onderwijs dat hij verzorgt, te beschrijven, rekening houdend met de door hem gewenste start van het door hem te geven onderwijs in de beroepsopleiding advocaten.

In het Implementatieplan zal in ieder geval aan de orde moeten komen hoe de Aanvrager de onderstaande onderdelen zal uitvoeren en zal borgen dat hij daaraan steeds voldoet.

Daarnaast kan de Aanvrager ingaan op andere – door de Aanvrager zelf aan te dragen – onderwerpen, indien en voor zover deze bijdragen aan het tijdig en volledig starten van de beroepsopleiding advocaten op de datum waarop de Aanvrager de opleiding wil starten.

Beoordelingscriterium en beoordelingswijze:

Het Implementatieplan wordt beoordeeld door de beoordelingscommissie als genoemd in deze bijlage. De beoordelingscommissie kent een oordeel toe in de vorm van een rapportcijfer op een schaal van 1 t/m 10 over de mate waarin het door de Aanvrager ingediende Implementatieplan bijdraagt aan het tijdig en volledig starten van de onderdelen die de Aanvrager wil verzorgen.

De beoordelingscommissie zal zich door middel van ‘expert judgement’ een oordeel vormen over het toe te kennen rapportcijfer. Deze beoordeling wordt toegepast op totaalbeeld van het Implementatieplan.

Accreditatie zal niet worden verleend indien de beoordelingscommissie van oordeel is dat het Implementatieplan in minder dan in ‘ruim voldoende’ mate bijdraagt aan het tijdig en volledig starten van het door de Aanvrager aan te bieden onderwijs op de door Aanvrager beoogde ingangsdatum.

In het Kwaliteitsplan dient de Aanvrager in te gaan op de wijze waarop hij onderstaande aspecten van het onderwijs dat hij verzorgt, zal uitvoeren en op welke wijze hij zal borgen daaraan steeds te voldoen. Daarnaast kan de Aanvrager ingaan op andere – door de Aanvrager zelf aan te dragen – onderwerpen, indien en voor zover deze bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de beroepsopleiding advocaten.

Een overzicht van de planning van de evaluatie- en verbetermomenten dient als afzonderlijke bijlage bij het Kwaliteitsplan te worden gevoegd.

Het Kwaliteitsplan wordt beoordeeld door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie kent een oordeel toe in de vorm van een rapportcijfer op een schaal van 1 t/m 10 over de mate waarin het door de Aanvrager ingediende Kwaliteitsplan bijdraagt aan een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van het onderwijs op de onderdelen die de Aanvrager wil verzorgen.

De beoordelingscommissie zal zich door middel van ‘expert judgement’ een oordeel vormen over het toe te kennen rapportcijfer. Deze beoordeling wordt toegepast op totaalbeeld van het Kwaliteitsplan. Accreditatie zal niet worden verleend indien de beoordelingscommissie van oordeel is dat het Kwaliteitsplan in minder dan in ‘ruim voldoende’ mate bijdraagt aan kwalitatief hoogwaardige uitvoering van het onderwijs op de onderdelen die de Aanvrager verzorgt.

Iedere Aanvrager zal in een hoorzitting door de beoordelingscommissie bevraagd worden over de Aanvraag. De Aanvrager zal in de gelegenheid worden gesteld om een presentatie van maximaal 20 minuten te geven. De duur van de hoorzitting is maximaal negentig minuten. Tenminste een deel van de presentatie dient te worden verzorgd door de opleidingsmanager, gespecificeerd in bijlage F. In de presentatie geeft de Aanvrager inzicht in zijn visie op het door hem te verzorgen onderdeel van de beroepsopleiding advocaten en de beroepsopleiding advocaten als geheel, waarbij hij onder meer ingaat op de borgen van de aansluiting van het door hem te geven onderwijs op de behoeften van de advocatuur. Ook dient de Aanvrager in te gaan op zijn onderwijskundige visie op het ontwikkelen van opleidingsmateriaal, het gebruik van digitale leermiddelen en het motiveren van advocaat-stagiaires.

Accreditatie zal niet worden verleend indien de Beoordelingscommissie van oordeel is de Aanvrager niet in ‘ruim voldoende’ mate het vertrouwen wekt dat hij over de benodigde deskundigheid beschikt en het onderwijs dat hij wil verzorgen op (onderwijskundig) professionele en ook overigens kwalitatief hoogstaande wijze wordt ontwikkeld en gegeven.

Bijlage h. Besluitvormingsprocedure algemene raad inzake accreditatieaanvraag

De Aanvrager kan de NOvA verzoeken om inlichtingen over het kwaliteits- en accreditatiekader en/of de accreditatieprocedure. Verzoeken om inlichtingen kunnen per e-mail worden gestuurd aan het volgende e-mailadres: BA2020@advocatenorde.nl

De NOvA kan ook eigener beweging aanvullende informatie beschikbaar stellen. De NOvA stelt deze informatie, inclusief de geanonimiseerde verzoeken om inlichtingen en bijbehorende antwoorden, beschikbaar via de website van de NOvA.

De Aanvrager is een forfaitaire vergoeding verschuldigd aan het extern adviesbureau dat de beoordeling uitvoert. Deze vergoeding is inclusief de vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de Beoordelingscommissie. De vergoeding is ook verschuldigd als de Aanvrager tussentijds de aanvraag intrekt. De hoogte van de vergoeding wordt gepubliceerd op de website van de NOvA.

Informatie die door de Aanvrager wordt verstrekt aan de NOvA, zal vertrouwelijk worden behandeld en niet openbaar worden gemaakt. Indien de namen van de leden van de beoordelingscommissie bekend zijn gemaakt, is het niet toegestaan contact met hen op te nemen in verband met de Aanvraag.

De Accreditatieaanvraag, bestaande uit een papieren en een digitale versie (op usb-stick), dient in een gesloten verpakking ingediend te zijn bij het op de website vermelde adres.

De NOvA behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om de accreditatieprocedure stop te zetten, op te schorten of te beëindigen. De NOvA behoudt zich het recht voor om voor diensten en/of leveringen in verband met de beroepsopleiding advocaten een nieuwe procedure te starten.

De algemene raad zal de Aanvrager schriftelijk op de hoogte stellen van een voorgenomen besluit op de aangevraagde accreditatie. Het voornemen bevat de relevante redenen en feiten waarop het besluit zal worden gebaseerd. Indien de algemene raad voornemens is een Aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen, stelt hij de Aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze in te dienen binnen twee weken na verzending van het voornemen. De zienswijze wordt betrokken bij het nemen van het uiteindelijke besluit over accreditatie.

Tegen het besluit tot (afwijzing van de aanvraag tot) accreditatie kan door belanghebbenden binnen zes weken na bekendmaking daarvan bezwaar worden gemaakt bij de algemene raad. Tegen de beslissing op bezwaar staat (hoger)beroep open bij de bestuursrechter. Dezelfde procedure wordt gevolgd als de algemene raad voornemens is een eerder verleende accreditatie in te trekken.

Bijlage I. Definities

Bijlage 3. Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen

Behorend bij artikel 16, eerste lid, onderdeel b, en artikel 18, elfde lid, van de Regeling op de advocatuur

Gebruik van erkenningsvignet en puntenlogo

Artikel 1. – Collectief merk erkenningsvignet

De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten verleent aan door hem erkende opleidingsinstellingen in het kader van de VSO (Voortgezette Stagiaire Opleiding) en/of de PO (vakbekwaamheid) toestemming in hun algemene communicatie gebruik te maken van onderstaand erkenningsvignet.

Artikel 2. – Eisen erkenningsvignet

Artikel 3. – Collectief merk puntenlogo

De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten verleent aan door hem erkende opleidingsinstellingen in het kader van de VSO (Voortgezette Stagiaire Opleiding) en/of de PO (vakbekwaamheid) toestemming in hun cursusaankondiging gebruik te maken van onderstaande puntenlogo’s.

Artikel 4. – Eisen puntenlogo

Artikel 5. – Sancties

Bij onbevoegd gebruik van het erkenningsvignet of het puntenlogo heeft de algemene raad het recht vorderingen in te stellen danwel de door haar en/of derden geleden schade te vorderen.

Bijlage 4. Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking

Behorend bij artikel 25 van de Regeling op de advocatuur

De ondergetekenden:

overwegende:

komen het navolgende overeen:

Artikel 1

De werknemer behoudt bij alle binnen de dienstbetrekking voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en doet die hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar zijn. De werkgever vermijdt dat tegenover derden de indruk wordt gewekt dat de werknemer ter zake van zijn werkzaamheden binnen die dienstbetrekking in enige andere hoedanigheid optreedt.

Artikel 2

De werkgever zal de vrije en onafhankelijke beroepsuitoefening van de werknemer eerbiedigen. Als werkgever onthoudt hij zich van al datgene dat invloed kan uitoefenen op het beroepsmatige handelen van de werknemer en de beroepsmatige vaststelling van een in een zaak te volgen beleidslijn, onverminderd het in artikel 7 bepaalde. De werkgever draagt er zorg voor dat de werknemer ter zake van het bovenstaande geen nadeel ondervindt waar het zijn positie als werknemer betreft.

Artikel 3

De werkgever stelt de werknemer in staat zijn verplichtingen uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Nederlandse Orde van Advocaten en zijn plaatselijke Orde te vervullen, de stage- en opleidingsverplichtingen daaronder begrepen.

Artikel 4

Artikel 5

De werknemer is gehouden ten opzichte van de werkgever de aanwijzingen op te volgen die hem door of namens de werkgever worden gegeven ter bevordering van de orde en de goede gang van zaken binnen de organisatie, de kwaliteit der dienstverlening daaronder begrepen, zolang deze niet strijdig zijn met het in deze overeenkomst bepaalde.

Artikel 6

De werkgever stelt de werknemer in staat tijdens diens afwezigheid wegens vakantie, buitengewoon verlof of ziekte voor rekening van de werkgever zorg te dragen voor een passende waarneming van zijn werkzaamheden door een andere advocaat.

Artikel 7

De werkgever kan bepalen dat de werknemer ter zake van zijn praktijkuitoefening verantwoording verschuldigd is aan een of meer andere advocaten die de praktijk in dienstbetrekking bij de werkgever uitoefenen.

Artikel 8

Onverminderd het in het vorige artikel bepaalde zal verschil van inzicht over het beroepsmatige beleid van de werknemer bij de behandeling van hem toevertrouwde zaken geen reden mogen vormen voor eenzijdige beëindiging van de dienstbetrekking door de werkgever, of maatregelen die daartoe kunnen leiden.

Artikel 9

De werkgever zal de werknemer geen belemmering opleggen ten aanzien van werkzaamheden als advocaat, door hem te verrichten na het beëindigen van de onderhavige dienstbetrekking.

Artikel 10

Partijen kunnen elk de geschillen die terzake van de toepassing van deze overeenkomst mochten ontstaan voor bemiddeling en advies voorleggen aan de raad van de orde in het arrondissement waar de werknemer als advocaat kantoor houdt. Aan een dergelijk initiatief verleent de andere partij haar volle medewerking.

Artikel 11

Deze overeenkomst eindigt bij beëindiging van de onder a. bedoelde dienstbetrekking of zoveel eerder als de werknemer de hoedanigheid van in Nederland ingeschreven advocaat verliest. Deze bepaling laat onverlet de alsdan voortdurende verplichtingen van de werkgever ter zake van de geheimhouding van gegevens als omschreven in artikel 4, tweede lid.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te .............../.................

.................. ................

de werkgever de werknemer

Artikelsgewijze toelichting Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking

Artikel 1

Ten opzichte van het publiek zal geen verwarring mogen ontstaan over de hoedanigheid waarin de advocaat naar buiten toe optreedt. Om de kans daarop uit te sluiten zal de advocaat in dienstbetrekking zijn werkzaamheden binnen die dienstbetrekking uitsluitend in de hoedanigheid van advocaat mogen verrichten.

Artikel 2 jo. artikel 5

In artikel 2 wordt de vrije en onafhankelijke beroepsuitoefening nader geconcretiseerd. Die vrijheid houdt in dat, onverminderd het in artikel 7 bepaalde, er binnen het bedrijf geen repercussies kunnen ontstaan indien het beroepsmatig handelen van de advocaat afwijkt van de inzichten van de werkgever.

De bepaling van artikel 2 laat vanzelfsprekend onverlet een normale instructiebevoegdheid van de werkgever die tegelijkertijd kan worden beschouwd als cliënt (van de bedrijfsjurist/advocaat). Vgl. in dit verband ook artikel 5: de werkgever kan van de werknemer verlangen dat aan bepaalde kwaliteitscriteria wordt voldaan, bijvoorbeeld het regelmatig rapporteren aan de cliënt over de voortgang in een zaak. Wel zal de bedrijfsjurist/advocaat de vrijheid moeten hebben bepaalde opdrachten te weigeren, indien deze zich niet verdragen met zijn professionele verantwoordelijkheid.

Artikelen 3 en 4

Deze artikelen garanderen de naleving van de verplichtingen van de advocaat uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Nederlandse orde van advocaten en de orden in het arrondissement. De nadere uitwerking van de verplichtingen gegeven in artikel 4 draagt geen limitatief karakter. Onder beroeps- en gedragsregels wordt verstaan de voor de advocaat geldende wetten, verordening op de advocatuur, regeling op de advocatuur, gedragsregels en richtlijnen. Voor wat betreft de concrete naleving van de verplichting tot geheimhouding van gegevens en de onbelemmerde uitoefening van het verschoningsrecht zij verwezen naar de toelichting op de Richtlijnen met betrekking tot samenwerkingsverbanden van advocaten en andere (erkende) beroepsgroepen (Adv.bl. nr. 8, 14 april 1995, blz. 347).

Artikel 8

Artikel 8 vormt het sluitstuk op de door de werkgever gegeven waarborg in artikel 2. Beleidsmatig verschil van inzicht tussen de werknemer en de werkgever waar het de behandeling van de advocaat toevertrouwde zaken betreft zal geen aanleiding mogen vormen tot ontslag of maatregelen die daartoe kunnen leiden. Deze bepaling laat onverlet dat, gelijk ook zal gelden op een advocatenkantoor waar advocaten in loondienst werkzaam zijn bij vrijgevestigde advocaten, een besluit tot beëindiging van de dienstbetrekking of maatregelen die daartoe kunnen leiden wel door de werkgever zullen mogen worden genomen indien het functioneren van de werknemer niet beantwoordt aan wat van een goed werknemer mag worden verwacht. Dat geldt ook wanneer de omstandigheden zich zodanig hebben ontwikkeld dat, anders dan als gevolg van het verschil van inzicht in artikel 8 bedoeld, de samenwerking binnen de arbeidsverhouding niet meer naar behoren mogelijk is. Artikel 8 lijdt voorts uitzondering in de situatie dat de werknemer tekort schiet ter zake van zijn verantwoordelijkheden jegens de advocaat of advocaten die op de voet van artikel 7 in de organisatie boven hem zijn gesteld.

Artikel 10

Artikel 10 verschaft de partijen de mogelijkheid ter vermijding van een (werkelijk) arbeidsgeschil, onenigheden of onzekerheden over de toepassing van dit statuut uit de weg te ruimen. Aan de competentie van de kantonrechter doet deze bepaling vanzelfsprekend niet af.

Artikel 11

Het bepaalde in de laatste volzin van dit artikel heeft vanzelfsprekend beperkte toepassing in de gevallen dat de werkgever zelf de cliënt is (was) van de werknemer/advocaat.

Bijlage 5. Model statuten stichting derdengelden (algemeen)

Behorend bij artikel 33 van de Regeling op de advocatuur

......... tweeduizend..... verschijnt voor mij,

.........

........., notaris te: .........

De comparant verklaart bij deze een stichting op te richten, die wordt geregeerd door de volgende

STATUTEN:

Begripsomschrijving.

Artikel 1

In deze statuten wordt verstaan onder

Naam Zetel.

Artikel 2

De stichting draagt de naam: Stichting Beheer Derdengelden .........

en is gevestigd in de gemeente .........

Doel.

Artikel 3

Bestuur.

Artikel 4

Artikel 5

Vertegenwoordiging.

Artikel 6

Organisatie bestuur.

Artikel 7

Boekjaar, balans en staat van baten en lasten.

Artikel 8

Statutenwijziging en ontbinding.

Artikel 9

Ten slotte verklaart de comparant dat voor de eerste maal als bestuursleden van de stichting worden benoemd:

Waarvan deze akte in minuut wordt verleden te ........., op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

Nadat de zakelijke inhoud van de akte aan de comparant is opgegeven en hij heeft verklaard van de inhoud van de akte kennis te hebben genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen, wordt deze akte onmiddellijk na voorlezing van die gedeelten van de akte, waarvan de wet voorlezing voorschrijft, door de comparant, die aan mij, notaris, bekend is, en mij, notaris, ondertekend.

Aanvulling op bijlage 5: Bijzondere stichtingen derdengelden

Bijlage 6. Model overeenkomst kantoor-stichting derdengelden

Behorend bij artikel 34 van de Regeling op de advocatuur

De ondergetekenden:

te dezen handelend als bestuursleden van de stichting: Stichting Beheer Derdengelden ......... – hierna te noemen: de stichting – en als zodanig vormend het hele bestuur de stichting vertegenwoordigend;

overwegende:

komen overeen als volgt:

Artikel 1

De stichting stelt zich ter beschikking van de advocaten, zulks in de zin van artikel 6.21 van de Verordening op de advocatuur. De stichting verbindt zich jegens het kantoor en in het bijzonder jegens

de advocaten van het kantoor de derdengelden in beheer te nemen.

Artikel 2

De stichting kan niet de aan de advocaten toekomende voorschotten, honoraria, verschotten en vast

recht voor het kantoor in ontvangst nemen. Zij verbindt zich geen andere activiteiten te verrichten dan

hiervoor omschreven, met dien verstande dat de stichting ter beschikking kan staan van andere advocaten of kantoren, mits het kantoor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Het kantoor respectievelijk de advocaat heeft te allen tijde jegens de stichting uitsluitend aanspraak op

betaling van gelden die voor het kantoor respectievelijk de advocaat zijn bestemd.

Artikel 6

Artikel 7

Het kantoor verricht ten behoeve van de stichting geen andere diensten dan die welke voor het functioneren van de stichting onontbeerlijk zijn, te weten bestuursactiviteiten en administratieve werkzaamheden.

Artikel 8

Het kantoor zorgt ervoor dat het boekjaar van het kantoor gelijk is aan het boekjaar van de stichting.

Artikel 9

Deze overeenkomst kan alleen worden beëindigd met inachtneming van hetgeen in de Verordening op de advocatuur is bepaald.

Getekend in ......... voud te .......... op ..........

Bijlage 7. Modelovereenkomst vrijwaring door de staat beroepsaansprakelijkheid

Behorend bij artikel 35 van de Regeling op de advocatuur

De Minister van .........................., ten deze vertegenwoordigd door ......., verklaart

onvoorwaardelijk en onherroepelijk dat mr ........niet aansprakelijk zal worden gehouden

voor schade door hem direct of indirect aan de Staat toegebracht door of als gevolg van handelingen als advocaat in dienst van de Staat, dit alles in ruime zin.

Voorts verklaart de Minister mr ......... te zullen vrijwaren tegen aanspraken van derden

ter zake van schade, hen toegebracht door of als gevolg van handelingen van mr ......... als advocaat in dienst van de Staat.

Bijlage 8. Modellen openbaar en publiekelijk toegankelijk bekend maken van registratie

Behorend bij artikel 35b, eerste lid, van de Regeling op de advocatuur

Model 1 (individuele advocaat)

[naam advocaat] heeft in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten de volgende hoofd- (en sub) rechtsgebieden geregistreerd:

Op grond van deze registratie is hij/zij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.

Template 1 (individual advocate)

[Name of advocate] has registered the following principal (and secondary) legal practice areas in the Netherlands Bar’s register of legal practice areas (rechtsgebiedenregister):

Based on this registration, he/she is required to obtain ten training credits per calendar year in each registered principal legal practice area in accordance with the standards set by the Netherlands Bar.

Model 2 (kantoorregistratie)

De hierna genoemde advocaten hebben zich op de volgende hoofd- (en sub) rechtsgebieden in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten geregistreerd:

Op grond van deze registratie zijn zij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.

Template 2 (law firm registration)

The advocates listed below have registered the following principal (and secondary) legal practice areas in the Netherlands Bar’s register of legal areas:

Model 3 (advocaat in dienstbetrekking)

[naam advocaat] is advocaat in dienst bij [naam werkgever]. [keuze maken:

Dat betekent dat hij/zij alleen optreedt voor [naam werkgever als bedoeld in art. 5.9, onderdeel g Voda].

of:

Dat betekent dat hij/zij optreedt voor [naam werkgever] en daarnaast kan optreden voor de verzekerden van [naam rechtsbijstand verzekeraar als bedoeld in art. 5.9, onderdeel f Voda].

of

Dat betekent dat hij/zij optreedt voor [naam werkgever] en daarnaast voor de aangesloten leden van [naam organisatie met ideële doelstelling, als bedoeld in artikel 5.9, onderdeel e Voda].

In het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten heeft hij/zij zich op de volgende hoofd- (en eventueel sub) rechtsgebieden geregistreerd:

Op grond van deze registratie is hij/zij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse orde van advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.

Template 3 (employed advocate)

[Name of advocate] is an advocate employed by [name of employer]. Select one of the following:

This means that he/she only acts for [name of employer within the meaning of Article 5.9(g) of the Dutch Legal Profession Bye-Laws (Verordening op de advocatuur) (‘Voda’)].

or:

This means that he/she acts for [name of employer] and may also act for policyholders of [name of legal expenses insurer, as referred to in Article 5.9(f) Voda].

or:

This means that he/she acts for [name of employer] and also for the affiliated members of [name of non-commercial organization, as referred to in Article 5.9(e) Voda].

He/she has registered the following principal (and, where applicable, secondary) legal practice areas in the Netherlands Bar’s register of legal areas:

Based on this registration, he/she is required to obtain ten training credits per calendar year in each registered principal legal practice area in accordance with the standards set by the Netherlands Bar.

Bijlage 9. Lijst van rechtsgebieden per 1 januari 2021

Behorend bij artikel 35b, tweede lid, van de Regeling op de advocatuur

Lijst van hoofdrechtsgebieden, waarvoor de registratieplicht geldt als bedoeld in artikel 6.32 lid 1 Voda:

Bijlage 10. Beoordelingscriteria peer review

*Beoordelingscriteria Peer review*

De reviewer beoordeelt of de dossiers voldoen aan de volgende criteria aan de hand van de volgende kernvragen/kernbegrippen: