Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 24 januari 2022, nr. 29713506, houdende vaststelling van het onderwijsaccountantsprotocol voor de sectoren PO, VO, MBO en HO (Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021)
| Van toepassing voor sector | Van toepassing voor sector | Van toepassing voor sector | Identificatie wet- en regelgeving | Identificatie wet- en regelgeving | Identificatie wet- en regelgeving | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| PO | VO | MBO | HO | art | Inhoud | Toelichting | |
| Wet op het primair onderwijs (WPO) | Wet op het primair onderwijs (WPO) | Wet op het primair onderwijs (WPO) | |||||
| 1 | 4 | Kosten van leerlingenvervoer | In dit artikel wordt aangegeven dat leerlingenvervoer een taak is van de gemeente en de gemeente hiervoor ook de kosten draagt. Hieruit blijkt dat de bekostiging van OCW hieraan niet mag worden besteed. De instelling mag wel het leerlingenvervoer tussen de school en een gymlokaal (zwembad of andere sportvoorziening) bekostigen. | ||||
| 1 | 29, lid 1 | Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel | De school heeft 1 of 2 directeuren, kosten van meer directeuren worden dus niet bekostigd. | ||||
| 1 | 45, lid 1 en 2 | Tussenschoolse opvang en organisatie van de buitenschoolse opvang | Lid 1 De kosten voor tussenschoolse opvang komen voor rekening van de ouders, voogden of verzorgers, dus niet voor rekening van de school. Het gaat hier om de exploitatiekosten. De school kan wel geld uitgeven aan deskundigheidsbevordering overblijfkrachten en organisatie TSO (zie voorlichtingsbrochure Bekostiging basisonderwijs Programma van eisen voor het jaar 2010) lid 2. De kosten voor buitenschoolse opvang komen voor rekening van de ouders, dus niet voor rekening van de school. | ||||
| 1 | 91 | Voorziening in huisvesting door de gemeente | Voorziening in huisvesting is taak van de gemeente, hieruit blijkt dat de bekostiging van OCW hier niet aan besteed mag worden. In artikel 92 is gedefinieerd wat wordt verstaan onder voorzieningen in de huisvesting. OCW heeft een uitleg gepubliceerd, waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeente en de scholen wordt verduidelijkt. Verantwoordelijkheidsverdeling huisvesting scholen | Publicatie | Rijksoverheid.nl | ||||
| 1 | 120, lid 7 | Grondslag bekostiging personeel basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs | Hierin staat beschreven waar de bekostiging voor gebruikt kan worden. | ||||
| 1 | 133 | Bekostiging voor belastingen ter zake van onroerende zaken | De gemeente bekostigt het bedrag dat is uitgegeven voor de belastingen met betrekking tot de in de gemeente gelegen gebouwen en terreinen, hieruit blijkt dat de bekostiging van OCW hier niet aan besteed mag worden. | ||||
| 1 | 148, lid 1 tot en met 4 | Besteding bekostiging | Beschrijft waar bepaalde bekostigingen voor aangewend mogen worden. | ||||
| 1 | 148, lid 5 | Besteding bekostiging (samenwerkingsverband) | Bedragen voor de kosten van materiele instandhouding en personeelskosten van het samenwerkingsverband (art 118 en 132) worden uitsluitend aangewend voor de kosten voor materiele instandhouding en personeelskosten van het samenwerkingsverband voor ondersteuningsvoorzieningen. | ||||
| 1 | 166, lid 1 | Voorschoolse educatie | Voorschoolse educatie is een taak van de gemeente. Hier mag geen bekostiging aan besteed worden. | ||||
| 1 | 182 | Gebruik ontvangen gelden overeenkomstig bestemming | Het bevoegd gezag van een bijzondere school is verplicht de uit de overheidskassen ontvangen gelden overeenkomstig de bestemming te gebruiken. Rest van het artikel valt buiten het kader. | ||||
| 1 | |||||||
| 1 | Wet op de expertisecentra (WEC) | Wet op de expertisecentra (WEC) | Wet op de expertisecentra (WEC) | ||||
| 1 | 4 | Kosten van leerlingenvervoer | In dit artikel wordt aangegeven dat leerlingenvervoer taak en kosten van de gemeente, hieruit blijkt dus dat de bekostiging van OCW hieraan niet besteed mag worden. De instelling mag wel het leerlingenvervoer tussen de school en een gymlokaal (zwembad of andere sportvoorziening) bekostigen. | ||||
| 1 | 89 | Voorziening in huisvesting door gemeente | Voorziening in huisvesting is taak van de gemeente, hieruit blijkt dat de bekostiging van OCW hier niet aan besteed mag worden In artikel 90 is gedefinieerd wat wordt volstaan onder voorzieningen in de huisvesting. OCW heeft een uitleg gepubliceerd, waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeente en de scholen wordt verduidelijkt. Verantwoordelijkheidsverdeling huisvesting scholen | Publicatie | Rijksoverheid.nl | ||||
| 1 | 117, lid 13 | Grondslag bekostiging personeel | Hierin staat beschreven waar de bekostiging voor gebruikt kan worden. | ||||
| 1 | 127 | Bekostiging voor belastingen ter zake van onroerende zaken | De gemeente bekostigt de belastingen: het bedrag dat is uitgegeven voor belastingen met betrekking tot de in de gemeente gelegen gebouwen en terreinen. Hieruit blijkt dat de bekostiging vanuit OCW hier niet aan besteed mag worden. | ||||
| 1 | 143 | Besteding bekostiging | Beschrijft waar bepaalde bekostigingen voor aangewend mogen worden. | ||||
| 1 | 168 | Gebruik ontvangen gelden overeenkomstig bestemming; boekhoudvoorschriften | Het bevoegd gezag van een bijzondere school is verplicht de uit de overheidskassen ontvangen gelden overeenkomstig de bestemming te gebruiken. Rest van het artikel valt buiten het kader. | ||||
| 1 | Besluit bekostiging WPO | Besluit bekostiging WPO | Besluit bekostiging WPO | ||||
| 1 | 16 | Omschrijving uitgaven materiële voorzieningen tbv instandhouding | De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding voor schoolgebouwen hebben betrekking op de programma's van eisen. | ||||
| 1 | 34c | Berekening exploitatieoverschot bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van de laatste school van een bevoegd gezag | Alleen van toepassing bij opheffing of beëindiging, dan dient verrekening van exploitatie overschotten plaats te vinden. | ||||
| 1 | Besluit bekostiging WEC | Besluit bekostiging WEC | Besluit bekostiging WEC | ||||
| 1 | 17 | Omschrijving uitgaven materiële voorzieningen tbv instandhouding | De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding voor schoolgebouwen hebben betrekking op de programma's van eisen. | ||||
| 1 | 19, lid 3 | Vergoeding schoolbaden | De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad hebben betrekking op de programma's van eisen. | ||||
| 1 | 26, lid 1, 2 en 3 | Vervreemding en buitengebruikstelling | In deze bepalingen wordt aangegeven dat het bevoegd gezag van een bijzondere school bij vervreemding of buitengebruikstelling van gebouwen en terreinen verplicht bekostiging moet terugbetalen aan de gemeente. | ||||
| 1 | 28, lid 1 | Vervreemding en buitengebruikstelling | In dit artikel wordt aangegeven dat een bevoegd gezag dat eigenaar is van een gebouw bij vervreemding of buitengebruikstelling verplicht een deel van de gemeente verkregen vergoeding moet terugbetalen. | ||||
| 1 | Besluit trekkende bevolking WPO | Besluit trekkende bevolking WPO | Besluit trekkende bevolking WPO | ||||
| 1 | A2 | Afwijking van bepalingen en overeenkomstig van toepassing zijnde bepalingen van de WPO | Lid 1 Art 4 (leerlingenvervoer) is op deze scholen niet van toepassing, dit betekent dat deze school daar wel geld aan uit mag geven. In lid 2 is aangegeven dat art 29, art 45 lid 1 en 2, art 138 en 182 van overeenkomstig van toepassing zijn. | ||||
| 1 | B16 | Onderscheiding kosten materiële instandhouding | Geeft aan welke kosten van materiële instandhouding voor vergoeding in aanmerking komen. | ||||
| 1 | B23, lid 1 | Overdracht van gebouwen, terreinen en roerende zaken | Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken waarvoor een vergoeding is genoten geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken is het bevoegd gezag van een bijzondere school een bedrag aan het Rijk verschuldigd. | ||||
| 1 | 1 | Experimentenwet onderwijs | Experimentenwet onderwijs | Experimentenwet onderwijs | |||
| 1 | 1 | 4, lid 1 en 3 | In lid 1 en 3 wordt aangegeven dat regelen en onderwijswetten van toepassing zijn. | ||||
| 1 | 1 | 7d | Dit artikel geeft aan dat voor een leerling van een speciale school voor speciaal onderwijs etc art 4, WEC overeenkomstig van toepassing is. Dus ook hier leerlingvervoer taak van de gemeente. | ||||
| 1 | Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) | Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) | Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) | ||||
| 1 | 4 | Kosten van leerlingenvervoer | In dit artikel wordt aangegeven dat vervoer van leerlingen die wegens hun lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, een taak (en kosten) van de gemeente is, hieruit blijkt dus dat de bekostiging van OCW hieraan niet besteed mag worden. Dit geldt ook voor leerlingenvervoer voor andere dan in het artikel genoemde leerlingen. | ||||
| 1 | 6e, lid 1 | Beschikbaarstelling lesmateriaal aan leerlingen | Het bevoegd gezag stelt elk leerjaar om niet aan een leerling lesmateriaal ter beschikking. Bijdragen hiervoor zijn dus niet rechtmatig. | ||||
| 1 | 79, lid 3 en 4 (vanaf 1-10-2021) | Bekostiging scholen en scholengemeenschappen | Hier wordt beschreven waar de bekostiging voor bestemd en verstrekt wordt. | ||||
| 1 | 84, lid 1 (tot en met 30-09- 2021) | Grondslagen berekening omvang formatie | Hierin staat beschreven waar de bekostiging voor gebruikt kan worden in relatie tot de formatie. | ||||
| 1 | 86, lid 1 (tot en met 30-09-2021) | Bekostiging exploitatiekosten | Geeft aan waarvoor de bekostiging van de exploitatie wordt ontvangen. | ||||
| 1 | 96c.1 | Bekostiging middelen door gemeente | De gemeente bekostigt aan BG van een andere dan een gemeentelijke school het bedrag dat is uitgegeven voor de belastingen mbt de in de gemeente gelegen gebouwen en terreinen. Hier mag dus geen Rijksbijdrage aan worden besteed. | ||||
| 1 | 99, lid 1 tot en met 8 | Besteding bekostiging | Het artikel geeft aan waaraan de bekostiging besteed moet worden. | ||||
| 1 | 99, lid 9 | Besteding bekostiging (samenwerkingsverband) | Bedragen voor personeelskosten en de materiele instandhouding van het samenwerkingsverband (art 85b en 89a tot en met 30-09-2021 en art 84 en 89 vanaf 1-10-2021) worden uitsluitend aangewend voor personeelskosten en de kosten voor materiele instandhouding van het samenwerkingsverband voor ondersteuningsvoorzieningen. | ||||
| 1 | 100 | Contractactiviteiten | De bedragen en bekostiging, bedoeld in art. 99, worden niet aangewend voor contractactiviteiten | ||||
| 1 | Bekostigingsbesluit W.V.O. | Bekostigingsbesluit W.V.O. | Bekostigingsbesluit W.V.O. | ||||
| 1 | 24 | Voorschriften betreffende verrekening overschotten bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van scholen. | Alleen van toepassing bij opheffing of beëindiging, dan dient verrekening van exploitatie overschotten plaats te vinden. | ||||
| 1 | Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) | Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) | Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) | Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) | |||
| 1 | 1.2.1, lid 1 en lid 2 | Doelstellingen onderwijs | lid 1: Alleen ten aanzien van het volgende aspect: educatie omvat alleen activiteiten op het niveau van basis onderwijs en voortgezet onderwijs. Educatie uitgaven voor andere onderwijssoorten dan genoemd zijn dus niet rechtmatig. lid 2: Beroepsonderwijs omvatten niet activiteiten op het niveau hoger onderwijs. Uitgaven voor hoger onderwijs zijn dus niet rechtmatig. | ||||
| 1 | 2.2.1, lid 3 en 4 | Rijksbijdrage beroepsonderwijs | Geeft aan waarvoor de bijdrage in de exploitatiekosten en in de huisvestingskosten ontvangen wordt. | ||||
| 1 | 2.5.3, lid 2 | Jaarrekening | Alleen ten aanzien van het volgende aspect: Van niet doelmatige aanwending van de rijksbijdrage is in ieder geval sprake voorzover bedragen daaruit worden aangewend voor het op enigerlei wijze compenseren van de studenten of vavo-studenten voor les- en cursusgeld of examengeld. Uitgaven hiervoor zijn dus niet rechtmatig. | ||||
| 1 | 2.5.9a | Verslaglegging, onderzoek, Minister, controleprotocol en correctie rijksbijdrage | Alleen ten aanzien van artikel 2.5.3., lid 2 is overeenkomstig van toepassing op de rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenonderwijs. | ||||
| 1 | 8.1.5, 8.1.5a t/m 8.1.5g | Mbo-studentenfonds | Deze artikelen geven aan onder welke voorwaarden, onder welke omstandigheden en met welke omvang financiële ondersteuning gegeven kan worden door de instelling. | ||||
| 1 | Notitie helderheid in de bekostiging 2004 | Notitie helderheid in de bekostiging 2004 | Notitie helderheid in de bekostiging 2004 | Notitie helderheid in de bekostiging 2004 | |||
| 1 | Thema 2 (tot en met 14-04-21) | Investeren van publieke middelen in private activiteiten | Investeren van publieke middelen in private activiteiten mag onder voorwaarden. Voor verdere uitleg van de toegestane aanwending en verantwoording van publieke middelen voor private activiteiten wordt verwezen naar de brief met kenmerk HO/CBV/05/22162 die Staatssecretaris Rutte op 20 juli 2005 aan de Tweede Kamer heeft gezonden en de brief van 24 februari 2009 met kenmerk BVE/stelsel/104878. De instelling heeft een proces ingericht om vast te stellen of niet-gesubsidieerde of niet bekostigde activiteiten een meerwaarde hebben voor de publieke activiteiten in de zin van de door de Staatssecretaris van Onderwijs omschreven wijze (Tweede Kamer 28 248, nr. 84). | ||||
| 1 | Thema 4 | Les en cursusgeld niet betaald door de deelnemer zelf. | Zie ook WEB art 2.5.3, lid 2. | ||||
| 1 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) | |||
| 1 | 2.9, lid 1 en 4 (t/m 31 aug 2021) | Lid 1 Rijksbijdrage mag niet besteed worden voor het op enigerlei wijze compenseren van studenten of extranei voor collegegeld, examengeld, cursusgeld of wat de hogescholen betreft de financiële ondersteuning, bedoeld in artikel 7.50, tweede lid, tenzij er sprake is van financiële ondersteuning als bedoeld in de artikelen 7.50 derde lid, of 7.51 tot en met 7.51k, en ook niet aan het uitvoeren van de procedure voor erkenning van verworven competenties. | |||||
| 1 | 2.9, lid 1 en 4 (m.i.v. 1 sep 2021) | Lid 1 Rijksbijdrage mag niet besteed worden voor het uitvoeren van de procedure voor erkenning van verworven competenties of het op enigerlei wijze compenseren van studenten of extranei voor collegegeld, examencursusgeld, de bijdrage bedoeld in artikel 7.50, tweede lid, of voor de vergoeding verschuldigd aan de opleidingsorganisatie, bedoeld in Verordening (EU) nr 1178/2011, tenzij er sprake is van financiële ondersteuning als bedoeld in de artikelen 7.50 derde lid, of 7.51 tot en met 7.51k, | |||||
| 1 | 2.11 (m.i.v. 1 sep 2021) | Bijzondere bepaling associate degree-opleiding | Onder voorwaarde (goedkeuring Minister OCW) kan het instellingsbestuur een deel van de rijksbijdrage overdragen aan een andere instelling, die een gedeelte van de associate degree-opleiding uitvoert. | ||||
| 1 | 2.12 | Rijksbijdrage AZ | Doorbetaling, zie ook OAP. | ||||
| 1 | 7.43, lid 1 | Collegegeld verplichting | Lid 1 Elke student is volledig, gedeeltelijk of verlaagd wettelijk collegegeld of instellingscollegegeld verschuldigd. | ||||
| 1 | 7.44, lid 1 | Examengeld verplichting | Lid 1 Een extraneus is voor elk studiejaar dat hij door het instellingsbestuur voor een opleiding is ingeschreven, aan de desbetreffende instelling examengeld verschuldigd. | ||||
| 1 | 7.45 | Wettelijk collegegeld | Geeft de hoogte van het volledig, gedeeltelijk of verlaagd wettelijk collegegeld aan. | ||||
| 1 | 7.45Aa (van 1 sep 2021 t/m 31 aug 2022) | Bedragen volledig en gedeeltelijk wettelijk collegegeld 2021-2022 in verband met COVID-19 | Dit artikel bepaalt de bedragen voor het studiejaar 2021-2022. | ||||
| 1 | 7.45a | Aanspraak op wettelijk collegegeld | Geeft aan voor welke studenten in welke omstandigheden het volledig, gedeeltelijk of verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd is. | ||||
| 1 | 7.45b | Collegegeld OU | Geeft aan voor welke studenten onder welke omstandigheden welk collegegeld verschuldigd is. | ||||
| 1 | 7.46, lid 1 t/m 5 | Instellingscollegegeld | Geeft aan voor welke studenten en op welke wijze het instellingscollegegeld verschuldigd is. | ||||
| 1 | 7.47a. | Vrijstelling wettelijk collegegeld in verband met bestuursfunctie | Geeft aan in welke gevallen een ingeschreven student bij een instelling eenmalig voor één studiejaar kan worden vrijgesteld van wettelijk collegegeld. | ||||
| 1 | 7.48 | Vermindering en vrijstelling collegegeld | Geeft aan in welke gevallen vermindering of vrijstelling van het wettelijke collegegeld is toegestaan. Alleen in de in dit artikel genoemde gevallen is vermindering toegestaan. | ||||
| 1 | 7.49 | Collegegeld voor bepaalde voltijdse opleidingen vanaf het studiejaar 2005-2006 | Lid 1 geeft aan dat voor de hier genoemde opleidingen het collegegeld ten hoogste 5 maal het volledig wettelijk collegegeld in art 7.45, lid 1 mag bedragen (meer is dus niet rechtmatig), lid 3 geeft aan dat collegegeld in lid 1 in de plaats komt van collegegeld in art 7.45, lid 1. | ||||
| 7.49a en 7.49b (m.i.v. 1 sep 2021) | Vergoeding en hoogte vergoeding voor premasters | In deze artikelen is geregeld dat een bestuur een vergoeding kan vragen voor een premaster en hoe hoog die maximaal mag zijn. In lid 2 van art 7.49a is geregeld wanneer een student wordt vrijgesteld van het betalen van een vergoeding voor de premaster. | |||||
| 1 | 7.51, 7.51a tot en met 7.51 j | Profileringsfonds | Deze artikelen geven aan onder welke voorwaarden, onder welke omstandigheden en met welke omvang financiële ondersteuning gegeven kan worden door de instelling. | ||||
| 1 | 7.51k | Financiële ondersteuning bijzondere activiteiten door OM | In dit artikel is opgenomen in welke gevallen Onze Minister een voorziening treft (uitgaven van de instelling aan deze categorie zijn dus onrechtmatig) | ||||
| 1 | 9.3, lid 1 | Samenstelling CvB en rechtspositie leden | Het CvB bestaat uit ten hoogste 3 leden, waaronder de rector magnificus van de universiteit. Meer leden zijn dus niet rechtmatig. | ||||
| 1 | 10.2, lid 1 | College van bestuur | Het CvB bestaat uit ten hoogste 3 leden, waaronder de voorzitter. Meer leden zijn dus niet rechtmatig. | ||||
| 1 | 11.2, lid 1 | Samenstelling CvB en rechtspositie leden | Het CvB bestaat uit ten hoogste 3 leden, waaronder de voorzitter. Meer leden zijn dus niet rechtmatig. | ||||
| 1 | Uitvoeringsbesluit WHW 2008 | Uitvoeringsbesluit WHW 2008 | Uitvoeringsbesluit WHW 2008 | ||||
| 1 | 2.2, lid 1 | Omvang volledig wettelijk collegegeld | Geeft bedrag WHW, artikel 7.45, lid 1. | ||||
| 1 | 2.3 | Uitbreiding categorie studenten met aanspraak op wettelijk collegegeld in verband met een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg | Ook voor studenten aan deze opleidingen is wettelijk collegegeld verschuldigd. | ||||
| 1 | 2.3a | Uitbreiding categorie studenten wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen | Ook voor studenten die aan deze eisen voldoen is wettelijk collegegeld verschuldigd. | ||||
| 1 | 2.4 | Administratiekosten gespreide inning collegegeld | Geeft bedrag bedoeld in artikel 7.47, van de wet, bedraagt € 24. | ||||
| 1 | 2.4a. | Omvang gedeeltelijk wettelijk collegegeld | Geeft bedrag WHW, artikel 7.45, lid 2 | ||||
| 1 | 2.4b. | Omvang verlaagd wettelijk collegegeld | Geeft bedrag WHW, artikel 7.45, lid 5 | ||||
| 1 | 2.4c. | Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld eerstejaars studenten | Geeft aan voor welke categorie studenten het verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd is. | ||||
| 1 | 2.4d. | Aanspraak op extra jaar verlaagd wettelijk collegegeld voor opleidingen op het gebied van onderwijs | Geeft aan voor welke categorie studenten het verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd is. | ||||
| 1 | 2.4e | Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld in geval van een gelijktijdige tweede inschrijving voor de academische pabo | Geeft aan voor welke categorie studenten het verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd is. | ||||
| 1 | 2.4f. | Reikwijdte en cohortbepaling verlaagd wettelijk collegegeld | Geeft aan in welke gevallen 2.4c en 2.4d. niet van toepassing zijn. | ||||
| 1 | 6.8, lid 1 | Voorschriften besteding en verantwoording | Middelen verkregen ten laste van de rijksbegroting mogen niet worden aangewend voor de opleiding in het buitenland (zie ook de toelichting onder Algemeen paragraaf 5.1 en de toelichting op artikel 6.8 (Staatsblad 2018 152) | ||||
| 1 | Regeling Financiën HO | Regeling Financiën HO | Regeling Financiën HO | ||||
| 1 | 9 | Vaststelling collegegeld | Bepaalt het wettelijke collegegeld. | ||||
| 1 | Tractaat Nederland- Vlaanderen inzake de transnationale UL, Maastricht 2011 | Tractaat Nederland- Vlaanderen inzake de transnationale UL, Maastricht 2011 | Tractaat Nederland- Vlaanderen inzake de transnationale UL, Maastricht 2011 | Tractaat Nederland- Vlaanderen inzake de transnationale UL, Maastricht 2011 | |||
| 1 | 5 | Bepaalt dat Nederland via de Universiteit Maastricht de middelen aan de TUL beschikbaar stelt. Er bestaat dus een doorbetalingsverplichting van de UM aan de TUL van deze rijksbijdrage. | |||||
| 1 | 8, lid 2 | De TUL stelt de hoogte van het collegegeld vast overeenkomstig de WHW. | |||||
| 1 | Notities helderheid (2003, de aanvulling in 2004 en de nadere toelichting in 2005 aan de TK) | Notities helderheid (2003, de aanvulling in 2004 en de nadere toelichting in 2005 aan de TK) | Notities helderheid (2003, de aanvulling in 2004 en de nadere toelichting in 2005 aan de TK) | Notities helderheid (2003, de aanvulling in 2004 en de nadere toelichting in 2005 aan de TK) | |||
| 1 | Thema 2 (tot en met 14-04-21) | Investeren van publieke middelen in private activiteiten | Investeren van publieke middelen in private activiteiten mag onder voorwaarden. Voor verdere uitleg van de toegestane aanwending en verantwoording van publieke middelen voor private activiteiten wordt verwezen naar de brief met kenmerk HO/CBV/05/22162 die de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 20 juli 2005 aan de Tweede Kamer heeft gezonden. De instelling heeft een procedure ingericht om vast te stellen of niet bekostigde activiteiten een meerwaarde hebben voor de publieke activiteiten in de zin van in de brief van 20 juli 2005 van de door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Tweede Kamer omschreven wijze (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004 -2005, 28 248, nr. 84). | ||||
| 1 | Thema 5 | Collegegeld niet betaald door de student zelf | Zie ook WHW art 2.9, lid 1. | ||||
| 1 | 1 | Les en cursusgeldwet | Les en cursusgeldwet | Les en cursusgeldwet | |||
| 1 | 1 | 6, lid 1 | Algemene bepaling en nadere regeling cursusgeld | Lid 1 Bij of krachtens amvb wordt bepaald voor welke uit de openbare kas bekostigde cursussen cursusgeld is verschuldigd. | |||
| 1 | Regeling regionaal investeringsfonds mbo | Regeling regionaal investeringsfonds mbo | Regeling regionaal investeringsfonds mbo | Regeling regionaal investeringsfonds mbo | |||
| 1 | 6 | Besteding subsidie | Dit artikel geeft aan dat de subsidie uitsluitend besteed wordt aan de activiteiten, waarvoor zij wordt verstrekt. Eventuele niet-bestede middelen worden na afloop van de looptijd van de subsidie teruggevorderd. | ||||
| 1 | 17, lid 6 | Subsidievoorwaarden | De subsidie is niet bestemd voor: a. kosten van ontslag dan wel voor uitkeringen van gewezen personeelsleden van de betreffende onderwijsinstelling, als gevolg van dit voorstel of b. kosten voor nieuwbouw, verbouw of leegstand. | ||||
| 1 | Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs | Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs | Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs | Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs | |||
| 1 | 6 | Besteding subsidie | De subsidie wordt besteed aan de verlaging van het collegegeld dat moet worden betaald door de student. Van ondoelmatige aanwending is in ieder geval sprake indien de student met een voucher op enigerlei wijze wordt gecompenseerd. | ||||
| 1 | 10, lid 4 en 6 | Verplichtingen | De hogeschool besteedt een voucher uitsluitend aan de verlaging van het collegegeld met de waarde van de voucher voor een module dat moet worden betaald door een student als bedoeld in artikel 3. De hogeschool mag het bedrag van de voucher niet in geld uitkeren aan de student. | ||||
| 1 | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | |||
| 1 | 8, lid 3 | Subsidie bekostigde instelling | Bij een subsidie van € 125.000 of meer aan een bekostigde instelling: de subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend (verantwoording in model G2 op grond van artikel 9, lid 3) | ||||
| 1 | Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs | Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs | Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs | Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs | |||
| 1 | 17b, lid 3 | Experimenten flexstuderen;inhoud | Het collegegeld tarief voor het volgen van onderwijs, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor onderwijs met een studielast van één studiepunt, het bedrag van het wettelijk collegegeld, geldende voor het desbetreffende studiejaar, gedeeld door 60 en vermeerderd met 15 procent van dat breukdeel. | ||||
| 1 | 27, lid 3 | Experimenten educatieve module; inhoud en duur | Voor inschrijving voor een module als bedoeld in het eerste lid is de aspirant-student de helft van het wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45a, van de wet (WHW) verschuldigd. | ||||
| 1 | Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs | Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs | Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs | Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs | |||
| 1 | 2, lid 4 | Inhoud en duur | Aan een student als bedoeld in eerste en tweede lid kan i.v.m. een inschrijving voor een module collegegeld in rekening gebracht worden tot een maximumbedrag van € 3.750 | ||||
| 1 | 1 | 1 | 1 | Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 | Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 | Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 | Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 4 | Financiële onderneming | In dit artikel staat met welke financiële ondernemingen transacties aangegaan kunnen worden en dat dit voor publieke middelen alleen in euro’s kan plaatsvinden. | |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 5, lid 4 en 5 | Professioneel en niet- professionele belegger | Geeft aan in welke gevallen bijlage I en bijlage II van de regeling gehanteerd moeten worden. | |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 6 | Beleggingen | In dit artikel staan de eisen waaraan een belegging moet voldoen. | |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 7 | Leningen | In dit artikel staan de eisen waaraan een lening moet voldoen. | |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 8 | Financiële derivaten | In dit artikel staan de eisen en voorwaarden m.b.t. financiële derivaten. | |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 9 | Geen ineffectieve positie derivaten | In dit artikel staan verdere eisen m.b.t. derivaten. | |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 12, lid 1 | Overgangsrecht | In dit artikel wordt geregeld dat voor beleggingen, leningen en financiële derivaten die voor 1 juli 2016 zijn afgesloten de Regeling belenen en beleggen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010, zoals die luidde op 30 juni 2016 van toepassing blijft. | |
| 1 | 1 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 | ||
| 1 | 1 | 2.8, lid 1 en 2 | Besteding van de subsidie | Lid 1: De subsidie wordt aangewend voor het doel waarvoor zij wordt verstrekt. Lid 2: De subsidie wordt uiterlijk in 2020 besteed. | |||
| 1 | Tijdelijke regeling voorziening leermiddelen voor deelnemers uit minimagezinnen | Tijdelijke regeling voorziening leermiddelen voor deelnemers uit minimagezinnen | Tijdelijke regeling voorziening leermiddelen voor deelnemers uit minimagezinnen | Tijdelijke regeling voorziening leermiddelen voor deelnemers uit minimagezinnen | |||
| 1 | 7, lid 1, onder b | Besteding en verantwoording van de aanvullende middelen 2016-2017 | Voor subsidies van € 125.000 of meer wordt de subsidie uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij worden verstrekt. | ||||
| 1 | 1 | Subsidieregeling doorstroom mbo-hbo | Subsidieregeling doorstroom mbo-hbo | Subsidieregeling doorstroom mbo-hbo | Subsidieregeling doorstroom mbo-hbo | ||
| 1 | 1 | 5 | Uitvoering activiteiten | Geeft aan dat de te subsidiëren activiteiten uiterlijk aanvangen in studiejaar 2018/2019 en uiterlijk na 3 studiejaren afgerond moeten zijn. | |||
| 1 | 1 | 13, lid 2 | Besteding en verantwoording | De subsidie (voor zover >= € 125.000) wordt uitsluitend besteed aan de activiteit waarvoor deze wordt verleend. | |||
| 1 | Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs | Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs | Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs | Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs | |||
| 1 | 18, lid 2 | Besteding en verantwoording | De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. | ||||
| 1 | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017 | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017 | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017 | Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017 | |||
| 1 | 7, lid 3 | Verantwoording | De subsidie (voor zover >= € 125.000) wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. | ||||
| 1 | Besluit experiment promotieonderwijs | Besluit experiment promotieonderwijs | Besluit experiment promotieonderwijs | Besluit experiment promotieonderwijs | |||
| 1 | 9, lid 2 en 4 | Rechten en plichten vormgeving promotieonderwijs en financiële ondersteuning | In lid 2 zijn bepalingen opgenomen over de hoogte van het collegegeld. In lid 4 zijn bepalingen opgenomen m.b.t. onder welke voorwaarden ondersteuning uit het profileringsfonds niet mogelijk is. | ||||
| 1 | Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023 | Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023 | Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023 | Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023 | |||
| 1 | 1.10, lid 1 en 2 | Besteding subsidie | In lid 1 is aangegeven dat de subsidie uitsluitend besteed mag worden aan de activiteiten waarvoor deze is verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. In lid 2 is aangegeven dat de subsidie voor 1 augustus 2024 moet worden besteed. | ||||
| 1 | Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019-2022 | Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019-2022 | Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019-2022 | Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019-2022 | |||
| 1 | 5, lid 1 en 2 | Besteding subsidie | In lid 1 is aangegeven dat de subsidie uitsluitend besteed mag worden aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt. In lid 2 is aangegeven dat niet bestede middelen worden teruggevorderd. | ||||
| 1 | 11 | Niet subsidiabel | In dit artikel is aangegeven welke kosten niet subsidiabel zijn. | ||||
| 1 | Subsidieregeling flexibel beroepsonderwijs derde leerweg | Subsidieregeling flexibel beroepsonderwijs derde leerweg | Subsidieregeling flexibel beroepsonderwijs derde leerweg | Subsidieregeling flexibel beroepsonderwijs derde leerweg | |||
| 1 | 12, lid 2 | Besteding subsidie | De subsidie bedoeld in artikel 7 wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. | ||||
| 1 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024 | Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024 | |||
| 1 | 3.7, lid 1 en 2 | Besteding van de subsidie | Lid 1 geeft aan dat de subsidie uitsluitend besteed mag worden aan de activiteiten waarvoor de subsidie verstrekt is. Lid 2 geeft aan dat de subsidie uiterlijk in 2024 besteed wordt. | ||||
| 1 | Subsidieregeling incidentele middelen leerlingdaling vo 2020 | Subsidieregeling incidentele middelen leerlingdaling vo 2020 | Subsidieregeling incidentele middelen leerlingdaling vo 2020 | Subsidieregeling incidentele middelen leerlingdaling vo 2020 | |||
| 1 | 3.2, lid 2 | Subsidiebedrag | Kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 76c van de Wet op het voortgezet onderwijs komen niet voor subsidie in aanmerking. | ||||
| 1 | 3.8, lid 1 en 2 | Besteding subsidie | Lid 1 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. Lid 2. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt worden voor 1 augustus 2025 uitgevoerd. | ||||
| 1 | 1 | 1 | Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 | Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 | Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 | Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 | |
| 1 | 1 | 1 | 12 lid 1 | Subsidieverplichtingen | Voor deelname aan een inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt aan de deelnemende leerlingen, deelnemers of ouders of verzorgers geen vergoeding gevraagd. | ||
| 1 | Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl | Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl | Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl | Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl | |||
| 1 | 9 lid 1 en 2 | Besteding subsidie | Lid 1 geeft aan dat de subsidie uitsluitend besteed wordt aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. Lid 2 geeft aan dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt tot en met het schooljaar 2023/2024 worden uitgevoerd. | ||||
| 1 | Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs | Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs | Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs | Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs | |||
| 1 | 8 lid 1 onder b, lid 2 en lid 3 | Subsidieverplichtingen | Lid 1 geeft aan dat voor subsidies van € 125.000 of meer de subsidie uitsluitend wordt besteed aan de activiteiten waarvoor zij worden verstrekt. In lid 2 is aangegeven dat de activiteiten kunnen worden verricht van 1 januari tot en met 30 juni 2021 en van toepassing zijn op functies die per 1 januari 2021 zijn open gesteld. In lid 3 is aangegeven dat maximaal 125 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, uitbetaald wordt als loon voor de functies bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b, met dien verstande dat van het loon ten hoogste het deel dat overeenkomt met 120% van het minimum loon uit de op grond van deze regeling verstrekte subsidie kan worden betaald. | ||||
| 10 lid 3 en 4 | Vaststelling, betaling en besteding subsidie | In lid 3 is aangegeven dat niet bestede middelen, blijkend uit model G, onderdeel 2 worden teruggevorderd. In lid 4 is opgenomen dat de subsidie kan worden besteed van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. | |||||
| 1 | Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023 | Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023 | Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023 | Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023 | |||
| 1 | 9 lid 1 | Subsidieverplichtingen | Voor deelname aan een programma als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b, wordt aan de deelnemende leerlingen geen vergoeding gevraagd. | ||||
| 1 | 1 | Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten | Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten | Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten | Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten | ||
| 1 | 1 | 1,2 en 3 (vanaf 15-04-21) | Begripsbepalingen, reikwijdte en voorwaarden | Hieruit blijkt onder welke voorwaarden bekostigde onderwijsinstellingen met publieke middelen mogen investeren in private activiteiten. NB voor deze beleidsregel geldt in 2021 een kwalitatieve materialiteit, zie paragraaf 2.3.1 Referentiekader van het OAP 2021. | |||
| 1 | Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs (m.i.v. 1 september 2021) | Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs (m.i.v. 1 september 2021) | Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs (m.i.v. 1 september 2021) | Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs (m.i.v. 1 september 2021) | |||
| 1 | 2 | Andere bijdragen aspirant-studenten in verband met de inschrijving | Dit artikel geeft aan in welke gevallen een bijdrage in rekening gebracht kan worden en aan welke eisen de bijdrage moet voldoen. | ||||
| 1 | 3 lid 1 en 2 | Andere bijdragen studenten naast het collegegeld | Dit artikel geeft aan in welke gevallen een bijdrage in rekening gebracht kan worden en aan welke eisen de bijdrage moet voldoen. | ||||
| 1 | 4 | Bijdrage voor een te late inschrijving voor een tentamen | Dit artikel geeft aan in welke gevallen een bijdrage in rekening gebracht kan worden en aan welke eisen de bijdrage moet voldoen. | ||||
| 1 | 5 | Bijdrage voor een vervangend getuigschrift of vervangende verklaring | Dit artikel geeft aan in welke gevallen een bijdrage in rekening gebracht kan worden en aan welke eisen de bijdrage moet voldoen. | ||||
| 1 | 1 | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | ||
| 1 | 1 | 12 lid 4 | Besteding en verantwoording | In lid 4 is opgenomen dat de bijzondere en aanvullende bekostiging voor de doelen, genoemd in artikel 2, ook kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. | |||
| 1 | Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023 | Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023 | Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023 | Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023 | |||
| 1 | 8 lid 1 | Subsidieverplichtingen | In lid 1 is opgenomen dat voor deelname aan een capaciteitentest aan de deelnemende leerlingen of hun ouders of verzorgers geen bijdrage gevraagd wordt. Reeds verkregen bijdragen worden door het bevoegd gezag terugbetaald. | ||||
| 1 | 1 | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | ||
| 1 | 1 | 5 lid 2 | Besteding en verantwoording | In lid 2 is opgenomen dat de bijzondere en aanvullende bekostiging voor het doel genoemd in artikel 2 ook kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt |
Bijlage II
Bijlage III
1 juli 2019
Nadere uitleg foutenevaluatie bij aanbestedingen (boven de Europese drempelwaarden)
De hoofdregel bij geconstateerde fouten bij aanbestedingen is dat de fout éénmalig tot uitdrukking komt en wel in het jaar waarin de beheerhandeling heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. De fout komt bij overschrijding van de materialiteit en rapportagegrens tot uitdrukking in de controleverklaring. In de jaren na de eerste melding hoeft gedurende de looptijd van het contract de fout niet meer te worden betrokken in de foutenevaluatie. Bij afloop of verlenging van het contract is sprake van een (nieuwe) beheerhandeling. Dit betekent dat de fout opnieuw betrokken moet worden in de foutenevaluatie. Dit geldt niet als de verlenging voortvloeit uit de optiejaren, zoals opgenomen in het eerdere contract dat is afgesloten en daarbij al in de foutenevaluatie is meegenomen.
Voorcontracten met een onbepaalde tijd geldt dat, als de aanbestedingsovereenkomst qua aard en omvang substantieel wijzigt en de aanbestedingsregels naar het oordeel van de accountant niet zijn nageleefd, de fout opnieuw betrokken moet worden in de foutenevaluatie.
Voor de omvang van het foutbedrag wordt in eerste instantie uitgegaan van het daadwerkelijk afgesloten contract. De totale contractwaarde wordt dan betrokken in de foutenevaluatie in het eerste jaar. Alleen bij meerjarige contracten waarvan de omvang niet vaststaat en ook niet kan worden geschat, worden elk jaar de afroepen (verplichtingen) die voortkomen uit deze (raam) contracten als fout aangemerkt. Omdat de aanbestedende diensten vooraf altijd een inschatting moeten doen van de contractwaarde om de juiste wijze van aanbesteding te bepalen zal dit zich alleen bij hoge uitzondering voordoen.
Indien er geen contract is afgesloten wordt de omvang van de fout bepaald door de in dat jaar opgenomen kosten. Dit kan (indien van toepassing) zich uitstrekken tot alle percelen, waarvoor geen aanbesteding heeft plaatsgevonden.
Indien er ten onrechte geen contract is afgesloten (onrechtmatigheid in betreffende controlejaar) heeft de instelling de gelegenheid om de fout te herstellen en alsnog een contract af te sluiten in het volgende controlejaar. Indien ze dit niet doet, is er in het volgende controlejaar opnieuw sprake van een fout in de beheerhandeling voor de in dat jaar opgenomen kosten.
Indien de beheerhandeling in een voorgaand boekjaar is verricht en ten onrechte niet in een voorgaand boekjaar in de foutevaluatie is betrokken (bijvoorbeeld bij opvolging accountant of door beperkte bestedingen niet uit de controle naar voren is gekomen), dan hoeft deze fout niet alsnog in de foutenevaluatie in het volgende jaar opgenomen te worden. Wel wordt deze fout onder de aandacht van de leiding van de instelling gebracht bijvoorbeeld door middel van een management letter of accountantsverslag.
In de foutenevaluatie gaat het om het bedrag inclusief BTW (voor zover deze BTW door de instelling niet aftrekbaar is, hetgeen gezien de btw-vrijstelling bij onderwijsinstellingen vrijwel altijd het geval zal zijn).
Bij de toetsing van de drempelbedragen voor Europese aanbestedingen dient uitgegaan te worden van de contractwaarde exclusief BTW.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)